Virale structuur



Dovnload 149.16 Kb.
Pagina1/4
Datum16.08.2016
Grootte149.16 Kb.
  1   2   3   4
Virussen

Virologie is een recente wetenschap



  • Mayer: ontdekte dat het sap van zieke tabaksplanten gezonde besmette

  • Beijerinck: filtraat van dat sap zonder bacterieën was nog steeds infectieus



Virale structuur
Enkel zichtbaar met EM: 300nm (pokken) – 25nm (picornavirus)
Envelop:
Gestolen bij geboorte uit geinfecteerde cel en aangepast. Envelop verhoogt de weerstand van virussen niet, integendeel: kwetsbaarder dan naakte virussen (alcoholdetergenten lossen membraan op) en niet infectieus wanneer ze hun membraan (met celliganden) kwijt zijn
Capsiden:


  1. Helicaal:

  • Meest kosten/energie-efficiënt

  • Meestal 1 eiwit dat dakpannen vormt in spiraal rond genetisch materiaal

  • Bv tabaksmozaiekvirus (cf Mayer): zeer rigied kapsel

Bv ebola: zeer soepele buis, kan kronkelen


  1. Icosahedraal:

  • = geodetische koepel

  • Zeer stabiel, koepel die makkelijk eigen gewicht kan dragen (hoe groter, hoe stabieler)

  • Verschillende eiwitsoorten nodig die deel uitmaken van 5- en 6-hoekstructuren. Aparte units zijn capsomeren

  • Bv adenovirus (heeft antennetjes/spikes op 5-hoeken)

Bv herpes (noot: envelop is stuk op foto  typisch ‘spiegelei’ beeld)


  1. Complex:

  • Bacteriofagen: niet menspathogeen (wel nuttig vr bestrijding bacto’s)

  • Structuur: hoofdje, kraag, pootjes, landingsplaat

  • Ongelofelijk om te realiseren met minimum aan genetisch materiaal

  • Infecteert zonder met partikel naar binnen te gaan: naaldje door landingsplaat, contractie hoofdje, injectie genetisch materiaal


Genoom


  • Hogere levensvormen hebben DNA én RNA, virussen nooit beide

  • Genoom:

    • Lineair/circulair

    • DNA/RNA

    • Enkel-/dubbelstrenging

    • 1 stuk/segmentair

  • Meestal linair enkelstrenging RNA

  • DNA: bv dsDNA herpes; ssDNA parvovirus (blokt circulatie foetus als zwangere vrouw hier voor het eerst mee geÏnfecteerd wordt: intra-uteriene bloedtransfusie)

  • RNA: bv dsRNA rotavirus, ssRNA mazelen

  • Circulair: bv dsDNA papilloma; ssRNA plantviroiden

  • Viroiden: nl wordt ssRNA snel afgebroken, deze zijn extreem stabiel dr complemtariteit. Ze vormen een palindroom dat lijkt op dsRNA: géén eiwitmantel nodig. Niet menspathogeen

  • Hepatitis B: 2/3 dubbelstrengig

  • Segmentair:

Meerdere virale chromosoompjes  genetische variabiliteit

Reassortiment: cominaties van fragmenten als één cel door meerdere wordt geïnfecteerd. Nieuwe partikels kunnen dan een andere constellatie hebben. D.i. zeer zeldzaam: geinfecteerd cellen sluiten zich meteen af en worden nl niet met nieuwe partikels besmet. De meeste nieuwe partikels verdwijnen (fout aantal fragmenten, niet compatibel…), maar soms worden nieuwe varianten uitgeselecteerd: reassortiment heeft een groot potentieel.



Noot: ophef over circovirussen in vaccins vr rotavirussen: 85% varkensvlees is ermee besmet, dus ook alle producten die ermee in aanraking komen. In vaccins dr trypsiniseren v viruscelllijnen (varkenstrypsines). Ook in babyvoeding dr trypsinisatie om ze hypoallergeen te maken.

  • Wss ubiquitinaire virussen, alomtegenwoordig maar niet pathogeen



Indeling

Manmade
Replicatie

Obligaat gastheerafhankelijk (vs bacto’s)


  1. Binding cellulaire receptor:

Te vaak beschouwd als 1 virus  1 doelwitcel  1 symptoom. Zelfs virussen met tropisme binden normaal meerdere celsoorten (excl coconut kadang kandag viroid ^^)

Oppervlakteeiwitten op envelop of capside binden celreceptor (misbruik van bestaande opp. Eiwitten)




  1. Binnendringen cel:

    • Evelop: versmelting membranen, naakt capside in de cel

    • Geen envelop: endocytose (reflex van cellen). Endosoom versmelt met intracellulaire membranen (vnl ER, golgi)

  • Combinaties: sommigen met evelop in endosoom (vnl als veel oppeiwitten: slechte fusie van membranen). Na aanzuring en versmelting lysosoom-evelopmembranen komt naakt capside in cytoplasma

    • Bacteriofagen: injectie




  1. Ontmanteling




  1. Expressie van vroege eiwitten:

Gijzelen de cel zodat deze preferentieel virusmateriaal tot expressie brengt ipv eigen DNA


  1. Viraal DNA/RNA replicatie




  1. Synthese late eiwitten




  1. Assemblage virions:

Nieuwe genomen zitten al klaar.

‘auto-assemblage’: nl geen hulp nodig, zelfs in proefbuis lopen deze reacties spontaan (cf pseudovirions in vaccins vormen zelf bolletjes)  eiwitten vallen in een energetisch zeer gunstige conformatie




  1. Vrijzetting:

    • Budding: trage, ‘vriendelijke’ wijze. Cte vrijzetting van partikels die stukjes membraan meenemen. Als dit sneller gaat dan membraansynthese, sterft de cel (d.i. niet het doel vh virus: hoe langer cel leeft, hoe meer partikels)

  • Oude, slimme virussen doen vnl dit

  • Zorgt meestal niet vr ziekte gastheer

    • Cytolyse: productie partikels tot cel ontploft

  • Plots veel virus vrijgezet: vaak akutere symptomen

Diagnostiek

Rechtstreeks

Aantonen vh virus
EM


  • Enige manier om virussen te zien

  • Virusmateriaal op gridje, kleuren met osmiotetroxide (grid op bedruppelde plaat)

  • Snel: diagnose met één blik

  • Immuno-EM: als weinig partikels. Al laten virussen samenklonteren zodat ze wel zichtbaar zijn. Je moet weten wat je zoekt (juiste Al)


Virale kweek op celcultuur


  • Vroeger: african green monkey niercellen, waar virussen enorm goed op groeien.

Nu: (slechtere) alternatieven wegens ethisch onverantwoord

  • Stop groei dr contactinhibitie: cellen die hun buren voelen, stoppen met delen. (niet zo bij kankercellen, dit kan gebruikt worden)

  • Confluente monolayer

  • Splitsing cellijnen: trypsinisatie om cellen lost te maken van hun drager: worden weer bolletjes, komen in oplossing. Opschudden en verdelen over nieuwe platen

  • Cellijnen:

    • Primaire cel: monkey kidneycells, maar 1 à 2x te splitsen (steeds bijbestellen, kost massa’s aapjes)

    • Semi-continue cellijnen: human embryonic kidney, fibroblasten. 50 splitsingen

    • Constante cellijnen (kanker): groeien soms slechter, maar oneindig aantal splitsingen. Bv HeLa-cellijn, Vero, Hep2

  • Aanleg nodig om goede culturen te maken

  • Kasten op lichaamstemperatuur (rhinovirussen: 33-35° = neustemperatuur)

  • Kleur culturen:

    • Oranje: goed pH (vers voedsel, niet te veel cellen)

    • Purper: basisch (schraal medium, meestal nog herstelbaar)

    • Geel: zuur (te veel cellen, afvalstoffen: snel splitsen)

  • Microbiologische veiligheidswerkbank:

    • Klasse 1: zuigt lucht uit omgeving in de kast. Veilig om mee te werken (geen viraal besmette lucht in omgeving, lucht weg via HEPA filter), maar cultuur wordt besmet met schimmels of bacterieen

    • Klasse 2 (meest gebruikt): lucht via filter in de kast, onsnapt niet naar omgeving door ‘luchtgordijn’. Niet te gebruiken bij heel gevaarlijke virussen, want handen zorgen toch vr turbulentie gordijn

    • Klasse 3 (love box): voor heel gevaarlijke. Handschoenen zitten in de kast gebouwd: ervaring nodig om niet alles om te stoten.

  • Ook horizontale laminaire flow clean air werkbanken: blaast lucht in je gezicht, weg van cultuur. Fijn voor cultuur, maar niet doenbaar met virussen.

Virussen in zicht brengen:


Cytopathogeen effect


  1. Plaques (cellysis):

Virus vermenigvuldigt in cellen, spreidt naar buurcellen, deze sterven en dit zet zich verder: groter wordende plaques (dode cellen gaan zweven in het medium ipv op de plaat t eplakken). Leent zich tot virustitratie (verdunningsreeksen + controleculturen): ruwe maar bruikbare schatting


  1. Kerninclusies:

Effect op kern zichtbaar met gewonen microscoop.

Bv opstapeling virusmateriaal in de kern (bij virussen die lange tijd intranucleair zitten): verdichting kern.

Bv diffuse lijnstjes van rift valley fever


  1. Cytoplasmainclusies:

(veel virussen komen niet/amper in de kern). Structuur in inclusies is te zien bij sterke fasecontrast microscopie. Bij foto’s van grote virussen is evt het virus zelf te zien.


  1. Reuscellen/syncytia:

Groot, meerkernig. Ook bij kernincorporatie door cytofagacytose: sommige virussen zetten cellen ertoe aan andere op te eten bv adenovirus. Het nut hiervan voor het virus is onbekend.

Bv respiratoir syncytieel virus: bronchiolitis, mazelen


CAVE: artefacten. Zeer jonge onvolgroeide celculturen lijken op plaques. Mitosefiguren lijken op intranucleaire inclusies. Kleurstofpartikels kunnen de indruk geven van intracytoplasmatische inclusies.

Niet CPE-methoden


  1. Hemadsorptie:

Oa bof en influenza sturen eiwitten naar celopp die RBC vangen. Testen dr RBC op cultuur te gooien en weg te wassen, checken of ze blijven kleven


  1. Immunofluorescentie:

Met fluorescerende Al  weten waarnaar je zoekt.

Antigendetectie


  1. Immunofluorescentie (op lichaamsmateriaal)




  1. Immunochromatografie:

    • Vrij goedkoop, ook buiten labo

    • Niet heel gevoelig, nuttig in streken waar virus veel voorkomt

    • Staal opzuigen door capilariteit, door stripje met Al: positief als een bandje kleurt (cf zwangerschapstest)




  1. Hemaglutinatie:

    • Sommige virussen dragen hemagluttinine (bv influenza): elk viruspartikels kleeft zo’n twee RBC, tot een geaglutineerd netwerk

    • Positief: RBC plakken op het ondervlak vh buisje (matje)

    • Negatief: hoopje RBC op diepste punt vh buisje

    • Hemagluttinatietitratie met verdunningsreeksen




  1. ELISA


Genoomdetectie


  1. In situ hybrisdisatie:

Vaak gedaan op weefselcoupes bij pathologie. Niet enkel aanwezigheid vh virus wordt aangetoond, ook de lokalisatie (slide: bovenop epitheel)

  1. Kwalitatieve test:

PCR (polymerase chain reaction): ook doenbaar met heel weinig virus; was een echte revolutie

  1. Quantitatieve tests:

Fluorogenic 5’ assay: reporterkleurstof en quenccherkleurstof in probe voor PCR. Quenchers zitten dichtbij de kleurstof en zuiger elektronen af zodat ze niet kleurt. Als de reactie verdergaat, verplaatst de probe door polymeren. Quenchers worden verder verplaatste, kunnen zo geen elektronen meer afzuigen vd reporter en dus fluorescentie. Als snel fluorescentie, dan was er veel materiaal in de PCR.

Titers zijn enkel nuttig als behandeling mogelijk is: checken of ze werkt, of er resistentie optreedt



  1. Genotypering:

Vroeger traag via Sanger, nu gemakkelijke machinale sequencing waarbij analyse het echte werkt wordt. Leert welk virus en welk type het is (cf sommige genotypes bv vormen van hepatitis c, zijn beter behandelbaar

Onrechstreeks:

Aantonen v antistoffen
vroeger belangrijk, nu staan de directe methoden veel beter op punt
Immunofluorescentie


  • Op serum

  • Al bij brengen, ook 2e gelabeled Ag erbij: Al gesandwiched


Hemagglutinatie-inhibitie
Virus bij het staal kappen: als er As in zitten, reageren deze met het virus, zodat er geen hemagglutinatie optreedt. Positieve test dus als er géén agglutinatie is.
Complementfixatie


  • Typische voor virologie

  • RBC + virussen + complementfactoren uit het bloed: complementfactoren lyseren RBC, het buisje kleurt rood met zakjes lege RBC die naar de bodem zakken

  • Als Al aanwezig: binden virus. Complement bindt Al-Ag-complex en lyseert geen RBC: hoopje RBC op laagste punt vh buisje


ELISA
Seroneutralisatie
Als je een virus op celculturen brengt, lyseren de geinfecteerde cellen en gaan bovendrijven: de bodem van de cultuur is niet meer kleurbaar. Als je het staal erbij brengt en er zitten Al is, worden de cellen niet geÏnfecteerd en blijft de cultuur kleurbaar.
Influenza



  • Influenza di freddo = invloed vd koude

  • In het Engels verkort tot influenza

  • Griep/gripe: “gripper”, overvalt je plots

  • Griep = influenzavirus

Verkoudheid = allerlei soorten verkouheidsvirussen

  • Influenze is veel ernstiger, makkelijk te onderscheiden: als je de eerste dagen in het donker wilt zitten zonder eten of mensen om je heen, is ’t influenza



Influenzavirus


  • Soorten:

    • Influenza A: problemen

    • Influenza B: veroorzaakt geen grote epidemieen/pandemieen

    • Influenza C: weinig over geweten; niet ernstig (eerder verkoudheidsvirus)

  • Envelop

  • Matrixeiwitten aan binnenkant envelop

  • Gesegmenteerd genoom: 8 stukjes ssRNA

  • Helicaal capside rond elk RNA-fragment

  • Membraaneiwitten:

    • Hemagglutinine (H-eiwit): om cel binnen te geraken. Subtypes (H1-15) bepalen de gastheerspecificiteit. Vogels zijn gevoelig vr elke vorm (vogelvirussen), de mens voor H-1,2,3,5,7,9

    • Neuraminidase (N-eiwit): moleculair schaartje, nodig om niet aan de cel te blijven hangen bij het verlaten. Vogels zijn gevoelig voor elk type (N-9), de mens voor N-1,2,7

    • M2-ionenkanaal: heel geconserveerd, heel gelijkend voor meeste A-virussen.

Wordt onderzocht om universeel vaccin te maken (grote kans op succes op middellange termijn)

  • Evolutie:

    • Antigeen drift: trage stapeling puntmutaties  jaarlijkse epidemieen met steeds een ander virus.

Bv H3N2  H3’N2’

    • Genetische shift: plots een nieuw virus dat het oude verplaatst  pandemie

Bv H3N3  H5N1

Jaarlijkse epidemieen


  • Vooral in de winter en het vroeg voorjaar, exacte timing verschilt van jaar tot jaar.

  • Mortaliteit (vnl bejaarden, stijging vanaf 55 jaar, 20% op 80) 500-1500/jaar (?). ‘Oversterft’ in ’89: 4900.

  • Morbiditeit vnl tss 9 en 25 jaar.

  • Wordt opgevolgd in Brussel via 200 artsenpraktijken die weekcijfers doorgeven en geregeld keeluitstrijkjes nemen voor identificatie. Cf ook grote griepmeting.



Pandemieen
Verbetering (kinder)sterfte tot plateau vanaf 1960 door verbeterde hygiene, scheiding afval-drinkwater, vaccins…

Nu is er wel veel groter potentieel voor een epidemie, want de wereldbevolking is enorm gegroeid. Vooruitgang geneeskunde helpt niet, want de grootste bevolkingsgroei vond plaats in ontwikkelingslanden, en wij hebben weinig reserve op intensive care (patienten daar overleven wel).
1918: H1N1 (Spaanse griep)


  • Verving H3N8

  • Ontstaan: humanisatie vogelivirus, nl het ging volledig over van vogel op mens. Acht nieuwe fragmenten dus die de mens nog nooit had gezien

  • Niet geweten waar ontstaan. In aanloop ervan stierven al reklruten aan de griep. Spaanse genoemd omdat neutraal Spanje als 1e er over schreef (anderen wilden in WOI de vijand niet inlichten over problemen)

  • Makkelijk verspreid door troepenbewegingen. Piekte op verschillende plaatsen op hetzelfde moment  ligt niet aan snelle verspreiding, moet maanden ervoor verspreid zijn en toen wel ziek gemaakt hebben, maar amper gedood. Vreemd: virussen wroden zelden zo plots agressiever, meestal worden ze juist minder pathogeen (hebben daar meer baat bij).

  • 1e wetenschappelijk artikel in The lancet in 1918, dat symptomen beschreef.

  • Longen lopen vol water, zodat hun funcite daalt: cyanose. Blauwe lippen en oorlellen, bij overlijden door verdrinkin in eigen longvocht volledig blauw met schuim op de lippen.

  • Overlijden door cytokinenstorm: immuunantwoord niet om te genezen, maar om verspreiding te voorkomen (cf vogels: op 2d is 95% ve kippenboerderij dood. Ze vliegen niet en het virus wordt dus niet verspreid). Gezonde mensen met sterk immuunsysteem sterven het eerst. Therapie is niet puur antiviraal, maar inhibeert het immuunsysteem. Pandemieen treden nooit op bij hoog-pathogene vormen

  • 25 milj doden: belangrijkste pandemie ooit

  • 0.7% Philadelphia op enkele weken; 5.7% vd jongeren in Boston

  • Iedereen dacht dat dit een lokale plaag was, geen collectief besef: geklasseerd samen met WOI en tientallen jaren niet over gesproken. Pas laatste 20 jaar heropgefrist.

  • Piek in sterfecijfers (US) ’18 komt door Spaanse griep, de oorlog is amper te zien

  • Bleef circuleren en afzwakken tot 1956

1957: H2N2 (Aziatische)




  • 3 fragmenten vh vogelvirus H2N2 reassorteerden met de Spaanse (5 H1N1 en 3 H2N2 dus)

  • 2 à 5 milj doden (tien maal minder dan de Spaanse)

  • Begin griepvaccins

  • Begon in de lente in Chna, in appril-mei verdel naar Azie, Australie, in juni-augustus rest vd wereld.

Cf Mexicaanse: focus in Mexico, van daar naar Noord-Amerika… Verplaatste met ongeveer hetzelfde tijdspatroon over de wereld. (nu zijn vliegtuigen grote vectoren)

  • Verdween al na tien jaar (reden onbekend)



1968: H3N2 (Hong Kong)


  • H3N? van vogels wisselde 2 fragmenten uit met H2N2  5 fragmenten H1N1, 1 fragment H2N2, 2 fragmenten H3N?

  • 1e virus dat onze generatie meemaakt

  • Lichaam herinnert zich 1e griep het best: beste immuunreactie, we zullen er nooit veel last van hebben

  • Vorig jaar gestopt toen Mexicaanse opdook: grote kans dat Mexicaanse nu het vaste virus wordt. We zullen hier slechter op reageren.

  • Minder mortaliteit: 6 oude fragmenten

  • 1-2 milj doden (niet zo veel meer dan gewoon)



1977: H1N1 (Russische)


  • Wss van varkens

  • Virus heeft nooit gecirculeerd, is niet doorgebroken

  • 1e gevallen bekend in New Jersey, 1976, waar enkele soldaten ziek werden. Veel heisa rond, heel de VS in spoed gevaccineerd. Vaccins worden echter gemaakt van kippeneieren, die toen minder gezuiverd waren: veel mensen kregen Guillain-Barré, zodat politici nu bang zijn voor massavaccinaties

  • Ontstaan? In ’76 was er plots veel meer onderzoek op H1N1: oude stalen ontvroren in Rusland, 1 staal ontsnapte. Gelukkig één uit ’50 ipv ’18!

Goed nieuws: als er nu een nieuw H1N1 zou opduiken, zouden we al wat weerstand hebben. 1 vaccin zou volstaan ipv 2.

2009: Mexicaanse

Belgische aanpak vd Mexicaanse griep

Slachtoffers


  • In Belgie vnl kinderen: creches, kleuterscholen…

  • 65+ beschermd door H1N1 als hun 1e virus

  • Kruisweerstand: goeie As uit 1910-1920

Latere hebben veel minder/amper As.

  • Vanaf augustus gerust dt dit geen epidemie zou worden met hoge mortaliteit, maar wss zelfs minder erg dan vorige jaren

  • Hospitalisaties vielen goed mee: vnl 0-4 jaar wegens lage drempel vr opname

  • 19 sterfgevallen: veel minder dan andere jaren, laag tov andere landen

  • Absenteisme werknemers: basaal 4%; amper gestegen (5% op piek)

Absenteisme scholen: net toen dit zou gaan kunnen stijgen, kwam de herstvakantie. Erna volledig weg

  • Opvolgen: oa via Google Flu trent  registreerde hits zoekend naar griep en bouwde die om tot epidemiologische gegevens. De curve leek goed op voorspellingen van het WIV (wetenschappelijk instituut vr volksgezondheid), maar waren up-to-date ipv met 1-2 weken achterstand



Communicatie:


  • Heel belangrijk, loopt nooit foutloos

    • www.influenza.be

    • info@influenza.be

    • Gratis nummer met standaard antwoorden die elke dag veranderden

    • Flyers

    • Klassieke media: werkte goed in Belgie (elders was pers contra alles; zendtijd kopen is schrikkelijk duur), vnl zolang er nieuws is. Daarna worden er gewoon verhalen gezocht.

  • Drie pieken callcenter: bij 1e ziek, 1e dode, start vaccinaties

  • Vragen vd dag werden genoteerd en in interviews gesmokkeld om iedereen in te lichten. Daarna doken steeds andere vragen op. (bv kan ik nr Mexico?  hoe krijg ik geld terug?  …). Soms is het de pers die de vragen oproept



Aanpak


  • Benoemen griepcommisaris vr het hele land om te zorgen dat buiten de politiek om alles overal hetzelfde verloopt

  • Plannen voor pandemie als sinds 2004-2005 op maat van H5N1 (vogelgriep: enkel besmettelijk via rechtstreeks contact met dieren, maar dan 50% mortaliteit)

  • Dit was opgesteld voor een zeer ernstige pandemie, dus werd meteen veranderd toen het minder erg bleek (tegen zin van politici, anders dan in andere landen)

  • Betrekking energiesector, tele-communicatie, finaciele sector, transport & distributie, levensmiddelen & water, veiligheid, medische sector, gemeenten (?)

  • Crisisorganisatie 1e lijn: nationale crisiscel (ministers binnenlandse zaken & volksgezondheid, interministerieel commissariaat influenza), 10 provinciale crisiscellen (gouverneur, federale gezondheidsinspecteur), gemeentelijk zorgmeldpunt (burgemeester, HA, vrijwilligers)

  • Zorgmeldpunt: lokaal callcenter, consultatie, thuiszorg, lokaal datacentrum

  • Maatregelen influenzapandemie:

    • Hygiene (handen wassen, maskers)

    • Social distancing (kinderen zijn besmettingsbronnen, wegblijven van school/werk als ziek, evt scholen sluiten

    • Vaccinatie

    • Antivirale middelen (neuraminidase inhibitors bv tamiflu 5d 2x75mg/d, evt nausea of braken als nevenwerking, 74% bescherming; bv relenza 67% bescherming. Bescherming in families dr ziek lid te behandelen is 72%)

  • “Handen Wassen” = het codewoord in België

Helpt ook vr andere ziekten. Deze methode werkte enkel omdat het basisreproductiegetal vd Mexicaanse heel laag is nl 1.5 (vs windpokken: 15, met handen wassen kom je er niet). Dit werkt om het basisreproductiegetal terug te brengen naar 1.3.

Bovendien zorgt campagne voor een beetje schrik en dus voorzichtigheid



  • Maskers:

Op voorhand 6 milj professionele (FFP2) en 32 milj chirugische gekocht (stock nodig want tijdens epidemie niet te krijgen). Kunnen jaren bewaard worden. Belgen waren slim genoeg om ze enkel te dragen als ze ziek waren; professionele zijn niet gebruikt, want zijn te oncomfortabel voor artsen om te gebruiken als de nood er niet echt is.

    • Papieren masker: filter maar tot 5 micron, enkel handig voor verkouden horecapersoneel

    • Chirurgisch masker: beschermt tot 4 micron (bv influenza). Wel geregeld vervangen

    • N-95: filter tot 0.3micron via statische elektriciteit

  • Massamanifestaties werden niet verboden: dit staat in elk pandemieplan, maar dit was toch niet erger dan de gewone griep. Ook ministers werd op het hart gedrukt om geen scholen te sluiten (wel zo in Frankrijk: open-dicht-open-dicht-… )

  • Zou wel allemaal gebeurd zijn als het ernstiger was

  • Businesscontinuiteitsplannen:

Vakbonden meteen betrokken (woest als eerst met wergevers gepraat), zo ook info in grote ledenbladen. Voorbereiding was vnl belangrijk in kleine en middelgrote bedrijven, bij grotere moesten we eerder afremmen (cf 12w met max 1/3 werknemers die 1w ziek zijn = pandemie. Vs 8w met alle werknemers die 2w weg zijn = vakantie). Aanpak zoals bij problemen tijdens de vakantie.


  1. Elk brandje blussen, containment (goed gelukt):

    • Weinig verbindingen met Mexico. Reizigers werden onderschept en ingelicht

    • Wagentjes klaar om medicatie en uitleg aan huis te brengen bij patienten

    • Contacten van patienten checken en medicatie leveren

  • Nooit eerder gedaan, maar werkt in een klein land. Epidemie verliep hierdoor zeer gecontroleerd tot half juli (elders al epidemies in de lente)

  1. Epidemie half juli:

    1. Te veel haarden (met contactpersonen) om nog te leveren

    2. Massa’s Britten op Werchter (grote epidemie in GB)

    3. Thuiskomst eerste reizigers

  • Afgestapt van containment, aanpak risicogroepen. Deze ommekeer gebeurde op één dag (elders veel langer): veel beperkter gebruik anti-virale middelen

  1. Oktober/herfstvakantie:

Tot hiertoe steeg de incidentie traag, vanaf hier veel sterker. Vaccinatie van risicogroepen werd gestart in de vakantie. Erna verdween het virus uit de scholen, waren er amper nog hospitalisaties en nog één sterfgeval. Daarna verdween het virus (hoewel elders gewaarschuwd vr 2e golf)

Vaccinatiecampagne:
Jaarlijks trivalent griepvaccin tege H1N1, H3N2, B. Beschermt 6-12 maanden, nuttig van oktober tot april. Vaccinatiegraad verschilt lokaal, Vlaanderen piekt duidelijk hoogst, vnl in het Oosten. Daalt scherp bij manne als ze weduwnaar worden

Daling doden van pneumonie en influenza in Japan na vaccinatie kinderen (om ouderen te beschermen), stijgt weer scherp na stop vaccinatie. Vaccinatie gezondheidsmedewerkers beschermt ouderen.
Belgisch vaccin:

  • Nieuw vaccin nodig: later geproduceerd dan andere jaren, wedloop tegen de tijd om het tegen de piek bij iedereen te krijgen

  • Berlangrijk: vaccin voorzien voor iedereen

= voorzorgsprincipe. Overheid moet als h uisvader over de bevolking waken (cf brandverzekering: noodzakelijk, kost geld, niet per se winst). Als de epidemie erger was geworden, was het niet uit te leggen gewest waarom er geen vaccins waren gekocht

  • 12.6 milj vaccins gekocht

  • Maar 1 vaccin/inwoner (anders dan andere landen)

  • Buitenland: voor nieuwe virus zijn twee vaccins nodig

  • Belgie: deel vd bevolking heeft dit al gezien bij Spaanse of Hong Kong griep. Bovendie is de griep al via varkens geweest. 1 vaccin met een goed adjuvans zal wss wel volstaan. (veel bespaard, wel woede v andere landen)

Berekende gok: als 2 nodig bleken, hadden we er genoeg om dit te doen bij risicogroepen. Toen resultaten binnenkwamen, bleken die beter dan gewoon griepvaccin en schakelden andere landen ook over op 1 dosis.

  • Gekozen voor een Belgische firma

    • Belastingen komen zo terug naar Belgische staat

    • Zekerheid dat we product zouden hebben (bv Franse firma zou niet geleverd hebben zodra Frankrijk vaccins tekort kwam)

  • Multidosis vaccin: 10/potje

    • Nadelen: contaminatierisico, extra optrekken ipv prikklare spuit, na 24u ongebruikte weggoeien

    • Voordeel: uiteindelijk goedkoper in massaverpakking bij vaccinatiecampagnes op vaccinatiemomenten

  • Vaccin + adjuvans:

Bewaartijd Ag is biochemisch 3 jaar, maar na 1.5-2 jaar is het virus te ver geëvolueerd dus nieuw vaccin nodig. Adjuvans is 7 jaar houdbaar en is 6x duurder. Het kan nu apart bewaard worden voor de volgende vaccinatiecampagne.

  • Overschot na campagne:

    • Deel gebruikt

    • 10% weggegeven aan Oost-Europa, Azie via WHO

    • 1/3 bestelling geannuleerd

    • Korting op wat na januari geleverd werd

    • Overschot houden we: Ag na een jaar weggegoid, adjuvans binnen 5 jaar


Organisatie:

  • Plan: zelfde werkwijze als op een stemdag (bekend bij de mensen): zelfde plaats, zelfde bijzitters…  logistieke nachtmerrie, maar doenbaar, zeker in Belgie

Artsen eisten echter vaccinatie in eigen praktijk ipv in massacampagnes vr €66/u (argumenten: enkel risicogroepen, kenden hun patienten, konden hen thuis oproepen)

Uiteindelijk idd gebeurd via huisartsen, werd heel goed georganiseeerd (soms ook samenwerking tss artsen of zelfs gemeenten)



  • Bij koninklijk besluit gezegd dat identifictienummers van vaccins moeten worden genoteerd voor het geval er problemen waren: 80% gebeurd in Vlaanderen, 10-15% in Wallonië.

  • 1e vaccins naar ziekenhuispersoneel

2e vaccins naar huisartsen (bleek nodig als leermoment: foute dosissen)

3e vaccins vr grote campagne op 7/11 (geprikt op 27/10 toen alles in orde was (toch geruchten van artsensyndicaat dat dit niet gehaald zou worden))



Piekdag op 11/11 (laatste dag herfstvakantie)

  • Zo’n 15% bevolking viel in risicogroep. In Vlaanderen werd tussen 6.6% en 13.1% gevaccineerd, in Wallonië 0.7-6.5%

  • Waarom niet iedereen vaccineren?

    • Minder kans op nevenwerkingen

    • €22/vaccinatie

  • Belgie: zorg ervoor dat er loopholes zijn, zodat wie echt wil toch kan worden gevaccineerd.

Cf tramelant voetballers: geeft artsen reden om gewone patienten te kunnen weigeren en stimuleert iedereen dat t een superveilig vaccin is als spelers er zelfs voor frauderen

HIV



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina