Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina5/15
Datum22.07.2016
Grootte0.73 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

4Leerlingenfiche en schoolfiche


(Geïnspireerd door het materiaal van Manuel Dresen G.V.B. CKG Molenberg , Daalbroekstraat 120, 3621 Rekem)

Wat zegt de regelgeving over het individueel werkplan van de leerling:

Het schoolbestuur organiseert voor elke anderstalige nieuwkomer een individueel werkplan. Uitgaande van de beginsituatie wordt een strategie uitgeschreven om de doelstellingen van het onthaalonderwijs zoals beschreven onder punt 1.1. te realiseren. De evaluatie van de verschillende stappen wordt eveneens opgenomen in het individueel werkplan.

Het werkplan geeft dus naast leerelementen ook leerevoluties weer, zowel binnen de aparte als binnen de geïntegreerde opvang van de anderstalige nieuwkomer. In functie van de beginsituatie en de leerevolutie van de anderstalige nieuwkomer wordt de onthaalstrategie beschreven en opgevolgd.

Het schoolbestuur gaat de verbintenis aan de leerkrachten te laten deelnemen aan nascholing gericht op onthaalonderwijs. Daarbij moeten de twee actieterreinen aan bod komen: bevorderen van taalvaardigheidsonderwijs én bevorderen van sociale integratie’

Hier vindt u voorbeelden van leerlingenfiches en van schoolfiches. U kunt ze vrij kopiëren en bewerken .



Algemene gegevens


Schoolgegevens

Adres:


Telefoon:

E-mail:

Directeur:




Gegevens over de onthaalklas

Datum

Leerkracht onthaalklas

Aantal anderstalige nieuwkomers

Aantal lestijden



































































Overzicht anderstalige nieuwkomers

Naam

Voornaam

Geboortedatum

Datum inschrijving

Datum vertrek

School van herkomst


































































































































Tolken waar de school beroep op kan doen.

Taal

Naam

Contactgegevens















































Individueel werkplan van …………

(Dit individueel werkplan groeit in de loop van het schooljaar.)
Beginsituatie:

Leerlingengegevens

Naam




Voornaam




Geboortedatum




Nationaliteit





Adres






Thuistaal




Naam vader




Naam moeder




Broers en zussen naam en geboortedatum

(Indien ook op school: aankruisen)





De leerling is samen met zijn ouders in België

0 ja

0 neen

De leerling is alleen in België

0 ja

0 neen

Datum aankomst in België




Datum inschrijving in de school




Datum inschrijving in voorgaande scho(o)l(en)




Adres vorige scho(o)l(en)




Datum vertrek uit voorgaande school




Datum vertrek uit de school




Gevolgd onderwijs in het thuisland
































Leerling:

Leerkracht:

Datum











































Zelfstandigheid

Zet door bij moeilijkheden














































Kan zelfstandig een taak uitvoeren














































Vraagt geen hulp maar kan niet verder














































Is moeilijk tot werken aan te zetten














































Vraagt onnodig hulp














































Zelfvertrouwen

Vraagt veel aandacht














































Is schuchter, teruggetrokken














































Weigert fouten te erkennen














































Concentratie

Kan rustig een taak volbrengen














































Is vlug afgeleid














































Gaat aarzelend, afwachtend te werk














































Sociaal gedrag

Wordt geaccepteerd














































Is behulpzaam














































Kan in een groepje samenwerken














































Is erg op zichzelf betrokken














































Toont storend gedrag


















































Beginsituatie van : ……………………………………………….

Gevolgd onderwijs in het thuisland




Talen die het kind beheerst en waarin je met het kind kunt communiceren




Op school zijn volgende leerlingen die met de anderstalige nieuwkomer in zijn moedertaal kunnen spreken







Ja

Neen

Geen zicht op

Opmerkingen

De leerling begrijpt Nederlands













De leerling spreekt Nederlands













De leerling is reeds gealfabetiseerd in het Nederlands













De leerling is reeds gealfabetiseerd in een andere taal













De leerling is gealfabetiseerd in het Latijnse schrift













De leerling is gealfabetiseerd in een ander schrift














geen zicht op /nog in te schatten

geen noties van

op lager niveau

op het niveau van zijn leeftijdsgroep

Niveau voor hoofdrekenen













Cijferen













Schrijven













Lezen













Motoriek































Naam leerling

Na te streven doelen:


september

oktober

november

december

januari

februari

maart

april

mei

juni

1

Kunnen uitvoeren van mondeling geformuleerde instructies voor concrete handelingen in de hier- en – nu klascontext































2

Begrijpen van mondeling geformuleerde mededelingen, vragen en reacties van de leerkracht met betrekking tot concrete gebeurtenissen in de klascontext en tot handelingen die de leerlingen zelf uitvoeren in de klas en/of in het kader van schoolse opdrachten































3

Begrijpen van de gangbare vaste formules voor een aantal sociale plichtplegingen en voor het oplossen van communicatieproblemen.































4

Vragen en mededelingen begrijpen in formele schoolse situaties die op de leerlingen betrekking hebben.































5

Reageren met een kort antwoord op gesloten vragen met betrekking tot concrete gebeurtenissen in de hier-en-nu context en tot handelingen die de leerlingen uitvoeren in de klas (en)of in het kader van schoolse opdrachten. Hierbij worden zowel inhoud als formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































6

Korte vaste formules gebruiken voor een aantal sociale plichtplegingen en voor het oplossen van communicatieproblemen































7

Reageren met een kort mondeling antwoord op gesloten vragen met betrekking tot formele schoolse situaties die op de leerlingen betrekking hebben































8

Mondeling geformuleerde informatie begrijpen (mededelingen, vragen, reacties) en instructies m.b.t. een binnen de klas gebrachte wereld, gerelateerd aan de schoolse kennisdomeinen. Hierbij wordt een sterke (visuele en/of talige) contextualisering geboden































9

Reageren met een mondeling antwoord op vragen over fysische en cognitieve handelingen die de leerlingen uitvoeren en over informatie die ze krijgen (zoals die onder 3.1 is beschreven). Hierbij wordt de inhoud, maar niet noodzakelijk de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































10

De gangbare vaste formules gebruiken voor een aantal sociale plichtplegingen en voor het oplossen van communicatieproblemen































11

De informatie die wordt gevraagd halen uit kort geschreven teksten (labels bij afbeeldingen) m.b.t. onderwerpen waarrond de leerlingen voorafgaand mondelinge informatie hebben gekregen,































12

De gevraagde informatie halen uit mondeling geformuleerde teksten. Deze teksten hebben betrekking op een (daar – en -toen-) wereld die (doordat hij zich in het verleden of op een andere plaats bevindt) noodzakelijk in taal wordt opgeroepen. Hierbij wordt een sterke (visuele en/of talige) contextualisering geboden.































13

De informatie die wordt gevraagd halen uit korte geschreven teksten, sterk visueel ondersteunde teksten waarrond ze voorafgaand mondelinge informatie hebben gekregen































14

Mondeling reageren op vragen die gesteld worden naar aanleiding van aan de leerlingen voorgelegde informatie (zie 4.1). Hierbij wordt de inhoud, maar niet noodzakelijk de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































15

Met een kort schriftelijk antwoord reageren op een invuloefening met betrekking tot teksten zoals die onder 4.1 en 4.2 zijn beschreven. Inhoud en formulering van het antwoord worden vanuit de taak aangereikt.































16

De gevraagde informatie halen uit mondeling geformuleerde teksten; deze teksten hebben betrekking op een (daar- en- toen- )wereld die (doordat hij zich in het verleden of op een andere plaats bevindt) noodzakelijk in taal wordt opgeroepen. Hierbij wordt in beperkte mate (visuele en/of talige) contextualisering geboden.































17

De gevraagde informatie halen uit korte of middellange informatieve en instructiegevende geschreven teksten, waarbij (visuele en/of talige) contextualisering in beperkte mate wordt geboden.































18

Mondeling reageren op vragen die gesteld worden naar aanleiding van aan de leerlingen voorgelegde informatie (zie 5.1 en 5.2). Hierbij wordt de inhoud, maar niet noodzakelijk de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































19

Schriftelijk reageren op een invuloefening met betrekking tot teksten zoals die onder 5.1 en 5.2 zijn beschreven. Hierbij wordt de inhoud en de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































20

De gevraagde informatie halen uit informatieve teksten (mondeling en schriftelijk). Deze teksten hebben betrekking op een wereld die (doordat hij vanuit een abstraherend perspectief wordt benaderd) noodzakelijk in taal wordt opgeroepen. Contextualisering wordt daarbij in ruime mate geboden.































21

Mondeling reageren op vragen die gesteld worden naar aanleiding van aan de leerlingen voorgelegde informatie (zie 6.1). Hierbij wordt de inhoud, maar niet noodzakelijk de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































22

Schriftelijk reageren op een invuloefening met betrekking tot teksten zoals die onder 6.1 zijn beschreven. Hierbij worden de inhoud en de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.

































23

De gevraagde informatie halen uit informatieve teksten (mondeling en schriftelijk). Deze teksten hebben betrekking op een wereld die (doordat hij vanuit een abstraherend perspectief wordt benaderd) noodzakelijk in taal wordt opgeroepen. Contextualisering wordt daarbij in beperkte mate geboden.































24

Mondeling reageren op vragen die gesteld worden naar aanleiding van aan de leerlingen voorgelegde informatie (zie 7.1). Hierbij wordt de inhoud, maar niet noodzakelijk de formulering van het antwoord vanuit de taak aangereikt.































25

Schriftelijk reageren op gesloten vragen en invuloefeningen met betrekking tot teksten zoals die onder 7.1 zijn beschreven.































26

Schriftelijk reageren op open toetsvragen met betrekking tot teksten zoals die onder 7.1 zijn beschreven. Hierbij wordt de inhoud aangereikt in lessen die de toets voorafgaan. De formulering van het antwoord wordt niet noodzakelijk vanuit de toetsvraag aangereikt.































Duid met een kruisje aan welke doelen je wil nastreven tijdens de lopende maand.

Leg dit rooster naast de Doelenlijst Anderstalige Nieuwkomers. Daarin vind je concretiseringen.




Individueel werkplan voor leerling:

Doelen omschrijven: (zie doelenlijst Nederlands en formuleer ook doelen op het vlak van sociale integratie).( Formuleer doelen op het niveau van het kind en omschrijf de inspanningsverplichting voor de leerkracht)

Beginsituatie van de leerling voor de doelen: ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………...........................................



Planning: Hoe ga je werken? Met welke middelen? Met welke methodes? Met welke activiteiten? Met welke materialen? Wie zal met wie /wanneer/ over wat overleggen?

In de onthaalklas:

Taaldoelen (zie rooster)

……………………………………………………………………………………………………………………………………………..

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Sociale doelen

……………………………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………………………………



In de reguliere klas:

Taaldoelen (zie rooster)

……………………………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………………………………



Sociale doelen ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Evaluatie: Hoe ga je het proces evalueren? Hoe ga je het product evalueren?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Navorming: Welke nascholing zal welke leerkracht volgen?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Terug naar inhoudstafel



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina