Verslag van een notaoverleg



Dovnload 0.69 Mb.
Pagina7/20
Datum20.08.2016
Grootte0.69 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   20
Eijsink (PvdA): Ik ging in ieder geval een paar jaartjes in de tijd terug.

Ik kom even terug op het CDC, het Commando DienstenCentra en de DMO, de Defensie Materieel Organisatie. In 2005 is er een reorganisatie geweest; dat weet de heer Knops ook. Toen is alles centraler geworden. Toen leverde DMO duizend functies op omdat alles centraal werd geregeld. Toen leverde CDC duizend functies op omdat alles centraal moest worden geregeld. Nu gaan we weer terug naar OPCO's -- je gaat erover of niet -- en het moet weer duizend functies opleveren. Dat kan misschien.

De afgelopen jaren heb ik, volgens mij ook met de steun van de heer Knops, af en toe eens om inzage gevraagd: hoe zit het, hoe kan dit nu, welke analyse zit erachter? Iedere keer, bij iedere begrotingsbehandeling, kreeg ik te horen: het komt goed, het gaat goed en dat gezeur van Eijsink zijn wij wel een beetje zat; er werken immers geen 7000 mensen, want wij hebben nog agentschappen, ook nog eens duizenden. De Kamer heeft hierop al jaren geen grip, ondanks alle vragen die zij heeft gesteld, ondanks het verzoek aan de regering om een onderzoek, welke regering het ook was. Wij zijn controleurs, maar wij hebben geen enkele inzage gekregen en hebben er geen enkele grip op gehad in de afgelopen jaren. Hetzelfde geldt voor het besturingsmodel. Er is altijd gezegd dat het allemaal lekker loopt, maar ik geloof dat wij allemaal het idee hebben dat het ietsje anders kan en moet. Dat hoor ik de heer Knops nu ook zeggen. Daarover zijn wij het dus eens. De Kamer heeft om rapportages gevraagd, maar heeft deze gewoon niet gekregen, omdat Defensie weigerde. Mijn vraag is heel simpel: hoe krijgt de Kamer nu grip op haar controlerende taak?

Ik noem het weleens nulmetingen, maar daar heeft de minister niet zo veel mee. Maar hoe weten we of de huishouding over drie jaar wel op orde is? Is de bedrijfsvoering dan wel aangepakt? Laten we wel zijn, de parallelle processen lopen nog steeds.


De heer Knops (CDA): Ik zou bijna zeggen: hebt u een halfuur? Op het gevaar af dat ik een bedrijfsvoeringsgeneraal ga spelen die vertelt hoe het allemaal zou moeten, geef ik toch kort antwoord. Ik deel de zorgen van mevrouw Eijsink. Ik zie ook alle kansen van de huidige situatie. Er moet nu zo veel omgebogen worden dat het spek er echt af moet en we goed moeten bekijken hoe we het gaan doen. Als ik met mensen in de organisatie spreek, hoor ik steeds dat ze allemaal tegen hetzelfde feit aanlopen: er wordt hard gewerkt, maar tegen elkaar. Staven worden tegen elkaar afgezet. Daardoor is het misschien ook lastig om een antwoord te geven op een vraag van de Kamer.

Overigens denk ik niet dat er een betere regie ontstaat als wij meer vragen. Ik zou graag willen dat de minister in controle is. Als dat zo is, is het voor de Kamer makkelijk om daarop te controleren. We moeten het niet zoeken in nog meer rapportages vragen, want daarvoor is nog meer staf nodig. Voor elke vraag zijn mensen nodig die haar beantwoorden. Dat lijkt me dus niet de goede oplossing.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Rapportages zijn nooit een doel op zich, maar een middel. Ik heb vanochtend woorden als hervormingen, herijkingen en kansen horen noemen. Het is toch logisch dat daarachter een analyse zit? Het hoeft geen groots rapport te zijn, men kan het noemen zoals men wil, maar er moet een gedachte achter zitten. Die ben ik echter helemaal kwijt. Er is geen analyse van het CDC en DMO waarom het nu weer de andere kant op moet. Er is geen analyse van hetgeen de OPCO's in feite krijgen. Ik zeg eerlijk dat ik de operationeel commandanten eigenlijk helemaal niet benijd, want waarschijnlijk hebben zij geen volledig idee van wat naar hen toe komt. Ik denk niet dat men op de marinewerf weet wat er aan personeelsbestand en -beleid en alles wat daarachter zit, naar hen toe komt. Mijn vraag aan de heer Knops is, nogmaals: hebt u er, gezien alle parallelle processen die nu lopen en alle reorganisatieaspecten die nog niet zijn uitgewerkt, vertrouwen in dat het in 2014 op orde is?
De heer Knops (CDA): Laat ik het anders formuleren: ik denk wel dat dit de grootste bananenschil is die in het hele stuk te vinden is. Ik zou graag van de minister horen wat de grondslag is voor de visie om tot een nieuw bestuursmodel te komen. Het voorstel van de commissie-Franssen wordt weer niet uitgevoerd; dit is een afgeleide interpretatie daarvan. Ik hoor dat commandanten wel degelijk behoefte hebben om bepaalde activiteiten die bij DMO belegd waren, terug in de OPCO's te hebben. Daar zie ik wel het voordeel van, maar ik zie de spanning tussen het geven van meer regie en het bijkomende uitbesteden van de financiële verantwoordelijkheid. Hoe kan de operationele commandant zelf beslissen over de hem toegewezen budgetten? Laten we heel eerlijk zijn, in de huidige situatie zitten er enkele perverse prikkels in het bedrijfvoeringssysteem waardoor je het geld aan het einde van het jaar beter kunt opmaken dan dat je het besteedt aan de goede dingen. Hoe krijgen we hier verandering in? Ik zou daar van de minister graag een uitvoerige reactie op krijgen. Ik heb vertrouwen in de minister en vertrouw erop dat hij dit tot een goed einde brengt, maar de grootste uitdaging ligt in mijn ogen toch wel op dit punt.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik ben het op zich eens met wat de heer Knops zegt, maar wij als volksvertegenwoordigers moeten de zaak ook kunnen controleren. Reorganisatie, hervorming, hoe men het ook noemen wil, de Kamer heeft de afgelopen jaren onvoldoende grip gekregen op wat er gebeurde. In februari werd ons gemeld dat 85 mln. van de begroting over 2010 nog even naar 2011 moest worden geschoven. De Kamer heeft daar geen grip op; zij heeft er niets over te zeggen. Ik constateer dat de Kamer over veel zaken niet kan gaan. Hoe wil de heer Knops die zaken controleren?
De heer Knops (CDA): Er is toch een klein verschil tussen mij en mevrouw Eijsink. Ik heb namelijk niet de intentie om vanaf deze plek minister te spelen. Ik vind dat de minister verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering op zijn departement. Dat wij er in eerste instantie niet over gaan, vind ik volstrekt logisch. Dit is een zaak van de minister. Hij moet de doelstellingen realiseren.

Er is natuurlijk een ander probleem: de afgelopen jaren zaten er gewoon lekken in de bedrijfsvoering, zowel intern als extern. Voor de aanslagen van buitenaf op de begroting van Defensie hadden we de zogenaamde Bos- en Van Geel-gelden nodig. Juist op die interne lekken moet de minister in deze tijd grip krijgen om te voorkomen dat hij dadelijk verder moet gaan snijden in de operationele capaciteit, in spoor 3. Dat is het laatste wat we willen.

Daarom geven wij heel hard aan dat de taakstellingen op spoor 1 en spoor 2 gerealiseerd moeten worden. Worden ze niet gerealiseerd, wordt de numerus fixus niet gerealiseerd en wordt de bureaucratie niet aangepakt, dan zal dat onvermijdelijk leiden tot een nieuwe aanslag op spoor 3 en krijgen wij nog minder inzetbare krijgsmacht.

Het moge duidelijk zijn dat Defensie een enorme reorganisatie voor de boeg heeft. Dat brengt mij weer terug bij het personeel: de mensen om wie het draait en op wie de organisatie draait. Zij gaan onzekere tijden tegemoet. Een deel van het personeel waarvan de functie wordt opgeheven, kan elders in de organisatie ondergebracht worden. Maar een ander, niet onaanzienlijk deel zal de organisatie moeten verlaten. Goede communicatie en duidelijkheid, liefst zo snel mogelijk, zijn van groot belang, zeker nu goede en talentvolle mensen weglopen of dat kunnen doen. Het CDA roept de minister op om bij het ontslag van personeel het functioneren van medewerkers te betrekken, zodat kwaliteit zo veel mogelijk behouden blijft. Wij hebben er begrip voor dat bij de sporen 1 en 2 eerst complexe reorganisatietrajecten moeten worden doorlopen om de nieuwe organisatie vast te stellen. Deze zullen in 2012 nog niet volledig voltooid zijn. Bij de maatregelen in spoor 3 is echter meteen duidelijk welke functies direct betrokken zijn. Kan de minister aangeven hoe het traject er voor deze mensen uit komt te zien?

Het CDA roept de minister in elk geval op om te komen tot een fatsoenlijk nieuw sociaal beleidskader, wanneer het huidige eindigt in 2013. In totaal zullen zo'n 6000 medewerkers in aanmerking komen voor externe bemiddeling, zo verwacht de minister. Dat is een fors aantal. Het getuigt van goed werkgeverschap dat deze mensen worden begeleid naar een functie buiten Defensie. De afspraken die er nu al zijn met brancheorganisaties en bedrijven uit sectoren zoals beveiliging, politie, metaal, transport en logistiek en installatietechniek over de reguliere uitstroom, zullen worden aangepast om ook overtollig personeel te begeleiden van werk naar werk. Dat vinden wij een goede zaak. Maar klopt het dan dat het Bureau Externe Bemiddeling wordt geschrapt? Graag krijgen wij een reactie van de minister.

Wordt rijksbrede samenwerking opgezocht door aansluiting te zoeken bij de mobiliteitsorganisatie van het Rijk en, zo ja, welke voordelen zou dat bieden? Welke interdepartementale samenwerking is mogelijk? Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Van Dijk/Bruins Slot ter zake?

Het CDA ziet mogelijkheden in het onderwijs. Zo kampt het mbo bijvoorbeeld met een tekort aan instructeurs. Daarnaast kan Defensie aansluiting zoeken bij initiatieven uit diverse regio's. Brabantse gemeenten hebben de handen ineengeslagen samen met de werkgevers om te komen tot een oplossing voor de arbeidsproblematiek. Onze fractie juicht het toe dat regio's niet stil blijven zitten, maar in actie komen. Is de minister bereid hieraan medewerking te verlenen als hem dat gevraagd wordt of, nog beter, ongevraagd?

Op het punt van outsourcing van activiteiten aan het lokale bedrijfsleven liggen ook kansen. Uit het rapport van de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging blijkt dat Defensie zichzelf soms meer regels oplegt dan strikt nodig is. Herkent de minister zich hierin?

De minister wil de personeelsopbouw van Defensie reguleren door onder meer gebruik te maken van een numerus fixus. Het CDA steunt dit uitgangspunt, omdat het van belang is de scheefgroei in de personeelsopbouw tegen te gaan. De defensieorganisatie moet op langere termijn structureel betaalbaar zijn; daar gaat het om. Wel vinden wij het van belang dat de kwaliteit in de organisatie gewaarborgd wordt en behouden blijft. Het is goed dat de minister aangeeft dat kwaliteit en geschiktheid belangrijke criteria zijn voor toewijzing van een functie. Welke rol is hierbij weggelegd voor de commandanten? Hoe wil de minister garanderen dat voldoende flexibiliteit en mogelijkheden voor maatwerk behouden blijven?

Een zorgpunt voor het CDA betreft de bezuinigingen op de militaire sport, belangrijk voor de gereedstelling en voor de geoefendheid. Er wordt flink op bezuinigd. Is er een mogelijkheid om daar iets aan te doen, ook in het kader van de inzetgereedheid?

Ik heb in de Kamer heel vaak gesproken over de reservisten, maar ik heb het idee dat er niet echt geluisterd is. Op de lange termijn wordt er bezuinigd op reservisten, terwijl juist zij nu een heel belangrijke rol kunnen spelen bij het oplossen van problemen. Zij zijn goedkoop en flexibel en het zou iets kunnen zijn voor de nieuwe defensie van de toekomst. Graag krijg ik een uitgebreide reactie op dit punt. Wat er nu ligt, is moeilijk te rijmen met eerdere toezeggingen van de ambtsvoorgangers van de minister. En volgens mij kost het helemaal niet zo veel geld.

Dat brengt mij bij het slot van mijn betoog. De bezuinigingen bij Defensie zijn ingrijpend. Er zal de komende jaren opnieuw een groot beroep op het personeel worden gedaan, want ook tijdens de verbouwing blijft de organisatie draaien, om ingezet te worden voor meer veiligheid, of het nu mariniers betreft tegen piraterij, politietrainers in Kunduz, F-16-vliegers boven Libië of marechaussees die illegalen het land moeten uitzetten. De betrokkenheid, inzet en loyaliteit die militairen keer op keer tonen, is bewonderenswaardig. Maar de IGK constateert niet zonder reden dat het gevoel van trots dat veel militairen hadden tijdens de grootschalige inzet van onze krijgsmacht in de afgelopen jaren, is verdwenen en dat de omvangrijke structurele inkrimping van het budget heeft geleid tot grote zorgen bij het personeel en ook tot veel frustratie.



Het is heel pijnlijk om te zeggen dat het vertrouwen in Defensie als werknemer is afgenomen. Ik begrijp die emoties. Wij als politici zijn op z'n minst medeverantwoordelijk voor de situatie waarin Defensie nu verkeert, maar ik heb naar beste vermogen geprobeerd om die emoties een plek te geven in mijn inbreng. Defensie is een prachtige organisatie om voor te werken; dat zal ook na deze bezuinigingen zo zijn. Om in wielertermen te spreken: nu is een afdaling nodig; daarna kan het weer bergopwaarts. De pijn is er nu, maar het toekomstperspectief evenzeer, zodat alle militairen weer net zo trots op hun organisatie kunnen zijn als de Nederlandse samenleving dat op hen is en altijd geweest is. Daar zet het CDA zich voor in.
Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik heb een vraag over de investeringsquote. De afgelopen jaren hebben wij diverse keren meegemaakt dat die in feite gebruikt werd voor het opvangen van tegenvallers. We hadden vorig jaar maart de verplichtingenpauze, zoals dat zo mooi heette. Er moest geld gezocht worden en er werd volgens mij 35 mln. uit de investeringsquote gehaald. Dat was niet de eerste keer. U sprak daar zojuist over. De investeringsquote is weer omlaag gegaan. Daarbij komt mijn punt waarover ik eerder een gesprekje met u had, weer om de hoek kijken, namelijk de controle door de Kamer. Er kan nu heel makkelijk geschoven worden. Dat heeft te maken met de exploitatie van personeel en materieel. Hoe kunnen wij dit als Kamer voorkomen ten behoeve van -- daarvoor zetten u en de PvdA zich in -- de operationele inzetbaarheid en beschikbaarheid en hoe kunnen wij daar zicht op houden? Ik neem aan dat u het met mij eens bent dat de Kamer daar de afgelopen jaren volstrekt geen grip op had. Dan verwijs ik weer even naar die 85 mln. die ineens uit de hoek kwam.
De heer Knops (CDA): Het klopt dat er de afgelopen jaren is geschoven tussen verschillende posten. Dat gebeurde overigens vaak met medeweten van de Kamer. Vaak diende de Kamer amendementen in die voorzagen in een bepaalde dekking die voortkwam uit onderuitputting op diverse posten. Het is echter waar dat de investeringsquote daalt. De minister geeft aan dat hij probeert om die uiteindelijk wat hoger te krijgen. Ik zal eerlijk zeggen dat die investeringsquote op de korte termijn voor mij geen doel op zich is. Als wij nu kunstmatig proberen om de investeringsquote naar 20% te brengen -- dat percentage werd ooit gehanteerd -- betalen wij de rekening onmiddellijk in spoor 3, in de operationele capaciteit. Dan moeten wij nog dieper snijden. Ik kan, gelet op deze omstandigheden, dus billijken dat de investeringsquote de komende jaren niet op het niveau zit waarop die eigenlijk zou moeten zitten. Veel relevanter is dat je op de langere termijn een evenwichtsituatie krijgt waarbij je als onderdeel van de exploitatie een bepaald percentage aan investeringen doet om uiteindelijk weer een defensieorganisatie te hebben met "state of the art"-materieel. Ik kan echter billijken dat dit op dit moment niet gebeurt. Ik zou er ook tegen zijn als op dit moment alle pogingen worden gedaan om op die 20% te gaan zitten.

Over de controle hadden we het zojuist al. Het gaat erom dat deze minister in control blijft of -- dat is afhankelijk van de appreciatie -- komt, maar het moet snel duidelijk worden dat er gestuurd kan worden, ook vanuit de top van Defensie. Het creëren van die evenwichtsituatie betekent ook dat je, hoe pijnlijk dat ook is, iets moet doen aan de scheefgroei op het punt van het personeel. Alles wat je van deze plannen niet doet, heeft immers onmiddellijk ongewenste repercussies voor de operationele capaciteit. We hebben altijd gezegd dat wij die op peil willen houden. Ik roep de minister er dus toe op om zo snel mogelijk de door hem voorgestelde maatregelen te nemen om uiteindelijk die evenwichtsituatie te bereiken, zodat het door u geschetste risico wordt voorkomen, namelijk dat er continu bijgepast moet worden om gaten te dichten. Het is inderdaad waar dat dit de afgelopen jaren een aantal keren is gebeurd.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Even een reactie op uw opmerking over de tegenvallers. De Kamer is akkoord gegaan op een moment waarop er duizenden vacatures waren en wij personele middelen over hadden; dat spreekt ook voor zich. Toen heeft de Kamer gezegd dat Defensie het voor personeel begrote bedrag mag houden en mag inzetten voor materieel. Dat is een aantal jaren gebeurd, maar ik verwijs juist naar een aantal dingen die de afgelopen jaren zonder medeweten van de Kamer zijn gedaan en waarvan de Kamer volstrekt niet op de hoogte was. U zegt dat de minister in control moet komen. Dat klinkt natuurlijk mooi. Ik luister straks naar de eerste termijn van de Kamer en dan komen wij hier waarschijnlijk nog op terug.
De heer Knops (CDA): Misschien mag ik hier nog een puntje aan toevoegen. Defensie is vanaf 1993 geconfronteerd met een gigantische afname van het personeelsbestand, reorganisaties en andere taakstellingen. Dat is met geen enkele andere organisatie en geen enkel ander beleidsveld in heel Nederland in die mate gebeurd. Ik kan mij uit de afgelopen jaren ook geen moment herinneren waarop Defensie zich in een stabiele situatie bevond en ergens aan kon werken. Er werd dus continu verbouwd. Dat is geen excuus, maar wel een verzachtende omstandigheid voor het niet in control zijn, waar de afgelopen jaren bij Defensie sprake van was.

Daarbij moeten wij ook naar onszelf kijken. Wij en onze voorgangers hebben er allemaal een rol in gespeeld, of wij willen of niet.


Mevrouw Eijsink (PvdA): Het is geen excuus. Ook de zorg en het onderwijs verkeren in moeilijke omstandigheden. Ik heb ook naar de rol van het parlement verwezen en ik vind dat de Kamer in control moet zijn. De minister moet met meetbare doelstellingen komen, zodat de Kamer goed kan controleren.
De voorzitter: Ik moet u voor 14.30 uur in het bedrijfsrestaurant afleveren. Anders krijgt u niets meer te eten. Ik schat in dat wij dat niet halen en daarom lijkt het mij beter om nu een halfuurtje te schorsen en daarna de eerste termijn af te maken. Anders doen wij de kleine(re) fracties tekort.
De vergadering wordt van 13.40 uur tot 14.10 uur geschorst.
*N
Mevrouw Hachchi (D66): Voorzitter. Defensie staat voor de meest ingrijpende operatie die haar in de 21ste eeuw is opgedragen. De megabezuiniging van 1 mld. is ingeslagen als een bom. 12.000 functies gaan verloren, eenheden verdwijnen, materiaal verdwijnt, locaties verdwijnen en personeel verkeert in constante onzekerheid. D66 zal zich constructief opstellen bij deze transformatie van de krijgsmacht. Wij vinden het van groot belang dat Nederland een sterke krijgsmacht heeft en dat de onrust die momenteel bij Defensie heerst tot een minimum beperkt wordt. Mijn fractie wil eerlijkheid voor Defensie. Mijn fractie wil een heldere visie op de Nederlandse krijgsmacht in de 21ste eeuw, met de daarbij behorende middelen. Wat ons betreft ontbreekt het daar nu aan. Dat is ons fundamentele probleem met de opstelling van het kabinet als het om Defensie gaat. Het verhaal en de maatregelen sluiten niet op elkaar aan. Het verhaal dat wordt verteld aan de krijgsmacht en de rest van Nederland klopt niet.

De regering wordt gevormd door twee partijen die uitgesproken tegenstander zijn van bezuinigingen op Defensie. De minister was in 2007 voorzitter van een CDA-commissie die onderzoek deed naar Defensie en hij concludeerde toen dat de defensiebegroting moest groeien met ongeveer 5 mld. Jazeker, groeien met 5 mld. In het CDA-programma werd met grote tegenzin akkoord gegaan met een bezuiniging van 500 mln. De VVD wilde helemaal niet bezuinigen. In de verkiezingscampagne werden partijen die meer wilden bezuinigen gehekeld door VVD en CDA, maar in het regeerakkoord kiest het kabinet voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht met het daarbij behorende ambitieniveau. Beloften, beloften en nog meer beloften, die echter niet werden waargemaakt.

Wij krijgen nu het verhaal dat het zware tijden zijn en dat ook Defensie niet ontkomt aan bezuinigingen. Dit is echter een vertekend beeld van de werkelijkheid. De VVD bezuinigde in haar tegenbegroting meer dan het kabinet nu doet, zonder op Defensie te bezuinigen. Het probleem is dat dit kabinet met de PVV geen structurele hervormingen op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt en in de zorg durft door te voeren. Het is voornamelijk animal cops, roken in cafés en 130 km/u op de snelwegen. Structurele hervormingen? Nu even niet! Dat is de belangrijkste reden om Defensie nu disproportioneel te korten.

Daarnaast moet de minister een tekort van enkele honderden miljoenen euro's, dat in de afgelopen tien jaar is opgebouwd, opruimen. Wie waren in de afgelopen tien jaar verantwoordelijk voor Defensie? Dat waren bijna alleen maar CDA'ers en VVD'ers. Hardop vraag ik mij af of die niets van dat tekort wisten. Ik noem dit omdat ik hoop dat de twee partijen voortaan bescheidener de debatten over Defensie ingaan en zichzelf wat minder hard op de borst slaan als grootste verdedigers van het belang van Defensie. Er hadden heel wat minder mensen op straat gestaan als dit kabinet de noodzakelijke grote hervorming had aangedurfd. Defensie had meer duidelijkheid gekregen als wij eerst, zoals mijn fractie wilde, een uitgebreid debat gevoerd hadden over de strategische verkenningen en een antwoord hadden kunnen geven op de vraag waar wij heen willen met de Nederlandse krijgsmacht. Het kabinet-Rutte/Verhagen koos echter voor de makkelijke, maar wel onrealistische route: meer dan 600 mln. bezuinigen, maar toch een veelzijdig inzetbare krijgsmacht behouden.

Dat brengt mij bij mijn eerste vraag aan de minister. Bij zijn aantreden in oktober zei hij over de bezuinigingen, die op dat moment 650 mln. bedroegen: Ik ga proberen de politiek en de samenleving te overtuigen dat het moet stoppen; het is niet in het belang van de Nederlandse samenleving en in het belang van de Nederlandse militairen. Afgelopen april kwam vast te staan dat het bezuinigingsbedrag zou oplopen tot 1 mld. In een gesneuvelde zin in een brief en in een filmpje voor het personeel waarschuwde de minister dat Nederland voor zijn veiligheid onderverzekerd dreigde te raken. Ik heb daar direct een mondelinge vraag over gesteld. In de beantwoording van die vraag zei de minister: Ik heb aan de ene kant te maken met de economische crisis en de financiële situatie van Nederland -- die is heel ernstig en alle begrotingshoofdstukken delen erin -- en aan de andere kant heb ik te maken met het belang van een goede landsverdediging; wij hebben in de besluitvorming het evenwicht gevonden, ik waarschuw voor een vervolg. Met andere woorden, extra bezuinigingen zijn een risico voor onze landsverdediging. Mijn vraag is simpel. Garandeert de minister dat er geen extra bezuinigingen zullen plaatsvinden? Komt onze landsverdediging bij extra bezuinigingen in gevaar? Welke conclusies trekt de minister voor zichzelf als de extra korting er wel komt?

De minister heeft de deur open laten staan voor meer bezuinigingen. Dat valt echter niet te rijmen met eerdere uitspraken. Hij heeft meermalen de suggestie gewekt dat hij een extra korting niet voor zijn rekening kan nemen. Wat gaat hij doen in geval van een extra korting? Staat hij vierkant achter en voor zijn ministerie als hij zegt dat de bodem bereikt is, of zijn dit woorden voor de bühne?


De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. De D66-fractie wil graag garanties van deze minister dat er niet wordt bezuinigd boven het miljard dat er nu staat. Dat klinkt de ChristenUnie als muziek in de oren. Maar wij hebben daarover nog geen twee weken geleden een motie ingediend en toen stemde de D66-fractie daartegen. Betekent dit dat deze haar mening gaat herzien en ervoor gaat staan dat er niet meer dan dit miljard zal worden bezuinigd?
Mevrouw Hachchi (D66): De heer Voordewind moet wel goed luisteren naar mijn verhaal. Daarin geef ik namelijk duidelijk aan dat deze minister eigenlijk twee verhalen ophangt: aan de ene kant dat de grens is bereikt en aan de andere kant dat de deur openstaat voor extra bezuinigingen. Ik wil daar duidelijkheid over. Dit staat totaal los van de motie waarover de heer Voordewind het heeft.
De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   20


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina