Vlaams verbond van het katholiek buitengewoon onderwijs



Dovnload 225.74 Kb.
Pagina1/3
Datum19.08.2016
Grootte225.74 Kb.
  1   2   3
VLAAMS VERBOND VAN HET

KATHOLIEK BUITENGEWOON ONDERWIJS

Guimardstraat 1

1040 BRUSSEL

-------------------

M97BS037 - is bestemd voor BuBaO & BuSO





KLASSEMENT: ADM/PERS I/Verzekeringen

Brussel, 15 maart 1997




VERZEKERINGEN

Mevrouw,

Mijnheer,

Vaak bestaat er onzekerheid nopens de aard van de te onderschrijven verzekeringen of rijzen er vragen over de inhoud van sommige polissen die schoolinstellingen onderschrijven.

Het is hierbij de bedoeling u wegwijs te maken in deze “verzekeringsmaterie”

Die eerste publicatie -waarvoor dank aan het Vlaams Verbond van het katholiek Basisonderwijs- zal heel algemeen zijn. We beperken om tot een algemeen overzicht van de wettelijk verplichte verzekering, de verzekeringen waarvan het ten zeerste aanbevolen is dat scholen ze onderschrijven, de verzekeringen die vrij kunnen genomen worden.
Gelieve deze mededeling te klasseren onder ADM/PERS I/Verzekeringen.
Meer inlichtingen kan u bekomen bij:
De Heer L. De Geyter - VVKBuO

P/a Coupure Rechts 314

9000 GENT

Tel. 09/225 37 34

Fax. 09/225 37 68

Met oprechte hoogachting,


K. CASAER

secretaris-generaal


1

A. DE WETTELIJK VERPLICHTE VERZEKERINGEN

1. De polis Arbeidsongevallen
De leerkrachten wiens wedde betaald worden door het Ministerie van Onderwijs vallen niet onder toepassing van deze Wet.

Voor hen is de Wet van 3 juli 1967 van toepassing.

Het overige personeel, toezichthouders, arbeiders, die door de Inrichtende Macht betaald worden, valt wel onder toepassing van de Wet van 10 april 1971.
Zij is van toepassing op werkgevers en werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst en op wie de wetten inzake sociale zekerheid van toepassing zijn.
Deze verzekering verleent dekking voor de ongevallen op het werk en de ongevallen overkomen op de arbeidsweg.
Enkel de lichamelijke schade wordt vergoed; de materiële schade komt hier dus niet in aanmerking.

2. De Verplichte Aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen
De wet van 1 juli 1956, ook WAM genoemd, is ongetwijfeld een hoeksteen van de aansprakelijkheidsrecht wat auto’s aangaat.

De wet van 21 november 1989 heeft deze van 1 juli 1956 vervangen en heeft op haar beurt een aantal belangrijke nieuwigheden ingevoerd.


Het komt erop neer dat eenieder die een auto in het verkeer brengt, een polis burgerlijke aansprakelijkheid dient te onderschrijven. Deze verzekering biedt dekking voor alle schade die door het in verkeer brengen van motorvoertuigen aan derden wordt berokkend.
Welke voertuigen hieraan dienen te voldoen en in welke omstandigheden, zullen wij later nader bespreken wanneer wij het expliciet zullen hebben over deze verzekeringspolis.

3. Objectieve Aansprakelijkheid Brand en Ontploffing
Enige dramatische branden hebben aanleiding gegeven tot het uitvaardigen van de Wet van 30 juli 1979 (Staatsblad van 20 september 1979).
Deze Wet stelt de verplichting voor eigenaars/uitbaters van openbare gebouwen om een polis te onderschrijven waarbij, ingeval van brand of ontploffing, de slachtoffers een vergoeding ontvangen en dit ongeacht elke aansprakelijkheidsvraag.
Hier dient dus door de slachtoffers geen enkele fout bewezen in hoofde van de eigenaar of uitbater van een gebouw. Hier geldt de regel van een automatische vergoedingsplicht.

3.

B. GEWENSTE VERZEKERINGEN



1. B.A.-Onderwijsinstellingen
Deze polis waarborgt volgende risico’s:
a) de B.A.

b) de persoonlijke verzekering ‘lichamelijke ongevallen’

c) de objectieve aansprakelijkheid bij brand en ontploffing

d) de gerechtsbijstand


a. De burgerlijke aansprakelijkheid
De verzekering heeft tot voorwerp de verzekerden te dekken tegen de geldelijke gevolgen van de burgerlijke aansprakelijkheid die zij ten aanzien van derden kunnen oplopen.

Onder burgerlijke aansprakelijkheid verstaat men de verplichting die het herstel van de schade, aan derden berokkend, voorschrijft en die -bestaande buiten elke contractuele verplichting- ondermeer voortvloeit uit de artikelen 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek of uit de overeenstemmende buitenlandse wettelijke bepalingen.

In sommige gevallen kunnen ook gevallen van burenhinder, te wijten aan een plotse gebeurtenis, verzekerd worden.

Meestal wordt deze waarborg verleend voor alle schoolse- en buitenschoolse activiteiten die met de omschreven instelling verband houden, of zij gebeuren binnen of buiten deze instelling, tijdens of na lesuren, gedurende de schooldagen of tijdens de verlofdagen en de vakantieperiodes.

Het is aangewezen de polis hieromtrent nauwkeurig na te lezen.
b. De persoonlijke verzekeringen lichamelijke ongevallen
Deze waarborg vergoedt de medische kosten voor ongevallen overkomen op school en op de schoolweg.

Tevens worden vergoedingen toegekend voor een eventuele blijvende invaliditeit en, in geval het gaat om een ongeval met dodelijke afloop, wordt een kapitaal ‘overlijden’ en ‘begrafeniskosten’ uitbetaald.


c. Objectieve Aansprakelijkheid Brand en Ontploffing
Hiervoor verwijzen wij naar A. 3.

De polis B.A.-Onderwijsinstellingen kan een uitbreiding voorzien voor deze waarborg.


d. De gerechtsbijstand
De waarborg gerechtsbijstand voorziet het verlenen van bijstand aan de omschreven instelling en waarborgt ten belope van het verzekerd bedrag per schadegeval en vermeld in de bijzondere voorwaarden, de tenlasteneming van alle kosten, honoraria van advocaten, experts, deurwaarders alsook van alle gerechtskosten met het oog op de uitoefening van minnelijke- of gerechtelijke verhaalsvorderingen ten overstaan van derden die terwille van de schade die zij aan de omschreven instelling in haar activiteit veroorzaakt hebben, tegenover haar een burgerlijke aansprakelijkheid oplopen (actieve rechtsbijstand).
4.
Bovendien waarborgt men tevens de tenlasteneming van de voornoemde kosten in verband met de strafrechtelijke verdediging van de verzekerde, vervolgd voor een daad die aanleiding kan geven tot toepassing van de waarborg burgerlijke aansprakelijkheid, wanneer de benadeelde derden reeds vergoed werden en wanneer de strafrechtelijke verdediging van de verzekerde dus niet meer ten laste komt van de verzekeraar van de burgerlijke aansprakelijkheid.
2. Burgerlijke Aansprakelijkheid Uitbating
Deze polis waarborgt de verzekerden in het kader van de omschreven activiteit tegen de geldelijke gevolgen van hun burgerlijke aansprakelijkheid voor schade aan derden en dit naar aanleiding van de uitbating van een bepaalde activiteit.

Het betreft meestal opdrachten die worden uitgevoerd op contractuele basis in het raam van de schoolactiviteiten.

Wij denken hier bv. aan een technische school die een garage heeft en waar derden hun wagen kunnen laten herstellen. Best wordt eveneens de bijkomende waarborg na-levering onderschreven.
3. Veiligheidspolis Arbeidsongevallen
Het Interdiocesaan Centrum heeft een specifieke polis uitgewerkt ‘de veiligheidspolis’ genaamd waarin vergoedingen voorzien worden in volgende gevallen:
a) Voor leerkrachten wiens dossier nog niet volledig in orde is bij het Ministerie i.v.m. hun benoeming.
b) Voor leerkrachten wiens ongevallen geweigerd worden als arbeidsongeval door het Ministerie.
c) Voor de lonen boven het wettelijk plafond.
d) Voor werklozen, vrijgesteld van stempelcontrole, en voor vrijwilligers.
Hier worden formules aangeboden waarbij een vergoeding, gelijkaardig aan deze van de arbeidsongevallen, wordt verleend op basis van een overeengekomen loon.

4. Brandverzekering
Elke eigenaar van een gebouw en de bijhorende inboedel houdt eraan dit patrimonium te vrijwaren tegen brand en aanverwante gevaren.

De brandverzekering is geen verplichte verzekering.

Toch is het ten sterkste aangewezen dergelijk risico te laten verzekeren.

Als eigenaar dient men zijn gebouw te laten verzekeren voor de heropbouwwaarde.

Voor de schatting van de waarde van het gebouw kan het Interdiocesaan Centrum bijstand verlenen, zodat U gevrijwaard blijft van een mogelijke ‘onder-verzekering’.

Bij brandverzekering kan U opteren voor brand- en stormschade, glasbraak, diefstal, hagel- en sneeuwdruk, aanrijding door voertuigen, e.d.

5.

5. Omnium Opdrachten
Het gebeurt vaak dat men leerkrachten en andere personeelsleden occasioneel vraagt hun wagen te gebruiken om opdrachten uit te voeren.

De eigenaar van het voertuig moet dus uiteraard de wettelijke verplichte aansprakelijkheidsverzekering onderschreven hebben. Deze zal uiteraard de schade, opgelopen door derden, vergoeden naar aanleiding van een ongeval. Het is ten zeerste aangeraden dat deze leerkrachten hun B.A. auto-verzekeraar informeren nopens het feit van de uitvoering van occasionele opdrachten.

Sommige maatschappijen zullen hiervoor geen bijpremie aanrekenen, anderen wel.

Geenszins kan in hoofde van verzekerde (hier de leerkracht) dan een verzwijging of verzwaring van risico worden ingeroepen.

Voor de schade aan het eigen voertuig kan de school wel een polis ‘Omnium Opdrachten’ onderschrijven.

Onder aftrok van de vrijstelling zal de schade die het personeelslid opliep aan zijn eigen wagen vergoed zien. Enkel opdrachten komen hiervoor in aanmerking. Het dagelijks traject van de weg van en naar de school komt uiteraard hiervoor niet in aanmerking.


6. Verzekering “Manifestaties”
Schoolinstellingen organiseren vaak fancy-fairs, sportdagen, opendeurdagen en ander activiteiten. Het is ten zeerste aangeraden na te gaan of de polis B.A.-Onderwijsinstellingen dergelijke activiteiten ambtshalve dekt, dan wel of er een speciale verzekering/uitbreiding dient voorzien.
7. Polis “Reisbijstand”

Schoolreizen behoren nu eenmaal tot de schoolactiviteiten.

Het is best handig een polis ‘reisbijstand’ te onderschrijven waarin o.m. volgende waarborgen kunnen voorzien worden: bagageverlies, organisatie van repatriëring van een slachtoffer e.d.
C. ANDERE VERZEKERNGEN

Hierna geven wij een opsomming van verzekeringen die ofwel door de school-instelling zelf kunnen worden onderschreven, hetzij door de leerkrachten en het andere personeel, werkzaam in de schoolinstelling.

Het voordeel ervan is dat, gezien het om een collectiviteit gaat, de onderschrijvers een voordeeltarief genieten.

Enkele voorbeelden

1) groepsverzekeringen: dit is een verzekering waarin een extra-wettelijk pensioen wordt gewaarborgd en eventueel een kapitaal wordt voorzien bij vroegtijdig overlijden.

Er kan op twee formules gewerkt worden, ofwel het te bereiken doel (men wenst een bepaald kapitaal samengesteld te hebben op pensioenleeftijd) ofwel een vaste lastenplan (een bepaald percentage van het loon wordt weerhouden als premie).



2) pensioensparen: in dezelfde geest om een extra-wettelijk pensioen samen te stellen kan men ook aan pensioensparen doen. Hiervoor wordt jaarlijks een bepaald bedrag besteed aan de samenstelling van een kapitaal. De premie ervan is fiscaal aftrekbaar.

Het huidige bedrag is 22.000 Bef.



6.

3) hospitalisatieverzekeringen: het overkomt wellicht eens iedereen om te belanden in een ziekenhuisinstelling, hetzij voor een blijde gebeurtenis, hetzij voor minder aangename interventies. De kosten die hieruit voortvloeien wegen vaak vrij zwaar door in het gezinsbudget zodat het aangewezen is om zich hiertegen te vrijwaren. Meestal voorzien dergelijke verzekeringen ook de kosten die gedragen worden tijdens de pre- en de posthospitalisatie.
4) polis ‘alle risico’s’ (electrische- en electronische risico’s): schoolinstellingen beschikken vaak over electronica- en/of computermateriaal waaraan schade kan toegebracht worden, hetzij door onachtzaamheid van één of andere persoon, hetzij door blikseminslag; het gebeurt ook dat deze voorwerpen worden ontvreemd.

De brandpolis voorziet vaak reeds enige dekking doch, ofwel zijn deze dekkingen beperkt, ofwel staan er uitsluitingen in de polis waardoor enige vergoeding U ontzegd wordt.

Het is dan aangewezen om een polis ‘alle risico’s’ te onderschrijven die U vrijwel een algehele bescherming van dit deel van het schoolpatrimonium kan bieden.
5) alle bouwplaatsrisico’s: naar aanleiding van belangrijke verbouwingswerken of nieuwbouwwerken, ontstaan er vaak problemen met buren. Uw aansprakelijkheid als bouwheer ten aanzien van derden wordt verzekerd door dergelijke polis maar ook schade aan uw eigen bouw kan hierin worden gedekt.

D. BETREFFENDE DE VRIJWILLIGERS

De B.A. van de vrijwilligers is meestal gedekt in de polis B.A.-Onderwijsinstellingen. Uiteraard raden wij iedereen aan toch nazicht te doen van zijn verzekeringspolis.

Wanneer deze personen betrokken zijn bij lichamelijke ongevallen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden, kan men hen een vergoeding aanbieden die gelijkaardig is als deze van de wet op de arbeidsongevallen.

Wij verwijzen hiervoor naar onze veiligheidspolis (zie hoger).

De polis B.A.-Onderwijsinstellingen kan ook gedeeltelijke dekking verlenen in haar waarborg ‘ongevallenverzekeringen’ in zoverre de vrijwilligers uitdrukkelijk opgenomen worden in het begrip ‘verzekerden’.
Wanneer het gaat om “occasionele” medewerkers die bv. deelnemen aan een manifestatie, dan kan hiervoor eveneens een polis ‘manifestaties’ worden onderschreven (zie hoger) en voor hun lichamelijke ongevallen verwijzen wij dan weerom naar de veiligheidspolis.

7.
E. CONCRETE VOORBEELDEN

Het Interdiocesane Centrum regelt per jaar 35.000 schoolongevallen; de meesten daarvan hebben weliswaar betrekking op de waarborg ‘individuele ongevallen’ waarover wij het verder zullen hebben, doch een bepaald percentage betreft de afdeling B.A.
Sommige gevallen kunnen minnelijk geregeld worden, doch anderen geven aanleiding tot een gerechtelijke procedure.
De belangrijkste daarvan publiceren wij in ons tijdschrift ‘Intercontact’.
De hierna vermelde voorbeelden weerspiegelen dus reëel gebeurde gevallen, die ons werden aangegeven door verzekerden op hun polissen B.A.-Onderwijsinstellingen, of die wij lazen in gepubliceerde rechtspraak.
. Ongeval tijdens een sportdag.
De school neemt deel aan een sportdag ; sommige leerlingen opteren voor een initiatie-minigolf.

Sportactiviteiten gebeuren onder toezicht van de klastitularissen.

Op het golfterrein slaat een leerling X naar de bal en bij het uitzwaaien van de stick, na het wegslaan van de bal, raakt hij een andere leerling die achter hem staat. De andere leerling loopt hierbij ernstige letsels op in het aangezicht.

De leerlingen hadden de leeftijd van ongeveer 13 jaar.

Deze zaak werd in eerste instantie beslecht voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout op 4 januari 1991 en daarna voor het Hof van Beroep van Antwerpen dat haar arrest velde op 5 januari 1995.

In beide instanties worden de ouders van de leerling die de bal wegsloeg aansprakelijk gesteld, tevens de leraar die het toezicht houdt en de school. Zij worden in solidum aansprakelijk gesteld.


Hoe komen Rechtbank en het Hof tot deze beslissing?
Zij gaan ervan uit dat de minderjarige, die toen 13 jaar was, zeker niet gehandeld heeft zoals het een normaal bedachtzaam leerling, die in dezelfde concrete omstandigheden geplaatst is, past ; hij diende, gezien zijn leeftijd, ervan bewust te zijn van het gevaar verbonden aan het uitzwaaien van de stick. Voor de leerkracht is men van mening dat deze rekening dienen te houden met de mogelijke onbehendigheid, voortvarendheid en onaandacht-zaamheid van zijn leerlingen die, gelet op hun leeftijd, soms impulsief handelen ; gezien bovendien de verklaring van de leraar dat hij het ongeval niet heeft gezien blijkt dat hij zijn aandacht niet op de feiten gevestigd op het ogenblik der feiten.
De leraar wordt als aangestelde beschouwd van de schoolinstelling die tevens verantwoordelijk wordt gesteld als aansteller.

8.
. Ongeval tijdens de turnles.


Tijdens het uitvoeren van een sprong over de bok met behulp van twee medeleerlingen komt leerling X ten val en loopt verwondingen op aan de elleboog (luxatie).

X beweert dat:

1/ de leerlingen die haar dienden op te vangen niet op hun taak berekend waren

2/ de leraar onvoldoende toezicht uitoefende

3/ de mat waarop zij terecht kwam onvoldoende dik was en er bijgevolg onvoldoende veiligheidsmaatregelen werden genomen.
Dit geval werd eveneens in twee instanties beslecht ; een eerste maal door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent op 24 juni 1992 ; daarna voor het Hof van Beroep van Gent op 15 februari 1995.

In beide instanties wordt de eis van het slachtoffer aanvaardbaar maar ongegrond verklaard.


Welke redenering schuilt hier achter?
De leerlingen die leerling X dienden op te vangen waren op het ogenblik van het ongeval tieners die over het oordeel des onderscheids beschikten ; bovendien is niet bewezen dat zij door een foutieve gedraging eiseres hebben laten vallen.
Wat de leerkracht betreft blijkt dat hij gehandeld heeft zoals iedere normaal voorzichtige turnleraar die zich in dezelfde feitelijke omstandigheden zou bevonden hebben. Het uitvoeren van de oefening wordt voorzien in het leerprogramma L.O. voor leerlingen van het secundair onderwijs eerste en tweede graad ; hierin wordt immers voorzien dat de boksprong met behulp van twee medeleerlingen kan worden uitgevoerd ; bovendien had de turnleraar de leerlingen daartoe opgeleid.

Tot slot wordt nog gesteld dat de leerkracht op het ogenblik dat leerling X de boksprong uitvoerde, toezicht hield bij het uitvoeren van een gevaarlijker sprong door een andere groep leerlingen en hij vanuit zijn standpunt een algemeen toezicht hield op wat door de andere leerlingen werd uitgericht (een klas van 18 leerlingen).

De Rechtbank weerhoudt geen enkele fout in hoofde van de leraar.

Tot slot wordt nog gesteld dat de mat, die een dikte heeft van 6 cm, voldoet aan veiligheidsvereisten.


. Een kleuter van 5 jaar wil zich tijdens de lesuren neerzetten op zijn stoeltje.
Op dat ogenblik trekt een medeleerling het stoeltje weg, geeft hem nog een klap zodat het slachtoffer op de grond valt en een dijbeenbreuk oploopt.

Dit geval werd eveneens beslecht door twee gerechtelijke instanties.


De eerste door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde op 23 november 1992, daarna door het Hof van Beroep van Gent op 29 maart 1996.

Door beide instanties wordt de eis van de ouders van het slachtoffertje ontvankelijk doch ongegrond verklaard.

Van een persoonlijke aansprakelijkheid in hoofde van hem die het stoeltje wegtrok, kan geen sprake zijn.

Immers, al beging deze leerling door het wegnemen van het stoeltje een op zich onrechtmatige daad, toch maakt het geen fout uit in zijn hoofde aangezien hij nog niet tot de jaren des onderscheids is gekomen.

Ten opzichte van de leerkracht weerhoudt men evenmin een fout. Zelfs bij de beste bewaking wordt algemeen aanvaard dat een plots en onvoorzienbare onvoorzichtigheid of schadeverwekkende daad van een leerling geen tekortkoming uitmaakt. De feiten hebben zich hier immers op een fractie van een seconde voorgedaan.

9.
Ook in hoofde van de ouders wordt er geen gebrek aan opvoeding weerhouden.

Het feit dat de ouders hun zoontje op zeer jeugdige leeftijd met het oog op een goede opvoeding toevertrouwd hebben aan de onderwijsinstelling wijst erop dat zij bezorgd zijn om een dergelijke opvoeding aan hun zoon te geven.
. Een 9-jarige leerling X valt van het sportraam tijdens de turnles.
Het komt met zijn hoofd op de grond terecht en loopt ernstige hersenletsels op.

De ouders gaan over tot dagvaarding van de turnlerares en van de schooldirectie.

Deze zaak kende eveneens twee instanties.

In Eerste Aanleg wordt de vordering van de eisers afgewezen als ongegrond, doch in Hoger Beroep wordt het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg hervormd.

Het Hof van Beroep van Gent velt haar arrest op 29 september 1993.

Het Hof is van oordeel dat de turnlerares een fout begaan heeft door o.m. een leerling van die leeftijd op het klimrek te doen of laten klimmen zonder dat er voldoende en oordeelkundig geschikte grondmatten aanwezig zijn, derwijze dat wanneer het kind van het klimrek valt, het niet naast de matten kan terecht komen.

De schoolinstelling wordt dus aansprakelijk gesteld op grond van artikel 1384-3-derde lid B.W. (aanstellers- aansprakelijkheid).
. Het schoolcomité X organiseert een fancy-fair in haar lokalen.
Terwijl haar ouders hun maaltijd namen in de refter, ging het 6-jarig dochtertje Z naar de ernaast gelegen turnzaal. Zij beklimt er een rek en, terwijl ze op de grond springt, raakt ze op een geweldige wijze het been van haar neef die zich onder haar bevond.

Hij loopt een femurbreuk op.

De ouders van het slachtoffertje richten zelf een geding in zowel tegen de ouders van Z als tegen de schooldirectie.

De actie tegen de ouders wordt ontvankelijk verklaard aangezien men ervan uitgaat dat een goede opvoeding erin bestaat een kind niet zonder bewaking in een turnzaal te laten.

De actie tegen de school wordt eveneens ontvankelijk verklaard. Immers was er op het ogenblik van het ongeval dat zich voordeed op een wettelijke feestdag geen enkele leerkracht gelast met het toezicht op de kinderen.

Met dit feit kon de Rechtbank zich niet vereenzelvigen.


. Een leerling blijft met zijn jas haperen aan een lessenaar waaruit een nagel steekt.
Het blijkt dat de school hier houder is van een gebrekkige zaak. De schoolverzekering zal overgaan tot vergoeding der schade.
. Tijdens een spel in de kleuterschool verwondt een kleuter een andere door met een plastiek schepje in het aangezicht van de medekleuter te slaan.
Hierin wordt volgend standpunt ingenomen:
1/ het speelgoed dat ter beschikking gesteld was voor de kinderen was in plastiek en absoluut niet gevaarlijk.
2/ het gebaar van het kind was zo plots en onverwacht dat zelfs de meest oplettende en zorgvuldige leerkracht dit niet had kunnen voorkomen.
Er wordt dus geen aansprakelijkheid in hoofde van de leerkracht noch van de schoolinstelling weerhouden.

10.
F. DE WAARBORG OBJECTIEVE AANSPRAKELIJKHEID (zie punt A3)



. WAT?
De wet van 30.07.1079 en haar uitvoeringsbesluiten voorziet in hoofde van alle personen die met inrichtingen bestemd voor het publiek te maken hebben een verplichte onderschrijving van een burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering.
In geval van brand of ontploffing worden zij aansprakelijk gesteld ook wanneer hen geen enkele fout kan verweten worden voor de lichamelijke en stoffelijke schade aan derden veroorzaakt.
Dit noemt men de objectieve aansprakelijkheid.
Wie deze verplichte aansprakelijkheidsverzekering niet afsluit wordt strafrechtelijk gesanctionneerd.
In geval van veroordeling, kan de rechter eveneens de sluiting van de betrokken inrichting bevelen voor de duur van een maand tot maximum 1 jaar.
Dergelijke polis kan afzonderlijk worden onderschreven, doch het Interdiocesaan Centrum incorporeert deze waarborg in ‘de klassieke schoolpolis’.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina