Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina6/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20
Knops (CDA): Voorzitter. Ik ben nog niet eens op een derde van mijn betoog. Een aantal van de vragen die nu gesteld zijn, worden later in mijn betoog zeker beantwoord. Ik heb niet gezegd dat de grens bereikt is. Dat heb ik niet gezegd. Leest u dat straks maar na.
De heer Van der Staaij (SGP): Zowat bereikt.
De heer Knops (CDA): Precies. De heer Van der Staaij let goed op.
De voorzitter: Het lijkt mij verstandig dat u nu eerst uw eigen verhaal afmaakt.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb een politieke vraag gesteld en ik wil daar graag wel een antwoord op.
De heer Knops (CDA): Ik heb u aangegeven dat ik dat niet gezegd heb, dus dan hoef ik daar ook niet op te reageren.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Als er licht zit tussen de uitspraak van de heer Knops en mijn samenvatting daarvan, dan wil ik graag weten wat voor hem de grens is.
De heer Knops (CDA): Ik ga in herhaling vallen. De heer Van der Staaij heeft u goed gesouffleerd. Dat heb ik daadwerkelijk gezegd. Misschien zou u daarnaar moeten luisteren. Misschien is het sowieso verstandig om vaker naar de heer Van der Staaij te luisteren, maar dat even terzijde. Dat zeg ik ook tegen mezelf.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat doet u zelf ook, begrijp ik?
De heer Knops (CDA): Precies. Ik ga hier nu niet op de stoel van de regering zitten en bepalen hoe de taakstelling die bij de regering ligt, op dit moment moet worden ingevuld. Ik denk dat uit de teneur van mijn bijdrage valt op te maken hoe ik daar tegenover sta. Ik hoop dat de regering daar een verstandig besluit over neemt, want in zijn algemeenheid kun je natuurlijk niet continu zaken bij anderen over het hek kieperen. Tegelijkertijd, en dat is de kern van dit regeerakkoord, moet iedereen de lasten dragen van de gevolgen van de financiële crisis, of men daar nu de oorzaak van is of niet. Dat maakt het ook zo onrechtvaardig, maar dat doet geen enkele afbreuk aan mijn analyse van de situatie in de wereld, die -- die stelling durf ik absoluut aan -- niet veiliger, maar onveiliger is geworden of op zijn minst onvoorspelbaarder.
De voorzitter: De laatste maal, mijnheer Voordewind.
De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik constateer dan dat beide coalitiepartijen geen duidelijk nee uitspreken tegen meer bezuinigingen op Defensie. Dat is triest, en het geeft alleen meer onrust in het Defensieapparaat. Bij Defensie kan men nu immers verwachten dat er nog meer bezuinigd kan worden. Dit zal de leegloop alleen vergroten, met name bij de groepen die je graag zou behouden. Dat vind ik een zeer trieste constatering.
De voorzitter: Dat is geen vraag. De heer Knops vervolgt zijn eigen verhaal.
De heer Knops (CDA): Voorzitter. Niet voor niets is het uitgangspunt van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht opgenomen in het regeerakkoord. Wij moeten echter eerlijk zijn: deze ambitie is de komende jaren niet haalbaar, althans niet zoals die is bedoeld in de Verkenningen. Daarvoor zijn de taakstellingen te fors en de tegenvallers binnen de begroting eenvoudigweg te groot. Het valt in de minister te prijzen dat hij zo veel mogelijk heeft vastgehouden aan veelzijdige inzetbaarheid. Er wordt voor een indrukwekkend bedrag gevonden in het bestuur en de bedrijfsvoering (spoor 1 en 2). Er komen minder generaals en dienstauto's. Toch zijn ingrepen in de operationele capaciteiten onvermijdelijk gebleken. Ik noemde de tanks en de Cougars al. Ook de jachtvliegtuigen worden niet ontzien, sterker nog, de grootste bezuiniging vindt plaats bij de JSF. De aanschaf wordt uitgesteld en het budget daalt van 6,2 mld. naar 4,5 mld. De krijgsmacht wordt kleiner, boet in aan gevechtskracht en voortzettingsvermogen. Het ambitieniveau heeft plaatsgemaakt voor beperktere inzetbaarheidsdoelstellingen.

Tegelijkertijd is er met een miljard aan ombuigingen ruimte gevonden voor investeringen in nieuwe capaciteiten, zoals onbemande vliegtuigen en cyber. Het laatste vormt een nieuwe dreiging, waarop de VS en Europa het minst goed zijn voorbereid, zo hebben Amerikaanse officials ons verteld. Voorraden worden aangevuld en achterstanden worden ingelopen; dat is althans de ambitie van deze minister. Dat is belangrijk voor het CDA. Wij willen namelijk een moderne krijgsmacht, hoogwaardig technologisch en minder personeelsintensief, met goed opgeleid en gemotiveerd personeel; een krijgsmacht die in balans is.

Het investeringsniveau, dat nu is gedaald naar 16,5%, wordt geleidelijk weer op peil gebracht, en de vulling gaat naar 100%. Dit kabinet biedt dus wel perspectief. Dat hoeven onze militairen van links niet te verwachten, integendeel. Toen er een Lynx-helikopter op een Libisch strand achterbleef, schreeuwde de oppositie moord en brand. De minister dreigde met pek en veren te worden afgevoerd. Toen bekend werd dat Defensie nog heel veel meer materieel kwijtraakt door de bezuinigingen en duizenden militairen hun baan zullen verliezen, bleef het echter oorverdovend stil. Dit cynisme is veelzeggend. De coalitie is niet voor een vredesmacht, zoals links wil, maar voor een krijgsmacht. Dat betekent dat wij operationele capaciteiten zo veel mogelijk willen ontzien. Daarover heeft mijn fractie de nodige vragen en ideeën.

Laat ik beginnen met de helikoptercapaciteit. De minister heeft besloten om alle Cougars af te stoten, dit ondanks het tekort dat er in Europa aan transporthelikopters bestaat. Door het afstoten van alle Cougars ontstaat een groot gat in de transportcapaciteit, dat pas in 2018 weer zal zijn opgevuld en dan nog niet eens volledig. Het project voor de NH-90, die als vervanging van de Cougar moet dienen, is nog eens 50 mln. tot 100 mln. duurder geworden en zal mogelijk nog meer vertraging oplopen. Kan de minister hierop nader ingaan?

In de plannen van de minister blijven slechts drie Cougars tot 2012 operationeel voor "Search and Rescue"-taken. Voor het blussen van heide- en bosbranden zal geen enkele Cougar beschikbaar zijn. Ook de nationale taken van de krijgsmacht worden dus geraakt door deze bezuinigingen. Hoe verhoudt zich het afstoten van de Cougars tot de instandhouding van het derde luchtmobiele bataljon, dat in de variant van de Verkenningen was verdwenen? De minister houdt dat bataljon in stand, maar bezuinigt tegelijkertijd een belangrijk deel van de capaciteit voor luchtmobiel optreden weg. Wat onze fractie betreft, verhoudt zich dit niet goed tot elkaar. Graag krijg ik hierover een uitleg van de minister. Onze fractie is in ieder geval van mening dat een aantal extra Cougars operationeel zou moeten worden gehouden om juist de operationele capaciteit en het voortzettingsvermogen van Defensie te vergroten. Wij dachten aan vijf extra Cougars.

Ik kom op het behoud van Stinger-capaciteit in relatie tot het afstoten van een Patriot battery. Tegenwoordig opereren wij alleen nog bij luchtoverwicht out of area. Wij vinden Theater Missile Defense heel belangrijk. Kan de minister dan verklaren waarom aan de ene kant de Stingers worden behouden, terwijl die eigenlijk uitgaan van een situatie waarin je geen luchtoverwicht zou hebben, en aan de andere kant op de missile defense juist wordt gekort?


De heer El Fassed (GroenLinks): Ik deel de zorgen over de Cougars. De heer Knops had het over vijf Cougars. Ten eerste vraag ik mij af waaruit hij de dekking daarvoor haalt. Wil hij die uit de luchtmacht halen of kijkt hij ook naar andere onderdelen binnen Defensie? Ten tweede is mijn vraag: waarom niet meer?
De heer Knops (CDA): Alles blijft arbitrair. We hebben echter een hoorzitting gehad en we hebben gesprekken gevoerd met verschillende mensen. Ook hebben we in het afgelopen halfjaar debatten gevoerd met deze minister. Ook in debatten met minister Van Middelkoop, de voorganger van minister Hillen, werd duidelijk dat er een probleem is met de capaciteit van de middelzware helikopters. Je kunt een wapensysteem natuurlijk helemaal wegsnijden omdat dit geld oplevert. Maar als je zo'n schakel eruit haalt, kan dit gevolgen hebben voor de eenheden die je wel in stand houdt. Het kan zijn dat deze daardoor niet meer inzetbaar of minder inzetbaar zijn. Daarom is het niet logisch om deze maatregel te nemen. We kunnen vijf toestellen behouden, maar het zouden er ook meer kunnen zijn. Dan zou er echter ook een grotere dekking onder moeten. Het is de vraag of dat haalbaar is. In de hoorzitting is ook gezegd dat door deze maatregelen de inzetgereedheid van de Chinooks, die in de afgelopen jaren bijzonder laag is geweest, verhoogd zou kunnen worden. Daarmee kun je dus ook een deel van het probleem oplossen. Feit blijft echter dat er met het wegsnijden van alle Cougars een acuut probleem ontstaat. Vijf is in zekere zin een arbitrair getal. Het zouden er ook zes, zeven of acht mogen zijn. Misschien zouden we alle zeventien wel moeten behouden. Dan dien ik echter een verlanglijstje zonder dekking in. De dekking voor ons voorstel is incidenteel voor meerdere jaren. Wij zoeken haar in incidentele en structurele bezuinigingen op infrastructuur.

In de verkenningen zijn de tanks behouden, maar de minister ziet zich genoodzaakt om het hele wapensysteem af te schaffen. Dit leidt tot een gevoelig verlies aan gevechtskracht. De minister erkent in antwoord op vraag 262 dat de krijgsmacht door deze keuze nog maar gedeeltelijk veelzijdig inzetbaar is. Nederland dreigt, net als België nu al is, een Europees NAVO-land zonder tanks te worden, en dat terwijl er in het Midden-Oosten duizenden van rondrijden. De capaciteiten van de Leopard op het gebied van mobiliteit, bescherming, vuurkracht en precisie zijn niet volledig te vervangen door andere wapensystemen.

De CDA-fractie heeft begrip voor het opheffen van de tankbataljons. Het is niet waarschijnlijk dat de cavalerie in de toekomst op dit organieke niveau zal komen te opereren. Waarom is niet overwogen om een deel van de Leopards onder te brengen bij de pantserinfanterie? Nu wordt Nederland afhankelijk van andere landen, ook om te kunnen oefenen. Een alternatief dat aan de orde is geweest in de hoorzitting is dat Nederland de samenwerking opzoekt met andere Europese landen die met krimpende aantallen Leopards kampen, zoals Noorwegen, Denemarken en Duitsland. Waarom is internationale samenwerking op dit punt niet overwogen? Als de politieke wil hiervoor aanwezig is, zijn hiermee dan besparingen te realiseren? Is de minister hiertoe bereid? Op welke wijze kan hij de Kamer garanderen dat de operationale en tactische kennis over het tankwapen, die in de toekomst wellicht toch nog ingezet gaat worden, geborgd blijft binnen de Nederlandse defensieorganisatie?
De heer Voordewind (ChristenUnie): In verschillende kranten hebben wij de oplossing van de coalitie voor het probleem van de tanks kunnen lezen. In totaal gaat het om 40 mln. van de 1 mld. aan bezuinigingen. Ik zie daar echter geen tanks tussen staan. We hebben gelezen over de Cougars, over de marechaussee en over de patrouilleschepen. Betekent dit dat de coalitiepartijen zijn gekomen tot weliswaar een verlaging van het aantal tanks, maar niettemin behoud van een deel van de capaciteit?
De heer Knops (CDA): Niet alles wat in de krant staat, hoeft volledig te zijn. Na afloop van dit debat zal duidelijk zijn hoe de coalitie en in ieder geval onze partij over een aantal van deze onderwerpen denkt. Het is dus terecht dat de heer Voordewind deze interruptie plaatst.

Over de tanks hebben wij in de hoorzitting gezegd dat wij de redenering van de minister begrijpen over het wegsnijden van een heel systeem en het inboeken van de grootste opbrengsten. Tegelijkertijd kan in tal van wereldwijde conflicten, zoals op het Afrikaanse continent, het tankwapen op zichzelf nog steeds effectief zijn. Dat Nederland de tank de afgelopen jaren niet heeft ingezet, is geen volledige legitimatie voor het verdwijnen van het tankwapen. Dat heeft ook politieke redenen. De heer Ten Broeke duidde daar ook al op. Als moet worden besloten om de tank af te stoten, is het op zijn minst van belang, ook voor het optreden van infanterie-eenheden, om te weten hoe je met tanks opereert. Wij zijn voor internationale samenwerking en willen dus niet koste wat kost vasthouden aan de tank. We willen graag van de minister horen hoe hij de functionaliteit op de ene of de andere manier borgt. Het voorstel van de heer Voordewind is heel interessant. Ik hoor dadelijk wel van hem wat hij precies wil. Het feit dat het niet in de krant staat, wil echter nog niet zeggen dat er geen beweging in zit.


De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik hoor van de heer Knops nu nog niet of het voorstel mag rekenen op steun van de coalitiepartijen en de PVV. Dat hoor ik straks graag. Ik stel vast dat de CDA-fractie bereid is om te bekijken of een deel -- vier eenheden, dus zestien tanks -- eventueel beschikbaar zouden kunnen blijven voor het defensieapparaat. Daar ben ik blij mee. We zullen afwachten wat de reactie van de minister is. Afhankelijk daarvan dienen wij in tweede termijn wel of geen motie in. Mogelijk kunnen we daarbij gezamenlijk optrekken.
De heer Knops (CDA): De heer Voordewind zegt nu dingen die ik niet gezegd heb. Ik roep hem nogmaals op goed te luisteren. Ik luister in ieder geval naar zijn voorstellen. Ik heb het niet over vier tanks gehad. Ik heb het gehad over het vraagstuk van het borgen van kennis en ervaring rond tanks. Ik zou ze het liefst niet afstoten, maar als je zo veel bezuinigingen voorstelt en daar een handtekening onder zet, dan moet je keuzes maken. Ik vind dat een vraag die op het niveau van de minister beantwoord moet worden. Ik hoor dat straks graag van hem.
De heer Van der Staaij (SGP): Ik denk dat rond de keuze inzake de tanks ook meespeelt of je vindt dat er in de toekomst meer budget naar de krijgsmacht moet of dat het op dit niveau moet blijven. Welk langetermijnperspectief heeft de CDA-fractie voor ogen?
De heer Knops (CDA): Ik gaf al aan dat de reden voor deze bezuiniging volstrekt financieel van aard is, niet geopolitiek. De heer El Fassed en mevrouw Hachchi hebben dat goed gehoord. We moeten dus blijven nadenken over de vraag hoe het in de toekomst moet. Ik ben het met de heer Ten Broeke eens dat we door diep te snijden ook positieve dingen kunnen bereiken. Laten we eerlijk zijn: we hebben ons wel eens verbaasd over de grote mate van bureaucratie. Er zijn goede missies gedraaid, maar de verhouding tussen mensen in het veld en in de staven is scheefgegroeid. Deze bezuiniging maakt de noodzaak heel groot om dat aan te pakken. Hier kan men niet meer omheen.

Tegelijkertijd komen we als land binnen de NAVO op een niveau waardoor we feitelijk niet meer aan onze verplichtingen kunnen voldoen. Aan de eis van 2% van het bnp voldoen we niet meer. Die 2% is voor mij niet heilig, maar het geeft wel aan dat je een deel van de overheidsuitgaven voor collectieve veiligheid inzet. Wat mij betreft zouden we op de lange termijn geen genoegen moeten nemen met een budget zoals we nu hebben. We zouden in de toekomst duidelijk moeten investeren. Ik zeg er echter wel bij dat dit afhangt van de snelheid waarmee we erin slagen de financiën op orde te krijgen, van hoe de financiële wereldorde eruitziet en van hoe de politieke verhoudingen zijn. De heer Ten Broeke zei zojuist dat hij samen met u 38 zetels heeft, maar dat is niet voldoende. Wij willen geen heel grote aanslag op Defensie doen, maar we hebben al voor aanvang van de verkiezingen een bezuiniging ingeboekt. Ook in onze partij is een permanente discussie gaande over de vraag wat je over moet hebben voor Defensie en voor internationaal beleid. Het gaat natuurlijk niet alleen om Defensie, maar ook om ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken.


De heer Van der Staaij (SGP): In feite zegt de heer Knops dat hij zich zorgen maakt over het budget voor de langere termijn. Volgens hem is het te laag en moet er geld bij in de toekomst. Daarnaast zijn er volgens hem geen technische of veiligheidspolitieke argumenten om tanks af te schaffen. Is het dan niet wijs om er juist voor te kiezen alles of alles te zetten en zo'n compleet wapensysteem niet helemaal af te schaffen?
De heer Knops (CDA): Dezelfde discussie speelt in feite rond de pgb's en het passend onderwijs; dat is ook allemaal financieel gedreven. Hetzelfde geldt voor Defensie. Op een slimme manier kun je misschien toch die no-regretvariant uitwerken door afscheid te nemen van een systeem, maar niet van de kennis. Ik realiseer me dat dit gevaarlijk is, want als je geen systeem meer hebt, moet je wel goede waarborgen stellen. De variant van de heer Voordewind lijkt daarom aantrekkelijk, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Uiteindelijk gaat het niet alleen om het neerleggen van een mooi wensenlijstje door de mensen hier achter deze tafels, maar ook om het dekken van de keuzes. Wij gaan een aantal keuzes maken, maar die zijn niet ongelimiteerd.

Ook bij de marine vinden gevoelige ingrepen plaats. Het regeerakkoord ziet terecht een taak voor Defensie weggelegd bij het bestrijden van illegale immigratie, drugshandel en piraterij. Toch worden twee fonkelnieuwe patrouilleschepen die daarvoor bij uitstek geschikt zijn, in de uitverkoop gedaan nog voordat ze te water zijn gelaten. Deze schepen zijn er gekomen op aandringen van de Kamer door een motie van mijn voorganger. De CDA-fractie sluit zich op dit punt bij collega Ten Broeke aan: ook wij willen deze schepen van -- zoals ik het maar even met respect noem -- de Kortenhorstklasse behouden, temeer daar de Koninklijke Marechaussee een patrouilleschip moet inleveren dat ingezet kan worden voor grensbewaking. De voorziene terugval in de personele vulling bij de KMar staat bovendien op gespannen voet met de ambities in het regeerakkoord inzake nationale veiligheid.

De CDA-fractie heeft begrip voor de precaire financiële situatie waarbinnen de minister zijn keuzes moet maken. Toch worden er soms spijtbeslissingen genomen die niet meer kunnen worden teruggedraaid. Waarom wordt het voorbeeld van de Britten niet gevolgd? Zij deactiveren sommige eenheden, maar stoten ze niet af. Zodra de financiële situatie het toelaat kunnen zij weer gereactiveerd worden.
Een middel om de Defensiebegroting lucht te geven is de onbetaalde rekening van de missie in Uruzgan. De minister heeft aangegeven dat de Van Geel- en Bosgelden niet toereikend zijn gebleken voor de slijtageslag in Uruzgan. Deze conclusie wordt al getrokken terwijl de uitgaven nog lopen in dit begrotingsjaar. Met andere woorden, er komt een lijk uit de kast vallen, maar hoe groot is het? Wanneer kan de minister hier duidelijkheid over verschaffen?

Voor het CDA was de financiering van slijtage in Uruzgan een harde voorwaarde om in te kunnen stemmen met de verlenging. Wij hebben het voortouw genomen met de Van Geelgelden samen met toenmalige coalitiepartners PvdA en ChristenUnie. Dat werd ook breed gesteund in de Kamer. Nu deze gelden niet voldoende blijken, dreigt te gebeuren waar wij voortdurend voor hebben gewaarschuwd: de krijgsmacht moet zichzelf voor een deel opeten. Dat kan niet de bedoeling zijn. De CDA-fractie beschouwt dit als een rekening die toegerekend moet worden aan de operatie in Uruzgan en niet als een rekening die opgehoest moet worden vanuit de reguliere Defensiebegroting. Het betekent dat Defensie gecompenseerd moet worden en verruiming van de HAGIS-afspraken dringend noodzakelijk is. Is de minister bereid zich hiervoor in te zetten in het kabinet? Overigens heeft de Kamer hier niet voor niets een motie over aangenomen van oud-collega Boekestijn. Mevrouw Eijsink refereerde daar al aan.

Financiële ruimte zou er ook kunnen komen door besparing op het gebied van sourcen, infrastructuur en Europese samenwerking. De minister geeft aan dat de mogelijke opbrengsten daarvan niet zijn meegenomen in de maatregelen vanwege het onzekere karakter. De CDA-fractie ziet hier toch kansen. Sterker, waarom zou de druk hier niet maximaal kunnen worden opgevoerd om de baten ten goede te laten komen aan de operationele capaciteiten?

De infrastructuur. Een defensieorganisatie die met 12.000 functies wordt verkleind, heeft logischerwijs minder infrastructuur nodig. Ook al gaat de kost soms voor de baat uit en kan herbelegging van infrastructuur tijd kosten, het is ondenkbaar dat daar geen geld te halen valt. Sterker, er staat in 2011 voor een bedrag van circa 180 mln. in de boeken voor nieuwe infrastructuur en groot onderhoud. Is de minister bereid om een moratorium af te kondigen op nieuwe infrastructuurprojecten en op groot onderhoud aan bestaande infrastructuur totdat het strategisch vastgoedplan is vastgesteld en goedgekeurd door de Kamer, wat naar verwachting in september gaat gebeuren?

Om een voorbeeld te noemen, het tweedelijnsonderhoud gaat van Gilze-Rijen naar Woensdrecht, zoals mevrouw Eijsink eerder aangaf. Wij gaan 80 mln. investeren in Woensdrecht terwijl er zojuist voor 230 mln. in Gilze is geïnvesteerd. Dat zijn wel allemaal belastingcenten. Ik vraag de minister om in de uitwerking van die plannen nog eens heel goed te kijken of dat allemaal de slimste oplossingen zijn die wij kunnen bedenken. Wij zullen die hele zaak zeer kritisch bekijken. Dat zeg ik in ieder geval toe.

Op sourcing valt ook winst te behalen. De reden dat de Kamer aangedrongen heeft om zo veel mogelijk niet-kerntaken uit te besteden is de efficiencywinst die er te behalen valt. Uit onderzoek in maart vorig jaar bleek bijvoorbeeld dat alleen al op catering in tien jaar tijd een bedrag van ongeveer 36 mln. te besparen valt. Het bedrijfsleven staat te springen. De mogelijkheden zijn er, vooral op het gebied van onderhoud. De CDA-fractie roept de minister op hier snel mee aan de slag te gaan. Wanneer is het onderzoek naar mogelijkheden tot samenwerking met het bedrijfsleven afgerond? Pilots kunnen zo gestart worden. Uitbesteding of samenwerking met het bedrijfsleven kan leiden tot betere inzetbaarheid van materieel tegen lagere kosten.

Ook kan overwogen worden om een deel van de grote voorraden die Defensie zelf in beheer heeft, te verkopen. In plaats daarvan zou Defensie goede contracten met het bedrijfsleven kunnen sluiten over tijdige leverbaarheid van voorraden waaraan behoefte is. Dat is efficiënter dan alles zelf in huis te hebben. Dat geldt ook voor de spullen die Defensie voorlopig niet eens nodig heeft. Hoe kijkt de minister daartegenaan? Daarnaast kan werk gemaakt worden van inbesteden, het leveren van diensten van Defensie aan tweeden in de rijksoverheid en aan derden buiten die overheid. Zo kan kennis gekapitaliseerd worden.

De minister kan op het gebied van sourcing niet ambitieus genoeg zijn. De afgelopen jaren is er verdomd weinig op dit punt gebeurd. Er moet echt wat gaan gebeuren. Ik neem geen genoegen meer met halve maatregelen. Er moet nu doorgepakt worden.

De opbrengsten van het trimmen van de wildgroei aan toelagen zijn evenmin meegenomen in de plannen. Ook hier valt het nodige te winnen. De CDA-fractie heeft er begrip voor dat de minister, conservatief als hij is, behoedzaam begroot en een algemene risicovoorziening heeft opgenomen om tegenvallers op te kunnen vangen. Maar het gevaar bestaat wel dat die voorzichtigheid verkeerd uitpakt en dat tegenvallers in spoor 1 en 2 dadelijk worden afgedekt met mogelijke opbrengsten. Dat wil de CDA-fractie per se niet. De CdS heeft in het rondetafelgesprek, waar ik wel uit mag citeren aangezien dat openbaar was, beloofd als antwoord op een vraag uit mijn richting om deze citroen helemaal uit te persen. Dat heeft hij letterlijk zo gezegd. Kunnen wij ook de minister daaraan houden? Het lijkt mij een mooi gezicht om die twee heren zo te zien. Het is echter serieus bedoeld. De afgelopen jaren hebben immers duidelijk gemaakt hoe hardnekkig bureaucratie kan zijn.

Wij roepen de minister echt op om daar werk van te maken.

Een andere mogelijkheid om geld vrij te spelen is Europese defensiesamenwerking. Er is nu echt een momentum voor verbreding en verdieping daarvan. Onder druk van krimpende budgetten worden heilige huisjes hopelijk vloeibaar. In hoeverre vindt er vanuit de NAVO en de EU coördinatie plaats? Of beslissen de hoofdsteden op eigen houtje? Initiatieven van onderop, waar de minister nu al mee bezig is, lijken ons zeer kansrijk. Wij roepen de minister op om daarmee door te gaan, maar de tango dansen doe je met z'n tweeën. Voor bilaterale of multilaterale samenwerking is medewerking van andere landen nodig. De meest vergaande vorm, taakspecialisatie, is voorlopig een brug te ver, zo stelden ook diverse experts in de rondetafelgesprekken. De CDA-fractie pleit voor realisme. De mogelijkheden moeten worden gezocht waar zij het meest kansrijk zijn, zoals in het poolen van middelen en in het gezamenlijk onderhoud, samen met landen waarmee Nederland nu al goede relaties heeft. Er zijn enkele heel mooie voorbeelden: C-17, EATC enzovoorts. Laten wij ook maar eens inzetten op Belgisch-Nederlandse samenwerking, niet als voorbeeld voor de Belgische krijgsmacht, maar om een aantal stappen voorwaarts te zetten om kosten te besparen en niets aan effectiviteit in te boeten.

De minister valt hoe dan ook te prijzen voor zijn aanpak om fors te snijden in staven en bureaucratie. De "teeth to tail"-ratio moet beter. Het is een ambitieuze doelstelling, zeker als wij bedenken dat Nederland het op dat gebied verhoudingsgewijs juist goed doet en gedaan heeft in de afgelopen jaren. Uit onderzoek van McKinsey uit het voorjaar van 2010 bleek dat de Nederlandse krijgsmacht na Noorwegen en Koeweit -- mind you! -- als derde uit de bus kwam. Nu komen er nog eens bezuinigingen op de operationele eenheden bij. Defensiedeskundige Rob de Wijk, die bij de hoorzitting aanwezig was, zei in de rondetafelgesprekken waarschuwend dat de "teeth to tail"-ratio daardoor juist kan verslechteren: kleinere aantallen wapensystemen betekent namelijk kleinere tanden, terwijl de staart vrijwel even groot blijft. Deelt de minister deze zorgen? Zo ja, wat gaat hij eraan doen?

Hulde voor de minister dat hij de motie-Knops c.s. integraal overneemt en overgaat tot een reductie van de staven met 30%. Daarmee zijn wij er echter nog niet. Dat zou te simpel zijn. Het besturingsmodel van defensie kent zijn gebreken en was duidelijk aan herziening toe, ondanks de revolutie van Kamp. De crisis biedt in dit opzicht kansen. Een analyse van het tekortschieten van het besturingsmodel de afgelopen jaren ontbreekt echter volledig in de hele brief. Waarom? Er was sprake van te veel bestuurlijke drukte, versnipperde verantwoordelijkheden, een loodzware controletoren en een hoge rapportagedruk, om maar eens wat te noemen. DMO en CDC zijn een staat in een staat geworden. Er is te veel gecentraliseerd. Nu geeft de minister waardevolle aanzetten tot verbetering door het onderhoud weer onder te brengen bij de operationele commando's en de positie van de CdS te versterken. Het is echter onduidelijk of dat voldoende is. Er zijn ook centralistische tendensen waarneembaar in deze plannen. Een en ander is niet helemaal duidelijk: gaan wij nu decentraal opereren? Zeggen we "Je bent er van, dus je gaat erover" of gaan we alles weer centraal doen, zodat we over een aantal jaren weer die discussie en weer een revolutie krijgen? Laat ik heel eerlijk zijn: over het besturingsmodel heb ik mijn twijfels. Ik twijfel niet aan de minister -- ik heb vertrouwen in zijn goede bedoelingen -- maar ik twijfel eraan of wij hetgeen waarover wij al jaren spreken onder de knie krijgen. Mevrouw Eijsink ging heel ver terug in de tijd, toen wij hier allemaal nog niet zaten, maar toen speelde het al. Ik vraag mij af of je hier grip op krijgt, of het besturingsmodel dat de minister nu voor ogen staat echt de oplossing is voor een aantal van de problemen waar de hele defensieorganisatie last van heeft en die de mensen hinderen in de uitvoering.
Mevrouw



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina