Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 301.52 Kb.
Pagina4/9
Datum20.08.2016
Grootte301.52 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9
Omtzigt (CDA): Mijn fractie heeft nog een paar aanvullende vragen. De staatssecretaris heeft met betrekking tot de ouderschapsverlofkorting gezegd dat in 2006 maar in 4% van de gevallen verzilvering heeft plaatsgevonden en dat het mogelijk is alsnog te verzilveren tegenover het inkomen van de partner indien men die fiscaal gezien heeft. Is hij bereid om de Kamer daarover begin volgend jaar een korte verkenning te sturen, teneinde na te gaan hoe groot het probleem potentieel is en in de praktijk uitwerkt?

In mijn eerste termijn heb ik uitgebreid stilgestaan bij de vraag hoe mensen nu weten dat de IACK bestaat. Ik denk dat 90% van de Nederlanders niet op de hoogte is van wat die regeling inhoudt. Dat zo zijnde, kan de staatssecretaris er mijns inziens ook geen gedragseffect aan verbinden. Dus hoe gaat de staatssecretaris dat gedragseffect beogen? Hij geeft aan dat het CPB zegt dat er met de IACK en het daarbij horende hogere belastingpercentage sprake zal zijn van meer arbeidsparticipatie. Waar staat dat en kan hij dat kwantificeren?


Staatssecretaris De Jager: De bekendheid van een fiscale regeling is belangrijk voor het gedragseffect als men optioneel van die regeling gebruikmaakt. Als bijvoorbeeld niemand op de hoogte is van de monumentenaftrekregeling en niemand er dus gebruik van maakt, heb je er dus niet zo veel aan. De IACK leidt tot een lagere belasting en een lagere marginale druk. Ook het CPB gaat ervan uit dat hoewel de bekendheid met de term IACK wellicht niet zo groot is bij de mensen, deze regeling wel degelijk effect heeft omdat mensen hierdoor netto een bepaalde hoeveelheid geld overhouden. Economen gaan ervan uit dat regelingen die leiden tot een hogere netto-opbrengst van je arbeidsinspanning, een bepaald gedragseffect hebben. Het CPB dicht aan de IACK een relatief groot gedragseffect toe, maar plaatst er wel de relatieverende kanttekening bij dat de delta in de IACK, dus het marginale extra arbeidsparticipatiebevorderende effect van de verhoging van de IACK, nog is gebaseerd op een veel lager IACK-niveau. Met andere woorden: het CPB vraagt zich af of het effect nog steeds zo groot is nadat er zo veel IACK bij is gekomen.

De effecten zijn ook terug te vinden in de Macro Economische Verkenning.

Dan de ouderschapsverlofkorting. Volgend jaar kan ik hierover een brief naar de Kamer sturen met daarin een nadere analyse. Wij zullen ons best doen om dit voor mei te doen.
De heer Tang (PvdA): Ik ben blij met de toezegging van de staatssecretaris dat hij de Kamer hierover voor mei een brief stuurt. Het valt mij op dat in de beantwoording van de vragen hierover steeds wordt gezegd dat de problemen wel eens klein kunnen zijn. Het ongemak is dat die problemen wel eens alleen maar klein kunnen zijn als wordt uitgegaan van de huidige gegevens. Dan wordt dus geen rekening gehouden met de gedragseffecten. De PvdA-fractie denkt dat juist het effect op het gedrag aan de onderkant groter kan zijn, want daar doet zich het probleem van de verzilvering voor. Ik hoop dat de staatssecretaris in de brief wil aangeven wat het effect is op de verzilvering en op het gedrag en wat dit precies betekent voor de mensen aan de onderkant. De staatssecretaris zou dus niet alleen moeten kijken naar de huidige cijfers, maar ook een inschatting moeten maken van de gedragseffecten.

Ook in de reactie op de motie over de verzilvering wordt steeds gekeken naar gemiddelden, maar niet naar de inkomenseffecten aan de onderkant. Is de staatssecretaris bereid deze inkomenseffecten aan de onderkant beter in beeld te brengen?


Staatssecretaris De Jager: Ik zal hierover spreken met mijn collega Donner, want dit raakt sterk aan het terrein van SZW. Ik zal in ieder geval proberen in te gaan op het effect op het gedrag bij de ouderschapsverlofkorting. Waarschijnlijk is het heel moeilijk om het effect op het gedrag al voor 1 mei te zien, maar voor zover mogelijk zal ik daar aandacht aan besteden. Ik zal met mijn collega van Sociale Zaken bekijken of aanvullend aan de brief die ik vorige week naar Kamer heb gestuurd over de verzilvering specifiek aandacht kan worden besteed aan de effecten voor de groepen aan de onderkant. Mij lijkt echter dat minister Donner daar meer over kan zeggen.
De heer Remkes (VVD): Ik vind dat de staatssecretaris een verstandige route volgt bij de discussie over het spaarloon. Misschien kan de Kamer aan het eind van de route geïnformeerd worden over de bevindingen, nog los van het feit of een en ander leidt tot voorstellen. Wellicht kan de Kamer sowieso verteld worden wat dit heeft opgeleverd.
Staatssecretaris De Jager: Dat zeg ik bij dezen toe.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Ik wil graag ingaan op de houdbaarheidsbijdrage en het inkorten van de tweede schijf. De premieopbrengsten zullen in de loop der jaren geleidelijk afnemen. Gaan wij zo sluipenderwijs de AOW fiscaliseren of gaan wij in het vervolg minder grote fondsen aanhouden? Gaat er nu dan te veel geld naar die fondsen?

De alleenstaande ouderkorting wordt meer dan gehalveerd en dat vind ik toch echt onacceptabel.

Een aantal leden heeft gezegd dat de levensloopregeling en de doorwerkbonus elkaar bijten. De staatssecretaris zegt dat het fiscaal niet mogelijk is om daar iets aan te doen.
Op mijn schriftelijke vragen antwoordt minister Donner dat het kabinestbeleid is om langer doorwerken te stimuleren en dat het gewenst is dat fiscale voordelen die zijn bedoeld om langer doorwerken te stimuleren, niet worden toegekend in situaties waarin niet feitelijk wordt doorgewerkt. Hij zegt daar wat aan te gaan doen. U zegt dat dit onmogelijk is. Als dat onmogelijk is, moeten wij de doorwerkbonus afschaffen en iets anders introduceren. Ik kan er niets anders van maken.
Staatssecretaris De Jager: Op die laatste vraag kan ik meteen antwoorden. Ik heb net duidelijk gezegd dat het onuitvoerbaar is om het partieel te doen, maar dat het wel mogelijk is als je het generiek uit de grondslag haalt; door de levensloopuitkering niet meer te zien als inkomsten uit tegenwoordige arbeid zien waardoor al die kortingen verzilverbaar zijn, zoals de doorwerkbonus, die eigenlijk een speciale arbeidskorting is, en de gewone arbeidskorting. Ik heb de beantwoording van minister Donner ook gezien. Ik ben het helemaal eens met die passage. Het is een beetje gek om het verlof in het kader van de levensloopuitkering te stimuleren met een doorwerkbonus, maar daarvoor is destijds wel gekozen bij de opzet van de levensloopuitkering. Je zult dan een fundamenteel andere kwalificatie moeten geven aan de levensloopuitkering. Dat kun je niet even in een pennenstreek doen, maar daarover moeten wij goed nadenken. Wij zullen aan de Kamer rapporteren over onze bevindingen bij de vraag of wij het opportuun achten om de hele grondslag om te buigen. Dat is denkbaar. Er is fiscaal wel degelijk iets aan te doen, maar dat heeft ook andere effecten, zoals altijd. Daarvoor heb ik aandacht gevraagd, maar het kan wel.

Het antwoord op de eerste vraag staat op pag. 17 van de schriftelijke beantwoording. Ik volsta met een verwijzing, omdat dat een heel uitgebreid verhaal is naar aanleiding van vragen van de heer Omtzigt. Er staat een tabel bij met een overzicht van alle inkomsten en uitgaven, de relatie met het Ouderdomsfonds en het exploitatiesaldo, waarbij alle bedragen precies zijn genoemd.

De middelste vraag was mij even ontgaan.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Bij de houdbaarheidsbijdrage is aangegeven dat de tweede schijf wordt ingekort en dat de premieopbrengsten in de loop der jaren zullen afnemen. Betekent dit dat er minder grote fondsen worden aangehouden, dat er nu te veel geld naar die fondsen gaat of dat wij de AOW sluipenderwijs aan het fiscaliseren zijn?
Staatssecretaris De Jager: Ook dat staat in de schriftelijke beantwoording van vragen van de heer Irrgang en van mevrouw Koşer Kaya. Als de beperkte indexatie leidt tot een groter exploitatietekort van het Ouderdomsfonds, wordt dat gecorrigeerd door een verhoging van de rijksbijdrage aan het Ouderdomsfonds. Alle overige tekorten worden uit de algemene middelen gefinancierd, zoals nu ook al gebeurt.

Formeel is hier sowieso geen sprake van fiscalisering. Er is al onder Paars, vele jaren geleden, afgesproken dat er een rijksbijdrage is aan het Ouderdomsfonds en dat zou dan ook al fiscalisering zijn. Het is eigenlijk een semantische discussie hoe je dat noemt. Fiscalisten duiden op fiscalisering wanneer over de eerste twee schijven bij 65-plussers, waar nu geen AOW-bijdrage wordt geheven, ofwel een AOW-bijdrage wordt geheven ofwel de AOW-bijdrage helemaal wordt vervangen door een belasting, ook voor 65-plussers.

Beide dingen doen wij niet. In de strikt formele zin wordt aangeduid dat het gaat om fiscalisering, maar dat doen wij dus niet. Alleen de lengte van de tweede schijf wordt kleiner, waardoor dus het voordeel van 65-plussers wat kleiner wordt.
De heer Remkes (VVD): Materiaal gezien komt het dus op hetzelfde neer.
Staatssecretaris De Jager: Materieel komt het een beetje op hetzelfde neer: wat het paarse kabinet destijds heeft gedaan, toen het de grens niet meer heeft geïndexeerd.
De heer Cramer (ChristenUnie): Ik heb gevraagd of de staatssecretaris bereid is om in 2010 een effectmeting te doen naar de doorwerkbonus. Zijn wij met de goede dingen bezig, en levert de bonus op wat wij willen? Ik denk dat het goed is om dat te monitoren, want anders wordt het een moeilijk verhaal.

Bij de regeling inzake het ouderschapsverlof moet het inkomen lager zijn. Ik ben mij er natuurlijk van bewust dat wij bij het betreffende amendement voorgestemd hebben. Het gaat mij erom dat je bij het gespreid opnemen van het ouderschapsverlof, je dus helemaal geen voordeel hebt als je ook promotie hebt gekregen. Je hebt wel de nadelen, maar niet de voordelen. Dan loopt het tegen elkaar weg. Je krijgt dan dus helemaal geen korting meer.


Staatssecretaris De Jager: Wil de heer Cramer het laatste herhalen, ik begrijp het niet helemaal?
De heer Cramer (ChristenUnie): Als je gebruik maakt van de ouderschapsverlofkorting, en je krijgt bijvoorbeeld aan het einde van het jaar of het jaar daarop een behoorlijke promotie, dan is het verschil in die twee jaarinkomens zo klein, dat je gewoon helemaal niets meer krijgt. Je hebt dan niet de voordelen die de regeling beoogt op te leveren.
Staatssecretaris De Jager: De heer Cramer vraagt of vanwege de vergelijking tussen de inkomens in opeenvolgende jaren een raar effect kan optreden. Ik heb zojuist een brief aan de heer Omtzigt toegezegd, daarin zal ik ook specifieker op deze situatie ingaan. Het is immers een vrij technisch verhaal. Het kan best zijn dat er op microniveau sprake is van zo'n effect.

Over het monitoren had ik al gezegd in de richting van de heren Remkes en Cramer dat wij dit blijven monitoren. Wij kunnen daarin nooit helemaal atomisch alleen het effect van de doorwerkbonus zien, maar wij kunnen wel het totaaleffect blijven monitoren. Wij rapporteren dat aan de Tweede Kamer.


De heer Van Dijck (PVV): Ik wil twee vragen ter verduidelijking stellen. De staatssecretaris zegt dat de houdbaarheidsbijdrage voor iedereen geldt, behalve voor de groep die in 2011 65 jaar of ouder is. Heb ik dat goed begrepen? Als dat zo is, dan is het dus gewoon een ordinaire belastingmaatregel. Op het moment dat je niet meer indexeert, ben je immers eigenlijk de belasting aan het verhogen voor die groep die normaal schijf 2 zit. Dat wil ik gewoon even klip en klaar hebben.

Ik heb vervolgens een vraag over de doorwerkbonus. Deze regeling kost 280 mln. en bevordert het doorwerken na 62 jaar. Ik denk echter dat het effect van die regeling heel laag is als het gaat om participatiebevordering. Ik meen dat maar 3 of 4% van de 62-plussers werkt. Dat wil niet zeggen dat die andere 96% niet wil werken. Zij komen gewoon niet aan de slag, omdat zij niet worden aangenomen. Ik vraag mij dus af of die doorwerkbonus een voldoende prikkel is voor werkgevers om mensen in die leeftijdscategorie aan te nemen.


Staatssecretaris De Jager: Ik heb zojuist al aangegeven dat de doorwerkbonus een prikkel voor werknemers is. Voor werkgevers is er een prikkel voorzien in het voorstel inzake de premiekorting voor ouderen dat de heer Donner in deze Kamer heeft behandeld. Werknemers worden geprikkeld door een doorwerkbonus. Er werken nu inderdaad heel weinig mensen na hun 62ste jaar door, maar het Centraal Planbureau zegt wel degelijk dat dit kan veranderen. En dat verandert ook mede dankzij deze doorwerkbonus. Het CPB geeft aan dat de doorwerkbonus een positief effect zal hebben op de arbeidsparticipatie van mensen tussen de 62 en 65 jaar, omdat mensen netto meer overhouden doordat ze doorwerken. Ik kan niet meer dan daarbij aansluiten. Zelfs tijdens een economische recessie zal de komende jaren veel gevergd worden van medewerkers. Er worden heel veel kwaliteiten van hen gevraagd. Gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, is het dus ook belangrijk dat die groep zelf ook geprikkeld wordt om langer door te werken, ook vanwege de enorme hausse aan uittreding die anders zou ontstaan. Daarnaast is het van belang dat werkgevers gestimuleerd worden, bijvoorbeeld door middel van die premiekorting.

Dan over de houdbaarheidsbijdrage. Ja, het ietsje minder indexeren van de bovenkant van de tweede schijf geldt voor iedereen, met uitzondering van de bestaande groepen 65-plussers. Dat is overigens geen belastingverhoging in de tweede schijf. De belasting in de tweede schijf blijft hetzelfde, dankzij deze maatregel. En het heeft geen effect voor 65-minners, omdat de derde schijf voor 65-minners vanaf 1 januari 2009 gelijk is aan de tweede schijf voor 65-minners. Het mooie van de eenvoud is dat wij hiermee iets doen wat voor iedereen is. Dat is makkelijk om bij te houden voor de Belastingdienst, maar ook voor burgers. Het effect grijpt echter precies daar aan, waar het coalitieakkoord op dit punt bedoelde aan te grijpen.


De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. De SGP-fractie steunt de beoogde cultuuromslag, zoals de staatssecretaris dat noemde, ten behoeve van het langer doorwerken. 62, 65, maar ook eventueel na 65. Mijn fractie vraagt zich echter wel af of de effecten -- 0,6% plus -- zich verhouden tot de budgettaire inzet, tegen het licht van het totale potentieel. Dan vinden wij 0,6% plus toch aan de magere kant. De vraag die gisteravond bediscussieerd is als het gaat om de werkgeverskant, is of wij een optimaal instrument hebben gevonden in die premiekorting van €6500. Die is immers alleen in haar totaliteit te benutten door werkgevers die meer dan drie tot vijf werknemers hebben. Werkgevers met minder werknemers -- en dat is met 30 à 40% van het totale aantal werkgevers een substantieel deel -- kan het niet in zijn totaliteit benutten. Daar is gisteravond over gepraat. Dat roep ik hier niet terug, maar het is dus wel een probleem. Dat is een onevenwichtigheid in de instrumenten en in de onderlinge verhouding.

Voorts vind ik het thema van de zware beroepen toch nog wel wat onderbelicht. Ik begrijp dat er geen adequate afbakening van de definitie van zwaar beroep gevonden heeft kunnen worden. Dat kan ik nog wel vatten, maar is daarmee dan nu het laatste woord gezegd? Er wordt nog wel verwezen naar de mogelijkheid van vroegtijdige omscholing, maar dat is natuurlijk lang niet iedereen gegeven. Dat is een incentive, dat begrijp ik, maar het zal bepaald niet de hele doelgroep bereiken en stimuleren, zeker niet gelet op de hoogstwaarschijnlijke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die zich zeer binnenkort zullen voordoen. Graag een reactie op dat punt.


Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Allereerst is de premiekorting -- de heer Van der Vlies zegt het ook al -- hier gisteren behandeld door de heer Donner. Daar ben ik zelf niet bij geweest. Ik verwijs daarnaar terug.

Dan kom ik op de effectiviteit, die 0,6% verbetering van de arbeidsparticipatie tussen 60 en 64. Het CPB geeft kwalitatief al aan dat het effect in de groep die de doorwerkbonus raakt, beter en groter is dan in de iets grotere groep waarover het uitgesmeerd was. Voor de betrokken groep geldt toch echt dat iedere stimulans er één is en dat iedere verbetering er één is en dat zij allemaal heel belangrijk zijn. Daarnaast is er qua uitvoering een knip in de houdbaarheidsbijdrage en de doorwerkbonus aangebracht. Qua draagvlak heeft het kabinet echter wel duidelijk gezegd dat wij politiek meer samenhang hebben gebracht. De houdbaarheidsbijdrage levert geld op. De doorwerkbonus kost geld. Het totaal bij elkaar levert nog steeds geld op en is ook positief voor de arbeidsparticipatie. Als pakket is het in evenwicht te bezien.

Tot slot de zware beroepen. Ik heb al aangegeven dat het natuurlijk een medeverantwoordelijkheid van het kabinet is om daar aandacht voor te hebben. De werkgevers- en werknemersorganisaties hebben daarin ook hun verantwoordelijkheid te nemen en dat gebeurt ook.

Ik denk ook dat er steeds meer oog is voor omscholing en het aanbieden van lichtere werkzaamheden. Ik kom dat ook tegen in de praktijk, dat men de kennis van oudere bouwvakkers, van 55 jaar en ouder, zeer waardevol vindt en hen nieuwe mensen laat coachen in plaats van zware stenen laat sjouwen. Zij kunnen iets anders doen.

Ik wil nog wel een opmerking maken ter relativering, al wil ik die niet als argument gebruiken omdat er altijd weer micro-uitzondering worden genoemd. Voor je het weet ontstaat er weer een discussie of dat wel in alle situaties het geval is. Die doorwerkbonus betreft een langer traject en is dus positief veel mensen als zij doorwerken, inclusief voor mensen met zwaardere beroepen. De houdbaarheidsbijdrage, waarmee de doorwerkbonus in combinatie mee werd beschouwd, wordt pas geheven vanaf een zeker inkomen. De salarissen voor zware beroepen die vaak als voorbeeld worden gebruikt, komen over het algemeen niet boven die inkomensgrens. Als ik dat zeg in algemene zin, krijg ik te horen dat mensen op boorplatformen een ton verdienen. Ik kan dat dus niet als argument gebruiken. De groep die in klassieke zin hiermee wordt bedoeld, zal niet zo snel door de houdbaarheidsbijdrage worden getroffen waar tegenover die bonus is gezet.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Ik heb nog een aantal vragen over de doorwerkbonus. Ik ben blij met de verkenning die de staatssecretaris heeft toegezegd over de doorwerking van de doorwerkbonus in de levensloopregeling, of, breder nog, de doorwerking van kortingen in de levensloopregeling. Die zien wij met belangstelling tegemoet.

Er staan nog drie van mijn punten open. De vraag is of wij die doorwerkbonus wel moeten willen. Ik ben het helemaal eens met de staatssecretaris dat wij een verdere doorbraak nodig hebben met betrekking tot de participatie van ouderen. Maar wat hij net in antwoord op vragen van de heer Van der Vlies zei, namelijk dat elk instrument in dat licht gewenst is, vind ik toch wat te gemakkelijk. Wij kunnen natuurlijk niet elk instrument inzetten, want wij hebben beperkte budgetten. Wij hebben in het verleden een heel grote doorbraak bereikt met de maatregelen rond VUT en prepensioen. Daarmee zijn de financiële knelpunten voor de participatie voor een groot deel weggenomen. Deskundigen zijn het er vrij breed over eens dat het knelpunt nu echt in de scholing ligt. Zouden wij niet veel beter af zijn als wij die middelen nu inzetten in een fiscale scholingsimpuls in plaats van in zo'n doorwerkbonus?

Mijn volgende vraag haakt een beetje aan bij het punt met betrekking tot de zware beroepen. Door de grens bij 62 jaar te leggen, missen wij de grote groep van lager opgeleiden die al voor die tijd is uitgestroomd. Bij die groep is participatie het grootste probleem. Ik vind de verwijzing die de staatssecretaris net maakte naar de bestaande heffingskortingen voor 57-plussers toch te mager. Die heffingskortingen zijn maar heel erg beperkt van omvang. Ik wil hem vragen of het arbeidsverleden geen mooi alternatief zou zijn voor een leeftijdsgrens en of hij bereid is om daar een verkenning naar te doen.

Ik kom op de budgettaire raming. Ik kan ermee leven dat wij de gedragseffecten niet in beeld hebben. Ik vind het echter echt onacceptabel dat wij de huidige prognoses van het CPB over de groeiende participatie -- die betreffen de ontwikkelingen zonder deze maatregelen -- niet meenemen. Kan de staatssecretaris ons daar voor de plenaire behandeling inzicht in geven? De veronderstelling in de huidige raming dat wij op het niveau van 2009 blijven, is echt volledig onrealistisch.


Staatssecretaris De Jager: Mevrouw Sap vroeg of de doorwerkbonus niet beter kan worden omgezet in een omscholingsfaciliteit. Er bestaat al een scholingsaftrek. Als omscholing daadwerkelijk leidt tot doorwerken, grijp je onmiddellijk aan waar je wil, namelijk bij het doorwerken. Als die scholing op een effectieve manier plaatsvindt en mensen zich ervoor inzetten, dan leidt die tot doorwerken en dus tot een bonus. Het betreft dus de output. In economisch opzicht is dat beter dan alleen op de input in te zetten. Dan zou immers ook ineffectieve scholing worden gestimuleerd en niet alleen effectieve scholing.
Mevrouw Sap (GroenLinks): De staatssecretaris heeft het over de situatie waarin die scholing er is. Het probleem is dat wij weten dat die scholing van ouderen absoluut niet tot stand komt. De bestaande scholingsaftrek is ook geen specifieke aftrek. Die scholing komt niet tot stand.
Staatssecretaris De Jager: Als financiële prikkels werken, zou ook een doorwerkbonus, die beter in beeld komt als er wordt omgeschoold, effect moeten hebben op die omscholing.

Als je gelooft in een omscholingsbonusprikkel, moet je ook geloven in een doorwerkbonus, omdat je daar via omscholing komt. Werkgevers hebben echt een arbeidsmarktprobleem, zien een belang bij het aantal mensen dat werkt en willen kennis niet verloren laten gaan. Gelet op toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt zijn zij geneigd om er echt alles aan te doen om mensen aan het werk te houden. Ik hoop dat ook werknemers die cultuuromslag maken, bijvoorbeeld doordat zij door de doorwerkbonus worden gestimuleerd.

Mevrouw Sap heeft gevraagd of ik voor lager opgeleiden bereid ben, te kijken naar het arbeidsverleden als criterium. Dat is niet uitvoerbaar. Wij hebben verschillende opties verkend. Ik heb net al de eenvoud van deze maatregel geprezen, onder andere doordat je niet op je negentigste hoeft terug te kijken naar de jaren tussen je tweeënzestigste en vijfenzestigste. Als je op je negentigste zou moeten terugkijken tot je twintigste levensjaar, zou je zelfs zeventig jaar moeten terugkijken. Het is volstrekt onuitvoerbaar om het arbeidsverleden mee te slepen. Wat is dan arbeidsverleden? Hoe veel uur moet iemand gewerkt hebben? Dat wordt en is in het verleden ook nooit geregistreerd; er is alleen maar inkomen geregistreerd. Telt een scholierenbaantje dan ook mee voor zover die gegevens nog zijn bewaard? Dit is niet uitvoerbaar en heel ingewikkeld.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Er staat nog een vraag open over de raming.
Staatssecretaris De Jager: Wij kunnen het gedragseffect ook niet ramen. Ik kan u eenvoudig aangeven waarom.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Het gedragseffect vond ik oké, maar het ging mij erom dat u wel meeneemt wat het CPB al in zijn prognoses heeft staan over een hogere participatie.
Staatssecretaris De Jager: Mensen gaan langer doorwerken. In de prognose van het Centraal Planbureau zien wij inderdaad al een stijging. Dat leidt dus tot hogere belastinguitgaven voor de doorwerkbonus, en dus tot lagere inkomsten. Het leidt tevens tot een hogere loonbelastingafdracht en tot hogere inkomsten op andere terreinen, tot een hogere box 3-heffing als mensen dat sparen of tot hogere btw-inkomsten als mensen het consumeren. Misschien worden wij wel rijk als wij heel veel geld aan doorwerkbonussen moeten gaan geven uit de schatkist, want wat binnenkomt aan andere belastingmiddelen zal waarschijnlijk veel meer zijn dan de belastinguitgaven aan de doorwerkbonus. Als de tabaksaccijns een beetje stijgt, neemt de consumptie van tabak inderdaad wel een beetje af, maar gaan mensen dat geld weer aan andere dingen uitgeven of stoppen zij het in hun box 3, waardoor het weer tot box 3-heffing leidt. Dat helemaal dooritereren is nagenoeg onmogelijk. Meestal komt dit wel ongeveer goed.
De vergadering wordt van 12.40 tot 13.30 uur geschorst.
Staatssecretaris



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina