Verslag van een notaoverleg



Dovnload 168.86 Kb.
Pagina1/6
Datum24.08.2016
Grootte168.86 Kb.
  1   2   3   4   5   6


VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG

De vaste commissies voor Buitenlandse Zaken en voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie hebben op 2 juli 2012 overleg gevoerd met minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken, minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu over de grondstoffennotitie.


Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Albayrak
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Van der Ham
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Van Toor


**
Voorzitter: Albayrak
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Irrgang, De Roon, Van der Werf, Ten Broeke, De Lange, Van Veldhoven, Peters en Albayrak,
en de heer Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken, de heer Verhagen, minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de heer Knapen, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de heer Atsma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

**
Aan de orde is de behandeling van



- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 15 juli 2011 inzake de Grondstoffennotitie (32852, nr. 1);

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 12 januari 2012 inzake lijst van vragen en antwoorden over de grondstoffennotitie (32852, nr. 2);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 23 maart 2012 inzake de aanbieding haalbaarheidsonderzoek samenwerking Nederland-Japan inzake zeldzame aardmetalen (Toezegging bij vraag nummer 168 van Kamerstuk 32852, nr. 2) (32852, nr. 3);

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 1 juni 2012 inzake de briefwisseling verdrag inzake de bijeenkomst "Realising Green Growth: Business & Industry Consultation with Government and Civil Society", te Den Haag op 11 en 12 april 2012 (Trb. 2012, 68) (30952, nr. 76).
De voorzitter: Hiermee open ik dit langverwachte overleg over de grondstoffennotitie met maar liefst vier bewindslieden aan tafel, namelijk de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van EL&I, de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Zij zullen antwoorden in de volgorde waarin zij zijn gaan zitten. Voor de eerste termijn van de Kamer stel ik een spreektijd voor van vijf minuten per fractie. De interrupties zal ik in de gaten houden. Wij hebben drie uur de tijd maar met vier bewindspersonen moeten wij ons beperken. Dus gaat u vooral niet al te veel het debat met elkaar aan zodat u tijd overhoudt voor het debat met de bewindslieden.

**
De heer De Lange (PvdA): Voorzitter. Dit weekend kwam een rapport uit van KPMG, met als samenvatting van de titel: "Raw material scarcity is becoming a concern for business". Westerse bedrijven kunnen er niet meer zeker van zijn dat zij altijd aan grondstoffen zullen komen voor een acceptabele prijs. Naast de uitputting van sommige grondstoffen hebben klimaatverandering, politieke instabiliteit, een tekort aan schoon drinkwater en geopolitiek gebruik van grondstoffen, het zogenaamde "resource nationalism" -- met als voorbeeld China, dat de uitvoer van zeldzame aardmetalen naar Japan blokkeert -- allemaal een negatief effect op de grondstoffenvoorzieningszekerheid.

72% van de bedrijven, geïnterviewd door KPMG, verwacht dat grondstoffenschaarste een significante impact zal hebben op hun bedrijf. Het zal de groei dempen en mogelijk zelfs businessmodellen onder druk zetten. Dan verbaast het zeer dat slechts 10% van de bedrijven die KPMG heeft onderzocht een integrale langetermijnstrategie aan het ontwikkelen is om zich voor te bereiden op de wereld van schaarste die eraan gaat komen.

Wij zijn met steeds meer mensen, steeds meer rijke mensen ook, op een kleine planeet. De mondiale vraag naar grondstoffen neemt daardoor toe. Maar onze planeet kent fysieke, natuurkundige grenzen. Onze wereld wordt in rap tempo, om Thomas Friedman aan te halen, "hot, flat and crowded".

Wat doet het ministerie van EL&I om het Nederlandse bedrijfsleven voor te bereiden op deze nieuwe wereld van schaarste? The Economist opende een aantal maanden geleden met de kop: "The rise of state capitalism". In dat artikel werden met name Chinese staatsbedrijven genoemd. De grote vraag is dan natuurlijk of de opkomende economieën zich aan de spelregels voor de wereldeconomie willen houden zoals wij die graag zien: een level playing field, open markten, maatschappelijk verantwoord ondernemen en alleen producenten beschermen wanneer het "infant industry"-argument van toepassing is. Of zij zich daaraan willen houden is natuurlijk maar de vraag. Op de korte termijn lijkt het erop dat deze opkomende economische grootmachten zich niet voetstoots willen neerleggen bij het westerse model, bij de door het Westen geschreven regels.

Op de lange termijn moeten we ervan uitgaan dat ook zij zullen inzien dat deze regels eveneens in hun belang zijn, dat een race to the bottom ook niet in hun belang is, gezien de rechten van de mens en van werknemers, gezien de uitputting van de aarde en de vernietiging van het milieu. Daarom zullen westerse bedrijven first movers moeten durven zijn en blijven, ook waar het gaat om internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat is een langetermijnstrategie die zich zal terugbetalen.

Veel grondstoffen bevinden zich in ontwikkelingslanden. Ik ben ervan overtuigd dat de beste strategie voor grondstoffenvoorzieningszekerheid voor westerse bedrijven eruit bestaat dat we inzetten op stabiliteit en economische ontwikkeling van deze landen en dat wij steun geven aan bijvoorbeeld duurzame mijnbouw. De rijkdom onder de grond in die landen moet worden omgezet in de ontwikkeling van de hele bevolking boven de grond, niet in het in stand houden van gecorrumpeerde regimes.

Nederland en Europa kunnen aan deze positieve ontwikkeling een bijdrage leveren door het afsluiten van strategische deals. Wij dragen bij aan de economische ontwikkeling en stabiliteit in ruil voor de toegang tot grondstoffen. Graag een reactie van de regering.

Ondernemingen die transparantie betrachten over hun activiteiten en zich houden aan internationaal geaccepteerde standaarden op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn ook het beste voor de lokale bevolking in ontwikkelingslanden. Westerse bedrijven lopen hierin voorop. Zij kunnen de concurrentie winnen met bijvoorbeeld Chinese bedrijven op duurzaamheid en bijdragen aan ontwikkeling. Dat moeten zij ook blijven doen, in het belang van de mensen in ontwikkelingslanden die bijvoorbeeld willen weten hoeveel geld hun regering ontvangt en in het belang van die westerse bedrijven zelf. Daarom pleit ik voor meer transparantie op financieel gebied, met betrekking tot de herkomst van grondstoffen en met betrekking tot de impact van de winning van grondstoffen op mens en milieu.

De PvdA maakt zich sterk voor een gedetailleerde, verplichte rapportage van alle betalingen aan overheden door bedrijven, actief in grondstoffenketens. Ik mis op dit gebied ambitie in de brief. Een verplichte rapportage op landen- en projectniveau zal immers leiden tot minder corruptie, betere maatschappelijke controle op de bestedingen van overheidsinkomsten uit grondstoffen en meer controle op belastingontwijking. Wat is nu de exacte inzet van de regering in Europees verband tijdens de voorbereiding van de update van de transparantierichtlijnen?

Het is van groot belang dat de consument inzicht heeft in de herkomst van grondstoffen. Komen zij uit conflictgebieden? Illegaal gewonnen grondstoffen zouden niet op de Europese markt mogen komen. Daarom zou er een verplichte en volledige transparantie moeten komen over de herkomst van grondstoffen en productieketens. Wat doet de regering om ervoor te zorgen dat het voor de consument simpel te zien is waar grondstoffen vandaan komen?

Grondstofwinning heeft vaak, zoals we allen weten, juist een grote impact op mens en milieu. Zaterdag jl. zijn door een dodelijke brand vijf kompels om het leven gekomen in een goudmijn in Zuid-Afrika. Wat doet de regering om ervoor te zorgen dat grondstoffenwinning in grondstofrijke ontwikkelingslanden geen of zo min mogelijk nadelige gevolgen heeft voor mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu? Deelt de regering de mening dat Nederland actief grondstoffenrijke landen zou moeten ondersteunen om goede wet- en regelgeving op te stellen en die ook na te leven? Ja, hoe doet de regering dit?

Ook in Europa kunnen stappen worden gezet. De PvdA pleit dan ook voor de verplichte rapportage door bedrijven omtrent de omgang met werknemers, milieu en mensenrechten. We denken hierbij aan het opnemen van uitgebreide MVO-criteria in Europese richtlijnen die de niet-financiële rapportageverplichting voor ondernemingen op de Europese markt regelen. Een verplichte duediligicenceprocedure zoals de herziene OESO-richtlijn voorschrijft, is een juiste stap in dit kader.

Zijn de hier aanwezige bewindslieden dat met ons eens? Wat doen zij hieraan in Nederland en Europa? Wanneer kunnen wij concrete resultaten op dit gebied verwachten?


De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter. Voor de productie van de eerste T-Ford, ruim 100 jaar geleden, waren nog maar vijf grondstoffen nodig. 100 jaar later spreken wij al over tussen de 40 en 60 grondstoffen voor een Ford Prius. Sommige mensen vinden deze auto duurzaam, de meeste mensen vinden hem in elk geval lelijk, maar voor de toekomst staat hij wel voor een auto die we aan de ene kant het label "duurzaam" geven maar die tegelijkertijd een buitengewoon groot aantal zeldzame aardmetalen nodig heeft.

Alleen al de VS gebruiken tegenwoordig 25% van de geïmporteerde zeldzame aardmetalen voor het gebruik van katalysators die onmisbaar zijn geworden in de huidige wereld. De race om grondstoffen is losgebarsten. Er is sprake van een politisering van de grondstoffenmarkt, de commodity market, en ook van een nationalisering. De wereld telt zo'n 40 failed states die helaas veel van die aardmetalen hebben. Juist in deze failed states zijn aardmetalen een bron van ellende.

De denktank HCSS, The Hague Centre for Strategic Studies, concludeerde dat de aanwezigheid van zeldzame aardmetalen de kans op conflict verdubbelt. Het is dan ook terecht dat we in het kader van Buitenlandse Zaken over grondstoffen spreken.

Natuurlijk spreken wij dan ook over China, want dat land is een grote speler, niet in de laatste plaats omdat China gemiddeld zeven keer zoveel grondstoffen gebruikt voor een product als Europa. Tevens wordt een aantal zeldzame aardmetalen overal in China gewonnen. Een voorbeeld van de wijze waarop grondstoffen een geopolitieke rol kunnen spelen zagen wij in 2010, toen een langlopend conflict tussen China en Japan over de Senkaku-eilanden leidde tot de gevangenneming van een Chinese visser door de Japanse kustwacht. China stopte vervolgens nog diezelfde week met de export van aardmetalen naar Japan, terwijl Japan op zijn beurt goed is voor 25% van de Chinese export.

Het is dan ook terecht dat Nederland probeert om een assertief grondstoffenbeleid vorm te geven. Dat is in ons directe economisch belang. De VVD heeft samen met het CDA om deze grondstoffennotitie gevraagd. Wij hebben er ook in het regeerakkoord iets over opgenomen en als ik het wel heb ook in de programma's van onze beide partijen. De regering heeft ondertussen een grondige analyse gemaakt, die wij al in juli vorig jaar ontvingen. De VVD wil van de hier aanwezige bewindslieden weten waar dit beleid nu toe gaat leiden. Want een analyse is mooi, maar wij willen ook graag concrete resultaten horen.

Wat ons betreft zijn er een aantal concrete uitgangspunten. Ik wil graag dat daar gemotiveerd op wordt ingegaan als het gaat om concreet beleid. Wat ons betreft dient vrijhandel het uitgangspunt te zijn en te blijven. Wat wij ook van belang vinden, is dat er volledige ondersteuning wordt geboden aan het Europese Raw Materials Initiative", dat vanuit Europa wordt geformuleerd rondom 41 ruwe grondstoffen. Verder vinden wij het van groot belang dat wij heel nauw optrekken met Duitsland, waarmee Nederland veel grondstoffen verhandelt. Ik weet niet hoe het staat met de voorbereiding van de Duitslandtop waarom CDA en VVD al eerder vroegen, maar dit zou een onderwerp kunnen zijn. Ten slotte wil ik dat de regering duidelijk maakt hoe er dan wordt ingezet op de zogenaamde drie r's. Ik ben nooit zo'n voorstander van dit soort jargon, maar dat gebruik ik dan voor één keer: reduce, ofwel het verminderen van het gebruik van grondstoffen, replace, ofwel het inzetten op andere grondstoffen die minder schaars zijn, en recycle.

Er worden in de notitie veel ambtelijke termen gebruikt. Wij willen verduurzamen, een actieve bijdrage leveren, faciliteren, stimuleren, initiatieven verbinden, allemaal Haags gebrabbel. Natuurlijk zijn er ook weer de nodige miljoenen aan subsidies die naar allerlei platforms gaan. Kunnen de bewindslieden hier nu eens heel helder en overtuigend neerleggen waarom het geld goed besteed wordt, wat het Nederland oplevert en wat concreet de beleidsinitiatieven zijn voor de toekomst?
Mevrouw Peters (GroenLinks): Mag ik de heer Ten Broeke vragen waarom hij er niet een vierde "r" aan toevoegt, namelijk die van report? Hoe kijkt de VVD-fractie aan tegen verschillende Europese, zelfregulerende en Amerikaanse initiatieven om de transparantie van bedrijven met betrekking tot de grondstofwinning te verhogen? Dan krijg je een beter inzicht hoe je de duurzaamheid van die productie kunt verbeteren.
De heer Ten Broeke (VVD): Omdat ik een ontzettend grote hekel heb aan een vijfde "r", namelijk die van regulation.
Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik vraag de heer Ten Broeke of hij het eens is met veel fracties in deze Kamer, die daarover al meerdere moties hebben aangenomen, dat het cruciaal is voor de verduurzaming van de grondstoffentoevoer om de transparantie van de grondstoffenketen ….
De voorzitter: Mevrouw Peeters, ik geloof niet dat de heer Ten Broeke de vraag niet begreep. Alleen bevalt zijn antwoord u niet. Mijnheer Ten Broeke, wilt u het nog een keer proberen?

**
De heer Ten Broeke (VVD): Ik hoop dat ik de vraag goed heb begrepen. Ik weet ook dat GroenLinks nagenoeg bij alles vraagt om meer transparantie en die ook altijd zelf laat zien, maar ik heb geen behoefte aan nog meer reporting. Ik vond het rapport dat ik heb ontvangen op verzoek van VVD en CDA, lang en breed genoeg, de analyse uitstekend en ik zit te wachten op een beetje daadkracht en beleid.


Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik vind het teleurstellend om te constateren dat de VVD …
De voorzitter: Mevrouw Peters, u hebt twee keer de VVD bevraagd. Ik ga nu naar de heer Irrgang.

**
Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik moet constateren dat de VN en de OESO er in ieder geval anders over denken dan de VVD.


De heer Irrgang (SP): Voorzitter. We constateren met het kabinet dat wij in een wereld leven waarin de strijd om grondstoffen lijkt te zijn losgebarsten. Wij hebben de notitie goed gelezen. Het kabinet lijkt nog iets te veel te willen vasthouden aan een kennelijk wenselijk beeld van een wereld met een open handelssysteem waarin grondstoffen voorradig zijn als je daar een bepaalde marktprijs voor betaalt.

De vraag aan het kabinet is of dat uitgangspunt, dat het bedrijfsleven primair aan zet is en dat de overheid waar nodig ondersteunt, niet meer en meer wordt ingehaald door de werkelijkheid, wat je er verder ook van vindt, maar dat dit nu eenmaal de wereld is waarin we leven. Graag krijg ik daarop een reactie.

Het kabinet lijkt daar eigenlijk al een beetje op voor te sorteren door een eerste aanzet te geven tot een soort grondstoffenbeleid vanuit Nederland, maar wijst tegelijk ook op Europees beleid. Hoe moet je daartussen dan eigenlijk de verhouding zien? Je zou je kunnen voorstellen dat er juist op het Europese niveau ook mogelijkheden liggen om op dit punt gezamenlijk iets te doen, bijvoorbeeld alleen met Duitsland, maar het zou ook breder kunnen. Dat is kennelijk tot nu toe niet gebeurd. Nationaal is er eigenlijk ook nog niets gebeurd, dus we liggen gewoon achter op een wereld die al veranderd is. Wat moet nu de verhouding zijn tussen het Europese en het Nederlandse niveau? Graag krijg ik ook daarop een reactie.

De positie van ontwikkelingslanden is in veel opzichten in het geding omdat een stroom aan inkomsten uit grondstoffen een enorme boost zou kunnen geven aan economische ontwikkeling. Het is in feite een overdracht van kapitaal aan landen die kapitaalarm zijn. Wat zou er mooier zijn dan dat kapitaal te gebruiken om dat land te ontwikkelen? In de praktijk zie je vaak het omgekeerde. De stroom van kapitaal leidt tot een soort vloek van grondstoffen, waardoor er juist geen ontwikkeling plaatsvindt omdat er dan een elite aan de macht komt die zichzelf kan verrijken en niet meer afhankelijk is van belastinginkomsten, terwijl exportindustrieën niet meer competitief zijn, waardoor ook de ontwikkeling niet van de grond komt. Er is veel over geschreven dat er toch mogelijkheden zijn om die inkomsten uit grondstoffen op een goede manier te gebruiken.

Een van de manieren om dat te doen is transparantie. In die zin vond ik de opmerkingen van de heer Ten Broeke toch wel een beetje laatdunkend, want als er nu één hoopvol wereldwijd initiatief is op dit moment, dan is dat wel het initiatief om voor meer transparantie te zorgen, zoals nota bene in de Verenigde Staten van Amerika, normaal gesproken een land dat de VVD-fractie weet te inspireren. Dat is inderdaad een vorm van regulering, gezonde regulering om tot een maatschappelijk hoger welvaartsniveau te komen. Daarbij worden bedrijven verplicht om te vertellen "publish what you pay", waardoor de elite in landen waar dat geld wordt misbruikt -- je hoeft maar te denken aan grote Afrikaanse olielanden -- toch meer met de billen bloot moeten om uit te leggen wat er met het geld gebeurt dat met miljarden tegelijk binnenkomt als inkomsten uit grondstoffen.

Hoe is de positie van Nederland nu er in EU-verband ook wordt gesproken over een vorm van transparantie? De berichten zijn dat Nederland in die zin toch een rol zou spelen die niet de meest progressieve is, zeg ik maar om mij voorzichtig uit te drukken. Graag krijg ik een reactie op de berichten van maart van dit jaar in de Volkskrant dat Nederland zich laat spannen voor het karretje van Shell om Europese plannen over financiële transparantie op het gebied van olie en mijnbouwprojecten af te zwakken. Wat is de Nederlandse positie als het gaat om die country-by-countryreporting, waarbij bedrijven moeten laten weten wat zij bijvoorbeeld in Nigeria aan de overheid betalen? Wat is de Nederlandse positie, niet alleen country by country, maar ook project by project? Is de Nederlandse regering bereid om in Europees verband te pleiten voor transparantie met dezelfde minimale vereisten als in het Amerikaans initiatief "publish what you pay"? Graag krijg ik daarop een reactie.

Tot slot een tweetal vragen over het nationale beleid dat Nederland zelf zou kunnen voeren. Wat voor mogelijkheden ziet de regering om sterkere samenwerking te zoeken, bijvoorbeeld met andere landen, als het gaat om voorraadvorming en het proactief voorraden aankopen? Dat gebeurt ook in andere Europese landen. Is de regering ook bereid om te kijken naar de zin of de onzin van een grondstoffenloket voor Nederlandse bedrijven, in plaats van alleen maar het belang van grondstoffen voor het Nederlandse bedrijfsleven te illustreren? Misschien moet er meer gebeuren dan alleen het onderstrepen van de toegang tot grondstoffen.
De heer De Roon (PVV): Voorzitter. In de eerste plaats wil ik mijn waardering uitspreken voor het feit dat dit zo belangrijke onderwerp met een nota van de kant van de regering op de agenda van de Kamer is gezet. Dat mag best vermeld worden. Daarnaast heeft ook de beantwoording van de uitvoerige vragenlijst van Kamer door de regering nog het een en ander verduidelijkt.

Dit notaoverleg draagt als titel grondstoffennotitie, maar die notitie zelf heeft een veel betere titel, namelijk: grondstoffenvoorzieningszekerheid. Dit is wat mijn fractie betreft het belangrijkste aspect van het hele verhaal. Wij zijn van een aantal heel belangrijke grondstoffen enorm afhankelijk. Die afhankelijkheid moet als het even kan worden verminderd.

Ik ben het graag met de regering eens dat daarbij een belangrijke rol is weggelegd voor het bedrijfsleven, dat die grondstoffen al dan niet in bewerkte vorm importeert, c.q. verwerkt. De schrik slaat je om het hart als je leest dat 80% van de door PricewaterhouseCoopers in 2011 bevraagde bedrijven in Nederland geen beleid had ten aanzien van grondstoffenschaarste. Dit terwijl volgens de FME, de metaalwerkgevers, vier van de vijf FME-bedrijven de afgelopen jaren toch serieuze leveringsproblemen hebben ondervonden met kritische materialen. Gelukkig begint de laatste tijd ook in die sector van het bedrijfsleven het besef door te dringen dat men toch iets meer moet doen. Dat is een bewustwordingsproces waarbij het ook duidelijk wordt dat men zich echt niet afhankelijk moet opstellen ten opzichte van de overheid als het gaat om de voorzieningszekerheid van grondstoffen maar dat men ook zelf actie moet ondernemen.

Het is waar dat het bedrijfsleven veel moet doen om hier een betere positie te krijgen, maar daarmee is de kous natuurlijk nog niet af. Niet voor niets is de minister van Buitenlandse Zaken de eerste ondertekenaar van deze regeringsnota over de grondstoffenvoorzieningszekerheid.

Meer dan 90% van de zeldzame grondstoffen wordt op dit moment geleverd door China, terwijl er toch ook in andere landen belangrijke voorraden van veel van die grondstoffen aanwezig zijn maar niet of weinig worden geëxploiteerd. Soepele milieuregels in China en subsidiëring door de Chinese overheid van het winningsproces van deze zeldzame grondstoffen zouden de belangrijkste redenen zijn waarom de productie ervan voor zo'n belangrijk deel naar China is verhuisd.

Deze afhankelijkheid van China moet worden verminderd. Ik vraag dan ook aan de regering of het noodzakelijk en mogelijk is om China bij de grondstoffenwinning te bewegen tot een beter milieugedrag. Graag een reactie.

Omdat deze nota van de regering alweer een jaar oud is, vraag ik de regering welke van de actiepunten die onder de drie agenda's -- aanbod, vraag en efficiënt en duurzaam gebruik -- zijn geschaard, al zijn gerealiseerd of bijna gerealiseerd. Zijn er ook actiepunten bij die inmiddels niet uitvoerbaar zijn gebleken en welke zijn dat? Dat is eigenlijk dezelfde vraag als de woordvoerder van de VVD stelde: wat is nu de concrete actie?

De regering legt een belangrijke rol bij de World Trade Organization (WTO) als het erom gaat iets te doen tegen de landen die slecht optreden op de grondstoffenmarkt, zoals China, Saudi-Arabië en India. De vraag is of de World Trade Organization daartegen wel is opgewassen. Graag een reactie van de regering.

Ik kan een heel verhaal houden over wat voor procedures er allemaal zijn gevoerd in de afgelopen jaren en tot hoe weinig zij hebben geleid via de WTO. Dat ga ik allemaal niet doen, want ik neem aan dat dit bekend is en het zou veel tijd kosten, maar het is duidelijk waar ik naar vraag. Is de WTO daartegen nu inderdaad opgewassen? Hoe ziet de regering de daadkracht van de WTO? Denkt de regering dat de WTO daadwerkelijk kan voorzien in het creëren van een eerlijke en vrije markt en een stabiele aanvoer van grondstoffen?

Ter afronding stel ik een aantal concrete vragen. Is de regering het met mij eens dat de 100 mln. die Nederland het afgelopen decennium heeft gespendeerd aan het verbeteren van de rechtszekerheid en de toegang tot land voor bedrijven en boeren in ontwikkelingslanden geen concrete resultaten van enig formaat heeft geboden bij het tegengaan van "land grabbing" door roofstaten of roofondernemingen? Ziet de regering ook een mogelijkheid voor zichzelf om research en development te stimuleren die erop zijn gericht onze afhankelijkheid van zeldzame grondstoffen te verminderen? Ik verwijs maar even naar de berichtgeving dat er enorme voorraden zeldzame aardmetalen in de oceaan zouden zijn ontdekt waar wij nu nog niet bij kunnen maar in de toekomst misschien wel.

De speciale vertegenwoordiger natuurlijke hulpbronnen van de regering is eind april uit Duitsland teruggekeerd met een opgewekt verhaal over samenwerking met Duitsland. Heeft dit inmiddels een vervolg gekregen en zo ja, wat houdt dat dan in? Duitsland heeft inmiddels partnerschappen met Mongolië en Kazachstan getekend en een grondstoffenagentschap opgericht. Hoe beoordeelt de Nederlandse regering dergelijke stappen? Is dit een voorbeeld voor Nederland? Kan Nederland misschien bij de Duitse initiatieven aanhaken?

De Europese Unie heeft sinds een jaar een vrijhandelsverdrag met Korea. Heeft dit iets opgeleverd voor de aanvoer van zeldzame grondstoffen uit Korea naar Europa, in het bijzonder naar Nederland? Zo niet, hoe kan worden bevorderd dat die aanvoer verbetert?

Recent maakte een nieuwe onderneming, genaamd Planetary Resources, bekend dat het zeldzame en kostbare metalen wil gaan winnen in de ruimte, in het bijzonder op asteroïden. Ik moet u zeggen dat ik een glimlach toch niet kon onderdrukken toen ik dat allemaal las, maar van de andere kant dacht ik toen weer: Columbus werd ook hartelijk uitgelachen toen hij zei dat je in westelijke richting moest gaan varen om snel bij zeldzame en dure grondstoffen te komen en later had hij toch in zekere zin gelijk. Dus ik vraag de regering om een reactie op dit initiatief. Hoe kijkt zij daar tegenaan?
Mevrouw




  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina