Voldoet u aan volgende kenmerken? …



Dovnload 38.38 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte38.38 Kb.
Bent u een Judaïstisch Christen?

M.V. - 1 januari 2010. Met vergelijkingstabel van Miles J. Stanford. Update 20-7-2012


Voldoet u aan volgende kenmerken? …


- U schrijft zoals de joden G’d in plaats van God.

- U hebt het over Yeshua (Hebreeuws) in plaats van Jezus, alhoewel deze laatste benaming een correcte Nederlandse vertaling is uit het Griekse Iesous in de grondtekst van het Nieuwe Testament.

- U hebt het liever over Yeshua (Jezus) ha Mashiach (Messias).

- U eindigt een gesprek of een brief liever met het joodse Sjalom.

- U houdt de Sabbat?

- U viert een of meer joodse feestdagen?

- U houdt de Tora?

Dan bent u …

Noch vis noch vlees; noch jood noch christen … ook niet alle twee tegelijk en geen van beide!

Dat is de harde maar volle waarheid. Waarheid is levensbelangrijk en ik gun ze u!

U bent ofwel jood en u houdt de wet naar het Oude Wetsverbond (Oude Testament), ofwel bent u christen en u stelt zich onder het Nieuwe Verbond (Nieuwe Testament) - Lees Matt. 26:28; Mark. 14:24; Luk. 22:20; 1 Kor. 11:25; 2 Kor. 3:6; Hebr. 8:8, 13; 9:15; 12:24.

U plaatst zich óf onder het Oude Verbond, óf onder het Nieuwe Verbond van de Heer Jezus.

Dit nieuwe verbond, dat Jezus instelde voor de Zijnen, wordt ook de “Bediening van de Geest” genoemd:

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid van zijn aangezicht, die te niet gedaan zou worden, Hoe zal niet veel meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?” (2 Kor. 3:7-8).

Dat komt overeen met wat in Rom 1:17 staat: “Want de rechtvaardigheid Gods wordt erin geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”, zonder wet: Rom 3:21. En Hebr. 10:38: “Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen”. Hier is geen plaats voor judaïsme!

Aan u de keuze: de Bediening van de Dood óf de Bediening van de Geest!



Maak NU de juiste keuze!

U kan niet in de Bediening van de Geest leven en daarnaast ook joodse inzettingen houden. Dat laatste is verraad plegen jegens onze Rechtvaardigmaker, de Verlosser van Wet en schuld, door Zijn bloed. Het is een kwestie van leven of dood. Waar plaatst u zich?

U kan niet Jezus Christus hebben en tegelijk Hem verloochenen door terug te keren tot de Wet.

Denk aan volgende woorden van de Heer die tegen elke halfslachtigheid waarschuwen: “Ik ken uw werken, dat u niet koud en niet heet bent. Was u maar koud of heet! Maar omdat u lauw bent en niet koud en ook niet heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen” (Openbaring 3:15-16).


Hierna een tabel met de verschillen tussen Hebreeuws en Paulinisch Christendom - ontleend van Miles. J. Stanford en zijn Pauline Dispensationalism.

Het gaat in de linker tabel wel over joden die zich “christen” noemen en die hun judaïsme niet opgeven. De Gelijkenis met “christenen” die zich naar het wetsverbond gedragen is echter groot.

Miles Stanford zegt vooraf:

“Om u behulpzaam te zijn betreffende het Hebreeuws-christelijke probleem zal ik u enkele uittreksels geven uit een boek dat ik recent las, aangevuld met mijn dispensationeel gebaseerde commentaren. …. wat ik te zeggen heb zal erg beknopt zijn, zonder veel leerstellig detail. Het zal gewoon een opgave zijn van het contrast tussen Hebreeuws christendom en de Kerk. De beweringen van het boek staan in de linkerkolom” (http://withchrist.org/MJS/messianic.htm).


Hebreeuws “Christendom”

Paulinisch Christendom

Wat is een Hebreeuws Christen? Hij is een Jood die gelooft dat Jezus Christus de Messias is. Hij moet erkennen dat hij zowel een Jood is als een Christen (p. 12)


Dit is een poging om een dichotomie te maken die in Christus niet bestaat: er bestaat slechts “één nieuwe mens”, het “éne lichaam” (Efeziërs 2:14-16).

Indien een Jood de doop aanvaardt om zijn identiteit als Jood te verliezen, dan wordt hij niet langer beschouwd als een Hebreeuws Christen; hij is een overloper, een verrader, een afvallige. Een Hebreeuws Christen is trots op zijn Jood-zijn (p. 13).

Hier is de droevige sleutel naar de Messianisten, hun ware houding en betrachting. Zij zijn eigenlijk Judaïsten. Zij stappen achterwaarts in het Christendom, niet wetend waar zij naartoe gaan doch enkel wat zij geweest zijn.

Als u hen de leerstellige waarheden tracht aan te leren over hun identiteit en plaats als leden van het Lichaam van Jezus Christus, zonder Judaïsme, dan zal u in haast alle gevallen een totale afwijzing ondervinden, van zowel uw persoon als uw boodschap.

Die ervaring zal overeenkomen met de vurige en harde haat die bij de charismaten oplaait wan­neer hun tongen-speelgoed wordt afgekeurd. Zulke reacties en attitudes jegens vitale waarheden, en hen die ze aanhangen, zijn zeker niet uit de Heilige Geest.


De Bijbel leert zeker dat er een Hebreeuws-Christelijk onderscheid is in het Lichaam van Christus (p. 17). Het is de continuïteit van het Abrahamitisch Verbond dat voorziet in de primaire basis van het Hebreeuws-Christelijke onderscheid. Gezien dat Verbond nog steeds zeer werkzaam is, zullen haar kenmerken ook betrekking hebben op de Hebreeuwse Christen, zowel in zijn positie als functie.

De Hebreeuwse Christen zoekt zichzelf in te sluiten in het Verbond dat tot Israël behoort, en dat van toepassing zal zijn en zijn vervulling zal kennen in het Duizendjarig Koninkrijk en de daarop volgende eeuwigheid.

Eerst en vooral zijn Hebreeuwse Christenen nog steeds Joden, want zij zijn net zoals andere Joden afstammelingen van Abraham, Izaäk en Jakob.
Ten tweede is het vaderland voor de Hebreeuwse Christen het land van Israël, en dit is waar zijn primaire loyaliteit zou moeten liggen, ongeacht waar hij woont.

Israël is een aardse natie en zal dat voor altijd zijn. De Kerk is hemels; de hemel is haar Thuis en zal dat voor altijd zijn. Jezus’ Bruid is niet van deze wereld. Vele Hebreeuwse Christenen zijn overtuigde Zionisten.

Ten derde is de relatie van de Heidenen tot de Joden met betrekking tot zegen en vloek even waar voor de Hebreeuwse Christenen als voor andere Joden.

Hebreeuwse Christenen die gezegend of vervloekt worden wegens hun Jood-zijn zullen ontdekken dat de zegenaars gezegend en de vervloekers vervloekt zullen worden.



Hun hele neiging is Judaïstisch. Zij falen erin hun schriftuurlijke relatie in te zien tot de Vader, de Heidenen en de wereld.

Tenslotte is er de kwestie van de besnijdenis. Vermits Hebreeuwse Christenen nog steeds vallen onder de andere bepalingen van het Abrahamitisch Verbond, vallen zij ook hieronder. Het is mijn overtuiging dat Hebreeuwse Christenen hun zonen moeten besnijden op de achtste dag (p. 28, 29).

Paulus wilde de Joden afleiden van vleselijk ritualisme van elke aard, naar de geestelijke realiteit. “Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis. Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen” (Fil. 3:2-3)

Het punt is dat in Israël, in verleden, heden en toekomst, het een overblijfsel is dat getrouw is aan de openbaring van God. Dit is ook waar in de huidige dispensatie van genade; de Hebreeuwse Christenen zijn het overblijfsel van Israël vandaag.

Het overblijfsel is altijd in de natie, niet daarbuiten; en Hebreeuwse Christenen - het hedendaagse overblijfsel - maken deel uit van Israël en het Joodse volk. (p. 31).



Zij zouden zich beter zien als een overblijfsel van het hedendaagse afgewezen Israël, dan dat zij zichzelf zien als integraal deel uitmakend van het hemelse Lichaam van Christus en de voordelen daarvan. “Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid” (Kol. 3:2-4). Israël, in al haar koninklijke glorie, zal dit nooit evenaren!

In de vroege tijd (30-68 n.C.) was het Christendom Hebreeuws, en om het praktisch te zeggen: een sekte binnen het Judaïsme (p. 35). De Heidense gelovigen werden Christenen genoemd (Hand. 11:26) maar de Joodse gelovigen Nazarénen (Hand. 24:5) (p. 37).

Er kwamen verschillende golven van vervolging tegen de Hebreeuwse Christenen tussen 32 n.C. en 66 n.C.; niettemin bleven zij wonen onder hun eigen Joodse volk, woonden de Tempel- en synagogediensten bij, en onderhielden de Joodse religieuze praktijken. De gedragslijn van het Joodse Christendom was een gedragslijn die onderscheiden was van het Heiden-Christendom, maar er bleef steeds een alliantie tussen hen (p. 38).



Handelingen beschrijft de overgang van het Judaïsme en haar Wet, naar het Christendom en haar Leven. Het Christendom was nooit Hebreeuws, noch was het ooit Heidens. Christendom betekent de verheerlijkte Christus, en het werd geïnstalleerd door de neerdaling van de Geest van Christus op de dag van Pinksteren.

In 1866 werd de “Hebreeuws Christelijke Alliantie van Groot Brittanië” gesticht op de premisse: Laten wij onze identiteit niet opofferen. Wanneer wij Christus belijden, hou­den wij niet op een Jood te zijn; niet enkel Saulus was, maar zelfs Paulus bleef een Hebreeër van de Hebreeën.

Wij kunnen niet en zullen nooit het land van onze vaders vergeten, en het is ons verlangen dat wij gevoelens van patriottisme koesteren. Als Hebreeërs, als Christenen, voelen wij ons samengebonden; en als Hebreeuwse Christenen willen wij nauwer met elkaar verbonden zijn.

In 1915 werd de “Hebreeuws Christelijke Alliantie van Amerika” gesticht. In 1925 werd de “Internationale Hebreeuws Christelijke Alliantie” gesticht in Londen (p. 49).


Het is ongetwijfeld zo dat er vruchtbare bedieningen zijn geweest waardoor vele Joden werden wedergeboren. Maar het moet gezegd worden, en er zou reeds lang geleden op moeten gewezen zijn, dat deze bedieningen tot de Joden dikwijls werken op een foute, zoniet valse premisse.

De natie van Israël, als zodanig, werd door God opzij gezet voor de Kerk/Genade-dispensatie. Het is nu Paulus’ Christelijke Evangelie - niet het Messiaanse Koninkrijksevangelie - dat de door de Geest overtuigde Jood zal positioneren op hemelse grond, in de verheerlijkte Heer Jezus Christus als Verlosser. Hij is het Hoofd en het Leven van het geheel exclusieve Lichaam en Bruid - allen samen los van het aardse Israël en haar Koninkrijk.

Paulus die zijn nieuw leven en Evangelie van de verheerlijkte Heer Jezus ontving “predikte terstond Christus in de synagogen dat Hij de Zoon van God is” (Hand. 9:20). “Want ik heb u ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften” (1 Kor. 15:3-4).


De gelovige in Christus is vrij van de Wet van Mozes. Hij is ook vrij om gedeelten van de Wet van Mozes te houden als hij dat verlangt (p. 88).

Het feit van de gelovige zijn leven in Christus, en Christus’ leven in hem, om nog niet te spreken over de vermaningen aan de Galaten en Hebreeën, sluiten zulke gedachte uit.

De Wet is een complete modus operandi - men kan niet pakken en kiezen, zelfs niet een Jood.



Modern Judaïsme is niet hetzelfde als bijbels Judaïsme, noch is het de “vader van het Christendom”. Op zijn best kan het zijn broer genoemd worden, en bijbels Judaïsme is de vader van beide (p. 106).

Bijbels Judaïsme kan de vader zijn van modern Judaïsme, maar de Bruid van de Heer Jezus Christus is beslist geen nakomeling ervan. De Bron van de Kerk is in de hemel, en dat is haar eeuwige positie en verblijfplaats.

Dr. Chafer1 zei “Judaïsme is niet de knop die uitbloeide in het Christendom. Elk staat op zijn eigen grond van relatie tussen God en mens - de Jood door fysieke geboorte, de Christen door geestelijke geboorte; elk voorziet in instructies voor het leven van hun aanhangers - de Wet voor Israël, de leringen van genade voor de Kerk; elk heeft zijn terrein van bestaan - Israël op de aarde voor alle toekomende tijden, de Kerk in de hemel” (Systematic Theology IV:248).



Er zijn voor de Hebreeuwse Christen bepaalde voordelen aan het houden van sommige of alle Feesten.

Ten eerste: ze zijn goede gelegenheden om het geloof te delen met ongelovige Joodse mensen, hen tonend hoe een bepaald Feest op het Messiasschap van Christus wijst.



Dr. Chafer wijst in de schriftuurlijke richting: “Het Evangelie moet door Jood en Heiden op gelijke wijze gedeeld worden, zonder verwijzing naar enige voormalige staat of beloften; deze mensen moeten beide geconfronteerd worden met de heerlijkheid van de hemelse realiteiten. Alle Joodse voordelen en Heidense nadelen zijn opzij gezet met het oogmerk dat het hemelse doel zou vervuld worden” (Systematic Theology IV:320).

Ten tweede: het Feest presenteert een goede manier om ons te identificeren met het Joodse volk. Deze materie van identificatie is erg belangrijk als een getuigenis van het Joods-zijn van ons geloof.

Hier zit het doortrapte compromis van alle missiewerk tot de Joden: Neerbuigend strijden om de arme, verloren Jood te winnen; maar deze heeft nood aan een levende getuigenis van ons christelijke geloof om hem te winnen voor de verheerlijkte Zoon van God. Als de Hebreeuwse Christen meer wist van zijn identificatie met de Heer Jezus Christus in Zijn dood, begrafenis, opstanding en hemelvaart, dan zou hij niet zo vurig identificeren met het aardse Judaïsme.

Ten derde: het Feest voorziet in een basis voor het onderwijzen van de Joodse cultuur en geschiedenis. Dit is in het bijzonder belangrijk voor de consolidatie van de Joodse aard bij de kinderen van Hebreeuwse Christenen.

Hoe meer Joodse aard bij kinderen, hoe groter de barrière en vooroordelen voor hen ten aanzien van het Christendom

Ten vierde: de Feesten dienen als een gelegenheid om God te aanbidden en Hem te danken voor wat Hij gedaan heeft in de loop van de Joodse geschiedenis, en voor wat Hij voor ons gedaan heeft in de Messiaanse vervulling van de Joodse heilige dagen (p. 107).

Alhoewel al de Schrift nuttig is (2 Tim. 3:16), is niet alle Schrift gericht tot, noch bindend voor, de leden van Christus’ Lichaam. De verheerlijkte Bruidegom spreekt tot zijn geliefde Bruid allereerst door de Paulinische Brieven voor de Kerk.

Los van Paulus kunnen wij niets weten van de exacte betekenis van de meeste vitale doctrines voor de Christen, zoals de Verzoening, de Heiliging, de Kerk, en haar Opname.

Verwijder Paulus, of laat na te bouwen op Paulinische Kerkwaarheid, en er blijft maar weinig over dan de wetten van Mozes en het aardse Duizendjarige Koninkrijk. Er is niets in de hele Schrift met betrekking tot de groei van een Christen dat Paulus niet heeft behandeld - en dat op het hemelse vlak.

Zoals mijn oude vriend William Newell het stelde: “Paulus ontving al zijn leringen uit de hemel, van de Heer Jezus Christus in heerlijkheid, veeleer dan van Jezus op aarde, in Joods verband, vóór het Kruis. … Paulus’ Evangelie van heerlijkheid heeft niets Joods aan zich - noch voor de geboorte, noch voor de groei. Hij werd zo compleet uit het Judaïsme gehaald en alle connecties met ‘oude dingen’ dat de Joden hem nooit meer zouden erkennen. En de Joodse bekeerlingen begrepen hem constant verkeerd - om nog niets te zeggen van de meeste Christenen vandaag!”

Wanneer Hebreeuwse Christenen naar Paulus verwijzen, dan proberen zij hem zo Joods mogelijk te houden. Maar Paulus verwierp zoiets:

“Hoewel ik reden heb om ook op het vlees te vertrouwen; als iemand anders meent te kunnen vertrouwen op het vlees, ik nog meer: besneden op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër; naar de ijver [zonder kennis] een vervolger van de gemeente; naar de rechtvaardigheid die in de wet is, onberispelijk geworden. Maar wat mij winst was, dat heb ik om Christus’ wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wie ik dat alles schade gerekend heb, en beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen” (Fil. 3:4-8).



Paulus verwijst hier naar de verheerlijkte Heer Jezus Christus - “opdat ik Hem mag kennen” (Fil. 3:10). Hij, en onze hemelse positie in Hem, zullen nooit in het Judaïsme gevonden worden, in niets.

O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen … Dit alleen wil ik van u leren: Hebt u de Geest ontvangen uit de werken van de wet of uit de prediking van het geloof? Bent u zo dwaas? U die met de Geest begonnen bent, gaat u nu eindigen met het vlees?” - Galaten 3:1-3.

Lees ook “De Christen en de Joden”: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/christen-joden.pdf

Lees verder onder “Israël en de Gemeente”: http://www.verhoevenmarc.be/#Israel


verhoevenmarc@skynet.be - www.verhoevenmarc.be - Nieuwste Artikelen

1 Lewis Sperry Chafer (27 February 1871 - 22 August 1952) was born at Rock Creek, Ohio. Graduating from Oberlin College in 1892, he studied under Dr. Frank E. Finch and was ordained to the Presbyterian ministry in 1900. Chafer launched into evangelism, demonstrating talent as a Gospel singer, as well as a preacher. He toured as a renowned Bible lecturer from 1914 until 1924, when he founded Dallas Theological Seminary and became its first president. Chafer was widely honored, receiving a D.D. from Wheaton (1926), Litt.D., Dallas (1924), and Th.D. from the Aix-en-Provence, France, Protestant Seminary (1946). He wrote prolifically, producing his widely-read Grace, Salvation and True Evangelism and his monumental eight volume Systematic Theology. (Wikipedia).







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina