Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 336.25 Kb.
Pagina1/9
Datum19.08.2016
Grootte336.25 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<1> heeft op 28 november 2011 overleg gevoerd met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de begroting van VWS, onderdeel Sport en bewegen.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Smeets
De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Teunissen

**
Voorzitter: Leijten


Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten:
Bruins Slot, Van Dekken, Dijkstra, Klaver, Leijten, De Liefde en De Mos,
en mevrouw Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Aan de orde is de behandeling van:

- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2012 (33000-XVI);

- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 2 november 2011 met het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2012 (33000-XVI, nr. 14);

- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 oktober 2011 inzake de aanbieding van het rapport "Sportinfrastructuur in Nederland. Quickscan sportaccommodaties en sportorganisaties" (30234, nr. 52);

- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 14 november 2011 over de nadere uitwerking van het programma Sport en Bewegen in de Buurt (30234, nr. 54);

- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 10 november 2011 inzake verkennende studies Olympische Spelen (30234, nr. 53);

- de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 november 2011 met de uitwerking van het Actieplan: "Naar een veiliger sportklimaat" (30234, nr. 55).
De voorzitter: Ik heet u allen, waaronder de minister en haar ambtenaren, van harte welkom bij de behandeling van het onderdeel Sport en bewegen van de begroting van VWS voor 2012. Wij hebben indicatieve spreektijden. Ik zal mijn collega's waarschuwen als zij op twee derde van hun spreektijd zitten. Wij hanteren vandaag de begrotingsvolgorde en beginnen dus met de grootste oppositiepartij, de PvdA. Ik geef daarom graag het woord aan de heer Van Dekken.

**
De heer Van Dekken (PvdA): Voorzitter. Ik zat gisteravond nog Sport Studio of Studio Sport, wat u wilt, te kijken en ik had onmiddellijk de neiging om de minister op te roepen om vanavond toch vooral in te grijpen op die ledenraadpleging in Amsterdam, bij de ene voetbalclub. Dat heeft eigenlijk ook een beetje te maken met de optocht die wij daar vanavond kunnen verwachten, bijvoorbeeld van de harde kern die wil gaan kijken wie de baas van Ajax gaat worden: Cruijff, Van Gaal of wellicht toch nog een derde. Maar dat ga ik allemaal niet doen. Dat wil ik de minister graag besparen.

Ik wil het over een aantal andere zaken hebben. Het is precies vier jaar geleden dat de PvdA het plan presenteerde om armoede onder kinderen tegen te gaan en om de maatschappelijke deelname van deze enorm grote groep kinderen te vergroten. Dat plan heet "Alle kinderen een goede start". Wie wil dat nou niet? Het kabinet, waar wij toen deel van uitmaakten, kreeg van ons twee opdrachten mee: structureel minder armoede en gelijke kansen voor deze kinderen. Dat moet eigenlijk een algemeen streven zijn, geen economische armoede meer, geen culturele of maatschappelijke achterstand, maar volop een gelijkwaardige deelname voor kinderen, vooral op het terrein van sport. Daar zitten wij hier voor. Wij wilden in ons plan ervoor zorgen dat alle kinderen lid kunnen zijn van een sportvereniging of een andere vereniging, ongeacht het inkomen van de ouders of verzorgers. Onder druk van mijn fractie en met steun van de coalitiepartners is eerder 80 mln. vrijgemaakt om dat allemaal mogelijk te maken, dus meedoen aan sport, maar ook zwemles, toneel, muziekles of scouting.

De PvdA wilde en wil dat alle kinderen die willen sporten ook kunnen sporten. Dat geldt zeker voor kinderen van bijstandsouders, maar ook voor andere arme gezinnen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de zzp'ers met een zeer minimaal inkomen of gezinnen in de schuldsanering. Dit niet alleen omdat bewegen belangrijk is, maar vooral omdat kinderen die in armoede opgroeien vaak in een sociaal isolement opgroeien. Dat is een isolement waar maar moeilijk uit los te komen is en dat zelden leidt tot helaas erfelijke armoede. In sommige krimpgebieden of delen van Nederland die sociaaleconomisch zwakker staan, zien wij daar op straat de wrange gevolgen van.

Het is nu 2011 en het gaat nog steeds niet goed met het bereiken van deze groep kinderen. Dat blijkt uit het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De doelstelling om het aantal kinderen dat niet meedoet te halveren -- dat wilde de meerderheid van de Kamer, toen en nog steeds -- is niet gehaald. Veel ouders wisten niet dat de mogelijkheden om te sporten er waren. Betrokken organisaties, die overigens fantastisch werk leverden en leveren, lukt het niet om de doelgroep afdoende te bereiken. Een aantal gemeenten -- het is spijtig om te moeten zeggen -- is er onvoldoende in geslaagd om ouders en kinderen te bereiken en te motiveren. Dat is naar, vervelend maar vooral onaanvaardbaar voor de groep kinderen die bereikt had moeten en moet worden. De PvdA vindt het pijnlijk om te zien dat zoveel kinderen niet zijn bereikt. Meer dan 500.000 kinderen doen nog steeds niet mee. Zoals gezegd, de kans is groot dat als zij nu niet meedoen, zij later maatschappelijk ook aan de kant blijven staan. Wij willen vanaf nu dan ook eerlijke en gelijke kansen voor alle kinderen.

De PvdA, maar ook het CDA en waarschijnlijk alle politieke partijen vinden het van grote belang dat wij grote moeite doen om ook deze groep kinderen te bereiken. Wij hebben eerder dan ook een motie ingediend, waarin wordt aangegeven dat gemeenten schoolgaande kinderen moeten activeren.


De PvdA vindt dat de minister vanaf nu met volle kracht vooruit moet en door moet gaan met de bestrijding van sociale uitsluiting van kinderen.

De PvdA wil ook graag voorkomen dat kinderen die nu wel lid zijn van een club, ook vanwege het economisch ontij, van die club af zouden moeten. Wij willen vanaf nu zo veel mogelijk andere kinderen aan het sporten krijgen, want sport is meedoen, het leren stellen van grenzen, samenwerken en het aanleren van sportief gedrag. Wij willen graag van deze minister weten hoe we kinderen uit arme gezinnen nu echt aan het sporten krijgen. Als je het hebt over kinderen uit arme gezinnen, dan kun je zeggen dat het om kinderen uit bijstandsgezinnen gaat, maar het gaat dan eigenlijk ook om kinderen uit gezinnen met lage inkomens en middeninkomens. Hoe kunnen we de minister daarop aanspreken? Welk plan wil zij daarvoor maken? Dat moet natuurlijk gebeuren in samenspraak met ons, maar ook met betrokken organisaties in gemeenten.

De minister kiest ervoor om buurtsportcoaches aan te stellen. Deze coaches moeten mensen aan het sporten krijgen. Dat klinkt nuttig, maar het blijft indirect stimuleren. Er gaat een forse hoeveelheid geld naar de buurtcoaches. Hoe wordt de doelgroep exact bereikt, welke taakstelling zit erachter, wat is de rol van de amateursportverenigingen in Nederland en hoe zit het eigenlijk met de precieze verdeling van de sportcoaches over alle regio's in Nederland?

Ik heb nog een aantal andere vragen op dit punt. Waarom kiest de minister ervoor om door te gaan met het aanstellen van buurtsportcoaches en wordt het geld niet, ook niet deels, ingezet ten behoeve van het direct actief krijgen van kinderen, jongeren en ouderen via amateursportverenigingen, scholen en bijvoorbeeld ook deskundige oud-topsporters? Ik heb in de afgelopen maanden veel gesprekken gevoerd met oud-topsporters die een beetje tegen een muur aanlopen. Zij zeggen: we hebben heel veel opvattingen, ambities en plannen en willen graag meedoen, niet om op een commerciële manier geld te verdienen maar om juist de doelgroepen die nu niet sporten, aan het bewegen te krijgen.

In een aantal gemeenten is het nog wel gelukt om waardevolle projecten op te zetten. Daar loop ik ook niet omheen. Dit gebeurde door bijvoorbeeld intensief samen te werken met -- daar heb je hem weer! -- de Johan Cruyff Foundation en de Richard Krajicek Foundation. Bij het beantwoorden van de mondelinge vragen over dit onderwerp heeft de minister aangegeven dat zij wilde aansluiten bij een project dat wel werkt. Kan zij aangeven waarom zij alleen voor buurtsportcoaches kiest, en niet voor een intensieve en landelijke samenwerking met de Johan Cruyff Foundation? Juist deze organisatie doet er immers alles aan om kinderen met achterstanden te laten sporten. Dat is succesvol.

Wat ook niet onbelangrijk is, is dat lokale amateurverenigingen het erg moeilijk hebben. Niet voor niets ligt er al een jaar een brandbrief van 1200 sportclubs. Ik wil ook refereren aan het feit dat mijn collega Renske Leijten daar meerdere keren een stevig politiek punt van heeft gemaakt. Dat is ook meer dan terecht. Feitelijk is er echter nog niet zo heel veel mee gedaan. Het gaat slecht met deze clubs door culturele veranderingen, door bezuinigingen van gemeenten en door een koopkrachtverslechtering voor grote groepen mensen. Hoe blijven de participatie en de integratie daarbij als doelen overeind? Is het voor deze clubs niet veel prettiger als de minister rechtstreeks zou investeren in de instandhouding en de versterking van de sportinfrastructuur? Daarbij zou zij gebruik moeten maken van de geweldige kennis van het Mulier Instituut over sportaccommodaties in Nederland en de kwaliteit ervan. Ik kom daar later in mijn betoog nog op terug.

De PvdA vindt het belangrijk dat zo veel mogelijk kinderen lid worden van een sportclub. Ik kan dat niet genoeg herhalen!

De PvdA heeft grote zorgen over de verruwing in de sport. Nog steeds wordt langs de lijn, in de sportkantines en in de gymzalen veel verbaal en fysiek geweld gebruikt. Er zijn echt nog steeds te veel slechte voorbeelden. Dit weekend kregen twee jonge jongens ruzie op het voetbalveld. Zij kwamen elkaar diezelfde avond tijdens het uitgaan op straat tegen. Een ruzie over een doelpunt en over een overtreding ontaardde vervolgens in een gruwelijke vechtpartij. Ik heb het dan nog niet eens over die afschuwelijke situatie waarbij zelfs een dode viel om vergelijkbare redenen. Heel cynisch stond in de krant "dat gebeurt dan wel eens in de derde helft". Ik voetbal zelf. Ik weet precies wat ik doe in die derde helft. Dat is napraten over mijn eigen prestaties. De ene keer zijn ze goed, de andere keer zijn ze wat minder. Maar om iemand nu op zijn hoofd te slaan, dat zou ik nooit willen doen.

Er zijn natuurlijk meer dingen. Ik noem topturnsters die door hun trainer worden geslagen en voor "dikke koe" worden uitgemaakt. Ik noem kinderen die met pijn in de buik naar de balletles gaan.

Ik ken daar in mijn directe omgeving zeer schrijnende voorbeelden van. Ik noem er nog een: een vader die een scheidsrechter van 12 jaar bedreigt. Dat is bizar, ziek en misselijkmakend. Nu ligt er een plan om sport veilig en toegankelijk te maken. Wij hebben daar als PvdA-fractie, net als anderen, om gevraagd. Wij zijn daar blij mee. Ik complimenteer de minister ermee, net als haar collega's in het kabinet. Ik complimenteer de minister sowieso met haar geweldige drive om de sport stevig op de kaart te zetten. Die heeft zij alvast binnen!

Hoe wil de minister daadwerkelijk een definitief einde maken aan deze excessen? Wie neemt daarin de verantwoordelijkheid? De minister of de twee topspitsen van het kabinet, Opstelten en Teeven? Die hebben de veiligheid immers vooropstaan. Ik vraag dat echt niet voor niks.

Ik heb al eerder eens gesproken over een topscheidsrechter, Marcel Bellinga. Ik neem de Kamer kort even mee in zijn verhaal. Bellinga fluit amateurvoetbalwedstrijden en is op allerlei nare manieren belaagd door ontevreden supporters. Laatst had ik weer contact met hem. Hij had in de krant gelezen van het voornemen van het kabinet om voetbal-aso's op een zwarte lijst te plaatsen. Hij was en is daarvan geen tegenstander. Wel betwijfelt hij of harder straffen helpt. Preventief handelen, de dialoog zoeken met de verenigingen en de coaches, de spelregelkennis stevig stimuleren en fair play belonen; dat kan volgens hem echt helpen.

Ik vind het knap dat deze scheidsrechter net als de landelijke scheidsrechtersvereniging hier zo stevig in meedoet. Ik heb daar respect voor. Laten wij eerlijk zijn: de heer Bellinga was en is een slachtoffer. Diezelfde scheidsrechter heeft een paar weken geleden bij justitie geïnformeerd hoe het staat met het vervolgen van zijn drie belagers. Hem werd gezegd dat de zaak nog niet beoordeeld was en dat het nog wel een half jaar zou kunnen duren voordat er iets zou gebeuren. De ellende vond trouwens plaats in mei. Dan zijn wij dus een jaar verder. Hopelijk begrijpt de minister dat dit onacceptabel is.

En dan nog wat. Een van de daders, overigens lid van de KNVB, is weliswaar voor zeven maanden gestraft, de zomervakantie inbegrepen, maar vanaf 1 januari staat die weer op het veld en mag die gewoon weer sporten, op de velden komen en jeugdtrainer zijn. Men moet het mij maar niet kwalijk nemen dat ik namens vele andere actieve sportliefhebbers erg cynisch ben over de daadwerkelijke impact van het plan voor voetbal en veiligheid. Mijn vraag aan de minister is dan ook wat zij gaat doen aan dit soort situaties en op welke termijn. Is er een stappenplan? Komt er een traject? Welke aanpak gaan wij exact kiezen? Een kwestie zoals Bellinga kan echt niet.


De heer Klaver (GroenLinks): Wat wil de heer Van Dekken dat er gebeurt met de persoon die in januari weer mag voetballen? Had hij liever gezien dat die voor de rest van zijn levens wordt geschorst?
De heer Van Dekken (PvdA): Nee, dat is natuurlijk niet het geval. Ik vind dat iedereen een tweede kans verdient. Ik denk dat deze jongens ook wel goed last hebben gehad van de situatie. Ik vind het pijnlijk dat de scheidsrechter nog steeds rondloopt met angsten, bibberig is en nog veel langer dan nu al het geval is moet afwachten wat er gebeurt met de daders. Als een duidelijke straf is afgesproken, kan mijnheer Bellinga natuurlijk ook weer gewoon zijn wedstrijden op een ontspannen manier fluiten. De daders weten dan wat hun daadwerkelijke sanctie is. Ik had graag gezien dat er een wat strengere straf was gekomen, een wat langduriger schorsing, misschien een cursus of vrijwilligerswerk bij een instantie waar slachtoffers van dit soort delicten rondlopen.
De heer Klaver (GroenLinks): Ik vraag hiernaar omdat de PvdA een stevig betoog houdt over het geweld op de velden. Iedereen is daarop tegen. Wie is er nu voor geweld? Mijn vraag is wat de PvdA dan wel wil. Een schorsing tot januari is te kort. Hoe lang moet de schorsing dan duren? De bijbehorende vraag is of het een taak van de overheid of de politiek is om daarover te spreken. Hoort dit niet thuis in het tuchtrecht van de clubs en de bonden?
De heer Van Dekken (PvdA): Dat laatste zou heel goed kunnen. Maar als het slachtoffer nog te maken heeft met de nare gevolgen van een incident, mag de dader niet rondlopen op het sportveld. Dat lijkt mij een ongewenste situatie. De vraag wie de straf uitdeelt, is dan een tweede. De voetbalclubs

moeten hun verantwoordelijkheid nemen. De KNVB mag dit soort niet zaken niet laten lopen.


De voorzitter: Ik wijs u erop dat u nog één minuut heeft en dan zit u op tweederde van uw spreektijd.
De heer Van Dekken (PvdA): Dan moet ik er in vogelvlucht doorheen. Ik had nog het nodige te melden over sportmakelaars en kinderen die worden geronseld. Ik wil complete transparantie over het WK-bid. Die is er nog steeds niet. Mijn collega's zullen hierop wel terugkomen, vermoed ik. Hetzelfde geldt voor de Voetbalwet. De PvdA pleit al een tijdje voor een verandering van deze wet. Samen met mijn collega van de PVV en waar mogelijk ook met collega's van andere partijen wil ik een steviger wet. Ik hoop echt dat wij hierover kunnen doorvragen.

Ik maak mij grote zorgen over de inventarisatie van de buitenspeelruimten. De sportieve ruimtenorm van 3% wordt volgens de normen van Jantje Beton vaak niet gehaald.

Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie over het meiden- en vrouwenvoetbal? Zou het niet mogelijk zijn om, met inachtneming van de criteria voor de Olympische Spelen, topsporters als Epke Zonderland en wellicht ook Youri van Gelder alsnog naar de Spelen te halen? In een vorig debat hebben wij gesproken over de toekomst van schaatshal Thialf. Als het gaat om schaatshallen is er sprake van een fantastische internationale ontwikkeling. In het vorige debat heb ik de minister gevraagd of zij wil inventariseren hoeveel draagvlak is voor het doorontwikkelen van Thialf. Ik ben benieuwd naar de stand van zaken in dezen.

Voorzitter. Ik rond af. Ik heb mij lelijk vergist in mijn spreektijd.


De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. Vorig jaar rond deze tijd stonden de kranten bol van de beet van Suarez. Na de beet waren er vier soorten reacties die duidelijk maken hoe een exces op het voetbalveld wordt beleefd. En ik voeg hieraan toe: niet opgelost. De dader ontkent. "Ik geef 200% in een wedstrijd", werd uit zijn mond opgetekend. Het slachtoffer heeft geen oordeel en wil zich gewoon op voetbal concentreren. De trainer van Ajax sprak van een "liefdesbeet". Heel bijzonder! En de coach van PSV, van wie ik verwacht dat hij in de bres springt voor zijn speler, had niets gehoord, ook niets van zijn spelers. Blijkbaar wilde iedereen de handen schoonhouden, terwijl de tandafdrukken nog in de schouder van Bakkal stonden. En deze maand slaat profvoetballer Fernandez twee keer zijn tegenstander. Ik kan helaas nog eindeloos doorgaan met bekende voorvallen. Coach Brood van RKC Waalwijk geeft de vierde official een duw en ik zwijg dan nog maar over het verbale geweld op de voetbalvelden.
De voorzitter: Mijnheer De Liefde, ik wijs u erop -- ik had dit eigenlijk ook moeten doen bij de heer Van Dekken -- dat het niet netjes is om namen te noemen van mensen die zich hier niet kunnen verdedigen. Daarmee zijn de voorbeelden niet minder schokkend, maar als u nog meer voorbeelden heeft, kunt u het gewoon hebben over een voetballer of trainer van een voetbalclub.
De heer De Liefde (VVD): Ik begrijp uw punt. Bij minder bekende personen zal ik dat nadrukkelijk in overweging nemen.

Ook het amateurvoetbal kent veel schrijnende voorbeelden. In mei van dit jaar stonden de supporters van Spakenburg na een wedstrijd tegen IJsselmeervogels in de tuin van de scheidsrechter die in hun ogen niet in hun voordeel had gefloten. Voor de VVD is het duidelijk: het voetbal is verziekt, de profs bakken niets van hun voorbeeldfunctie en daarmee verpesten zij toekomstige generaties voetballertjes. Dat moet stoppen.

De VVD trekt vandaag een streep in het zand en zegt "nee" tegen het geweld op het veld. Genoeg is genoeg. Schelden is niet normaal en iemand duwen, spugen of slaan al helemaal niet. Wij willen geen zachte heelmeesters meer. Het is nu tijd dat wij doorbijten.

De minister kwam vorige week naar buiten met het Actieplan Naar een veiliger sportklimaat. De VVD is erg blij met het voorstel van de minister om het tuchtrecht van amateur en betaald voetbal gelijk te trekken. Er dreigen echter toch nog wat schijnbewegingen door de KNVB en de profclubs gemaakt te worden. Bij collectieve vechtpartijen in het amateurvoetbal volgen langdurige schorsingen, maar in het betaald voetbal geldt deze regel niet. Het argument daarvoor is dat die nauwelijks voorkomen. Wat is dit voor gekke redenatie? Als die toch niet voorkomen, maakt het niet uit als het tuchtrecht gelijk getrokken wordt. Mochten er profs zijn die toch collectief aan het matten slaan, dan is het meer dan terecht dat deze zogenaamde professionals jarenlang hun beroep niet meer mogen uitoefenen. Je kunt zelfs stellen dat voetbalprofs in Nederland zo'n belangrijke voorbeeldfunctie hebben, dat zij daarom wellicht zwaarder gestraft zouden moet worden. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

De VVD wil nogmaals een lans breken voor gelijke straffen bij alle sportbonden bij geweldsovertredingen en -delicten. Het maakt immers niet uit of je een klap krijgt op het voetbalveld of op het korfbalveld. De straf zou overal hetzelfde moeten zijn. Deelt de minister dit standpunt en is zij bereid dit aan te kaarten bij de bonden en het NOC*NSF?

Zoals de VVD ook al had verkondigd, stelt de minister voor een spelregelbewijs in te voeren. Spelregels moeten ervoor zorgen dat een wedstrijd op een ordelijke en eerlijke manier verloopt. Hoe kan een speler zich aan de regels houden als hij niet weet wat de regels zijn? Ik ben dus heel erg benieuwd wanneer de KNVB als eerste dit spelregelbewijs denkt te kunnen invoeren.

In haar actieplan stelt de minister voor dat aangifte verplicht wordt in gewelddadige situaties of bij excessen. Ik ben blij dat de minister dit voorstel van de VVD heeft overgenomen. Voor wie geldt deze verplichting? Geldt die voor de speler, de bond, de club, de scheids of voor allemaal? Wie moet er naar de politie stappen? Dit wordt niet duidelijk uit de brief van de minister.

De VVD is de sportpartij bij uitstek. Er gaat extra geld naar de sport. Daar ben ik ontzettend trots op. Ik ben blij te zien dat de minister in haar eerste eigen begroting diverse voorstellen heeft overgenomen die de VVD vorig jaar heeft gedaan. De minister gaat de versnippering van projecten tegen en zij concentreert zich op de best practises, zoals de VVD vroeg. Er gaat meer geld naar sport en bewegen in de buurt, zoals de VVD bepleitte. Het stipendium voor oudere topsporters wordt verhoogd en er komt meer budget voor het binnenhalen van evenementen en het opknappen van accommodaties, omdat de VVD vroeg meer geld beschikbaar te stellen voor het versterken van het topsportklimaat.


Mevrouw Leijten (SP): De heer De Liefde zegt dat zijn fractie veel heeft binnengehaald, maar één ding komt maar niet van de grond, namelijk het meer uren bewegen door sport op school. Hoe zal de VVD-fractie op dat dossier bewegen?
De heer De Liefde (VVD): Wij bewegen volop, maar ik kom verder in mijn betoog op dit punt terug. Als ik dan de vraag van mevrouw Leijten niet naar haar zin heb beantwoord, hoor ik dat graag.

Sport in de buurt. Sport houdt een samenleving gezond, sport geldt als goed vermaak en brengt mensen bij elkaar. De gouden medaillewinnaars van 2028 zitten nu in de luiers en op de kleuterschool, behalve de turnsters, want die zitten nog in de papa's en de mamma's. Wij hebben dan ook geen moment te verliezen, willen wij van de huidige baby's en kleuters een generatie gouden olympiërs maken. Met gym op school wordt volgens de VVD-fractie de basis voor een sportieve jeugd en daarmee een sportiever Nederland gelegd. De VVD-fractie was blij met de brief van de minister van 14 november jongstleden, want de sportbuurtcoaches krijgen terecht veel aandacht en wij zien ook grote kansen voor het exploiteren van best practices. De inzet van het Rijk is waardevol op weg naar "een sportieve samenleving waarin iedereen kan kiezen voor een actieve en gezonde leefstijl". De VVD is het hiermee eens, vooral omdat de minister goede ervaringen wil versterken en projecten met tegenvallende resultaten wil beëindigen. Scholen kunnen zelf een extra bijdrage leveren door kleine aanpassingen, bijvoorbeeld het omvormen van een sfeerloos schoolplein naar een actief speelplein dat ook na schooltijd toegankelijk is.

Maar ook buurtpleinen kunnen worden omgevormd tot interactieve speelplaatsen waar jong en oud kan sporten en bewegen. Ook kan de modelverordening van de VNG worden aangepast om dubbel gebruik van gymlokalen te stimuleren. Graag hoort de VVD-fractie wat de minister hiervan vindt.

De minister schrijft ons nog een brief over het Platform Sport, Bewegen en Onderwijs 2.0. Wordt hierin uitvoering gegeven aan de afspraak uit het regeerakkoord dat er meer gym op school komt? De VVD-fractie vindt namelijk dat het daaromtrent bijzonder lang stil is en krijgt graag snel duidelijkheid van het kabinet.


De voorzitter: Ik ga graag verder met mijn interruptie. Op 30 juni 2011 was de VVD-fractie bij monde van de heer De Liefde zelf zeer stellig: op Prinsjesdag 2011 moest er een actieplan liggen inzake meer beweging op school. Wat is wat de VVD-fractie betreft nu een acceptabele termijn?

**
De heer De Liefde (VVD): Ik denk dat het van wezenlijk belang is dat het kabinet snel helderheid verschaft over hoe het dit onderdeel van het regeerakkoord zal uitvoeren. De bal ligt dan bij minister Van Bijsterveldt. Zij is namelijk de minister van Onderwijs en gym op school is een onderwijsverantwoordelijkheid. Ik heb de boodschap al meermaals bij die minister neergelegd. Ik wacht dat even af, maar omdat minister Schippers aankondigde dat zij de brief samen met haar collega Van Bijsterveldt zou schrijven, ben ik benieuwd wat erin komt te staan; vandaar mijn vraag.


De voorzitter: Het klinkt gek om via de voorzitter te spreken als je het zelf bent. Ik heb het regeerakkoord er gewoon eens bij gepakt. Daar staat niet onder het kopje onderwijs dat er meer sportlesuren in het basis-, beroeps- en voortgezet onderwijs moeten komen, maar onder het kopje sport. Of nu mevrouw Schippers het woord voert, de heer Rutte of mevrouw Van Bijsterveldt, ik zou toch denken dat het kabinet met een mond spreekt. Dat verwacht ik eigenlijk ook van de grootste regeringspartij in de Kamer. Wanneer wil de VVD dat de plannen voor meer sportlesuren in het basis-, beroeps- en voortgezet onderwijs, zoals beschreven onder het kopje sport op pagina 20 van het regeerakkoord, zijn uitgewerkt?

**
De heer De Liefde (VVD): Ik wil zo snel mogelijk duidelijkheid daarover. Daarom stel ik de vraag aan de minister of er in deze brief, die op korte termijn naar de Kamer komt, een antwoord op komt. Ik zal nog niet in als-danredeneringen treden met de collega van de Socialistische Partij maar ik maak wel duidelijk dat dit voor ons een zeer belangrijk punt is uit het regeerakkoord, waarover wij graag helderheid hebben.


Mevrouw Dijkstra (D66): Ook mij is opgevallen dat ministeries vaak naar elkaar verwijzen als het over dit onderwerp gaat. Zou er een interdepartementale werkgroep moeten komen zodat er veel meer wordt samengewerkt op dit onderwerp?
De heer De Liefde (VVD): Ik deel het standpunt van mevrouw Dijkstra dat het niet moet uitmaken wie het doet, als het maar gebeurt. Zo kijk ik naar iedere afspraak die wij in het regeerakkoord hebben gemaakt. Ik verwijs nogmaals naar mijn vraag en wacht met zeer veel belangstelling het antwoord van de minister in eerste termijn af.
Mevrouw Dijkstra (D66): Het lijkt mij toch heel gemakkelijk om te zeggen dat het goed zou zijn als de departementen in een speciale sportwerkgroep met elkaar in overleg treden. Dat is toch niet zo ingewikkeld? Daar hebt u de minister toch niet voor nodig?
De heer De Liefde (VVD): Ik heb mijn rol wel heel helder voor de geest. Ik ben er verantwoordelijk voor dat de afspraken uit het regeerakkoord worden nagekomen. Ik controleer de regering. Het maakt mij eigenlijk geen biet uit hoe de regering die afspraken uitwerkt, als zij ze maar uitwerkt.

Voorzitter. NOC*NSF heeft voorgesteld om de taskforce belemmeringen, onder leiding van Onno Hoes, te laten samenwerken met het al bestaande project vermindering administratieve lasten sportsector. Ik hoor graag een reactie van de minister op dat voorstel.


Ik kom op Thialf. Op 4 januari 1997 was de laatste Elfstedentocht. Ik was erbij. Net als de rest van Nederland hoop ik elke winter dat de noren weer uit het vet kunnen en dat duizenden Nederlanders de toch der tochten gaan schaatsten. Schaatsen is een echt Nederlandse volkssport. Wat mij verbaast, is dat wij internationale wedstrijden dreigen te verliezen omdat Thialf straks niet meer aan de eisen van de ISU, de internationale schaatsbond, voldoet. Eerder hebben wij in deze Kamer over Thialf gesproken. Collega Van Dekken refereerde er ook al aan. Ik herinner mij dat de minister welwillend stond tegenover het onderwerp, maar geen budget had. Daar kan ik inkomen. Het is primair de verantwoordelijkheid van gemeenten, provincies, sportbonden en verenigingen en hun sponsors om sportaccommodaties te realiseren. Hoewel ik de wens dat het Rijk meebetaalt aan Thialf 2.0 begrijp, wil ik hier wel duidelijk maken er op de sportbegroting van 130 mln. op jaarbasis volgens mij nauwelijks ruimte is om tientallen miljoenen in sportstadions te stoppen, of het nu om schaatsen of om een andere sport gaat.

De VVD draagt de schaatssport een zeer warm hart toe. Het voor ons niet voor te stellen dat er in de toekomst geen EK, WK of Worldcups in Nederland meer gereden worden. Daarom roep ik gemeenten en provincies die serieus nadenken over schaatsstadions op om met realistische en gedegen plannen te komen voor het realiseren van die stadions. Het Rijk is daarbij geen grote financier. Met de nieuwe Geefwet, de introductie van een schaatsloterij en het wegnemen van eventueel belemmerende regelgeving kan het Rijk zeker zijn steentje bijdragen aan de schaatssport. Is de minister daartoe bereid?
De heer Van Dekken (PvdA): Ik ben blij dat de VVD het nieuwe initiatief van Thialf omarmt, maar het is een beetje als schaatsen op water, want als alleen de provincies en de gemeenten het moeten doen, gaat het niet gebeuren. In het vorige debat hebben wij de minister gevraagd om kabinetsbreed, dat wil zeggen ook in het kader van innovatie, verduurzaming enzovoort, te bezien hoe we die nieuwe schaatszaal gerealiseerd zouden kunnen krijgen. Volgens mij moet dat de vraag zijn aan de minister namens ons allen.
De heer De Liefde (VVD): Dat biedt mij ontzettend mooi de gelegenheid om de laatste alinea van dit blokje voor te lezen.
De voorzitter: Dan gaat wel uw tijd weer lopen.

**
De heer De Liefde (VVD): Ik ben betrapt op mijn eigen eerlijkheid.


De voorzitter: Ik stel trouwens ook vast dat de heer Van Dekken niet echt een vraag heeft gesteld, maar eerder een voorstel deed.

Mevrouw Bruins Slot heeft een vraag.

**
Mevrouw Bruins Slot (CDA): CDA, PvdA en VVD delen de opvatting dat Thialf een bijzondere rol speelt binnen onze sporttraditie en -geschiedenis. Nu hebben wij laatst het Belastingplan behandeld. De CDA-fractie heeft toen een mooi amendement ingediend over steunstichtingen en aanpassingen van de Geefwet. Gaat dat niet al een beetje in de richting die ook de heer De Liefde uit wil? Maken wij daarmee niet ook bepaalde dingen mogelijk rond de toekomst van Thialf?
De heer De Liefde (VVD): Ik ben ontzettend blij dat de CDA-fractie refereert aan het amendement-Omtzigt/Neppérus van CDA en VVD, waarmee dit vanaf 1 januari inderdaad mogelijk wordt gemaakt bij sociaal belang behartigende instellingen, de SBBI's van deze wereld. Inderdaad, het amendement maakt het mogelijk dat via een aparte steunstichting onder fiscaal gunstige voorwaarden geld wordt ingezameld voor een specifiek doel, zoals de realisatie van een nieuwe schaatsaccommodatie. Ik ben daar zeer tevreden over.
Mevrouw Bruins Slot (CDA): Kunnen wij dan eigenlijk niet concluderen dat CDA en VVD dit plan al voor een groot deel tot stand hebben gebracht, of zijn er nog meer dingen nodig?
De heer De Liefde (VVD): Ik heb ook een aantal andere opties geopperd. Het was een drieluik. Ik heb niet alleen naar de Geefwet verwezen, maar ook naar een schaatsloterij en het wegnemen van belemmerende regelgeving. De VVD-fractie kan zich voorstellen dat, mochten er concrete plannen op tafel komen, een financiële bijdrage van het Rijk van tevoren niet helemaal wordt uitgesloten. Maar dan praat je hooguit over tonnen, niet over miljoenen.
De voorzitter: Bent u al weer verder gegaan met uw betoog, mijnheer De Liefde?

**
De heer De Liefde (VVD): Ik heb een leercurve, dus ik dacht: ik probeer het gewoon.


De voorzitter: Uw tijd gaat weer lopen.

**
De heer De Liefde (VVD): Wellicht hebben collega's van deze sportminister wel oren hebben naar het leveren van een bijdrage aan een nieuw schaatsstadion. Is de minister bereid om haar collega's van I&M en EL&I aan hun jasje te trekken en te bezien hoe zij vanuit hun beleidsterreinen een bijdrage zouden leveren?


Voorzitter. Ik kom nu op het EK in Polen en Oekraïne. Ik heb in oktober aan deze minister gevraagd of ze bij haar Poolse collega's tijdens de EU-Sportraad de zorg uit Nederland wilde overbrengen over de intimiderende en racistische Poolse hooligans die onlangs nog supporters van Twente en PSV dusdanig hebben bedreigd dat ze afzien van het georganiseerd bezoeken van wedstrijden in de Europa League in Polen. Hiermee is er wat mij betreft sprake van een Europese grensoverschrijdende kwestie. Volgens de PSV-supportersvereniging gaven de Polen zelf aan dat zij de veiligheid van PSV-fans niet konden garanderen. Dat is toch bizar? De minister wilde de Polen in oktober de maat niet nemen. De VVD-fractie heeft maar één belang voor ogen: de veiligheid van de oranjesupporters tijdens het EK. De Polen geven nu al aan dat ze de veiligheid van een Nederlands clubteam niet kunnen garanderen. Wat ons betreft is het nu zaak dat de Polen hun zaakjes op orde krijgen. Ik heb over dit onderwerp schriftelijke vragen gesteld aan minister Opstelten en kijk met zeer veel belangstelling uit naar zijn antwoorden.

Stichting Service Médical bepleit al jaren bij de Kamer met zeer veel succes haar belang. Wij werden overspoeld met steunbetuigingen. We kregen zelfs een petitie overhandigd van niemand minder dan tv-presentator Mart Smeets. De VVD is echter ook benaderd door een andere stichting, Stichting MOS. In 2008 is de subsidieaanvraag van deze stichting afgewezen met als argument dat de subsidie aan de Stichting Service Médical stopgezet zou worden. Door toedoen van de Tweede Kamer -- dat zeg ik er expliciet bij -- is die subsidie echter nooit stopgezet, maar bij herhaling verlengd. Ik wil ervoor waken om in discussie te treden over de vraag welke stichting wel en welke stichting geen subsidie meer ontvangt. Daarom houden wij wel vast aan het voornemen van deze minister tot het beëindigen van de subsidie van Stichting Service Médical. Ik hoor graag een reactie van de minister hierop.


De heer Van Dekken (PvdA): Wat is precies het argument om die subsidie dan maar rücksichtslos te beëindigen? Het gaat om meer dan 250 vrijwilligers die zich al 25 jaar bemoeien met de medische begeleiding bij de prachtige sportevenementen waar ook mijn VVD-collega zo'n voorstander van is.
De heer De Liefde (VVD): Zo doet ook de Stichting MOS dat al decennia lang, zonder subsidie, bij allerlei wielrenwedstrijden van nationaal en internationaal niveau. Legt u mij het verschil maar uit. Waarom moet de ene stichting die subsidie wel ontvangen en de andere stichting niet?
De heer Van Dekken (PvdA): Misschien moet je kijken of dergelijke instanties niet gewoon in aanmerking komen voor een redelijke subsidie. Misschien is dat wel goed om ervoor te zorgen dat de veiligheid van sporters en van supporters aan de zijkant gewaarborgd is. Niet alles is gratis. De druk op vrijwilligers neemt al gigantisch toe en dan zouden we ze ook nog wegjagen!
De heer De Liefde (VVD): Ik ben blij dat hiermee weer het verschil duidelijk wordt tussen een liberale partij en een sociaaldemocratische partij. U denkt dat alles op te lossen is met subsidies. De VVD-fractie gelooft dat niet.
De heer Van Dekken (PvdA): Voorzitter. Ik word uitgedaagd. Dat denk ik niet. Ik ken een heleboel projecten waar sec vrijwillig wordt gewerkt, maar als je het hebt over professionele evenementen, dan mag je daar ook een professioneel vrijwilligersapparaat staan hebben die goed geoutilleerd is. Dat mag desnoods met wat geld worden gesteund. Dat heeft dus niets te maken met een verschil in ideologie; het heeft te maken met principes.
De heer De Liefde (VVD): Nogmaals, ik wacht met belangstelling het voorstel van de PvdA-fractie af. Wil zij of eveneens subsidie toekennen aan Stichting MOS of wil zij ook de subsidie van Stichting Service Médical beëindigen? Het kan niet van tweeën een zijn. Ik hoor graag waar de PvdA-fractie het geld vandaan denkt te halen.
De voorzitter: Mevrouw Dijkstra heeft ook een vraag op dit punt.

**
Mevrouw Dijkstra (D66): Voorzitter. Is de reden waarom de heer De Liefde van mening is dat de subsidie aan Stichting Service Médical moet worden stopgezet dat ook een andere stichting vindt dat zij recht kan doen gelden op zo'n subsidie?


De heer De Liefde (VVD): Ik acht het van wezenlijk belang dat je één lijn trekt voor organisaties die ondersteunen bij sportevenementen. In dezen steun ik de keuze die het departement en deze minister hebben gemaakt, namelijk dat er geen overheidsbijdrage wordt gegeven aan dergelijke stichtingen. In het verleden heeft de Kamer daar anders over besloten, maar ik leg het hier gewoon heel helder neer, ook bij de collega's aan deze kant van de tafel. Mocht er weer beweging zijn vanuit andere partijen dan de VVD om de subsidie van Stichting Service Médical voort te zetten, dan geef ik aan: denk goed na, want er zijn nog veel meer van dit soort clubs en die krijgen geen geld. Waarom de een wel en de ander niet? Ik geef dat in overweging.
Mevrouw Dijkstra (D66): De D66-fractie is wel gewend om zaken te overwegen. Voor mij is hierbij van belang dat Service Médical toch een heel belangrijke functie heeft, zoals wij hebben gezien. De overheid en dit kabinet sturen erop aan dat er veel meer wordt samengewerkt met private partijen. Een overheidsbijdrage, die overigens niet heel groot is voor Service Médical, helpt nu juist enorm om ook privaat geld aan te trekken. Dat is een van de redenen waarom je het belangrijk zou kunnen achten om deze stichting te blijven ondersteunen.
De heer De Liefde (VVD): Ik begrijp de overweging. Ik zet daartegenover dat de stichting MOS in staat is om tientallen sportevenementen op jaarbasis te ondersteunen op dezelfde manier als stichting Service Médical, en geld uit het bedrijfsleven weet binnen te halen via sponsoren zonder subsidie van het Rijk.
De voorzitter: De heer Klaver heeft op dit punt ook een vraag. Als hij die heel goed stelt, zie ik af van mijn vraag. Anders ga ik hierover zelf ook nog een vraag stellen.

**
De heer Klaver (GroenLinks): U legt de lat hoog, voorzitter. Ik kan de heer De Liefde begrijpen als hij zegt dat hij aan een organisatie geen subsidie meer wil toekennen, maar ik vind zijn redenering eigenlijk wat krom. Laten wij het vergelijken met de Tweede Kamer. Daarin krijgt de PVV geen subsidie, maar is dat het juiste argument om te zeggen dat alle andere politieke partijen ook geen subsidie meer mogen krijgen?


De heer De Liefde (VVD): Ik denk dat mijn collega van de PVV daar straks wel een oordeel over heeft. Ik begrijp het punt. In de richting van de fracties die wellicht wel overwegen om de Stichting Service Médical van geld te voorzien, stel ik hiertegenover dat zij nu de wetenschap hebben dat er meer van dit soort stichtingen zijn. Volgens mij moeten zij dat betrekken bij hun afweging. Waarom willen zij hieraan wel subsidie geven en straks niet aan bijvoorbeeld stichting MOS? Zo zullen er ongetwijfeld nog andere organisaties zijn die geen rijkssubsidie krijgen. Ik kaats de bal dus met veel plezier terug.
De heer Klaver (GroenLinks): Ja, maar weinig overtuigend. Het is een beetje een slap balletje, zou ik bijna zeggen. Natuurlijk zijn er verschillen tussen organisaties. Het hangt af van het wegingskader of een organisatie recht heeft op subsidie. Ook hangt het af van de vraag of ze er zelf behoefte aan heeft. Ik ben met andere woorden op zoek naar de inhoudelijke afweging van de heer De Liefde op grond waarvan hij vindt dat deze club, Service Médical, niet voldoet aan de subsidievoorwaarden, in plaats van een vergelijking met andere clubs.
De heer De Liefde (VVD): Als organisaties bepaalde taken uitvoeren op vrijwilligersbasis en exact hetzelfde doen, maar als de ene organisatie het zonder subsidie kan en de andere schijnbaar niet, moet je kritisch kijken naar wat de meerwaarde is van de organisatie die wel subsidie nodig heeft. Kennelijk zijn anderen namelijk in staat om het zonder subsidie te doen, op hetzelfde niveau. Dat zijn ook vrijwilligers met een medische achtergrond.
De voorzitter: Kort, mijnheer Klaver.

**
De heer Klaver (GroenLinks): Concluderend: ik vind dit een heel enge redenering van de heer De Liefde. Als dit het criterium wordt om te bepalen of je wel of geen aanspraak kunt maken op overheidsgeld, ben ik bang dat heel veel organisaties, ook politieke partijen, zich nu druk moeten gaan maken over de subsidieverlening.


De voorzitter: Mijn vraag namens de fractie van de SP zou zijn of het puur een centenkwestie is of dat het ook moet gaan om de veiligheid van mensen die sport beoefenen. Mijn voorstel aan de VVD-fractie zou dit zijn: laten wij de minister vragen om eens te bekijken wat de redenen voor Service Médical zijn om die subsidie telkens te vragen, wat de redenen zijn om die telkens verlengd te hebben gekregen en wat de alternatieven zijn. In het verleden hebben wij die subsidie niet voor niets steeds verlengd. Als wij dit in het komende jaar goed op een rij zetten, kunnen wij weloverwogen een besluit nemen, en niet enkel om wat een centenkwestie lijkt. Zou de heer De Liefde met zo'n voorstel akkoord kunnen gaan?
De heer De Liefde (VVD): In antwoord op de vraag van de Socialistische Partij: wat mij betreft is het geen centenkwestie maar een kwestie van het voeren van eenduidig beleid. Als ik verschillende stichtingen zie -- er zullen ongetwijfeld nog andere zijn dan deze twee -- waarvan de ene wel geld ontvangt en de andere niet, doet zich voor mij een principiële vraag voor. Volgens mij heeft de Kamer zelf het initiatief genomen om aan de een wel geld te blijven geven, en wist zij niet -- althans, dat is mijn aanname -- van het bestaan van anderen. Dit geef ik aan de collega's mee ter overweging, en daar is volgens mij helemaal niets mis mee.
De voorzitter: Mijn vraag was of we het niet wat zorgvuldiger konden aanpakken. Ik vind het niet goed om nu al te aankondigen dat de subsidie in 2013 vervalt. Daarmee gooien we heel veel expertise, kennis en ervaring weg. We weten niet goed op welke gronden de subsidie nu wordt gegeven. Ik vind het jammer dat het zo hard gespeeld wordt. De subsidie is in het verleden niet voor niets verlengd. Dit is ook vaak op initiatief van de VVD gebeurd.

**
Mevrouw Bruins Slot (CDA): De VVD doet volgens mij aan geschiedvervalsing. Ook de VVD heeft een collectief geheugen. Twee jaar geleden is een motie ingediend waarmee ook mevrouw Neppérus namens de VVD heeft ingestemd. In deze motie werd de regering gevraagd om de acute hulpverlening bij sportevenementen te continueren en er actief steun aan te verlenen. Het CDA stond achter deze motie. Daarna heeft het ministerie de afweging gemaakt om een bepaalde instelling te steunen. In 2009 heeft de VVD dit actief ondersteund. De VVD staat onder deze motie. Wat verklaart de draai van de VVD met betrekking tot het belang van acute hulpverlening bij sportevenementen?


De heer De Liefde (VVD): Wij vinden het belang nog steeds groot. Ook de VVD ziet de meerwaarde van medische ondersteuning bij grote sportevenementen. Wat wel is veranderd, is dat zich nu ook een andere organisatie bij de VVD heeft gemeld, die exact dezelfde werkzaamheden uitvoert als Stichting Service Médical, maar geen subsidie ontvangt. Een subsidieaanvraag door deze stichting, stichting MOS, is naar eigen zeggen in 2008 afgewezen door het ministerie. Een van de redenen voor deze afwijzing was dat de subsidie aan Stichting Service Médical zou worden beëindigd. De Kamer heeft eerder anders besloten, maar ik geef de Kamer dit argument mee. Het denken staat nooit stil, niet bij de VVD tenminste. Volgens mij moeten wij hiermee zeer zorgvuldig omgaan. Er moet geen sprake zijn van willekeur.
Mevrouw Bruins Slot (CDA): In 2009 was er ook geen sprake van willekeur. Zonet heeft de heer De Liefde keurig uitgelegd wat zijn rol als Kamerlid is, namelijk dat hij het beleid van de regering controleert. In algemene zin is door middel van de motie die de VVD in 2009 heeft ondersteund, uitgesproken dat de acute hulpverlening bij sportevenementen gecontinueerd wordt. Dit wel zeggen dat de minister toentertijd de afweging heeft kunnen maken om aan bepaalde instellingen wel of geen subsidie te verlenen. In aansluiting bij de woorden van de heer Klaver vraag ik de heer De Liefde of hij niet meer bereid is om dit soort zaken actief te ondersteunen. Het argument dat de heer De Liefde in 2009 maar één instelling voor ogen had, geldt niet. Welk argument geldt wel?
De heer De Liefde (VVD): De realiteit is dat er organisaties zijn die in staat zijn om acute noodhulp te verlenen zonder subsidie van het Rijk. Andere organisaties zeggen dat zij subsidie van het Rijk moeten blijven ontvangen om hun werk te kunnen doen. Dat vind ik een wezenlijk verschil. Volgens mij moeten wij hier goed naar willen kijken. Noodhulp is heel erg belangrijk, maar als iemand het zonder bijdrage van het Rijk kan en de ander niet, dan moeten we met elkaar bekijken wat dit verschil verklaart en hoe wij daarmee omgaan. Ik geef mevrouw Bruins Slot en de andere collega's die hier aan tafel zitten in overweging om hier zorgvuldig naar te kijken, voordat we blind achter één stichting blijven aanlopen.
Mevrouw Bruins Slot (CDA): De VVD zegt dat zij de acute hulpverlening bij sportevenementen van belang vindt, maar vindt dat je bij de beslissing over overheidssteun naar alle instellingen moet kijken die hulp verlenen en dat je daarna een afweging moet maken. Dit doet de minister, niet de Kamer. Ik begrijp dat de VVD de subsidie niet wil stopzetten, maar dat de VVD vindt dat als subsidie wordt verleend, bekeken moet worden welke instelling deze krijgt.
De heer De Liefde (VVD): Nee, dat is een onjuiste samenvatting.

Ik heb gezegd dat ik vind dat we met elkaar kritisch moeten durven bekijken waarom de een het wel kan zonder rijkssubsidie en de ander niet, terwijl ze beide hetzelfde doen. Het belang staat voorop, maar er zit een wezenlijk verschil tussen de manier waarop het wordt uitgevoerd en gefinancierd. Daar moeten we met elkaar kritisch naar durven kijken.


De voorzitter: Voordat u verdergaat, wijs ik u erop dat u nog twee minuten hebt.

**
De heer De Liefde (VVD): In totaal of van mijn twee derde?


De voorzitter: Van uw twee derde.

**
De heer De Liefde (VVD): Dan spaar ik die graag op voor mijn tweede termijn, want ik ben klaar.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina