Verslag van een wetgevingsoverleg



Dovnload 301.52 Kb.
Pagina7/9
Datum20.08.2016
Grootte301.52 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9
Tang (PvdA): Is het mogelijk daarvoor ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uit te nodigen, zodat er een goede discussie kan worden gevoerd? Kunnen de fracties hen ook uitnodigen?
Staatssecretaris De Jager: Dat kan. Wij zullen ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uitnodigen.

Onderzoek heeft aangetoond dat invoering van een kauwgombelasting ofwel plaktaks een zinnige exercitie is met een mogelijke opbrengst van 15 mln. Hierbij kunnen de verwijdering van vastzittende kauwgum, ook wel "spum" genoemd, en het stimuleren van de productie van biologisch afbreekbare kauwgum, de zogenoemde "clean gum", worden betrokken. Het onderzoek omvat vele aspecten, waaronder de gumbusters, waarop ik schriftelijk zal ingaan als dit wordt gewenst.


De heer Tang (PvdA): Kan er een afschrift aan de gemeente Rijssen worden gestuurd?
Staatssecretaris De Jager: Een afschrift van het onderzoeksrapport wordt aan de gemeente Rijssen gestuurd. Ik zal de schriftelijke analyse vóór de beraadslaging aan de griffier overhandigen. Ik zou gaarne een toezegging willen doen over de plaktaks, maar alle gegevens uit de analyse afwegend concludeer ik dat dit zou botsen met mijn streven naar vereenvoudiging. Ik laat het initiatief graag bij de gemeente Rijssen en zal hiervan geen landelijk initiatief maken.
De voorzitter: Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

**
(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)


De voorzitter: Het staat de heer Tang overigens vrij, hierover een amendement in te dienen.

**
Mevrouw Sap (GroenLinks): Voorzitter. Een van de argumenten van de staatssecretaris tegen verhoging van de vliegbelasting is dat de luchtvaartsector dit nu niet kan hebben, gezien de economische situatie. Ik heb recent in de krant gelezen dat de luchtvaartsector vanwege de meevallende brandstofprijzen zelfs een korting gaat geven van €4 per retourticket. Dit bedrag is hoger dan de voorgestelde verhoging van de vliegbelasting. Kan dit niet tegen elkaar opwegen en ontstaat zo niet toch ruimte om de vliegbelasting alsnog budgettair neutraal te vereenvoudigen? Anders kunnen deze kortingen het effect hebben dat er meer vliegverkeer en meer vervuiling komt.

De staatssecretaris schrijft in zijn brief dat er overleg is geweest met de Landelijke Huisartsen Vereniging over de btw over aanvullende behandelingen door CAM-artsen en dat dit geen nieuw licht op de zaak heeft geworpen. De sector vertelt ons dat dit punt op het bedoelde overleg niet is besproken. Kan de staatssecretaris hierover iets meer zeggen? Ik weet niet wie er gelijk heeft, maar als het punt niet is besproken, begrijp ik dat er ook geen nieuw licht op is geworpen.
Staatssecretaris De Jager: Dat laatste weet ik ook niet. Dit kan worden besproken tijdens het AO op 13 november a.s. waarvoor de Tweede kamer de heer Klink en mij heeft uitgenodigd. Daarom heb ik de btw op alternatieve geneeswijzen nu niet behandeld. Dit is overigens niet echt een fiscaal punt, omdat ik niet kan beoordelen wat het verschil in effectiviteit is tussen acupunctuur en andere alternatieve geneeswijzen. Dat is een vraag voor de bewindspersonen van VWS. Het is goed dat wij hiervoor beiden zijn uitgenodigd, zodat in onderling overleg een standpunt kan worden bepaald.

Op de vliegbelasting en de woco’s ben ik schriftelijk ingegaan. De problemen die de vliegsector op dit moment ondervindt, worden niet alleen veroorzaakt door de hogere olieprijzen, maar ook door de terugloop in de economie. Deze vrij conjunctuurgevoelige sector zal dat merken aan het aantal vliegbewegingen en aan de verkoop van met name de winstgevende tickets, zoals business class. De sector geeft aan economische problemen te krijgen. Het kabinet acht het daarom niet opportuun om het tarief te verhogen. Dit zou wel moeten gebeuren als deze aanpassing budgetneutraal zou zijn gebeurd. Dat kan alleen door een van beide tarieven te verhogen, het tarief van €11,25 of dat van €45.

Ik kan mij goed voorstellen dat GroenLinks hierover een andere opvatting heeft dan het kabinet. Het kabinet heeft duidelijk aangegeven de tarieven niet te willen verhogen en dit op een andere manier te hebben gedekt. Er zijn vragen gesteld over de vliegbelasting, omdat men in België van plan was deze ook in te voeren. Zowel Wallonië als Vlaanderen hebben daartegen echter bezwaren, zodat dit niet doorgaat. Ik neem aan dat deze discussie in België en Duitsland doorgaat. Op dezelfde website van 'de Morgen', stond overigens ook het bericht dat het vliegveld Eindhoven dit jaar ondanks de vliegtaks meer passagiers heeft verwerkt. Dit ter relativering van de vrees over de vlucht naar het buitenland.
De heer Omtzigt (CDA): Dank voor het aanbod van een technische briefing over loon-in en loon-over. Wij zullen daarvoor ook een aantal mensen uitnodigen. Ik vind dit buitengewoon nuttig.

Wij hebben een aantal minuten geleden een brief van Stadsherstel ontvangen, die niet vrolijk is. Ik verwacht een schriftelijke reactie hierop van de staatssecretaris. Ik kan mij voorstellen dat hij de brief nog niet heeft kunnen lezen. Er staat in dat Stadsherstel nog geen antwoord had ontvangen ten tijde dat de staatssecretaris aan de Tweede Kamer schreef dat hij een brief had gestuurd. Dit betreft een reactie op een motie van de heer Cramer van een jaar geleden. Afgezien daarvan was het antwoord ook volstrekt nietszeggend.

Ik ben verheugd dat de staatssecretaris in overleg is over de zzp'ers in de landbouw en zie hierover een spoedige reactie tegemoet. Ook zie ik graag een oplossing voor de problemen die worden gesignaleerd in de brief van de KAV over de verpakkingenbelasting, waarin zes punten staan genoemd.

De staatssecretaris heeft in Trouw gezegd dat hij de vrijstelling voor dorpshuizen zal regelen. Ik ga er dus vanuit dat dit volgende week is geregeld voor de dorpshuizen en voor de scouting. Ook ga ik ervan uit dat zij gebruik kunnen maken van de vrijwilligersregeling. De aftrek van giften is niet nodig.


Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Op de brief aan Stadsherstel zal ik ingaan in de brief die ik heb toegezegd voor de plenaire behandeling. Ik heb de brief nog niet ontvangen en kan er dus niet op reageren. In de brief van de KAV over nog bestaande knelpunten worden geen nieuwe standpunten naar voren gebracht. De bekende standpunten zijn in het besluitvormingsproces reeds meegenomen. De besluitvorming op de naar voren gebrachte punten is niet zo uitgevallen als enkele van de bedrijven in de KAV hebben bepleit. Dit dossier raakt namelijk veel uiteenlopende belangen en standpunten, en de verschillende branches denken hierover verschillend. Het is dus niet vreemd dat enkele bedrijven een afwijkend standpunt hebben. Het staat organisaties vrij om dit te uiten tegenover de Tweede Kamer, zodat er een afgewogen besluitvormingsproces kan plaatsvinden. Gelet op alle belangen is mijns inziens echter de juiste balans gevonden tussen de doelstelling van de verpakkingenbelasting en de vereenvoudiging.

Wij zullen voor de technische briefing vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven uitnodigen.


De heer Omtzigt (CDA): Ik neem aan dat de staatssecretaris bij de dorpshuizen ook de scouting en het gebruik van de vrijwilligersregeling zal meenemen.
Staatssecretaris De Jager: Ik hoop niet dat er, elke keer als ik toezeg om naar een bepaalde categorie te kijken, weer twee andere categorieën worden bedacht. Ik doe mijn best. Ik heb in eerste instantie naar de dorpshuizen gekeken. Daarvoor was bij de energiebelasting al eerder een bepaalde afbakening gemaakt. Voor iedere categorie moet de afbakening worden bezien. Ook de Rolling Stones vinden dat zij een muziekkorps zijn, als dat fiscale voordelen met zich meebrengt. Ik zeg toe dat ik dit zorgvuldig zal bezien. Ik zal in mijn reactie aan de Tweede Kamer aangeven wat er al in dit Belastingplan kan worden gedaan.
De heer Tang (PvdA): Ik waardeer het dat de plaktaks zorgvuldig is bezien en zie uit naar de uitgebreide beantwoording daarover.

Er komt een vermogensoverheveling tussen woningbouwcorporaties, de zogeheten Vogelaarheffing. Men zegt dat deze niet aftrekbaar is, maar ook niet wordt belast. In de fiscale wereld weet men dat het vaak lastig is om aan te tonen dat zaken niet belast zijn, omdat de subsidie bijvoorbeeld wordt gebruikt om de kosten van de sociale woningbouw te verlagen en pas naderhand, bij verkoop van de woningen, tot winst kan leiden. Dan is niet meer te berekenen wat wel en niet belast is. Dit punt vind ik niet terug in de beantwoording. De staatssecretaris kan ervoor kiezen hierop later terug te komen. De subsidie die een woningbouwcorporatie ontvangt, kan later nog op de winst- en verliesrekening terechtkomen. Ik kan de staatssecretaris zo nodig een tekst hierover doen toekomen.

De lijfrente verandert vaak. Dit jaar is de maximum premiegrondslag lager, volgend jaar weer hoger. Geeft dit aanleiding tot administratieve problemen?

Uit de beantwoording is niet duidelijk of het mogelijk is een apart register voor complementaire medische diensten toe te voegen aan de btw-wetgeving. De mogelijkheid van een statutory register wordt besproken, maar is dit ook technisch mogelijk?

Het antwoord over de stock appreciation rights is vaag en ik kan het als econoom niet volgen. Ik begrijp dat er een fiscale theorie is en neem aan dat die niet botst met de economische theorie. Voor de aandeelhouders maakt het niet uit of de opbrengsten verwateren doordat er minder winst per aandeel is, of doordat er meer aandelen komen en de winst gelijk blijft. Ik vind deze antwoorden zwaar onvoldoende.
Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Fiscale behandeling is soms iets anders dan aansluiten bij de economische realiteit. Het ter beschikking houden van eigen vermogen is bijvoorbeeld niet aftrekbaar, van vreemd vermogen wel. Dat lijkt voor de aandeelhouders niets uit te maken. Zij verwachten wel een rendement op het eigen vermogen. Dat is belast en niet aftrekbaar in de onderneming. Voor vreemd vermogen geldt dit niet. Wij proberen de fiscaliteit niet zozeer te laten aansluiten bij een algemene economische benadering van kosten, maar meer bij een bedrijfseconomische benadering. De wetgever heeft op dit punt in het verleden een aantal, overigens heel beperkte, aanpassingen aangebracht, bijvoorbeeld door te stellen dat boetes niet aftrekbaar zijn. Een door de overheid opgelegde boete omdat iemand een overtreding heeft begaan, is iets anders dan een bonus.

De heer Tang stelt de SAR's aan de orde. Het fiscale verschil tussen stock appreciation rights en een bonus is dat de verstrekking van een aandeel niet tot aftrekbare bedrijfskosten leidt en een bonusuitkering wel. Wat de glijdende schaal betreft waaraan de heer Tang refereert, is het fiscaal gezien veel beter om verschil te maken tussen bonus, loon en andere vergoedingen inclusief SAR's enerzijds en het verstrekken van opties of aandelen die tot verwatering leiden en niet tot kosten in de onderneming anderzijds. Al deze gevallen worden overigens belast. Ook een stock appreciation right wordt betrokken in de heffing van inkomstenbelasting bij de verkrijger, net als diens loon. De glijdende schaal waarover ik bezorgd ben, heeft meer daarmee te maken dan met de aandelen, want het verkrijgen van een aandeel gebeurt notarieel. Het verkrijgen van een aandeel aan toonder is iets anders dan het verkrijgen van geld, ook bij de controle van het verschil tussen beide soorten inkomen.

Het is goed dat er is gevraagd naar de administratieve problemen bij de lijfrente. Dit punt is namelijk in de Eerste Kamer aan de orde gekomen. Ik heb gisteren een brief daarover aan de Eerste Kamer gestuurd op verzoek van de Eerste-Kamercommissie voor Financiën. Kortheidshalve verwijs ik naar deze brief, waarin ik ook ben ingegaan op de uitvoerbaarheid van de verlaging en op de nadelen als wij dit niet zouden doen. Al met al is het beter om het te doen zoals wij hebben voorgesteld. Ik zal de brief ook naar de Tweede Kamer sturen.

Wat het aparte register betreft, ben ik in de schriftelijke beantwoording specifiek ingegaan op de vraag over het Verenigd Koninkrijk. Die situatie is inderdaad wezenlijk anders en dat is lastig. Wij moeten hierop terugkomen op 13 november a.s., maar het is inderdaad denkbaar dat er een soort BIG-accentregister komt dat toeziet op de geneeskundige verzorging van de mens, want dat is een keiharde voorwaarde, niet alleen van de Europese Unie, maar van ons allemaal. Ik zal in verband met het budgettaire beslag mijn voorkeur proberen te beperken tot de huidige groep. Nu voorziet het voorstel in een beperking van de aftrek, maar als het register wordt uitgebreid met niet-BIG-geregistreerde artsen die allerlei andere handelingen uitvoeren, zou het budgettaire beslag veel groter worden. Dat kan niet de bedoeling van de Tweede Kamer zijn. De vraag is hoe de categorie die nu een vrijstelling heeft, kan worden beperkt tot de beoefenaars van echte geneeskundige verzorging van de mens. Ik zie geen beletsel om de aftrek te beperken tot de geneeskundige verzorging van de mens, als wij als fiscale wetgever maar een objectiveerbaar, hard houvast hebben, zoals het BIG-register momenteel is.


De heer Tang (PvdA): Voorzitter. De vraag over de vermogensoverdracht tussen woningbouwcorporaties is niet behandeld. Is een BIG-accent hard genoeg voor de fiscus?
De voorzitter: Die vraag kan in het algemeen overleg aan de orde komen.

**
Staatssecretaris De Jager: De heer Tang maakt creatief gebruik van het feit dat ik één punt heb laten liggen, maar laten wij op 13 november daarop terugkomen.

Ik ben het met de heer Tang eens dat het logisch is dat de heffing van de woco, ook wel de Vogelaarheffing genoemd, niet belast en niet aftrekbaar is. Als er een onevenwichtigheid zou optreden, waarbij de heffing wel belast is maar niet aftrekbaar, ben ik bereid dit nog eens te bezien en kom ik daarop terug in de brief die ik heb toegezegd voor de plenaire behandeling.
De heer Remkes: Dat laatste juich ik toe, want ik constateer dat er een verschil in aanvliegroute is tussen het departement van Financiën en de minister voor VWI. Er wordt gesuggereerd dat het gaat om een soort vrijwillige overdracht. Dat is natuurlijk niet zo, want dit gebeurt op publiekrechtelijke grondslag en is in die zin een normale heffing. Het is buitengewoon wrang dat corporaties straks moeten betalen en de betaling niet kunnen aftrekken. Bovendien krijgen zij uit de discussie van gisteren ook nog de indruk dat zij moeten betalen voor een schip in Rotterdam waarbij zaken volledig uit de hand zijn gelopen. Ik stel het op prijs als de staatssecretaris nog eens expliciet naar dit punt kijkt. Misschien kan hij in dezelfde brief nader ingaan op de vele verschillen van opvatting over de waardering van corporaties in de openingsbalans. De schriftelijke beantwoording maakt daarvan melding. De Belastingdienst heeft waarschijnlijk belang bij lage waardering in de openingsbalans en de corporaties hebben belang bij hoge waardering. Ik verzoek de staatssecretaris in te gaan op de uitgangspunten die hij hanteert in de discussie over de openingsbalans, zodat daarop plenair kan worden gereageerd.

De schriftelijke beantwoording gaat in op de heffingsrente, maar dit punt heb ik nu in de beantwoording gemist. Mag ik uit bladzijde 48 concluderen dat de staatssecretaris toezegt dat wij volgend jaar aan de hand van een notitie van hem de uitgangspunten en vormgeving zullen bespreken? Ik zou dat op prijs stellen. In een uitspraak van de rechtbank van Breda uit juli 2008 zijn de verschillende handelwijzen van de Belastingdienst ten aanzien van de heffingrente aan de orde. Dit betreft de vraag of een voorlopige aanslag ambtshalve wordt verminderd, of dat er een nadere voorlopige aanslag wordt opgelegd. Dit schijnt te bepalen of er heffingsrente wordt berekend. Wij hoeven dat bij dit Belastingplan niet uit te discussiëren.

De heer Omtzigt is niet teruggekomen op de historische luchtvaart, hoewel wij hier een coalitie zouden kunnen sluiten. Ik vind de reactie van de staatssecretaris beneden de maat.
Staatssecretaris De Jager: De vraag over de historische luchtvaart is mij gesteld, maar de Tweede Kamer hoeft hierover geen amendementen in te dienen.
De heer Remkes: Ik begrijp dat de staatssecretaris dat vindt, maar zijn reactie was te kort door de bocht.
Staatssecretaris De Jager: Het is moeilijk het gevoelen van de Kamer te verwoorden in een Belastingplan. De Kamer wil oldtimers zwaarder belasten, maar vliegtuigen die zeer vervuilend zijn niet.
De heer Remkes: Dat is een misverstand.
Staatssecretaris De Jager: Wellicht zou het een goed compromis zijn om beide maatregelen achterwege te laten en dit te laten zoals het is. Ik ben niet conservatief van aard, maar het is vaak beter zaken niet overhoop te halen.

De heer Remkes geeft een bepaalde draai aan mijn toezegging aan de heer Tang over de heffing voor woningcorporaties. De heer Tang gaf aan dat het logisch is deze niet aftrekbaar en niet belast te maken, wat mijns inziens fiscaal evenwichtig is. Ik zal bezien of dit evenwicht niet wordt verstoord doordat er wel belastbaarheid blijkt te zijn, maar geen aftrekbaarheid.


De heer Remkes: Dat zou voor mij next best zijn.
Staatssecretaris De Jager: Het eerste punt van de heer Remkes hebben wij vorig jaar bij de totstandkoming van de vpb-plicht besproken. Ten aanzien van het huidige punt wil ik dit next best scenario volgen. Wij hebben de waarderingsregels van de openingsbalans besproken bij de totstandkoming van de huidige wet. Het is de Belastingdienst gegund om binnen die wet- en regelgeving en de bestaande jurisprudentie afspraken te maken met sectoren over de uitvoering van de wet. Het zijn geen aanpassingen van de wet die leiden tot een andere vaststelling van de materiële belastingschuld. Er moeten wel afspraken worden gemaakt over de waardering.

Het is mij bekend dat de woningbouwcorporaties graag een zo hoog mogelijke waardering op de openingsbalans willen zetten, zodat zij vervolgens, conform het advies van fiscalisten, daarop onmiddellijk kunnen afschrijven en de eerste jaren nooit de voorziene vpb zouden hoeven betalen. Gelet op de bedoeling van de wetgever en op datgene wat in de wijziging op de Wet vennootschapsbelasting 1969 is opgenomen bij het Belastingplan 2008, zal de Belastingdienst niet kunnen meewerken aan een andere vaststelling van de materiële belastingschuld dan uit de wet voortvloeit. Zij zal dit wel constructief met de sector bespreken in het kader van de vso2, de vaststellingsovereenkomst die wellicht opnieuw met de sector zal worden gesloten, als het mogelijk blijkt om daarover in redelijkheid afspraken te maken. Dit gebeurt niet om corporaties minder belasting te laten betalen of om hen meer belasting te laten betalen dan uit de wet voortvloeit, maar om een redelijke waardering af te spreken, zodat er niet allerlei problemen per woningbouwcorporatie ontstaan.

De heer Remkes interpreteert mijn toezegging over de heffingsrente breed en zo heb ik deze ook bedoeld, namelijk dat ik de heffingsrente in het algemeen goed zal bezien. Wat wij moeten bezien is juist of de verschillende onderdelen van het aangifte- en aanslagproces evenwichtig uitwerken. Wat nu is vastgesteld is destijds uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever geweest, maar in sommige situaties moet dit toch tegen het licht worden gehouden. Ik ben bereid daarvoor in de loop van 2009 een apart algemeen overleg te plannen.
De voorzitter: Ik verzoek iedereen om iets bondiger te antwoorden. Ik stel voor de tweede termijn achterwege te laten en na afloop van deze vragenronde te bezien of er nog nagekomen vragen zijn. De politieke conclusies kunnen over twee weken plenair worden getrokken.

**
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter, ik wil graag eerst een ordevoorstel doen.


De voorzitter: Het voorstel dat ik zou willen doen, is om nu geen volledige tweede termijn te doen, maar na afloop van deze vragenronde te kijken of er nog nagekomen vragen zijn. De politieke conclusies kunnen over twee weken worden getrokken. Ook gezien de tijd en de ruime gelegenheid voor interruptie, lijkt mij dit nu het beste voorstel.

**
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter, dat lijkt mij een goed voorstel. Ik doe dan nu drie voorstellen die echt met dit blokje te maken hebben en dan stel ik nog twee vragen in de tweede termijn.

De invoering van de Wet werken aan winst heeft ervoor gezorgd dat ondernemers hun afschrijving van gebouwen tot 50% van de WOZ-waarde beperkt zagen. Dat schijnt problemen op te leveren voor kapitaalintensieve bedrijven. Als een ondernemer substantieel investeert in die gebouwen, komt hij in aanmerking voor de duurzaamheidsaftrek. Komt hij ook in aanmerking voor de Vamil?

Minister Vogelaar heeft aangegeven, de overdrachtsbelasting te halveren om de kwakkelende woningmarkt weer op gang te brengen. Ik heb daar zelf niets van in het Belastingplan gezien. Misschien heb ik het gemist, maar ik zou graag willen weten of er een halvering van de overdrachtsbelasting komt.


De heer Remkes (VVD): Waar heeft minister Vogelaar die toezegging gedaan? Dan is mij iets ontschoten.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): U mag het artikel lezen.

Mijn laatste vraag betreft de heffingsrente. De staatssecretaris schrijft in antwoord op mijn vragen dat de Belastingdienst in het algemeen de fouten niet kunnen worden verweten en de heffingsrente dan ook niet kan worden afgeschaft, omdat heffingsrente neutraal is. Tot zo ver volg ik die redenering. Vervolgens kan de belastingplichtige voorkomen dat hij met heffingsrente wordt geconfronteerd. Daarvoor kan hij vragen om vaststelling van een voorlopige aanslag. Dit is een extra hobbel die genomen moet worden. Ook dat kan ik begrijpen. Vervolgens moet er binnen drie maanden een antwoord komen. De staatssecretaris zegt dat er sprake is van verwijtbaar gedrag als er binnen die drie maanden geen antwoord wordt gegeven. Dan zou de belastingplichtige zelf een brief moeten schrijven om vermindering te krijgen. Dat vind ik de wereld op zijn kop. In dat geval zou die rente niet betaald hoeven te worden en hoeft er helemaal geen brief over te worden geschreven, anders dien ik op dit punt een motie in.


Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Mij is niet bekend dat door minister Vogelaar is gepleit voor halvering van de overdrachtsbelasting. Sowieso, om elk misverstand te voorkomen: het kabinet spreekt met een mond en op fiscaal gebied is dat deze mond. Ik heb het woord "overdrachtsbelasting" de laatste paar dagen of weken nog niet in de mond gehad. Nu wel, maar dan om aan te geven dat het kabinet geen plannen heeft om de overdrachtsbelasting te halveren. Mocht ik wel plannen hebben tot enige belastingmaatregel, dan zal ik die uiteraard kenbaar maken aan de Tweede Kamer en zal die uiteraard ook haar weerslag vinden in het Belastingplan. Ten aanzien van de overdrachtsbelasting hebben wij dergelijke plannen niet. Wij hebben wel plannen om arbeid goedkoper en winst aantrekkelijker te maken. Dat zit allemaal in dit Belastingplan.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Maar voorzitter …
Staatssecretaris De Jager: Ik dacht dat ik nu lekker duidelijk was.

Heffingsrente wordt niet geheven vanwege verwijtbaar gedrag. Heffingsrente wordt geheven omdat de belastingschuld vaststond op een bepaald moment. Daarover moet worden betaald. Als iemand zelf geen brief schrijft omdat hij eigenlijk meer zou moeten betalen, weet de Belastingdienst dat niet. Het gaat niet om schuld of wat dan ook, maar om rente. Als iemand op een zeker moment rente heeft ontvangen op de spaarrekening, is het helemaal niet gek om dan op dat punt heffingsrente te rekenen. Het is geen straf, in het geheel niet, maar je moet het ook niet uitlokken dat men gaat sparen bij de Belastingdienst. Dat gebeurt soms en zou door het voorstel van mevrouw Koşer Kaya gemakkelijker worden gemaakt. Dat is ook weer niet de bedoeling. Zoals ik de heer Remkes al heb toegezegd, ben ik bereid om nog eens goed te bekijken of de heffingsrente evenwichtig is, maar dat er bij niet verwijtbaar gedrag geen heffingsrente hoeft te worden betaald, is niet juist. Dat gedrag is niet aantoonbaar door de Belastingdienst. Het zou geen werkbare oplossing zijn.


De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina