Verslag van een notaoverleg



Dovnload 21.54 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte21.54 Kb.

VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG


De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 14 november 2005 overleg gevoerd met staatssecretaris Ross-van Dorp van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over sportbeleid.
Aanwezig zijn 5 leden der Kamer, te weten:

Atsma, Van der Sande, Timmer, Varela en Verbeet,

en mevrouw Ross-van Dorp, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Aan de orde is de behandeling van:

- onderdeel sportbeleid van de VWS-begroting voor 2006 (30300, XVI, nrs. 1 en 2, beleidsartikel 35) en antwoorden op schriftelijke vragen terzake (30300-XVI, nr. 18, vraag 285 t/m 309);

- brief van de staatssecretaris van VWS d.d. 2 september 2005 inzake de nota "Tijd voor sport, Bewegen, Meedoen, Presteren" (30234, nrs. 1 en 2);

- brief van de staatssecretaris van VWS d.d. 7 maart 2005 inzake levensbeschouwelijke sportkoepels (29800-XVI, nr. 139);

- brief van de staatssecretaris van VWS d.d. 10 maart 2005 inzake 2-meeting breedtesport (29800, XVI, nr. 141);

- brief van de staatssecretaris van VWS d.d. 25 juli 2005 inzake het Trendrapport "Bewegen en gezondheid 2002/2003" (VWS-05-950);

- brief van de staatssecretaris van VWS d.d. 20 september 2005 inzake verslag werkbezoek aan Curacao van 23-29 juli 2005 (30300-IV,

nr. 3);

- brief van het lid Azough ten geleide van de nota "Lekker lang leven. Plan van aanpak overgewicht bij kinderen" (30228, nr. 1) alsmede een kabinetsreactie terzake (nog te ontvangen).

Eerste termijn

De heer Atsma (CDA): Het is jammer dat het dopingbeleid in de Sportnota wordt gekoppeld aan topsport. Het is begrijpelijk dat doping en topsport in één adem worden genoemd, maar het is niet terecht dat dit in de nota van het kabinet onder het kopje "topsport" wordt geschaard.



Tal van onderzoeken bevestigen dat doping van alle sporten en van alle uitingsvormen van sport is. Daarmee doel ik zowel op de topsport als op de breedtesport. In de topsport is sprake van gerichte dopingcontrole, maar dat is in de breedtesport en met name in de anders georganiseerde sport in veel mindere mate of nauwelijks het geval. Uit recent onderzoek van onder andere het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken blijkt dat het grootste probleem zich niet voordoet in de topsport maar met name in de krachtsport- en fitnesscentra. Het zou ons een lief ding waard zijn als de spaarzame initiatieven, waaronder het project Eigen kracht, een breder vervolg kregen. Ik doe wat dat betreft een beroep op de organisatie Fit!vak en anderen. Wij zijn er voorstander van dat dopingcontrole in sportscholen wordt geïntroduceerd, naast het preventieve beleid in algemene zin. Sportscholen en fitnesscentra die zich conformeren aan het antidopingbeleid, moeten in aanmerking komen voor een keurmerk.
Mevrouw Verbeet (PvdA): Ik ben blij met deze toelichting. Vanmorgen heb ik op de radio een interview gehoord over het probleem van doping in de wielersport. Ik heb mij toen afgevraagd of de heer Atsma een vlucht naar voren maakt door zich nu te storten op de breedtesport, die in sommige sportscholen heel letterlijk wordt opgevat. Zijn laatste opmerkingen stellen mij dan ook gerust. Ik wil hem wat dat betreft stimuleren, als hij het uitgangspunt hanteert dat ook de sport zelf daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Het lijkt mij namelijk niet goed om een groot aantal politieagenten op sportscholen af te sturen. Zojuist heb ik opgemerkt dat het vooral belangrijk is om de behoefte te onderdrukken. Daarnaast is het van belang om mensen goed te informeren over de schadelijkheid van doping en ervoor te zorgen dat men in deze sporten zelf ook afspraken maakt over dopinggebruik.
De heer Atsma (CDA): De georganiseerde sport heeft niet met de politie te maken als dopingcontrole aan de orde is. Er is een controleorganisatie in Nederland met de naam DoCoNed die op jaarbasis duizenden sporters in en buiten competitie controleert. Die organisatie is uitstekend in staat om de sporters in de vijftienhonderd à zeventienhonderd sportscholen, fitnesscentra en krachthonken in Nederland op diezelfde manier te controleren. Het ligt voor de hand dat ook de private scholen zelf de kosten van de controles voor hun rekening nemen. De overheid hoeft daaraan geen bijdrage te leveren. Als men meewerkt aan het systeem van preventie en controle, kan men wat ons betreft in aanmerking komen voor het keurmerk. In Noorwegen gaat men al op die manier te werk. Enkele jaren geleden heb ik dit idee al geopperd, maar toen was daarvoor geen animo. Ik zou graag willen dat deze staatssecretaris dit idee oppakt, samen met het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken en DoCoNed.
De heer Van der Sande (VVD): Het voorstel klinkt mij sympathiek in de oren. De heer Atsma spreekt over dopingmiddelen. Ik neem aan dat hij doelt op middelen die verboden zijn. De heer Atsma vermoedt dat de handhaving met DoCoNed geen problemen zal opleveren. Kan hij dat toelichten? Met zijn opmerkingen plaatst de heer Atsma de sportscholen in een bepaalde hoek. Is hij van mening dat deze problematiek ook op een aantal andere vlakken speelt? Zo ja, hoe gaat hij daarmee om?
De heer Atsma (CDA): Nee, ik plaats de sportscholen niet in een bepaalde hoek. Ik stel slechts vast dat uit onderzoek is gebleken dat op jaarbasis ongeveer veertigduizend gebruikers in dit circuit zijn te herkennen. Er wordt dus substantieel meer gebruikt dan binnen de georganiseerde sport. Voor dat probleem hebben wij de ogen jarenlang gesloten en ik ben van mening dat daarin verandering moet komen. Ik ga ervan uit dat het preventieve beleid zijn vruchten zal afwerken. Daarnaast dient onaangekondigd controle plaats te vinden door de controleurs van DoCoNed, zoals dat op dit moment binnen de georganiseerde sport gebeurt.

Als iemand wordt betrapt of gepakt, is het heel simpel: dan komt hij de sportschool niet meer in. Als zich binnen een fitness- of krachtsportcentrum bewegingen openbaren die duiden op het verhandelen van dopinggeduide middelen, ben ik heel snel klaar: dan is het gewoon over en uit en wordt die tent gesloten. Sterker nog: wij hebben gelukkig goede wetgeving die zoiets onmogelijk maakt. Wat mij betreft, is dat dus geen enkel probleem.


De heer Van der Sande (VVD): Eén element is niet beantwoord. Ziet u ook problemen bij de overige ongeorganiseerde sporten en zo ja, hoe wilt u die aanpakken?
De heer Atsma (CDA): Als er in de breedtesport ongeveer veertigduizend gebruikers zijn, is dat inderdaad een groot probleem. Dat is nauwelijks te ondervangen, maar er is helemaal niets op tegen dat DoCoNed in de marathon van Rotterdam gaat controleren in het legioen van amateur-lopers. Waarom wel binnen de wedstrijdsport, breedtesport en topsport controleren en niet binnen de recreatieve sport, terwijl je weet dat de risico's daar soms veel groter zijn? Ik noemde de marathon van Rotterdam, maar ook als de elfstedentocht, zoals wij allen hopen, ooit weer wordt georganiseerd, zou er niets op tegen zijn om in het legioen van 15000 sporters te gaan controleren.
De heer Van der Sande (VVD): Ik ga voortaan mijn vragen per keer stellen, want dat is makkelijker. Mijn eerste vraag was immers: gaat het hierbij om middelen die verboden zijn bij wet of om stimulerende middelen?
De heer Atsma (CDA): Het gaat om middelen die op de WADA-lijst staan, door de georganiseerde sport en door VWS één op één zijn overgenomen en dus niet zijn toegestaan. Die lijst met middelen is inderdaad breed. Dat is dus een lijst waaraan de overheid zich al heeft geconformeerd.
De heer Van der Sande (VVD): Daar schuilt voor mijn fractie een probleem in. Als ik hier vandaag zou komen en één van die middelen zou hebben gebruikt -- laat duidelijk zijn dat dat niet het geval is -- zou dat niet tot een probleem leiden als het gaat om een middel dat niet verboden is.
De heer Atsma (CDA): Ik weet niet welke middelen de heer Van der Sande gebruikt.
De voorzitter: Niet dus; dat gaf hij eerst aan.

**
De heer Van der Sande (VVD): De heer Atsma moet wel goed luisteren naar hoe ik het definieer. Het was een hypothetische kwestie, maar wel een belangrijke.


De heer Atsma (CDA): Ik voel even uw spierballen en ik bemerk geen anabolen. Ik denk dat het dus wel meevalt, maar laat duidelijk zijn dat men zich moet concentreren op de middelen die op de WADA-lijst staan en die door het IOC zijn overgenomen. Daar is volgens mij geen letter Spaans bij. Ook de georganiseerde sport wordt daar volop mee geconfronteerd. Waarom dan de anders georganiseerde sport niet?
De voorzitter: Mag ik u erop wijzen dat er nu 24 van uw 30 minuten om zijn? U hebt ook nog een tweede termijn. Ik zal niet al te streng zijn, maar dan weet u dat gewoon.

**

Tweede termijn

Staatssecretaris Ross-van Dorp: Dopingcontroles zijn in Nederland een verantwoordelijkheid van de sportorganisaties. Ik voel er niet veel voor om overal controles tot stand te brengen in de recreatieve breedtesport. Het is wel belangrijk om te constateren dat wij samen met de brancheorganisatie al veel hebben bereikt. Daar wil ik verder ook op inzetten. De nadruk blijft wel liggen op het gebruik van doping in de topsport. Ik voel er dus niet zo veel voor om zo ver te gaan als de heer Atsma wil. Samen met de NeCeDo hebben wij echter wel ingezet op goede voorlichting bij krachthonken om ervoor te zorgen dat men daar niet met allerlei middelen aan de slag gaat die slecht voor lijf, leden en de sport zijn.
De heer Atsma (CDA): Dit antwoord stelt wat teleur. Binnen de georganiseerde sport worden niet allen toppers gecontroleerd, maar ook breedtesporters. Er is bovendien geen enkele verandering waar te nemen in het gebruik, voor zover de wetenschappelijke inzichten dit kunnen aantonen. Er wordt nog altijd gesproken over 40.000 gebruikers. Ik begrijp juist van het NeCeDo dat een stevige impuls wenselijk zou zijn. Ik vind het dan ook een beetje jammer dat de staatssecretaris op deze manier reageert.
De voorzitter: Dit is een opmerking en niet zozeer een vraag.

**
De heer Atsma (CDA): De staatssecretaris zegt iets dat de facto niet klopt, want ook in de georganiseerde sport wordt in de breedte gecontroleerd. Niemand weet wanneer, dat is juist het aardige ervan. Tegelijkertijd is er geen enkele kentering waar te nemen binnen de fitnesscentra en krachtsporthonken.


Staatssecretaris Ross-van Dorp: Ik probeer samen met NeCeDo vorm te geven aan mijn ambitie om het gebruik tegen te gaan in sportscholen en krachthonken. In de nota is opgenomen dat wij een keurmerk wensen te ontwikkelen voor sportverenigingen. Daarbij wordt voortgeborduurd op het keurmerk van de gezonde sportvereniging. Het is overigens niet mijn bedoeling om verenigingen individueel te subsidiëren voor dit keurmerk. Ik wil de heer Atsma wel toezeggen dat ik mij graag met NeCeDo wil verstaan over de vraag wat wij nog meer zouden kunnen doen inzake krachthonken en of er een extra inspanning nodig is. Vooralsnog wil ik nog niet zover gaan dat ik door heel Nederland uitgebreid steekproefsgewijs controles ga houden.

Ik heb er behoefte aan, met NeCeDo overleg te voeren over vragen zoals welke sancties er nu zijn en wat de rijksbemoeienis daarmee zou moeten zijn.


De heer Atsma (CDA): Bij NeCeDo heeft men daar absoluut goede ideeën over, dus dat kan ik alleen maar toejuichen.

De heer Atsma (CDA): Ik heb een pleidooi gehouden voor het bestrijden van doping in een deel van de breedtesport, namelijk de fitnesscentra. Ik dien de volgende motie in.


De Kamer, gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat sportbonden en onder meer het NOC-NSF een pro-actief anti-dopingbeleid voeren; overwegende, dat er naast algemeen preventief beleid ook sprake is van gerichte dopingcontroles;

overwegende, dat het bezoek aan sportscholen en fitnesscentra toeneemt;

overwegende, dat het gebruik van dopinggeduide middelen in sportscholen en fitnesscentra relatief groot is;

verzoekt de regering voor sportscholen en fitnesscentra een herkenbaar anti-dopingbeleid te voeren, waarbij ook dopingcontroles binnen de betreffende accommodaties mogelijk moeten zijn;

verzoekt voorts, in overleg met de sector en het NeCeDo, een kwaliteitskeurmerk voor deze sector te introduceren,



en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Atsma, Van der Sande en Verbeet. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 72 (30300 XVI).

**
De voorzitter: Dan zijn wij gekomen aan het eind van dit notaoverleg sport. Ik dank de staatssecretaris en de mensen die haar ambtelijk ondersteund hebben. Ik dank de mensen op de publieke tribune voor hun aanwezigheid. De stemmingen over de ingediende moties en amendementen zullen naar verwachting op dinsdag, 29 november 2005, plaatsvinden, samen met de stemmingen over de begroting van het ministerie van VWS.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina