Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 353.51 Kb.
Pagina1/9
Datum21.08.2016
Grootte353.51 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9


VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

Vastgesteld 14 december 2011

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 12 december 2011 overleg gevoerd met minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderdeel Media (33000-VIII).

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Van Bochove

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De Kler


**

Voorzitter: Van Bochove

Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten:

Van Bochove, Bosma, Van Dam, Jasper van Dijk, Haverkamp, Van der Ham, Van Miltenburg, Peters en Voordewind,

en minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

**

Aan de orde is de behandeling van:



- het wetsvoorstel van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 20 september 2011 ter vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 (33000-VIII);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 november 2011 met een verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over de begroting OCW 2012 (33000-VIII, nr. 22);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 28 november 2011 over de Mediabegroting 2012 (33000-VIII, nr. 59);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 december 2011 met antwoorden op feitelijke vragen van de commissie over de Mediabegroting 2012 (2011Z25239);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 november 2011 met een toezegging over klantenraden (33000-VIII, nr. 24);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 28 oktober 2011 ter aanbieding van de Mediamonitor 2010 (32033, nr. 9);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 24 oktober 2011 met een afschrift van het antwoord aan het Humanistisch Verbond met betrekking tot de zorg over de voorgenomen bezuinigingen (2011Z20785);

- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 27 september 2011 ter aanbieding van de publicatie Trends in beeld 2011 (33000-VIII, nr. 5);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 september 2011 ter aanbieding van het eindrapport "Efficiencyonderzoek Landelijke Publieke Omroep" (32033, nr. 8).

De voorzitter: Ik open dit wetgevingsoverleg en heet de minister en alle andere belangstellenden hartelijk welkom. Wij hebben een eindtijd van 15.00 uur afgesproken. Ik wijs de collega's erop dat zij van tevoren afgesproken spreektijden hebben en dat moties in tweede termijn binnen de spreektijd moeten worden ingediend. Omdat wij de begrotingsvolgorde hanteren, geef ik allereerst het woord aan de heer Van Dam namens de PvdA-fractie.

**

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Het gaat dus toch gebeuren: de historische verandering van Hilversum. Voor de PvdA is de verscheidenheid van het Nederlandse omroepbestel ook altijd de kracht daarvan geweest. Daarom zijn wij nooit gecharmeerd geweest van een omvorming naar een BBC- of VRT-model. De vijand van verscheidenheid is echter versnippering en die dreigde wel. Er kwamen veel te veel omroepen en de bestuurbaarheid kwam in het geding. Het is goed dat daarin verandering komt. Wij hebben daar een aantal jaar geleden al een keer een plan voor gemaakt. Dat ging uit van fusies van een aantal omroepen.



Het gaat nu die kant op, maar het heeft niet veel gescheeld. Vorig jaar lag het plan er al en toen liet de minister het bijna uit haar handen vallen vanwege de wat cynische politiek van mijn beide buren hier. Zij zitten nu weliswaar aan mijn linkerkant, maar dat zegt weinig over hun positie in het politieke spectrum. Zij kwamen met voorstellen die niet waren bedoeld om de omroep sterker te maken of te veranderen, maar om de omroep kapot te maken. Het mooie is dat wie een kuil voor een ander graaft, er altijd zelf in valt. Men kwam er de afgelopen maanden achter dat al die wilde regels die bedacht waren om het omroepen zo moeilijk mogelijk te maken, ook golden voor de omroep die kennelijk wat meer geliefd was bij mijn buren, WNL. Nu gaan dus ook die plannen voorlopig van de baan. Mijn buren zeggen nu dat zij wel hebben binnengehaald dat in 2017 de nieuwe lidmaatschapseisen gaan gelden; proficiat! Heel knap! Dan zijn wij twee kabinetten verder en wie dan regeert, die dan zorgt. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Er moet mij wel iets van het hart over wat de afgelopen tijd is gebeurd. Wij hebben altijd de mond vol gehad over Berlusconi, die de leiding van de RAI verving en ervoor zorgde dat hem onwelgevallige programma's van de buis verdwenen. Wij hebben altijd de mond vol gehad over Poetin, die kritische zenders helemaal uit de lucht haalde. Wat is echter nog het wezenlijke verschil met de situatie in Nederland, waarbij de VVD en de PVV probeerden om de budgetten van omroepen die zij te links of politiek niet juist gekleurd vonden, fors te verlagen? Wij zagen het vorig jaar gebeuren met de aanval van Bosma op de IKON en dit jaar met de aanval van mijn beide buren op de budgetten van de VARA. Dat is politieke bemoeienis waarmee Nederland kennelijk op hetzelfde niveau is terechtgekomen als Italië en Rusland. Ik zou graag van de minister willen weten wat er de afgelopen tijd nog is gebeurd, waar de crisis ontstond tussen de coalitiepartners en waarom zij de coalitiepartners uiteindelijk toch heeft kunnen overtuigen van het ongewijzigd overnemen van het voorstel van Hilversum. Ik wil de minister in elk geval complimenteren dat zij haar poot stijf heeft gehouden. Het plan van Hilversum is een goed plan dat niet moet worden kapotgemaakt door partijen die de politieke censuur kennelijk niet schuwen.

Het plan dat er lag, met acht omroepen, krijgt wel terechte kritiek van de twee nieuwkomers. Zij zijn het bestel ingestapt om iets heel anders te doen, omdat zij willen afwijken van alles wat er zit, maar worden straks gedwongen om samen te werken met wat er al zit. Ik heb daarvoor twee voorstellen en zou graag horen hoe de minister daartegenaan kijkt. Mijn eerste voorstel is om een extra kavel toe te voegen, een negende omroep, maar wel een kleintje: een omroep met een C-status, om het in de oude terminologie te zeggen. Deze moet de kans krijgen om met een klein budget, wellicht een derde of de helft van het budget van een gewone omroep, en met een minimumgrens van zo'n 100.000 leden te opereren, met de voorwaarde dat de omroep echt iets afwijkends wil doen en anders wil zijn dan alles wat er zit. Daarmee krijg je als omroep een positie waarmee je van binnenuit tegen de rest van het bestel aan kunt schoppen. Dan snap je ook dat het niet zo goed samengaat. BNN deed dit toen deze omroep net in het bestel kwam en PowNed doet dat nu ook. Het is goed voor het bestel als er zo'n positie is van waaruit men een klein beetje kan zorgen dat het schuurt.

De voorzitter: Ik onderbreek u even. De heer Van der Ham wil u een vraag stellen. Ik voeg daaraan toe dat elk Kamerlid maximaal drie interrupties -- dat is een vraag plus een vervolgvraag -- mag plegen in eerste termijn.

Het woord is aan de heer Van der Ham.

**

De heer Van der Ham (D66): Net nu we met veel moeite de hoeveelheid omroepen teruggedrongen hebben, zouden we een nieuwe fusieomroep gaan creëren. Waarom bekijken we niet of er wellicht binnen die acht omroepen een andere fusiepartner kan worden gevonden, niet binnen de bestaande ledenomroepen maar bijvoorbeeld binnen de NTR of de NOS? Als je onder die paraplu een kaveltje maakt, kunnen bijvoorbeeld PowNed en WNL of andere, toekomstige omroepen vanuit hun beginstatus doorgroeien. Volgens mij is dat de beste oplossing. Dat is toch veel praktischer dan weer een nieuwe omroep erbij te verzinnen?



De heer Van Dam (PvdA): Je loopt bij dit soort discussies altijd tegen een dilemma aan. Wij koesteren beiden de openheid van het bestel. Als je vindt dat het niet goed functioneert, moet je iets kunnen organiseren zodat je erin kunt om het bestel aan te passen en iets totaal anders te gaan doen. Die openheid kan echter tot versnippering leiden. Dat moet worden tegengegaan. De geplande forse indikking van het aantal organisaties is dan ook ontzettend goed. Als je het echter precies doet zoals het er nu ligt, met twee taakgebonden omroepen en zes algemene omroepen, geef je dan niet te veel van die verscheidenheid op? Dat zou je goed kunnen maken door een klein plekje binnen het bestel te maken waarin je juist de ruimte krijgt om een beetje tegen de rest aan te schoppen en iets heel afwijkends te doen en waarin je de missie om het bestel te hervormen, kunt vervolgen. Volgens mij zou dat interessant zijn voor het bestel. Ik geef toe dat het een extra omroep oplevert.

De heer Van der Ham (D66): De heer Van Dam en ik zijn het erover eens dat het gek is dat je als nieuwe omroep die zich moet onderscheiden, ineens moet fuseren met iets wat verwant is, terwijl je er juist op gericht bent om niet verwant te zijn. Is het dan echter niet veel handiger om die twee taakomroepen daarvoor in te zetten? Als je niet met een bestaande omroep wilt fuseren, is het dan niet handiger om gewoon die taakomroepen de opdracht te geven om daar een plek voor te bieden? De minister stelt nu voor om een aspirant-omroep de eerste vijf jaar te laten ressorteren onder de NTR. Waarom kan hij vervolgens niet blijven als hij succesvol is? Waarom moet hij van positie verschuiven? Dat is toch het meest pragmatisch?

De heer Van Dam (PvdA): Nee. Dat je de eerste vijf jaar onder de NTR valt, is logisch. Je moet jezelf immers eerst bewijzen. Waarom zou je daarvoor een totaal nieuwe organisatie opzetten, terwijl je ook gebruik kunt maken van de faciliteiten van de NTR? Dat omroepen ook daarna faciliteiten blijven delen, lijkt mij heel goed. Alleen, onderbrengen bij de NTR betekent juist dat je er geen zelfstandige omroep van maakt. Omroepen willen dat juist wel. Als je toetreedt tot het bestel, wil je ook dezelfde positie als die andere omroepen. Je wilt zelf iets kunnen maken. Op het moment dat alles wat nieuw binnenkomt onder de NTR wordt geschaard, krijg je dus een soort VRT met daarnaast nog zes omroepen. Dat is niet de manier waarop het bestel eruit zou moeten zien.

De tweede optie is de mogelijkheid om omroepen hun licentie te laten verliezen. Dat kan bij slecht presteren. Waarom zou je nieuwkomers niet laten concurreren om de kavels met de zittende omroepen? Die omroepen worden allemaal beoordeeld door de visitatiecommissie. Waarom zouden omroepen die het slechts presteren, niet moeten wijken voor een nieuwkomer die aan alle eisen voldoet? Waarom niet een erin, een eruit? Ik vraag de minister om deze mogelijkheid te verkennen.

In het verleden heb ik vaak gepleit voor de innovatiefunctie van de publieke omroep. Ik vind namelijk dat er meer moet zijn dan de somberheid over bezuinigingen. De publieke omroep hoort de kraamkamer van de Nederlandse media te zijn. Ik vraag de minister om samen met Hilversum om tafel te gaan zitten, teneinde daarin een volgende stap te zetten. Ik noem dat een open innovatiemodel, naar de manier waarop ook Philips zijn innovatie heeft vormgegeven, namelijk gebaseerd op het delen van alles wat je ontwikkelt. Het zou mooi zijn als de publieke omroep met kranten, commerciële omroepen en producenten kan samenwerken bij de ontwikkeling van nieuwe technieken en nieuwe modellen. De publieke omroep kan die uitproberen, waarna commerciële partijen de toepassingen om niet kunnen gebruiken. Ik pleit dus voor open innovatie, waarmee de publieke omroep daadwerkelijk het proeflab voor de Nederlandse media is. Ik hoor graag de reactie van de minister op dit voorstel.

Ik ga kort in op de bezuinigingen. Bij de publieke omroep werken bovengemiddeld veel "schijnflexers", mensen die na drie jaarcontracten er steeds uit gezet worden, dan een halfjaar op straat moeten staan en daarna teruggehaald worden. Ik wil niet dat zij de dupe worden van de bezuinigingen. Ik vind dit eigenlijk een vorm van misbruik van de Flexwet. Kan de minister garanderen dat deze mensen gewoon als vaste krachten worden behandeld bij de bezuinigingen en dus dezelfde rechten krijgen als vaste medewerkers?

De voorzitter: Uw tijd zit erop.

**

De heer Van Dam (PvdA): Dan pak ik nog even wat van mijn tweede termijn, want ik wil de minister ook nog vragen of zij de journalistieke onafhankelijkheid van de Wereldomroep wettelijk wil garanderen. Het mag dus geen propagandazender worden.



Er zijn provincies die niet meer de afgesproken budgetten voor de regionale omroep willen betalen en die dus meer willen bezuinigen dan volgens de geest van de wet eigenlijk is toegestaan. Wil de minister die provincies daarop aanspreken en tegen hen zeggen: als jullie niet betalen, halen wij het geld terug uit het Provinciefonds en dan gaan wij het weer landelijk regelen?

De laatste vraag betreft de samenvoeging van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties en het Stimuleringsfonds voor de Pers. Zij hebben volgens mij een totaal verschillende taak: het fonds voor culturele mediaproducties beoordeelt op inhoud en het fonds voor de pers juist niet; dat beoordeelt alleen op vorm. Wat moeten die twee samen? Wat is de synergie?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. De omroepen gaan fuseren en dat wordt met veel bombarie gebracht, maar op de keper beschouwd verandert er niet veel. De omroepen fuseren niet; zij richten slechts een paar koepelorganisaties op waarin zij gaan samenwerken. In plaats van dat het in Hilversum praktischer en overzichtelijker wordt, komt er een bestuurslaag bij. Toegegeven: voor de NPO wordt het leven een stuk overzichtelijker, maar van fusies in de ware zin lijkt geen sprake. Het is echter nu eenmaal niet anders en ik kan hier in de huidige situatie mee leven.

Het kan echter niet zo zijn dat de huidige kleuring van de fusies op basis van profiel -- zo heb ik mij dat laten uitleggen -- een dictaat wordt voor toekomstige nieuwe toetreders. Het idee achter een open bestel is immers: vernieuwing. Op dit moment is onduidelijk wie straks gaat bepalen met welke omroep de huidige twee aspirant-omroepen zullen fuseren en vooral op basis waarvan. Er is grote verwarring bij beide aspiranten. Dat maakt het voor hen extra moeilijk om de leden te werven die nodig zijn om daadwerkelijk een concessie aan te vragen. Er is ook onduidelijkheid over de fusiebonus. Kunnen de aspiranten erop rekenen dat zij straks in aanmerking komen voor een fusiebonus, net zoals de bestaande omroepen die hebben gekregen? En moeten omroepen die nu al hebben gekozen voor samenwerking, ervoor vrezen na 2014 een extra traject van fusie in te moeten gaan of worden zij daarvan gevrijwaard en komen alleen de "standalones" hiervoor in aanmerking? Zo ja, wat betekent dit dan voor het cascadebudget? Komt dat dan te vervallen in de potentiële situatie dat er nog maar één zelfstandige omroep overblijft?

Het kan ook niet zo zijn dat in de nieuwe concessieperiode het voeren van een merknaam en het toegelaten worden tot het bestel aan elkaar gekoppeld blijven, tenzij de minister van plan is om in het nieuwe bestel de merknaam op deze wijze wettelijk te gaan beschermen. Mocht zij dit van plan zijn, wat betekent dit dan voor de merknamen "Zapp" en "Z@ppelin"? Deze fungeren op dit moment immers al als aparte merknamen onder een groter geheel. Ik stel mij voor dat in het nieuwe bestel bestaande omroepen gaan experimenteren met merknamen om de herkenbaarheid voor de kijker te vergroten of om een heel nieuw kijkerspubliek aan zich te binden. In dit kader zou een "vooruitfusie" van een aspirant-omroep tot de mogelijkheden kunnen behoren. Ik krijg graag een reactie van de minister op dit voorstel.

Een opvallend gevolg van de "geen fusie" is dat de bezuinigingen bij de omroep geheel ten laste komen van de programmering en niet tot efficiencybesparing leiden. Uit de meerjarenbegroting maak ik op dat er voorlopig geen besparing op bijvoorbeeld de huisvesting van de omroepen valt te verwachten. Minder personeel, dat wel, maar niet minder kantoren en ook niet minder bestuurders en geen vooruitzicht op behoud van kwaliteit. De NPO stelt immers in de meerjarenbegroting dat zij de inhoudelijke ambitie zolang mogelijk vast wil houden, maar niet dat zij dit gaat garanderen. Het Commissariaat voor de Media maakt in het algemeen tamelijk gehakt van de meerjarenbegroting van de NPO: veel beleidsvoornemens en weinig koppeling aan cijfers. Ten aanzien van bijvoorbeeld het afnemend aantal websites en themakanalen is de meerjarenbegroting weinig transparant en over de begroting van na 2012 geeft het commissariaat helemaal geen oordeel. Ik hoop dat de minister alle aanbevelingen van het commissariaat overneemt en dat zij van de NPO op die punten een aanpassing verlangt die dit voorjaar dan ook naar de Kamer kan komen.

Er zijn 288 lokale omroepen, die allemaal een vergunning moeten aanvragen bij het commissariaat. De VVD-fractie wil dat er een omzetgrens komt voor lokale omroepen. Voor een lokale omroep met een budget dat kleiner is dan bijvoorbeeld €10.000, zou het indienen van een jaarverslag voldoende moeten zijn om een vergunning af te geven. Zulke kleine omroepen zouden geen bureaucratisch traject in hoeven te stappen om een vergunning aan te vragen. De kosten van dit traject zijn soms voor het commissariaat hoger dan de totale begroting van de omroepen.

Ik kom bij de mediareserves. Alles en iedereen in en om Hilversum schijnt geld op te potten, de omroepen, de NPO en zelfs de minister. Ongetwijfeld doen de omroepbedrijven die nog worden opgericht, dit straks ook. Dit geld is bestemd voor het opvangen van tegenvallers. Als die zich voordoen, zal iedereen proberen het risico op de ander af te schuiven. De omroepen verwachten een frictiekostenvergoeding voor een fusie en de minister belooft die vanuit haar begroting. Op haar beurt verwacht zij van haar collega van Buitenlandse Zaken dat hij meebetaalt aan de ontmanteling van de Wereldomroep, hoewel de algemene mediareserves daar wettelijk gezien voor zijn bedoeld. Ik had verwacht dat bij dit begrotingsvoorstel een stappenplan zou zijn bijgevoegd voor de ontmanteling van de Wereldomroep die het komend jaar plaatsvindt. Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor dit proces? Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?

In de brief van de minister staat ook geen woord over de vraag hoe uitvoering wordt gegeven aan de motie-Van Miltenburg over de integratie van de regionale omroep op het landelijke net. Het betreft een ingrijpende stelselwijziging, maar ik zie weinig voortgang. De gecentraliseerde regionale omroep heeft nog geen postgevat in de visieontwikkeling van de NPO en het ministerie van OCW. Wordt de NPO straks de opperbaas van dertien zelfstandige regionale omroepen? Het model dat voor Hilversum te ingewikkeld was, lijkt schaamteloos voor het regiomodel te worden ingevoerd. Snoei nou eens in de bestuurlijke drukte in het bestel. Spaar geld uit waarmee programma's gemaakt kunnen worden. Daar wordt de kijker beter van.

De heer Van Dam (PvdA): De VVD zegt: hef Omroep Fryslân op, hef Omroep Brabant op en maak er één grote NOS van. Is dat wat mevrouw Van Miltenburg bedoelt?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Nee. Ik zeg: snoei in de bestuurlijke drukte van de dertien zelfstandige organisaties. Laten we snoeien in dertien besturen, dertien bestuursvoorzitters, dertien salarisadministraties en dertien organisaties die reclames inkopen. Laten we ervoor zorgen dat er dertien heel stevige regionale redacties overblijven, zoals dat in andere landen ook het geval is. Wij waarderen immers de professionaliteit van de regionale omroepen zeer, maar waarom moet dat in zo'n ingewikkeld bestuurlijk model? De heer Van Dam heeft zojuist ook gezegd dat de ingewikkeldheid, de versnippering, soms een vijand is. In dit geval is dat zo. Het kost namelijk heel veel geld. De kijker en de luisteraar van de regionale omroep zijn erbij gebaat als dit geld besteed wordt aan het maken van nog betere programma's in plaats van aan nog meer bestuurders.

De heer Van Dam (PvdA): Maar dan moet dat scherp worden gezegd en mevrouw Van Miltenburg moet daar eerlijk over zijn. Dit betekent immers het einde van Omroep Brabant, Omroep Fryslân, TV Noord-Holland enzovoort. Het wordt dan een grote NOS, maar men mag in Brabant en Limburg dan wel de eigen onafhankelijke redactie houden. Het wordt echter een grote NOS.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik vind dit helemaal niet zo'n gek voorstel van de heer Van Dam.

De heer Van Dam (PvdA): Het is uw voorstel.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik hoor het u zeggen.

Het Metropole Orkest wil graag verzelfstandigen. Veel Nederlanders hebben aangegeven dat zij het orkest graag horen en ondersteunen. Dit leverde het orkest een nummer één notering op en een gouden plaat. Het moet toch mogelijk om die verzelfstandiging uit de mediabegroting te ondersteunen?

Tot slot nog een opmerking over het Stimuleringsfonds voor de Pers. Dit was oorspronkelijk bedoeld om de sector financiële bijstand te geven. Tegenwoordig wordt voor 2,3 mln. subsidie verstrekt, maar er wordt nooit naar de effectiviteit van deze subsidies gekeken. Wat mij betreft wordt het Stimuleringsfonds weer gewoon een bedrijfsfonds voor noodlijdende media.

Ik kijk met belangstelling uit naar de antwoorden op mijn vragen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik wil mevrouw Van Miltenburg een vraag stellen over het Muziekcentrum van de Omroep. Dit wordt helaas gehalveerd. Ik vind dat zeer teleurstellend. Men werkt nu aan vervolgplannen. Mevrouw Van Miltenburg zei al dat het Metropole Orkest wil verzelfstandigen. Ik lees vandaag in de Telegraaf dat mevrouw Van Miltenburg het orkest een steuntje in de rug wil geven. Daarvoor is 3,5 mln. gedurende vier jaren nodig. Kan ik rekenen op de steun van de VVD voor dat voorstel?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Wat mij stoort, is dat er steeds meer geld naar allerlei spaarrekeningen gaat, terwijl er geld nodig is voor de verzelfstandiging van het Metropole Orkest. Dit kan op termijn zelfstandig worden, maar dat moet worden ondersteund. Er bestaat veel onduidelijkheid over de vraag hoeveel daarvoor nodig is. Het is namelijk onduidelijk hoeveel er is gereserveerd voor de frictiekosten. Daarover wil ik dus een uitspraak van de minister. Ik neem echter aan dat de minister het met mij eens is dat het geld op de mediabegroting bedoeld is voor goede mediaproducties en, zoals de minister eerder heeft gezegd, voor de ondersteuning van het Metropole Orkest bij de verzelfstandiging. Dat geld moeten wij daarvoor dus gebruiken en niet op een spaarrekening zetten.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat zijn veel woorden, die wat mij betreft nog niet veel duidelijkheid geven. Ik citeer de woorden van mevrouw Van Miltenburg die vandaag in de krant te lezen waren: "Desnoods zal ik een motie indienen". Laten wij het even heel concreet maken: zijn wij het erover eens dat wij er vandaag voor moeten zorgen dat er een goede regeling voor het Metropole Orkest komt, liefst in de trant van wat ik zonet zei: 3,5 mln. voor vier jaar?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik kon uit de begroting niet opmaken hoeveel geld er überhaupt is gereserveerd. Misschien kan de heer Van Dijk dat wel, maar ik niet. Ik heb verschillende bedragen gehoord. Ik heb gehoord dat ze vier ton per jaar nodig hebben, dat wil zeggen 1,5 mln. in de komende jaren. Maar ik heb ook gehoord dat ze de komende jaren 4 mln. nodig hebben. Daar zit een groot verschil tussen. Ik wil dus van de minister duidelijkheid hierover voordat ik mij verder vastleg. De intentie om het voor elkaar te boksen, als dat nodig is, delen wij echter, en daarvoor wil ik graag een motie indienen. Als ik duidelijk had geweten wat er nodig was en hoeveel geld er beschikbaar was, had ik zelfs een amendement kunnen maken.

Mevrouw



  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina