Vierentwintigste zondag door het jaar da pacem introitus



Dovnload 13.15 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte13.15 Kb.
Vierentwintigste zondag door het jaar DA PACEM
INTROITUS

Ecclesiasticus, is een Joods kerkboek voor bekeerlingen. Een levensbeschouwing, gebaseerd op de Wet van Mozes, toegepast op ieder onderdeel van het menselijk leven. Die teksten werden veelvuldig gebruikt voor de catechese in het primitieve christendom.

36,18 is een gebed voor Israël, dat de Joden zien als de eersteling van Gods schepping.

Da pacem, Domine, sustinentibus te, ut prophetae tui fideles inveniantur:

exaudi preces servi tui et plebis tuae Israël.

Geef vrede aan hen, die op U, Heer, vertrouwen zodat uw profeten waarachtig worden bevonden. Luister naar het gebed van uw dienaars en van uw volk Israël.

Psalm 122,1 Op bedevaart naar Gods woning onder ons.

Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi: in domum Domini ibimus.

Wat was ik blij toen men mij vertelde: “Wij zullen optrekken naar Gods huis”.


GRADUALE voegt er vers 7 aan toe:

Fiat pax in virtute tua et abundantia in turribus tuis.

(Jerusalem) vrede zij in uw levenswandel en heil binnen uw burchten.


ALLELUIA

Psalm 101,16 .Een gebed in Babel. De Joden kijken vooruit naar de eindtijd.



Timebunt gentes nomen tuum, Domine, et omnes reges terrae gloriam tuam

Dan (in de eindtijd) zullen heidenen uw naam eren, Jahweh,

en alle koningen der aarde zullen uw majesteit vrezen!
OFFERORIUM A en B

Exodus, 24, 4-5

Leider Mozes verkondigt de 10 geboden en gans het nieuwe wetboek aan de 12 joodse stammen, op de vlucht in de woestijn. Daarna wordt bezegeld het verbond met Jahweh, de ene God die ze zopas verkozen (Bovenal bemin 1 God, Jahweh). Dat doen ze door bloed te gieten op een altaar.(denk aan onze tafeldienst)

Men leest verder in dit hoofdstuk: “Alles wat Jahweh gezegd heeft zullen wij doen!”

Mozes bouwde een altaar, gaf het bevel om brandoffers op te dragen en dieren, als vredesoffers, te slachten. Hij sprenkelde de helft van het bloed over het volk (asperges) en de andere helft over het altaar dat de ene God vertegenwoordigde (die niet zichtbaar is .

“Zie, dit is het bloed van het Verbond dat Jahweh met u heeft gesloten”

(onze consecratie luidt: ”Hoc est corpus meum. Hic est calix sanguinis mei).

Daarna at en dronk men.



Sanctificavit Moyses altare Domino, offerens super illud holocausta et immolans victimas.

Mozes consacreerde (zoals onze bisschop deed) een altaar voor de Heer

om daarop brandoffers op te dragen en offerdieren te doden.

Fecit sacrificium vespertinum in odorem suavitatis Domino Deoin conspectu filiorum Israël.

Mozes verrichtte het avondoffer in een behaaglijke geur (van wierook bv) voor de Heer God,

ten aanschouw van de kinderen van Israël.
OFFERTORIUM C

Vervolg van Mozes in het boek Exodus 32,11-14

Na 40 dagen overleg met Jahweh op de Sinaïberg daalde Mozes neer met de 2 stenen tafels van het verbond, “met Gods eigen vingers beschreven”.

Ondertussen hadden de Joden een gouden kalf opgericht om, naar heidense gewoonte, er zich op te masturberen ter ere van een of andere woestijngod. En of Jahweh woedend was!

‘Ik zal hen vernietigen, dat halsstarrig volk!”

Mozes zegt tot Jahweh:”…Laat toch uw ziedende gramschap bedaren…”

” Ach, Jahweh, waarom zoudt Gij uw woede koelen op uw volk…”

“Gedenk toch uw dienaar Abraham, Isaak en Israël, wien Gij bij uzelf hebt gezworen:

Ik zal uw kroost talrijk maken…en hun heel dit (beloofde)land schenken…”

Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil waarmee hij zijn volk had bedreigd.


Wij zingen een tekst in diezelfde zin:

Precatus est Moyses in conspectu Domini Dei sui et dixit

Quare, Domine, irasceris in populo tuo? Parce irae animae tuae.

Mozes richtte een verzoek in het aanschijn van de Heer, zijn God, en sprak :

Ach, Heer, waarom zoudt gij uw woede koelen op uw volk.

Laat de woede van uw stemming bedaren.



Memento Abraham, Isaak et Jacob, quibus jurasti dare terram fluentem lac et mel.

Gedenk Abraham, Isaak en Jacob, aan wie gij onder ede bevestigde een land te zullen geven met overvloedig melk en honing.



Et placatus factus est Dominus de malignitate quam dixit facere populo suo.

Daarop verzoende zich de Heer in verband met het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd.


COMMUNIO A

Psalm 95, 8-9



Tollite hostias et introite in atria ejus: adorate Dominum in aula sancta ejus.

Neemt de offerdieren op en treedt zijn voorhof binnen.

Val in aanbidding voor de Heer in zijn heilige woning.


  1. Cantate Domino canticum novum. Cantate Domino omnis terrae.

  1. Annuntiate inter gentes gloriam ejus, in omnibus populis mirabilia ejus.

Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, heel de aarde, zingt voor de Schepper. Meldt aan de naties zijn glorie (= zijn leer) en aan alle volkeren zijn wonderen (macht)

(allen moeten bekeerd worden in de waarheid)

5 .Quoniam omnes dii gentium inania, Dominus (noster) autem caelos fecit.

Ja, alle goden der (andere) volkeren zijn onvruchtbaar,

maar onze God Jahweh heeft de hemel gemaakt.

10. Judicabit orbem terrae in justitia et populis in veritate.

(Onze Jahweh,) hij zal (in de eindtijd) over het heelal recht spreken

en over de volkeren uitspraak doen naar zijn waarheid.

(voor de eindtijd moeten allen tot de ene waarheid gebracht worden)


COMMUNIO B

Jezus zegt: Qui vult venire post me, abneget semetipsum et tollat crucem suam et sequatur me. Wie Jezus wil volgen moet zichzelf wegcijferen, de ontstane last verdagen op de weg die Jezus ging in het leven.

Psalm 33 2.Benedicam Dominum in omni tempore, semper laus ejus in ore meo.

3. In Domino gloriabitur anima mea, audiant mansueti et laetentur.

Ik zal de Heer altijd prijzen en steeds klinkt zijn verdienste vanuit mijn mond. Mijn ziel zal zich beroemen op de Heer, zachtzinnige zullen het horen en juichen.



4. Magnificate Dominum mecum et exaltate nomen ejus in idipsum.

Verheerlijkt de Heer met mij en laat ons samen zijn naam verheffen.


COMMUNIO C
Dico vobis: gaudium est angelis Dei super uno peccatore paenitentiam agente.

Jezus:” Ik zeg u, zangers, dat de engelen des Heren blij zijn

zelfs om 1 zondaar (onder ons?) als die zich maar bekeert tot het goede”

Psalm 31


1. Beatus cui remissa est iniquitas et obtectum est peccatum.

5. Peccatum meum cognitum tibi feci et delictum meum non abscondi.

Gelukkig hij, wiens schuld is vergeven en wiens zonde is bedekt.



Ik heb mijn fout beleden en mijn schuld niet verdoezeld.

10. Laetamini in Domino et exsultate justi et gloriamini omnes recti corde.

Laat ons blij zijn om de Heer. Gij, vromen, jubelt! Juicht allen die oprecht van harte zijt.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina