Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs



Dovnload 0.73 Mb.
Pagina8/15
Datum22.07.2016
Grootte0.73 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15

7Socio-emotionele ontwikkeling

Omgaan met trauma’s

De leerlingen: ontredderd

Het minste dat je van een onthaalklas kan zeggen, is wel dat ze gekenmerkt wordt door een zeer heterogene samenstelling. Zo zijn de kinderen vaak afkomstig uit verschillende hoeken van de wereld. Zoveel verschillende landen betekent ook zoveel verschillende talen. Vaak zijn er weinig aanknopingspunten met het Nederlands en bovendien zijn sommige kinderen niet vertrouwd met het Latijns schrift. In bepaalde gevallen kan je voor de eerste contacten beroep doen op een tolk (familie, vrienden, of iemand van een tolkencentrum). Dit ligt echter niet altijd voor de hand.

Zo veel verschillende landen betekent ook zoveel verschillende culturen, gewoonten en gebruiken. Dit levert wel eens conflicten op:



  • Celal uit Turkije vindt dat hij niet mee hoeft op te ruimen in de klas; dat is werk voor de meisjes.

  • Dilek uit Bulgarije is een heel repressieve aanpak gewend en kan moeilijk om met de meer democratische houding van de leerkrachten hier.

  • Fadouma uit Ethiopië hanteert een ander tijdsbesef en komt hierdoor steevast te laat in de les.

  • Ben uit Ghana heeft vaak last van buikpijn omdat hij maar niet kan wennen aan het eten hier.

Dit soort conflicten kan niet in een handomdraai ‘opgelost’ worden. Het is voor de leerkracht echter een hele stap vooruit als zij op de hoogte is van een aantal gewoonten en gebruiken. Voor de nodige achtergrondinformatie zal men vaak een paar stappen buiten de school moeten zetten. In de familie- of kennissenkring van de kinderen zijn er soms mensen die het Nederlands machtig zijn en die als tolk kunnen optreden. In ‘school x’ besloot de leerkracht op een bepaald moment bij elke familie een huisbezoek af te leggen. Dit leverde voor hemzelf een aantal verhelderende inzichten op. Bovendien stimuleerde het verschillende ouders om zich ook stipter te houden aan schoolse afspraken (zoals op tijd komen).

Een lokaal integratiecentrum beschikt vaak over de nodige documentatie. Het hoeft geen betoog dat hier soms een lange en moeilijke weg afgelegd moet worden, maar toch kan het voor de leerkracht al een hele stap vooruit zijn als ze tenminste een aantal reacties beter begrijpt.
In eenzelfde lokaal zitten niet alleen kinderen van verschillende afkomst bij elkaar. Er zijn ook grote verschillen in leeftijd. Enerzijds levert deze situatie een aantal voordelen op; de oudere kinderen zijn er gewoonlijk wel voor te vinden om de jongere wat vooruit te helpen. Anderzijds zijn er natuurlijk enorme verschillen qua niveau en ook bijvoorbeeld qua belangstelling en belevingswereld. Voor een efficiënte werking zijn klassikale werkvormen dus zeker niet aangewezen. Werken in heterogene groepjes en interactieve hoeken opent wel een aantal interessante perspectieven.
De schoolse achtergrond van de anderstalige nieuwkomers is ook zeer uiteenlopend. Van sommige kinderen weet men helemaal niets over de schoolloopbaan. Sommige kinderen zijn door omstandigheden nog nooit naar school geweest.


  • Ben, een 8-jarige jongen uit Ghana, maakt vrij goede vorderingen qua taalvaardigheid, maar zijn prestaties in de klas zijn zeer zwak. Hij kan ook niet lezen of schrijven. De oorzaak is voor de leerkrachten een groot vraagteken: is Ben nog nooit naar school geweest, vinden zijn leerproblemen hun oorsprong in traumatische ervaringen of heeft hij een mentale achterstand? Uiteindelijk blijkt uit een aantal (non-verbale) tests dat Ben een zeer laag IQ heeft. Eigenlijk hoort hij thuis in het buitengewoon onderwijs. Omdat Ben zich heel goed op zijn gemak voelt in de klas waar hij nu zit, wordt besloten om hem voorlopig bij zijn vriendjes op deze school te laten..

  • De 10-jarige Roewan uit Irak heeft, vóór ze in België belandde, al een hele geschiedenis van onderduiken en weer wegvluchten achter de rug. Ze bracht een groot deel van haar kindertijd door in vluchtelingenkampen. Een school is een totaal vreemde omgeving voor haar; ze weet niet waarvoor een boekentas of een potlood dient. Ze heeft nog nooit een verfdoos of een schaar gezien en begrijpt niet dat je soms op een stoel moet blijven zitten.

Het spreekt bijna voor zich dat deze kinderen vooral ‘tijd’ nodig hebben om te wennen aan de nieuwe situatie. Jammer genoeg wordt hen dit niet altijd gegund. Het onthaalbeleid bepaalt hoe lang anderstalige nieuwkomers onthaalonderwijs kunnen krijgen. Dat is een vrij korte periode. In de realiteit lopen ze achteraf soms echt ‘verloren’ of ze worden gewoon doorverwezen van de ene naar de andere school. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat de situatie niet altijd zo negatief is. Ook in een ‘gewone’ klas kan een anderstalige nieuwkomer een leerkracht treffen die hem door de moeilijke periode heen loodst. Zoals al eerder vermeld, kan ook het ‘mentorschap’ een heel positieve uitwerking hebben. Een autochtoon klasgenootje wordt aangesteld als mentor van de anderstalige nieuwkomer. Gewoonlijk neemt een leerling deze taak vrijwillig op zich. Hij maakt de nieuwkomer wegwijs in het leven op school en in de klas en probeert hem zoveel mogelijk te betrekken bij allerlei activiteiten (ook bijvoorbeeld bij het spel op de speelplaats). Sommige anderstalige nieuwkomers vinden het gemakkelijker om een leeftijdgenootje in vertrouwen te nemen en te ‘volgen’ dan een volwassene:

De 7-jarige Amran schuwt elke toenadering van volwassenen, maar heeft het volste

vertrouwen in Jens, die hem op sleeptouw neemt. Als de kinderen gaan zwemmen (Amran heeft nog nooit een zwembad gezien) kan alleen Jens hem er na veel moeite toe overhalen om op de rand te gaan zitten, met zijn voetjes in het water...


Vele vluchtelingenkinderen zijn blootgesteld geweest aan schokkende gebeurtenissen: geweld, vernietiging, verlies van iemand die hun dierbaar was, verlies van hun huis. Hierdoor zijn ze vaak mentaal lelijk toegetakeld. De 12-jarige Lenka ontvluchtte met haar ouders het oorlogsgeweld in Bosnië. Ze heeft veel familie en vrienden verloren. Door deze traumatische gebeurtenissen is een deel van haar geheugen ‘gewist’; hoewel ze normaal begaafd is, kan ze niet meer lezen of schrijven.
Vluchtelingenkinderen hebben ook soms een lange ‘vluchtgeschiedenis’ achter de rug, waarbij ze voortdurend moesten afscheid nemen. Ook hier in België leven ze vaak nog in onzekerheid of zij wel mogen blijven. Soms gebeurt het dat een kind van de ene dag op de andere niet meer opdaagt in de klas; dit verwekt grote onrust bij de andere kinderen. Sirud, 10 jaar, ontvluchtte met zijn familie Irak, leefde ondergedoken in Turkije, kwam terecht in een asielzoekerscentrum in Duitsland en woont nu bij familie in Leuven. Zijn ouders hebben een asielaanvraag ingediend, maar verkeren nog in het ongewisse over de afloop.
De thuissituatie is gewoonlijk verre van rooskleurig. Gezinnen zijn bijvoorbeeld langere tijd uit elkaar geweest. Wanneer ze weer verenigd worden, moet iedereen weer aan elkaar wennen. Dat kan de nodige spanningen opleveren. Bovendien leven de ouders in grote onzekerheid over het lot van familie, vrienden en kennissen die achterbleven.

Voorts zijn er financiële problemen en huisvestingsproblemen. Dit alles heeft onvermijdelijk zijn weerslag op de kinderen. Voor de opvang van deze kinderen in de klas zijn twee sleutelwoorden belangrijk: ‘veiligheid’ en ‘vertrouwen’.


Of een kind blijvend schade ondervindt na een traumatische gebeurtenis hangt af van veel factoren, o.m. van de soort gebeurtenis, maar ook van het karakter, de leeftijd van het kind, van de omgeving en van de opvang binnen het gezin. Kinderen reageren heel divers op ervaringen die zij hebben doorgemaakt en uiten dat ook op verschillende manieren. Toch zien we dat heel veel van deze kinderen te maken hebben met concentratieproblemen op school. Sommigen zijn bovendien zeer angstig en nerveus en wijzen aanvankelijk elke vorm van toenadering af. Anderen voelen zich machteloos en uiten dit door een zeer agressief gedrag. Dit komt vooral voor bij kinderen die zich helemaal niet verstaanbaar kunnen maken en daardoor erg gefrustreerd zijn.
Opvallend is ook dat veel kinderen enorm gehecht zijn aan persoonlijke bezittingen en zich ook allerlei dingen in de klas gaan toe-eigenen om hierdoor een houvast te creëren.

  • Watini, 8 jaar, komt uit de sloppenwijken van Port-au-Prince (Haïti), waar ze de hele tijd op straat doorbracht. Ze is heel vrolijk en levendig, maar kan zich heel slecht concentreren en blijft gemiddeld niet langer dan 2 minuten op haar stoel zitten.

  • Birzen, 10 jaar, is heel stil en teruggetrokken. Ze durft niet luidop te praten voor de groep, hoewel uit haar schriftelijk werk blijkt dat ze het Nederlands al redelijk goed beheerst. Ze heeft ook nooit oogcontact met de leerkracht.

  • Celal, 9 jaar, kan het ene moment heel innemend en ijverig zijn. Het andere moment vervalt hij in een oncontroleerbare driftbui, waarbij het materiaal en soms de medeleerlingen het moeten ontgelden.

  • Hulya, 7 jaar, verzamelt systematisch balpennen en potloden. Als de leerkracht vaststelt dat er weer heel wat uit de klas ‘verdwenen’ zijn, hoeft ze alleen maar Hulya’s boekentas even na te kijken.

Verschillende leerkrachten vermelden dat ze het erg moeilijk vinden om met dit soort gedragsproblemen om te gaan. Ze voelen aan dat individuele aandacht erg belangrijk is, maar dat is juist hetgeen wat ze niet altijd kunnen geven. Overleg en uitwisseling zouden hier wellicht een uitweg kunnen bieden. Overleg tussen de klasleerkracht en de leerkracht van de onthaalklas zou al een begin kunnen zijn. Op die manier zou men bijvoorbeeld consequent op dezelfde manier op een bepaald gedrag kunnen inspelen. Overleg tussen verschillende leerkrachten die in een onthaalklas werken, zou ook verhelderend kunnen zijn; zo kan men leren van elkaars ervaringen. Voorts zou het ook interessant zijn om te rade te gaan bij leerkrachten uit het buitengewoon onderwijs. Zij beschikken in sommige gevallen wellicht over de nodige achtergrondinformatie en deskundigheid om in te spelen op individuele gedragsproblemen. Ook het CLB kan geraadpleegd worden.


Samenvattend:

Knelpunten en mogelijke oplossingen
conflicten op basis van andere cultuur

  • achtergrondinformatie verzamelen

  • groepen heterogeen samenstellen

  • werken met gedifferentieerde werkvormen en variatie in groeperingsvormen

gedragsproblemen

  • voldoende tijd geven

  • gevoel van veiligheid en vertrouwen geven

  • overleggen met collega’s en deskundigen
Interessante literatuur :

  • F.C. de Wereld
    Vluchtelingenkinderen in het basisonderwijs
    1998
    Stichting Pharos
    Postbus 13318
    3507 LH Utrecht
    ISBN 90-75955-04-9




  • Vluchtelingen in de klas
    Vademecum Socio-emotionele opvang van vluchtelingenkinderen
    Garant
    Tiensesteenweg 83
    3010 Leuven

Terug naar inhoudstafel





1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina