Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 301.52 Kb.
Pagina6/9
Datum20.08.2016
Grootte301.52 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9
Van Dijck (PVV): Zoals bekend is de Partij voor de Vrijheid geen voorstander van het rekeningrijden. De staatssecretaris heeft het over een soepele overgang naar het rekeningrijden. Hij laat nu de mrb langzaam oplopen om in 2012 voor een eerste groep het rekeningrijden te introduceren. Er zijn heel veel mensen die nauwelijks in een auto rijden. Die gaan de komende jaren meer motorrijtuigenbelasting betalen om vervolgens in 2012 nauwelijks nog iets te betalen, omdat zij bijna niet in hun auto rijden. Zij hebben die auto alleen nodig voor noodgevallen, een paar tientallen kilometers per week. Voor een grote groep mensen is er helemaal geen sprake van een geleidelijke overgang. Eerder betekent het een ontzettend schokeffect voor die mensen op het moment dat zij zo'n kastje in de auto krijgen en kilometerbeprijzing moeten betalen. Het huidige voorstel om de mrb te laten oplopen en vervolgens de kilometerbeprijzing te laten ingaan, is voor heel veel mensen op het moment van implementatie juist heel groot.
Staatssecretaris De Jager: Dat zij ineens minder gaan betalen, bedoelt u.
De heer Van Dijck (PVV): Veel minder.
Staatssecretaris De Jager: Ja, wij kunnen kijken of die mensen dat zo verschrikkelijk vinden. Ik vermoed dat zij daar geen enorme bezwaren tegen zullen hebben. Het oplopen van de mrb gaat wel heel geleidelijk. Het is een heel langzame omzetting. Dat wordt in plaats van de bpm gedaan. Mochten mensen net in die periode een nieuwe auto kopen, dan hebben zij daar ook nog profijt van. Het schokeffect dat mensen ineens minder moeten betalen op het moment dat de mrb wordt afgeschaft en de kilometerheffing wordt ingevoerd, is nu juist de prikkel die uit moet gaan van de kilometerheffing: mensen die veel minder kilometers maken, zullen ook minder belasting betalen.
De heer Van Dijck (PVV): Het is natuurlijk gemakkelijk om te stellen dat minder betalen altijd goed is, maar de staatssecretaris laat het eerst oplopen om mensen vervolgens minder te laten betalen. Mensen denken er nu over na of zij hun auto, die zij voor noodgevallen voor de deur hebben staan, überhaupt nog kunnen betalen. Dat komt doordat de staatssecretaris de mrb eerst laat oplopen om deze vervolgens zo goed als af te schaffen. Daar gaat het mij om. Het is een schokeffect, het is geen geleidelijke overgang.
Staatssecretaris De Jager: Ik heb al aangegeven dat het oplopen van de mrb heel geleidelijk gaat. De ANWB zat ook in het platform dat daarbij betrokken is, niet alleen de autoverkopers. Ook de ANWB heeft aangegeven dat dit een prima effect is ten opzichte van de huidige belastingheffing. Maar inderdaad, bij de invoering van de kilometerheffing ontstaat er een meer faire benadering in de zin van het principe "de vervuiler betaalt". Dat is een bedoeld effect.
De heer Van der Vlies (SGP): Ik heb met belangstelling geluisterd naar de vragen die de heer Van Dijck zojuist stelde over de bpm en de kilometerbeprijzing. De heer Tang heeft een vraag ingebracht die ook bij mij leefde, namelijk over de ambulante werknemers. De staatssecretaris stelde dat het openbaar vervoer er voor iedereen is. Dat is echt niet waar. Als jongen van het platteland beleef ik dat totaal anders. Ten eerste kun je ergens wonen waar je nauwelijks aansluiting vindt op het openbaar vervoer. Ten tweede kun je misschien wel aansluiting vinden op het openbaar vervoer, maar werken op een plek die nauwelijks te bereiken is met het openbaar vervoer. Dat lijken mij motieven om daar onderzoek naar te doen. Ik vind dat de staatssecretaris daar te luchtig overheen ging, maar de heer Tang zal daar ongetwijfeld ook zelf op terugkomen.
Staatssecretaris De Jager: Ook voor de groep die aangewezen is op een auto heb ik duidelijk gemaakt dat de variabele kosten nog steeds, ook volgens Nibud- en ANWB-onderzoek, beduidend onder de €0,19 netto per kilometer vallen. De vergoeding is dus nog steeds voldoende om die variabele kosten op te vangen, ook voor degenen die om de een of andere redenen minder gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer of niet zijn aangewezen om van het openbaar vervoer gebruik te maken. Daar staat tegenover dat verhoging van de kilometervergoeding onder een budgetneutrale vooronderstelling betekent dat het verschil tussen de variabele kosten en de maximale nettovergoeding groter wordt. Dat is een wat vreemde prikkel, want het betekent dat verder van het werk wonen feitelijk wordt beloond. Dat is ook niet de bedoeling.
De heer Remkes (VVD): Daar hebben mensen toch heel vaak geen keuze in?
Staatssecretaris De Jager: Belangrijk is dat de variabele kosten ruimschoots gedekt zijn met de vergoeding van €0,19 per kilometer. Natuurlijk, er zullen best auto's zijn die duurder zijn, maar een gewone gemiddelde middenklasser -- zelfs splinternieuwe, behoorlijk grote auto's -- kunnen hier goed voor worden aangeschaft en voor worden gereden.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb drie vragen aan de staatssecretaris.
De voorzitter: U moet het kort houden.

**
Mevrouw Sap (GroenLinks): Ik zal het kort houden. Mijn eerste vraag betreft de leaserijders. In eerste termijn heb ik voorgesteld 35% bijtelling voor brandstofslurpers in te voeren. Engeland heeft daar al goede resultaten mee geboekt. Waarom wil de staatssecretaris dat niet overwegen?

Mijn tweede punt gaat over de relatie fijnstoftaks, roetfilters en oldtimers. Wij kennen de problemen rond de fijnstoftaks. Inmiddels ligt er een nieuwe uitspraak van het Europese Hof dat wij meer mogen met roetfilters dan wij dachten, omdat de luchtkwaliteit in Nederland zo slecht is. Kan de staatssecretaris daar kort op reageren? Wat betekent dit voor zijn inschatting voor de fijnstoftaks? Kan dit zijn afwegingen rondom de oldtimers veranderen? Er zijn er inderdaad niet zoveel op de weg, maar de oldtimers die op de weg zijn hebben heel vervelende effecten op de luchtkwaliteit.

Mijn derde punt betreft mijn vraag in eerste termijn naar een CE-rapport. Dat is een beetje raar in de schriftelijke behandeling terechtgekomen. Daarin staat dat ik dat rapport alleen wil inzien als het mijn meningen bevestigt. Dat wil ik hier rechtgezet hebben. Ik wil rapporten altijd inzien, ook als die mijn mening niet bevestigen. Ik zie in het verslag wel dat er een aanvullend onderzoek is van het CE naar de relatie tussen de bpm en de zuinigheid van auto's. Zijn er al tussenresultaten bekend van dat onderzoek? Krijgt de Kamer dat onderzoek?


Staatssecretaris De Jager: Anders dan bij de aanschafbelasting is het voor het bestaande wagenpark heel lastig om een bijtelling voor brandstofslurpers in te voeren. De vaststelling is lastig en de uitvoeringskosten nemen navenant toe. Ook handhaving is moeilijk. Het is gemakkelijker om een bonus toe te kennen als duidelijk is dat men een officiële ETG heeft. Er zijn problemen geweest met Hummers die automatisch een C-label kregen omdat zij werden ingevoerd. Wij hebben allerlei maatregelen bedacht om dat te voorkomen. Daar wordt bij benadering de CO2-uitstoot van bepaald. Het is heel ingewikkeld om dat voor slurpers vast te stellen. Bij een bonuscategorie heeft men er juist baat bij om een auto te kopen bij een normale dealer waar men meteen duidelijkheid heeft over het label. In Engeland is de fiscale rechtspraak anders dan in Nederland. Daar wordt het fiscale gelijkheidsbeginsel anders getoetst. Hier zien wij het risico, aangezien de huidige bijtelling is vormgegeven als privégenot onder de inkomstenbelasting, dat je een soort strafcategorie introduceert die niet of nauwelijks in relatie staat tot de werkelijke kosten die met de auto gemoeid zijn. Dan is het privégenot minder dan de bijtelling.

Het klopt dat er in de Hofzaak winst is geboekt op het verbod op roetfilters. Er kan een nieuw besluit op dat gebied worden genomen. Wellicht is dat voor mij een steuntje in de rug om in cassatie te gaan tegen de Hofuitspraak, alhoewel het een andere zaak is. Er kan ook een andere weging door de rechters plaatsvinden. Maar goed, kennelijk heeft het Europese Hof geoordeeld dat onder bepaalde omstandigheden zelfs een verbod op roetfilters mogelijk is. Dat is een kwestie van het ministerie van VROM. Gisterenmiddag heb ik de Kamer een brief gestuurd over de aanpak van de roettaks.

Er zijn nog geen tussentijdse resultaten beschikbaar van het aanvullend onderzoek waar mevrouw Sap naar vroeg.
Mevrouw Sap (GroenLinks): Krijgt de Kamer dat rapport?
Staatssecretaris De Jager: Ja.
De heer Omtzigt (CDA): Voorzitter. Mijn eerste vraag betreft de periode 2013 tot 2018. In Nederland staan de belastingtarieven nog altijd in de wetgeving. De regering heeft niet geaarzeld om voor de houdbaarheidsbijdrage een traject van 75 jaar te kiezen en voor de afbouw van heffingskortingen een traject van 15 jaar. Er kan dus geen enkele reden zijn om de afbouw van de bpm over een traject van tien of elf jaar niet in de wet vast te leggen. Ik verzoek de staatssecretaris om dat te doen, hetzij bij nota van wijziging hetzij met een belofte om dat volgend jaar na overleg met de sector te doen. Wij vinden dat het zo snel mogelijk in de wet vastgelegd dient te worden. Wij zullen het amendement van mevrouw Sap op dit terrein niet steunen.

Mijn tweede vraag betreft de sloopregeling.


De voorzitter: Ook voor u geldt dat u het kort moet houden.

**
De heer Omtzigt (CDA): Daarom doe ik het op deze manier en maak ik geen grappen over het woord "onderbelasting", hoewel ik dat een onzinwoord vind en vraag ik ook geen overzicht van de perceptiekosten van alle belastingen in Nederland, hoe interessant ik dat ook vind.


De staatssecretaris treedt in overleg met VROM en met de sector over de sloopregeling en komt over een aantal maanden met een voorstel. Kan er haast gemaakt worden met dit voorstel? De Kamer vraagt al jaren naar een sloopregeling. Graag een toezegging op dit punt.
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Voor de houdbaarheidsregeling kunnen wij tot in de verre toekomst exacte percentages en bedragen opnemen. Voor de vluchtheuvel, dus voor de afbouw van de bpm en de tijdelijke omzetting in de mrb, moet bekend zijn welke bedragen ongeveer omgezet moeten worden. Het is moeilijk om te bepalen wat de grondslag te zijner tijd zal zijn zowel voor de bpm als voor de mrb. Ik ben bereid om te bezien of dit op een andere manier is te regelen. Ik wil op dit punt met de sector in overleg treden om na te gaan of wij bij het Belastingplan 2010 een wijziging ter zake moeten aanbrengen. Wellicht kunnen wij op een of andere manier tegemoetkomen aan de wens om een bepaalde afbouw in de wet vast te leggen. De memorie van toelichting is natuurlijk onderdeel van de wet. Ik wil zoeken naar een technische oplossing. Omdat het hier om schuivende panelen gaat, moeten er bepaalde afspraken in de wet vastgelegd worden. Ik ben dus bereid om dit met de sector te bespreken.

Gisteren heb ik in een brief een voorstel gedaan voor een stimuleringsregeling in de bpm voor schone dieselauto's. Vanaf 1 januari 2009 geldt een bpm-korting van €600 en in 2010 geldt een korting van €300. Dit is een alternatief voor de roettaks die door mij bij nota van wijziging buiten werking is gesteld, gelet op de uitspraak van het Europese Hof en in afwachting van de cassatieprocedure. Daarnaast is er de sloopregeling, maar daar heb ik niets mee te maken. Dat is een zaak van de minister van VROM. Ik zeg toe dat de minister van VROM de Kamer hierover informeert. De sloopregeling heeft niets met fiscale stimulering te maken.


De heer Omtzigt (CDA): Dank voor beide toezeggingen. Ik neem aan dat wij rond 1 april aanstaande horen of het mogelijk is om dit in de wet te regelen, zodat wij voor de behandeling van het volgende belastingplan weten wat er mogelijk is. Ik vraag om de sloopregeling met grote spoed met de minister van VROM op te pakken.
Staatssecretaris De Jager: Voor alle duidelijkheid: ik doe niet iets samen met de minister VROM. Ik zal het verzoek doorgeleiden naar de minister van VROM. Ik zal zeggen dat het de wens van de heer Omtzigt is dat deze kwestie met grote spoed wordt geregeld.

Ik za proberen om voor 1 april aanstaande op dat andere punt reageren. Ik zal met de sector overleggen over de vraag of het mogelijk is om een langer afbouwtraject vast te leggen.


De heer Tang (PvdA): Voorzitter. Waarom wordt er €600 bonus gegeven voor het aanbrengen van een roetfilter? Dergelijke bedragen komen voor mij altijd uit de lucht vallen. Waarom geen €800 of €400? Graag een onderbouwing.

Ik heb gevraagd of het mogelijk is om de bewijslast voor de fiscale kilometervergoeding om te keren, dus om het bij de werkgever neer te leggen om aan te tonen dat iemand geen alternatief heeft voor het gebruik van de auto. Graag nog een reactie daarop.

In de Telegraaf staat dat mensen een oude tweede auto erbij kopen om de bijtelling voor leaseauto te omzeilen. Is dat geen reden om de tweede categorie verder uit te bouwen?
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Het oude bonusbedrag was €600 en dat wordt nu opnieuw geïntroduceerd. Dit bedrag dekt de gemiddelde extra kosten van het inbouwen van een roetfilter. Je mag niet meer stimuleren dan de kosten om aan de norm van de richtlijn te voldoen. Op grond daarvan heeft de sector bij het Hof geprocedeerd, eerst zonder en daarna met succes. Bij een hogere bonus loop je het gevaar dat je op je vingers wordt getikt . Langzame vermindering van de bonus is wel mogelijk. Daarom wordt de regeling ook in 2011 uitgefaseerd. Op 1 januari 2011 is een roetfilter op dieselauto's verplicht. Wij gaan ervan uit dat het percentage steeds hoger wordt. Nu is dat al 97. Kortom, wij weten dat een bonus van €600 is toegestaan, want dat is een bedrag dat al eerder is gebruikt.

Als de werkgever moet aantonen dat een werknemer ambulant moet zijn en dat het ov geen alternatief is, wordt dat voor hem wel heel ingewikkeld. Hij moet eerst een afweging maken en hij loopt het risico van een naheffingsaanslag als het toch niet wordt geaccepteerd. Dat zijn heel vervelende discussies met een belastinginspecteur. Vooraf is zelden zekerheid hierover te geven. Bovendien leidt het tot hoge administratieve lasten. Ik vind het ook niet nodig. De variabele autokosten per kilometer zijn nog beduidend lager dan €0,19, zoals ik al heb aangegeven. Zolang dat het geval is, moeten wij de regeling maar zo houden. De regeling wordt anders heel moeilijk uitvoerbaar en het is ook niet nodig.


De heer Tang (PvdA): Dit is een keuze van de werkgever zelf, ook als het veel werk is.
Staatssecretaris De Jager: Een werknemer kan dan wel druk uitoefenen op zijn werkgever om het toch te doen. Als fiscaal wetgever moeten wij proberen om het zo eenvoudig mogelijk te maken. Ook als je een stelsel optioneel ingewikkelder maakt, geldt dat het hele stelsel ingewikkelder wordt. Volgens mij is het belang ook niet zo groot. Degenen voor wie het ov geen reëel alternatief is, hebben een goede regeling, want de variabele autokosten zijn lager dan €0,19.

Dan de opmerking over mensen die er een oude tweede auto bij nemen. Wij moeten dat soort ontwikkelingen goed in de gaten houden, maar ook als je in de categorie van 25% valt, is de aanschaf van een tweede auto vaak niet goedkoper. Het hangt natuurlijk van de persoonlijke omstandigheden en het gedrag van betrokkenen af. Het uitbreiden van de categorie 20% bijtelling zal niet veel helpen. Deze gunstige categorie is niet bedoeld om het bestaande wagenpark te stimuleren, maar om iemand die nu een leaseauto wil aanschaffen, te prikkelen om een zuinig model te nemen.

Toen ik vorig jaar het belastingplan verdedigde, werd ik uit diverse hoeken bijna verguisd -- overigens niet door de coalitiepartijen, zo zeg ik tegen de heer Tang -- vanwege de 14% bijtelling. Toen stonden er heel grote koppen in die krant dat op dat moment niemand in het zakelijke segment een Prius of een Honda Civic Hybrid had. Men moet nu maar eens met de dealers gaan praten die deze auto's verkopen. De Prius en de Honda Civic Hybrid zijn dit jaar massaal verkocht nu die 14% bijtelling geldt. Het gaat dus niet om het bestaande wagenpark. De heer Tang noemde dat als econoom bij het CPB deadweight loss. Het is de bedoeling om mensen te stimuleren die een nieuwe auto willen lopen. Hoe succesvol de invoering van de 14%-categorie ook is gebleken, ik moet toegeven dat de keuze niet zo groot was. Voor volgend jaar is er veel meer keus. Er is nu een hele lijst beschikbaar. Vanaf 1 januari is er ook de keuze uit een Volkswagen Golf, een BMW, een Audi en zelfs een Brabus, al is dat dan een Smart. Waarom dan een verruiming voorstellen? Wij moeten wel scherp blijven. Deze categorie geldt voor een paar jaar. Ik wil zeker de grens niet ieder jaar of ieder halfjaar verlagen. Er worden veel modellen gelanceerd, ook grotere auto's, die in deze categorie vallen.
De voorzitter: Staatssecretaris. Ik zie uw betrokkenheid bij dit onderwerp, maar kunt u de beantwoording op dit punt afronden?

**
Staatssecretaris De Jager: Tot slot nog een voorbeeld. De uitstoot van de Prius was met 104 gram al heel schoon. De uitstoot van een nieuwe Prius is nog maar 92 gram. De heer Tang hoeft zich geen zorgen te maken dat er met de door hem genoemde 140 gram geen mogelijkheden zijn.


De heer Remkes (VVD): Ik weet wel wat het volgende beroep van de staatssecretaris wordt.

Voorzitter. Op een aantal onderdelen heb ik in de beantwoording van de staatssecretaris niet veel nieuws gehoord ten opzichte van wat er al op schrift stond. Als voorbeeld noem ik de onbelaste reiskostenvergoeding. Ik nodig de staatssecretaris uit om een keer naar het Noorden te komen. Daar zijn de mogelijkheden om per openbaar vervoer te reizen veel minder dan in Rotterdam. Ik kan nog veel meer voorbeelden noemen.

Wil de staatssecretaris op de volgende redenering reageren? In 2004 is er een deal gesloten en zijn het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer samengevoegd. De vergoeding is toen afgekaart op €0,18 per kilometer. In 2006 is de vergoeding verhoogd tot €0,19. De staatssecretaris meldt dat de kosten vanaf 2004 zijn gestegen met €0,04. Is het dan niet logisch om in het verlengde hiervan ook €0,04 toe te voegen aan het bedrag waarmee is gestart?

Mijn tweede vraag heeft betrekking op de fijnstoftaks, ook ten opzichte van wat er al gezegd is. Ik lees op pagina 28 van het verslag dat het percentage verkochte dieselauto’s met af-fabriek roetfilter sinds die datum is gestegen naar 97%. Ons wordt een financieel probleem gepresenteerd als gevolg van de uitspraak van het hof. Waar is dat financiële probleem nu eigenlijk op terug te voeren? Als ik dit goed lees, moet er veel meer aan bonus worden uitgekeerd dan aan malus binnenkomt en is het financiële probleem daarop herleidbaar. Tegen die achtergrond vind ik de tekst van de brief, die ik overigens nog niet uitgebreid heb kunnen bestuderen, ook wat merkwaardig. Dat is voor de VVD-fractie in ieder geval een punt om daarop terug te komen, want ik vind deze redenering krom.


Staatssecretaris De Jager: Ik ben volgens de begrotingsregels gehouden om 2009 en 2010 te dekken, want dat kan nog. Ik moet dus de opbrengst dekken, zoals die in het Belastingplan 2008 is ingeboekt en ook is gebruikt voor andere goede doelen. Ik zou dit ook moeten dekken als de roettaks achteraf gezien heel weinig zou hebben opgeleverd. Nu ik een andere maatregel bedenk, moet ik toch de opbrengst zoals ik die in 2008 had meegenomen dekken, want dat geld werd in andere delen van het Belastingplan 2008 uitgegeven om andere wensen van Kamer te vervullen.

Ik kom regelmatig in het noorden, het oosten en het zuiden. Daar is de benzineprijs niet hoger dan in Rotterdam; sommige tankstations in het oosten en in het zuiden zijn zelfs iets voordeliger. Het prijsniveau is ongeveer hetzelfde als in de rest van Nederland, dus de variabele kosten die voor de rest van Nederland zijn geprognosticeerd, gelden ook daar. Deze blijken nog steeds lager dan €0,19 cent te zijn. Zij zijn weliswaar €0,04 cent gestegen, maar zolang de variabele kosten van een gemiddelde middenklasser -- bij zuinige auto’s is dit nog gunstiger -- onder €0,19 cent blijven, is deze post wel gedekt. Ik kijk dus naar de huidige variabele kosten en niet naar de stijging in het verleden.


Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Ik kom terug op het artikel in De Telegraaf. Daar staat dat 46% van de consumenten onder de grens van 500 privékilometers wil blijven en daarom tweedehands auto’s koopt. De bijtelling was echter bedoeld om de aanschaf van schonere auto’s te stimuleren. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij dit, in verband met de effectiviteit van de maatregelen die wij willen nemen, zal monitoren, in ieder geval goed naar het onderzoek zal kijken en ons hierover zal berichten?
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Het lijkt me goed om dit te monitoren. Wij kunnen dan bezien of er een negatief effect is doordat dit geen zuinige auto’s zijn. Deze medaille heeft echter ook een keerzijde. Nu bestaat de perverse situatie dat er geen enkele prikkel is tegen de extra kilometers die privé met een leaseauto worden gereden. Sommige mensen gaan bijvoorbeeld naar Italië met de auto van de zaak, want dan wordt de gemiddelde bijtelling per kilometer lager. Zij worden op geen enkele manier geprikkeld om weinig in die auto te rijden, wat wel zo is met een privéauto, waarvoor men zelf de benzinekosten en het onderhoud moet betalen. Ik het vind echter goed om te monitoren wat de totale gevolgen zijn en jaarlijks bij behandeling van het Belastingplan te bezien of er maatregelen nodig zijn.
De voorzitter: Namens mijn fractie heb ik nog enkele opmerkingen. De staatssecretaris gaf in zijn antwoord aan dat er historische redenen zijn voor de relatief lage motorrijtuigenbelasting, namelijk een laag gebruik van de weg en het minder luxueuze karakter. Hij suggereerde dat dit was veranderd, maar het blijft ’s winters toch koud op de snelweg op een motor. Is dit wel een overtuigende reden voor een sterke verhoging van de motorrijtuigenbelasting?

**
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Mij wordt verteld dat de motor in het verleden inderdaad werd gebruik als vervoermiddel door mensen die geen auto konden betalen of geen auto hadden. Tegenwoordig komt het juist veel vaker voor dat men een motor erbij neemt als luxe product en dus niet omdat men geen auto kan betalen. De motor wordt veel gebruikt als recreatievoertuig. Ook wordt mij verteld dat motoren een grote rol spelen bij het veroorzaken van files, omdat een motor op de snelweg veel meer afstand vergt dan een auto. De motor is dus niet filevriendelijker, behalve misschien voor de motorrijder zelf, die gemakkelijk langs de file kan rijden die hij heeft veroorzaakt.


De voorzitter: Ik zal hierop plenair terugkomen en misschien een amendement indienen. De dekking die de heer Remkes voorstelde zou ik niet kiezen, want deze was afkomstig uit de tegenbegroting van de VVD.

**
Staatssecretaris De Jager: Het eerste vereiste van een amendement is een goede dekking.

Er zijn veel vragen gesteld over de positie van dorpshuizen, jeugdscouting en muziekkorpsen, over de groepsbeschikking en over mijn uitspraak in Trouw dat ik de positie van de dorpshuizen zal bezien. Om lasten te besparen, zouden dorpshuizen en muziekkorpsen een bepaalde vrijstelling moeten krijgen via een groepsbeschikking. Ik ben bereid te bezien of, en zo ja hoe, het mogelijk is om een vrijstelling in de successiewet voor erfbelasting en schenking te laten gelden voor dorpshuizen -- waarbij wij ook naar de afbakening moeten kijken -- en andere instellingen. Zoals ik eerder heb aangegeven, kan ik hiervoor een deel van de extra inkomsten van de MEB-verhoging inzetten. Dit betreft de reeks in het Belastingplan die niet plat is vanaf twee plus twee, maar de reeks van x plus twee. Deze middelen vallen vrij vanaf 2010. Zoals ik eerder zei, kunnen dorpshuizen en muziekkorpsen nu reeds worden aangemerkt als 'een algemeen nut beogende instelling', ANBI's, als zij inderdaad een algemeen nut beogen, zodat ze in ieder geval zijn vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Voor muziekkorpsen kan dit bijvoorbeeld gelden als zij regelmatig voor publiek optreden. Ik overweeg ook, een dergelijke vrijstelling voor dorpshuizen mee te nemen. Het ministerie van Financiën beziet nu de afbakening en de dekking. Ik hoop hierover vóór de plenaire behandeling van het Belastingplan uitsluitsel te geven.

De heer Remkes heeft gevraagd om een discussie over goede doelen in het algemeen in de loop van volgend jaar. Dat is nogal breed. Ik heb begrepen dat met een andere bewindspersoon een discussie over goede doelen in de Kamer is gevoerd. Ik beperk mij graag tot het fiscale kader. Ik ben zelfs bereid dit alles na te gaan in het kader van dit Belastingplan, maar het lijkt mij goed om dit onderdeel in de loop van volgend jaar samen met de Kamer breder te bespreken.

Met betrekking tot de samenstelling van de lijst van logistieke hulpmiddelen en exoten in het kader van de verpakkingenbelasting is gevraagd waarom het Deense systeem niet is gekozen, hoe de situatie is met de verkooppuntverpakkingen en of er nog openstaande discussiepunten zijn. Er is in het afgelopen jaar veel gesproken over de verpakkingenbelasting. In de aanloop naar het Belastingplan 2008 hebben wij overleg gevoerd met de branche- en de werkgeversorganisaties en met Nedvang, de organisatie die het Verpakkingenbesluit uitvoerde. Van Nedvang heeft de Belastingdienst mensen en software overgenomen die het Verpakkingenbesluit uitvoerden. Wij hebben geprobeerd met de verpakkingenbelasting, zoals die in coalitieakkoord was opgenomen, zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande praktijk. Het bedrijfsleven heeft mij bevestigd dat men zich samen met het kabinet had vergist over de uitvoering van het verpakkingenbeleid zoals dat per 1 januari 2006 gold. Daar hadden bedrijven zich al helemaal naar moeten inrichten, maar in veel situaties bleek dat niet het geval te zijn.

De verpakkingenbelasting was gebaseerd op het Verpakkingenbesluit, dat al twee jaar van kracht was en een groot deel van de bedrijven was al bij Nedvang aangesloten. In de praktijk ontstonden toch problemen, omdat de Belastingdienst ging handhaven, nu het een belasting was geworden. Toen liep men tegen een aantal knelpunten aan die niet als zodanig waren gedefinieerd, omdat eerder in de praktijk heel soepel werd omgegaan met het Verpakkingenbesluit. Onder meer de definities die zijn overgenomen van de EU bleken tot problemen te leiden. Waarom is niet gekozen voor het Deense systeem?

Bij de totstandkoming van het coalitieakkoord is gediscussieerd over de vraag of er een belasting op drankverpakkingen moest komen, of een bredere verpakkingenbelasting. Er is voor het laatste gekozen om de grondslag breder te maken. Het Deense systeem zou daarnaast de rekening van de verpakkingenbelasting bij een beperkte groep producten leggen, wat onze voorkeur en die van de sector niet had. Het Deense systeem was ook niet te combineren met de vereisten van het Verpakkingenbesluit. Omdat daaraan wel moest worden voldaan, was het gemakkelijker dit zoveel mogelijk over te nemen in de nieuwe wetgeving. Zo is er geen aparte administratie nodig om dit bij te houden en konden wij ook besparen op de administratieve lasten. Om die reden hebben het kabinet en de Kamer gekozen voor een bredere verpakkingenbelasting.

Zoals de heer Remkes vorige week terecht aangaf, bestaat 'het bedrijfsleven' niet. Er spelen verschillende belangen en de uitkomst van overleg met het bedrijfsleven is vaak een resultaat van verschillende belangenafwegingen. Uiteindelijk is gekozen voor een breder, algemeen kader, ook voor de voorliggende voorstellen, wat enerzijds het evenwicht van eenvoud in zich bergt en anderzijds de doelstellingen van de verpakkingenbelasting boven water houdt.

Dit speelde ook bij de verkooppuntverpakkingen. Dat zijn verpakkingen die pas worden gevuld op het moment dat het verkochte product ter beschikking wordt gesteld aan de koper, bijvoorbeeld plastic tasjes en frietbakjes. Vorig jaar is vanuit de gedachte van een eenvoudige uitvoering gekozen voor een heffing op het niveau van de fabrikant, opdat zoveel mogelijk verkooppuntverpakkingen via de fabrikant zouden worden belast. Dit jaar bleek dat deze regel zou leiden tot een verstoring van de concurrentiepositie van Nederlandse aanbieders van verkooppuntverpakkingen. Veel kleine afnemers zouden namelijk vanwege het prijsvoordeel hun verkooppuntverpakkingen direct in het buitenland kunnen bestellen. De buitenlandse aanbieder is natuurlijk geen verpakkingenbelasting verschuldigd, omdat hij niet in Nederland is gevestigd en de kleine afnemer ook niet, omdat het om minder dan 15.000 kilo gaat.

De heffing op verkooppuntverpakkingen is een relatief groot deel van de prijs van het product, soms wel 10%. Wij moesten met een afweging van enerzijds een eenvoudige uitvoering en anderzijds gelijke concurrentieverhoudingen vaststellen, of deze situatie wenselijk was. Na signalen uit de sector en de Tweede Kamer heb ik ervoor gekozen om de gelijke concurrentieverhoudingen zwaarder te laten wegen. Deze balans kan van geval tot geval natuurlijk verschillend uitslaan.

De delegatiegrondslag voor de lijst van logistieke hulpmiddelen en exoten is opgenomen in dit Belastingplan. Ook hier spelen verschillende belangen. Sommige bedrijven zullen deze lijst zo lang mogelijk willen maken, omdat zij dan de belasting niet hoeven te betalen. Andere bedrijven zullen de lijst juist beperkt willen houden, omdat zij anders het kind van de rekening worden doordat het belastingtarief voor het overgeblevene wat hoger wordt. Wij hebben mijns inziens een goede middenweg gekozen.

Natuurlijk hebben grenzen altijd een arbitrair karakter. Vanuit het bedrijfsleven is geopperd om bij de logistieke hulpmiddelen niet te werken met grenzen, maar aan te sluiten bij de functionaliteit van de verpakking. De CDA-fractie heeft dit gesuggereerd in relatie tot de kernen. De functionaliteit als logistiek hulpmiddel is natuurlijk een voorwaarde, maar uitsluitend aansluiten bij de functionaliteit zou in de praktijk leiden tot een onuitvoerbare, niet handhaafbare en niet controleerbare regeling. Het is mijn taak de verpakkingenbelasting een juridisch kloppende vorm te geven, die ook uitvoerbaar en handhaafbaar is. Door de verpakkingen die worden gekwalificeerd als logistiek hulpmiddel te begrenzen naar inhoudsmaat of bepaalde afmetingen wordt wel een bepaalde grens gesteld. Dit is enigszins forfaitair, maar het is vrijwel onmogelijk om het uitvoerbaar te maken of om de gegevensverwerking aan te passen en de gegevens op microniveau te versturen.

De CDA-fractie heeft voorgesteld een aantal verpakkingen aan deze lijst toe te voegen, namelijk enveloppen, koekjestrommels en infuuszakken. Ik heb in de nota naar aanleiding van het verslag aangegeven wat de regels zijn voor enveloppen en koekjestrommels. Bij de envelop is de inhoud van belang, bijvoorbeeld reclamemateriaal, tijdschriften of cd’s, anders zou iedere verpakkingenfabrikant zijn verpakking kwalificeren als envelop.

De Kamer heeft er meerdere malen op gewezen dat opgestuurde brochures ook milieuonvriendelijk zijn en eigenlijk ook belast moeten worden. Het zou vreemd zijn om dergelijke enveloppen vrij te stellen van de verpakkingenbelasting. Dit is een goed onderscheid tussen enveloppen en verpakkingen. Wat om correspondentie zit, is geen verpakking. Veel dingen die normaal gesproken enveloppen heten, zijn geen verpakkingen. Als zij echter producten of reclamemateriaal bevatten, zijn het verpakkingen. Uit besprekingen met bedrijven die dit moeten uitvoeren, blijkt dat deze regel goed uitvoerbaar is. Volledig vrijstellen van alle enveloppen zou een verkeerd signaal geven.

Vaak wordt plasticfolie gebruikt. De Kamer heeft meermaals gevraagd hoe dit soort verpakkingsmateriaal van brochures kan worden teruggedrongen. Vrijstellen heeft weinig zin. Als een koekjestrommel gevuld wordt verkocht, heeft deze hoofdzakelijk een verpakkingsfunctie, anders zou iedere koekjesfabrikant zijn verpakking een koekjestrommel noemen en zou men moeten beoordelen of dit juist is. Dat lijkt mij moeilijk.

Ook bij infuuszakken kan men arbitrair vaststellen wat wel een verpakking is en wat niet, afhankelijk van de vraag of de voornaamste functie transport en bescherming van de inhoud is. Dit is ingewikkeld. Een infuuszak is een verpakking van bijvoorbeeld een zoutoplossing, maar de heer Omtzigt zou kunnen zeggen dat er een speciaal slangetje aanzit om de inhoud er goed uit te laten lopen en het dus mogelijk een product is geworden. Dat geldt ook voor bepaalde melkverpakkingen, maar de Kamer zou het vervelend vinden als men voortaan melkproducten in een infuuszak zou verkopen. Discussie blijft altijd mogelijk, maar mijns inziens is dit redelijk af te bakenen met de manier waarop wij nu werken, waarbij het ervan afhangt of het in hoofdzaak een andere functie heeft dan transport en bescherming van de inhoud.

De CDA-fractie heeft gevraagd of dit bij de Belastingdienst allemaal duidelijk is. Wat de Belastingdienst verstuurt, is correspondentie. Ook geldt er een vrijstelling voor overheden. De Belastingdienst is geen ondernemer voor de omzetbelasting, wat een vereiste is om belastingplichtig te zijn voor de verpakkingenbelasting.

De CDA-fractie heeft gevraagd om een evaluatie van de automatische verlenging van de VAR. Ik ben daartoe bereid. De Belastingdienst moet wel eerst ervaring opdoen met de nieuwe manier van werken, bijvoorbeeld de verlenging tot drie jaar. Ik denk daarbij aan een termijn van vijf jaar, omdat evaluatie anders minder effectief is. De automatische verlenging van de VAR wordt ingevoerd per 1 januari 2010 en zal worden geëvalueerd in 2016. De Belastingdienst kent de problematiek van de zelfstandige ondernemers met een eigen landbouwbedrijf die een deel van de week elders arbeid verrichten als zelfstandigen ter aanvullen van het netto-inkomen en is in overleg met LTO Nederland over een oplossing. De heer Van Dijk ging er bij zijn vragen over de driejarige termijn van de VAR ten onrechte vanuit dat deze in 2013 wordt ingevoerd. Ik heb in mijn schriftelijke beantwoording aangegeven dat dit volgend jaar gebeurt.

De CDA-fractie heeft tweemaal uitvoerig schriftelijk antwoord gekregen op vragen over de kwestie van loon-in en loon-over. Wellicht is er op korte termijn behoefte aan een tussentijdse technische briefing. Minister Donner en ik zijn bereid dit te laten doen door medewerkers van de SVB, het UWV en de Belastingdienst, dus door de polisadministratie. Wij kunnen deze technische briefing door mensen uit de praktijk begin volgende week organiseren.
De heer



1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina