Verwerkingsopdrachten Specifieke doelgroepen saw4



Dovnload 24.86 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte24.86 Kb.

Verwerkingsopdrachten

Specifieke doelgroepen SAW4

ISBN 97890 8524 1614

Thema 13 Maatschappelijke opvang en asielzoekers



Opwarmen en oriënteren
Opdracht 1
Het doel van deze opdracht is dat je je voorkennis over maatschappelijke opvang en asielzoekers opfrist.
Beantwoord de volgende vragen naar eigen inzicht.
1 Welke instellingen zijn betrokken bij de opvang van daklozen, verslaafden, asielzoekers of de vrouwenopvang?

2 Welke mensen komen op straat terecht?

3 Wie maken gebruik van de vrouwenopvang?

4 Wie zijn asielzoekers?

5 Waar worden asielzoekers in Nederland opgevangen?

6 Met welke problemen zullen asielzoekers kampen?

7 Waar krijg je mee te maken in het werken met asielzoekers?



Herkennen en onderscheiden
Opdracht 2
Het doel van deze opdracht is dat je de juiste betekenis van de begrippen uit dit thema kent.
Geef de juiste betekenis van de volgende begrippen door:

  het begrip in eigen woorden te formuleren;

  een voorbeeld te geven waarbij je het begrip toepast.

8 ASHG


9 CTMO

10 Dienst SWZ

11 monitoring

12 Awbz


13 PGB

14 CIZ


15 WMO

16 oggz


17 inclusief beleid

18 ROA


19 COA

20 IND


21 vluchteling

22 asielzoeker

23 AMA/AMV

24 AC


25 AZC

26 NT2


27 KNS

28 ontheemding

29 acculturatie

30 PTTS


31 stress

32 hyperarousal

33 psycho-educatie

34 triggers

35 parentificatie



Begrijpen en toepassen
Opdracht 3
Deze vragen gaan over maatschappelijke opvang.


  1. Op welke manieren probeert de overheid de maatschappelijke opvang zo goed mogelijk te laten verlopen en welke uitgangspunten heeft zij hierbij in de tweede fase?

  2. Hoe zit het in jouw woonplaats met de aanmelding en intake van cliënten? Is er één loket en hoe heet dat loket of zijn er meer plaatsen?

  3. Op welke manieren kunnen woningcorporaties zorgen voor woonmogelijkheden voor daklozen? Wat heeft een omklapcontract hiermee te maken?

  4. Voor wie is het Meldpunt Daklozen bedoeld?

  5. Hoe kan iemand snel een plaats krijgen in de Vrouwenopvang?

  6. In wat voor soort zorg voorziet de Awbz?

  7. Voor wie is Awbz-zorg bedoeld?

  8. Hoe wordt Awbz-zorg gegeven?

  9. Wat is het doel van de WMO?

  10. Wat is het doel van de oggz?

  11. Wat houdt ‘inclusief beleid’ in?


Opdracht 4
Beantwoord de volgende vragen over asielzoekers.


  1. Sinds wanneer hebben wij een regeling die voorziet in de opvang van asielzoekers?

  2. Wat is het COA en wat doet het COA?

  3. Leg uit: Niet alle asielzoekers zijn vluchteling en niet alle vluchtelingen zijn asielzoeker.

  4. Wat gebeurt er in een centrale opvanglocatie?

  5. Wat gebeurt er in een procesopvanglocatie?

  6. Wat krijgt de asielzoeker in een AZC aangeboden als besloten is dat hij tot de asielprocedure wordt toegelaten?

  7. Wat houdt een negatief besluit in?

  8. Lees het tintvlak over mijnheer Shahbal in paragraaf 13.5.4. Welke opluchting is er voor dit gezin en welke schok?

  9. Welke fasen doorloopt een asielzoeker die hier komt?

  10. Hoe werkt psycho-educatie?


Onderzoeken, oefenen en presenteren



Opdracht 5
Lees paragraaf 13.5.3 over het werken met asielzoekers.


  1. Welke eisen worden aan jou gesteld als je met asielzoekers werkt?

  2. Welke taken heb je als je met asielzoekers werkt?

  3. Met welke problemen kun je te maken krijgen als je met asielzoekers werkt?

  4. Bespreek jouw antwoorden met een lesgenoot. Vul je lijst aan of schrap punten.


Opdracht 6
62 Lees paragraaf 13.5.4 heel goed door. Lees ook de twee cases hieronder.
63 Formeer een subgroep en bespreek de volgende vragen.

  • In welke fase zitten Dahana en Vahan?

  • Met welke stressfactoren hebben zij te maken?

  • Welke klachten hebben Dahana en Vahan en welke signalen geven zij af?

  • Op welke manieren kun je Dahana en Vahan helpen bij hun stress en problemen?

64 Bespreek jullie antwoorden plenair met de andere subgroepen.

Casus 1

Dahana is 22 en komt uit Togo. Ze slaapt slecht, heeft nachtmerries, eet weinig en maakt een angstige, afgesloten indruk. De politie van Togo pakte haar vorig jaar op, omdat ze folders had uitgedeeld voor de oppositiepartij. In haar cel werd ze door vijf mannen geslagen, in haar gezicht, op haar benen. Op de vraag of er ook sprake was van seksueel misbruik, zegt ze dat ze daar alleen met God over zal spreken. Nooit met iemand anders. Ze vluchtte naar Nederland.

Dahana heeft last van concentratieproblemen. Ze lijkt te lijden aan een PTSS, scoort vooral hoog op het cluster ‘vermijding’. Ook heeft ze last van depressieve stemmingen en is ze angstig. Het is aannemelijk dat ze in een gehoor niet volledig zal vertellen over eventuele traumatische gebeurtenissen. Haar huidige psychische problemen staan een eerlijke asielaanvraag in de weg.

Casus 2


Vahan woont al drie jaar in een AZC, samen met zijn ouders en broertjes en zusjes. Hij wordt aangemeld voor een onderzoek naar ADHD. Hij komt niet tot leren en veroorzaakt onrust in de klas. Hij is al aangemeld voor speciaal onderwijs op grond van de laag uitgevallen uitslag van een IQ-test. De ouders hebben echter thuis geen problemen met Vahan en verwachten dat een verblijfsvergunning alles op zal lossen. Ze vinden het moeilijk hun zoon toe te vertrouwen aan de onderzoeker. Bij de eerste afspraak komt de zorgvuldig geïnformeerde moeder zonder haar zoon vragen wat er gaat gebeuren; bij de tweede afspraak komt vader mee. De hypothese mishandeling duikt op. Hoofdschuddend bekijkt vader de inspanningen om contact te leggen met het bevroren, te brave kind. Met de woorden 'madame docteur, hij mankeert niets, het is de omgeving die hem ziek maakt,' neemt hij afscheid. Vahan mag nu alleen komen en toont zijn 'school'-gezicht: dat van een opstandig, provocerend jongetje. Van ADHD blijkt in de onderzoekkamer niets, maar er komt wel een duidelijk werkpunt naar voren. Vahan speelt een levensgroot dilemma uit, dat van verrader (van zijn ouders). Gewapend met deze en andere gegevens brengt de hulpverlener een huisbezoek aan de ouders. Ze vertelt hen dat ze ervan uitgaat dat er geen sprake is ADHD, maar wel van wel chronische traumatisering met grote emotionele en morele verwarring. De ouders zijn opgelucht dat de hulpverleners hun oudste zoon naast het stempel 'dom' niet ook nog eens het stempel 'gek' geven. Nu pas kunnen ze de hulpverlening vertrouwen en kan duidelijk worden hoezeer vaders symptomen van traumatisering het gezin ontregelen. Hulpverlening voor vader en zoon moet hand in hand gaan. Later blijkt dat vader zich

schaamt over Vahans gedrag, omdat hij hierin een uiting ziet van zijn falen het gezin te beschermen. Dit verhindert hem een wezenlijke taak van de ouder in ballingschap te vervullen: zijn zoon helpen betekenis te geven aan wat hij heeft meegemaakt en nog meemaakt.


Verwerkingsopdrachten thema 13 Specifieke doelgroepen; saw 4 pagina
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina