Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 301.52 Kb.
Pagina1/9
Datum20.08.2016
Grootte301.52 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Financiën <1> heeft op 7 november 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over het Belastingplan 2009.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Irrgang
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Basten
**

Voorzitter: Irrgang


Aanwezig zijn 9 leden, te weten: Cramer, Van Dijck, Irrgang, Koşer Kaya, Omtzigt, Remkes, Sap, Tang en Van der Vlies,
en staatssecretaris De Jager.
De voorzitter: Ik open dit wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Financiën. Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het Belastingplan 2009, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2009 en het wetsvoorstel Fiscale Onderhoudswet 2009.

Het wetgevingsoverleg zou beginnen om 10.00 uur. Ik constateer dat de Kamerleden op tijd aanwezig waren, maar de staatssecretaris niet.

**
Staatssecretaris De Jager: Ik heb doorgegeven aan de heer Blok dat ik iets later zou zijn.
De voorzitter: De afspraak is dat het overleg begint om 10.00 uur. Het woord is aan de staatssecretaris voor zijn beantwoording van de eerste termijn van de Kamer.

Ik wijs de leden en de geïnteresseerden erop dat een groot aantal vragen al schriftelijk is beantwoord. Tevens is een nadere nota gestuurd met verdere beantwoording.

**
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Helaas ben ik vandaag tien minuten later gekomen, omdat er vanochtend een spoedoverleg gepland was bij AZ, dat tot iets na tien uur duurde.
De heer Remkes (VVD): Als de staatssecretaris ons de resultaten meldt, dan heeft hij het weer goed gemaakt!
De heer Tang (PvdA): Kan de staatssecretaris aangeven wat de directe aanleiding was voor dit gesprek?
Staatssecretaris De Jager: De financiële crisis. Ik zal de heer Remkes proberen tegemoet te komen door in mijn beantwoording zo veel mogelijk rekening te houden met wat wij in het kabinet beraadslagen over de financiële crisis, voor zover dat op mijn terrein betrekking heeft.

Ik dank de leden voor hun inbreng. Er is een uitgebreide voorbehandeling geweest. Er is veel werk verzet door de Tweede Kamerleden. Tevens dank ik mijn ambtenaren voor de ondersteuning in de beantwoording van de vragen, zowel in de schriftelijke beantwoording als in de nota naar aanleiding van het verslag, een nader rapport zelfs.

Ik hoop ook dat voor zover de vragen schriftelijk beantwoord zijn, dit voldoende is. Ik heb er prioriteit aan gegeven om de opmerkingen en vragen waarover waarschijnlijk veel discussie zal zijn, mondeling te doen. Op deze wijze kunnen wij hopelijk een goed debat voeren over vooral de hoofdlijnen, zodat de kostbare tijd van de Kamer zo veel mogelijk kan worden besteed aan datgene wat zij politiek gezien met mij in dit debat wil bespreken.

Allereerst ga ik in op een aantal algemene opmerkingen van de leden. De heer Omtzigt heeft gevraagd of de maatregelen in het Belastingplan allemaal wel uitvoerbaar zijn. De heer Tang vroeg aandacht voor de vereenvoudiging, zoals bijvoorbeeld in het kader van de toeslagen. Mevrouw Sap heeft gevraagd of het Belastingplan per saldo een vereenvoudiging met zich brengt. Zij vroeg ook wat er nog meer kan worden gedaan om het voor belastingbetalers makkelijker te maken. De heer Irrgang heeft erop gewezen dat de praktijk weerbarstig is. Ook merkte hij op dat er altijd sprake is van een soort uitruil, een soort balans tussen eenvoud en rechtvaardigheid. Verder wees hij erop dat bescheidenheid van de Kamer op haar plaats is, omdat vergroening ook een oerwoud aan regelingen met zich brengt.

Voorzitter. Ik begin inderdaad met het thema dat mij net zoals de Kamer na aan het hart ligt, namelijk de vereenvoudiging. Het ligt mij zo na aan het hart dat ik zelfs heb geprobeerd de behandeling van dit Belastingplan te vereenvoudigen door de essentie ervan in een filmpje van één minuut vast te leggen. Mevrouw Sap heeft daar in eerste termijn al naar verwezen. Dat filmpje "Het belastingplan in één minuut" is overigens te vinden op de website van Financiën. Het filmpje was misschien wel net iets te veel vereenvoudiging; de griffie heeft het ook niet aanvaard als alternatief voor de wettekst. Om een goede en volwaardige behandeling van het Belastingplan mogelijk te maken, is er toch sprake van veel tekst. De Kamer heeft alleen al 200 pagina's aan schriftelijke toelichting van mij ontvangen. Zo is het natuurlijk wel een beetje met vereenvoudiging. Vereenvoudigen is nu eenmaal minder eenvoudig dan het soms lijkt, omdat achter de complexiteit van regelingen vaak ook heel veel politieke wensen of oude politieke stokpaardjes schuilgaan.

Ik stel het heel erg op prijs dat de Kamerleden die daarvoor aandacht hebben gevraagd, hier ook altijd spreken in de balans tussen rechtvaardigheid en eenvoud. Het gaat erom te bezien wat op enig moment de beste oplossing is. De heer Irrgang gaf aan dat de rol van de Kamer hierbij betrokken moet worden. Ik word vanuit de Kamer heel vaak, en terecht, aangespoord om voor vereenvoudiging te zorgen of voor de reductie van administratieve lasten. Tegelijkertijd krijg ik heel veel verzoeken vanuit de Kamer die juist tot een complexiteitsvermeerdering zouden leiden en soms zelfs tot onuitvoerbaarheid. Volgens mij is de commissie van Financiën op dat gebied de beste commissie voor mij, al heb ik ook heel veel met andere commissies te maken. In reactie op vragen van de heer Omtzigt en mevrouw Sap kan ik u in ieder geval verzekeren dat de Belastingdienst alle in dit Belastingplan voorgestelde maatregelen kan uitvoeren, en dat gegeven alle voornemens en de wens om bepaalde zaken te realiseren, steeds is gezocht naar de eenvoudigst mogelijke vormgeving van maatregelen. De Belastingdienst heeft uitvoerig de tijd gehad en genomen om in het hele voortraject uitvoeringstoetsen te doen op de voorliggende plannen. Die toets is aangescherpt naarmate men er meer ervaring mee had. Men heeft overal aangegeven dat de plannen uitvoerbaar zijn.

Wat is in dit Belastingplan vereenvoudigd? Ik zal straks wat zaken noemen die er al waren en die tot vereenvoudiging hebben geleid. Als je aan het dweilen bent, is het heel belangrijk dat je de kraan dicht zet voor mogelijk complexiteitsvermeerderende nieuwe dingen. U weet allen -- dat hebt u waarschijnlijk in een jaar van worsteling door dit kabinet ook gezien -- hoe zeer ik aanhikte en mogelijke bezwaren bleef houden, op het gebied van de uitvoering, tegen de passage in het coalitieakkoord over de houdbaarheidsheffing, de bonus en dat hele stelsel van 1/24ste van een heffing die je niet zou betalen als je een maand langer na bereiken van het 63ste levensjaar zou doorwerken. Ik kan niet verhelen dat ik heel weinig heil zag in de tekst die in het coalitieakkoord op dat punt voorlag. Het was bijzonder complex.
De heer Remkes (VVD): Voorzitter.
De voorzitter: Voordat de heer Remkes gaat interrumperen, wil ik voorstellen, ook ter vereenvoudiging van de behandeling hier, dat de staatssecretaris het eerste onderdeel van zijn beantwoording over de algemene inleiding afmaakt, en dat wij dan pas de interrupties gaan doen. Anders denk ik dat wij vandaag ook niet aan een tweede termijn toekomen.

**
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Dank u wel. Ik ben inderdaad bijna klaar met dit blokje. Wat hebben wij uiteindelijk gedaan met die erg ingewikkelde passage uit het coalitieakkoord? Die passage was overigens ook heel moeilijk handhaafbaar of uitvoerbaar. De Belastingdienst meent nu eenmaal de inkomens per jaar en niet per maand. Wij kunnen niet zien of iemand per maand heeft gewerkt. Neem een ondernemer of een zzp'er die in een jaar een bepaalde winst of een bepaald resultaat heeft behaald. Hoe reken je dat toe aan maanden? Wij zagen dat dus helemaal niet zitten, en wij hebben uiteindelijk in dit Belastingplan voor een vormgeving gekozen die voldeed aan de doelstellingen, de gedachte dat je enerzijds een houdbaarheidsbijdrage gaat vergen van 65-plussers en anderzijds ervoor zorgt dat zij, als zij dat willen, gecompenseerd kunnen worden voor het doorwerken. Wij hebben de doorwerkbonus en de houdbaarheidsbijdrage geknipt, waardoor je niet meer 30 of 40 jaar lang een dossier van een belastingplichtige moet bijhouden over hoeveel hij tussen zijn 62ste en zijn 65ste heeft moeten werken, omdat je dat op zijn 90ste nog steeds zou moeten weten. Dat hebben wij allereerst gedaan. Ten tweede -- en dat vind ik toch wel een prachtig succes van vereenvoudiging -- hebben wij in beide gevallen aangesloten bij iets wat wij al hadden. Wij hebben een arbeidskorting, ook voor ouderen, en dat is die doorwerkbonus. Die hebben wij flink opgehoogd.


Wat de houdbaarheidsbijdrage is gaan heten, is eigenlijk niets meer dan het indexeren van de bovenkant van de tweede schijf, die toch al ieder jaar iets meer of minder wordt bijgesteld. Die tweede en ook die eerste schijf vormen in het Belastingplan altijd al een koopkrachtknop, een tuninginstrument, die wordt gebruikt om het koopkracht beeld goed te zetten. In dit geval is over een langere periode de indexering aangepast. Dat is ook iets dat in een massaal proces zoals de Belastingdienst dat oplegt nauwelijks extra werk vergt. Het gebeurt toch al en het wordt gewoon in een massaal proces verwerkt.

Wij hebben hier nog dingen bovenop gedaan. Het is heel belangrijk om nieuwe dingen zo eenvoudig mogelijk te doen en om oude dingen eenvoudiger te maken. Het kabinet heeft invulling gegeven aan het voornemen om de eerstedagsmelding af te schaffen. Dat is bij een nota van wijziging in dit Belastingplan geregeld, zodat dit reeds per 1 januari aanstaande kan ingaan. Dat is een vurige wens van velen die ook leidt tot een flinke vereenvoudiging voor het bedrijfsleven. Die eerstedagsmelding leidde tot irritatie omdat iedere keer op één bepaalde dag, namelijk de eerste dag dat een werknemer in dienst trad, al moest worden gemeld. Dat is niet bedrijfseigen. Bedrijfseigen is om eens per maand een aangifte te doen bij de Belastingdienst of UWV. Werkgevers hebben er ook geen enkel bezwaar tegen om dat één keer per maand te doen, ook niet voor nieuwe werknemers. Om door de hele maand heen een administratief proces te laten lopen om die eerstedagsmelding te kunnen doen, is wat anders. Die eerstedagsmelding leverde in de boekhouding van onze administratievelastenreductie heel weinig op. Deze wijziging is echter wel merkbaar. Ondernemers vonden deze echt niet passen binnen het proces dat zij inrichten. De eerstedagsmelding zoals wij die nu kennen, wordt afgeschaft.

Een ander voorbeeld, heel belangrijk voor zzp'ers, is dat de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) automatisch verlengd wordt. Deze kan niet alleen digitaal worden aangevraagd, zoals sinds september mogelijk is, maar wordt ook automatisch na drie jaar voortgezet als de omstandigheden niet zijn veranderd.

Ik streef echt naar vereenvoudiging in de veelal complexe fiscale wet- en regelgeving, nu en ook in de rest van de kabinetsperiode. De Kamer heeft van mij een brief ontvangen over de Successiewet die leidt tot een enorme vereenvoudiging, waarbij van 28 tarieven naar 4 tarieven wordt gegaan. Ik hoop binnenkort met de Kamer te kunnen spreken over die voornemens om die vervolgens in wetgeving om te zetten als daarvoor parlementaire steun blijkt. Op die manier kunnen wij samen werken aan de vereenvoudigingsagenda. Ik ben erg blij met de steun van de Kamer op dit punt middels de vragen die zijn gesteld.


De heer Remkes (VVD): Ik wil niets afdoen aan de voorbeelden die de staatssecretaris noemt. Lof voor het afschaffen van de eerstedagsmelding in de huidige vorm. Het is op zich te prijzen dat het denken na het ondertekenen van het coalitieakkoord niet is gestopt. Om het niet doorgaan van datgene wat op een zotte wintermiddag in Drachten is bedacht -- het was inderdaad een gigantisch rare bureaucratische draai -- hier te bestempelen als een prachtig voorbeeld van vereenvoudiging, zoals de staatssecretaris doet, gaat mij net iets te ver.
Staatssecretaris De Jager: Ik heb gezegd dat er sprake is van vereenvoudiging van bestaande regelgeving -- daar heb ik voorbeelden van gegeven -- maar dat het net zo belangrijk is om te voorkomen dat er nieuwe ingewikkelde dingen worden gemaakt. Ik hoop dat de heer Remkes dat met mij eens is. Hij zegt dan waarschijnlijk dat het helemaal niet had moeten worden bedacht.
De heer Remkes (VVD): Die lui die daar in Drachten aan die tafel -- ik geloof dat het zelfs een tafel was die speciaal uit Den Haag was meegenomen -- zaten, hadden daar moeten nadenken en moeten voorkomen dat de staatssecretaris nu met dit probleem opgezadeld werd en een jaar lang bijna slapeloze nachten heeft gehad, zo begrijp ik.
Staatssecretaris De Jager: Ik ben uitermate verheugd dat de heer Remkes zo begaan is met mijn lot als staatssecretaris het afgelopen jaar. Het heeft mij inderdaad de nodige hoofdbrekens gekost om een vereenvoudigd voorstel te realiseren. Ik heb nooit onwil bij de oorspronkelijk ondertekenaars van het coalitieakkoord bespeurd. Men heeft niet gezegd: wij hebben het zo afgesproken en zo moet het ook echt. Het is wellicht beter dat op het moment dat de inkt aan het papier wordt toevertrouwd de meest eenvoudige oplossing is gekozen. Als dat een keer niet het geval is, is het goed dat er medewerking is om het toch anders en beter te doen.

Ik kom bij een ander vereenvoudigingspunt, namelijk de toeslagen. De heer Tang heeft daar terecht naar gevraagd. Ik spreek ook een beetje als degene die tevens de pet opheeft van het aansturen van de Belastingdienst.

De voorzitter: Ik ben even in verwarring. Ik dacht dat u klaar was met uw beantwoording van het eerste gedeelte. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Dijck.

**
De heer Van Dijck (PVV): Ik ben blij met de aandacht van de staatssecretaris voor vereenvoudiging. Dat vinden wij ook van de prioriteiten, maar ik kan toch niet zeggen dat hij daarmee in dit Belastingplan echt gescoord heeft, behalve misschien op het gebied van de eerstedagsmeldingen. Zijn er stappen gezet? Het feit dat er een minder complexe Bosbelasting is gekomen, beschouwt de staatssecretaris als een vereenvoudiging. Dat is onzin, want hij introduceert met de houdbaarheidsbijdrage toch een heel nieuwe groep, met de bijbehorende schijven. Dat maakt het er niet gemakkelijker op. Wij hebben straks ten eerste de groep van 65-plus, ten tweede de groep die nu nog niet 65-plus is maar die dat na 2011 wel wordt en die de houdbaarheidsbijdrage moet gaan betalen. En ten derde is de groep 65-minners. Er komt dus een nieuwe groep bij voor de Belastingdienst, met de bijbehorende schijf. Het is dus geen vereenvoudiging. Het meest eenvoudig zou het zijn geweest om helemaal niets te doen met de Bosbelasting en de houdbaarheidsbijdrage.


Staatssecretaris De Jager: Op het eerste punt heb ik naar aanleiding van een identieke interruptie van de heer Remkes al aangegeven dat het naast de vereenvoudiging van bestaande wetgeving net zo belangrijk is om te voorkomen dat er ingewikkelde dingen gebeuren. De heer Van Dijck heeft met zijn voorbeeld niet helemaal in beeld wat er gebeurt. Het is veel eenvoudiger. De bestaande 65-plussers worden uitgezonderd, maar voor alle Nederlanders wordt de bovenkant van de tweede schijf beperkt geïndexeerd. Er komt niet een nieuwe schijf bij. Iets wat wij toch altijd al doen verandert, voor alle Nederlanders. De schoonheid en eenvoud van dit systeem is dat vanaf 1 januari aanstaande de derde en de tweede schijf voor 65-minners gelijk is. Dan maakt het dus niet uit als de tweede schijf ietsje omlaag gaat en de bovenkant van de derde schijf hetzelfde blijft. Voor 65-plussers vanaf dat moment -- de nieuwe generatie -- maakt het wel uit, want zij hebben in de tweede schijf een bepaalde premiegrondslag niet, zoals de AOW-premie. Dus voor alle Nederlanders, 65-plussers en 65-minners -- met als eenmalige uitzondering de bestaande groep, die automatisch uitfaseert -- gaat dit automatisch veranderen. Dat is heel simpel in het proces op te nemen, want dit is een knopje dat al bestaat in de grote computer van de Belastingdienst. Dat wordt ieder jaar al aangedraaid. Dus als wij dit doen voor de komende 35 jaar, is dat nog gemakkelijker.
De heer Van Dijck (PVV): We spreken nu over 2014. Er is een groep 65-minners, een groep 65-plussers die dat in 2011 al was en die separaat wordt behandeld, en een groep 65-plussers die dat in 2011 nog niet was maar in 2012 wel. Er zijn dan toch drie groepen in plaats van twee? Nu hebben wij er twee, u introduceert een nieuwe.
Staatssecretaris De Jager: De fiscale behandeling kent eigenlijk maar twee groepen, namelijk iedereen die voor 1 januari 1946 is geboren en iedereen die daarna geboren is. Dat onderscheidt faseert automatisch uit. Voor iedere groep daarna, of je nu 65-plusser of 65-minner bent, is de bovenkant van de tweede schijf precies hetzelfde. Het verschil is dat de tweede schijf voor 65-plussers en 65-minners anders is als je de belastingen de premies bij elkaar optelt.

Als je dat doet, leidt dit tot een ander tarief voor 65-plussers en 65-minners. Door dit nu te veranderen, ontstaat niet een extra groep of een extra schijf, maar ontstaat langzamerhand wel een verschil in effectief tarief. Het is goed dat de heer Van Dijck hiernaar vraagt, want het is goed dat ook de fractie van de PVV eenvoud nastreeft, evenals veel andere fracties. Ik kan hem verzekeren dat dit knopje hetzelfde blijft doen.

Ook de toeslagen moeten worden vereenvoudigd. De heer Tang vroeg naar een reactie op het thema vereenvoudiging in het kader van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Toeslagen, ofwel de IBO Toeslagen. Hij zei dat hij erop hoopt dat het kabinet aan de mensen die dit IBO uitvoeren voldoende ruimte geeft om verschillende opties te onderzoeken. In reactie hierop zeg ik in de eerste plaats dat ik verheugd ben met het feit dat de start van zo'n IBO volgens de heer Tang een goede zet is van het kabinet. In de tweede plaats zeg ik dat de inzet van dit IBO inderdaad absoluut het dusdanig vereenvoudigen van de toeslagen is, dat deze zowel voor de burger als voor de Belastingdienst/Toeslagen eenvoudig is. Ik kan de heer Tang dit bevestigen. Voor de burger zijn de toeslagen op dit moment vaak ellende. De burger moet de toeslagen eenvoudig kunnen aanvragen en de Belastingdienst/Toeslagen moet de toeslagen eenvoudig kunnen uitvoeren. Om dit te bereiken zijn geen oplossingsrichtingen op voorhand uitgezonderd. Er is dus geen sprake van taboes.

Bij toeslagen zijn er dus geen taboes, maar mevrouw Sap vraagt of er wel fiscale taboes zijn bij de hypotheekrenteaftrek en het fiscaliseren van de AOW. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de hypotheekrenteaftrek ongewijzigd blijft. Het kabinet is in dezen consistent. Het belastingplan bevat een voorstel voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, de zogenaamde houdbaarheidsbijdrage. Het CPB meldt dat deze houdbaarheidsbijdrage een forse bijdrage levert aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Ik moet zeggen dat mevrouw Sap met het stellen van deze vragen staat in een traditie bij GroenLinks. Deze vragen zijn namelijk op dezelfde manier gesteld door haar voorganger bij de behandeling van het Belastingplan 2008, zowel schriftelijk als mondeling. Mevrouw Sap heeft dezelfde vragen eerder al schriftelijk gesteld. Ik kan haar bevestigen dat het antwoord nog steeds hetzelfde is. Hier is sprake van consistentie van beide kanten.

De woordvoerders van de fracties van de PvdA en GroenLinks vragen naar de onderbouwing van de voorstellen. Zij vragen of het effect van de doorwerkbonus, de verpakkingenbelasting en de verlaging van de mkb-tarieven wel goed is doorgerekend. Mevrouw Sap vraagt naar de effecten op milieu, arbeidsparticipatie, koopkracht en armoedeval. Vanzelfsprekend hebben wij voor de algemene economische effecten de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Ik vermoed dat deze aan de heer Tang niet onbekend zijn. In deze MEV worden de overheidsmaatregelen als geheel doorgerekend. Daarin staat veel informatie. Ook in de ruim 200 pagina's toelichting bij dit belastingplan, waarover ik het eerder al had, staan veel effecten genoemd. Daar wordt geschreven over de effecten van de doorwerkbonus op de arbeidsparticipatie. Hierop kom ik overigens later nog even terug. Ook over de effecten van de ombouw van de bpm wordt geschreven. De heer Tang vroeg naar de effecten van de verpakkingenbelasting. Dat wordt lastig. Deze belasting is dit jaar ingevoerd. De aangiften zijn nog niet allemaal binnen. Ik hoop dat de heer Tang begrip heeft voor het feit dat wij daarop moeten wachten. Ik stel hem echter graag op de hoogte zodra hierover echt iets te zeggen valt.

Mevrouw Sap heeft behoorlijk wat vragen gesteld over de effecten die liggen op het terrein van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De meeste van deze vragen worden beantwoord in de toelichting op de begroting van SZW. Deze vragen gaan over het inkomensbeleid, niet over de fiscale wet- en regelgeving, alhoewel het laatste soms een oorzaak is van het inkomensbeleid. De enige die deze vragen goed kan beantwoorden, is de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De heer Tang heeft gevraagd naar een onderbouwing van de kauwgumbelasting. Aan het eind van mijn betoog kom ik nog uitgebreid terug op alle effecten daarvan.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik hoop dat de staatssecretaris aan het eind van zijn betoog ook heel uitgebreid terugkomt op de successierechten en alleenstaanden. Als het blijft bij wat hij zojuist in het algemene deel heeft gezegd, is dat voor mij niet toereikend. Ik wil dat duidelijk wordt aangegeven dat alleenstaanden niet zoveel meer moeten betalen.

Inzake de Bosbelasting is één ding mij niet helemaal duidelijk. Ik denk dat die inderdaad een vereenvoudiging is ten opzichte van de eerste plannen van Bos. Daarover was het oordeel van de Raad van State vernietigend. Het gaat om mensen die net iets meer dan €18.000 bruto krijgen. Moeten die meebetalen? Welke effecten heeft dat voor de middeninkomens die net iets meer dan €18.000 bruto hebben? Ik ben niet zo'n "koopkracht"-type, maar ik wil wel de effecten weten.


Staatssecretaris De Jager: Ik kom in mijn latere beantwoording uitgebreid terug op de doorwerkbonus en de vragen van onder anderen mevrouw Koşer Kaya daarover. Voor de koopkrachteffecten verwijs ik naar de minister van SZW. Over het successierecht heb ik een aparte brief naar de Tweede Kamer gestuurd. De Kamer heeft mij reeds uitgenodigd voor een AO daarover. Het wetsvoorstel komt pas daarna, als er tenminste steun is van de Tweede Kamer. Tegen mevrouw Koşer Kaya zeg ik bij voorbaat wel, dat juist alleenstaanden, die nu veel last hebben van het zogenaamde derdentarief, op hun wenken worden bediend in de plannen die ik naar de Tweede Kamer heb gestuurd. Het tarief gaat namelijk van 68% naar 40% maximaal. Dat is een forse verlaging. Het tarief staat al verschrikkelijk lang op 68%, al enorm veel jaren. Van 68% naar 40% is dus een zeer forse daling. Mijn brief is bedoeld als onderwerp van debat met de Kamer. Ik wil op de wensen van de Kamer graag te zijner tijd terugkomen.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Toen ik het filmpje van de staatssecretaris zag, dacht ik echt: ik geloof hem. Toen ik hem net hoorde uitleggen dat hij de ingewikkelde maatregelen rond houdbaarheidsbijdragen en doorwerkbonussen zoals die nu zijn uitgewerkt wél eenvoudig vindt, dacht ik: gelooft hij zichzelf eigenlijk wel? Als anderen de fiscaliteit willen inzetten om hun doelen te realiseren, zet de staatssecretaris zich er dan voor om het zo eenvoudig mogelijk te doen, of zet hij zich ervoor in om het te voorkomen als hij het eigenlijk niet ziet zitten?
Staatssecretaris De Jager: Beide is mogelijk. Mevrouw Sap is met mij voorstander van de vergroening van het fiscale stelsel. Ook daarin zullen wij een balans moeten vinden, zowel in lastenverzwaringen als in eenvoud. Het hoeft niet per se eenvoudig te zijn. De grondslag voor indirecte belasting is vaak eenvoudiger dan die van directe belastingen. Winst en inkomen zijn soms te arbitreren en moeilijk vast te stellen. Een van de meest ingewikkelde belastingen ten opzichte van de opbrengst is de vennootschapsbelasting, omdat daarin enorm veel arbitragepunten zitten. De meest eenvoudige zijn de btw, de accijnzen en de energiebelasting. Die laatste is helemaal eenvoudig, want er zijn maar een paar belastingplichtigen en het levert heel veel geld op.

Tegen de tegenstanders van de vliegbelasting en de verpakkingenbelasting kan ik zeggen dat zelfs de perceptiekosten daarvan reuze meevallen, ondanks het feit dat de opbrengst nog niet zo hoog is. Het aangrijpingspunt is namelijk vaak wat eenvoudiger. Een verpakkingenbelasting vergroot echter ontegenzeggelijk de complexiteit van het fiscale stelsel en de administratieve lasten van het bedrijfsleven. Als je die invoert, moet je dus hard werken aan vereenvoudiging op andere terreinen, dus zowel het fiscale stelsel als lastenverlichting voor het bedrijfsleven. Bij bijvoorbeeld de AOW, met de houdbaarheidsbijdrage en de doorwerkbonus hebben wij echt een eenvoudige oplossing bereikt. Dat meen ik uit het diepst van mijn hart.

Dat lukt niet altijd. Dat geef ik toe. Ik heb plannen moeten uitvoeren die niet tot dezelfde vereenvoudiging hebben geleid. Om dat te compenseren moeten wij op een ander gebied een tandje bijzetten. Het is een balans. Ook mevrouw Sap pleit soms voor ingewikkelde dingen. Het is niet altijd even eenduidig en eendimensionaal.
Mevrouw



  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina