Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 301.52 Kb.
Pagina2/9
Datum20.08.2016
Grootte301.52 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9
Sap (GroenLinks): Het is te prijzen dat de staatssecretaris in dezen een echte vereenvoudiging bereikt heeft. Gelooft de staatssecretaris ook in de maatregelen inzake houdbaarheidsbijdrage en doorwerkbonus? Dat is mijn vraag.
Staatssecretaris De Jager: Ik moet even nadenken.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Of blijft hij net zo weinig enthousiast als in het begin?
Staatssecretaris De Jager: Mijn getemperd enthousiasme over dit plan sloeg met name op de uitvoerbaarheid. Er zit een heel groot verschil in lastendruk tussen 65-plussers en 65-minners. Ik vind het fair dat mensen die dit kunnen dragen, heel langzaam een beetje meer belast worden. Daarnaast volgen wij het advies van de commissie-Bakker voor een doorwerkbonus om mensen met name tussen het 62st en 65st levensjaar te stimuleren om door te werken. Beide maatregelen zijn mooi. Het is goed dat wij die hebben weten te koppelen en als een samenhangend pakket hebben kunnen presenteren. Uitvoeringstechnisch zijn zij ontkoppeld en politiek zijn zij gekoppeld. Dat vind ik prima.
De heer Omtzigt (CDA): Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording. De CDA-fractie hecht vooral aan uitvoerbaarheid van maatregelen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de initiatiefwet van de Kamer na een jaar van toepassing kan zijn op de Belastingdienst.
Staatssecretaris Jager: Ik kom daarop later terug.
De heer Omtzigt (CDA): Prima.

In de schriftelijke beantwoording staat dat de vraag over de elektronische belastingaangifte voor mensen die niet in het GBA in Nederland staan, zoals mensen werkzaam in ontwikkelingslanden, studenten die in het buitenland wonen en anderen die niet elektronisch met de Belastingdienst kunnen communiceren, doorgeleid wordt aan de staatssecretaris van BZK. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij ons voor de plenaire behandeling een brief schrijft welke mogelijkheden hij samen met de staatssecretaris van BZK ziet om de zaken elektronisch beschikbaar te maken, dus dat deze mensen een DigiD kunnen krijgen?

Wij krijgen berichten dat de Belastingdienst buitenland op dit moment bewust foutieve beschikkingen verstuurt, zodat zij daarna nog drie jaar lang een belastingaanslag kan opleggen. Kloppen die berichten of kan de staatssecretaris die ontkrachten?
Staatssecretaris De Jager: Op het eerste punt van de heer Omtzigt kom ik later terug.

Een van de consequenties van vereenvoudiging en van het realiseren van één overheid voor de burger is DigiD. Dat is niet iets van de Belastingdienst of van VWS, het is van BZK. Die doet dat voor de hele overheid. DigiD heeft veel voordelen voor de burgers, maar het betekent wel dat uitgegaan wordt van één mechanisme voor iedereen. Ik ben afhankelijk van de mogelijkheden die DigiD biedt. Ik ben natuurlijk bereid om in een brief die ik voor de plenaire behandeling naar de Kamer zal sturen, de reactie van de staatssecretaris van BZK op te nemen. Ik zal daarin vermelden wat haar aanpak is. Om het goed en eenduidig te houden, moet de Belastingdienst dit niet aanpassen want dan wordt het weer ingewikkeld.

Ik hoop en ben er ook van overtuigd dat er een goed antwoord komt vanuit BZK, maar ik zal voor de plenaire behandeling in ieder geval op dit punt terugkomen in een brief. Daarna is het toch echt aan de staatssecretaris van BZK om hierover te communiceren richting de Kamer en met een plan van aanpak te komen.

Ik kom schriftelijk terug op het andere punt van de heer Omtzigt.


De heer Tang (PvdA): Voorzitter. Ik ben zeer blij dat, zoals de heer Remkes zegt, het denken bij het kabinet niet is gestopt bij de houdbaarheidsbijdrage en de doorwerkbonussen en dat de uitvoering ervan zeer simpel is. Ik kan de staatssecretaris niet genoeg prijzen voor dit resultaat.
De heer Remkes (VVD): Er zou meer moeten gebeuren.
De heer Tang (PvdA): Dat is het verlengde daarvan. De staatssecretaris laat zien dat hij zich hard kan maken voor vereenvoudiging. Ik kan mij goed voorstellen dat een IBO een goede eerste stap is op weg naar die vereenvoudiging.

Ik wil toch nog weten wat er gaat gebeuren met het IBO. U laat zich hier zien als een groot vereenvoudiger. Kunnen wij u aanspreken op de vereenvoudiging van de toeslagen? Wie van het kabinet spreken wij daarop aan? Ik heb vorige keer gezegd dat ik graag wil dat u aanjager bent, dat u verantwoordelijk bent. Kunnen wij u daarop aanspreken? Voor alle duidelijkheid, ik wil u daar met alle plezier bij helpen.

U hebt zelf al aangegeven dat de toeslagen kunnen leiden tot het rondpompen van geld. Er liggen geen taboes op tafel, zegt u. Dat betekent ook dat er kan worden gekeken naar een systeem dat zal leiden tot minder toeslagen. Ik denk dan: minder fouten, minder belasting voor zowel de Belastingdienst, die fouten moet corrigeren, als de burger. Klopt dat?
Staatssecretaris De Jager: Dat laatste kan ik bevestigen. In het IBO moet worden gekeken naar liefst minder toeslagen en, als dat niet kan, eenvoudigere toeslagen. Je moet naar beide kijken. Ook een combinatie van beide zou in zo'n IBO aan bod moeten komen.

Ik kom bij de verantwoordelijkheidsverdeling. Voor mij is het eenvoudiger om "nee" te zeggen tegen voorgenomen plannen. Je kunt aangeven: dit is niet uitvoerbaar, dus ik doe het niet; de Belastingdienst gaat het niet doen. Dat heb ik zo nu en dan ook gedaan. Dat zeg ik overigens vaker dan in de publiciteit komt, want dingen die niet doorgaan komen natuurlijk niet in de publiciteit. Het gebeurt heel veel. Maar als zaken al in de wet staan en als ik niet eens verantwoordelijk ben voor die wet, maar de Belastingdienst alleen maar uitvoerder daarvan is, dan kan ik niet komen tot een verantwoordelijkheidsverandering. Daar zal toch echt een wetswijziging voor nodig zijn. Ik kan de heer Tang toezeggen dat ik zal vechten voor vereenvoudiging. U mag mij natuurlijk ook aanspreken op mijn strijd voor vereenvoudiging. Maar hier in de Kamer zijn de beleidsverantwoordelijke bewindspersonen, die verantwoordelijk zijn voor de wetgeving, eindverantwoordelijk voor de vereenvoudiging van hun toeslag. U mag mij uiteraard ook aanspreken; dat zou ik ook zeker doen. Maar als de heer Tang mij wil helpen, dan doet hij dat met name door degenen die voor de wetgeving verantwoordelijk zijn ook daarop aan te spreken. Dan wordt het kabinet in brede zin aangesproken op de vereenvoudiging van toeslagen.


De heer Tang (PvdA): U bent toch ook samen met staatssecretaris Heemskerk verantwoordelijk voor de administratieve lasten bij het bedrijfsleven? Daarop spreken wij die twee staatssecretarissen aan. Dat ligt ook vast in wetgeving die verspreid is over meerdere departementen. Ik zie niet in waarom dit bij de vereenvoudiging van de toeslagen niet kan. Wij hebben iemand nodig. U hebt zelf gezegd dat het in deze commissie niet zo snel zal voorkomen dat wij de belastingen ingewikkelder zullen maken, maar dat het meer ligt op andere terreinen. Dan is het toch logisch om ook hier de verantwoordelijkheid voor vereenvoudiging te leggen? U loopt nu het gevaar dat u zegt: ik ben eigenlijk de beste stuurman aan wal.
Staatssecretaris De Jager: Het is denkbaar -- dat kan ik met mijn collega's bespreken -- dat een vergelijk zich opdient met de reductie van de administratieve lasten, waarvoor mijn collega Heemskerk en ik een coördinerende bevoegdheid hebben. Overigens doorkruist die bevoegdheid niet de ministeriële verantwoordelijkheid voor de reductie van de administratieve lasten.

Daar zijn ook de ministers zelf verantwoordelijk voor de reductie met 25%. Die ministeriële verantwoordelijkheid in Nederland is erg stevig. De heer Remkes weet wat ik bedoel. De heer Heemskerk en ik vervullen aan coördinerende rol om de plannen gezamenlijk aan het kabinet aan te bieden en te bespreken. Dat helpt wel. Een aanjager is belangrijk. Ik zal het met mijn collega's moeten bespreken, maar ik zou best als aanjager willen functioneren van vereenvoudigingen op het gebied van toeslagen. In een volgend algemeen overleg, bijvoorbeeld dat over de Belastingdienst, zal ik erop terugkomen.

Een ander onderwerp dat mij zeer na aan het hart ligt, is zelfstandig ondernemerschap. Ik denk aan zzp'ers die doorgroeien, aan ondernemers die net starten, aan studenten die een bedrijfje beginnen. Het is allemaal erg belangrijk. Ik ben zelf als student een onderneming gestart als vof. Dan ben je ib-winstondernemer. Na een paar jaar ging ik personeel aannemen en werd het een bv. Ik werd dga. De fiscaal adviseur zegt dan: één bv is geen bv. Dus dan krijg je een holding met werkmaatschappijen, en tuig je een kerstboom op. Daarna ben ik doorgegroeid tot een onderneming met behoorlijk wat personeel. Ondernemerschap is prachtig.

Grote Nederlandse ondernemingen zijn door efficiencyverbeteringen, automatisering, mechanisering, industrialisering in staat geweest om met minder mensen meer te doen. Veel werkgelegenheid is daardoor verplaatst. Het mkb is in staat geweest om veel van dat verlies aan werkgelegenheid op te vangen. Innovatie is ook voor een steeds belangrijker deel toe te schrijven aan het mkb. Omdat de "time to market" steeds korter wordt, wordt de mkb-ondernemer steeds belangrijker. De grote multinational is ook voor innovatie afhankelijk van mkb-ondernemers. Wij zien ook dat goed wordt samengewerkt. Een mooi voorbeeld is de High Tech Campus in Eindhoven. Heel veel kleine bedrijfjes starten daar. Als het interessant is, wordt het samen met Philips groot gemaakt. Het netwerk van Philips kan worden gebruikt om te produceren, toegang tot kapitaal te krijgen of over de hele wereld te vermarkten. Ook op fiscaal gebied moet aandacht gegeven worden aan het ondernemerschap.

De plannen voor ondernemerschap vormen geen geharnast ja of nee. Ik ben volledig bereid om er met de Kamer over te spreken. Er zijn veel vragen gesteld over wat wel en niet goed kan zijn. De heer Tang vroeg bij de mkb-winstvrijstelling bijvoorbeeld of er voldoende stimulering was voor het doorgroeien en voor het aannemen van personeel. Ik geef toe dat dat voor de ib-ondernemer niet het geval is. De doorgroei met personeel zal zich organiseren in een bv. Dan moet je dus eerder wat aan de vennootschapsbelasting doen. Voor de ib-winstondernemer speelt iets anders mee. Ik wil dat in een grafiek laten zien.

Nogmaals, voor mij is niets geharnast, wij kunnen gewoon praten over wat de Kamer een juiste aanpak vindt. Dit is budgettair neutraal, en hier gaat zelfs nog wat geld uit de ondernemerschapenveloppe in. Het lijkt mij goed te praten over de ib-winst-ondernemer aan de ene kant en de dga- en de bv-ondernemer aan de andere kant, en over het verschil in fiscale behandeling tussen die twee groepen. Hierover bestaan veel mythes. In de huidige situatie is er een vrijstelling aan de onderkant, de arbeidskorting, en een algemene heffingskorting, waarbij het in totaal gaat om behoorlijk wat duizenden euro's. Daarboven zijn er voor de ib-winst-ondernemer de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Wij hebben geprobeerd te luisteren naar de Kamer, die in de motie-Blok de regering oproept een meer glijdende schaal te introduceren ter vervanging van het harde urencriterium van 1225 uur. Het urencriterium van de zelfstandigenaftrek kunnen wij niet afschaffen, want dat zou leiden tot een volstrekt ongewenste situatie. Maar het urencriterium in de mkb-winstvrijstelling, die alleen toeziet op winst uit onderneming, is in principe wel af te schaffen. Dat criterium kent al een glijdende schaal, omdat het een faciliteit op de winst uit onderneming is. Als je die vrijstelling verhoogt, druk je het tarief.

Wat zien wij nu? Wij zien meerdere faciliteiten: enerzijds de vaste bedragen van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting en anderzijds het vaste bedrag van de zelfstandigenaftrek. Naarmate een ondernemer meer winst maakt, heeft hij minder aan dat vaste bedrag. Het vreemde is dat dat vaste bedrag afneemt naarmate de winst groter wordt. Bij de mkb-winstvrijstelling werkt het net andersom: daarbij gaat het om een percentage van de winst. De Raad van State heeft in zijn advies op dit Belastingplan hiervoor aandacht gevraagd. De plannen die voorliggen, worden door de Raad van State van harte ondersteund, en kunnen zelfs nog wat sneller worden ingevoerd. Wij vinden dat dat niet kan, vanwege de koopkrachteffecten voor ondernemers met kleine gerapporteerde winsten. De mensen van MKB-Nederland die op de tribune zitten, begrijpen wat ik bedoel! Ik woon aan de Grote Markt in Rotterdam, en zie daar wel eens ondernemers met deze kleine winsten in enorm grote spiksplinternieuwe auto's rijden!
De heer Omtzigt (CDA): Controleert de staatssecretaris de winsten van de individuele ondernemers op de Grote Markt?
Staatssecretaris De Jager: Nee, dat is alleen maar een persoonlijke waarneming. Nogmaals, het gaat om gerapporteerde winsten, om datgene wat bij de Belastingdienst in mindering kan worden gebracht. Welk nadelig effect heeft dat? Dat zie je in de rode lijn in de grafiek, die de huidige marginale druk van de ib-winst-ondernemer weergeeft. Deze betaalt over de eerste €18.000 eigenlijk helemaal niets aan belasting. Vanaf dat moment is er een enorm steile marginale druk richting de 30%, sterker nog, dan gaat zelfs een afbouwtraject spelen van de vaste bedragen van de winstaftrek. Dat zijn die verschrikkelijke pieken die wij al decennialang niet meer zien in ons fiscale bestel, wellicht tot verdriet van de SP. Dit is overigens nog exclusief toeslagen en/of inkomensafhankelijke regelingen.
Het kan zijn dat er binnen dit traject sprake is van inkomensafhankelijke regelingen. In dit Belastingplan is bijvoorbeeld ook de afbouw van de EITC opgenomen. Een en ander leidt in ieder geval tot hogere marginale druk, zelfs tot ruim boven de 60%. Niet dat ik dat voorstel, maar het is denkbaar dat je de zelfstandigenaftrek budgettair neutraal omzet in de mkb-winstvrijstelling. Dat zou dan leiden tot een mkb-winstvrijstelling van ongeveer 25%. Dus van iedere euro extra winst is de eerste 25 cent vrijgesteld. Van iedere euro extra winst houd je dan ongeveer 65 cent over.

In zijn advies doet de Raad van State de suggestie om vergelijkbaar met het DGA-regime arbeidsinkomen te onderscheiden van inkomen uit onderneming. Als het verschil tussen een werknemer en bijvoorbeeld een zzp'er te groot is, druk je mensen als het ware fiscaal in het zzp-schap, terwijl het een eigen keuze moet zijn. Dus fiscaal zou je dat dus niet willen bevoordelen, maar je wilt fiscaal wel bevoordelen dat mensen risico nemen en dat ze daarop worden beloond. Wat de Raad van State voorstelt is conceptueel uitermate interessant maar fiscaal zeer ingewikkeld. Bij de DGA is er sprake van een gebruikelijk loon van €39.000 minimaal, waarop geen enkele faciliteit van toepassing is. Boven dat gebruikelijk loon betaalt de DGA een combinatie van vennootschapsbelasting en box 2, indien sprake is van dividenduitkering. De DGA wordt dus eigenlijk precies spiegelbeeldig behandeld ten opzichte van de IB-winst-ondernemer. De Kamer heeft mij ook wel eens gevraagd om deze twee regimes naar elkaar toe te laten groeien. Dan is het logisch om vervolgens de pieken er een beetje uit te masseren. Ook moet je dan proberen te kijken naar de marginale druk. Echter, het kabinet realiseert zich dat dit wel degelijk effecten heeft. Om die reden heeft het dit nu ook niet voorgesteld. Er staat hiervan wel een analyse in het Belastingplan. Ik kan hier overigens bevestigen en toezeggen dat ik deze optie eerst met alle ondernemersorganisaties ga bespreken en dat ik daarna terugkom naar de Tweede Kamer. Waarom hebben wij wel gekozen voor het eerste stapje, namelijk het nominaal gelijk houden van de mkb-winstvrijstelling opplussen in de mkb-winstvrijstelling? Omdat wij vanuit de ondernemerschapsenveloppe volgend jaar veel meer geld stoppen in de IB-ondernemer.

Al het geld gaat naar de IB-ondernemer. Er gaat niks naar de DGA. Daardoor kunnen wij dit doen zonder negatieve koopkrachteffecten. Daarvoor heeft SZW ook aandacht. Sterker nog, ondernemers gaat erop vooruit, ook IB-ondernemers. Als je alleen maar op microniveau naar deze maatregel kijkt, inclusief het opplussen van 28 mln. budget uit de enveloppe ondernemerschap, dan zie je dat IB-ondernemers, zelfs bij €18.000, €20.000 en €25.000, er in principe niet op achteruitgaan. In mijn schriftelijk antwoord ben ik daarop ook ingegaan. Misschien gebeurt dat wel net op een kantelpunt, bij de pieken, maar dan gaat het om eurootjes. Dan kan iemand er misschien een klein beetje op achteruitgaan, maar in het totale beeld, samen met de andere kabinetsmaatregelen, valt dat in het niet. Dit is toch wel een beetje een perverse prikkel: van iedere euro die je extra winst maakt, moet je bijna alles afdragen. Daarom willen wij die perverse prikkel even niet groter maken. Wij gaan daarover praten. De meeste partijen, ook de ondernemersorganisaties, zijn positief over het volgen de groene lijn in plaats van de rode lijn, maar zij vragen wel aandacht voor de negatieve koopkrachteffecten aan het begin. Daarom doen wij dat nu dus niet, maar doen wij wel iets om die effecten klein te houden.

Dan kom ik nu bij de suggestie van de heer Cramer om in de MKB-winstvrijstelling een soort belastingvrije voet te introduceren. Daar wil ik eens heel serieus over nadenken en ik wil dat bespreken met de ondernemersorganisatie. In dat geval gaan de pieken eruit en kun je een oplossing vinden. Conceptueel gezien is de groene lijn de beste lijn, maar het voorstel van de heer Cramer komt wel tegemoet aan de zorgen over de koopkracht. Het voordeel van dat systeem zou ook nog vereenvoudiging zijn. Dat is de derde reden waarom wij dit doen. De Kamer heeft een aantal wensen aangegeven en wij hebben de wens om het ondernemerschap te bevorderen. Nu hebben wij twee faciliteiten: de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Dat levert veel administratieve lasten op, ook vanwege het urencriterium. Kun je tot één faciliteit overgaan, dan wordt het een stuk eenvoudiger. Het urencriterium zou je dan wellicht, zelfs met zo'n vrije voet, kunnen afschaffen omdat het alleen maar toeziet op winst uit de onderneming. Dan heb je misschien in één keer alle zorgen geadresseerd. Ik ben bereid om daar met de ondernemersorganisaties over te praten, inclusief de belastingvrije voet om eventuele negatieve effecten te mitigeren. Ik ben helemaal niet geharnast, maar ik meen serieus dat het voor ondernemers het beste is om zo'n soort lijn te volgen. Daarover moet dan wel gesproken zijn met de Kamer en de organisaties. Ik kom daar dan ook nog op terug.


De voorzitter: Ik zie dat de leden vragen willen stellen, maar ik stel voor dat de staatssecretaris eerst de beantwoording van het tweede gedeelte afmaakt en dat daarna vragen kunnen worden gesteld. Anders redden wij het niet.

**
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Dit blok gaat helemaal over ondernemerschap. Dan kunnen wij dit afronden.

Ik heb in mijn mondelinge betoog volgens mij al heel veel vragen beantwoord. Ik kijk even snel naar de vragen. Ik heb al aangegeven dat een generieke verlaging van de belastingdruk op winst vaak beter werkt dan specifieke maatregelen. De heer Tang vroeg mij om te bekijken hoe het aannemen van personeel kan worden gestimuleerd. Omdat dit de IB-winstondernemer betreft, wordt het aannemen van personeel hierdoor niet zoveel gestimuleerd. Samen met EZ wil ik bezien of voor de DGA iets te bedenken is. Collega's van Economische Zaken hebben recentelijk een brief naar de Tweede Kamer gestuurd die in de vaste commissie voor Economische Zaken zal worden behandeld. Daarin wordt juist toegezien op de mogelijkheden om ondernemers over de drempel heen te krijgen zodat zij personeel aannemen en laten groeien.

Dat heeft voor het grootste gedeelte betrekking op andere terreinen dan het fiscale. Wij zijn in generieke zin wel aan het bekijken hoe wij de lastendruk op arbeid kunnen verkleinen, maar er blijken ook specifieke barrières te zijn waaraan aandacht wordt besteed in de brief van EZ.

Als je naar een nieuw model gaat, zou je het urencriterium bij de mkb-winstvrijstelling in de toekomst kunnen afschaffen, omdat daarbij geen misbruik mogelijk is. Bij de zelfstandigenaftrek gaat het om vaste bedragen die men kan vergelden tegen andere inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Daarbij kunnen wij het urencriterium niet verlagen, want dan zou iedereen een uur ondernemer zijn in een jaar om een winstaftrek van duizenden euro's te incasseren. Het kan wel bij de mkb-winstvrijstelling, omdat deze betrekking heeft op de grondslag die wij willen. Wat dat betreft is het logischer om het bij de mkb-winstvrijstelling te doen. In de analyse wil ik zeker de suggestie van de heer Cramer voor een voetvrijstelling betrekken.

Als je het urencriterium bij de mkb-winstvrijstelling zou afschaffen, stimuleer je hybride of deeltijdondernemerschap. Wanneer je naast een dienstverband ondernemer wordt, wordt de winst uit onderneming die je daarmee binnenhaalt, lager belast. Daarvoor is dan een fiscale faciliteit, ongeacht het aantal uren, zodat men flexibel is en minder wordt belast. Dat kost wel geld. Het afschaffen van het urencriterium bij de mkb-winstvrijstelling brengt een budgettaire derving van 50 mln. mee. De enveloppe van maximaal 28 mln. is mede in de mkb-winstvrijstelling gestopt. Als in de komende jaren meer geld beschikbaar komt uit de mkb-enveloppe, ben ik bereid om het urencriterium af te schaffen om deeltijdondernemers een extra faciliteit te gunnen, als de Kamer dat een goed plan vindt. Ik heb ook wel eens geluiden uit de Kamer gehoord over een faciliteit voor volledige ondernemers, dus ik wil er wel over spreken. Het is mogelijk om de discussie over dit idee volgend jaar budgettair weer op te pakken.

Er zijn ook vragen gesteld over het verschil tussen IB en Vpb. Bij de schriftelijke behandeling van het Belastingplan hebben wij in een tabel laten zien dat het een mythe is dat de dga fiscaal beter af is dan de IB-winst-ondernemer. Dat is vreemd, omdat de dga vaak een ondernemer is die risico's neemt, groeit en personeel aanneemt. In de vergelijking wordt vaak vergeten dat de dga een verplicht gebruikelijk loon heeft, dat behoorlijk fors kan zijn. Dat is minimaal €39.000 en daarover is geen enkele faciliteit. De IB-winst-ondernemer begint al met een faciliteit, zodat hij over de eerste duizenden euro's geen belasting betaalt en daarna over iedere extra euro een mkb-winstvrijstelling. Dat heeft de dga niet en het gebruikelijk loon is in de praktijk vaak hoger dan €39.000. Daarnaast heeft hij uitdelingen op kapitaal, waarover eerst Vpb moet worden afgerekend en daarna box 2-heffingen volgens aanmerkelijk belang.

In deze tabel is de combinatie van de behandeling van loon en uitdeling van winst opgenomen. Dat gaat tot een winst van €200.000. Er zijn nagenoeg geen IB-winst-ondernemers voor wie zo'n winst fiscaal is geïndiceerd, omdat het voor deze ondernemers over het algemeen bij enkele tienduizenden euro's winst interessant wordt om een bv te nemen, zeker als hij personeel gaat aannemen.

Dat gebeurt vaak niet, omdat juist een bv interessant is. Sterker nog, het kabinet is dit nog interessanter aan het maken in de plannen die bij de Kamer voorliggen. De eisen aan de oprichting van een bv worden ook lager gesteld. Waarom is er dan toch in veel situaties nog geen bv opgericht, terwijl het zakelijk wellicht interessant is? Veel IB-ondernemers zouden erop achteruitgaan als zij een DGA worden. Mijn voorganger heeft het een paar jaar geleden heel makkelijk gemaakt om van IB-ondernemer naar bv te gaan en omgekeerd. Vroeger was dat heel erg complex en moest je veel afrekenen. Tegenwoordig bestaat de optie om dat ruisend of geruisloos te doen. Heen en weer gaan tussen die vormen zou dus kunnen.

Je ziet dat men fiscaal gezien een keuze maakt voor een bv, omdat men dit bijna altijd zakelijk belangrijk vindt. Men wil bijvoorbeeld risico's afdekken, men wil privé niet helemaal aansprakelijk zijn, men wil naar buiten toe een naam als rechtspersoon kunnen uitstralen. Die keuze is eigenlijk niet fiscaal geïnitieerd. Fiscalisten adviseren om dat juist niet te doen. Je ziet dus vaak dat op grond van fiscale redenen een keuze voor IB-winst wordt gemaakt.

Ik kom startende ondernemers tegen. Zoals ik in de Kamer heb aangekondigd, spreek ik ook veel "echte" ondernemers, zoals de Kamer het noemde. Ik spreek evenzeer met organisaties, maar dus ook met "echte" ondernemers, die soms beginnen met het oprichten van een bv. Dat is fiscaal gezien heel dom. Die ondernemers zeggen dan: ik wil dat netjes structureren. Die mensen hebben dus heel weinig faciliteit, want zij betalen 100% belasting over al die eerste euro's die zij verdienen.

Met deze tabel hoop ik ten eerste duidelijk te maken dat als je de regimes meer op elkaar laat aansluiten, je ten eerste de pieken van de marginale druk uit die zelfstandigenaftrek moet halen, en dat je die een beetje geleidelijker moet laten lopen. Dit is ook echt een vurige wens van de Kamer. Elke partij heeft daar wel eens in deze Kamer naar gevraagd. De heer Omtzigt heeft dat tijdens dit debat gedaan. Ten tweede moet je de DGA juist zelfs nog iets meer fiscaal stimuleren, ten opzichte van de IB-ondernemer. Tot zover het verschil in druk tussen de IB- en de VPB-ondernemer.

De heren Tang, Irrgang en Van Dijck hebben vragen gesteld over de rentebox. Dat onderwerp hangt samen met het voorgaande. De groepsrentebox blijft uit. Volgens de begrotingsregels en het coalitieakkoord betekent dit dat geld dat gereserveerd is, in 2008 vrijvalt. Het is eenmalig in 2008, omdat wij natuurlijk nog steeds de mogelijkheid openhouden. Die kan namelijk gedurende een jaar bij KB worden ingevoerd, als er een positieve beschikking zou komen. Dan is er een terugwerkende kracht tot 1 januari 2009. Terugwerking tot 1 januari 2008 zit er echt niet meer in, want wij hebben gewoon die beschikking nu niet gehad. En het is al november. Daarom moeten wij dat bedrag in 2008 eenmalig laten vrijvallen. Dat is in 2009 ook nog steeds denkbaar, want dat geld is er in 2009 ook nog steeds. Dan kunnen wij op dat moment daarover nadenken.

De heer Tang heeft gevraagd of het kan worden doorgeschoven. Dat is eigenlijk niet mogelijk, omdat dat dan saldo-ontlastend zijn in 2008 en -belastend in 2009. Dat zou ons mooie saldoverloop, zoals wij dat bij de opstelling van de Miljoenennota nog in gedachten hadden, danig verstoren. Ik ben met de heren Tang en Van Dijck eens dat dit geen prikkel voor de ondernemers is. Dat geldt natuurlijk altijd voor incidentele maatregelen. Op dit moment is dit per definitie nu even een incidentele maatregel. De prikkels worden gevormd door structurele maatregelen. Een voordeel is wel dat ondernemers nu geld terugkrijgen in 2009 ten opzichte van hun voorlopige aanslagen. Dat kunnen ze waarschijnlijk goed gebruiken. Deze maatregel is dus niet bedoeld als een economische prikkel, maar eigenlijk als het teruggeven van een reeds gereserveerd bedrag in 2008. Daar hadden ze dus eigenlijk recht op. Waarom dan via alleen de VPB?Ten eerste, de rentebox is VPB-geld. Het valt wel neer bij mkb-ondernemers, terwijl die rentebox misschien voor grotere bedrijven was bedoeld. Het zou nu echter enigszins verstorend voor onze intersociale verhouding kunnen werken als wij eenmalig het toptarief van 25,5% verlagen.



Daar valt best over te praten. Er zijn landen die kijken naar dat tarief en of dat tarief niet leidt tot bijheffing aan hun kant. Dat noemen wij CFC-wetgeving, een soort antimisbruikwetgeving in andere landen. Daarom moeten wij daar even naar kijken. Het was niet voldoende om die discussie overhoop te halen voor een jaar of voor twee jaar, en daarom hebben wij het op deze manier teruggesluisd. Het blijft echter wel binnen de Vpb, want het is Vpb-geld. Ik heb net al aangegeven dat er eigenlijk juist reden is om de dga tegemoet te komen, fiscaal gezien, ten opzichte van de IB-winst, omdat nu heel veel mensen niet voor een bv kiezen vanwege de zwaardere belastingdruk. Voorzitter, tot dusverre het ondernemerschap.
De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina