Vlaanderen gelooft in lokale campagnes Vlamingen de fiets op ‘sensibiliseren’



Dovnload 15.64 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte15.64 Kb.
Vlaanderen gelooft in lokale campagnes

Vlamingen de fiets op ‘sensibiliseren’
Weggegooid geld. Dat is grofweg de conclusie van de evaluaties die in de jaren ’80 en ’90 werden uitgevoerd naar Nederlandse publiekscampagnes om het autogebruik terug te dringen. Inmiddels is het voeren van een campagne met een slogan als ‘de auto kan best een dagje zonder u’ dan ook bijna ondenkbaar geworden. Het motto is nu: (auto)mobiliteit mag. Hoe anders is het ‘mobiliteitstij’ bij onze zuiderburen. Wie het internet afstruint, vindt al snel een flink aantal campagnes om burgers te stimuleren (in Vlaanderen hanteren ze de term ‘sensibiliseren’: gevoelig maken voor) de auto vaker te laten staan. Het zijn bijna allemaal ‘raamcampagnes’ (zie kaders voor de drie belangrijkste), bedoeld om op lokale schaal te worden toegepast. De vraag is: gebeurt dat toepassen ook, wat zijn de resultaten en wat kunnen we daarmee in Nederland?
In Vlaanderen worden mobiliteitscampagnes nadrukkelijk ondersteund door het mobiliteitsconvenantenbeleid van het Vlaams Gewest. Dat is bijvoorbeeld het geval met Module 15: Ondersteuning van flankerende maatregelen. Tim Asperges, tot voor kort werkzaam bij Langzaam Verkeer in Leuven en nu bij het Instituut voor Mobiliteit (IMOB) van het Limburgs Universitair Centrum: “Met die campagne stimuleert het Vlaams Gewest enerzijds gemeenten om niet-infrastructurele maatregelen te treffen waarmee burgers worden gesensibiliseerd tot duurzaam mobiliteitsgedrag, en anderzijds het creëren van commitment hiervoor bij belanghebbende partijen. De veronderstelling is dat flankerende maatregelen het effect van harde infrastructurele maatregelen in het kader van een duurzaam mobiliteitsbeleid kunnen verhogen. Een gemeente kan via Module 15 een subsidie krijgen voor dit type maatregelen, mits ze beschikt over een mobiliteitsplan en de voorgestelde maatregel past in het daarin uitgezette beleid.”

Om gemeenten te inspireren heeft het Vlaams Gewest de Voorbeeldenbrochure Duurzame Mobiliteit uitgebracht, met voorbeelden van ‘mobiliteitsvriendelijke activiteiten en projecten’. Er staan praktijkvoorbeelden van verschillende soorten flankerende maatregelen in:

• vergroting van de publieke betrokkenheid door beleidsinformatie; vaak in de vorm van folders (Mol, Gent, Hasselt)

• vergroting van de publieke betrokkenheid door route-informatie (Genk, Hasselt)

• promotie (Gent, Oostende en Gentbrugge)

• sensibilisering/campagnes: Geel – Veilig en Milieuvriendelijk naar School; Vosselaar – Fietspoolen; Hasselt –



Met Belgerinkel naar de Winkel; Hasselt – Samen Anders Mobiel;

• samenwerkingsovereenkomsten met scholen en bedrijven (Bilzen, Geel).


Veilig en Milieuvriendelijk naar School

Mobiel 21 (voorheen: Langzaam Verkeer) organiseert sinds 2000 de schoolspaaractie Veilig en Milieuvriendelijk naar School. Doel van de actie is zowel milieuvriendelijke als verkeersveilige verplaatsingen van en naar school te bevorderen. Daartoe wordt aan deelnemende scholen een wervend pakket aangeboden: een spel, educatief materiaal en gratis begeleiding bij de opzet van allerlei inhoudelijke projecten, zoals het opstellen van een schoolvervoersplan (samen met de gemeente), het opzetten van fietspoolen (kinderen fietsen naar school met een begeleider), het uitvoeren van de schoolspaaractie (autovrije schooldagen) e.d. In 2005 hebben zich inmiddels meer dan 400 scholen aangemeld. In 2004 zetten in totaal zo’n 60.000 leerlingen en 40.00 ouders zich in om minstens een week lang de auto zoveel mogelijk thuis te laten. Voorafgaand aan de actie lag het aantal milieuvriendelijke verplaatsingen op 58%. Tijdens de actieweek in mei steeg dat naar 77%. Ook na de actie (meting in juni) was nog steeds sprake van een hoog nietautopercentage: 70%.

Meer informatie: www.milieuvriendelijknaarschool.be
Met Belgerinkel naar de Winkel

De Unie van Zelfstandige Ondernemers en de Bond Beter Leefmilieu organiseren sinds 2002 de campagne Met Belgerinkel naar de Winkel. Doel van de campagne is klanten aan te zetten vaker de fiets te gebruiken naar de winkel en hun fiets goed te onderhouden. Deelnemende partijen zijn winkeliers, fietshandelaren en de gemeente. Achterliggende gedachte is dat fietsen goed is voor de gezondheid van de klant, de klandizie van de fietsvakhandel, de bereikbaarheid van winkels en het leefmilieu in de gemeente. De campagne start altijd tijdens de Week van de Zachte Weggebruiker in mei en duurt tot de zomervakantie. De deelnemende winkeliers geven de fietsende klant per winkelbezoek een stempel op hun spaarkaart. Met iedere volle spaarkaart maakt de klant kans op een prijs. Ook kan hij zijn fiets gratis laten controleren op mankementen en kan hij zijn suggesties voor verbetering van de fietsvoorzieningen via een formulier kwijt aan zijn gemeente. In 2002 deden er 43 gemeenten mee, in 2004 al 130, waarbinnen in totaal 12.500 winkeliers. De deelnemende klanten fietsten samen 4.700.000 kilometer bij elkaar.

Meer informatie: www.belgerinkel.be
De Week van de Zachte Weggebruiker

Sinds 1996 organiseert de Koepel voor Milieu en Mobiliteit, een bundeling van belangenorganisaties op dat terrein, in samenwerking met de Vlaamse overheid elk jaar in mei de Week van de Zachte Weggebruiker. De week staat in het teken van de promotie van fietsen en wandelen als belangrijke bijdrage aan de oplossing van tal van mobiliteitsproblemen. Het is een bewustwordingscampagne, waarin wordt benadrukt dat zowel overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en instellingen als individuele burgers een verantwoordelijkheid hebben en een bijdrage kunnen leveren aan een veilig en duurzaam verkeerssysteem. Er worden zeer uiteenlopende lokale activiteiten geïnitieerd, die de aandacht vestigen op lopen, fietsen, openbaar vervoer en verantwoord autogebruik. De week vormt de laatste jaren ook het startschot voor enkele jaarlijks terugkerende landelijke campagnes, die een eigen toepassing krijgen op lokaal niveau, zoals Veilig en Milieuvriendelijk naar School en Met Belgerinkel naar de Winkel.

Meer informatie: www.komimo.be
Ontevreden

Tim Asperges vindt het aantal gemeenten dat gebruikmaakt van Module 15 tot nu toe nogal tegenvallen. Bovendien zijn het vaak dezelfde vooroplopende gemeenten die jaarlijks een project indienen. Ronduit ontevreden is hij over de mate waarin er uit de projecten kennis naar boven komt over de effecten ervan. Dit ondanks het feit dat in de subsidievoorwaarden de eis van een evaluatieverslag is opgenomen. “Het ontbreken van effectgegevens baart mij grote zorgen. Zeker in het licht van de ontwikkelingen in Nederland, waar de ‘zachte’, niet-infrastructurele maatregelen inmiddels vooral achterwege lijken te blijven door gebrek aan bewijs.”



Vooralsnog blijft Asperges echter geloven in het nut en de noodzaak van sensibilisering om meer duurzame mobiliteit in Vlaamse gemeenten te realiseren. “In Vlaanderen blijft het de komende tijd nog nodig bij burgers, bedrijven, scholen en andere instellingen een zekere mate van awareness te creëren voor met name de individuele en maatschappelijke voordelen van het gebruik van de fiets. Wellicht is dat in Nederland minder nodig; men kent die voordelen en fietst al veel meer. Maar ook in Nederland zou het bevorderen of bestendigen van een positief fietsklimaat – niet alleen in termen van voorzieningen op straat, maar ook in attitude van de bevolking en maatschappelijke organisaties – een blijvende zorg van gemeenten moeten zijn. Ik denk dat de in Vlaanderen toegepaste vorm van raamcampagnes, die op gemeentelijke schaal een brede toepassing kunnen krijgen met de betrokkenheid van tal van lokale organisaties, ook in Nederland van waarde zou kunnen zijn. Ik begrijp dat Nederlandse gemeenten bang zijn burgers met het opgeheven vingertje te vertellen dat ze meer moeten gaan fietsen. En ik begrijp ook dat burgers daar niet op zitten te wachten. Maar dat is iets heel anders dan het entameren en ondersteunen van kleinschalige positieve acties op school- en wijkniveau, het informeren van burgers over de fietsvoorzieningen in de gemeente en het uitleggen en uitdragen door het gemeentebestuur van de boodschap dat men een echte fietsstad wil zijn. Want dat is vooral het nut van sensibiliseringsacties: een positieve bijdrage aan het ‘zachte’ fietsklimaat werkt zeker door in verbeteringen in het ‘harde’ fietsklimaat en heeft via beide een zeker blijvend effect op het fietsgebruik, met alle maatschappelijke voordelen van dien. De opgave voor een bredere toepassing is dat effect beter zichtbaar te maken.”

Fietsverkeer nr 11, mei 2005, pag 14-15.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina