Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs



Dovnload 56.26 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte56.26 Kb.




Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs
Guimardstraat 1, 1040 BRUSSEL



SNELBERICHT

SB.06.11



BRUSSEL,

2006-08-30

klassement:

GD/Algemene zaken

bestemd voor:

BuBaO en BuSO




contact:

Koen Kempeneers

trefwoorden:

Preventie
Welzijn
Bescherming op het werk



016 76 54 49




@

koen.kempeneers@vsko.be




Wettelijke voorschriften betreffende
elektrische installaties1


Implementatie van art. 47 en art. 266 van het AREI

Situering

  1. Mag een onderwijzer of een kleuterjuf een defecte gloeilamp vervangen?

  2. Mag de werkman van de school bij het uitvoeren van schilderwerken de dekplaatjes van een stopcontact verwijderen?

  3. Mag een leerkracht in het fysicalokaal elektrische experimenten uitvoeren?

  4. Mogen leerlingen een elektrische installatie bouwen en testen tijdens de praktijkles?

Het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (AREI) geeft in art.47 en art. 266 antwoord op bovenvermelde vragen. Beide artikels werden echter op 26 mei 2004 onder impuls van Europese regelgeving gewijzigd2.

Art. 47 kent aan iedereen die in contact komt met elektrische installaties een bevoegdheidsniveau toe (codificatie) en beschrijft verder aan welke voorwaarden personen die werken aan of in de buurt van elektrische installaties, moeten voldoen. In art. 266 worden de werkzaamheden zelf in detail besproken. Beide artikels zijn van toepassing voor elke vorm van werkzaamheden waarbij een elektrisch risico ontstaat.

In deze mededeling worden beide gewijzigde artikels toegelicht en wordt een stappenplan voor de implementatie met nuttige wenken naar voor geschoven. In het tweede deel van de mededeling wordt de specifieke toepassing van het AREI in de nijverheidstechnische scholen besproken.

1Codificatie


De bevoegdheden van personen die in contact komen met een elektrische installatie worden aangegeven met de letters BA gevolgd door een cijfer van 1 tot en met 5.

Code

Omschrijving

Voorwaarden

Voorbeelden

BA1

Gewone

Niet hieronder geclassificeerde personen.

Lokalen voor huishoudelijk of analoog gebruik, lokalen gewoonlijk toegankelijk voor het publiek,…

BA2

Kinderen

Kinderen die zich bevinden in de voor hen bestemde lokalen.

Kinderbewaarplaatsen en kinderkribben,…

BA3

Gehandicapten

Personen die niet over al hun fysische of geestelijke vermogens beschikken.

Rusthuizen voor invaliden, ouderlingen of mentaal gehandicapten,…

BA4

Gewaarschuwden

Personen die;

  • ofwel voldoende onderricht werden aangaande de elektrische risico’s verbonden aan de hen toevertrouwde werkzaamheden;

  • ofwel permanent worden bewaakt door een vakbekwaam persoon tijdens de hen toevertrouwde werkzaamheden teneinde de aan elektriciteit verbonden risico’s tot een minimum te herleiden.

Uitbatings- of onderhoudspersoneel van elektrische installaties,…

BA5

Vakbekwamen3

Personen die via kennis, verkregen door opleiding of ervaring, de gevaren verbonden aan de uit te voeren werkzaamheden zelf kunnen inschatten en de maatregelen kunnen bepalen om de daaruit voortvloeiende specifieke risico’s te elimineren of tot een

minimum te beperken



Ingenieurs en technici belast met de uitbating van elektrische installaties,…

1.1Standaardbevoegdheid


De standaardbevoegdheid van elke werknemer - gebruiker van een elektrische installatie is het laagste niveau, namelijk BA1. Ongeacht de vooropleiding van het personeelslid bestaat zijn of haar enige bevoegdheid er in de elektrische installatie te gebruiken. M.a.w. het inpluggen van een toestel in het stopcontact en het bedienen van een lichtschakelaar zijn zowat de enige handelingen die een personeelslid van niveau BA1 mag uitvoeren.

Voor alle andere handelingen zoals het schakelen4, uitbreiden en onderhouden van de elektrische installatie of het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden vreemd aan de elektrische installatie5 maar in de nabijheid van naakte geleidende onderdelen is een bevoegdheidsattest noodzakelijk.

Het is uitermate belangrijk dat alle personeelsleden weten dat hun bevoegdheid niet verder reikt dan het gebruik van de elektrische installatie. Hoewel in de eigen woning werkzaamheden naar eigen goeddunken uitgevoerd mogen worden, kan dat met het oog op de arbeidsveiligheid op de werkplek niet!

Het antwoord op de vragen uit de situering bij de aanhef van deze mededeling is bijgevolg negatief: geen enkele van de beschreven handelingen mag uitgevoerd worden door andere dan personen met BA4– of BA5-bevoegdheidsattest. Daarom moet in elke school minstens één personeelslid bevoegd te zijn voor het uitvoeren van de hierboven omschreven werkzaamheden.


1.2Toekennen van bevoegdheidsattesten


Het toekennen van BA4/BA5-bevoegdheidsattesten kan slechts gebeuren door de werkgever6 zelf. De attesten dienen uitdrukkelijk de reikwijdte te specificeren van de bevoegdheid met betrekking tot de aard van de installatie en de aard van de werkzaamheden waarvoor dit attest afgeleverd werd.

De werkgever dient bij het toekennen van een bevoegdheidsattest rekening te houden met de volgende factoren:



  1. de werknemer (leerkracht) moet kennis hebben (BA5) of in kennis gesteld zijn (BA4) van de risico’s verbonden aan een elektrische installatie;

  2. de werknemer dient kennis te hebben van de aard en de verscheidenheid van de betrokken elektrische installaties;

  3. de verscheidenheid aan activiteiten, werken en werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie (werken zonder spanning, schakelen, meten, …).

Men kan een leerkracht elektriciteit gezien diens opleiding beschouwen als een werknemer die kennis heeft van de specifieke gevaren verbonden aan elektrische installaties. Toch kan diezelfde leerkracht niet automatisch een BA4/BA5-attest van vakbekwaamheid toegekend worden, aangezien hij/zij niet per definitie kennis heeft van de betrokken elektrische installatie.

De wetgever stelt voorts dat de beoordeling van de vakbekwaamheid, met inbegrip van de omschrijving van de installatie en de aard van de toegelaten werkzaamheden waarvoor de beoordeling geldt, traceerbaar moet zijn. Hiermee bedoelt men dat elke verklaring in het attest van vakbekwaamheid aantoonbaar moet zijn, bv. door verwijzing naar bestaande procedures en/of documenten: diploma, opsomming van de extra vereiste opleidingen, risicobeoordeling, elektrische schema’s van de installatie.



De werkgever moet voorts:

  1. in aangepaste vorming7 en training voorzien betreffende de specificiteit van de activiteiten waarvoor de werknemer bevoegd wordt geacht;

  2. bij het gelasten van werkzaamheden rekening houden met de bekwaamheid van de betrokken werknemer op het vlak van veiligheid en gezondheid;

  3. toezien op de werkverdeling zodat werken die worden uitgevoerd aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden uitgevoerd door personen met de vereiste vakbekwaamheid.

2Werken en werkzaamheden

2.1Definities


Art. 266.2 definieert de volgende begrippen:

  • Werkzaamheden: Alle werken waarmee specifieke gevaren van elektriciteit gepaard gaan.

  • Elektrische werkzaamheden: Werkzaamheden aan, met of in de omgeving van een elektrische installatie die rechtstreeks betrekking hebben op die elektrische installatie.

  • Niet-elektrische werkzaamheden: Werkzaamheden in de omgeving van een elektrische installatie die niet rechtstreeks betrekking hebben op die installatie zelf, zoals schilderwerkzaamheden.

  • Exploitatiewerkzaamheden:

  • bedieningswerkzaamheden die tot doel hebben de toestand van de elektrische installatie te wijzigen. (Inschakelen, uitschakelen, dimmen, …);

  • controlewerkzaamheden zoals visuele controle, proeven en metingen.

  • Werkzaamheden onder spanning: alle werkzaamheden waarbij een persoon in aanraking kan komen met naakte delen onder spanning.

  • Werkzaamheden in de nabijheid van delen onder spanning: werkzaamheden waarbij een persoon binnendringt in de nabijheidszone, zonder evenwel de zone onder spanning binnen te dringen.

  • Werkzaamheden buiten spanning: werkzaamheden op elektrische installaties waarbij alle voorzorgsmaatregels ter voorkoming van elektrische risico’s zijn genomen, zoals beschreven in art. 266.05 van het AREI (fysisch scheiden van de elektrische installatie, voorkomen van herinschakeling, controle op spanningsafwezigheid, aarden, ontladen en kortsluiten).

  • Werkverantwoordelijke: het personeelslid8 dat werd aangeduid om de leiding van werkzaamheden op zich te nemen.

  • Installatieverantwoordelijke: het personeelslid dat de verantwoordelijkheid draagt over de exploitatie van de elektrische installatie. Desgevallend kan de verantwoordelijkheid geheel of gedeeltelijk overgedragen worden.

  • Werkzone: ruimte waarbinnen de werkzaamheden uitgevoerd worden.

  • Nabijheidszone: de ruimte begrensd door de afstanden DV in onderstaande tabel; hieruit blijkt dat op school de nabijheidszone in de praktijk nooit meer dan een halve meter zal bedragen, tenzij de school over een eigen hoogspanningscabine beschikt.

  • Zone onder spanning: de ruimte begrensd door de afstanden DI in onderstaande tabel; hieruit blijkt dat op school de zone onder spanning in de praktijk beperkt zal zijn tot het oppervlak van de geleiders, tenzij de school over een eigen hoogspanningscabine beschikt.




Nominale spanning

Dl:

DV:

< 1kV

0 mm

500 mm

10 kV

150 mm

1150 mm

15 kV

160 mm

1160 mm

36 kV

380 mm

1380 mm

70 kV

750 mm

1750 mm

3Bepalingen


Alle werkzaamheden dienen voorafgegaan worden door een risicobeoordeling die toelaat te bepalen hoe de werkzaamheden voorbereid en uitgevoerd moeten worden om de veiligheid te garanderen.

Voor regelmatig weerkerende exploitatiewerkzaamheden, die steeds onder dezelfde omstandigheden worden uitgevoerd, kunnen procedures uitgeschreven worden die gebaseerd zijn op een eenmalig uitgevoerde risicoanalyse.

Binnen elke school moet een installatieverantwoordelijke aangesteld worden die de volledige eindverantwoordelijkheid draagt over de installatie. Alle werken aan de installatie worden door een werkverantwoordelijke onder het gezag van en in onderling overleg met de installatieverantwoordelijke voorbereid en uitgevoerd.

In functie van de risicobeoordeling worden gepaste maatregelen genomen ter voorkoming van ongevallen en wordt, indien nodig,



  1. de werkzone en/of de toegang tot de werkzone afgebakend;

  2. een schriftelijke voorbereiding van de werkzaamheden opgemaakt.

Verder beschrijft art. 266 in detail hoe werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden.

Voor het schoolbestuur is het zeer belangrijk te weten dat, indien er zich een incident voordoet, de arbeidsinspectie enkel indien aan alle bepalingen werd voldaan, besluiten zal dat er sprake is van een arbeidsongeval. In alle andere gevallen zal proces-verbaal worden opgemaakt en kan de werkgever of een personeelslid aansprakelijk gesteld worden.


4De bevoegdheid van leerlingen

4.1Overdracht van bevoegdheid


Aangezien er geen sprake kan zijn van een werknemer - werkgeverrelatie, worden leerlingen op het eerste zicht vrijgesteld van de hierboven beschreven regelgeving. Hoewel een leerling op het vlak van de veiligheid wordt gelijkgeschakeld met een werknemer kan een leerling onmogelijk bevoegd verklaard worden voor het uitvoeren van werkzaamheden of werken op elektrische installaties.

Wel geldt overdracht van bevoegdheid, een leerling die onder toezicht staat van een vakbekwaam personeelslid van de school krijgt, voor de tijd dat hij/zij onder zijn/haar toezicht staat, dezelfde bevoegdheden als het bevoegd verklaarde personeelslid. Dit impliceert echter dat indien de bevoegde leerkracht het lokaal verlaat, de installatie volledig spanningsloos dient te zijn en vergrendeld moet worden ter voorkoming van herinschakeling.


4.2Kennis en attitudevorming bij leerlingen


Vooreerst benadrukt de wetgever dat alle werkzaamheden, zonder andere grondig geargumenteerde richtlijnen van de installatieverantwoordelijke, spanningsloos dienen uitgevoerd worden, ook indien het gaat om werkzaamheden op zeer lage veiligheidsspanning. Het naleven van dit principe staat garant voor een onontbeerlijke attitudevorming bij leerlingen op het vlak van de veiligheid bij elektrische installaties.

Verder spreekt het voor zich dat er bij de leerlingen, die onder toezicht van een vakbekwaam leerkracht diens bevoegdheden erven, aan de specifieke vorming verbonden aan deze regelgeving gewerkt dient te worden. Zo dienen de leerlingen kennis en attitudes te verwerven rond:



  1. de gevaren van elektriciteit;

  2. de procedures voor het inschakelen en werken op de betrokken installaties;

  3. de specifieke gevaren verbonden aan de betrokken installatie;

  4. de wetgeving ter zake.

Vanaf het schooljaar 2007 - 2008 zullen specifieke doelstellingen, inhouden en wenken opgenomen worden in alle betrokken leerplannen.

5Wat staat de school concreet te doen?

5.1Algemeen


Binnen de eigen organisatie wordt een installatieverantwoordelijke aangesteld die door opleiding of ervaring vertrouwd is met elektriciteit. Het spreekt voor zich dat de installatieverantwoordelijke overeenkomstig bevoegd verklaard moet worden.

Voorafgaande aan verdere stappen in verband met de implementatie van deze wetgeving zal de installatieverantwoordelijke de volledige vaste elektrische installatie in kaart brengen en indien nodig laten (her)keuren door een erkend keuringsorganisme.

De installatieverantwoordelijke wordt, net zoals alle personeelsleden (leerkrachten) die gelast worden met het uitvoeren van werkzaamheden aan de elektrische installatie, gevormd aangaande de regelgeving en de risico’s verbonden aan elektriciteit. In verscheidene diocesen werden inmiddels onder impuls van de begeleiders elektriciteit-elektronica dergelijke nascholingen opgezet die specifiek op de schoolse elektrische installatie geënt zijn.

In tweede instantie schrijft de installatieverantwoordelijke procedures uit voor het uitvoeren van werkzaamheden9 aan de vaste elektrische installatie.

De wetgever benadrukt dat alle werkzaamheden uitgevoerd moeten worden door vakbekwame personen. Indien de installatieverantwoordelijke een aannemer belast met het uitvoeren van werkzaamheden, moet de aannemer bevoegd verklaard worden door de opdrachtgever.

5.2Specifiek technisch onderwijs


De leerkrachten en de leerlingen in het technisch onderwijs voeren met de regelmaat van de klok werkzaamheden uit op elektrische installaties. Daarom is het aangewezen dat leerkrachten, aan wiens toezicht de leerlingen bij het uitvoeren van hun oefeningen worden toevertrouwd, terdege opgeleid worden omtrent de specifieke gevaren verbonden aan elektriciteit en de wetgeving ter zake.

De wetgever maakt verder een onderscheid tussen een vaste elektrische installatie, die uiteraard valt onder de bepalingen van het AREI, en een oefeninstallatie die beschouwd wordt als een arbeidsmiddel. Het strekt tot aanbeveling de leerlingen uitsluitend aan oefeninstallaties te laten werken. Indien leerlingen uitbreidingen en/of onderhoudswerkzaamheden aan de vaste elektrische installatie uitvoeren, staan zij onder het toezicht van een werkverantwoordelijke die vooraf in overleg met de installatieverantwoordelijke alle maatregels heeft genomen voor het veilig verloop van de werken.

De diverse oefeninstallaties – dat kan de volledige installatie van een praktijklokaal of vaklokaal zijn – moeten in kaart gebracht en nauwkeurig gedocumenteerd worden. Op basis van die documentatie wordt in functie van de specifieke werkzaamheden (klaspraktijk, didactische werkvormen, … ) een risicoanalyse uitgevoerd en worden er gepaste maatregelen genomen ter voorkoming van ongevallen. Het is aangewezen de risicoanalyses in overleg met de installatieverantwoordelijke, de veiligheidscoördinator en de betrokken leerkrachten rigoureus uit te werken.

Ten slotte moeten de leerkrachten overeenkomstig hun lesopdracht bevoegd verklaard worden. Een model van bevoegdheidsattest vindt u als bijlage bij deze mededeling.


5.3En verder


Naast de onder punt 5.1en 5.2 besproken algemene BA4/BA5-vorming dienen alle personeelsleden die gelast worden met het uitvoeren van werkzaamheden ongeacht of het om een vaste installatie of een oefeninstallatie gaat, een degelijke vorming te krijgen omtrent de aard en de verscheidenheid van de installatie waarvoor dat personeelslid bevoegd verklaard wordt.

De in de vorming behandelde inhoud zal, inzake traceerbaarheid, nauwkeurig gedocumenteerd worden door de installatieverantwoordelijke. Bevoegdheidsattesten verwijzen naar de inhouden die behandeld werden in de diverse opleidingssegmenten (de risicoanalyse en de uitgeschreven procedures).


5.4Besluit


Vakbekwame personen

  • hebben vakkennis verkregen door een opleiding aan de door het departement onderwijs erkende onderwijsinstelling:

  • technicus industriële elektriciteit, elektrische installatie technieken, elektriciteit - elektronica, elektromechanica, …

  • professioneel bachelor elektromechanica, elektriciteit - elektronica, …

  • master in de industriële of toegepaste wetenschappen, …

  • dienen geïnformeerd te worden over de ter zake geldende reglementering (art. 47 en art. 266 van het AREI, netstelsels en beveiliging van personen);

  • hebben een opleiding genoten in functie van specifieke risico’s van de betrokken installatie, deze wordt georganiseerd door de werkgever en geleid door de installatieverantwoordelijke en de veiligheidscoördinator;

  • hebben een opleiding genoten omtrent de procedures betreffende de betrokken installatie, deze wordt georganiseerd door de werkgever en geleid door de installatieverantwoordelijke en de veiligheidscoördinator.

    Het is aangewezen om in de eerste fase van de implementatie zich te concentreren op het informeren van de leerkrachten en op het opsporen van gevaarlijke situaties in onze scholen. Daarbij stelt de directie, eventueel in overleg met de veiligheidscoördinator en de installatieverantwoordelijke, een stappenplan op om te verhelpen aan onveilige situaties.

    In de tweede fase worden de oefeninstallaties nauwkeurig gedocumenteerd en worden risicoanalyses uitgevoerd, in functie daarvan worden de procedures voor werken op de oefeninstallaties uitgeschreven en gepubliceerd.

    Slechts in de laatste fase zal worden overgegaan tot het bevoegd verklaren van leerkrachten.



Bijlage:

    M-VVKSO-2006-053-B01: Modeldocument voor het bevoegd verklaren van de leerkracht

1Deze mededeling werd uitgewerkt door de collega's van het VVKSO en bereidwillig ter beschikking gesteld van de BuO-scholen.

2Koninklijk Besluit van 25 april 2004 tot wijziging van de artikelen 28, 47 192 en 266 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (Belgisch Staatsblad d.d. 2004-05-26).

3De term “vakbekwaam” wordt door de wetgever gebruikt in de betekenis van “bevoegd”, m.a.w. een elektrotechnicus is door diens opleiding bekwaam maar niet automatisch vakbekwaam (bevoegd).

4Onder schakelen wordt verstaan het onder spanning zetten van de installatie, het spanningsloos zetten van de installatie, het maandelijks testen van de differentieelschakelaar, … m.a.w. alle werkzaamheden die de toestand van de elektrische installatie wijzigen.

5Bv. schilderwerken waarbij de dekplaatjes van de stopcontacten verwijderd worden.

6De werkgever: afgevaardigde van de inrichtende macht

7De werknemer wordt bevoegd geacht voor één specifieke elektrische installatie, of een deel van die installatie derhalve behelst de vorming van de werknemer in de eerste plaats de aard van die specifieke elektrische installatie.

8Of een aannemer.

9Elke wijziging aan de vaste elektrische installatie dient overeenkomstig het AREI gedocumenteerd te worden en moet bovendien gekeurd worden door een erkend keuringsorganisme.

Tel. 02 507 06 27 – Fax 02 507 06 08 – E-mail vvkbuo@vsko.bewww.vvkbuo.be




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina