Vervallen



Dovnload 292.09 Kb.
Pagina1/4
Datum22.07.2016
Grootte292.09 Kb.
  1   2   3   4

DD-NR 0804-426 Regelingen en voorzieningen CODE 10.2.4.52



vervallen:

  • het gelijknamige bericht, datumnr 0702-113




Inburgering; vragen en antwoorden




bronnen


  • http://www.handreikinginburgeringgemeenten.nl/upload/vragen_en_antwoorden/V01,%20vragen%20en%20antwoorden%20Wet%20inburgering.doc d.d. 31.3.2008






1. Inburgeringsplicht 1

2. Geestelijke bedienaren 6

3. Tijdelijke regeling 2007/ Vrijwillige inburgering 8

4. Overgangsrecht Win-Wi 10

5. WEB-WI 13

6. Examen 14

7. Vrijstellingen 17

18


8. Kinderopvang 19

9. Portal inburgering: BPI/ISI 19

10. Pardonregeling 21

11. Overige vragen 22

12. Naturalisatie 22



1. Inburgeringsplicht

Wie zijn inburgeringsplichtig?

  • Oudkomers

  • Nieuwkomers

  • Geestelijke bedienaren


Oudkomers:

Vreemdelingen in de leeftijd vanaf 18 jaar tot 65 jaar die voor inwerkingtreden van de Wet inburgering in Nederland woonden, maar geen acht jaar in Nederland hebben gewoond tijdens de leerplichtige leeftijd en evenmin diploma’s hebben waaruit blijkt dat zij beschikken over voldoende kennis van de Nederlandse taal en samenleving.


Nieuwkomers:

Vreemdelingen in de leeftijd vanaf 18 jaar tot 65 jaar die:



  • na inwerkingtreding van de wet Inburgering voor een niet tijdelijk doel tot Nederland worden toegelaten

  • op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering nieuwkomer was in de zin van de Wet Inburgering Nieuwkomers.


Geestelijke bedienaren.

Een geestelijk bedienaar is een persoon (oudkomer of nieuwkomer) die een geestelijk, godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt bekleedt, arbeid verricht als geestelijk voorganger, godsdienstleraar of zendeling, dan wel ten behoeve van een kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard verricht.



Wie zijn uitgezonderd van de inburgeringsplicht?

Uitgezonderd van de inburgeringsplicht zijn personen:

  • die jonger zijn dan 18 jaar of 65 jaar en ouder;

  • die ten minste acht jaar tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland hebben gewoond (Daarbij hoeft niet te worden aangetoond dat men Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd) (1e van de maand volgend op de 5e verjaardag en als einddatum 1 augustus volgend op de 18e verjaardag. Dit conform de definities in de leerplichtwet)

  • degenen die een kwalificatieplicht hebben (van 16 t/m 18 jaar), deze volgt op de leerplicht als deze niet met een startkwalificatie is afgesloten;

  • die aansluitend op de volledige leerplicht een opleiding volgen die leidt tot een diploma, certificaat of ander document die vrijstelling geeft op de inburgeringsplicht¹;

  • die beschikken over een diploma, certificaat of ander document die vrijstelling geeft op de inburgeringsplicht

die aangetoond hebben dat ze beschikken over voldoende mondeling en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en evidente kennis van de Nederlandse samenleving
Ook geldt de inburgeringsplicht niet voor personen die:

  • onderdanen zijn van een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland;

  • Nederlander is, maar die door de uitoefening van het recht van Unieburgers op vrij verkeer binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte inburgeringsplichtig zou zijn geworden; Art. 5 lid 2, onderdeel b is niet meer van toepassing.

  • familielid zijn van deze personen die onderdaan is van een derde staat en die uit hoofde van richtlijn 2004/38/EG de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimt dan wel de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, gerechtigd is Nederland binnen te komen en er te verblijven

  • die ingevolge de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte hebben voldaan aan een inburgeringsvereiste om de status van langdurig ingezetene in de zin van richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen te verkrijgen;

  • die anderszins op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties geen inburgeringsplicht kan worden opgelegd.

Wie zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht?

Vrijgesteld van de inburgeringsplicht zijn personen die één van de volgende diploma’s, certificaten of documenten hebben behaald.

  1. het inburgeringsdiploma;

  2. een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger beroepsonderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal;

  3. een diploma staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II, als bedoeld in artikel 7.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  4. een met één van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;

  5. een met een van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in Suriname, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;

  6. een diploma, certificaat of ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in de Nederlandse Antillen of Aruba, ten bewijze van afronding van een bij regeling van Onze Minister aangewezen Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse opleiding, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal;

  7. het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school, bedoeld in het Statuut van de Europese school (Trb. 1957, 246), voor zover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald;

  8. het getuigschrift International Baccalaureate Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald;

  9. het certificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit naturalisatietoets, met daarop de in artikel 5, tweede lid, van dat Besluit bedoelde aantekening dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis van de Nederlandse taal;

  10. het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat ten minste de volgende niveaus zijn behaald:

1°. de volgende niveaus van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal:

- niveau 2 voor de onderdelen “Luisteren” en “Spreken”, en

- niveau 1 voor de onderdelen “Lezen” en “Schrijven”, en

2°. voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie: het niveau van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, of



  1. het certificaat, bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste de volgende niveaus zijn behaald:
    1º. niveau NT2 2 voor de onderdelen “Luisteren” en “Spreken”, en

  2. 2º. niveau NT2 1 voor de onderdelen “Lezen” en “Schrijven”;
    1. het document, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid.
    2. Bij regeling van Onze Minister kan worden voorzien in vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van andere diploma’s, certificaten of documenten dan genoemd in het eerste en tweede lid.

Verder zijn geheel vrijgesteld:

Geheel vrijgesteld van de inburgeringsplicht is degene:


  1. ten aanzien van wie met toepassing van artikel 5, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers is besloten het vaststellen van een inburgeringsprogramma achterwege te laten;

  2. die een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers met goed gevolg heeft afgelegd, als gevolg waarvan hij beschikt over een besluit inhoudende dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma achterwege wordt gelaten, of

  3. die kan aantonen dat hij ingevolge artikel 4 van het Besluit naturalisatietoets is of was ontheven van de verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen.

Gedeeltelijk vrijgesteld zijn degenen die:



  1. Van de verplichting om mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en het betreffende deel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers, alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste de volgende niveaus van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal zijn behaald:

a. niveau 2 voor de onderdelen “Luisteren” en “Spreken”, en

b. niveau 1 voor de onderdelen “Lezen” en “Schrijven”.



  1. Van de verplichting om kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven en het betreffende deel van het inburgeringsexamen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige:

a. die beschikt over het certificaat, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers, alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie het niveau is behaald van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet;

b. die kan aantonen dat hij in Nederland is geslaagd voor het toetsonderdeel van de kennis van de staatsinrichting en maatschappij van de naturalisatietoets zoals deze voor inwerkingtreding van dit besluit door Onze Minister was vastgesteld.



  1. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent verdere gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht.

Personen met GBA code 21 t/m 30 + 35, artikel 8, onder A t/e en l. Wel of niet inburgeringsplichtig?

Artikel 3

1. Inburgeringsplichtig is de vreemdeling met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, die:

a. anders dan voor een tijdelijk doel in Nederland verblijft (zie artikel 2.1 van het Besluit inburgering), of

b. geestelijke bedienaar is.



Personen met GBA code 33 en 34, artikel 8, onder g en h Vw een titel. Wel of niet inburgeringsplichtig?

Artikel 2.2 van het Besluit inburgering (tijdelijke onderbreking)
1. De inburgeringsplicht eindigt niet, indien de vreemdeling direct aansluitend op de periode waarin hij op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet inburgeringsplichtig was of op de termijn, bedoeld in artikel 3.82, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 heeft verkregen. In deze gevallen wordt de inburgeringsplicht tijdens de termijn, bedoeld in artikel 3.82, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, geacht niet te zijn geëindigd.

Deze personen blijven dus inburgeringsplichtig.



Geeft een EG-verblijfsvergunning automatisch vrijstelling van de inburgeringsplicht?

Het bezit van een EU-verblijfsvergunning geeft niet automatisch recht op vrijstelling, alleen als ook aan de inburgeringsvereiste is voldaan.

Alleen derdelanders die hebben voldaan aan het inburgeringsvereiste om de status van langdurig ingezetene in de zin van de richtlijn 2003/109/EG te verkrijgen, zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht!



Een bezitter van een W-document is deze inburgeringsplichtig?

Een asielzoeker die in afwachting is van zijn/haar beslissing over zijn asielverzoek beschikt over een W-document, dat dient als registratiekaart en identiteitsbewijs. De houder van een W-document mag niet werken of een opleiding volgen. En is niet-inburgeringsplichtig zolang de asielprocedure loopt.




Krijgen mensen met een diploma beroepsopleiding niveau 1 of niveau 2 vrijstelling van de inburgeringsplicht?

Ja. Deze diploma’s geven inderdaad vrijstelling van de inburgeringsplicht. Er is wel de voorwaarde aan verbonden dat iemand het diploma aantoonbaar in zijn bezit heeft.

Is iemand met een diploma NT2 volledig vrijgesteld van het Inburgeringsexamen?

Ja. Iedereen die beschikt over het diploma Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II, als bedoeld in art. 7.3.1. van de WEB, is vrijgesteld van de inburgeringsplicht.


Wat houdt de korte vrijstellingstoets in? En ben je vrijgesteld van de inburgeringsplicht als je deze toets hebt gehaald?

Inburgeringsplichtigen hebben de mogelijkheid om eenmalig via een korte vrijstellingstoets aan te tonen dat ze voldoende zijn ingeburgerd. De korte vrijstellingstoets is samengesteld uit de toets Kennis van de Nederlandse samenleving en het Electronisch Praktijkexamen. Het niveau van de toets is B-1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen.

Wie kunnen ontheven worden van de inburgeringsplicht?

Dit kan in twee gevallen:

  1. Ontheffing vooraf:

Indien de inburgeringsplichtige heeft aangetoond dat hij door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen, kan de gemeente deze persoon ontheffen van de inburgeringsplicht.

  1. Ontheffing tijdens:

Indien de gemeente op grond van de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor de inburgeringsplichtige niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen, kan de gemeente deze persoon ontheffen van de inburgeringsplicht (dit kan pas een half jaar voor het aflopen van zijn/haar inburgeringstermijn).

Wie kan een ontheffing van het inburgeringsexamen afgeven?

Het college van B&W van een gemeente.

Wat zijn de inburgeringstermijnen?

Inburgeringsplichtigen die het basisexamen in het buitenland hebben behaald, moeten binnen 3,5 jaar het inburgeringsexamen hebben behaald. In overige gevallen is de termijn waarbinnen inburgeringsplichtigen het inburgeringsexamen moeten behalen 5 jaar.

Wanneer begint de inburgeringstermijnen te lopen?

Voor nieuwkomers begint de termijn te lopen vanaf het moment dat ze een inwilligende beschikking hebben ontvangen van de IND. Dat is in de Wi en Besluit inburgering, artikel 5, geregeld.
Voor andere inburgeringsplichtigen (oudkomers)  geldt dat de inburgeringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat de beschikking van de gemeente (waarin handhavingstermijn en het eventuele aanbod is opgenomen) is opgelegd .

Welke inburgeringstermijn in Nederland (3,5 of 5 jaar) geldt voor de Surinamers,die vrijgesteld zijn van het basisexamen inburgering in het buitenland?

5 jaar, op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel b.

Zij zijn vrijgesteld voor het basisexamen inburgering Buitenland. Zij kunnen echter over bewijzen beschikken zoals bepaalde diploma's of certificaten die hen (gedeeltelijk) vrijstellen van de plicht. Zie besluit Inburgering.



Vallen Arubanen & Antilianen onder de WI of de Vrijwillige Regeling?


Antillianen en Arubanen vallen vanaf 1 jan. 2007 onder de Regeling vrijwillige inburgering 2007, indien zij voldoen aan de criteria: niet beschikken over vrijstellingen en niet 8 jaar van de leerplichtige leeftijd in Nederland hebben gewoond.

Valt een persoon met een Brits overzeese nationaliteit onder de Wet Inburgering

Deze persoon is niet afkomstig uit de EU en behoort tot de doelgroep van de Wet Inburgering

Onder welke wet of regeling valt ambassadepersoneel?
Vergelijkbaar: Onder welke wet of regeling valt personeel van het europees Octrooibureau? Deze mensen staan niet ingeschreven in het GBA.

Voor beide vragen geldt dat daarop geen eenduidig antwoord te geven is. Van belang is op welke wijze zij tot Nederland zijn toegelaten. Bijvoorbeeld:

zijn zij toegelaten tot Nederland op grond van een verblijfsvergunning voor arbeid dan geldt dat zij niet inburgeringsplichtig zijn, omdat arbeid een tijdelijk doel is.

zijn zij toegelaten tot Nederland als niet-geprivilegieerd burgerpersoneel dan geldt dat zij niet inburgeringsplichtig zijn, omdat ook niet-geprivilegieerd burgerpersoneel als een tijdelijk doel wordt beschouwd.

zijn zij tot Nederland toegelaten als geprivilegieerd burgerpersoneel dan is het afhankelijk van internationale verdragen of beleidsregels van het Min. van Buza of zij inburgeringsplichtig zijn.

wellicht zijn er nog andere gronden waarop zij tot Nederland kunnen worden toegelaten. Dan is het afhankelijk van die grond of zij inburgeringsplichtig zijn of niet.


Welke landen vallen onder de EU/ Europees Economische Ruimte?

België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, IJsland Letland, Litouwen, Liechtenstein, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden, Zwitserland, Roemenië, Bulgarije.

In de wet staat dat als een inburgeraar gezinsfamilielid is van een unieburger, dat deze dan niet inburgeringsplichtig is. Tot hoe ver reiken die familiebanden, en waar kan ik dat vinden?

Art. 2 Richtlijn 2004/38/EG
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1) […]


2) "familielid":

a) de echtgenoot;

b) de partner, met wie de burger van de Unie overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat een geregistreerd partnerschap heeft gesloten, voorzover de wetgeving van het gastland geregistreerd partnerschap gelijk stelt met huwelijk en aan de voorwaarden van de wetgeving van het gastland is voldaan;

c) de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn alsmede die van de echtgenoot of partner als bedoeld onder b), beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn;

d) de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn, alsmede die van de echtgenoot of partner als bedoeld onder b), die te hunnen laste zijn;

3) "gastland": de lidstaat waarheen de burger zich begeeft om zijn recht van vrij verkeer of verblijf uit te oefenen.


Art. 8.7 Vb 2000

1. Deze paragraaf is van toepassing op vreemdelingen die de nationaliteit bezitten van een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel van Zwitserland, en die zich naar Nederland begeven of in Nederland verblijven.


2. Deze paragraaf is eveneens van toepassing op de familieleden die een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid naar Nederland begeleiden of zich bij hem in Nederland voegen, voor zover het betreft:
a. de echtgenoot;
b. de partner, waarmee de vreemdeling een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig geregistreerd partnerschap is aangegaan;
c. de rechtstreekse bloedverwant in neergaande lijn, van een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, of van diens echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 21 jaar of ten laste is van die echtgenoot of geregistreerd partner; of
d. de rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn die ten laste is van de vreemdeling of van het gezinslid, bedoeld onder a of b.
3. Deze paragraaf is voorts van toepassing op andere familieleden dan bedoeld in het tweede lid, die een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid naar Nederland begeleiden of zich bij hem in Nederland voegen, in geval zij:
a. in het land van herkomst ten laste zijn van of inwonen bij die vreemdeling; of
b. vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door die vreemdeling strikt behoeven.
4. Deze paragraaf is eveneens van toepassing op de ongehuwde partner die een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid naar Nederland begeleidt of zich bij hem in Nederland voegt en die een deugdelijk bewezen duurzame relatie met die vreemdeling heeft, en op de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner in Nederland voegt.

Wanneer een burger, derdelander, ook blijkt te beschikken over een paspoort uit een van de EU-landen, geldt dan uitsluiting van de doelgroep van de Wet Inburgering op grond van het feit dat sprake is van een EU-onderdaan, of geldt het geboorteland en is de persoon inburgeringsplichtig?

Het paspoort van een EU-land prevaleert, in dit geval de Franse nationaliteit. Deze persoon kan dus niet tot inburgering worden verplicht. Hij kan wel een aanbod krijgen op grond van de Regeling vrijwillige inburgering.

Waar staat dat de partner van een Nederlander uit een derde land inburgeringsplichtig is en een partner uit een derde land van een EU-burger uit een derde land niet?

Vreemdelingen die anders dan voor een tijdelijk verblijf in Nederland wonen zijn inburgeringsplichtig op grond van art. 3 van de Wi.

Er is een aantal categorieën waarvoor dat niet geldt. Deze zijn opgesomd in art. 5 van de WI.

Art. 5, tweede lid, onder a, bepaalt dat EU-burgers, onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst  betreffende de EER en onderdanen van Zwitserland zijn uitgezonderd van de inburgeringsplicht.

Art. 5, tweede lid, onder b is niet meer van toepassing.

Art. 5, tweede lid, onder c ziet op familieleden van de niet-Nederlandse EU/EER onderdaan die in Nederland zijn recht op vrij verkeer uitoefent. Voorbeeld: de Ghanese echtgenoot van een in Amsterdam wonende en werkende Brit. Familieleden van een Nederlander daarentegen, die afkomstig zijn van derdelanden (dus niet EU/EER-landen), zijn wel inburgeringsplichtig.

M.a.w. in beginsel zijn derdelanders die anders dan voor een tijdelijk verblijf in Nederland wonen (of geestelijk bedienaar zijn) inburgeringsplichtig tenzij zij onder één van de in artikel 5 WI genoemde gronden vallen. Familieleden van EU-burgers, familieleden van onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de EER en familieleden van onderdanen van Zwitserland, zijn niet inburgeringsplichtig als die EU-burger enz. gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer van personen, door met zijn partner-derdelander naar Nederland te komen.

De partner van een Nederlander uit een derdeland  kan alleen vrijgesteld worden van de inburgeringplicht, indien door gebruikmaking voor de Nederlander van zijn recht op vrij verkeer de partner.






Wanneer maakt iemand gebruik van het recht op vrij verkeer in het kader van het EU-recht en hierdoor niet inburgeringsplichtig is en het feit dat een EU-verblijfsvergunning niet automatisch recht op vrijstelling geeft, alleen als ook aan de inburgeringsvereiste is voldaan .Van belang is dus: dat alleen derdelanders die hebben voldaan aan het inburgeringsvereiste om de status van langdurig ingezetene in de zin van de richtlijn 2003/109/EG te verkrijgen, vrijgesteld zijn van de inburgeringsplicht!
Wanneer is sprake van recht op vrij verkeer? En wanneer is sprake van een EU-verblijfsvergunning?


1) Onderdanen van de EU (niet-Nederlanders), EER, en Zwitserland en hun derdelander/partner zijn op grond van het EU-recht altijd niet-inburgeringsplichtig, omdat EU-onderdanen door naar Nederland te komen met hun derdelander/partner gebruik maken van hun recht op vrij verkeer.

 

2) Een Nederlander is uiteraard ook een EU-onderdaan, maar als de Nederlander altijd in Nederland heeft gewoond en tijdens zijn vakantie of tijdens een paar jaar verblijf in een land buiten de EU,EER en Zwitserland, bijv. in Mexico een Mexicaanse heeft getroffen en deze naar Nederland wil halen dan kan dat, maar dan is deze Mexicaanse Wib en Wi-plichtig. Het reizen en verblijven in een derdeland heeft niets met het vrij verkeer binnen de EU/EER/Zwitserland te maken.



 

3) Dit is anders wanneer de Nederlander zich voor een paar jaar in Spanje vestigt en in Spanje een Mexicaanse treft en zich met haar weer in Spanje wilt vestigen. Dan heeft de Nederlander gebruik gemaakt van zijn recht vrij verkeer binnen de EU en dan geldt het EU-recht dat bepaalt dat er geen belemmeringen mogen worden opgeworpen (i.c. de inburgeringsplicht). In deze situatie is de derdelander/partner (de Mexicaanse) van de Ned. niet Wib en Wi-plichtig. Zou de Mexicaanse dat wel zijn dan belemmert dat de Nederlander om haar mee te nemen naar Nederland, want dan zou ze eerst de Wib-toets moeten doen. Omdat het EU-recht bepaalt dat de EU-onderdaan (en dus ook de Nederlander) niet in zijn recht op vrij verkeer binnen de EU/EER/Zw. mag worden belemmerd, geldt er voor de Mexicaanse in dit geval geen inburgeringsplicht.



 

4) De EU-verblijfsvergunning voor derdelanders.



Een Mexicaan of een Turk of een Marokkaan (allemaal derdelanders) gaat naar Duitsland of een ander EU/EER-land en vraagt daar een verblijfsvergunning aan. Die krijgt hij en op basis daarvan mag hij in Duitsland wonen en werken. Als deze derdelander 5 jaar legaal in Duitsland heeft gewoond kan hij in aanmerking komen voor de status van langdurig ingezetene in de zin van genoemde richtlijn. Die status geeft hem de mogelijkheid om te gaan wonen en werken in een andere EU-lidstaat, bijv. Nederland. Stel deze Mexicaan/Turk/Marokkaan krijgt na 5 jaar legaal verblijf in Duitsland van Duitsland de status van langdurig derdelander en vervolgens wil deze persoon zich in Nederland vestigen. Vraag is of deze persoon Wib- en Wi-plichtig is. Het antwoord is nee als deze persoon in Duitsland aan integratievereisten heeft moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de status van langdurig derdelander. Het antwoord is ja als Duitsland aan het verkrijgen van deze status niet de voorwaarde heeft verbonden, dat aan integratievereisten moet zijn voldaan.

Hoe weet iemand of hij/zij inburgeringsplichtig is of wordt? Het kan zijn dat iemand nu al wil inburgeren maar pas volgend jaar door de gemeente een oproep krijgt. Kan deze persoon dan nu al aanspraak maken op de lening/vergoeding?


De inburgeringsplicht volgt uit de wet. Wanneer iemand nog niet opgeroepen is door de gemeente, maar toch wil inburgeren, kan hij contact opnemen met de IB-Groep om een lening aan te vragen. De IB-Groep beoordeelt dan (wanneer de gemeente dit nog niet gedaan heeft) of iemand in aanmerking komt voor een lening.

Hoe weet de aanbieder dat iemand inburgeringsplichtig of behoeftig is? (bijv als de cursist het zelf ook niet weet)


De inburgeringsplicht volgt uit de wet, inburgeringsbehoeftigheid volgt uit de Regeling vrijwillige inburgering. De inburgeraar kan altijd contact zoeken met de gemeente. Die kan beoordelen of iemand inburgeringsplichtig- of behoeftig is en of iemand een aanbod van de gemeente kan of moet krijgen. (eventueel kan ook de website checklistinburgering.nl geraadpleegd worden)


2. Geestelijke bedienaren

Wie zijn geestelijke bedienaar?


Geestelijke bedienaren zijn personen die:

  • een geestelijk, godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt bekleden,

  • arbeid verrichten als geestelijk voorganger, godsdienstleraar of zendeling,

  • dan wel ten behoeve van een kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard verrichten. (artikel 1, eerste lid, onderdeel g van de WI)

Onder kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag wordt tevens verstaan een onderdeel daarvan of een rechtspersoon waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken.

Werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard zijn in ieder geval:



  • het verrichten van werkzaamheden als voorganger, als godsdienstleraar, als zendeling, als leraar levensbeschouwelijk onderwijs, als vertrouwenspersoon of als pastoraal werker binnen een godsdienstige of levensbeschouwelijke gemeenschap

  • dan wel het verrichten van werkzaamheden op het terrein van het uitdragen en verklaren van een bepaalde geloofsleer of levensbeschouwelijke opvattingen.

Waarom worden aan de inburgering van geestelijke bedienaren aanvullende eisen gesteld?


Geestelijke bedienaren vervullen een sociaal-maatschappelijke en pastorale rol in de samenleving. De rol en werkzaamheden van hen zijn medebepalend voor de integratie van grote groepen anderen in onze samenleving. Met het oog op deze bijzondere maatschappelijke positie worden aanvullende eisen gesteld aan de inburgering van geestelijke bedienaren. Zij moeten het Nederlands actief in woord en geschrift beheersen op een aan hun functie aangepaste wijze en beschikken over een behoorlijke kennis over andere in Nederland bestaande godsdienstige en levensbeschouwelijke stromingen en opvattingen, over de in Nederland beschikbare instellingen, diensten en organisaties, en over de methoden en technieken van pastorale dienstverlening.

Krijgen geestelijke bedienaren een aanbod voor een inburgeringsvoorziening?


Geestelijke bedienaren die inburgeringsplichtig zijn op grond van de WI krijgen van de gemeente een aanbod voor een inburgeringsvoorziening. Gemeenten zijn op grond van de WI verplicht om dit aanbod te doen.

Geestelijke bedienaren die inburgeringsbehoeftig zijn op grond van de regelingen kunnen een aanbod van de gemeenten krijgen. Gemeenten zijn op grond van de regelingen niet verplicht om een aanbod te doen.

Echter geestelijke bedienaren zijn onder deze regelingen wel een prioritaire groep. Dit wil zeggen dat van gemeenten verwacht wordt dat ze geestelijke bedienaren met voorrang een aanbod voor een inburgeringsvoorziening doen.


Hoe kunnen geestelijke bedienaren getraceerd worden?


Geestelijke bedienaren die specifiek naar Nederland zijn gekomen om de functie geestelijke bedienaar uit te oefenen hebben een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, verleend onder de beperking verband houdend met het verrichten van de functie als geestelijke bedienaar.
Hiernaast zijn er geestelijke bedienaren die om andere redenen naar Nederland zijn gekomen en op basis van een andere verblijfsvergunning in Nederland verblijven (bijvoorbeeld als gezins- of asielmigrant, of als houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd), maar die feitelijk als geestelijk bedienaar werkzaam zijn. Gemeenten moeten ook deze geestelijke bedienaren een inburgeringsvoorziening aanbieden.

Nieuwkomers geestelijke bedienaren die specifiek naar Nederland zijn gekomen om de functie geestelijke bedienaar uit te oefenen kunnen op volgende wijze getraceerd worden: Deze geestelijke bedienaren krijgen een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, verleend onder de beperking verband houdend met het verrichten van de functie als geestelijke bedienaar. Bij inschrijving in de gemeente moet de geestelijke bedienaar zijn verblijfsvergunning overleggen. Uit de verblijfsvergunning blijkt dat een geestelijke bedienaar zich inschrijft. Via interne informatieverstrekking over de inschrijving van een geestelijke bedienaar, kan zorg gedragen worden voor het oproepen van deze persoon voor de intake. Nieuwkomers geestelijke bedienaren die om andere redenen naar Nederland zijn gekomen en op basis van een andere verblijfsvergunning in Nederland verblijven, maar die feitelijk als geestelijk bedienaar werkzaam zullen gemeenten op een andere wijze moeten traceren (bijvoorbeeld door afspraken te maken met religieuze instellingen of organisaties binnen hun gemeente).

Oudkomers geestelijke bedienaren kunnen getraceerd worden door de religieuze instellingen of organisaties in de gemeente te benaderen en met hen samenwerkingsafspraken te maken.


Wie meldt de geestelijke bedienaren aan bij de inburgeringscursus?


Geestelijke bedienaren moeten door de gemeente bij de combinatie Cinop / Kontakt der Kontinenten worden aangemeld. Hiervoor kunnen gemeenten gebruik maken van een aanmeldingsformulier.

Hoe ziet de inburgeringscursus er voor geestelijke bedienaren uit?


De inburgeringscursus voor geestelijke bedienaren bereidt de geestelijke bedienaar voor op het gehele inburgeringsexamen.

In de inburgeringscursus zal met gemengde groepen gewerkt worden:

nieuwkomers en oudkomers, diverse nationaliteiten, diverse religieuze

achtergronden.


De inburgeringscursus start met een introductiebijeenkomst. Tijdens deze dag wordt de geestelijke bedienaar op de hoogte gesteld van de inhoud van de cursus, de randvoorwaarden worden besproken (bijvoorbeeld vergoeding

reiskosten, data en dergelijke) en het portfolio wordt geïntroduceerd.

Hierna bestaat de inburgeringscursus uit drie fasen:

1. Een intensieve taalcursus

2. Een decentraal deel

3. Een centraal deel


De intensieve taalcursus wordt decentraal verzorgd in een één op één of één op twee combinatie van docent en cursist.

Na de intensieve taalcursus bestaat de inburgeringscursus uit twee parallel lopende onderdelen:

Fase 2: Dit is het praktijkdeel. Dit wordt decentraal gegeven.

De geestelijk bedienaren krijgen praktijkopdrachten, gericht op de regio, die uitgevoerd moeten worden tussen de blokken van fase 3 door. De begeleiding van deze regionale opdrachten gebeurt in de regio.

Fase 3: Dit is het theoretisch georiënteerde deel, dat centraal wordt gegeven. Tijdens bijeenkomsten wordt er gewerkt aan diverse thema’s. De thema’s vormen de basis voor de praktijkopdrachten. Hierbij geldt dat resultaten van de praktijkopdrachten input vormen voor het centrale deel.

De fasen 2 en 3 worden gecombineerd aangeboden.

Alle fasen worden nog verder ontwikkeld, waarbij overleg met gemeenten en andere betrokken partijen plaats zal vinden.


Waar bestaat het inburgeringsexamen voor geestelijke bedienaren uit?

Het inburgeringsexamen voor geestelijke bedienaren bestaat uit een bijzonder en een aanvullend praktijkdeel en een centraal deel. Het bijzondere praktijkdeel omvat een beoordeling van de taalvaardigheden, bedoeld in artikel 2.9, in een aantal praktijksituaties ontleend aan de domeinen burgerschap, werk alsmede sociaal-maatschappelijke en pastorale dienstverlening. Dit onderdeel bestaat uit 30 portfolio-opdrachten en wordt afgesloten met een panelgesprek. Daarnaast worden de 3 assessmentopdrachten beoordeeld via het afnemen van een assessment. Het aanvullende praktijkdeel omvat een examen in de kennis die noodzakelijk is voor de vervulling van zijn sociaal-maatschappelijke en pastorale taken. Dit onderdeel bestaat uit 6 portfolio-opdrachten en wordt afgesloten met een panelgesprek.

Het centraal deel van het inburgeringsexamen bestaat uit een elektronisch praktijkexamen, een toets gesproken Nederlands, en een examen in de kennis van de Nederlandse samenleving.



Is er een volgorde in de inburgeringsexamens die geestelijke bedienaren moeten doen?

Het aanvullend praktijkdeel, kan slechts worden afgelegd nadat het bijzondere praktijkdeel en het centraal deel van het inburgeringsexamen zijn afgelegd.

Wie neemt de inburgeringsexamens af voor geestelijke bedienaren?


Het inburgeringsexamen van geestelijke bedienaren wordt door twee instanties afgenomen.

Het bijzondere en het aanvullnede praktijkdeel worden afgenomen door de combinatie CINOP/Kontakt der Kontinenten te Soesterberg. Deze instelling is door door de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie aangewezen als instelling om de cursus te verzorgen en deelexamens af te nemen Het centrale deel wordt afgenomen door de IB-Groep



De gemeente is verplicht geestelijk bedienaren (zowel nieuw- als

oudkomers) in het kader van de Wet inburgering een aanbod te doen. Er kunnen in gemeenten wel geestelijk bedienaren wonen die in een andere plaats hun beroep uitoefenen. In de GBA wordt niet geregistreerd of iemand een geestelijk bedienaar is.


Vraag is: hoe kom ik er achter of er geestelijk bedienaren in onze gemeente wonen en wie dat dan zijn?


Nieuwkomers Geestelijke bedienaren kunt u op volgende wijze traceren: Geestelijke bedienaren krijgen een verblijfsvergunning. Bij inschrijving in de gemeente moeten ze deze verblijfsvergunning overleggen. Uit de verblijfsvergunning blijkt dat het uitoefenen van een functie als geestelijke bedienaar het doel is, waarvoor deze personen naar Nederland komen. Binnen de gemeenten zal zorg gedragen moeten worden voor interne informatieverstrekking over inschrijving van een geestelijke bedienaar, zodat zorg gedragen kan worden voor het oproepen van deze persoon voor de intake en het doen van het gemeentelijke aanbod. Hiernaast zijn de gegevens rondom de verblijfsstatus ook uit het GBA te halen.
- Oudkomers geestelijke bedienaren en nieuwkomers geestelijke bedienaren die voor een ander doel naar Nederland zijn gekomen, maar die tijdens verblijf in Nederland hebben besloten de functie "geestelijke bedienaar" uit te oefenen kunt u traceren door de religieuse organisaties in uw gemeente te benaderen en met hen samenwerkingsafspraken te maken om te kunnen voorzien in het doen van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren die u niet heeft kunnen traceren."

Een geestelijk bedienaar is altijd inburgeringsplichtig, ook al is hij tijdelijk hier. Is er een minimum-periode vor die tijdelijkheid? Ook als hij voor een half jaar naar Nederland komt, is hij dan toch inburgeringplichtig?

Elke geestelijke bedienaar is inburgeringsplichtig. Het maakt niet uit of hij zich hier vestigt als nieuwkomer, of de periode dat hij zich hiet vestigt doet er ook niet toe. Ook de geestelijk bedienaar die hier is als oudkomer is IB-plichtig. Overigens zal deze laatste wel moeilijker te traceren zijn.

Inkoop inburgeringscursus voor geestelijke bedienaren

Voor de geestelijke bedienaren biedt 1 instelling, die door het Rijk hiervoor is aangewezen, de inburgeringscursus aan. Gemeenten moeten bij deze instelling de inburgeringscursus voor geestelijk bedienaren inkopen. Dit is Kontakt der Kontinenten.

Vanwege de verplichting voor gemeenten om bij 1 instelling trajecten voor geestelijke bedienaren in te kopen, rijst de vraag:

Kunnen gemeenten reis- en verblijfskosten vergoeden voor deze inburgeringsplichtig?



De gemeente ontvangt van het Rijk voor de inburgering van een geestelijk bedienaar € 8.260,-.

(7250,- cursuskosten en examengelden, de rest is gemeentelijk handelen (administratieve activiteiten, intake, reiskosten, etc).



Is de partner van de geestelijke bedienaar ook inburgeringsplichtig?

Nee, behalve als deze zelf op grond van de bepalingen van de Wi inburgeringsplichtig is.

Een imam heeft van 2004 tot 2005 deelgenomen aan een oriëntatieprogramma voor geestelijke bedienaren (uitgevoerd door KdK).
Ook heeft hij verklaringen van het ROC waaruit blijkt dat hij de Nederlandse taal beheerst op NT2 niveau 3. Betekent dit dat hij vrijstelling krijgt voor deelname aan een "nieuw" traject?

Het oriëntatieprogramma dat onder de WIN gevolgd kon worden geeft geen recht op vrijstelling van de inburgeringsplicht. Het programma is in eigen taal gedaan en dat past niet in het nieuwe programma dat helemaal in het Nederlands wordt gegeven.

Mogelijk heeft een geestelijk bedienaar een WIN-certificaat met de juiste taalniveaus die iedere inburgeraar vrijstelling geven. Ook bij een certificaat oudkomers kan een geestelijk bedienaar vrijstelling krijgen, mits op het door de Wi vereiste niveau. Andere certificaten of documenten van een ROC geven geen vrijstelling.

Wel kan een geestelijk bedienaar er zelf voor kiezen om de verkorte vrijstellingtoets op B 1 af te leggen. Als hij die toets haalt krijgt hij vrijstelling van de inburgeringsplicht, dan hoeft hij geen apart programma meer te volgen.



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina