Vluchten op rolletjes



Dovnload 129.06 Kb.
Pagina1/8
Datum24.08.2016
Grootte129.06 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8
Vluchten op rolletjes

een verkenning naar

de mogelijkheden van roltrappen in vluchtroutes

als gelijkwaardige oplossing

Rijswijk, Mei 2007


Status: vastgesteld in LNB van de NVBR, 3 mei 2007
opdrachtgever:

J. Brekelmans, NVBR, LNB, Cluster Installaties


opdrachtnemer:

ir. J.Th.M. van Mensvoort, NVBR, LNB


auteur:

ir. J.W.J.L. Kramer


Inhoudsopgave





Inhoudsopgave 2

1 Inleiding 3

1.1 Aanleiding 3

1.2 Probleemstelling 3

1.3 Doel 4

1.4 Onderzoeksvragen 4

1.5 Organisatie 4



2 Wettelijk kader 5

2.1 Bouwbesluit 2003 5

2.2 NEN-EN 115 6

2.3 Brandbeveiligingsinstallaties 6



3 Internationaal 8

4 Afmetingen van een roltrap vs trap 10

4.1 Aan- en optrede 10

4.1.1 Afmeting aan- en optrede 10

4.1.2 Regelmaat aan- en optrede 11

4.2 Breedte 12

4.3 Hoogte 14



5 Sturing bij brand 17

5.1 Richting roltrap 17

5.1.1 Continueren van de draairichting 17

5.1.2 Stoppen van de roltrap 18

5.1.3 Omkeren draairichting 18

5.2 Automatisch of handmatig sturen 18



6 Beschikbaarheid 20

6.1 Ontstaan van brand 20

6.2 Betrouwbaarheid 20

7 Veiligheid van personen 22

8 Doorstroomcapaciteit 25

9 Conclusies en aanbevelingen 28

9.1 Algemene conclusies 28

9.2 Deelconclusies 29

9.3 Aanbevelingen 31



10 Referenties 33

10.1 Wet- en regelgeving 33

10.2 Jurisprudentie 33

10.3 Literatuur 33

10.3 Internet 33

10.4 Mondeling 34


1 Inleiding

1.1 Aanleiding


Het Bouwbesluit 2003 (hierna: Bouwbesluit) stelt dat rookvrije vluchtroutes geen gebruik mogen maken van roltrappen, aangezien dit risico's met zich meebrengt. De uitgave Brandbeveiligingsinstallaties van de Nederlandse Vereniging voor Brandweer en Rampenbestrijding (NVBR) benoemt een aantal mogelijke risico's:

  1. De afmetingen voldoen niet, wat ten koste kan gaan van de beloopbaarheid;

  2. Er kan brand in ontstaan;

  3. De roltrap kan mogelijk richting de brandhaard draaien.

Deze publicatie wordt momenteel herzien. De nieuwe uitgave wordt in 2007 verwacht.
Het onderwerp roltrappen in vluchtwegen raakt bij veel preventisten eerder de emotie dan de ratio. Op basis van weinig fundamenteel onderzoek wordt geconcludeerd dat roltrappen tot levensgevaarlijke situaties kunnen leiden: Kijk wat bij de metrobrand in Londen is gebeurd (1987)! De treden zijn veel te groot! Het leidt tot grote struikelpartijen! In andere landen is het ook verboden!
Zonder verder onderzoek is het uitgangspunt "geen roltrappen in vluchtwegen" altijd door de wetgever en de brandweer gehandhaafd. Recent is daar verandering in gekomen. In het kader van de Noord/Zuidlijn te Amsterdam zijn wel roltrappen in de vluchtweg opgenomen. Dit leverde veel discussie op tussen voor- en tegenstanders, wat uiteindelijk heeft geleid tot een uitspraak van de hoogste bestuursrechter in Nederland, de Raad van State. Zij is in deze specifieke situatie akkoord gegaan met roltrappen in de vluchtwegen.
Groot voordeel van deze casus is dat het geleid heeft tot diverse onderzoeken naar verschillende aspecten van roltrappen in vluchtwegen, met name door TNO en DGMR. Echter, deze onderzoeken hebben betrekking op de specifieke situatie in Amsterdam en zijn niet direct algemeen toepasbaar. Denk hierbij aan andere metrostations, maar ook bijvoorbeeld in warenhuizen, op vliegvelden of in kantoren.
Steeds weer blijkt dat vluchtende mensen bij voorkeur een bekende vluchtweg kiezen. Dit betekent dat roltrappen veelal toch gebruikt worden om te vluchten. Dit zou ervoor kunnen pleiten de bekende weg dan maar zo veilig mogelijk uit te voeren.
Tenslotte heeft de botsing in de metro van Rome (17 oktober 2006) recent uit gewezen dat vluchten over een stilstaande roltrap niet noodzakelijkerwijs tot problemen hoeft te leiden. Een filmpje van een Nederlandse scholier laat een mensenmassa zien, die in relatieve rust via een stilstaande roltrap het metrostation verlaat.

1.2 Probleemstelling


Bovenstaande situatieschets leidt tot de volgende probleemstelling voor dit rapport: Op welke wijze spelen de verschillende kenmerken van roltrappen een rol bij de toepassing van roltrappen in vluchtroutes als gelijkwaardige oplossing voor trappen?
De term gelijkwaardige oplossing verwijst hier naar het Bouwbesluit, betreffende de gelijkwaardigheidsbepaling (artikel 1.5).

1.3 Doel


Er is nog maar weinig onderzoek verricht rondom het vluchten over roltrappen. Dit rapport heeft dan ook niet de pretentie een kader te scheppen op basis waarvan in specifieke situaties kan worden afgewogen of een roltrap is toegestaan. Het onderzoek is verkennend van aard.
Het doel van dit rapport is de basis te leggen voor een gedegen NVBR-visie over het eventueel voorwaardelijk toestaan van roltrappen in vluchtroutes als gelijkwaardige oplossing, waardoor het vluchten uit gebouwen veiliger wordt.
In het rapport wordt regelmatig verwezen naar de situatie rondom de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, aangezien dit de meest geschikte casus in Nederland is. Het rapport is niet bedoeld om een uitspraak te doen over de juistheid van de keuzes die daar gemaakt zijn.

1.4 Onderzoeksvragen


In dit rapport zullen de volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:

  1. Wat is het wettelijk kader omtrent het gebruik van (rol)trappen in vluchtwegen?

  2. Op basis van welke argumenten is bij de Noord-Zuid lijn Amsterdam akkoord gegaan met het gebruik van roltrappen in de vluchtroute?

  3. Hoe wordt internationaal gedacht over het gebruik van roltrappen in de vluchtroute?

  4. Welke verschillen tussen een trap en een roltrap zijn van belang bij de toepassing ervan in een vluchtroute?

  5. Welke veiligheidsaspecten spelen een rol bij het gebruik van roltrappen in vluchtwegen?

  6. Op basis van welke voorwaarden zou een roltrap in een vluchtroute een gelijkwaardige oplossing kunnen zijn voor een trap?






  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina