Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina14/15
Datum22.07.2016
Grootte0.73 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

13thuistaal

aProbleemstelling


Rond tweetalige opvoeding van jonge allochtone kinderen bestaat vaak onduidelijkheid. Veel allochtone ouders vragen zich af wat het beste is voor hun kinderen: zo snel mogelijk Nederlands leren, ook in het gezin, omdat de kinderen toch in België blijven, of Nederlands leren buiten het gezin en de eigen taal binnenshuis? De onduidelijkheid voor de ouders wordt nog verscherpt door de tegengestelde adviezen die zij over deze kwestie krijgen van scholen, CLB en welzijnsdiensten. Men gaat er al te gemakkelijk vanuit dat als er thuis maar Nederlands gesproken wordt, de schoolse problemen van allochtone kinderen vanzelf verminderen.

bUitgangspunt: de keuze van de ouders


De vragen van ouders over de thuistaal hangen samen met de uitgangspositie waarin zij met hun gezin verkeren. Niet alle gezinnen hebben de keuze tussen het Nederlands of de moedertaal als thuistaal, doordat zij het Nederlands niet of onvoldoende beheersen. Ze hebben de eigen taal nodig als communicatiemiddel tussen ouders en kinderen.

Een aanzienlijk aantal gezinnen verkeert echter in de mogelijkheid om te kiezen voor een tweetalige opvoeding in het gezin, doordat één ouder of beide ouders in Vlaanderen opgegroeid zijn.

In sommige van deze gezinnen worden beide talen door elkaar gebruikt. Wanneer welke taal gebruikt wordt, hangt af van een aantal elementen, zoals het gespreksonderwerp, de situatie, de aanwezigen,…

In enkele gevallen besluiten de ouders om permanent Nederlands tegen het kind te spreken. De reden hiervoor is vaak dat de ouders bang zijn dat de leerprestaties van het kind op school eronder te lijden zullen hebben wanneer de meerderheidstaal thuis niet gesproken wordt. In deze gezinnen is het niet uitgesloten dat juist het tegengestelde effect bereikt wordt. Wanneer ouders in een kromme taal gaan communiceren in het gezin, bestaat het gevaar dat de kinderen die kromme taal gaan overnemen.

Wij hanteren als uitgangspunt dat het belangrijk is om ouders in hun keuze te steunen, ongeacht de aard van de keuze. Het is een fundamenteel recht van de ouders om thuis de taal te spreken die zij verkiezen.

Wij onderstrepen bij ouders het belang van zelf keuzes te maken. Het is niet wenselijk dat ouders, onder druk van buitenaf, zouden kiezen voor een thuistaal waar ze zich niet goed bij voelen, maar waarmee ze denken hun kind meer toekomstkansen te bieden. We mogen niet vergeten dat de eerste functie van taal nog altijd communicatie is. Wanneer ouders zouden opteren voor een omgangstaal met hun kinderen, waarbij precies die omgang met hun kinderen stroef en ongemakkelijk wordt, dan gaat men voorbij aan de primaire functie van taal.

Het moet evenwel duidelijk zijn voor de ouders dat een goede kennis van het Nederlands noodzakelijk is om goed te functioneren in deze samenleving. Kennis van het Nederlands is een eerste voorwaarde tot integratie.

cHet perspectief van de ouders


Alle ouders willen hetgeen voor hun kind het beste is. Wij willen hen instrumenten aanreiken om zelf een bewuste keuze te maken voor wat voor hún gezin en hún kinderen het meest gunstig is.

Bovendien willen we ouders helpen zoeken hoe ze binnen hun eigen mogelijkheden hun kinderen kunnen ondersteunen bij het leren van het Nederlands.

Daarom is het voor ouders in de eerste plaats nodig inzicht te verwerven in de eigen gezinssituatie, de eigen mogelijkheden en de eigen attitudes tegenover de moedertaal, het Nederlands en tweetaligheid.

Bovendien is het belangrijk dat de schoolomgeving enig inlevingsvermogen heeft in dit perspectief van de ouders. Wanneer leerkrachten,onderwijsbegeleiders, CLB - medewerkers … begrijpen waarom ouders thuis b.v. de moedertaal spreken, wordt het ook gemakkelijker om te aanvaarden.

……‘Bij Mehmet thuis praten ze altijd Turks. Zijn papa heeft vroeger zelf nog bij mij in de klas gezeten.

Daarvan kan je toch verwachten dat die Nederlands zou praten met zijn kinderen?!’’…..
Soortgelijke vragen leven bij veel leerkrachten, CLB - medewerkers en andere professionelen die geconfronteerd worden met de Nederlandse taalachterstand bij allochtone kinderen. Men kan soms moeilijk begrijpen waarom allochtone ouders bij de opvoeding van hun kinderen blijven vasthouden aan hun moedertaal. Vanuit professionele invalshoek lijkt het zoveel evidenter en beter voor de kinderen om hen ook in de thuisomgeving met het Nederlands in contact te laten komen. Of dit ook

effectief beter is, laten we voorlopig in het midden. Hetgeen volgt is een uitnodiging om zich even te verplaatsen in de positie van de ouders.


Mogelijke redenen waarom ouders kiezen voor de eigen taal als thuistaal:

  • De kennis van de eigen taal is voor veel allochtone kinderen een noodzaak. De taal vormt immers een voorwaarde voor een goed contact met hun ouders en familieleden. Stel je eens voor dat de kinderen hun eigen oma en opa niet zouden verstaan...

  • De Nederlandse taalvaardigheid van veel ouders is onvoldoende om gemakkelijk en spontaan met anderen in het Nederlands te kunnen communiceren, laat staan dat zij hun kinderen in die taal willen of kunnen opvoeden. Ouders vinden het (gelukkig) belangrijk om op een natuurlijke manier met hun kinderen om te gaan.Al ooit geprobeerd je gevoelens te uiten in een taal die niet echt de jouwe is? Probeer maar eens op een spontane, eerlijke manier boos te worden in het Engels of het Frans….

  • Ondanks hun vestiging in België zijn veel allochtone volwassenen sterk georiënteerd op het land van herkomst; er is veel contact met familieleden en kennissen daar, men houdt er de jaarlijkse vakantie, er zijn jongeren die een partner kiezen uit het land van herkomst,… De meeste ouders hechten er dan ook veel waarde aan dat hun kinderen de eigen taal goed leren.

  • Taal en cultuur zijn zeer nauw met elkaar verweven. Wanneer men zijn taal opgeeft, verliest men ineens een belangrijk stuk culturele identiteit. Turkse gezinnen hechten traditioneel zeer veel belang aan de familiale relaties. Dit uit zich ondermeer in de rijke woordenschat waarvan men zich bedient om over de familie te spreken. Zo gebruikt men b.v. verschillende woorden wanneer een tante langs vaderszijde of een tante langs moederszijde bedoeld wordt.

dHet theoretisch perspectief

Thuistaal in allochtone gezinnen: ‘Nederlands òf moedertaal’ of ‘Nederlands én moedertaal’?

Uit onderzoek in Zweden blijkt dat kinderen de minderheidstaal beter spreken wanneer beide ouders deze taal tegenover hun kinderen gebruiken. Hetzelfde onderzoek toont dat de kinderen tegen hun ouders de moedertaal spreken, maar met broers, zussen en vrienden met dezelfde migratieachtergrond wordt vaak de meerderheidstaal gehanteerd. (1)

Tot een gelijkaardige conclusie kwam een onderzoek in Nederland, waarbij men vaststelde dat naarmate het gezin langer in Nederland woont, er meer Nederlands wordt gesproken. Vooral tussen broers en zussen bleek het Nederlands de voertaal. Interessant was de bevinding dat gespreksonderwerpen waarbij de gezinsleden emotioneel betrokken waren, eerder in het Turks dan in het Nederlands besproken werden.(2)



Alle gezinnen met een migratiegeschiedenis zijn in zekere mate tweetalig.
Is het stimuleren van de moedertaal nadelig voor het leren van de eigen taal?

In Nederland werden onderwijsprojecten opgezet om het effect te meten van het stimuleren van de eigen taal op de taalvaardigheid in zowel de eigen taal als het Nederlands. Uit deze projecten werd duidelijk dat onderwijs in de moedertaal niet ten koste gaat van de taalvaardigheid in de tweede taal, het Nederlands. De taalvaardigheid in de eigen taal wordt er bovendien beter van.

Men merkte dat de opvang van leerlingen in de moedertaal een aantal sociale en psychologische effecten had, die mogelijkerwijs ook de taalvaardigheid in de tweede taal positief beïnvloedden:



  • De erkenning van de eigen taal op school blijkt bevorderlijk voor een positief zelfbeeld en voor het eigen bewustzijn.

  • Door de eigen taal een plaats te geven op school, wordt bijgedragen aan een veilig klimaat waar kinderen zich op hun gemak voelen en zo gemakkelijker nieuwe leerervaringen opdoen.

Men veronderstelt wel eens dat allochtone kinderen hun tweede taal pas goed kunnen leren als de vaardigheid in hun eerste taal goed ontwikkeld is. De vaardigheid in de tweede taal zou afhankelijk zijn van de vaardigheid die men in de eerste taal heeft.

Hoewel de precieze afhankelijkheidsrelatie nog onduidelijk is, komt uit vele onderzoeken naar voren dat meer aandacht voor de eerste taal, niet betekent dat de tweede taal minder snel geleerd wordt.

Door de eigen taal een plaats te geven op school wordt het belang onderkend van het aansluiten bij en voortbouwen op de (taal)kennis die het kind mee naar school neemt, waardoor ook de overgang tussen thuis en school minder groot is, en kinderen en ouders zich meer bij school betrokken voelen.

Dit heeft een positieve invloed op de algehele ontwikkeling van het kind, en mogelijk daardoor ook op de tweede taal verwerving.



Stimuleren van de eigen taal in het gezin is niet nadelig voor het leren van het Nederlands.

Aandacht voor de moedertaal heeft een positieve invloed op de algemene ontwikkeling. Daardoor kan ook de Nederlandse taalontwikkeling gestimuleerd worden.
Achterstand in het onderwijs: louter een taalprobleem?

De schoolse achterstand van allochtone kinderen kan niet enkel verklaard worden vanuit hun taalachterstand Nederlands. Uit onderzoek in eigen land blijkt immers dat de sociaal- economische status van de ouders een belangrijke determinant blijft in het halen van schoolsucces. Hoe lager de socio - professionele categorie waartoe men behoort, des te meer kans maakt men om in het lager onderwijs een jaar over te moeten doen . In het secundair onderwijs zijn kinderen uit gezinnen van de

lagere socio - professionele categorieën oververtegenwoordigd in het BUSO, het deeltijds onderwijs en het beroepsonderwijs.(4)

Verschillende elementen kunnen een rol spelen bij sociale ongelijkheid in de schoolloopbaan:


  • De financiële gezinssituatie. Financiële hulpbronnen zijn niet zonder belang voor de betrokkenheid van ouders op het onderwijs van hun kinderen. ‘Wie gedurende vele jaren van een minimuminkomen heeft moeten rondkomen en bovendien weinig perspectief heeft op verbetering van de eigen materiële omstandigheden, wordt cynisch en fatalistisch. Cynisme en fatalisme zijn niet bevorderlijk voor een hoog prestatie- en ambitieniveau.’ (Leune, 1988) (5)

  • Kloof gezin –school. Het onderwijs stelt eisen aan de leerlingen m.b.t. taalvaardigheid en culturele competentie die overeenstemmen met de middenklassecultuur. Bijgevolg zullen kinderen die opgevoed worden door ouders die zelf tot die cultuur behoren, beter voorbereid zijn op het onderwijs. Naarmate de verschillen tussen de waarden en normen van het gezin en de school vergroten, wordt de aanpassing op school moeilijker. Vele allochtone gezinnen worden geconfronteerd met verschillen in waarden en normen die hun oorsprong vinden in klasseverschillen in het thuis- en schoolmilieu. Maar bovendien krijgen zij nog te maken met verschillen vanuit hun etnisch culturele achtergrond. Voor ouders die niet of weinig vertrouwd zijn met het schoolmilieu is het onduidelijk wat van hen verwacht wordt. Het onderwijs veronderstelt dat ouders ‘onderwijsondersteunend’ zijn in hun opvoeding. Maar wat men precies verstaat onder ‘onderwijsondersteunend gedrag’ wordt zelden geëxpliciteerd. De school gaat er al te gemakkelijk van uit dat ouders weten wat er van hen verwacht wordt.

  • Interactie in het gezin, doorheen de opvoeding dragen ouders hun kennis over op hun kinderen. Als voorbereiding op de school blijkt de manier waarop ouders dat doen van groot belang. Hoe taliger de opvoeding thuis, hoe beter de voorbereiding op de school. Vb. Worden ‘waarom - vragen’ aangemoedigd of afgekeurd? Worden regels uitgelegd of gewoon opgelegd? …

  • Het opleidingsniveau van de ouders blijft één van de belangrijkste voorspellers van het schoolsucces voor jongeren.

Naast de taalachterstand kunnen ook andere factoren (b.v. kloof tussen school en gezin, scholingsgraad van de ouders, …) een rol spelen bij de schoolse achterstand van allochtone kinderen.

eBesluit


Het is voor allochtone jongeren van groot belang dat ze de tweede taal, het Nederlands goed beheersen. Een goede kennis van het Nederlands vergemakkelijkt niet enkel het leren op school, maar bevordert ook de algemene sociale integratie van de jongeren. Het zou echter verkeerd zijn hieruit te besluiten dat ouders nu Nederlands moeten gaan spreken met hun kinderen. De ouders moeten, zonder druk van de omgeving, zelf kunnen kiezen voor de taal waarbij zij zich het beste bij voelen.

Belangrijk is dat kinderen ‘talig’ opgevoed worden, het doet er niet toe in welke taal dat is. Ouders kiezen daarvoor de taal die ze het best beheersen, net zoals je voor de kleren kiest waarin je jezelf het meest op je gemak voelt. Dat kan de eigen taal zijn, maar ook het Nederlands. Communiceren met kinderen moet automatisch gaan, zonder nadenken. Op die manier leren kinderen taal. Het is belangrijk en nodig dat die communicatie er is en dat die divers en rijk is. Het speelt geen rol in welke taal. Alles wat je in de ene taal kunt, kun je ook in de andere taal. Als de school voortdurend blijft



hameren op Nederlands gaat men de ouders met een bijkomend probleem belasten. Men bereikt het tegendeel van wat men wenst. Ouders moeten vertrouwen krijgen, zij moeten het gevoel krijgen dat ze goed bezig zijn. Dat kan niet zolang scholen zo negatief blijven reageren op het spreken van de eigen taal.’ (Koen Jaspaert) (6)
(1) LENORE ARNBERG, Raising children bilingually: The pre-school years. 1987.

(2) J.J. DE RUITER, Een beschrijving van de taalsituatie van negen etnische groepen. Wolter, 1991.

(3) R. APPEL, F. KUIKEN, A. VERMEER, Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs, handboek voor

leerkrachten in het basisonderwijs, Meulenhof, Amsterdam, 1995.

(4) V.VAN DE VELDE, B. VAN BRUSSELEN, M. DOUTERLUNGE, Gezin en school. Een onderzoek over het

gezin als indicator voor de schoolloopbaan in het secundair onderwijs. HIVA, 1996.

(5) Geciteerd in: V.VAN DE VELDE, B. VAN BRUSSELEN, M. DOUTERLUNGE, ibid.

(6) In: Limburgs Mozaïek, n° 51, februari 1997.

Terug naar inhoudstafel



1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina