Verslag van het werkbezoek naar de Verenigde Staten door de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4-11 juli 2009



Dovnload 88.66 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte88.66 Kb.
Verslag van het werkbezoek naar de Verenigde Staten door de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4-11 juli 2009

Vastgesteld op 23 september 2009


Een delegatie van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft van 4 tot en met 11 juli een werkbezoek gebracht aan de Verenigde Staten. De delegatie bestond uit de leden Koopmans (delegatieleider), Van Heugten (CDA), Pieper (CDA), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Van der Ham (D66) en Ouwehand (PvdD). De delegatie werd begeleid door de adjunct-griffier van de vaste commissie voor VROM, Mw. Lemaier en Mw. Bersee, Ambassaderaad VROM van de Nederlandse Ambassade te Washington.
Aanleiding voor het werkbezoek was het inmiddels een half jaar aan de macht zijn van president Obama en de belangrijke besluiten die hij van begin af aan heeft genomen over klimaat en energie. Dit betrof niet alleen een aantal benoemingen binnen zijn administratie op dit terrein maar ook het feit dat het economische stimuleringspakket een groot aantal “groene” investeringen bevat.
Het primaire doel van het werkbezoek was het verkrijgen van nader inzicht in de nieuwe opstelling van de Verenigde Staten ten aanzien van het klimaat en energiebeleid in de Obama-administratie, en de standpunten in de onderhandelingen over de nieuwe internationale klimaatafspraken in Kopenhagen eind 2009. Daarnaast bood het werkbezoek interessante inzichten in ontwikkelingen binnen de Amerikaanse maatschappij, de politiek en de private sector.
Daartoe heeft de commissie van zaterdag 4 juli tot en met woensdag 8 juli een bezoek gebracht aan Washington, D.C. om daar te spreken met vertegenwoordigers van Administratie, Congres, belangenorganisaties en bedrijfsleven. Vervolgens heeft de commissie van woensdag 8 tot en met zaterdag 11 juli een bezoek gebracht aan Californië, alwaar zij in zowel Sacramento als San Francisco heeft gesproken over klimaat en energiebeleid op staatniveau en een dag is uitgetrokken voor bedrijfsbezoeken in Silicon Valley
In onderstaand verslag worden de hoofdlijnen van de gevoerde gesprekken weergegeven. Het volledige programma van het werkbezoek alsmede een overzicht van de gesprekspartners is als bijlage bij dit verslag opgenomen. Tot slot is een bijlage beschikbaar met daarin de handouts van een aantal presentaties die de commissie heeft gekregen, en waarnaar verschillende malen wordt verwezen in dit verslag.
De delegatie bedankt alle gesprekspartners en degenen die betrokken zijn geweest bij het organiseren van dit werkbezoek. In het bijzonder wil de delegatie haar waardering uitspreken voor de inzet van de ambassadeur en de medewerkers van de Nederlandse ambassade in Washington, D.C. en de technisch-wetenschappelijke afdeling van het ministerie van EZ in Californië bij de voorbereiding van het programma en tijdens het werkbezoek. De hartelijke ontvangst in de Verenigde Staten en de goede begeleiding van de delegatie hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het welslagen van het werkbezoek.

De voorzitter van de delegatie,

Koopmans
De griffier van de delegatie,

Lemaier


Samenvatting
Rode draad tijdens het werkbezoek was de op 26 juni 2009 door het Huis van Afgevaardigden aangenomen wet HR 2454, The American Clean Energy and Security Act1. Deze bill wordt in de volksmond Waxman-Markey2 genoemd, naar de twee Democratische indieners en hoofdsponsoren van de bill. Waxman-Markey werd aangenomen met een krappe meerderheid van 219 stemmen voor en 212 stemmen tegen, met 44 Democratische tegenstemmen en acht Republikeinse voorstemmen. Het was mede te danken aan de enorme lobby-inspanning van zowel de Obama regering als House Speaker Nancy Pelosi om de benodigde stemmen binnen te slepen.
De Waxman-Markey bill bestaat uit een aantal onderdelen:

  1. Clean energy: dit gaat o.a. over de doelstelling van een 6% Renewable Electicity Standard in 2012 en 20% in 2020, gaat over carbon capture en storage technologie, performance standaarden voor nieuwe kolencentrales (en het doel om in 2020 met ccs te gaan werken), onderzoek en ontwikkeling van elektrische auto’s

  2. Energy efficiency: Voorstellen voor programma’s met betrekking energie-efficiënte gebouwen (nieuwe huizen moeten 30% meer efficiënt zijn in 2012 en 50% in 2016), lampen, (huishoudelijke) apparaten en transport;

  3. Reducing global warming pollution: De emissie-uitstoot moet in 2012 met 3%, in 2020 met 17%, in 2030 met 42% en in 2050 met 83% verminderd zijn vergeleken met 2005. Wat betreft het emissiehandelssysteem zal, beginnend in 2012, 85% van de emissierechten worden weggegeven en zal de overige 15% worden geveild. Nagestreefd wordt om na 2030 70% van de emissierechten te veilen. Prijs per ton CO2 ligt tussen de 10 en 20 USD.

  4. Transitioning to a clean energy economy: de investeringen lopen tot 2025 op tot 190 miljard USD: 90 biljard USD voor staatsprogramma’s die hernieuwbare energie en energie-efficiëntie promoten; 60 miljard voor CCS, 20 miljard voor investeringen in elektrische motorvoertuigen en 20 miljard voor onderzoek en ontwikkeling van andere maatregelen ten behoeven van een duurzame en schone economie.

  5. Agriculture and forestry related offsets: De landbouw en bossen sector worden uitgesloten van een maximumhoeveelheid aan uitstoot van broeikasgassen; wel zullen ze binnen een emissie-offsetprogramma komen onder toezicht van de Minister van Landbouw. Tussen 2012 en 2025 zal 5% van de emissierechten worden uitgedeeld aan projecten die ontbossing in tropische gebieden voorkomen en die werken aan het ontwikkelen van internationale offset-programma’s ten behoeve van ontbossing.

Het uitsluiten van de landbouwsector in het emissiehandelssysteem, en het verleggen van het toezicht over de landbouwsector van de Environmental Protection Agency naar de minister van Landbouw was de belangrijkste voorwaarde voor een aantal leden uit staten met veel landbouw om Waxman-Markey aangenomen te krijgen in het Huis van Afgevaardigden. Een andere legitimatie om de bill aangenomen te krijgen was de toezegging dat deze bill “energy security” zal waarborgen en zorgt voor banencreatie, met name als het gaat om “groene” banen. Een ander twistpunt (met name met de President) wordt het border tax adjustment (tarief) voor bepaalde producten uit landen die in 2020 niet voldoende maatregelen hebben genomen om hun emissieuitstoot te beperken.


Op dit moment is de Senaat aan zet. De Senaatscommissie on Environment and Public Works heeft onder leiding van Senator Barbara Boxer (Democraat uit Californië) het voortouw in het formuleren van het emissiehandelssysteem namens de Senaat. Naast bovengenoemde commissies nemen nog vijf andere commissies verschillende aspecten van een klimaatwet onder hun hoede. De planning is om op 28 september 2009 met een gezamenlijke klimaatwet te komen vanuit de zes commissies. Pas als deze zes commissies het onderling eens zijn, en als de verwachting is dat de wet een kans maakt om te worden aangenomen, zal deze in stemming worden gebracht. Klimaatwetten in de Senaat hebben echter een slechte voorgeschiedenis. In 2003 heeft de Senaat al de Lieberman-McCain Climate Stewardship Act3 met 55 tegen 43 stemmen afgewezen. De samenstelling van de Senaat was toentertijd uiteraard anders dan nu (met daarbovenop het feit dat toenmalig president George W. Bush een apert tegenstander van klimaatbeleid was) , maar het geeft aan hoe gevoelig klimaatwetgeving ligt.

Bovendien ligt het onderscheid tussen voor- en tegenstanders niet zozeer politiek als wel regionaal. Het zijn de staten aan de oost- en westkust die over het algemeen voorstander zijn van klimaatwetgeving; de zogenaamde “coal-states” in de Mid-West, de Rust-belt (zware industrieën) en het westen zijn ertegen omdat het in hun ogen banenverlies oplevert; bovendien zien de meeste burgers niet in waarom in tijden van economische crisis, waarin mensen hun banen verliezen en huizen moeten opgeven geld wordt geïnvesteerd in het klimaat.


In de verschillende gesprekken wordt verschillend gedacht over de kans van slagen van een klimaatwet in de Senaat dit najaar. De tendens is dat de verwachtingen laag zijn en dat de kans niet groot wordt geacht dat er een compromis komt. Grote vraag is wat er gebeurt als de Senaat geen klimaatwet in stemming brengt of als de klimaatwet wordt afgestemd; wat betekent dit voor de onderhandelingspositie van Obama in Kopenhagen in december 2009?
Stand van zaken voortgang Klimaatwet: update van Henriëtte Bersee d.d eind augustus 2009

De Obama administratie heeft aangegeven haar uiteindelijke inzet voor Kopenhagen te laten afhangen van de ambitie en de voortgang die het Congres laat zien ten aanzien van nationale energie- en/of klimaatwetgeving. Daarmee wil de Obama administratie voorkomen dat de Kyoto ervaring van 1997 wordt herhaald: wel internationale overeenstemming, maar geen draagvlak en dus geen toestemming voor ratificatie in het Congres. De Obama heeft energie- en klimaatwetgeving hoog op het prioriteitenlijstje gezet. Het is naast gezondheidszorg het onderwerp waarop hij met het Congres moet scoren de komende maanden om - zoals veel commentatoren melden - zijn geloofwaardigheid niet in geding te brengen. Gezondheidszorg wordt daarbij in het algemeen gezien als de eerste prioriteit.


Voortgang in het Congres hoeft niet persé te betekenen dat er vóór Kopenhagen een klimaatwet moet liggen, die zowel door Huis als Senaat is aangenomen. Het gaat om demonstrable progress. Aangenomen mag worden dat dat betekent dat zowel het Huis als de Senaat een voorstel hebben goedgekeurd met vergelijkbare emissiereductiedoelstellingen. Het conciliatieproces tussen Huis en Senaat om uiteindelijk tot één versie te komen, zou dan ná Kopenhagen kunnen plaatsvinden.
Het Huis van Afgevaardigden heeft op 26 juni jl. de American Clean Energy and Security Act, in de wandeling de Waxman- Markey bill - naar de initiatiefnemers van de wet - aangenomen. De hoeksteen van de wet is een breed dekkend emissiehandelssysteem dat tot emissiereducties moet leiden van 17% in 2020 en 83% in 2050 ten opzichte van 2005. Daarnaast voorziet de wet onder andere in een gecombineerde renewable electricity and efficiency standard van 20% in 2020 (15% renewables en 5% efficiency winst).
Over het voorstel is hard en intensief tot de laatste minuut voor de stemming onderhandeld. De initiatiefnemers van de wet moesten toestaan dat de door hen voorgestelde target van 20% reductie in 2020 werd afgezwakt, dat de emissie allowances vooralsnog vooral worden verdeeld in plaats van geveild, dat emissies mogen worden gecompenseerd in oa. de landbouwsector (die an sich niet onder het emissieplafond valt) en dat de President vanaf 2020 een import heffing moet opleggen aan landen die niet de standaard halen die de VS voor ogen heeft voor het klimaatbeleid in andere landen met een hoge uitstoot. Obama heeft aangegeven de wet te ondersteunen- sterker hij heeft er veel druk voor moeten uitoefenen. De in de wet genoemde emissiereducties zijn in lijn met zijn inzet, maar het is bekend dat het Witte Huis moeite heeft met de voorgestelde importheffingen.
Uiteindelijk is de wet met 219 tegen 212 stemmen aangenomen. 44 Democraten stemden tegen en 8 Republikeinen stemden vóór. Grofweg liggen de politieke verhoudingen in het Huis zo dat Republikeinen tegen klimaatmaatregelen zijn, niet alleen omdat ze de conservatieve stemmer vertegenwoordigen, maar ook omdat ze om politieke redenen bijna overal tégen zijn waar president Obama vóór is. De Democraten die tégen stemden komen voornamelijk uit de meer conservatieve delen van het land waar de kiezers economische schade vrezen voor het plafonneren van de emissies (industriestaten, olie en kolenleveranciers, landbouw, maar ook een anti belasting en anti overheidstemming). In de districten waarvan de Afgevaardigden tegen hebben gestemd, heeft vaak McCain de presidentsverkiezingen gewonnen, niet Obama. Daarnaast werden de kiezers daar geconfronteerd met een door de industrie gefinancierde harde tegencampagne -- en ja, volgend jaar gaat het hele Huis alweer op voor de verkiezingen.

Nu het Huis zijn huiswerk heeft gedaan, is de Senaat aan de beurt. Het is niet zo dat hier de Waxman-Markey bill moet worden goedgekeurd. De Senaat schrijft zijn eigen versie. Nadat de Senaat een eigen versie heeft aangenomen, wordt er een Commissie ingesteld van leden van Huis en Senaat die er samen één wet van moeten maken. Dit gezamenlijke eindproduct komt vervolgens weer in het Huis en in de Senaat in stemming, waarna een handtekening van de President nodig is, om de wet van kracht te laten worden.


Aanvankelijk was het idee dat de Senaat na 26 juni voluit aan de slag zou gaan met klimaatwetgeving en dat de Milieucommissie onder leiding van Barbara Boxer met een eerste concept voor het emissiehandelshoofdstuk zou komen vóór het zomerreces. Al gauw werd duidelijk dat dat niet haalbaar zou zijn en nu is de deadline gesteld op 28 september (de Senaat is op 8 september weer terug van reces, maar stafmedewerkers zijn druk aan het werk). Ook 5 andere Commissies binnen de Senaat die delen van de wet schrijven moeten dan hun hoofdstuk af hebben. Als dat lukt moet de Democratische leider van de Senaat Harry Reid de vervolgstappen bepalen - en als het niet lukt ook.
De politieke discussie in de Senaat zal veel overeenkomsten vertonen met die in het Huis, maar de politieke verhoudingen liggen wat anders. Omdat elke staat twee Senatoren mag leveren is het zo dat Californië met 38 mln inwoners evenveel te zeggen heeft als een staat als North Dakota met 650.000 inwoners. En juist grote lege staten als North Dakota zijn conservatief en hebben kolen en/of olie. Terwijl uit recente peilingen blijkt dat de Amerikaanse bevolking in meerderheid klimaatbeleid steunt, is het dus nog niet automatisch zo dat dat zich in een meerderheid in de Senaat vertaalt.
De Senaat heeft 100 leden. Er zijn 60 stemmen nodig voor een procedurebesluit om een wet in stemming te kunnen brengen. In de Senaat zitten 58 Democraten en 2 Onafhankelijken. Iedereen is dus nodig, want heel veel stemmen aan de Republikeinse kant zullen er niet te halen zijn. De Onafhankelijken zullen voor een Klimaatwet stemmen, maar bij de Democraten is er grote onzekerheid. Dat zal nog een enorme onderhandeling gaan worden is de verwachting. Daarnaast hebben Democratische senatoren een zeer wankele gezondheid: Senator Kennedy, die zich al maanden niet meer laat zien en Senator Byrd die erg vaak en lang in het ziekenhuis ligt. Zij zullen wellicht niet in staat zijn om een stem uit te brengen, al zou Byrd waarschijnlijk toch niet voor emissiehandel stemmen.
Inmiddels hebben 10 Democratische senatoren President Obama per brief laten weten dat “border adjustments” - importheffingen dus - een vitaal onderwerp van elk klimaatbeleid dat de Senaat passeert zal zijn. 4 Democratisch senatoren hebben publiekelijk aangegeven dat emissiehandel voorlopig nog maar helemaal niet moet worden besproken: eerst maar andere energiemaatregelen.
De Senaat zou meer oog hebben voor de internationale context dan het Huis van Afgevaardigden en zich politiek meer een langere termijn visie kunnen permitteren, omdat slechts 1/3 van de Senaat elke twee jaar wordt gekozen. Wat betreft Klimaat moet dat nog blijken! De algemene consensus in Washington is dat de Klimaatwet een up hill battle wordt en de strijd die thans tussen de Democraten onderling wordt gevoerd over de hervorming in de gezondheidszorg is geen goede voorbode. De gezondheidszorgdiscussie neemt veel tijd en energie en lijkt Obama de laatste weken ook politiek kapitaal te kosten: Democrats against themselves!
Of en op welk termijn de klimaatwet het gaat halen en hoe ambitieus die zal zijn is de vraag, maar vorig jaar om deze tijd twijfelden ook heel veel Democraten over de vraag of Obama wel in staat zou zijn om de verkiezingen te winnen. Dus……. wordt vervolgd.
Maandag 6 juli
U.S. Department of Energy, Office of Energy Efficiency and Renewable Energy (EERE)

De delegatie kreeg drie presentaties (over EERE, over zonne-energieprogramma en over fossiele energie en ccs). EERE werkt aan energy efficiency en doet onderzoek naar en ontwikkeling en implementatie van hernieuwbare energie om ervoor de zorgen dat de Verenigde Staten in de toekomst de goede balans kan vinden tussen economie, energiezekerheid en milieuvraagstukken. Daartoe hebben zij een technologieportfolio met daarbinnen elf programmaonderdelen, zoals zonne-, wind- en waterenergie, biomassa, en gebouwen. Een van hun in het oog springende programma’s is het zogenaamde “weatherization” programma. Hiermee stimuleren en helpen ze burgers om energie-efficiëntie in hun huizen te realiseren. Via de verschillende energieafdelingen binnen de afzonderlijke staten kan elk huishouden in aanmerking komen voor een subsidie van maximaal 12,000 USD. Daarnaast is er uitgebreid gesproken over zonne-energie in het kader van het Solar Program. De Verenigde Staten willen in 2015 “grid parity”(dat betekent dat hernieuwbare energie even duur is als “gewone” electriciteit) bereiken met photo-voltaische zonne-energie. Wat betreft hun onderzoek naar “fuel cells” (brandstofcellen) is het doel om de focus te verschuiven van auto’s naar grote installaties. Tot slot laat EERE op dit moment door Universiteit MIT in Boston onderzoek doen naar hoe beter en efficiënter gebruik kan worden gemaakt van geothermale energie, in de vorm van een aantal pilots. (Zie de presentaties in de bijlage)



Lunchbijeenkomst met vertegenwoordigers van verschillende NGO’s

Tijdens deze bijeenkomst wordt uitgebreid stilgestaan bij Waxman-Markey. De delegatie is benieuwd naar hoe de verschillende natuur- en milieuorganisaties tegenover het bereikte compromis staan. Het algehele gevoelen is dat alleen al het feit dat de VS hier nu aan begint heel belangrijk is, en dat ze blij mogen zijn dat er eindelijk een president is die zich over klimaatverandering en schone energie uitspreekt. En meer dan dat: de Obama administratie is bovenop gedoken, hebben veel stemmen gepushed en telefoontjes gepleegd toen de stemming over Waxman-Markey nabij was. Op de constatering van de delegatie dat Amerika niet zo ver gaat met ETS als in Europa komt als repliek dat de doelen voor ETS in Amerika wel degelijk worden gehaald op de lange termijn, namelijk in 2020 en 2050.


Natuurlijk is het voorstel nog niet zo vergaand als de milieu-organisaties graag zouden zien; desalniettemin realiseren de NGO’s zich dat nu het moment is aangebroken dat nieuwe prioriteiten kunnen worden benoemd. “Don’t let the perfect be the enemy of the good” werd er gezegd, wees op dit moment tevreden met wat er ligt, zeker gezien de achterliggende jaren. In de richting van Kopenhagen is dit een onvermijdelijke stap. De regering kan immers alleen maar geloofwaardig optreden in Kopenhagen als de wet ook door de Senaat is. Ze zijn er echter nog niet want alle vertegenwoordigers van de NGO’s bevestigen dat er nog wel een “uphill battle” in de Senaat aankomt. Er zijn nu 58 “may be yes” leden, maar er zijn er 60 nodig dus er moet nog heel wat gemobiliseerd worden. Om deze bill door het Huis te krijgen heeft de maatschappij 10 miljard USD gekocht. Om ‘m door de Senaat te krijgen zal dit vier keer zoveel kosten. Maar: de kosten die gepaard gaan met niks doen zijn veel hoger dan de kosten die samenhangen met de klimaatwet!
De Senaat wordt beïnvloed via coalities van NGO’s coalities op staatniveau. Er wordt veel gelobbied in kolenstaten. Opvallend is dat de meeste NGO’s aan tafel een conservatieve basis hebben en dat ze dus hebben te maken met een vaak conservatieve achterban. Dat maakt het lastig om ook de mensen in de coalstates te bereiken, want die staten zijn vaak tegen een klimaatwet.

Opvallend is dat de Amerikaanse NGO’s veel minder tegenover de regering lijken te staan dan de Nederlandse. Er worden in de VS veel meer coalities gesloten tussen NGO’s, Staten, republikeinen en democraten en de regering. NGO’s zien het ook als hun taak om in de conservatieve staten te lobbyen om zo ervoor te zorgen dat senatoren voor de wet kunnen stemmen zonder dat hen dat stemmen kost.



Brookings Institution

De delegatie wordt welkom geheten door Bryan Mignone. Van de vijf à zes mensen die tot voor kort werkten bij de Brookings Institution op het klimaat- en energiedossier zitten er nu drie in de Obama administratie. Brookings is daarmee als “hofleverancier” nu wel onderbemensd op het klimaatdossier. Echter, ze hebben toch een (in)directe invloed op het klimaatbeleid van de Obama regering. Naast het beinvloeden van de regering hebben ze ook invloed op het beleid via het creeeren van vertrouwen en relaties met de de mensen on the Hill. Brookings zegt overigens niet partij-georienteerd te zijn en adviezen altijd vanuit een wetenschappelijk oogpunt te geven.


Volgens Mignone wordt het een moeilijk uphill proces met de Senaat want de drempel van 60 stemmen wordt lastig te halen gezien de samenstelling van de Senaat, niet zozeer partijpolitiek maar vooral regionaal. Er zitten nu immers 60 democraten in de Senaat maar 20 van hen komen uit het midwesten, mountain west, appalachia: dat zijn staten met een kolen of landbouwbelang dus die zijn sceptisch. Volgens Mignone is de dynamiek interessant; niet zozeer Democraten tegen Republikeinen maar eerder de Democraten against themselves.
Als de senaat niet tot een stemming over een klimaatwet komt of de wet het niet haalt, dan is de kans heel laag is dat de US in Kopenhagen kan onderhandelen over targets, hooguit over provisional targets. Wat kan er, nu er al zoveel is uitonderhandeld in het Huis, nog worden weggegeven in de Senaat? Er kan worden onderhandeld over doelstellingen, over financiering, allocaties, border tariffs etc. Niet helemaal van voren af aan maar er is ook in de Senaat nog onderhandelingsruimte. In elk geval maakt agriculture weinig kans in de Senaatsversie van Waxman-Markey.
Een ander twistpunt is de zogenaamde non-compliance penalty die in een speciale bijlage (manager’s amendment) bij Waxman-Markey is gekomen onder druk van een aantal staten uit met name de Rust-Belt (staten met zware industrieën, die nu al veel last hebben van de economische crisis). Deze afspraak verzoekt de president om vanaf 2020 een border tax adjustment (tarief) op te leggen op goederen uit landen die geen stappen ondernemen om hun emissie-uitstoot te beperken. Hier kan de president alleen maar onderuitkomen als hij daartoe expliciete toestemming van het Congres heeft. De president heeft al laten weten geen voorstander van dit sanctievoorstel te zijn.
De Environmental Protection Agency, Department of Energy en het Congressional Budget Office hebben een analyse gemaakt van emissierechtenprijzen. Zij komen nu op 17 USD per ton CO2 uit. In de EU is de prijs 30-40 USD per ton CO2. De delegatie vraagt zich af hoe met zo’n verschil moet worden omgegaan en hoe dat valt uit te leggen in Europa als zijnde een “goede ontwikkeling” in de VS?

Cato Institute

Na het toch meer als democratisch bekend staande Brookings Institution vervolgde de delegatie haar tocht door de stad naar het Cato Institute. Het Cato Institute is een denktank op basis van libertijnse principes; dit wil zeggen dat ze geloven in zaken als beperkte overheidsinmenging, de vrije markt en individuele vrijheden. Het was dan ook te verwachten dat zij geen supporters zijn van Waxman-Markey. De delegatie spreekt met twee experts op het klimaat en energiedossier, onder wie Pat Michaels die deel uitmaakt van de IPCC.


Volgens Cato bestaan er drie stromingen in de wetenschap over de opwarming van de aarde:

1. De “James Hanson-groep”: global warming is huge

2. De “There’s no such thing as global warming”-groep

3. There is global warming but it is not as high als IPCC says


Cato heeft onderzoek gedaan naar de opwarming van de aarde en geconstateerd dat de aarde met gelijkmatige snelheid opwarmt en niet, zoals de “environmentalists” beweren, dat het steeds sneller gaat. Er is wel een temperatuurstijging maar niet zo heftig als de modellen zeggen. Alle alarmbellen die nu afgaan zijn in hun ogen dus ten onrechte. De mate van opwarming van de aarde is niet zo steil als mensen ons willen doen geloven, dus de maatregelen die nu worden genomen op basis van die “wetenschap” zijn disproportioneel. “Beeld je eens in hoeveel geld er zou worden rondgepompt in de economie, hoeveel er geinvesteerd zou worden in efficientie als bedrijven geen geld kwijt zouden zijn aan cap and trade etc. Welk economisch potentieel risico loop je door nu radicale beslissingen te nemen. De olie is nog niet zó schaars, want anders waren de prijzen wel omhoog gegaan. Waxman-Markey heeft dus een pervers countereffect op mogelijke investeringen in energie-efficientie. Kostbaar overheidsingrijpen zorgt voor uitstel van investeringen want het haalt geld weg bij bedrijven.
Ook ten aanzien van Biofuel en kernenergie zijn ze kort en krachtig: it wouldn’t exist without “lavish subsidies”.
Het Cato Institute noemt Waxman-Markey dan ook onrealistisch, en het is hun inschatting dat de Senaat niet gaat instemmen met een klimaatwet. Echter, als de wet er toch doorkomt, dan zal deze “kwaadaardig” zijn. Daarbovenop komt de Environmental Protection Agency hoe dan ook met regulations, of de Senaat nou met een klimaatwet komt of niet. In dit verband wijzen ze op het in april 2009 verschenen “Proposed endangerment document” waarin de EPA waarschuwt voor de verschillende vormen en gevolgen van klimaatverandering”, op basis waarvan later actie zal worden ondernomen.
Cato zegt: “Obama wants to be a European”. Als de Senaat er niet uitkomt dan moet hij tegen de Senaat zeggen: Stel de vote nu maar uit tot in 2010, dan moet het alsnog op jullie agenda staan. Vervolgens kan hij de held gaan uithangen in Kopenhagen en naar de Senaat wijzen als de reden waarom hij niet kan tekenen.
Wat is volgens Cato dan wél de manier om energie problemen aan te pakken? Daarvoor zijn volgens Cato drie dingen nodig: 1. Market efficiency, en dat maal 3!!!!

Diner bij Ambassadeur

Tijdens het diner bij de Nederlandse Ambassadeur Renée Jones-Bos werd vrijelijk van gedachten gewisseld met Frank Loy (Undersecretary of State en klimaatonderhandelaar onder president Clinton en adviseur in het campagneteam van Obama), Jonathan Lash, directeur World Resource Institute en Stacey Davis van het Center for Clean Air Policy. Daarbij onderstreepten de Amerikaanse gesprekpartners de grote inzet van de Obama administratie op het gebied van klimaat- en energiebeleid, ook internationaal. Zij gaven tevens aan waar volgens hun de grenzen van de VS-inzet internationaal liggen: in het Congres. De Obama administratie wil voorkomen dat het scenario van 1997 zich herhaalt: wel een internationale overeenkomst, maar door gebrek aan draagvlak in het Congres geen ratificatie door de VS. De reductiedoelstelling die in het Huis is afgesproken lijkt het maximum te zijn waaraan de VS zich zal kunnen committeren. Er is nog veel weerstand tegen verdergaand klimaatbeleid in de VS en het is niet voor niets dat het in de discussie over beleid vooral over energiezekerheid en groene banen gaat.



Dinsdag 7 juli
De Senaat: een gesprek met stafleden van senatoren Lugar and Kerry

De ochtend van 7 juli begint met een gesprek met Mark Helmke en Melanie Nakagawa beiden werkzaam voor de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken zaken, respectievelijke werkend voor de minderheidsvoorzitter senator Lugar (Republikein, Indiana) en de meerderheidsvoorzitter Senator Kerry (Democraat, Massachusets).


Na het passeren van Waxman-Markey in het Huis van Afgevaardigden is nu de Senaat aan zet. Verschillende onderdelen van een klimaatwet in de Senaat worden in verschillende (sub)commissies besproken en uitonderhandeld. De deadline om een bill “uit al deze commissies” te krijgen is 18 september aanstaande. De commissie on foreign relations behandelt alle internationale aspecten van de bill.
Volgens Helmke is Lugar bezorgd. Lugar is afkomstig uit Indiana, een staat waar 85% van de elektriciteit door kolencentrales wordt opgewekt. Er zijn lage kosten voor energie. Als in die staat de prijzen omhoog gaan dan zullen de kiezers daar niet blij van worden. Als gevolg hiervan hebben drie van de vijf democratische afgevaardigden tegen Waxman-Markey gestemd.

Daarnaast is er sprake van een zekere “stimulus-package moeheid”. Er wordt al zoveel geld in de economische crisis gestoken, waarom moet er nu ook nog geld uit worden gegeven aan het klimaat? Het Amerikaanse volk is er weliswaar van overtuigd dat maatregelen tegen klimaatverandering hard nodig zijn, maar in de huidige economische crisis is (duur) beleid moeilijk te verkopen, zeker in gebieden waar veel mensen al banenverlies boven het hoofd hangt. Bovendien denken veel Amerikanen bij een temperatuurstijging van 2 graden celsius: lekker warm! Amerikanen worden blij van hogere temperaturen.


Helmke verwacht niet dat er een klimaatwet met cap and trade uit de Senaat rolt voor Kopenhagen. Maar zelfs dan nog: er zijn 60 senatoren nodig om een wet gepasseerd te krijgen, maar 67 om een verdrag te ondertekenen, zoals destijds Kyoto en straks Kopenhagen.

Een van de grote strijdpunten in de Senaat is de landbouwkwestie. Boeren zien een klimaatwet als een kostenpost in plaats van een mogelijkheid om winsten te creëren. Op dit moment zijn de boeren nog niet van de voordelen overtuigd, terwijl ze op de lange termijn van zo’n wet zullen profiteren. De oplossing voor dit dilemma komt mogelijk vanuit de faith based organizations die zich nu in het debat mengen. Met hun pleidooi voor betere voedselproductie praktijken en tegen honger in de wereld kunnen zij misschien helpen boeren zover te krijgen en te overtuigen dat het een goede wet is.


Helmke verwacht wel dat er een aparte klimaatwet voor Kopenhagen kan liggen zonder cap and trade maar wel met veel internationale aspecten zoals clean tech, adaptation en forestation. Die wet moet in september uit de commissie on foreign relations komen en dan voor Kopenhagen in stemming worden gebracht. Zonder cap and trade zal het geld er via appropriations moeten komen. Uiteindelijk zal ook in de VS een cap and trade system bestaan, maar het geld wat daar uitkomt moet altijd via de appropriations commissie gaan en mag maximaal voor vijf jaar worden uitgegeven. Het geld zal niet direct in een clean tech fonds gaan.
Volgens Nagakawa wil Senator Kerry juist graag een cap and trade systeem in een wet verankerd zien, en dat die klimaat er moet er zijn voor Kopenhagen. Kerry mengt zich actief in de relatie tussen de VS en Chine en wil China betrekken bij de discussie over klimaat en energie. De verwachting is dat er binnen een maand een public statement van Kerry komt over China; daarnaast streeft Kerry naar een overeenkomst met China voordat Kopenhagen plaatsvindt. Overigens zou het mooi zijn als Europa ook actief de Chinezen betrekt in de internationale klimaatdiscussie. Wel is het daarvoor belangrijk dat de EU en de VS op een lijn zitten voor wat betreft de offsets.

Environmental Protection Agency (EPA)

Na de openingswoorden door Scot Fulton, die het hoofd van de EPA, Lisa Jackson vervangt, volgt een presentatie vanuit het Office of air and radiation over CCS. De taakverdeling tussen de EPA en het Department of Energy (DOE)bij CCS is dat DOE verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de technolgie en demonstratie projecten, terwijl de EPA , de regulerende kant op zich In tegenstelling tot Nederland ondervinden ze in de VS minder massale weerstand tegen CCS. Een van de redenen daarvoor is dat CCS in de VS niet in urbane gebieden plaatsvindt. De aanpak van en de communicatie rond een CCS-project verloopt als volgt:

1. goed alle risico’s uitzoeken en zo transparant mogelijk communiceren over mogelijke risico’s;

2. plaats het in een context en vertel over de milieuvoordelen van CCS;

3. vertel niet alleen over CCS maar vertel ook welke maatregelen je nog meer neemt, presenteer het hele portfolio.

Het publiek in de VS komt dus niet in opstand. NGO’s daarentegen hebben wel zorgen over CCS, met name met betrekking tot het locale (leef)milieu en het feit dat ze geen nieuwe kolencentrales willen.


Daarna volgt een presentatie over cap and trade. Na het aannemen van de 1200 pagina’s tellende Waxman-Markey zijn er nu hoorzittingen in de Senaat. Het plan is dat de verschillende sectoren op verschillende momenten onder het emissiehandelssysteem zullen gaan vallen. 15% van de emissierechten wordt per kwartaal geveild. De start van het emissiehandelssysteem is voorzien voor 2012 maar de wet moet wel eerst door de Senaat worden aangenomen. De verantwoordelijkheid van de EPA bij de veiling en het toezicht daarop is groot, en op dit moment wordt er al gewerkt aan afstemmingsafspraken tussen DOE en EPA alsook Department of Agriculture.
Als derde volgt een presentatie over Energy Efficiency in het kader van het Energy Star programma. Energy Star is zelfcertificatieprogramma en heft geleid tot een verandering op de markt voor duurzame energie.
Het office of Wastewater management is aan de ene kant verantwoordelijk voor het drinkwaterprogramma voor de gehele VS, en anderzijds voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterhoeveelheid valt dus niet binnen de verantwoordelijkheid van de EPA, dat is een aangelegenheid van de staten. EPA houdt toezicht op vervuiling en of bedrijven wel een vergunning hebben om hun spullen via het riool af te voeren. De grootste uitdaging voor dit office is de landbouw en het mestvraagstuk.
Tot slot volgt een betoog over ruimtelijke ordeningsvraagststukken in de VS. Het is de lokale overheid die beslissingen neemt over ruimtelijke ordening, maar het is wel zo dat er veel samen wordt gewerkt door federale agentschappen en die op lokaal niveau. EPA kan echter niks opleggen aan lokale overheden. Het land is sinds WWII continu aan het groeien geweest en nadenken over ruimtelijke ordeningsvraagstukken leek nooit nodig. Desalniettemin ontstaat er steeds meer een subtiele mentaliteitsverandering ten aanzien van het denken over RO.

(Zie de presentatie over Energy Star in de bijlage)


Lunchbijeenkomst bij Philips

De delegatie wordt ontvangen door Randall Moorhead, vice president government affairs en Michelle De Moor. De bijeenkomst staat in het teken van lobbying in de VS. De conclusie is dat lobbyen in de VS op een veel meer directe en “aggressieve” manier gaat dan in Europa. Moorhead vertelt over hoe hij namens Philips samen met vier NGO’s en een aantal grote energiebedrijven heeft gelobbied voor het op termijn uitbannen van de gloeilamp, onder andere via het organiseren van een persconferentie. Middels een geslaagde lobby van het Congres is er inmiddels besloten om per 1 juli 2012 de 100 Watt gloeilamp niet meer in de VS te maken.

Een van de nieuwe projecten is het ontwikkelen van een speciale lamp voor straatverlichting en parkeerplaatsen. Dit zijn de zogenaamde “luminair” lampen. Op dit moment wordt door Democraten en Republikeinen gezamenlijk gewerkt aan wetgeving voor de introductie van outdoor luminairs.

De kans op een succesvol compromis in de Senaat ten aanzien van een climate change bill wordt door Moorhead vooralsnog klein geacht. Immers: de electriciteitsrekening gaat nu al enorm omhoog. Geen enkele Republikein zal deze bill steunen en van de 60 democraten zullen er maar 45 de bill steunen. Philips heeft overigens geen positie ingenomen over cap and trade want ze willen geen vijanden maken. Om de “coal states” over de brug te trekken moet clean coal technology via subsidies worden gestimuleerd evenals CCS. Je moet het wetsvoorstel naar “rechts” manoevreren om de republikeinen en de democraten uit de coal states tevreden te stellen. Als de bill niet passeert in de Senaat dan gaat Philips staat voor state lobbyen om het toch voor elkaar te krigjen om energy efficient outdoor lightning te regelen.


Gesprek met Chris Van Hollen

In de middag wordt de delegatie ontvangen in een van de gebouwen van het House of Representatives door een van de medewerkers van Chris Van Hollen, Democraat in het Huis namens de staat Maryland. Aangezien Van Hollen in een vergadering zit van het Ways and Means committee, een van de belangrijkste commissies van het Huis, wordt de delegatie via een ondergrondse doorgang meegenomen naar het Capitool. Daar vindt later een kort gesprek plaats met de representative. Uiteraard wordt hierbij stilgestaan bij de kansen op een geslaagd compromis door de Senaat ten aanzien van een climate change bill, en de verhoudingen in de Senaat. Hij vertelt dat het argument dat Waxman-Markey banen gaat kosten onzin is, aangezien er belangrijke veranderingen in de wet zijn aangebracht om banenverlies te voorkomen in bepaalde sectoren. Aangezien hij een democratische afgevaardigde is van een staat aan de oostkust van de VS en voor Waxman-Markey heeft gestemd (sterker nog, als voorzitter van de Democratische campagne commissie en dus deel uitmakend van het Democratische leiderschap speelde hij een belangrijke rol bij de lobby voor Waxman-Markey) is het niet nodig om bij hem te lobbyen, maar aangezien de volgende afspraak is bij Senator Landrieu van Louisiana spoort hij de delegatie aan om daar een goed woordje te doen en de Senator te vragen wat haar standpunt is ten aanzien van Waxman-Markey.


Receptie bij Senator Landrieu van Louisiana

Van 25 t/m 30 mei 2009 bezocht een delegatie uit Louisiana onder leiding van Senator Mary Landrieu (Democraat, Louisiana) Nederland voor een programma over watermanagement. Onderdeel van dit werkbezoek was een bijeenkomst in de Tweede Kamer. Tijdens deze bijeenkomst vernam de senator dat er een delegatie van de commissie VROM op werkbezoek naar Washington, D.C. zou gaan en nodigde de delegatie vervolgens uit op haar residentie in Washington. Het was een informele receptie met een aantal genodigden (zie uitgebreide programma). Tot ieders verrassing kwam Barbara Boxer ook nog even langs op de receptie: Boxer, democratisch Senator uit Californie is voorzitter van de Senaatscommissie die het voortouw heeft bij de senaatsversie van de klimaatwet (Committee on Envrionment and Public Works), en was op dat moment druk bezig met hoorzittingen over de klimaatwet. Er is uiteraard gesproken over de kans van slagen van een klimaatwet in de Senaat, maar niet plenair.



Woensdag 8 juli:
State Department

Drew Nelson en Wendy Moore werken beiden bij het office of global change van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken. Dit “climate office”, waar 20 mensen werkzaam zijn, bestaat sinds 1988 en was de onderhandelaar namens de VS voor Kyoto. President Obama heeft een speciale klimaatgezant, Todd Stern, de maandag na zijn inauguratie benoemd; dit bewijst hoe belangrijk Obama klimaat vindt. Er is dus veel veranderd na “Bush” maar wat niet is veranderd is de noodzaak dat developing countries iets gaan doen.


Op donderdag 9 juli vindt het Major Economies Forum plaats waar 80% van wereldwijde uitstoot, 80% van de wereldbevolking en 80% van het wereldwijde BNP is. Op dit moment is het belangrijkste wat de internationale gemeenschap te doen staat het betrekken van (ontwikkelings)landen als China, India en Brazilië in het klimaatdebat. India is op dit moment nog sceptisch ten aanzien van alles wat hun economische groei mogelijk bedreigt. De onderhandelingen met China verlopen beter dan voorheen. China begint het nu eindelijk in te zien maar heeft moeite met bindende internationale verdragen. Op de vraag of de VS niet ook moeite heeft met bindende verdragen is het antwoord dat de regering daar in beginsel geen moeite mee heeft, maar dat het altijd de vraag is of de Senaat het wel gaat ratificeren.
Uiteraard wil niemand een herhaling zien van Kyoto. Maar: elk verdrag moet worden geratificeerd door de Senaat met een tweederde meerderheid; vervolgens moet er wetgeving worden ontwikkeld die door beide huizen moet worden aangenomen met een normale meerderheid, en daarna moet deze wetgeving worden ondertekend door de president. Er is dus nog een lange weg te gaan. Daarom hoopt het State Department dat er eerst nationale wetgeving komt voordat Kopenhagen plaatsvindt. Sommigen denken dat in Kopenhagen een global cap and trading system wordt afgesproken. Dit is echter vanuit het perspectief van de VS, China, Brazilië en India niet realistisch.
De grootste obstakels voor een klimaatwet in de Senaat vormen op dit moment de Republikeinen. Senator Inhofe van Oklahoma heeft gezegd dat climate change een “hoax” (bedrog) is. De meeste Republikeinen hebben Waxman-Markey verkocht als een “energy tax” en noemde het een “cap and tax”.
Als je de plannen van de VS vergelijkt met die in de EU, dan lijkt het alsof de VS veel minder ambitieus is. Volgens het State Department is het een vergelijkbare inspanning en een vergelijkbare reductie, maar moet je wel kijken naar de lange termijn, dus verder dan 2020. Kortom, zeg tegen je Nederlandse stemmers: kijk niet naar wat de VS in 2020 doen maar wat ze in 2050 doen! Het einddoel voor 2050 is 83% emissiereductie.

Dit geldt ook voor de vergelijking tussen de VS en de EU voor de CO2 prijzen per ton. In de VS wordt het waarschijnlijk lager dan in de EU, maar de cap in de VS is breder dan die in de EU; in tegenstelling tot de EU heeft de VS meer sectoren dan de EU onder cap and trade gebracht, en vooral de transportsector maakt een groot verschil.



U.S. Chamber of Commerce, Institute for 21st Century Energy

De Amerikaanse Kamer van Koophandel vertegenwoordigt drie miljoen bedrijven en het Instituut for 21st Century Energy maakt onderdeel uit van de KvK. Ook tijdens dit gesprek krijgt de delegatie een inkijkje in het krachtenveld van lobbyisten in Washington, D.C.. Het instituut was een van de grote tegenstanders van Waxman-Markey (en ze waren destijds ook tegen de Lieberman-McCain bill). Zo noemen zij bijvoorbeeld het doel om in 2050 80% emissiereductie te hebben bereikt “totaal onrealistisch” en zijn ze “deadset” tegen border tax adjustments. Het instituut is wel voor CCS en mist in de wet afspraken over nuclear power. De “environmentalistst” zeggen weliswaar dat je doordat de kosten van duurzame energie omhoog gaan meer groene banen kunt creeeren, maar ze vergeten te vermelden dat je daardoor wel allerlei andere banen kwijtraakt.

Op dit moment werkt het instituut aan een “third-way” deal, een alternatief voorstel met onder andere maatregelen om via belastingvoordelen duurzame energie te stimuleren.

(Zie de presentatie in de bijlage)




Donderdag 9 juli
State Capitol

Aan het begin van de ochtend wordt de delegatie officieel ontvangen en aangekondigd op de vloer van de Californische Senaat door Senator Lowenthal, voorzitter van de Senaatscommissie on Transportation and Housing.



Vervolgens vindt er een gesprek plaats met twee medewerkers van de Senaat op het gebied van klimaat en energie. Californië heeft altijd al voorop gelopen op het gebied van klimaatbeleid en er heerst sinds lang een “environmental ethic” maar de elektriciteitscrisis in 2000-2001 maakte het onderwerp des te actueler. Het antwoord op deze crisis was energie-efficiëntie. Sindsdien probeert de staat haar burgers te beïnvloeden via advertenties en bewustwordingscampagnes, met als positief gevolg dat het energieverbruik per hoofd van de bevolking de afgelopen dertig jaar niet is gestegen!
In 2006 heeft de Californische Assembly de “Caflifornia global warming solutions act of 2006” (bekend onder de naam Assembly Bill 32, AB 32) aangenomen en ondertekend door gouverneur Schwarzenegger. In AB 32 werden de doelstellingen voor de terugdringing van broeikasgassen in de wet vastgelegd en vastgesteld op het niveau van 1990, wat neerkomt op een uitstoot van 427 miljoen ton CO2. Door de economische crisis proberen echter veel wetgevers deadlines om AB 32 te implementeren uit te stellen.
De afgelopen zeven jaar ligt de focus in Californië op hernieuwbare energie, met name geothermal en solar. Zonne-energie is op dit moment echter nog zeer duur, en als gevolg daarvan komt op dit moment slechts 1% van de elektriciteit in Californië van zone-energie. Van de elektriciteit is in 2009 12% hernieuwbaar. Het doel voor 2013 is 20% hernieuwbaar en voor 2020 33%.
Vanuit Californië worden elektriciteitslijnen aangelegd om groene energie te importeren; naar het zuidwesten voor zonne-energie, naar het noordoosten voor windenergie en naar het noorden (Canada) Hydro-energie. Het duurt in Californië zeven jaar tussen het voorstellen van een power line en het installeren ervan. Ter vergelijking: in Nederland duurt dit 14 jaar.
Californië heft ook een broeikasgasemissiestandaard, de zogenaamde cafe-standard (corporate average fuel economy standards) . De staat kan elektrische auto’s stimuleren maar oliemaatschappijen en autofabrikanten ondersteunen dit op dit moment nog niet echt. Californiërs rijden van oudsher (noodgedwongen vanwege de afstanden) veel; pas sinds een klein jaar gaat de gasverkoop omlaag.
Desalniettemin zal Californië weinig banen verliezen omdat er weinig “oude” industrie is. Daarentegen zal de staat wel profiteren van groene banen. Met name in Silicon Valley zullen ze veel voordeel kunnen halen uit alle innovaties die plaatsvinden.
De wet om in Californië een emissiehandelsysteem in te stellen is aangenomen, de regels rondom de uitvoering worden op dit moment ontwikkeld en vastgesteld. Het is de bedoeling dat het ingaat in 2011. Als de Senaat geen klimaatwet aanneemt dan is er de angst dat er op landelijk niveau gaat worden verboden wat Californië tot nu toe allemaal doet (als er wel een wet wordt aangenomen is die angst overigens nog niet weg).
In Californië is er een tweederde meerderheid nodig voor een budgetwijziging en een tweederde meerderheid voor het wijzigen van de belastingen. Hierdoor heeft de minderheidspartij een grote invloed en kan het lang duren voordat wetswijzigingen erdoor zijn.

Californische Environmental Protection Agency

De delegatie wordt ontvangen en welkom geheten door Linda Adams. Zij maakt deel uit van het kabinet van Gouverneur Schwarzenegger en heeft persoonlijk onderhandeld over AB 32.


Een van de grote uitdagingen in Californië is watermanagement (zie ook het middagprogramma). Er zijn twee instanties die zich met waterbeleid bezighouden: het Department of water resources en de State water resources, de toezichthoudender. Centrale vraag in deze staat met op sommige plekken wateroverlast en op andere plekken waterschaarste en droogte gaat over waterrechten; wie mag het gebruiken en voor welke reden.
De California Air Resources Board is een orgaan wat de regels stelt en er toezicht op houdt. CARB reguleert alle bronnen van broeikasgassen in de staat en werkt daarnaast ook nauw samen met China aan een rapportagesysteem voor CO2-emissies.
De enige Californische Republikein in het Huis van Afgevaardigden4 heeft voor Waxman-Markey gestemd, deels vanwege goede lobby, deels vanwege de goede kansen in haar district voor renewables. Waxman-Markey bevat echter een moratorium waarin staat dat staten niet een eigen emissiehandelssysteem mogen hebben. Desalniettemin zeggen ze dat, ook als de Senaat geen klimaatwet aanneemt, Californië toch zal doorgaan met hun plannen. Het hangt er dus van af wat er in de federale wet komt te staan. Als daar komt te staan dat Staten geen eigen emissiehandelsysteem mogen invoeren, dan mogen ze dus niks doen. Als er geen klimaatwet wordt aangenomen mogen ze wel eigen beleid voeren, zoals in het noord oosten van de VS al een emissiehandelssysteem bestaat.

In de tussentijd werkt Californië, als gevolg van afspraken binnen AB 32, gewoon door aan een eigen systeem. Het is de bedoeling dat zeven staten en vier Canadese provincies in januari 2012 beginnen met cap en trade, binnen het Western Climate Initiative. Er wordt niet gestart met een 100% veiling en de prijs per ton CO2 ligt tussen de 10 en 20 USD. In 2020 zou dit emissiehandelssysteem 85% van de uitstoot moeten verhandelen.


In Waxman-Markey staat dat staten strengere klimaatwetgeving kunnen invoeren, maar dat een emissiehandelssysteem daarvan wordt uitgesloten tussen 2012 en 2017 om een landelijk handelssysteem een kans te geven om op te starten. Partijen die in Californië en in staten aangesloten bij het Western Climate Initiative een allowance hebben gekregen kunnen hun state allowance inwisselen voor een federale allowance.

(Zie de presentatie in de bijlage)



Deltatour tussen Sacramento en Stockton

De middag vangt aan met een tour door een deel van de delta tussen Sacramento en San Francisco onder leiding van een gids van het California Department of Water Resources. Californië heeft te kampen met vergelijkbare waterhuishoudingproblemen zoals Nederland die ook kent. De delta ligt zeven meter onder zeeniveau. Daarnaast valt de meerderheid van de regen in de noordelijke helft van de staat terwijl de meerderheid van de bevolking in de zuidelijke helft van de staat woont en in de San Francisco Bay area, en de meest geschikte landbouwgrond zich ook in de droogste gedeeltes van de staat bevindt. Tijdens de tour kreeg de delegatie uitgebreide informatie over het State Water Project. Een van de problemen is dat de grond grotendeels bestaat uit turf, waardoor verzakkingen aan de orde van de dag zijn. Het gebied bestaat voor 1100 mile uit levees (dijken). Uitdagingen liggen op het gebied van de zeespiegelstijging, dijkdoorbraken als gevolg van deze zeespiegelstijging en aardbevingen, de duurzaamheid van het waterhuishoudingsysteem en de duurzaamheid van de landbouw vanwege zwakte van het dijkensysteem.

In tegenstelling tot Nederland waar de waterschappen de zeggenschap hebben over de waterhuishouding, dijken en gerelateerde zaken, zijn het in Californië de boeren en landeigenaren zelf die moeten zorgen voor goede dijken en onderling moeten afstemmen wie voor wat verantwoordelijk is. Het gebrek aan goede afstemming, het ontbreken van een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling en het feit dat individuele boeren simpelweg niet voldoende financiële middelen hebben maakt dat er grote achterstand is in het onderhoud van de dijken, met gevolgen zoals hierboven beschreven. De rondleider vertelt voorts dat de politiek regelmatig, bijvoorbeeld na een dijkdoorbraak, het onderwerp oppakt en opeens heel veel geld vrijmaakt als gevolg van electorale overwegingen, waardoor soms veel te grote bedragen dan nodig is worden besteed aan watermanagement.

Community Fuels

Na de Delta tour en op weg naar het diner op de University of the Pacific brengt de delegatie een bezoek aan Community Fuels. Dit is een bedrijf dat (op kleine schaal) biobrandstoffen produceert. Na een korte uitleg volgt een rondleiding over de plantage.


University of the Pacific in Stockton

In Stockton werd de delegatie ontvangen door de decaan van de School of Engineering and Computer Science en twee van zijn toponderzoekers voor een diner in het Don and Karen DeRosa University Center. Voorafgaand aan het diner was er een inleiding over het gebouw, opgeleverd in augustus 2008 en waar de principes van duurzaam bouwen en verblijven zijn toegepast.

Tijdens het diner gaf de decaan een inleiding over het Pacific Resources Center. Vervolgens presenteerde dr. Henry Sun zijn onderzoek naar “Sialite” technologieën, op calcium gebaseerd cementachtig materiaal. Aan tafel zat ook dr. Stringfellow, die onderzoek doet naar watermanagement.

(Zie de presentatie in de bijlage)



Vrijdag 10 juli
Pacific Gas and Electric Company

De ochtend begint met een ontbijtbijeenkomst bij Pacific Gas and Electric Company (PG&E). Dit bedrijf is sinds 1905 actief in Californië en voorziet zo’n 5,1 miljoen mensen van elektriciteit en 4,2 miljoen mensen van gas. De delegatie krijgt in korte tijd drie presentaties over achtereenvolgens “Regulations in the California Utility Industry”, “PG&E and renewable energy” en “Toward zero net energy homes”. Een paar feiten:



  • De prijs per KWH energie in Californië is 14 cent USD tegenover 21 cent USD in Nederland

  • Als je als bedrijf niet de hernieuwbare energieportfolio standard voldoet kan je dat 5 cents USD per KWH per jaar kosten, tot een maximum van 25 miljoen USD per jaar

  • Slimme meters leveren geen probleem op in de VS

  • Alle offsets projects have to be in the State of California.

(Zie de presentaties in de bijlage)

City of San Francisco, Treasure Island

De delegatie wordt op het stadhuis van San Francisco ontvangen door Jack Sylvan, directeur van het Ontwikkelbedrijf van de gemeente. Er volgt een presentatie over Treasure Island; in 1937 door de stad aangelegd en sinds de Tweede Wereldoorlog tot 1997 in gebruik door de U.S. Navy. De stad probeert nu om het eiland weer in eigen handen te krijgen. Treasure Island wordt op dit moment herontwikkeld met als doel om het grootste duurzame ontwikkelproject in de Verenigde Staten te worden. Er wordt in de presentatie uitgebreid stilgestaan bij alle functies die het eiland moet gaan krijgen (wonen, werken, recreeren, toerisme, onderwijs) en de verschillende fases die het project inmiddels heeft doorlopen en nog te gaan heeft. In Mei 2009 is het project geselecteerd als een van de partners binnen het Clinton Climate Initiative’s Climate Positive Development programma, wat erop duidt dat dit een project is wat in staat is om steden te laten groeien op een “climate positive” manier. Op Treasure Island wordt autorijden en parkeren ontmoedigd, cq. duurder gemaakt en er zal een schaarste zijn aan parkeerplaatsen. Er wordt uitgegaan van zelfselectie dus de mensen die daar gaan wonen weten waar ze aan beginnen.

(Zie de presentatie in de bijlage)
Venture Capitalist Kleiner, Perkins, Caufield & Byers (KPC&B)

De delegatie wordt voor een lunchbijeenkomst ontvangen op het kantoor van KPC&B in Menlo Park, Sillicon Valley, ontvangen. Als venture kapitalist investeerd KPC&B in wat in hun ogen “significant companies” zijn. Zij investeren in nieuwe innovatieve bedrijven met zogenaamde “disruptive technology”. Sectoren waarin ze investeren zijn power generation, renewable fuels and chemicals, transportation, smart grid and storage, energy efficiency, waste and water. Het is hun doel om de bedrijven waarin ze investeren op zichzelf te kunnen laten draaien en concurreren met fossiele brandstoffen zonder dat daar (enorme) subsidies bij komen kijken. Als venture capitalist houden ze zich niet al veel bezig met beleidskwesties. “Public policy is important als a margin but it can’t be the central thesis”.


In Europa werken ze veel met Duitse bedrijven, en in Enschede hebben ze onlangs geïnvesteerd in membraantechnologie. Het grote verschil tussen de VS en Europa is de sense of urgency. “The EU must go faster and think bigger”. Een andere factor voor het grote success wat in de innovatiesector in een gebied als Sillicon Valley is dat het concurrentie-beding illegaal is in Californië. Succesvolle mensen kunnen hun opgedane kennis en ervaring dus overal inzetten.

(Zie de presentatie in de bijlage; presentatie helaas nog steeds niet ontvangen)


Ausra

Na de lunchbijeenkomst brengt de delegatie een bezoek aan een van de bedrijven waar de venture capitalist in investeert. Het bedrijf heet Ausra en houdt zich bezig met zonne-energie. De delegatie wordt ontvangen op de onderzoekslocatie in Mountain View, CA; de fabriek staat in Las Vegas en op een aantal plekken in de VS zijn er voorbeeldprojecten. Op dit moment heeft Ausra nog geen commerciële activiteiten.


Ausra ontwikkelt “solar steam generators” voor industrieën en nutsbedrijven. Zij hebben daarvoor een zogenaamde “compact linear fresnel reflector” ontworpen: zonnespiegels reflecteren de warmte van de zon richting pijpen waar water doorheen stroomt; dit kokende water produceert hete stoom onder hoge druk; de stoom draait een stoomturbine aan waardoor tot slot elektriciteit wordt gegenereerd. Het afgekoelde water wordt gerecycled en gaat weer het systeem in. Het voordeel van dit systeem is dat de warmte-energie die op de power plants wordt opgewekt kan worden opgeslagen; echter, dit is op dit moment nog geen kosteneffectieve oplossing en daarom is een van de huidige oplossingen om er een door gas aangestuurde boiler bij te voegen.

De huidige kostprijs voor zonne-energie ligt in Californië momenteel op 15-18 cent USD per KWH. Grote uitdaging is om de prijs per KWH omlaag te krijgen. Daartoe wordt geanalyseerd hoe het hele proces beter en efficienter kan.

(Zie presentatie in de bijlage)

Better Place, Palo Alto, Californië

Better Place is een wereldwijd opererend bedrijf dat de promotie en het op de markt brengen van EV’s (electric vehicles) en de ontwikkeling van de daarvoor geschikte batterijen ondersteunt. Better Place doet dit via partnerschappen met onder andere autobouwer Nissan-Renault. De manager van California, Jason Wolf geeft via een teleconferentie met Hans de Boer die vanuit Nederland inbelt een presentatie over de stand van zaken in Californie.

Better place werkt met lithium-ion batterijen: deze batterijen zijn non-toxic, milieuvriendelijk volgens Better Place en goed te recyclen. Een volle batterij levert voor zo’n 100-160 km aan energie op voor een gemiddelde auto. De batterij kan worden opgeladen bij speciaal daarvoor geplaatste oplaadpunten (bijvoorbeeld bij je huis), of bij speciale “tankstations” waar de batterij in een keer kan worden vervangen door een compleet opgeladen nieuwe batterij.

Het is de bedoeling dat de auto’s in 2012 op de Californische markt komen. Daarvoor moeten er wel voldoende oplaadplekken voor de batterijen zijn. Als er niet binnen drie jaar 100.000 deelnemers aan het programma zijn dan gaat het niet lukken. “It does require a certain density for it in order to succeed”. Daarnaast zegt Better Place dat een belastingvoordeel de eerste vijf jaar van cruciaal belang is voor het welslagen van de electrische auto.



Informele borrel in aanwezigheid van de Nederlandse honorair consul in San Francisco

Het werkbezoek werd op vrijdagmiddag afgesloten met een receptie in San Francisco, aangeboden door het Consulaat Generaal in Los Angeles, waarbij de Honorair Consul Doug Engmann gastheer is.. Voorts waren uitgenodigd vertegenwoordigers van de technisch-wetenschappelijke afdeling van het ministerie van EZ in Californie, van de Netherlands Business Support Offices en de Netherlands Foreign Investment Agency, alsmede Nederlanders van het (duurzame) bedrijfsleven in de Bay Area.





1 HR staat voor House of Representatives, betekent dat de Bill vanuit het Huis van Afgevaardigden komt

2 Henry Waxman is voorzitter van het Energy and Comnerce Committee en afkomstig uit Californië; Ed Markey vertegenwoordigt Massachusetts en is de leider van de Select Committee on Energy Independence and Global Warming

3 Dit voorstel was zelfs bipartisan, d.w.z. tweepartijdig: het werd door zowel een Republikein als een Democraat gesponsord

4 Mary Bono Mack







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina