Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw



Dovnload 337.05 Kb.
Pagina4/8
Datum20.08.2016
Grootte337.05 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Operationele doelstelling 3: vorming





  • gegeven vormingen




Theoretische vorming: de binnenkant van de armoede en het inleefspel 1 dag arm. Nabespreking met mensen in armoede en het team van de school, planning van de verdere navorming. Dit in de basisschool van Hamme voor een 32tal personen.


    • 28 januari 2005: Vorming in BSGO De Veerman Hamme, tweede sessie: visievorming in de school rond welbevinden, betrokkenheid en participatie van mensen in armoede, bespreking van de mogelijkheden om die visie in het EOP en het SWP in te voegen. Voor een 32 tal personen.




    • 12 februari 2005: Vormingssessie in ’t Lampeke te Leuven: de impulskoffer en de toepassing ervan, doorlichting van de vwahwn in hun visieopbouw en uitbouw op basis van de 6 criteria, bespreking van de mogelijke invulling van de open plaatsen in de LOP’s Leuven Er waren ongeveer 15 personen aanwezig.




    • 23 februari 2005: Vormingsssessie 1 in Brasschaat GCLB scholengroepen Noord Antwerpen i.s.m. ervaringsdeskundige en vwahwn Ons Gedacht Lier

Inzicht in de binnenkant van de armoede en in de kringloop van de armoede, mogelijke incentives voor aanpak binnen de schoolteams, sensibilisatie van de schoolteams om armoede op de agenda te plaatsen en om vorming te krijgen, voorstelling van het vormingsaanbod van het VN voor schoolteams. Een 12tal personen.


    • 23 februari 2005: Vormingssessie in het kader van de 2daagse vorming armoede:’ betere hulpverlening door dialoog’ te Aalst. De sessie ging over hoe om te gaan met de ontwikkelde inzichten van de 2daagse opleiding in de eigen concrete werksituatie. En dit opgesplitst naar deelnemersgroep (gemeente, ocmw, politie). De groep bestond uit een 15tal personen.




    • 2 maart 2005: Vormingssessie 2 bij het GCLB Noord Antwerpen in Kalmthout: zicht op armoede, de binnenkant en de kringloop met incentives voor aanpak door schoolteams i.s.m. de ervaringsdeskundige en met de vwahwn Ons Gedacht Lier. Voor een 12tal personen.




    • 5 maart en 14 april 2005: vorming voor ACW omtrent participatie van mensen in armoede aan Lokaal Sociaal Beleid en de rol van de verenigingen.




    • 18 maart 2005: Vormingsdag VLOR “zicht op armoede” en confrontatie met armoede, informatie over armoede en de kringloop van de armoede, inzicht in het armoededecreet, het spel 1 dag arm met budgetspel, nabespreking. Actieve deelname van de mensen in armoede. en van de vwahwn Leren Ondernemen en Ons Gedacht Lier. Een 30tal mensen.



  • projectaanvraag Cera

Momenteel speelt de staf dus ad hoc in op de vragen naar vorming aan beleidsverantwoordelijken. Maar zij beschikken niet over de tijd om dit gestructureerd en systematisch te doen. Vandaar dat er eind februari een proces op gang is getrokken om mogelijk een vormingscel op te richten binnen het Vlaams Netwerk. Het aanvraagdossier werd ingediend bij CERA foundation, een antwoord wordt verwacht. De groep voor wie deze vormingen zijn bestemd zijn externen ( beleid, diensten, OCMW’s, … ) en dus niet de verenigingen zelf. Op 11 mei gaat de volgende vergadering door.




  • Project armoede en hulpverlening

6 oktober 2004: stuurgroep van het project armoede en hulpverlening van Kristel Driessen



Operationele doelstelling 4: ervaringsdeskundigen betrekken
 Swa Schyvens, ervaringsdeskundige in de armoede, werd aangeworven als stafmedewerker voor onbepaalde duur vanaf 1 januari 2005. Hij werkt in tandem met Tinne op de Beeck, stafmedewerker armoedebeleid, maar zijn takenpakket reikt verder dan het stimuleren van beleidsparticipatie alleen.

Zijn hoofdtaak bestaat uit het verbeteren van de participatie van mensen in armoede binnen de werking van de staf van het Vlaams Netwerk en in mindere mate ook van de verenigingen. Daarnaast voert hij zoals de andere stafmedewerkers algemene ondersteunende taken uit vanuit de staf: communicatie naar de verenigingen, logistieke opdrachten, enz.



  • Ook binnen enkele verenigingen zijn ervaringsdeskundigen actief. In Antwerpen werkt Marie-Louise De Croock bij APGA, in Brugge werkt Frieda Blondé in het Inloopcentrum en is van daaruit verbonden aan een vereniging. Wat stagiairs betreft is het enkel geweten dat iemand bij ’t Vindcentje in Sint-Amandsberg stage loopt.

 In 2004 waren er twee overlegvergaderingen tussen De Link en het Vlaams Netwerk (en de verenigingen van het Vlaams Netwerk) rond de samenwerking tussen beide luiken in het Armoededecreet.
Op 17 mei 2004:
- Op het eerste overleg van 28 januari 2004 werd een eerste aanzet gegeven tot de samenwerking tussen De Link en het Vlaams Netwerk. De bedoeling is om te zien wat er gemeenschappelijk is tussen de bestrijding van de armoede vanuit de verenigingen waar armen het woord nemen en het inzetten van ervaringsdeskundigen hierin. Het centrale gegeven zijn de zes criteria. Op dit overleg werden criteria 4, 5 en 6 onder de loep genomen.
- Het Vlaams Netwerk en De Link hebben allebei een opdracht in de armoedebestrijding. We hebben op dit overleg bekeken welke opdracht dat juist is.

Op 11 november 2004:
Doelstelling van deze vergadering:

    • wat doen de ervaringsdeskundigen?

    • wat is hun opdracht?

    • wat weten de verenigingen ervan?

 Tussen de 2 stafwerkingen (De Link en het Vlaams Netwerk) werd afgesproken om op geregelde basis een aantal keren samen te komen om te zien hoe de werkingen op elkaar kunnen afgestemd worden. De eerste vergadering ging door op 14 februari 2005. Deze eerste vergadering was voornamelijk een kennismaking van de verschillende stafleden. De volgende vergadering gaat door op 9 mei 2005. Op de agenda staan punten als brainstormen over een mogelijk gezamenlijke studiedag, gezamenlijk vorming aanbieden, etc.


Strategische doelstelling 3: participatie bij de actieplannen armoede
Operationele doelstelling 1: opmaak VAP
Zie Strategische doelstelling 1, operationele doelstellingen 1 en 2.
De verenigingen werden bij de opmaak van het VAP betrokken via het proces dat het congres vooraf ging en opvolgde via ons memorandum. Structureel werd er ook aan gewerkt via de werkgroepen.
Operationele doelstelling 2: werkgroepen NAPincl


  • Bijgewoonde vergaderingen:

    31 maart 2004

      • voorstelling monitoringsysteem

      • evaluatieproces

    10 mei 2004

      • evaluatieproces NAP 2001-2003 en tussentijdse evaluatie NAP 2003-2005

      • evaluatieopdracht Europese Commissie

    11 juni 2004

  • colloquium

      • opvolging NAP 2001-2003 en 2003-2005

    3 september 2004

    29 oktober 2004

      • voorbereiding colloquium

    14 december 2004

      • voorbereiding colloquium

      • communautair actieprogramma



  • Evaluatie van de thema's

    • De WG Acties is bedoeld om het NAP inclusie op te volgen met de verschillende administraties van federaal niveau en van de gewesten en gemeenschappen, samen met alle actoren. De administraties zijn regelmatig aanwezig alsook de verenigingen, maar andere actoren zijn slechts zelden aanwezig.

    • De werkzaamheden van de WG gingen in 2004 bijna integraal naar het bespreken van het monitoringsysteem en de voorbereiding van het evaluatieproces.

    • Het opstellen van het monitoringsysteem eiste enorm veel tijd van het team zodat de evaluatie van het NAP 2001-2003 steeds maar werd uitgesteld. De evaluatie had al eind 2003 moeten doorgaan maar uiteindelijk is het begin 2005. Vermits hierover heel de tijd geen duidelijkheid werd gegeven, had het in heel die periode geen zin om verenigingen en andere actoren hier rond al te mobiliseren. Dit kan wellicht ook de geringe belangstelling van andere actoren verklaren.

    • Het monitoringsysteem is bedoeld voor de administraties om de stand van zaken van de verschillende acties weer te geven. Op zichzelf een goed systeem. Maar de besprekingen waren echter zo technisch en de uitbouw van het instrument verliep zo traag dat het geen zin had om dit aan de verenigingen te rapporteren.

    • Eind 2004 werd de datum van 15 februari 2005 toch vastgelegd en betrof het meteen al de tussentijdse evaluatie van het NAP 2003-2005. Vanaf dat moment werd het colloquium behandeld op de vergaderingen van de RvB van het VN.

    • De bespreking van het concrete evaluatieproces nam eveneens zoveel tijd in beslag dat van een echte evaluatie tegen 15/02/05 geen sprake meer kon zijn. De evaluatie is tenslotte een colloquium geworden waarop een brede groep van actoren uitgenodigd werd. Er werd op het laatste moment een beroep gedaan op "experten" om expertennota's te schrijven. Die hadden rekening moeten houden met al het ingezonden materiaal, o.m. van het vooruitgangscongres dat door het VN in mei 2004 werd voorbereid en uitgevoerd. Gezien de korte tijd die de experten ter beschikking hadden, is dit niet gebeurd. En vermits de expertennota’s uiteindelijk niet vroeger beschikbaar waren dan op het colloquium zelf, kon met de verenigingen hier rond geen voorbereidend werk verricht worden. We hebben ons moeten beperken tot een oproep aan de verenigingen om aan het colloquium deel te nemen waaraan een tiental verenigingen gevolg hebben gegeven.



Operationele doelstelling 3: Europese strategie Sociale Inclusie

Er is een inbreng van mensen in armoede in het Europese beleid via het Europees Netwerk Armoedebestrijding door:





  1. Gender in Poverty’ project

Het gaat om een internationaal uitwisselingsprogramma, waarbij we op Europees niveau een genderbenadering willen promoten in het beleid ten aanzien van sociale uitsluiting. Het project loopt over 2 jaar (van december 2003 tot december 2005). Er zijn zes partners bij het project betrokken (Spanje (SURT Barcelona), Italië (Cras Roma), Hongarije (Universiteit), Frankrijk (MRIE), Zweden (Folkuniversitetet) en België (Leren Ondernemen, een vereniging waar armen het woord nemen in Leuven en het Vlaams Netwerk)).

Het algemeen doel van het project = het creëren van indicatoren van sociale uitsluiting op het Europees niveau, uitgaande van een genderinvalshoek. Op die manier willen wij een genderbenadering in de analyse van sociale uitsluiting bevorderen en een genderbenadering introduceren in de ontwikkeling van het sociaal beleid. Hiertoe willen we kwalitatieve informatie bekomen en deze vertalen naar kwantitatieve indicatoren met de bedoeling de ervaringen van vrouwen met uitsluiting zichtbaar te maken.

Op het nationaal niveau is het de bedoeling de inhoud van de NAP’s en het eraan gekoppelde beleid gendergevoelig(er) te maken. Op Europees niveau is het de bedoeling om een invloed te hebben op de richtlijnen voor de NAP’s.

In april 2004 zat het project in zijn tweede fase.

Deze tweede fase bevat:

- info over nationale context en nationaal sociaal beleid;

- info over situatie van de drie ‘target groups’ (migrantenvrouwen, alleenstaande moeders en jonge laaggeschoolde vrouwen) in ons land;

- een overzicht van factoren waarop vrouwen in ons land worden uitgesloten;

- een overzicht van indicatoren en factoren in het Belgische NAP;

- richtlijnen voor de participatieve methodologie die wij zullen gebruiken.



De derde fase (van mei 2004 tot en met september 2004) omvatte het veldwerk bij Leren Ondernemen met het onderzoek bij de drie ‘targetgroepen’ (migrantenvrouwen, alleenstaande moeders en jonge laaggeschoolde vrouwen) en het formuleren van kwalitatieve indicatoren.
In de vierde fase (november -…) werd het proces in gang gezet om voor drie thema’s de kwalitatieve indicatoren om te zetten in kwantitatieve indicatoren.
Om alles in goede banen te leiden zijn er twee overlegorganen: de Stuurgroep en de Taskforce
1) Stuurgroep: dit is een kleine groep van mensen uit Leren Ondernemen en het Vlaams Netwerk die het onderzoek verrichten en de taskforce voorbereiden, die het onderzoek met hun expertise ondersteunen en aanvullen.
Samenkomsten van de Stuurgroep:

    • 20/04/2004: Op deze vergadering werd het theoretisch en methodologisch kader in kaart gebracht. Er werd geopteerd om te werken met vragenlijsten en interviews bij de drie targetgroepen en alles terug te koppen in een focusgroep met de vrouwen van de drie targetgroepen.

    • 01/07/2004: Op deze vergadering werd de gendertraining besproken die gevolgd werd door diegene die het onderzoek verricht bij Leren Ondernemen en werd de omkadering en de timing rond de af te nemen interviews toegelicht.

    • 27/08/2004: Bespreking van het budget, de feedback over de resultaten uit de interviews (wat zijn de sleutelgegevens en wat zijn eventuele oplossingen?), verslag van de bespreking binnen de Focusgroep, voorbereiding van de Transnationale Meeting.

    • 04/10/2004: Discussie rond de voorlopige versie van het veldwerkrapport, definiëring van kwalitatieve indicatoren, de opstelling van de planning van de Transnationale Meeting en de opstelling van de agenda voor de volgende Taskforce vergadering.

    • 16/12/2004: Feedback over de Taskforce vergadering over het veldwerkrapport en de resultaten hierin rond de kwalitatieve indicatoren, toelichting rond het financieel verslag en het werkingsverslag voor 15 januari 2005, planning van de volgende fase namelijk het testen van de kwantitatieve indicatoren, voorbereiding van de volgende Taskforce vergadering en toelichting rond Transnationale Meeting.in Hongarije in februari 2005.



2) Taskforce: deze overleggroep bestaat uit de leden van de Stuurgroep, 2 experts rond indicatoren vanuit wetenschappelijke hoek en de universiteitswereld, 2 NGO’s en 2 mensen uit de publieke beleidssector.

    • 26/10/2004: Uitleg over de methodologie en de resultaten van het veldwerkonderzoek, debat over de kwalitatieve indicatoren die uit het veldwerkonderzoek naar boven kwamen, bespreking van de volgende fase namelijk de omzetting van kwalitatieve indicatoren naar kwantitatieve indicatoren en een toelichting rond de Transnationale Meting van 15 en 16 oktober 2004.

    • 14/02/2005: Update rond het project, presentatie en discussie rond de bevindingen uit het rapport over de kwalitatieve indicatoren, presentatie en discussie over de voorstellen om voor drie thema’s (inkomen, familie en sociale intergratie) kwantitatieve indicatoren te ontwikkelen.

3) Transnationale meeting op 15 en 16 oktober 2004 op het Vlaams Netwerk en bij Leren Ondernemen: op deze bijeenkomst kwamen de partnerlanden samen om hun inhoudelijk rapport over de resultaten van het veldwerk voor te stellen en te brainstormen over de kwalitatieve indicatoren die eruit afgeleid kunnen worden.




  1. Europese Ontmoetingen van mensen die in armoede leven

De Europese Ontmoetingen zijn van start gegaan in 2002. Zij vinden steeds plaats in het Egmont Paleis in Brussel waar delegaties met hoofdzakelijk mensen in armoede uit de verschillende lidstaten van Europa samenkomen om hun ervaringen rond de armoedethematiek uit te wisselen en tot beleidsvoorstellen op nationaal en Europees niveau te komen.
Het Vlaams Netwerk speelt hier als lid van het Belgisch Netwerk en het Europees Netwerk een centrale rol bij de participatie van de Vlaams delegatie.

Op 27/05/2004 – 29/05/2004 vond de derde Europese Ontmoeting van mensen in armoede plaats.


Thema: Participatie van Mensen in Armoede: van theorie naar praktijk
De 3de Europese Ontmoeting bouwt verder op de eerste twee ontmoetingen. Daarin werden de randvoorwaarden van een goede participatie van mensen in armoede aan het beleid samengebracht. In de 3de Ontmoeting is het de bedoeling om naar modellen uit de praktijk te kijken, deze voor te stellen tijdens werkgroepen en het Europese beleid te beïnvloeden om dergelijke modellen te stimuleren in de lidstaten.
Algemene doelstelling van de 3de Ontmoeting:
Mogelijke wegen ontwikkelen om de participatie van mensen in armoede te bevorderen en om de nodige netwerken op te richten of te versterken om deze participatie mogelijk te maken.

Concrete doelstellingen voor de 3de Ontmoeting:

  • De mogelijkheid bieden om op een creatieve manier te leren van mekaar en samen na te denken over de ervaringen van participatie en van deelname aan de maatschappij.

  • De capaciteiten van de deelnemers verhogen om bij te dragen aan het werk van verenigingen die zich inschakelen in de armoedebestrijding en daarbij in contact te komen met vertegenwoordigers van de overheid en andere belangrijke actoren.

  • Het belang aantonen en aanbevelen van de betrokkenheid van mensen in armoede, doorheen hun participatie in verenigingen, bij de Nationale Actieplannen Inclusie (of Armoedebestrijding) zowel bij de ontwikkeling ervan als bij de uitvoering en de evaluatie.

  • Een sterker engagement van de instellingen van de Europese Unie bekomen ten aanzien van de participatie van mensen in armoede, via hun verenigingen, aan beleidsbeslissingen en aan het uitvoeren van dit beleid op alle niveaus.

    Vanuit Vlaanderen participeerden leden van het project ‘Energie en Armoede’


    (opgestart door Priso Turnhout en ondersteund door het Vlaams Netwerk)
    als goed praktijkvoorbeeld van participatie van mensen in armoede aan het beleid.

    De Europese Ontmoetingen worden voorbereid en opgevolgd door een werkgroep binnen het Belgisch Netwerk met een staflid van het Vlaams Netwerk, de Belgische deelnemers van de Europese Ontmoetingen en de Belgische leden van de teams (gespreksleider, verslaggever en coach van de werkgroepen op de Europese Ontmoetingen).

    Bijeenkomsten:


    • 13/05/2004:
      De organisatorische en inhoudelijke voorbereiding van de derde Europese Ontmoeting door de Vlaamse delegatie bestaande uit leden van het project ‘Energie en Armoede’ opgestart door Priso Turnhout en ondersteund door het Vlaams Netwerk).

    • 02/07/2004
      1) Evaluatie van de drie Europese ontmoetingen met hoofdzakelijk de bespreking van de derde Europese ontmoeting
      1. Voorbereiding van de delegatie voor de derde Europese ontmoeting:
      Wat ontbreekt? Wat kan er verbeterd worden ten opzichte van de eerste ontmoeting?
      2. Inhoud van de Europese ontmoetingen:
      Eerste Europese ontmoeting met als thema participatie
      Tweede Europese ontmoeting met als thema randvoorwaarden voor participatie (wat is er nodig, wat belemmert,…)
      Derde Europese ontmoeting met als thema goede praktijkvoorbeelden voor participatie
      3. Praktische organisatie van de derde Europese ontmoeting.
      Vertalingen, documenten, maaltijden, avondactiviteit,…
      4. Informatie over de delegatie
      2) Opvolging en verwachtingen
      Beleid op regionaal, federaal en Europees niveau
      Werken met andere partners
      Voorbereiding vierde Europese ontmoeting (engagement Luxemburg)

    • 23/12/2004
      1) Verdere opvolging van de derde Europese Ontmoeting
      - Voorstel voor een Europees project in verband met de liberalisering van de energiemarkt
      - Verspreiding en gebruik van het verslag van de 3de Europese ontmoeting
      2) Voorbereiding van de vierde Europese Ontmoeting in juni 2005
      - Voorstellen van het 4de Europese Organisatorisch Comité rond het thema van de vierde Europese Ontmoeting ‘de beeldvorming rond armoede’

      - Procedure voor samenstelling van de Belgische delegatie


      - Verbinding met het Nationaal Actieplan Inclusie

    • 21/02/2005
      Verdere opvolging van de derde Europese Ontmoeting en voorbereiding van de vierde Europese Ontmoeting in juni 2005.



  1. Locin+ project
    Het LOCIN+ project is de opvolger van het LOCIN project en is van start gegaan in april 2003. LOCIN is een Europees centrum over lokale initiatieven rond armoedebestrijding onder de coördinatie van EAPN en ondersteund door de Europese Commissie. De partners in het project zijn zes nationale netwerken uit België, Oostenrijk, Finland, Duitsland, Italië en Engeland . De bedoeling is om een website op te zetten met een database met kwalitatieve en vernieuwende informatie over lokale initiatieven rond armoedebestrijding die dienen als goede praktijkvoorbeelden. Het is gelinkt aan de database van het vorige project (LOCIN) met informatie over 700 lokale initiatieven.
    Door dit internetplatform wordt kennis en informatie uitgewisseld tussen verschillende actoren op Europees, nationaal en lokaal vlak als stimulans voor de oprichting van lokale initiatieven. Op deze manier is het project gelinkt met de Europese Strategie Sociale Inclusie waar de mobilisatie van alle relevante actoren en een gemeenschappelijk leerproces een belangrijke rol spelen.
    Methodologie-instrumenten: een online vragenlijst, een kader voor de updating van informatie over de initiatieven en de nationale politieke context en een kader voor de constructie van een onderzoekshoek met informatie over wetenschappelijke onderzoeken.

    Op 31/10/2004 – 01/11/2004 was er een bijeenkomst in Wenen met alle partners met op de agenda:


    - een presentatie van de website;
    - de bespreking van de opmerkingen, de vragen en de moeilijkheden van de partners;
    - de bespreking van de financiële zaken;
    - de voorbereiding van de conferentie waar de website officieel zal geopend worden (september 2005);
    - de bespreking van de toekomst van het project.



IV Europese actie SOS Sociaal Europa op 19 maart 2005

In het vooruitzicht van de Europese Top van Regeringsleiders en Staatshoofden op 22

en 23 maart e.k. wilden wij onze grote bezorgdheid uitdrukken i.v.m. de mededelingen van de Europese Commissie aangaande meer groei en tewerkstelling en aangaande de Sociale Agenda.
Wij wilden ervoor pleiten dat de Strategie van Lissabon ook in de toekomst gebaseerd blijft op drie evenwaardige pijlers: niet alleen op de pijler van economische groei en tewerkstelling maar ook op de pijlers sociale inclusie en een duurzaam leefmilieu.
- Het Vlaams Netwerk heeft haar verenigingen aangespoord om deel te nemen aan een briefactie naar alle federale ministers.
- Samen met de nationale vakbonden van de Europese lidstaten was het Vlaams Netwerk als lid van het EAPN aanwezig op de manifestatie in Brussel op 19 maart 2005 om ja te zeggen tegen een Sociaal Europa, om ja te zeggen tegen betere en meer werkgelegenheid en om neen te zeggen tegen een eenzijdig economisch Europa.

Kernresultaatsgebied 2A : Ondersteunen en coördineren van de activiteiten van de verenigingen waar armen het woord nemen - inhoudelijk


Strategisch doel 1 : Het Vlaams netwerk stimuleert armen om zich te verenigen en zet waar nodig nieuwe initiatieven op.
OD1: Het Vlaams Netwerk ontwikkelt een methode en een strategie om bestaande verenigingen te helpen mensen in armoede te blijven zoeken en in hun werking op te nemen.


  • Overzicht van de verenigingen met hun aantal leden:

Bij de lijst van de verenigingen en vooral hun aantal leden hoort de volgende toelichting. De aantallen haalden we uit de ingestuurde aanvraagformulieren voor ondersteuning als vereniging waar armen het woord nemen1. De formulieren dienden eind augustus/begin september 2004 ingestuurd te zijn. In het formulier is in deel 2: ‘algemene gegevens over de vereniging’ vraag naar het bereik van de vereniging. Er wordt zowel gevraagd naar het totaal aantal personen in armoede dat in het geheel van de groepsvergaderingen bereikt wordt, als naar het totaal aantal personen dat enkel individueel bereikt wordt bvb. via huisbezoeken, individuele ondersteuning om tot de vereniging te kunnen behoren, e.d. De onderstaande aantallen zijn m.a.w. door de verenigingen zelf opgegeven. De aantallen zijn van vereniging tot vereniging heel sterk uiteenlopend. Het is zoeken wat de reden daarvan is: een zeer verscheiden werking van de verschillende verenigingen, een verschillende interpretatie van de ruime vraag, etc. Bepaalde verenigingen specifiëren verder via welke werkvorm ze zowel mensen in groep als individueel bereiken. Andere verenigingen vermelden dan weer niet het aantal mensen, maar wel het aantal gezinnen dat ze bereiken.



Het zoeken naar en de inspanningen om mensen te bereiken (criterium 6), is een heel intensieve operatie voor de verenigingen en deze inzet komt niet altijd tot uiting bij de resultaten of het bereikte cijfer. Vandaar dat het geven van een totaalcijfer ook niet altijd relevant is.


Naam Vereniging

groep

individueel

totaal

A-denkers  

12

40

52

Al-Arm

55

230

285

Albatros

7

30

37

Archipel-Puerto

20

40

60

ATD Vierde Wereld Vlaanderen

65

15

80

Betonnen Jungle

20

5

25

Binnen zonder Bellen

300

15

315

BMLIK

110

180

290

Buurtwerk Molenbeek vzw (Bonnevie)

30

0

30

Centrum Kauwenberg

131

51

182

De Brug

25

60

85

De Buurtwinkel

50

300

350

De Doorzetters

20

5

25

De Dorpel vzw

30

50

80

De Draaischijf

50

50

100

De Kar

110

60

170

De Keeting

43

182

225

De Lage Drempel

40

80

120

De Regenboog

245

70

315

De Schutting

30

52

82

De Willers

20

5

25

De Zuidpoort

36

4

40

El Ele-Hand in Hand-Yid fil Yid

30

350

380

Groep Soma

40

30

70

Groep Wasda

25

70

95

A'Kzie

9

7

16

Het Toemaatje

24

150

174

Hoger Op

16

10

26

Inloopcentrum Vilvoorde

14

90

104

Leren Ondernemen

100

20

120

Lichtpunt

26

0

26

Mensen met een Hart

35

15

50

Mensen voor Mensen

60

30

90

Moedergroepje

14

4

18

Ons Gedacht

20

2

22

Onze Schakel

20

12

32

Open Huis

100

450

550

Recht-Op Borgerhout

20

5

25

Recht-Op Dam

20

5

25

Recht-Op Kiel

20

5

25

SIVI

30

45

75

Solidariteit Zonder Grenzen

300

0

300

t Gents Voetvolk

130

0

130

t Hope

20

52

72

t Lampeke

40

30

70

t Schoederkloptje

240

60

300

(WZS Zarren/Werken)










t Vergiet

40

120

160

Teledienst Ninove

50

63

113

Trefpunt Toreke

10

25

35

Uze Plekke (WZS St Baafs)

19

8

27

Vierdewereldwerking Ons Huis

20

140

160

Vl.O.S.

100

500

600

Vrienden van het Huizeke

100

15

115

Vrolijke Kring

50

25

75

Welzijnsschakel Lovendegem/ Zomergem

40

15

55

Welzijnsschakel Malle

37

92

129

Welzijnsschakel Menen

50

351

401

Welzijnsschakel Puurs

25

80

105

Welzijnsschakel Sint-Niklaas

40

326

366

Welzijnsschakels

50

0

50

Wieder

24

7

31

Wijkcentrum De Kring

70

0

70

Wijkpartenariaat De Schakel

114

76

190

Wonen in Turnhout

45

105

150

A Place To Live vzw

153

20

173

Bij Ons - Chez Nous vzw

225

300

525

Brandpunt 23 vzw

15

6

21

De Regenboog (Heusden-Zolder) fv

25

11

36

Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel.

8

0

8

Trefpunt Warm Hart fv

12

30

42

WZS De Panne fv

0

10

10

Armen nemen het woord

300

70

370

Groepswerk kansarm

15

0

15




  • Nieuwe verenigingen

Elk jaar komen er ook aanvragen binnen van organisaties die sterk geïnteresseerd zijn om een vereniging waar armen het woord nemen te worden. Zij worden dan bezocht voor een eerste kennismaking.



    • 6 april 2004: A place to live – Brussel

    • 12 april 2004: Brandpunt 23 - Antwerpen

    • 12 april 2004: De kring – Eeklo

    • 1 december 2004: A’Kzie - Kortrijk

    • 23 april 2004: OCMW Heusden

    • 2 juni 2004: Hobo – Brussel

    • 12 mei 2004: Permanent Welzijnsoverleg - Wetteren

    • 13 mei 2004: Welzijnsraad - Boom




  • Lijst met praktijkvoorbeelden rond criterium 6 (mensen in armoede blijven zoeken)

De lijst praktijkvoorbeelden dateert van 20022. Bij elk praktijkvoorbeeld staat een of meerdere organisaties vermeld die het voorbeeld opnemen.




  • Huisbezoeken:

VZW Vierde Wereldwerking Mol

T’ Hope Roeselare


Iemand uit de vereniging gaat op bezoek bij arme personen thuis. Men kan dit doen om armen die reeds deelnemen aan de werking van de vereniging te ondersteunen. Men kan dit echter ook doen om nieuwe armen te zoeken. Bepaalde wijken in de stad worden in merendeel bewoond door armen. Tevens zijn er in de vereniging vaak mensen die nog armen kennen. Via deze wegen kan men de ‘nieuwe’ armen bereiken. Men kan er op bezoek gaan, een praatje doen over de vereniging, over de werking ervan, enzovoort. Men kan die mensen uitnodigen op één van de activiteiten. Vaak is het niet gemakkelijk om bij armen op bezoek te gaan, en ook het komen naar de vereniging vraagt tijd. Die tijd moet gegeven worden.


  • Kinder- en jeugdwerking

Centrum Kauwenberg Antwerpen

Leren Ondernemen vzw Leuven


Armoede treft het hele gezin, ook kinderen zijn erbij betrokken. Daarom is het belangrijk dat verenigingen waar armen het woord nemen aandacht besteden aan kinderen en jongeren. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, theaterwerking voor kinderen, kinderopvang terwijl de ouders aan activiteiten deelnemen, enz. De kinderen en jongeren kunnen zo, liefst op een manier die aan hun leeftijd is aangepast, betrokken zijn bij elkaar en de vereniging. Op deze manier kan ook aan een positief zelfbeeld worden gewerkt en kunnen ze worden ondersteund bij moeilijkheden die zij ondervinden (bvb. op school). De vereniging kan steeds op zoek zijn naar ‘nieuwe’ kinderen. Dit kan men doen door ouders aan te spreken. Bovendien kan men de kinderen zelf vragen of ze het niet tof zouden vinden om mee te doen. Hierbij is het belangrijk dat duidelijk wordt gemaakt waar het om gaat bij de kinderwerking, welke voorwaarden eraan verbonden zijn, enzovoort. Indien ouders of kinderen problemen hebben bij een aspect van de werking, is het aangeraden hierover met de betrokken partijen te praten en een oplossing te zoeken.



  • Speelotheek

Mensen voor mensen vzw Aalst
De verenigingen kunnen een speelotheek organiseren. Dat is een soort bibliotheek, maar dan vol speelgoed. Kinderen met een lidkaart kunnen er speelgoed ontlenen. Een belangrijk aspect van kind-zijn is kunnen spelen. Een speelotheek kan alle kinderen die kans te geven. De ouders kunnen er in de koffiehoek terecht om er andere ouders te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen. De speelotheek is een laagdrempelige werking. Men kan hiervoor reclame maken, bijvoorbeeld door affiches op te hangen in allerlei diensten (zoals het OCMW,…); mensen van de vereniging kunnen mondelinge reclame maken;… De mensen die speelgoed komen

ontlenen kan men aanspreken, een praatje doen over de vereniging, mensen warm maken. Soms kan je niet verwachten dat ‘nieuwe’ mensen onmiddellijk toezeggen om te komen, zoiets heeft vaak tijd nodig.




  • feestjes en gezinsactiviteiten

Centrum Kauwenberg vzw Antwerpen

Vzw Vierde Wereldwerking Mol

Open-Huis werking
Sinterklaasfeest, kerstfeest, gezinsuitstappen zijn laagdrempelige activiteiten waaraan het hele gezin kan deelnemen. Zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering worden de mensen van de vereniging best zoveel mogelijk actief betrokken. Wanneer een feestje niet alleen wordt gegeven voor mensen van de vereniging, maar ook voor mensen die nog niet in de vereniging deelnemen, kan dit een goede gelegenheid zijn om nieuwe mensen aan te spreken. Men kan hen aanspreken, de werking van de vereniging uitleggen, hen uitnodigen op één van de

activiteiten. Een voorbeeld van een zulk een feest is een opendeurfeest in de vereniging, met het expliciet voostellen van de vereniging, een natje en een droogje, kleine kinderactiviteiten, activiteiten voor de volwassenen.




  • Ontmoetingsruimte

T’ Hope Roeselare

Leren Ondernemen vzw Leuven


Onder ontmoetingsruimte verstaan we een vaste plaats, een bepaalde ruimte die gebruikt wordt door de vereniging. Zo’n ontmoetingsruimte kan een plek zijn waar iedereen altijd kan binnenvallen, maar het kan ook zijn dat die ruimte enkel op vaste momenten gebruikt wordt om samen te komen. Mensen krijgen zo de kans om elkaar tegen te komen, hun zorgen even opzij te zetten of er net over te praten met anderen.


  • Krantje / brochure enz.:

VZW Vierde Wereldwerking Mol

T’ HOPE Roeselare

De Zuidpoort vzw Gent

De Dorpel Herentals

De beweging

Centrum Kauwenberg Antwerpen


Via een nieuwsbrief of krantje kunnen armen en niet-armen laten weten wat er in de vereniging in de loop van de maand is gebeurd en wat er nog gaat gebeuren. Dit kan een manier zijn om mensen bekend te maken met de vereniging, wie er in zit, wat er zoal gebeurt, getuigenissen,... Men kan activiteiten aankondigen die openstaan voor armen die nog niet deelnemen aan de vereniging. Een krantje kan dus zorgen voor bekendmaking en aankondigingen naar nieuwe armen toe. Armen kunnen actief betrokken bij het maken van het krantje worden, bvb. door de redactie op zich te nemen, door artikels te schrijven, enz. De vereniging neemt via een brochure of een krantje een plaats in in de samenleving en laat ze weten dat ze er is. Bovendien kan er via deze weg aan armen informatie gegeven worden omtrent hun plaats in de samenleving, omtrent hun rechten en mogelijkheden.


  • Sportactiviteiten (bvb.. fietsen …)

Open-Huis werking

Leren Ondernemen vzw Leuven

Centrum Kauwenberg vzw Antwerpen
Sportieve activiteiten is een onderdeel van vrijetijdsbesteding van mensen; ook armen hebben er recht op. Men kan als vereniging allerhande sportactiviteiten organiseren, zoals fietsen, volleybal, wandelen, zwemmen, enz. Zulke activiteiten kunnen een belangrijke functie hebben voor de groepsband en kunnen ook een gemakkelijke, laagdrempelige opstap naar de vereniging zijn.
Operationele doelstelling 2: draaiboek kandidaat-verenigingen
Het draaiboek moet in bijlage bij het tweede jaarverslag worden gestoken. Dit jaar is het nog niet nodig.




1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina