Volgens Aristoteles is de dialectiek de methode waardoor we, uitgaande van het plausibele over elk vooropgesteld probleem kunnen redeneren en vermijden dat we, wanneer we een stelling verdedigen (of aanvallen), onszelf tegenspreken



Dovnload 23.3 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte23.3 Kb.


Proefexamen Logica, met oefeningen

17 november 2015

Naam:

Voornaam:



Studierichting:



  1. Geef Aristoteles’ definitie van de dialectiek. Waarom past deze definitie beter bij de argumentatieleer dan bij de formele logica? (2p.)


Volgens Aristoteles is de dialectiek de methode waardoor we, uitgaande van het plausibele over elk vooropgesteld probleem kunnen redeneren en vermijden dat we, wanneer we een stelling verdedigen (of aanvallen), onszelf tegenspreken.

Deze definitie past beter bij de argumentatieleer, waar het accent ligt op het aandragen van aannemelijke en consistente argumenten, dan bij de formele logica, waar de nadruk ligt op de geldigheid van de argumentaties. (zie p. 15)


  1. Wat is het verschil tussen een redeneerschema en een redeneervorm met betrekking tot het onderzoek naar de geldigheid van redeneringen? (2p.)


Wanneer men geconfronteerd wordt met een tekst waarin misschien geargumenteerd wordt, dan toont een redeneerschema louter dat je te maken hebt met een redenering, door het onderscheid aan te brengen tussen premisse(n) en conclusie. Het is echter maar door de verdere omzetting van dit schema in een redeneervorm dat men ook de geldigheid van die redenering kan nagaan. (zie p. 30)


  1. Benoem het illocutionaire en perlocutionaire aspect van de taaldaad ‘Gaat het zo’n beetje, ja?’ wanneer je weet dat ze wordt uitgesproken door een geïrriteerde leerkracht tegenover twee leerlingen die voortdurend met elkaar aan het praten zijn. (2p.)


Wanneer de leerkracht ‘Gaat het zo’n beetje ja?’ zegt, dan bedoelt hij dat de leerlingen te luidruchtig zijn (= illocutie). Dat de leerlingen stiller zullen worden, is wat er beoogd wordt (= perlocutie), maar dit ligt niet in de handen van de leerkracht. (zie p. 64)



  1. Welke drogreden wordt in onderstaande redeneringen gebruikt? (2p.)




      1. God is niet verantwoordelijk voor het leed in de wereld. Je kan immers nooit echt aantonen dat hem enige schuld treft.

Dit is een argumentum ad ignorantiam (zie p. 85)




      1. Ik stootte laatst in het bos op een valkuil en trachtte hier dus voorzichtig omheen te wandelen. – Waarom? Valkuilen zijn heus niet gevaarlijk voor de mens.

Dit is een drogreden van meerzinnigheid (zie p. 78)




  1. Bepaal de waarheidswaarde van de uitspraak ‘geen A is B’ als je weet dat ‘sommige A zijn niet B’ onwaar is. Hoe kun je dit vanuit het logisch vierkant vaststellen zonder een beroep te doen op subalternatie? (2p.)


Als de uitspraak ‘sommige A zijn niet B’ onwaar is, dan is de uitspraak ‘geen A is B’ (of ‘alle A zijn niet B’) ook onwaar. Dit weet je omdat de contradictie van die eerste uitspraak ‘alle A zijn B’ is, die dan waar moet zijn, waardoor de contraire uitspraak ‘geen A is B’ onwaar zal zijn. (zie p. 100)


  1. Wat is een logische wet? (1p.)


Een logische wet of tautologie is een zinsfunctie die een ware zin wordt telkens wanneer al zijn variabelen door constanten gesubstitueerd worden. (zie p. 136)


  1. Zet onderstaande redenering om in een syllogisme, bepaal van welke figuur het is en ga na of het een geldig syllogisme is. (3p.)


Verschillende vogels zijn niet gedomesticeerd, want alleen huisdieren zijn gedomesticeerd en geen enkel huisdier is een vogel.
Stel bijvoorbeeld:
A = vogel zijn

B = gedomesticeerd zijn

C = huisdier zijn
Dan wordt het syllogisme:
Alle B zijn C

Alle C zijn niet A




Sommige A zijn niet B
(De volgorde van deze categorische uitspraken is belangrijk in het syllogisme. De O-zin ‘sommige A zijn niet B’ vormt hier de conclusie, omdat uit de redenering blijkt dat deze zin wordt afgeleid uit de twee andere zinnen (zie ‘want …’). De A-zin ‘alle B zijn C’, die de omzetting vormt van een exclusieve zin (zie pp. 118-119), is hier de Maior, omdat het predikaat uit de conclusie ook in de Maior moet voorkomen. De E-zin ‘alle C zijn niet A’ (of ‘geen C is A’) vormt hier de Minor, omdat de subjectterm uit de conclusie hierin moet voorkomen.)
Dit is een syllogisme van de vierde figuur (meer bepaald type AEO-4), omdat het predi-kaat uit de Maior en de subjectterm uit de Minor de middenterm vormen. (zie p. 107)
Dit syllogisme is geldig, omdat aan alle regels van de geldigheid is voldaan. (zie p. 110)


  1. Bewijs door middel van elementaire redeneervormen. (2p.)

1. p ˅ ¬ q pr.



2. p ˅ ¬ r pr. .∙. (q ˅ r) → p

3. (p ˅ ¬ q) ˄ (p ˅ ¬ r) Conjunctie op 1,2

4. p ˅ (¬ q ˄ ¬ r) Distributie op 3

5. p ˅ ¬ (q ˅ r) De Morgan op 4

6. ¬ (q ˅ r) ˅ p Commutatie op 5

7. (q ˅ r) p Implicatie op 6, QED

  1. Onderzoek de geldigheid van deze redenering met behulp van een waarheidsboom. (4p.)


Er vinden betogingen plaats als en alleen als de regering haar besparingsbeleid verderzet. Als er betogingen plaatsvinden, dan is het zo dat indien de politie aanwezig is, de openbare orde gehandhaafd blijft. Dus zet de regering haar besparingsbeleid verder. De politie is immers aanwezig, maar de openbare orde blijft niet gehandhaafd.
Redeneervorm: met:
p q p = er vinden betogingen plaats

p (r s) q = de regering zet haar besparingsbeleid verder

r ˄ ¬ s r = de politie is aanwezig

q s = de openbare orde blijft gehandhaafd
1. p q Pr.

2. p (r s) Pr.

3. r ˄ ¬ s Pr.

4. ¬ q Negatie conclusie

5. r Uit 3, regel voor (P ˄ Q)

6. ¬ s Uit 3, regel voor (P ˄ Q)




7. p ¬ p Uit 1, regel voor (P Q)

8. q ¬ q Uit 1, regel voor (P Q)

X (Contradictie tussen 4 en 8)
9. ¬ p r s Uit 2, regel voor (P Q)


10. ¬ r s Uit 9, regel voor (P Q)

X X (Contradictie tussen 5 en 10, en tussen 6 en 10)
In deze waarheidsboom werd eerst de derde premisse uitgewerkt (omdat deze niet tot vertakkingen leidt) en daarna de eerste en tweede premisse. Omdat (minstens) één tak van de boom niet kan afgesloten worden, mag men besluiten dat het om een ongeldige redeneervorm gaat. De redenering zelf is daarom (wellicht) ook ongeldig.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina