Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw



Dovnload 366.91 Kb.
Pagina7/14
Datum20.08.2016
Grootte366.91 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14

4.2. Rol van de overheid

De overheid heeft in het tegengaan van discriminatie een enorme rol in te spelen: ze moet niet enkel regelgeving hierrond ontwerpen, maar het respecteren daarvan ook afdwingen. Daarnaast is het van belang dat de overheid ondersteuning biedt aan alle initiatieven die diversiteit in de hand werken. Het allerbelangrijkste is de voorbeeldfunctie die de overheid heeft en actief dient te vervullen, door het aanwerven van kansengroepen, en het promoten van diversiteit.


ACTIE 31: DE OVERHEID LEGT ZICHZELF AMBITIEUZE QUOTA OP
Hierboven gaven we aan waar het vaak fout loopt bij de aanwerving van mensen in armoede. Gelukkig zijn er ook hele goede voorbeelden. Er zijn diverse prachtige initiatieven, die ook heel succesvol zijn. Vaak zijn dat initiatieven die spontaan, via eigen netwerken tot stand gekomen zijn. Voor een stuk hangt dit dikwijls af van het persoonlijk engagement van de werkgever, de bedrijfsleider… Het belang van netwerken, relaties, hierin is eveneens erg sterk. Dit zijn zaken die heel moeilijk door organisaties of door de overheid te beïnvloeden zijn: hoe stimuleer je de goodwill, engagement, betrokkenheid van een werkgever?
ACTIE 32: ER MOET WERK GEMAAKT WORDEN VAN DIALOOG EN NIEUWE SAMENWERKINGSVERBANDEN, NIEUWE NETWERKEN, ZOWEL LOKAAL ALS OP VLAAMS NIVEAU. ZOWEL DE VLAAMSE ALS LOKALE OVERHEDEN, WERKGEVERSORGANISATIES ALS VERENIGINGEN WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN, KUNNEN DAAR EEN ROL IN SPELEN.
Ik denk wel dat er interesse zou zijn voor vorming rond armoede. En inderdaad, ik weet dat er bij de werkgevers dat er enorm veel vraag is achter personeel. Dan is wat telt: kan hij de job aan, is het zinvol dat ik erin investeer. Dat is een harde realiteit, maar dat is zo.

Ik denk inderdaad dat Unizo daar ook mee aan tafel ook wil over zitten, dat Unizo dat ook interessant vindt. Natuurlijk een bedrijf is een bedrijf, die gaan niet alle kosten op zich nemen, dat is ook een stuk verantwoordelijkheid van de overheid.
Je kan bedrijfsleiders niet dwingen. Er zijn al zoveel wetten, met een paar goede advocaten zijn ze toch te omzeilen. Als men natuurlijk uitgesproken zaken kan aantonen, mensen die puur letterlijk omwille van racistische motieven niet aangenomen worden, dan moet je ervoor gaan, want dan heb je een hard bewijs. Je moet vooral de mentaliteit aanpakken. Je moet ook durven het financieel interessant te maken voor een bedrijf.
Een bedrijfsleider kijkt altijd over zijn muurtje naar de anderen. Ik denk dat je moet kunnen aantonen, vanuit de overheid, vanuit Unizo en vanuit de verschillende sociale partners, dat je moet kunnen een bedrijf aanwijzen waarvan je zegt: ‘Kijk, die doen dat, en die maken winst, veel winst’
Mensen die het tempo niet aankunnen, daar kan je nog altijd iets mee doen. Je hebt in een bedrijf altijd mensen nodig die iets zinvol kunnen doen. Maar dat tempo dat dan gecompenseerd wordt.” (Interview Nico Vockeryck, ondervoorzitter Unizo Antwerpen)

Hoofdstuk 5: Diverse armoede

‘Mensen in armoede’ is een ruime verzamelnaam, die verschillende groepen mensen in verschillende situaties kan omvatten. Wij hanteren de definitie van Jan Vrancken:


Armoede is een netwerk van sociale uitsluiting dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.’
Bij het uitvoeren van dit onderzoek, en dus bij de selectie van de geïnterviewden hebben we ervoor gekozen dit vrij breed te interpreteren, en een zo divers mogelijk palet van mensen in armoede te interviewen. Dit wil zeggen dat we ons niet enkel richtten op generatiearmen, maar eveneens op zogenaamde ‘nieuwe armen’ en ‘allochtone armen’, en dat we daarin trachtten ook qua leeftijd en gender een diverse selectie te maken. Dit weerspiegelt ook meer en meer de samenstelling van onze verenigingen, die een in toenemende mate divers publiek kennen.
De problemen die mensen in armoede ervaren met betrekking tot tewerkstelling zijn vaak gemeenschappelijk, of de mensen in armoede nu van allochtone of autochtone afkomst zijn, jong of oud, vrouw of man. Een groot aantal van de verder besproken valkuilen en hefbomen werden door vele geïnterviewden aangegeven. De herkenning en erkenning van gemeenschappelijke vormen van uitsluiting op vlak van tewerkstelling, kwamen op de Forumdag Activering duidelijk naar voor. Diverse maatregelen, oplossingen, acties die we voorheen in het rapport vermeldden, gelden dan ook voor diverse mensen in armoede, los van afkomst, geslacht, leeftijd,…

Toch zijn er ook een aantal hardnekkige drempels en valkuilen die wel gerelateerd zijn aan afkomst, die specifiek zijn voor bepaalde leeftijdsgroepen, of obstakels zijn die vooral ‘nieuwe armen’ aangeven… die dan ook een specifieke aanpak vereisen.




5.1. Allochtone armoede



Valkuilen:

  • racisme

  • weinig toegang tot informatie

  • taalachterstand

  • beperkte netwerken


Hefbomen:

Racisme blijft de grootste drempel waarmee allochtonen geconfronteerd worden bij de zoektocht naar kwalitatief werk. De valkuilen, hefbomen en acties hieromtrent, kwamen reeds uitvoerig aan bod in hoofdstuk 4.


Vaak geven allochtonen aan moeilijkheden te hebben bij het aanleren van het Nederlands. Zeker voor oudere allochtonen is dit soms zeer moeilijk, in het bijzonder voor mensen die weinig gealfabetiseerd zijn in hun moedertaal16. Toch geven ook mensen aan dat van de kennis van het Nederlands een extra drempel gemaakt wordt. Een man van Marokkaanse afkomst, die 12 jaar gewerkt heeft in de tuinbouw, vindt nu geen werk meer. Als reden wordt de geringe kennis van het Nederlands opgegeven.

Het taalprobleem is niet het echte probleem van allochtonen.

Er zijn namelijk aan de ene kant mensen die de taal niet spreken en toch aan het werk zijn. Terwijl er andere jongeren zijn die zeer goed Nederlands spreken en juist zonder werk zitten. (interview consulent FMV)
Een aantal specifieke drempels die we tegenkwamen bij de interviews van vluchtelingen waren de verlenging van de verblijfspapieren en de gelijkschakeling van diploma’s.

Aangezien de diversiteit binnen onze verenigingen toeneemt, komen ook mensen met een precair verblijfsstatuut en mensen zonder papieren soms naar onze verenigingen. De armoede die zij ervaren is een rechtstreeks gevolg van hun statuut, waardoor ze vaak niet kunnen genieten van het grondrecht op werk. Uitbuiting, zwartwerk en extreme armoede zijn vaak het gevolg. Ze geven aan dat ze –terwijl ze nog in de asielprocedure zaten- diverse opleidingen volgden (onder andere binnen VDAB), en in het reguliere circuit aan het werk waren. Hun werkgever is nog steeds bereid hen aan te nemen, maar dit is door het verlies van verblijfsrecht en arbeidskaart onmogelijk geworden.


ACTIE 33: REGULARISATIE VAN MENSEN ZONDER PAPIEREN OP BASIS VAN DUIDELIJKE CRITERIA. ZICHT OP TEWERKSTELLING IS EEN CRITERIUM OP BASIS WAARVAN MENSEN EEN VERBLIJFSVERGUNNING KUNNEN BEKOMEN.
Veel mensen uit de allochtone gemeenschappen vinden jobs via vrienden, kennissen, en minder via de VDAB, toeleidingsprojecten. Toch zijn hun netwerken soms vrij beperkt tot de eigen gemeenschap.
ACTIE 34: ER WORDEN NETWERKVERBREDENDE SAMENWERKINGSVERBANDEN OPGEZET. ALLOCHTONENORGANISATIES, VERENIGINGEN WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN, DE OVERHEID EN DE WERKGEVERSORGANISATIES KUNNEN HIERTOE DE DIALOOG AANGAAN.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina