Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina5/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20
Knops (CDA): Laat ik beginnen met een compliment te maken aan het adres van de heer Van Bommel. Die is altijd consequent als het gaat om Defensie. Dat is ook het enige compliment dat ik kan maken, want het is onthutsend om de visie te horen van de SP op de onveiligheid in de wereld. De heer Van Bommel is, in het kader van "size matters", koploper met bezuinigen op defensie. Hij zet hier een verhaal neer met wensen dat er alleen maar toe kan leiden dat wij een soort Zwitserse gard overhouden, met mooie uniformen en slechts een symbolische waarde. Die garde is niet in staat om de taken die op ons afkomen aan te kunnen. Mijn vraag is wat de opvattingen van de heer Van Bommel zijn over de toenemende tendens van onveiligheid. Wil hij alleen in de kazerne blijven zitten of is hij ook bereid om zijn verantwoordelijkheid buiten de Nederlandse grenzen te nemen?
De heer Van Bommel (SP): Ik dacht dat ik hier duidelijk over was geweest. Ik heb gezegd dat de hervorming van de Nederlandse krijgsmacht als gevolg van de weggevallen tegenstellingen die er waren tijdens de Koude Oorlog, nooit volledig is afgemaakt. Deze minister gaat dat nu in belangrijke mate wél doen. Ik denk aan de tanks. Dat juicht mijn partij toe. Ik heb gesproken over de wens om een expeditionaire krijgsmacht over te houden die geschikt is voor bepaalde operaties. Sommige daarvan steunt mijn partij en over andere zijn wij kritisch. Wij zijn het eens met het kabinet over het veranderde veiligheidsbeeld in de wereld. De grote tegenstellingen zijn weggevallen en daarbij hoort een andere krijgsmacht.
De heer Knops (CDA): Dit is wel heel erg gemakkelijk. De SP wil de krijgsmacht met een derde inkrimpen en zegt vervolgens voorstander te zijn van een expeditionaire krijgsmacht. Dat gaat niet samen. De heer Van Bommel zegt dat zijn partij soms wel en soms niet militaire missies steunt. Volgens mij is het meer een "nee, tenzij"-principe, want de SP heeft de afgelopen jaren de grote missies niet gesteund. Hoe rijmt hij de kaalslag die de SP wil plegen op defensie met de ambities die hij nu op tafel legt, maar waarvan ik in de praktijk weinig merk?
De heer Van Bommel (SP): De SP is de enige partij die al een aantal jaren tegen het kabinet zegt dat het ambitieniveau moet worden aangepast. Er is immers stelselmatig met de kaasschaaf bezuinigd waardoor de ambities eigenlijk al niet meer konden waargemaakt in het verleden. Bovendien kiezen wij als gevolg van de veranderde situatie in de wereld voor een kleinere krijgsmacht. Als je er een bedrag van 2 mld. afhaalt, houd je een krijgsmacht over die de andere taken niet meer kan doen en waarschijnlijk ook minder missies zal uitvoeren. Daar zijn wij eerlijk over. Het staat in ons verkiezingsprogramma en wij zeggen dat al jaren tijdens plenaire debatten in de Kamer. Het CDA gaat regeren met een partij waarbij het zegt dat er niet wordt bezuinigd. Toch komt er een bezuiniging van 1 mld. Ik denk dat de teleurstelling over dat resultaat groter is dan de reactie op een verkiezingsprogramma dat nu niet wordt uitgevoerd.
De heer Ten Broeke (VVD): Dat is een terechte opmerking. Alle partijen moeten vandaag verantwoording afleggen, maar ze mogen ook verantwoording vragen. De SP stelt dat de Koude Oorlog is afgelopen, maar ook dat daaruit nog niet de juiste conclusies zijn getrokken. Als ik uw verhaal hoor, lijkt de Koude Oorlog nog steeds gaande want de Amerikanen zijn zo'n beetje de schuld van alles. Kunt u mij uitleggen hoe het defensieapparaat eruit ziet na de bezuinigingen -- 2 mld. en na enkele reparaties 3 mld. -- die de SP voorstelt? Dan snijdt u toch diep in alle defensietaken?
De heer Van Bommel (SP): Ik heb inderdaad betoogd dat de Koude Oorlog voorbij is. Ik heb het nauwelijks gehad over de Amerikanen, anders dan dat wij onze krijgsmacht kennelijk aanpassen om de Amerikanen ten dienste te kunnen zijn. In dit verband heb ik het gehad over de onbemande vliegtuigen. Dat vind ik onwenselijk omdat ik de buitenlandpolitiek van de Amerikanen niet bijzonder succesvol vind. Dat is wat anders dan een Koude Oorlog. Wij stellen inderdaad vergaande bezuinigingen voor en dat betekent ook dat wij vinden dat er minder missies moeten komen. Wij zijn bijvoorbeeld tegen de missie in Uruzgan. Zo simpel ligt het. Het is politiek gelegitimeerd om keuzes te maken op het gebied van buitenlands beleid en defensie. Daar moet je dan wel eerlijk over zijn. Daarom heb ik verwezen naar de teleurstelling bij mensen die rekenden op het gemiddelde van het VVD- en CDA-programma. Dat gemiddelde wordt bij lange na niet uitgevoerd. Het verschil is een 1 mld. en 12.000 banen.
De heer Ten Broeke (VVD): Bij het gemiddelde zijn meer partijen betrokken geweest, maar wij hebben het nu even over uw inzet. Iedere partij moet vandaag verantwoording afleggen over haar inzet.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter, ik maak bezwaar hiertegen. De heer Ten Broeke doet dit nu voor de derde keer en u laat het iedere keer gaan. Dit is geen verkiezingsdebat. Hier staan niet de verkiezingsprogramma's van politieke partijen ter discussie. Het kabinetsbeleid staat hier ter discussie. Dat bespreken wij. Als de heer Ten Broeke een debat wil over verkiezingsprogramma's dan ga ik dat graag met hem aan, maar hij moet er de mensen in de zaal geen rookgordijn mee voorhouden. Dat probeert hij wel te doen.
De heer Ten Broeke (VVD): Ik snap dat de heer Van Bommel gepikeerd reageert, maar hij houdt anderen wel het verkiezingsprogramma voor. Ik heb al gezegd dat dit terecht is, want daar wordt ook op ingegaan. Als hij een alternatief en een andere visie biedt, hebben mensen er ook recht op om te weten waar ze bij hem aan toe zijn. Bij hem komen wij bij 2,5 mld. aan bezuinigingen. Ik wil dan gewoon graag weten hoe de krijgsmacht er bij hem uitziet. Hij vertelt dat telkens niet en loopt dan weg voor de verantwoordelijkheid.
De heer Van Bommel (SP): Bij de brede heroverweging hebben wij erover gesproken. Wij gingen toen voor variant G. Dat is een forse variant waarin fors wordt gesneden in de krijgsmacht. Die keuzes hebben wij steeds duidelijk gemaakt. Vandaag staat echter de beleidsbrief van de minister ter discussie. In die beleidsbrief gaat er 1 mld. af, plus 12.000 banen. Daarover spreken wij vandaag. Ik wijs dan logischerwijs op de discrepantie die er bestaat tussen de steun van de VVD-fractie aan deze beleidsdoelstelling van de minister en het verkiezingsprogramma van de VVD, niet meer en niet minder, zonder in detail in te gaan op de VVD-plannen voor de krijgsmacht. Die staan namelijk niet ter discussie; de plannen van de minister staan ter discussie.
De heer Hernandez (PVV): Mijnheer Van Bommel kan er wel heel makkelijk over praten en wijzen naar wat andere partijen, zoals mijn partij, in hun verkiezingsprogramma hadden staan, maar zodra naar zijn eigen partij wordt gewezen, geeft hij niet thuis en reageert mijnheertje gepikeerd. Dat is natuurlijk niet helemaal zoals het gaat. Ik ben dan ook wel benieuwd hoe de heer Van Bommel de krijgsmacht ziet en hoeveel personeelsleden er bij zijn verkiezingsprogramma wel niet uitgevlogen zouden zijn. Het is namelijk wel heel gemakkelijk om zielig te doen nu er inderdaad een forse reductie plaatsvindt. Hoe ziet de heer Van Bommel dit en hoeveel mensen zouden er overblijven met een korting van zo'n 3 mld.?
De heer Van Bommel (SP): De heer Hernandez neemt nu de rekensom van de heer Ten Broeke over. Die 3 mld. staat nergens, dus kom daarmee niet bij mij aan. Hoeveel personeel er bij de krijgsmacht zou verdwijnen als ons verkiezingsprogramma volledig werd uitgevoerd, weet ik niet. De minister weet het ook niet van zijn eigen plannen, dus wat dat betreft bevind ik mij in goed gezelschap.
De heer Hernandez (PVV): Dan zal ik de heer Van Bommel een handje helpen. In variant G is namelijk sprake van een reductie van 23.500 man. Hij mag dat dan gaan uitleggen in plaats van hier commentaar te leveren op het kabinet.
De heer Van Bommel (SP): De heer Hernandez heeft niet naar mijn bijdrage geluisterd. Zoveel commentaar heb ik namelijk niet op het kabinet. Ik zeg dat er duidelijkheid moet komen ten aanzien van de onzekerheden die er nu zijn voor het personeel. Ik ga in op een aantal keuzen die het kabinet maakt waarmee ik het eens ben. Ik ga ook in op een aantal keuzen waarmee ik het niet eens ben, zoals de JSF en de drones. De heer Hernandez wil van mij weten waarop wij bezuinigen en op welke punten wij het eens zijn met het kabinet. Dat zat allemaal in mijn bijdrage. Als hij dat heeft gemist, kan hij het waarschijnlijk vanavond teruglezen.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter, als u het mij toestaat, maak ik graag toch een opmerking over de Verkenningen. Vorig jaar hebben wij daarover gesproken bij de behandeling van de begroting voor 2011. Mijn fractie en andere fracties hebben gevraagd om een reactie daarop. De regering heeft verder geen debat gewild over deze integrale verkenningen. Dat is een gemiste kans. Ik sluit mij aan bij de heer Van Bommel dat wij dan niet kunnen doen alsof wij ook integraal de Verkenningen bespreken. Let wel: de Verkenningen waren voor de periode 2020-2030. Wij zijn bezig om een paar rare dingen door elkaar te gooien. Dat vind ik niet acceptabel. Er staat één zin over de Verkenningen in de bezuinigingsbrief van de minister. Ik citeer: "het kabinet onderschrijft de grondige analyse die in het kader van de Verkenningen is uitgevoerd". Punt. Deze brief is dan ook tevens de kabinetsreactie op het rapport waar de vaste commissie op 28 juni 2010 om heeft gevraagd. Voor de feiten is het goed om dat nog even te zeggen. Ik maak er bezwaar tegen dat wij net doen alsof alles hier over tafel kan rollen terwijl wij de inhoud eigenlijk nooit hebben besproken. Dat is een gemiste kans, zoals mijn fractie vaker heeft gezegd. Ik wil dat hier wel even ingebracht hebben.
De heer Van Bommel (SP): Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Ik heb steeds gezegd dat de voorstellen om te komen tot een verdere hervorming van de krijgsmacht in eerdere debatten al aan de orde zijn geweest en dat mijn partij daar altijd volstrekt helder over is geweest.
De heer Knops (CDA): Voorzitter. Op 5 mei vieren we elk jaar dat Nederland is bevrijd. Bevrijd van oorlog, onderdrukking en geweld. Dit jaar was een bijzondere 5 mei voor de bemanningen van de Cougarhelikopters. Zij mochten diverse artiesten over het hele land vliegen naar de verschillende bevrijdingsfestivals. Na vele vluchten boven Afghanistan was dit waarschijnlijk hun laatste vlucht. Een moeilijk te omschrijven gewaarwording.

En wat te denken van de tien cavaleristen die onlangs in Havelte een gevechtsinsigne kregen uitgereikt? Ze waren aan de verkenners toegevoegd in Uruzgan. Ze waren met hun eenheid op patrouille toen ze door de taliban onder vuur werden genomen met granaten en machinegeweren. Ze schoten terug, schakelden talibanstrijders uit en wisten zich in veiligheid te brengen. Op 15 april jongstleden kregen ze de onderscheiding die ze verdienen. En nog geen drie weken later is hun eenheid op non-actief gesteld en zijn alle tanks stilgezet.

Er zijn meer verhalen, van de vele militairen die ons land hebben gediend in de crisishaarden, die de eed hebben afgelegd met hun hand aan het vaandel van een eenheid dat nu ingeleverd moet worden. Anderhalve week geleden stond het Malieveld vol met meer dan 6000 militairen en burgercollega's die een mars voor waardering liepen. Zij verdienen alle mogelijke waardering en eerbetoon van de samenleving, en van de politiek namens wie ze zijn uitgezonden. Ik draag mijn inbreng aan hen op en complimenteer de bonden met de organisatie.

De Kamer spreekt zich vandaag uit. Ik kan wel vertellen dat mij dat niet gemakkelijk afgaat. Het zijn de grootste bezuinigingen in decennia, met ingrijpende gevolgen. Voor de krijgsmacht, voor de regio's waar Defensie geworteld is in de lokale cultuur, voor het vermogen van Nederland om bij te dragen aan een veiliger wereld en, niet te vergeten, voor het thuisfront. Sterker nog, het is de zwaarste beslissing die ik als Kamerlid ooit heb moeten nemen.

Het CDA is een partij die niet wegloopt voor verantwoordelijkheid, ook niet als het moeilijk wordt. Wij zijn de verkiezingen ingegaan met een eerlijke maar toen al pijnlijke -- dit zeg ik ook in de richting van de heer Van Bommel -- boodschap: -500 mln. De economische crisis heeft zulke gaten geslagen in de overheidsfinanciën dat ook Defensie een bijdrage moet leveren om ze weer op orde te krijgen. Laat ik meteen duidelijk zijn: de bezuinigingen zijn louter financieel ingegeven. Er was voor ons geen enkele veiligheidspolitieke of militair-strategische aanleiding voor, integendeel.

De vraag is nu hoe we het beste kunnen roeien met de riemen die we hebben, hoe we de pijn kunnen verzachten en perspectief kunnen bieden voor de toekomst. Het CDA steunt de plannen van de minister maar wil vandaag een uiterste poging doen om sommige capaciteiten in stand te houden. Dat doen wij niet zomaar. De wereld om ons heen blijkt namelijk telkens toch weer minder veilig dan we zouden willen.

Begin dit jaar stond de Arabische wereld op zijn kop. De grote massa's demonstranten maakten op eenieder een grote indruk. Dictators die tientallen jaren met ijzeren vuist hadden geregeerd, bleken niet bestand tegen de roep om meer vrijheid. Ze vielen van hun sokkel, er werd geschiedenis geschreven. In Tunis, in Alexandrië en op het Tahrirplein in Cairo: de Arabische lente leek uitgebroken. Nu, enkele maanden later, ziet de NAVO zich genoodzaakt om in te grijpen tegen een dolgedraaide dictator in Libië die zijn eigen bevolking terroriseert, terwijl in Syrië de tanks van Assad het vreedzame protest vermorzelen. De Arabische lente is nog niet overal uitgebroken, integendeel. Grote aantallen Tunesiërs ontvluchten hun land en zoeken hun heil aan de overzijde van de Middellandse Zee. In Egypte wordt het na de val van het regime op hetzelfde Tahrirplein voor vrouwen onmogelijk gemaakt om te demonstreren. Presidentskandidaten slaan dreigende taal uit richting Israël. Koptische christenen worden aangevallen. De Moslimbroederschap staat klaar om plaats te nemen in het parlement. Democratie kan de kortste weg naar oorlog zijn, zo heeft Hamas wel duidelijk gemaakt. Gelukkig is Egypte de Gazastrook niet, maar de toekomst is wel onzeker.

Wat deze per land verschillende ontwikkelingen in "the Greater Middle East" gemeenschappelijk hebben, is dat we er allemaal door zijn verrast. Ze vinden plaats in de geografische nabijheid van Europa. We worden dan ook geconfronteerd met de gevolgen hiervan, of we nu willen of niet. Aan de benzinepomp als gevolg van de olieprijzen die sky-high stijgen, of in de vorm van grenscontroles. Mits de politieke bereidheid er is, zijn we in staat om de loop van de geschiedenis mede te beïnvloeden.

De ontwikkeling van de veiligheidssituatie in de wereld is fundamenteel onzeker. Dat is een van de conclusies van het Eindrapport Verkenningen. De onzekerheid is nu zelfs groter dan ooit sinds het einde van de Koude Oorlog. Mondiale machtsverhoudingen verschuiven. Opkomende reuzen als China en India hebben in de afgelopen tien jaar hun defensie-uitgaven verdrie-, respectievelijk verzesvoudigd. Rusland kondigde aan voor 470 mld. te willen investeren in nieuwe wapensystemen. De trend in Nederland is precies andersom. Gaven we in 1989 nog 2,9% van ons bnp uit aan defensie, inmiddels is dit gedaald tot 1,38%: een halvering. Als gevolg van de bezuinigingen zal dit verder dalen tot 1% in 2014. Daarmee zit Nederland nog maar op de helft van wat de NAVO van ons vraagt.

Er zijn tektonische platen aan het verschuiven, aldus secretaris-generaal Rasmussen. De economische crisis versnelt en versterkt dit proces. Een multipolair systeem van meerdere machtscentra is per definitie minder stabiel dan de wereld zoals wij die nu kennen.


De heer El Fassed (GroenLinks): Ik heb een vraag over het gedeelte van het bruto nationaal product dat aan defensie wordt besteedt. Weet de heer Knops welk land in Europa het hoogste percentage van het bruto nationaal product aan defensie besteedt?
De heer Knops (CDA): Dat heb ik niet paraat. Ik weet het niet.
De heer El Fassed (GroenLinks): Dat is Griekenland. Op de tweede plaats komt Albanië. Ik weet niet of u tot die categorie wilt behoren, of dat u op een zinvolle manier een zinvolle bijdrage wilt leveren, waarbij het financiële plaatje past bij de ambitie die wij daadwerkelijk kunnen hebben.
De heer Knops (CDA): Laat ik tegen de heer El Fassed zeggen dat Griekenland geen enkel voorbeeld voor mij is. Dat is ook een van de redenen waarom dit kabinet een aantal maatregelen neemt om de overheidsfinanciën weer op orde te brengen. Doen wij dat niet, dan komen wij in Griekse toestanden terecht en dat wil ik absoluut niet. U moet, mijnheer El Fassed, niet de redenering omdraaien, in de zin dat een hoger defensiebudget gelijkstaat aan mismanagement bij de politiek. U kunt van alles tegen mij zeggen, maar als u mij met een Griek gaat vergelijken dan ga ik niet slaan, maar dan ben ik wel geraakt. Dat is het laatste wat ik wil. U mag mij met veel vergelijken, maar niet met een Griek.

Een multipolair systeem van meerdere machtscentra is per definitie minder stabiel dan de wereld zoals wij die nu kennen. Het kan bijvoorbeeld leiden tot een race om schaarse grondstoffen, die zich vooral bevinden in de gordel van instabiliteit waarmee Europa is omgeven. Precies hier bevinden zich veel fragiele staten en handelsroutes. Rondom Somalië worden die routes zo belaagd door zwaar bewapende piraten, dat de inzet van marines nodig is om de scheepvaart een veilige doorgang te garanderen. De oorzaak hiervan ligt bij de chaos op het vasteland. Falende staten kunnen ook een vrijhaven voor en een broeinest van terrorisme vormen, dat zich tegen ons keert. In Jemen, thuishaven van de aan Al Qaida gelieerde AQAS, broeide het al, maar nu dreigt er een burgeroorlog. Somalië is ten prooi gevallen aan de radicaalislamitische Al-Shabaab. Bin Laden mag dan uitgeschakeld zijn, het islamitisch extremisme is dat zeker niet. Het mullahregime in Iran sponsorde terrorisme, heeft nucleaire ambities en wil Israël van de kaart vegen. Dan is er nog Hugo Chavez in Venezuela, die een claim heeft gelegd op de benedenwindse eilanden van ons eigen koninkrijk. Hopelijk blijft ons een Falklandachtige oorlog bespaard.

Nederland is een land om trots op te zijn. Wij hebben het hier beter dan in het Midden-Oosten. Dit betekent ook dat wij veel te verliezen hebben. Defensie is een belangrijke verzekeringspolis voor onze veiligheid, onze welvaart en onze manier van leven. Wij moeten daar als samenleving iets voor over hebben, want anders dreigen wij voor onze veiligheid onderverzekerd te raken. De CDA-fractie zegt het de minister na. Wij delen zijn zorgen. Nog nooit in de geschiedenis heeft Nederland zo weinig voor zijn krijgsmacht overgehad. De defensie-uitgaven zijn naar een historisch dieptepunt gedaald. Dat heeft consequenties, ook voor de transatlantische band. Europese NAVO-lidstaten hebben in twee jaar tijd voor een bedrag van maar liefst 45 mld. bezuinigd op defensie. Dat is evenveel als het totale defensiebudget van een land als Duitsland. Het gevolg is dat de transatlantische kloof nog groter wordt. De financiële crisis mag niet omslaan in een veiligheidscrisis, want dan is de prijs die wij met zijn allen betalen nog veel hoger.

Met een fundamenteel onzekere toekomst biedt een veelzijdig inzetbare krijgsmacht de beste garantie om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. Dit betekent: zo weinig mogelijk beslissingen nemen waarvan wij later spijt kunnen krijgen. Eenmaal afgestoten capaciteiten komen niet zomaar terug. Er verdwijnt tactische en technische kennis, die in decennia is opgebouwd. Zoals Churchill ooit zei: "political intentions can change overnight, but it takes years and years to build up an army".


Mevrouw Hachchi (D66): Terecht stond de heer Knops in het begin van zijn betoog stil bij de mondiale ontwikkelingen en de veiligheidssituatie in de wereld. Ik denk dat de meeste mensen die luisteren wel opeens zorgen krijgen. Wij hebben het vandaag over Defensie. Maar het CDA ken ik ook als een partij die naast de D van Defensie ook de twee andere D's hoog in het vaandel heeft staan. Voor zover de heer Knops die kan geven, heb ik enige behoefte aan een toelichting op de inzet van het CDA met betrekking tot de andere twee D's, naast het belang van Defensie.
De heer Knops (CDA): Ik wil die vraag zeker graag beantwoorden. Ik focus nu op Defensie, en niet op Buitenlandse Zaken of Ontwikkelingssamenwerking. U kent het coalitieakkoord en u kent het verkiezingsprogramma van het CDA op dit punt. Ten aanzien van de eerste twee punten hebt u helemaal niets te klagen bij het CDA, ten aanzien van defensie zou u dat nog kunnen doen.
Mevrouw Hachchi (D66): Dan kan ik net zo goed een vervolgvraag stellen. Stel dat er straks extra bezuinigingen nodig zijn. Wij kennen allemaal de tegenvaller in de zorg. In de voorjaarsnota hebben wij kunnen zien dat de invulling daarvan vooruitgeschoven wordt.

Stel dat de vrienden van het CDA en in dit geval de VVD en PVV voorstellen om Ontwikkelingssamenwerking hierop aan te spreken? Wat vindt de CDA-fractie daar dan van?


De heer Knops (CDA): Nu begrijp ik uw vraag iets beter. Als je het over 3D hebt, dan moet je ook durven kijken naar het ontschotten, naar vragen zoals: welke taak wil ik uitvoeren en kunnen we budgetten die oorspronkelijk in de kolommen geoormerkt waren voor bepaalde zaken, op een andere manier inzetten als zich nieuwe ontwikkelingen voordoen, zoals 3D dat feitelijk is? Hoe en of dat in de praktijk allemaal uitgewerkt moet worden, daar ga ik u nu niet mee verrassen, omdat ik niet weet wat het kabinet gaat besluiten. Een ding is duidelijk en dat maakt de opbouw van mijn betoog ook helder, namelijk dat de grens bij Defensie zowat bereikt is. Als je kijkt naar de geschiedenis en naar wat ons wellicht nog te wachten staat, dan gaat de discussie, die mevrouw Hachchi ook zou moeten hebben in haar partij, over de vraag wat wij nog over hebben voor onze defensie. Als we elke keer dat wij op missie gaan, kleiner terugkomen, dan kunt u zelf raden waar dat toe gaat leiden. Dat is het enige punt dat ik hier maak. In die zin raakt het OS. Ik ben er niet op uit om de OS-budgetten te verminderen of zo, maar ik zeg wel dat je, als je praat over 3D, ook de uitgaven in het buitenlands beleid moet durven te budgetteren in 3D. Dan moet je niet de kolommen zoals die vroeger altijd bestonden, tot een soort absolutisme verklaren.
Mevrouw Hachchi (D66): Een heel korte reactie. Ik deel helemaal wat de heer Knops zegt over 3D en dat je dan dus ook integraal moet gaan kijken, ook naar de budgetten. Hij heeft volkomen gelijk. Ik verwacht dan ook dat wij hierover in goed overleg kunnen gaan met het CDA. Wel belangrijk is dat het, als er gekeken wordt naar de dekking van extra bezuinigingen, natuurlijk om meer gaat dan alleen om Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Dan is de uitdaging voor de heer Knops dan weer om daar een uitweg uit te vinden met zijn partners.
De heer Knops (CDA): Dank voor deze adhesiebetuiging, zou ik bijna willen zeggen. Om even terug te grijpen op Griekenland: wij willen koste wat het kost voorkomen dat er na vier jaar, als dit kabinet de rit heeft uitgezeten, een situatie ontstaat die enigszins lijkt op die van Griekenland. We willen zorgen voor gezonde overheidsfinanciën en iedereen zal een veer moeten laten, ook Defensie. Ik neem dus geen afstand van het feit dat Defensie nu wordt aangeslagen, maar ik waarschuw wel dat je dat niet ongehinderd kunt doen. Dat kan zeker niet bij een organisatie zoals Defensie, die investeringen vereist en waar je niet van het ene jaar op het andere in één keer de capaciteit kunt verhogen. Daarom moet bij elke nieuwe afweging die nog gemaakt moet worden door het kabinet en in tweede instantie door de Kamer heel goed gekeken worden wat de gevolgen zullen zijn, in dit geval voor Defensie, want daarvoor zitten we hier.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik was even verbaasd door de inleiding, want je zou denken dat je, na een gloedvol betoog over de dreigingen die nu allemaal op ons afkomen, een vermeerdering van het Defensiebudget gerechtvaardigd krijgt door het CDA. Het tegendeel is waar, zoals wij weten.

Mijn vraag gaat over de laatste opmerking van de heer Knops. Hij zegt: de grens is wel bereikt bij het CDA. Betekent dit dan: tot hier en niet verder, zoals ook de minister eerder heeft gezegd? Oftewel: als er een nieuwe aanslag op de Defensiebegroting wordt gedaan in de komende jaren, dan zal de CDA-fractie niet thuis geven?


De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina