Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw



Dovnload 366.91 Kb.
Pagina3/14
Datum20.08.2016
Grootte366.91 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

1.2. ‘Activeren en geactiveerd worden’: de eerste contacten



Valkuilen:

  • Gebrek aan 'kunnen' wordt aanzien als gebrek aan motivatie

  • Misverstanden veroorzaakt door weinig wederzijdse kennis en laaggeletterdheid


Hefbomen:

  • Degelijke screening, kennis over armoedeproblematiek

  • Samen duidelijke afspraken maken omtrent communicatie(vorm)

  • Hanteren van een uitnodigende, duidelijke stijl in communicatie en afspraken

Zowel bij persoonlijke relaties als bij andere is het eerste contact vaak enorm bepalend voor de verdere relatie, en het welslagen en bereiken van de doelstellingen waarop die relatie gericht is. Dit gaat niet in het minst op voor het eerste contact tussen een werkzoekende in armoede en een instantie die tracht te begeleiden naar tewerkstelling.

Vaak loopt het bij een eerste contact met de VDAB of een andere instantie, gericht op activering of arbeidsbemiddeling al fout, en dit omwille van diverse valkuilen.
Een belangrijke valkuil die we vaak tegenkwamen is het aanvoelen van de werkzoekende 'niet te kunnen werken', en het aanvoelen van de activeringsconsulent dat de werkzoekende een gebrek aan motivatie vertoont. Mensen geven aan dat het 'willen werken' afhankelijk is van het 'kunnen werken'.


1.2.1. Communicatie

Dit komt reeds bij een ‘eerste contact’ met de VDAB (of andere activeringsconsulent) vaak tot uiting. In het kader van de ‘sluitende aanpak’ worden mensen in armoede (zowel ouderen, jongeren, allochtoon, autochtoon) uitgenodigd voor een eerste gesprek.

Het gebeurt dat de werkzoekende niet komt opdagen. Dit wordt dikwijls als ‘onwillig’ geïnterpreteerd. Achterliggende oorzaken hebben vaak te maken met dit ‘kunnen’, met het niet ontvangen of begrijpen van de informatie, en met angst.
Veel mensen in armoede (zowel allochtonen als autochtonen) zijn vandaag nog laaggeletterd. Als ze een uitnodiging van de VDAB per brief ontvangen, weten ze niet wat dat is, van wie, wat erin staat, wat ze geacht worden te doen… Vaak gaan ze op zoek naar iemand die hen de inhoud kan meedelen, maar niet zelden gaat daar wat tijd over, en is de datum van afspraak reeds voorbij. Dit gebeurt veelvuldig ook bij latere afspraken.
ACTIE 6: MENSEN DIE NIET REAGEREN OP EEN SCHRIFTELIJKE UITNODIGING, WORDEN TELEFONISCH GECONTACTEERD. HIERBIJ GELDT ENKEL EEN GESPREK (GEEN SMS OF BERICHT OP ANTWOORDAPPARAAT) ALS CONTACT. INDIEN DIT NIET LUKT, KAN ER EEN HUISBEZOEK WORDEN GEDAAN, OM EEN EERSTE VERKENNEND GESPREK TE VOEREN EN DE WERKZOEKENDE UIT TE NODIGEN.
ACTIE 7: SAMEN MET DE WERKZOEKENDE WORDT AFGESPROKEN WAT DE GESCHIKTE COMMUNICATIEVORM IS, DIE IN HET VERDERE CONTACT GEBRUIKT WORDT.
Een voorbeeld van ‘good practice’ in dit kader is één van de ervaringsdeskundigen van de VDAB die een aantal mensen in armoede begeleidt naar werk, en met hen de afspraak gemaakt heeft dat ze, indien ze haar willen bereiken even haar gsm laten rinkelen, zij belt hen dadelijk terug. Zo leidt het gebrek aan belwaarde niet tot misverstanden en gebrek aan communicatie.

De VDAB en de RVA moeten in hun communicatie en in de gevolgen die daaraan gegeven worden, meer rekening houden met laaggeletterdheid en de soms beperkte communicatiemogelijkheden van mensen in armoede. Daarenboven zou het niet mogen dat administratieve moeilijkheden of misverstanden tot transmissie of zelfs tot schorsing leiden.


In de interviews kwam het beeld van VDAB als schorsingsmachine vaak naar voor, en dit bleek enorm contraproductief voor een succesvolle activering. Dit heeft veel te maken met een noodzakelijk vertrouwen om stappen te durven zetten, wat verder nog uitvoeriger aan bod komt. Ook in de eerste contacten met de VDAB komt dit reeds tot uiting: de stijl van de uitnodigingsbrief schrikt veel mensen in armoede af7, waardoor ze zich eerder bedreigd dan uitgenodigd voelen, waardoor het beeld van de ‘bestraffingsmachine’ wordt bevestigd, en mensen eerder gaan vluchten, of weinig openheid zullen vertonen. Ook het ‘contract’ dat opgesteld wordt bij aanvang van een traject schrikt heel veel mensen af. Mensen in armoede hebben vaak heel slechte ervaringen met ‘contracten’: je tekent iets, (soms is de inhoud niet helemaal duidelijk) waardoor je achteraf in de problemen komt. ‘Er zijn altijd kleine lettertjes’. Het is van belang dat er samen positieve keuzes gemaakt worden. (Dit komt verder uitgebreid aan bod in 1.3)


1.2.2. De fabel van ‘willen is kunnen’

Als mensen wel komen opdagen voor een gesprek, geven ze soms de indruk weinig gemotiveerd te zijn. De motivatie of het gebrek eraan komt niet vanzelf, is niet zomaar een kwestie van wil of wilskracht van mensen in armoede maar is essentieel verbonden met de meervoudige gekwetstheid van armen, met 'de binnenkant van armoede', en met de dagelijkse problemen die mensen in armoede ervaren. Het is van belang dat bij het eerste contact aandacht besteed wordt aan het waarom van de geringe motivatie.


Ervaringsdeskundige : “het moet vanbinnen goed zitten, dan is dat mogelijk. Als je vanbinnen sterk genoeg bent, je goed voelt, dan kan je gaan werken, dan kan je beginnen te leven in plaats van te overleven.” (Uit werkgroep op de Forumdag Activering)
Ook in 'Bruggen over Woelig Water' wordt het belang van de welzijnscomponent duidelijk in beeld gebracht. In dat onderzoek wordt de vraag gesteld of (en hoe) het mogelijk is om uit de generatiearmoede te geraken. Trajectbegeleiding, opleiding of tewerkstelling kunnen volgens de onderzoekers meebepalende factoren zijn, maar zijn op zich niet voldoende. In hun bevindingen staat het noodzakelijk samengaan van instrumentele en expressieve vooruitgang centraal.

Onder de instrumentele vooruitgang worden zaken als onderwijs, inkomen, tewerkstelling,… verstaan, die vaak ook objectief meetbaar zijn. Met expressieve vooruitgang worden die zaken aangeduid die te maken hebben met (emotioneel) welzijn, het zich goed voelen, sterker worden, gezonder worden, uit isolement treden,… Afhankelijk van situatie en interpretatie kunnen een aantal zaken de éne keer als instrumentele componenten en de andere keer als expressieve componenten benoemd worden. (Bijvoorbeeld het volgen van onderwijs kan betekenen het versterken van positie op de arbeidsmarkt, maar eveneens het versterken van zelfwaarde.) Dit wordt duidelijk geïllustreerd in de schematische voorstelling van een aantal ‘good and bad practices’ in Hoofdstuk 7.


Onze geïnterviewden illustreren veelvuldig de noodzaak van het versterken van welzijn als prioritaire factor, dan pas kunnen instrumentele factoren ook effectief vooruitgang betekenen.
Ik ging vervolgens bij Vitamine W sollicitatietrainingen volgen, maar dat had op dat moment absoluut geen effect, het had geen betekenis voor mij, ik wist niet wat ik mij daarbij moest voorstellen.” (Uit interview van iemand uit een vereniging)
Aan deze welzijnscomponent kan wel gewerkt worden, mensen kunnen versterkt worden, en de mensen in armoede zijn daarvoor ook vragende partij. Eenvoudig is dit niet, dit vraagt enorm veel tijd en inzet van mensen en middelen. Tijd die er nu vaak onvoldoende is, zowel bij de begeleiding, de gesprekken met de mensen, als de globale tijd die nodig is om de diverse fases van een traject te doorlopen. De 'zo snel mogelijk op werk gerichte aanpak' is ons inziens vaak zeer zinvol en efficiënt voor een heleboel werkzoekenden, maar niet voor mensen met een complexe armoedeproblematiek. Een brede interpretatie van het begrip activering, waarbij een proces doorlopen wordt via een traject, op maat, aangepast aan tempo, verlangen en draagkracht van mensen in armoede, zal ons inziens op lange termijn ook grotere successen boeken. Dit wordt verder uitgewerkt in 1.3.
De verwevenheid van willen en kunnen, en de aanwezigheid van een armoedeproblematiek die hier aan de basis ligt, moet natuurlijk eerst gedetecteerd worden. De ‘knipperlichtenlijst’ die de VDAB nu hanteert, kan een bruikbaar instrument zijn, maar is op zich onvoldoende.

Een goede screening kan al bij het eerste contact beginnen, maar vaak is daar ook tijd en vertrouwen voor nodig om de screening juister, breder en dieper uit te voeren. Kennis van en inzicht in de complexe armoedemechanismen is daartoe onontbeerlijk. Momenteel loopt er al een samenwerkingsproject tussen het Vlaams Netwerk en de VDAB, waarbij vorming gegeven wordt aan consulenten. Het succes en bereik hiervan vragen om uitbreiding. Dit komt verder ter sprake in Hoofdstuk 3.


In dit verband is het niet onbelangrijk ook even aandacht te besteden aan de geestelijke gezondheidstoestand van mensen in armoede. Leven in armoede verhoogt de kwetsbaarheid voor depressies. Ook is het algemeen welbevinden van werknemers hoger dan van werklozen. Depressies verhinderen het vinden of behouden van een job. 8 Mensen in armoede die met geestelijke problemen te kampen hebben, zijn niet zomaar te ‘activeren naar werk’. Wel zinvol is het een aantal stappen in die richting te nemen, parallel met het werken aan de algemene welzijnstoestand. Stappen in de richting van werk kunnen in eerste instantie stappen in de richting van deelname aan het maatschappelijk leven zijn, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Voor mensen met een instellingsverleden geldt dit in extreme mate. Gedurende de tijd die ze in de instelling doorbrachten, hebben ze weinig competenties kunnen opbouwen en versterken. Integendeel, vaak zijn ze een aantal basiscompetenties verloren, moeten ze eerst terug leren zelfstandig te leven en te functioneren binnen deze samenleving. Een erg ruime interpretatie van activeren is dan ook aangewezen.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina