Vicariaat voor Onderwijs Bisdom Antwerpen Vak rk-godsdienst nascholing godsdienst in S. O



Dovnload 34.23 Kb.
Datum17.04.2018
Grootte34.23 Kb.
Vicariaat voor Onderwijs Bisdom Antwerpen Vak RK-Godsdienst
NASCHOLING GODSDIENST in S.O. 2003-2004



WEERGAVE VAN MODULE 3

De cultuur van het voorlopige – metabletisch denken

Verwerkingsgroep – Antwerpen






Verwerkingsnamiddag 1




Antwerpen: 19 januari






1. Het a priori
Even scherp stellen: wat is metabletica precies?

Je zou kunnen stellen: het is psychologie, gestoeld op een fenomenologische aanpak (= vertrekkend van de fenomenen, de dingen zoals ze verschijnen), maar dan verdergaand (diepergaand) dan de positief-wetenschappelijke aanpak.


Godsdienst veronderstelt een bijzondere manier van kijken, van waarnemen.

We spreken over diepere waarden, over transcendente ervaringen. De buitenkant, het materiële lijkt van minder belang te zijn.

Metabletica leert ons te kijken van buiten naar binnen, vanuit de oppervlakte naar dieper. Ze leert ons dank zij de materie meer zien. Het van buiten is dus belangrijk; het biedt de startblokken om dieper te gaan.
Laïcisering en secularisatie begint wanneer de dingen eng en eenzijdig worden bekeken.
Een wetenschappelijke benadering herleidt mens en wereld tot het nu, tot het individu, tot het tastbare. De rest wordt niet gezien (want valt niet onder die criteria).

Wanneer iets statisch blijft (onwrikbare buitenkant), stevenen we af op de crisis.


De Kerk is op haar manier meegegaan in de splitsing en verscherping van de dualiteit tussen het zichtbare en het onzichtbare. Hierdoor wordt een breder (voller) zicht op de werkelijkheid bemoeilijkt.

We moeten vermijden dat er een kloof ontstaat tussen de verifieerbare werkelijkheid en de geloofswerkelijkheid.

Vanuit een brede ingesteldheid wil ik naar de dingen kijken zodanig dat ze meer gaan betekenen dan het materiële voor-de-hand-liggende. Zo hebben we zicht op beide:

-het horizontale: de materiële werkelijkheid;

-het verticale: de diepte achter de materiële werkelijkheid. Deze ‘diepte’ kan religieus zijn of niet.

In de mate dat we binnen het horizontale voldoende aandacht geven aan het detail, krijgt de verticale diepte meer ruimte en kan zij rijker haar betekenis doen opwellen.

Je merkt dat we op deze wijze nogal indruisen tegen een mensbeeld waarin alles vanuit het verleden (in oorzaak-gevolg-relatie) zou zijn vastgelegd.
a. Metabletica is een manier van kijken, waar nemen. Ze plaatst de “fenomenen” niet in een oorzaak-gevolg perspectief. Ze ziet doorheen de verschijnselen andere dimensies en aspecten verschijnen.

- geschiedenis = wat geschiedt ( heilsgeschiedenis);

- detail = deel van een groter geheel (‘t zijn de kleine dingen die het doen);

- belang van de anekdote;

- veranderen = op weg zijn, het wordt anders. De werkelijkheid is in staat tot vernieuwen (is niet gedetermineerd)

- dynamiek ontstaat door verschillende impulsen (en niet enkel in oorzaak-gevolg);

- het is niet juist de werkelijkheid door een andere werkelijkheid te vervangen (cfr.

Metabletica en Geschiedschrijving p.15);

- Adagio van de metabletica: Elke tijd heeft zijn eigen waarheid (...) (idem, p.18)
b. Metabletica heft de dualiteit tussen materie en geest op.

= anders leren kijken

= graag zien (is zoals iets lusten, maar met je ogen - zijn ogen de kost geven)



Zien is een eigenaardig fenomeen. Onze ogen vangen licht op, zetten dit over op zenuwbanen die deze informatie naar onze hersenen brengen. Onze supercomputer maakt van deze signalen een beeld. Maar in tegenstelling tot een camera zien wij niet wat we zien, maar wat onze hersenen denken dat het is. Inderdaad we zien niet, maar denken. Dat onze hersenen soms nogal eens eigenwijs durven zijn, kan je hieronder zelf vaststellen. Veel plezier. En oh ja, zelfs de beste bril kan je hersenen niet beter doen zien ...

De camera registreert hetzelfde als het oog,

maar hij ziet niet wat het oog (de hersenen) ziet





2. Enkele illustraties

De roos
Ik wil op een geheel andere manier tonen dat de natuur, ik zeg dan liever het ding door ons toedoen verandert.

Tot dat doel verzoek ik de lezer zich een roos voor te stellen. Een fraaie, frisse, rode roos. Geen kunstroos! Een echte roos, die men aan een bewonderde of geliefde persoon zou kunnen geven, met wie weet welke gevolgen. Die gevolgen zouden uitblijven of van een wel andere aard zijn wanneer de geliefde of bewonderde een kunstroos aangeboden kreeg.

Een kunstroos geeft men niet. Waarom eigenlijk niet? Omdat een kunstroos onecht is. De echte roos is: echt. Maar wat betekent dat: echt? De echte roos leeft. Daarin ligt opgesloten dat de echte roos tijdelijk is. De onechte roos is duurzaam. De kunstroos kan men onveranderd na een jaar, na vele jaren uit de kast, van de schoorsteenmantel halen, waarschijnlijk met wat stof op de zijden kroonbladeren, stof dat men van de bloem kan wegblazen, en de oude zijden roos is weer daar. Aan de bewonderde, maar nog meer aan de geliefde, geeft men een roos die vergaat. De roos is een voorbijgaande manifestatie van liefde of lof, passend bij het voorbijgaande dat ons als voorbijgaand, sterfelijk wezen eigen is.

Dat tijdelijke van de roos is in die roos te zien. De roos toont, in volle werkelijkheid, 'slechts enkele uren', of als men de roos in een vaasje steekt, 'slechts enkele dagen'. Zat de roos nog aan de plant dan zou men 'meer dagen' zien, op z'n meest 'enkele weken'. Hoe dat zij, men ziet in alle omstandigheden voorbijgaande, korte tijd.


(van den Berg J.H., Metabletica van God, Pelckmans/Kapellen – Kok Agora/Kampen, 1995, p.17)
Vaststelling: -de schenker is belangrijk

-ook het ding op zich is belangrijk

Daarom: vergeet bij het kijken het ding zelf niet!

Griekse tempel en christelijke kerk
De Griekse tempel, het Parthenon op de Acropolis te Athene vertoont een 'wederzijdse ageren', de interactie van tempel en landschap. De christelijke kerk heeft dat niet. De christelijk kerk heeft de interactie verticaal: niet met het landschap maar met de hemel. Dat komt het duidelijkst tot uiting bij de gotische kathedraal. Tot voorbeeld dient de kathedraal van Reims. Het hoge schip, de spitsbogen, de tientallen verticale lijnen die de twee torens kenmerken wijzen naar boven.

De lijnen van de torens steken vrij in de lucht, ze worden niet begrensd door een architraaf (de op de zuilen rustende hoofdbalk van het kroonwerk van een gebouw), zoals bij de tempel.

Aan de buitenkant is de kathedraal een en al instructie. De kerk doceert de kerkganger nog voor hij in de kerk is en maakt dat de kerkganger, door het aanbieden van de ‘dogmatiek in steen', al binnen is. De christelijke kerk heeft zijn bezit uitsluitend binnen.

De gevolgen van het naar binnen gericht zijn:



1. Door de natuur prijs te geven, opende de christelijke kerk het pad voor de natuurwetenschappen.

2. Door het contact te verliezen met de immer procreërende natuur vervreemdde de christelijke kerk zich van de seksualiteit.

3. Door de binding prijs te geven met de alom zegevierende dood ontstond de christelijke ambivalentie ten aanzien van de eigen dood. In plaats van te streven naar een weliswaar nooit te verkrijgen onsterfelijkheid die de mens in het bezit zou laten zijn van zijn volledige aardse werkelijkheid (het besef van een alom in de natuur heersende dood inbegrepen), begeerde de christen de opstanding die een geheel nieuwe, zeer onvolledige, tijdens het aardse leven niet te peilen werkelijkheid zou brengen.

4. Het vierde gevolg was de agape: die bijzondere liefde die de christenen onderling en met hun Heer bindt door het Avondmaal. De agape staat in nauw verband met het volgende gevolg: het dogma.

5. Heel de dogmaontwikkeling vond plaats ‘onder elkaar', als in een gesloten vergaderzaal van vrienden die, al vergaderen zij onder voorzitterschap van hun Heer, door de agape met hun Heer tot autonome, bindende uitspraken kunnen komen.

6. Het zesde en laatste gevolg was een nieuwe tijd. Terwijl de oude culturen, de Griekse en de Romeinse inbegrepen, de tijd als een zich telkens herhalende cirkelgang opvatten, installeerde de christen de tijd van de rechte lijn, getrokken van het begin van de schepping naar de oordeelsdag. Gevolg was dat het christendom geen geloof kon hechten aan een 'incidentele ondergang' van een cultuur, maar zich bij voortduring instelde op een radicaal einde van de wereld. Radicaal einde ook van de tijd, waarbij men naliet (enkele uitzonderingen daargelaten) zich af te vragen wat de tijd wel zou kunnen zijn van en na de opstanding. De bijbel laat de gelovige, die zich deze vraag stelt, zogoed als geheel in de steek - waardoor men ertoe komt te wensen dat op het punt van de tijd nog eens een concilie bijeengeroepen wordt.










Acropolis


Heeft de omgeving, de natuur, de berg waarop, nodig om te kunnen zijn wat hij wil zijn. Zijn grootsheid wordt mee bepaald door zijn natuurlijke omgeving. Zou je dus vooral vertikaal kunnen noemen.

Kathedraal van Reims


Is reeds op zichzelf super als kunstwerk; heeft daarvoor niet een aangepaste natuurlijke omgeving nodig. Noemen we daarom vertikaal.
Metabletica vraagt beide: vanuit de horizontale, natuurlijke basis het diepere laten oplichten. Het gegeven is maar volledig mooi als het in een geheel past.
Van den Bergh concentreert zich nogal op kerkgebouwen. Wanneer deze er meer gaan uitzien als een bastion, verraadt dit ook het dieper aanvoelen: het is de periode van het ontstaan van dogma’s. (Moesten er geen ‘kerkelijke burchten’ zijn gebouwd, maar alleen tenten, dan had er nooit zo’n ontwikkeling van dogma’s kunnen plaatsvinden).
Samenvattend:

  • Door een gebouw in te planten, los van de omgevingsaandacht (natuur), brengen we een splitsing teweeg tussen het bovennatuurlijke en het natuurlijke, tussen binnen de kerk (het godsdienstige) en buiten de kerk (natuur-wetenschappelijke).

  • Dezelfde visie zit achter de loskoppeling van de sexualiteit van haar diepere zingeving; sexualiteit wordt zo een natuur-gegeven dat eigenlijk niet in de bovennatuurlijke wereld van binnen de kerk thuishoort.

  • Ook de visie op dood komt in hetzelfde kunstmatige spoor terecht: het vergankelijke leven zit buiten; het eeuwige, overgankelijke zit binnen.

  • Άγαπή (liefde): sexualiteit is hoogstens een liefde-vorm van buiten; de άγαπη is de verheven vorm van liefde van binnen.

  • De dogma-ontwikkeling gebeurt verder binnenshuis; nieuwe ontwikkelingen worden steeds gestoeld op voorafgaandelijke binnenkerkelijke ontwikkelingen.

  • Zo is er binnen de kerk uiteindelijk geen ondergang mogelijk.


3. De schaar van René (Descartes)
Het denken van Descartes veronderstelt een werkelijkheidsopvatting waarin alleen datgene wordt meegenomen wat binnen ons intellectueel inzicht een plaats heeft.

Wij stellen (lijn van Levinas) dat de werkelijkheid zodanig moet bekeken worden dat we alles (de werkelijkheid in al zijn aspecten) op ons laten afkomen; dit biedt ruimte aan een brede werkelijkheidsopvatting waarin plaats is voor werkelijkheid verstaan, werkelijkheid voelen, werkelijkheid zien.


A. Criteria en meetinstrumenten voor:
Opbouwen van een goede relatie

- bereidheid  om rekening met elkaar te houden

 om behulpzaam te zijn

 vertrouwen te geven

- graag zien;

- verlangen naar de ander;

- eerlijkheid.

Zichtbare dingen (hulp bieden…) kunnen vlot worden gemeten; de niet-meteen-grijpbare zaken (vertrouwen bieden…) veel minder.


De bouw van een huis : welke facetten verdienen de aandacht?

- living


- grootte

- betaalbaar

- gezellig eindresultaat

- ondergrond

- comfort (uiterlijk comfort, bv. Zaventem…)

- functionaliteit

- licht
Het lezen van een boek

- stijl van het boek / genre

- kaft (stevige kaft  aantrekkelijk of juist niet; geillustreerde kaft…)
Uw voorkeur (voor uw huis… voor boeken…) zegt iets over uw identiteit, over uw binnenkant.

Zo staat onze tijd niet ingesteld op het bouwen van kathedralen. Ook al hebben we veel meer geschikte mogelijkheden (werktuigen, vervoer…), onze tijd doet dat niet.

De mens in onze tijd staat veel meer gericht op onmiddellijk merk- en meetbaar resultaat. Wie plant er nog een eik (resultaat is voor volgende generaties)? Wij planten gauw-groot-groen; en liefst nog een groen-metalen afrastering, waar de klimop na een jaar reeds het resultaat van een hoge beukenhaag moet vervangen.

Bovendien leveren we eigen (ge)zicht (de eigen identiteit) graag in voor efficiëntie. Zie bv. het identiteitsverlies van de winkelstraten; een winkelboulevard in Antwerpen of Rotterdam schreeuwt dezelfde namen in dezelfde letterstijlen en dezelfde deurstijlen.


Er is de eenzijdigheid van het “trachten de wereld in z’n macht te krijgen” (het grijpen). We trachten alleen toe te laten wat ons aanstaat.



Bv. krampachtige behoefte om alle lijden onmiddellijk en in z’n geheel weg te willen…
We zouden ertoe moeten leren komen om de wereld op ons af te laten komen, met zijn aangename, maar ook z’n minder aangename kanten. Bv. de geest, de instelling van waaruit palliatieve zorg gebeurt.
Bedenking: maakt juist een zulkdanig verschil in instelling niet het onderliggende probleem wanneer de politici van verschillende partijen (strekkingen) niet tot een akkoord geraken inzake euthanasie en palliatieve zorg?

Anders gezegd: het aankunnen om (de eenzijdigheid van) onze eigen meet-instrumenten kunnen opzij leggen; het aankunnen omzichzelf niet tot ‘maat van alle dingen’ te maken.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina