Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw



Dovnload 366.91 Kb.
Pagina12/14
Datum20.08.2016
Grootte366.91 Kb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

Bijlage 3: Stuurgroep, samenstelling en verslagen

Samenstelling stuurgroep project ‘Activeren naar werk’:


Griet Deceuster (Kabinet Werkgelegenheid, minister Vandenbroucke)

Ann Verboven (VDAB)

Bea Van Robaeys (OASeS)

Gert Truyens (ACLVB)

Michiel Vandevoorde (Administratie Werkgelegenheid)

Hugo Verdurmen (Strategisch Plan Geletterdheid)

Jean-Marie Debaene (ABVV)

Jan De Cleir (ACV)

Jan Vranken (UA)

Kris Dehamers (VVSG)

Robrecht Bothuyne (Unizo)

Sonja Teughels (Voka)

Sophia Hoornaert (Minderhedenforum)
Verslagen:


Verslag Stuurgroep Activering van mensen in armoede naar werk

17 januari 2007




Aanwezigen: Griet De Ceuster (Kabinet Vandenbroucke), Hugo Verdurmen (Strategisch Plan Geletterdheid), Michiel Vandevoorde (Administratie Werkgelegenheid), Bea Van Robaeys (Oases - UA), Ann Verboven (VDAB), Sophia Hoornaert (Minderhedenforum), Robrecht Bothuyne (UNIZO), Jan De Cleir (ACV), Kris Dehamers (VVSG), Frederic Vanhauwaert (Vlaams Netwerk), Hans De Greve (Vlaams Netwerk)
Verontschuldigd: Jan Vrancken (Oases – UA), Jean-Marie Debaene (ABVV), Veerle Vermeulen en Hugo Engelen (Veranderd van functie – We nemen opnieuw contact op met VOKA en ACLVB.)


  1. Inleiding:

Griet Deceuster motiveert kort het uitschrijven van dit project.



Tijdens de consultatierondes in het kader van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAP) werd men door mensen in armoede geconfronteerd met de vaststelling dat er nog steeds een grote kloof heerst tussen de leefwereld van mensen in armoede en de wereld van de Arbeidsmarkt (o.a. VDAB, RVA, etc). Er blijken bepaalde spanningsvelden te bestaan tussen deze werelden.
Het doel van dit project is de beleidsmakers te informeren over de knelpunten en grote vallen die mensen in armoede ervaren binnen de bestaande activeringspraktijk. Het project richt zich daarbij ook op het tonen van good practices en wil uiteindelijk komen tot suggesties voor oplossingen en verbeteringen.
We richten ons expliciet op generatiearmen én op mensen van allochtone oorsprong die in armoede leven.


  1. Bespreking projectvoorstel:




    • Het is noodzakelijk een semi-gestructureerde methode van interviewen te gebruiken. De keuze voor chronologische interviews houdt in dat steeds doorgevraagd moet worden naar feiten, perceptie en belemmeringen.

    • Neem kort de doelstellingen van het project op in het projectvoorstel. Uit het projectvoorstel moet ook blijken dat het om een beleidsvoorbereidend project gaat.

    • Neem ook de partners in het kader van de VDAB-tendering op in het lijstje bronnen.

    • Heb er aandacht voor een variatie aan OCMW’s te betrekken en niet enkel het OCMW van Antwerpen. Zorg voor een mix tussen OCMW’s uit stedelijke en landelijke gebieden. Er is reeds contact met het OCMW van Mol, we nemen deze opmerking verder mee.

    • Michiel Vandevoorde zal ons het materiaal in verband met activering uit de diversiteitsplannen bezorgen zodat we dat kunnen meenemen in het project.

    • Betrek ook de vakbonden bij het onderzoek. Zij weten vaak zeer goed waar drempels en knelpunten liggen in verband met arbeidsvoorwaarden.

    • Zorg dat je over de muren heen kijkt. Het steunpunt ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting is een belangrijke bron om mee te nemen. De Brusselse Welzijnsraad (BWR) moet in dit verband ook meegenomen worden.

    • EFREM mee betrekken bij het onderzoek. Zij hebben veel ervaring met faillissementen van zelfstandigen.

    • Peil bij OCMW’s niet enkel naar de ervaringen in verband met Artikel 60. De dienst schuldbemiddeling van het OCMW heeft ook een goed zicht op de problemen van mensen in armoede in dit verband.

    • We nemen het adres van vzw Polygon op in het projectvoorstel (Locatie Forumvergadering)

    • Het is belangrijk de verenigingen waar armen het woord nemen te betrekken bij de analyse van de resultaten. De verenigingen worden bij de analyse betrokken via de overleggroep ‘Werk’ van het Vlaams Netwerk en op de forumvergadering van 17 april 2007.

    • Het eindproduct van het project moet een beleidsvoorbereidende inspiratienota worden die ook verspreid wordt onder de verschillende actoren.

    • Het project wordt als volgt ingepast in de andere overlegfora rond tewerkstelling:

      • Informeel Vertikaal Overleg Armoede rond Tewerkstelling: er wordt telkens een stand van zaken van het project gegeven en de resultaten worden besproken.

      • We rapporteren aan de werkgroep arbeidsmarktbeleid van de SERV. We leggen voor het einde van het project de resultaten voor aan de werkgroep arbeidsmarktbeleid.

    • Hugo Verdurmen, projectleider van het Strategisch Plan Geletterdheid uit dit project zaken meenemen die ook interessant kunnen zijn voor het onderwijs. Ook daar bestaat er een kloof met de leefwereld van mensen in armoede.

    • Is het de bedoeling ook concrete oplossingen te formuleren? Ja dat wel, maar we moeten hierin realistisch blijven. Het is in elk geval de bedoeling een aantal nieuwe zaken naar voor te brengen.

    • Neem ook de evaluatie van de jeugdwerkloosheidplannen mee. Neem hiervoor best Oostende als voorbeeld.

    • Betrek ook de uitzendsector en hun rol in het verhaal. Neem daarom ook Instant A mee in het verhaal. Zij hebben daarnaast een goed zicht op de problematiek van allochtonen. Bovendien komen er goede reacties op Instant A uit de verenigingen waar armen het woord nemen.

    • We leggen op de volgende bijeenkomst van de stuurgroep de resultaten al een eerste maal voor ter analyse. De uitkomst hiervan zal een belangrijke input zijn voor de forumvergadering van 17 april 2007.




  1. Forumvergadering

Vlaams Netwerk stelt kort het doel en opzet van de forumvergadering voor.

Het doel van de forumvergadering is een tussentijdse rapportage te geven van de resultaten, een eerste analyse uit te voeren met een breed spectrum aan actoren en om een dialoog op gang te brengen tussen mensen in armoede en actoren uit de sector van de tewerkstelling.

In de voormiddag wordt er een voorstelling gegeven van de voorlopige resultaten. De namiddag is gereserveerd voor de analyse in dialooggroepen.


De opzet van de forumvergadering wordt mee voorbereid op de stuurgroep van 30 maart.



  1. Volgende Stuurgroep

De volgende stuurgroep vindt plaats op 30 maart 2007 om 10u30 op het kabinet van minister Vandenbroucke (Koning Albert-II laan 15, Brussel)


Voorlopige agendapunten:

  • Stand van zaken

  • Voorstelling en analyse eerste resultaten

  • Forumvergadering van 17 april


Verslag Stuurgroep van het project

'Activering naar werk van mensen in armoede'

30 maart 2007

Aanwezigen: Griet De Ceuster (Kabinet Vandenbroucke), , Michiel Vandevoorde (Administratie Werkgelegenheid), Ann Verboven (VDAB), Sophia Hoornaert (Minderhedenforum), , Gert Truyens (ACLVB), Jan De Cleir (ACV), Kris Dehamers (VVSG), Jean-Marie Debaene (ABVV), Frederic Vanhauwaert (Vlaams Netwerk), Elke Vandermeerschen (Vlaams Netwerk)
Verontschuldigd: Bea Van Robaeys (Oases – UA), Hugo Verdurmen (Strategisch Plan Geletterdheid), Robrecht Bothuyne (UNIZO)
1.Stand van zaken van het project.
Elke Vandermeerschen geeft een overzicht van de eerste fase, de interviews en de verzamelde data.
2.Bespreking mogelijke pistes.
Op basis van een eerste analyse van de verzamelde data stelden we een aantal voorstellen, mogelijke pistes op, om het activeren van mensen in armoede minder moeilijk te doen verlopen. Hierover kwamen de volgende opmerkingen, vragen en suggesties:
-opletten voor een te éénzijdige benadering, niet enkel vertrekken vanuit mensen die bekend zijn met armoedeproblematiek

(we nemen ook de bevindingen uit het vormingsproject ‘Armoede in zicht’ waar vorming gegeven aan VDAB consulenten)


-de groep ‘mensen in armoede’ is groot en heel divers, een aantal zaken moeten afgebakend worden, over welke mensen in armoede hebben we het hier

(we besteden zeker aandacht aan ‘gekleurde armoede’, de specifieke moeilijkheden die nieuwkomers ondervinden vallen hierbuiten)


-het kan zinvol zijn de hefbomen en de valkuilen te expliciteren en beide afzonderlijk te vermelden, dit oa. om ook te focussen op ‘good practices’
-Bij ‘vallen en opstaan, tegenslagen, mislukkingen’ aandacht besteden aan hoe mensen versterkt kunnen worden, nazorg
-suggesties voor nieuwe interviews:

-regionale spreiding, ook Oost Vlaanderen

-andere diensten waar de betrokkenheid of expertise minder sterk of onbestaande is, oa. regulier interimkantoor

-de vakbonden zijn nog ondervertegenwoordigd, suggestie: iemand van kopa en/of vokans

(ter aanvulling: interview gepland met iemand van Unizo Sint Niklaas, er is ondertussen een afspraak met iemand van de personeelsdienst van Volkswagen, het interview met Karl Maeckelberghe bijblijfconsulent ACV vond reeds plaats, er is contact opgenomen met de Werklozenwerking van ABVV Antwerpen, we wachten nog op respons)

-er moet opgepast worden dat afzonderlijke maatregelen voor mensen in armoede niet stigmatiserend zijn.


3.’Forumdag Activering’.
Elke Vandermeerschen stelt Forumvergadering van 17 april voor, waarop de voorlopige resultaten besproken worden met de verenigingen en verschillende andere ‘stakeholders’.
4.Volgende Stuurgroep
-de eerstvolgende stuurgroep gaat door op maandag 7 mei, om 9.00u

-de laatste bijsturingen gebeuren op de stuurgroep van 20 juni, om 14.00u

Verslag Stuurgroep van het project - 'Activering naar werk van mensen in armoede'

7 mei 2007



Aanwezigen: Griet De Ceuster (Kabinet Vandenbroucke), , Michiel Vandevoorde (Administratie Werkgelegenheid), Sophia Hoornaert (Minderhedenforum), , Ellen Van Hertbruggen (ACLVB), Jan De Cleir (ACV), Frederic Vanhauwaert (Vlaams Netwerk), Elke Vandermeerschen (Vlaams Netwerk)
Verontschuldigd: Bea Van Robaeys (Oases – UA), Hugo Verdurmen (Strategisch Plan Geletterdheid),
1. Stand van zaken van het project.
Elke Vandermeerschen geeft een overzicht van de interviews afgenomen sedert vorige stuurgroep, en de opvallendste of nieuwe opmerkingen daarbij verzameld.
Interview 50 jarige Marokkaanse (langdurig) werkzoekende:


  • extreem gemotiveerd

  • ervaring met de VDAB: wachten wachten wachten

  • weinig kennis van het Nederlands: meent dat daar een te hoge drempel van gemaakt wordt, was immers 12 jaar in zelfde bedrijf tewerkgesteld, nu blijkt iedereen daar een probleem van te maken

Volgt al jaren Nederlandse les, maar gaat zeer moeizaam vooruit, oa. door laaggeletterdheid

  • komt niet in aanmerking voor een aantal jobs voor langdurig werklozen, doordat hij jaarlijks wel seizoensarbeid uitvoert

Interview 20 jarige Marokkaanse werkzoekende:




  • nu erg gemotiveerd (in tegenstelling tot vroeger, wil nu alleen gaan wonen)

  • heeft strafblad, geen diploma en weinig ervaring

  • wil in eerste instantie geen opleiding volgen, enkel betaald werk verrichten

  • na doorpraten wel eventueel als het kort of betaald is, en de tewerkstellingskans daarna groot is

  • Vertrouwde medewerker van Samenlevingsopbouw Antwerpen bij het gesprek aanwezig neemt hem bij de hand, resultaat: hij is nu toch ingeschreven voor een opleiding

  • hij is geschorst door RVA, opmerkelijk: verwacht en wenst toch intensieve begeleiding van de VDAB

Interview consulent Jobkanaal




  • opvallend weinig kennis over armoedeproblematiek

  • idee leeft: wie vandaag wil werken, heeft werk

  • is wel gevoelig voor werkloosheidsval

  • staat open voor vorming, experimenten, samenwerking,…

  • belang van conjunctuur niet te onderschatten: zodra die verandert zal zijn job terug veel moeilijker worden

  • subsidies, extra voordelen om ‘moeilijke doelgroepen’ aan te werven volgens hem voor bedrijven niet doorslaggevend: ‘Geef me iemand die goed werkt en die blijft’.

Interview directeur Efrem (organisatie die ondersteuning en begeleiding biedt aan zelfstandigen in moeilijkheden en gefailleerde zelfstandigen)




  • zelfstandigen in moeilijkheden gaan vaak langer door met hun zaak omdat ze weinig alternatieven zien

  • er is weinig ondersteuning voor hen naar tewerkstelling toe

  • ze komen niet in aanmerking voor verschillende maatregelen, de hefbomen ontbreken

  • er is weinig expertise rond hun problematiek, Efrem is gevestigd in een klein dorpje in West Vlaanderen, als ze vraag krijgen uit andere provincies, kunnen ze geen gelijkaardige organisaties aanbevelen

  • er is nood aan vorming van OCMW, maatschappelijk assistenten

  • doordat zelfstandigen langer doordoen raken ze vaak in extreme armoede

Daarnaast nog een aantal opmerkingen, die gegeven werden in het kader van de evaluatie van het vormingsproject voor VDAB consulenten, een samenwerking tussen VN en VDAB.




  • VDAB consulenten komen veel in aanraking met mensen in armoede, toch is dat niet steeds even duidelijk. De vorming draagt bij tot herkenning hiervan

  • Door dialoog, confrontatie en gesprek gaan beide kanten elkaar beter begrijpen, waardoor er een betere verhouding (met meer kans op succes) kan tot stand komen. VDAB consulenten krijgen meer inzicht in uitsluitingsmechanismen, mensen in armoede krijgen meer kennis over de opdrachten en beperkingen van de consulenten.

  • De consulenten geven aan dat –hoewel ze inzicht hebben of verwerven in de armoedeproblematiek- ze zich beperkt voelen in tijd. Dit op dubbele wijze: zowel de tijd die ze hebben om met de werkzoekende door te brengen, om die op welke wijze ook verder te helpen, als de tijd die ze hebben om een traject te doorlopen, ze zijn gebonden aan streefcijfers die een bepaalde snelheid vragen.

  • Consulenten ervaren dat er weinig alternatieven zijn om mensen in armoede die niet klaar zijn voor de arbeidsmarkt toch te activeren

  • Mensen in armoede hebben heel weinig kennis van en inzicht in mogelijke interpretaties van de wetgeving. Niet alle informatie over alle mogelijkheden wordt gegeven en geduid. Daardoor voelen ze zich soms niet meester over eigen situatie, wat contraproductief is voor een duurzame activering.

Opmerkingen en suggesties hieromtrent:




  1. Omtrent zelfstandigen

Jan De Cleir: zelfstandig worden is ook een piste die kan bekeken worden, het kan ook een manier zijn om aan het werk te geraken, dat is ook een vorm van activering. Interessante voorbeelden daarvan zijn te vinden bij activiteiten coöperatieven.


Michiel Vandevoorde: Dat kan inderdaad misschien zo zijn, maar dat vergt tocht wel een heel intensieve begeleiding, het risico dat mensen zo in serieuze problemen geraken is enorm groot. Interessant in dit kader is om te kijken naar NFTE, Lina Bondu kan daar meer over vertellen.
Jan De Cleir: er zijn ook gelijkaardige projecten met allochtonen, projecten van Unizo, Rainbow Economie, … het kan interessant zijn deze zaken te bekijken.
Sophia Hoornaert: ook activa +, mensen die willen stoppen en hun onderneming wensen over te laten aan bijvoorbeeld allochtonen.


  1. Omtrent VDAB consulenten

Jan De Cleir: Het zou zinvol zijn om instrumenten verder te ontwikkelen en verspreiden die door de VDAB hanteerbaar zijn, voorbeeld brochures, stickers met ’10 punten’, ook om doorverwijzing makkelijker en gerichter te doen verlopen. Er is honger naar meer info.

Er moet ook rekening mee gehouden worden dat de consulent ook niet alles kan oplossen, dat moet ook aanvaard worden.
Michiel Vandevoorde: het drama is inderdaad dat er geen alternatieven zijn. Als de sociale economie voor een aantal mensen geen opstap meer kan zijn, dan scheelt er iets
Sophia Hoornaert: naar begeleiding toe zijn er inderdaad weinig alternatieven. Wij zien dat een aantal zaken niet kunnen binnen het kader van VDAB. Dat zien we bij onze activeringsconsulenten, zij vormen een zinvolle aanvulling op de activering van de VDAB. Mensen hebben nood aan iemand die op de hoogte is van de verschillende mogelijkheden, en die ook aanreikt, samen bespreekt.
Jan De Cleir: wat ontbreekt en ook weinig aanwezig was is de speech van de minister, is de verantwoordelijkheid van de werkgever. Je blijft op het einde van de rit altijd op een muur botsen. Werkgevers hebben ook hun verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld om opleiding binnen de onderneming te organiseren. Als de werkgevers hun verantwoordelijkheid niet opnemen, blijft perspectief vaak onbestaande. Dan kan je nog vorming en begeleiding organiseren, maar op het einde bots je telkens op die muur. We zien dat zelfs al worden er subsidies gegeven, werkgevers nog weigeren om iemand met een (arbeids)handicap aan te nemen. De lokale diensteneconomie kan werken maar dat is ook beperkt.
Michiel Vandevoorde: er is ook een groot verschil tussen bepaalde groepen. Voor sommigen wil men eventueel inderdaad wel een inspanning doen, maar er zal altijd een harde kern blijven die niet ‘klaargestoomd’ kan worden, die geen enkele werkgever zal willen aannemen. De vraag is, wat doen we voor die groep ?
Frederic Vanhauwaert: het gevaar blijft dat als we maatregelen voor een welbepaalde groep instellen, dat een sterk stigmatiserend effect kan hebben.
2. Bespreking Forumdag
Over het algemeen is iedereen tevreden over de Forumdag: de opkomst was zeer goed, zowel in aantal als in diversiteit. (Ongeveer 125 mensen uit de vereniging, en mensen van onder andere VDAB, OCMW, ACV, ACLVB, De Link, HIVA, kabinet Vervotte, Efrem, CGK,…)

Er was veel dialoog, en interessante ontmoetingen, die een aantal vooroordelen ontkrachtten.



De aanwezigheid van minister Vandenbroucke was voor veel mensen hartverwarmend. Een aantal mensen (die bijvoorbeeld full time als vrijwilliger bij een vereniging werken) waren een beetje aangedaan door het idee dat zij ‘geactiveerd moeten worden’, en vroegen dit ook mee te geven.
Het verslag met drempels en suggesties voor oplossingen die ter sprake kwamen (zie nogmaals in bijlage) werd op de stuurgroep besproken. Volgende opmerkingen werden gegeven:
Sophia Hoornaert: het zou interessant kunnen zijn om de drempels voor de mensen zelf, en de drempels en moeilijkheden die er voor VDAB en werkgevers zijn, apart te formuleren.
Sophia Hoornaert: VDAB zal ook eens moeten aanvaarden dat ze verlengde arm zijn van RVA, en dat ze daardoor ook niet enkel als schorsingsmachine bekeken worden, maar dat ook voor een stuk zijn daardoor. Het is niet enkel beeldvorming. Trajectbegeleiding met een vrijblijvender karakter kan daarom niet binnen de VDAB gebeuren, maar moet in een context waar activering niet zo dwingend is. Dat zien we bij onze activeringsconsulenten. We hadden onder andere gesprekken met mensen van de VDAB van Oostende, om te peilen naar de oorzaken van het succes van het jongerenbanenplan daar. Zij zweren bij het dwingend karakter. Onze consulenten werken wel samen met de VDAB maar hebben toch meer vrijheid, bijvoorbeeld of ze al dan niet doorgeven dat iemand niet op een afspraak was,…
Jan De Cleir: er moet een positiever beeldvorming zijn rond de VDAB. Uiteindelijk geraak je anders in een vicieuze cirkel: iemand bekijkt VDAB als schorsingsmachine, gaat tegen zijn zin daar naartoe, werkt weinig mee, dit wordt opgemerkt bij de VDAB,… We moeten beseffen dat veel mensen van VDAB ook doen wat binnen hun mogelijkheden ligt, maar dat zij op dezelfde muur stoten, als ze dan de ideale job niet aanbieden, ligt dat niet aan hen.
Michiel Vandevoorde: mensen hebben ook vaak foute verwachtingen. Bijvoorbeeld: ik wil wel gaan werken maar ik wil minstens x netto verdienen. Het is belangrijk om trajecten op te bouwen met een duidelijk haalbaar einddoel, maar de verantwoordelijkheid van de mensen moet ook in het traject gebracht worden. Als er aan het eind van het traject ‘niets’ is, dan heeft VDAB het weer gedaan.
Griet Deceuster: de minister heeft nogmaals gezegd dat hij uitkijkt naar het rapport. We verwachten toch verschillende sporen waarbij valkuilen en hefbomen duidelijk gemaakt worden. VDAB speelt daar een rol in, niet de enige. Als we het stapsgewijs bekijken van aangesproken worden tot werk, wordt daarbij ook de rol van de werkgevers onder de loep genomen.
Jan De Cleir: We moeten meer aandacht besteden aan de plichten van de werkgevers. Als we kijken naar de diversiteitplannen zien we nog steeds enerzijds ‘ongekend is onbemind’, of ‘met die mensen heb je teveel miserie’.
Griet Deceuster: allereerst moeten ook de functievereisten, de voorwaarden bekeken worden, die zijn vaak veel te hoog.
Michiel Vandevoorde: We moeten ook kijken wat er wel al gebeurd. We financieren mensen bij werkgeversfederatie. Er is de discussie rond quota’s. We hebben vooral Jobkanaal de opdracht gegeven te kijken naar de vacatures, de lat lager te leggen.
Griet Deceuster: hetzelfde geldt voor tewerkstellingspremies, daar rond is ook discussie geweest. Je haalt daarmee het risico in het hoofd van de werkgevers weg, bijvoorbeeld rendementsverlies bij oudere werknemers. Maar als je dat doet bij allochtonen, ga je dan een risico in hun hoofd steken ?

In de Nederlandse variant van de VDAB zijn er vacatureconsulenten die getraind zijn op discriminatoir gedrag, en die meldingsplicht hebben. Dit is bij ons nog niet mogelijk. Het gaat ook om een pedagogisch proces




  1. Bespreking van de volgende fase van het project: verdere verwerking van de gegevens en schrijven van het eindrapport.

Er wordt afgesproken dat de volgende zaken in functie van het eindrapport verder worden uitgewerkt:




  1. Traject

Methodisch uitwerken hoe moet een aangepast traject eruit zien. Vertrekkend van de reguliere zaken, wat is er vandaag, lacunes invullen. Dit moet zo opgesteld worden dat het tijdelijk exclusief kan, maar daarna ook ingepast kan worden.


Michiel Vandevoorde: Er moet ook gespecificeerd worden voor wie dat ‘ideaaltraject’ geldt, bijvoorbeeld waar zet je de gefailleerde zelfstandigen.

Sophia Hoornaert: er moet ruimte zijn voor andere begeleiders dan VDAB.

Griet Deceuster: Geraamte moet VDAB zijn, kan partnerschap aangaan.

Jan De Cleir: we moeten oppassen voor stigma, en dan is er nog de complexe vraag: ‘Wie zijn mensen in armoede ?’

Griet Deceuster: we hebben het niet over aparte, maar aangepaste trajecten, afhankelijk van de blinde vlekken. Eerst bijkomende modules om te kunnen aanhaken, maar beperkt in Tijd en Ruimte. Om dit uit te werken kan in het rapport best met twee kolommen gewerkt worden: een kolom voor het ideaal model, en een tweede kolom hoe het traject er nu uitziet, wat er al is, zodat de lacunes zichtbaar worden, en ook duidelijk voorgesteld wordt hoe de zaken van het ‘ideaal model’ uiteindelijk in het bestaande traject ingepast kunnen worden. De lacunes kunnen eventueel via ESF middelen ingevuld worden, zodat we dichter bij het ideaal model komen.


  1. Verantwoordelijkheid werkgevers

Een tweede piste waarop verder gewerkt wordt, is ‘hoe kunnen we de werkgevers op hun verantwoordelijkheden wijzen, zorgen dat ze die opnemen ?’ Het activeren van de werkgever.




  1. Vorming

Een derde luik waarop verder gewerkt wordt is vorming. Dit moet veel breder gezien worden dan vorming aan VDAB consulenten. De evolutie van interculturele communicatie kan inspirerend zijn. We moeten hierbij denken aan werving en selectie, HRM, (Vlerick), eerstelijns leidinggevenden, … Kijk ook naar de krachtlijnnota diversiteit, de masterclass voor alle intermediairen binnen OVA.




  1. Volgende stuurgroep




  • er kan verder eerst via mail gecommuniceerd worden

  • ook worden alle stuurgroepleden uitgenodigd om alsnog via mail suggesties, opmerkingen, aanvullingen… bij de resultaten van de forumdag te geven

  • de laatste bijsturingen gebeuren op de stuurgroep van 20 juni, om 14.00u




1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina