Vonnis van de kantonrechter in kort geding



Dovnload 12.81 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte12.81 Kb.
Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM


Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 282376 / VV EXPL 05-231
datum uitspraak: 8 september 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]
te [woonplaats]


eisende partij
hierna te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. R.J.G. Schouenberg

tegen


de besloten vennootschap Avia Trading B.V.
te Amsterdam
gedaagde partij
hierna te noemen: Avia
gemachtigde: mr. P.J. van der Vlerk

De procedure

[eiser] heeft Avia op 16 augustus 2005 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2005. Op deze zitting hebben partijen hun standpunt nader toegelicht. De gemachtigde van Avia heeft een nadere productie in het geding gebracht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld.

De feiten


Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of niet voldoende gemotiveerd weersproken wordt van het volgende uitgegaan.
a. [eiser] is 40 jaar oud. Hij is sinds 23 september 2002 bij Avia in dienst, thans op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De huidige functie van [eiser] is Commuter Operations Officer. Zijn salaris bedraagt thans € 2.143,23 bruto per maand (exclusief emolumenten).
b. Zijn werkzaamheden omvatten volgens het arbeidscontract de algehele vlucht-afhan-deling, planning van loodswerkzaamheden, het onderhouden van berichtenverkeer en daarnaast alle werkzaamheden die hem door of namens de werkgever zullen worden opgedragen. In dit kader helpt [eiser] incidenteel mee met het fysiek verwerken van de vracht.
c. Op 4 maart 2005 heeft [eiser] zich ziek gemeld.
d. Op 8 april 2005 is [eiser] op het spreekuur van de bedrijfsarts van Avia geweest.
e. Bij brief van 9 april 2005 heeft de bedrijfsarts het volgende aan Avia en [eiser] gerapporteerd:
“Betrokkene wordt in staat geacht onder beperkende condities te werken. Ook al stelt u dat betrokkene voornamelijk kantoorwerkzaamheden verricht, dan nog is het niet zo dat hij volledig geschikt voor zijn werk is te achten.
Ik adviseer het werk met ingang van maandag 11 april 2005 te hervatten, waarbij voorlopig de volgende beperkingen in acht dienen te worden genomen:
- geen fysiek zwaar werk, waarbij vooral het bovenhands werken is beperkt.
- betrokkene dient over regelmogelijkheid in het werktempo te beschikken;
- zo nodig inlassen van een extra pauze.
- in afwachting van nadere advisering voorlopig max. 4 uur per dag.
Betrokkene heeft mij laten weten zich met bovenstaande advisering niet te kunnen verenigen.
Derhalve heb ik geadviseerd een deskundigenoordeel aan te vragen.”
f. Op 29 april 2005 heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op verzoek van [eiser] een deskundigenoordeel uitgebracht. Het UWV heeft geooordeeld dat [eiser] op 11 april 2005 geschikt was voor het verrichten van zijn eigen werk als operator. Deze con-clusie is blijkens de toelichting op dat oordeel gebaseerd op het feit dat de belastbaarheid van [eiser] niet door de werk-be-lastende factoren van het eigen werk wordt overschreden en er geen reden is om aan te nemen dat daar op korte termijn ver-an-dering in zal komen.
g. Op 4 mei 2005 heeft Avia [eiser] een brief gestuurd, waarin het volgende is opgenomen:
“Sinds 4 maart jl. sta je bij ons bedrijf als ziek gemeld. Na een maand ben je door onze bedrijfsarts, de heer [bedrijfsarts], beoordeeld. Onze bedrijfsarts heeft je geadviseerd het werk te hervatten. Later vernam ik dat de bedrijfsarts gelet op nader ontvangen informatie ook akkoord zou zijn gegaan met hervatting in deeltijd. Hij verzocht mij open te staan voor een gefaseerde werkhervatting. Hoewel dat binnen onze organisatie wel de nodige aanpassing vraagt, heb ik positief op dit advies gereageerd.
Vervolgens hoorde ik drie weken niets. Je hebt zelf bij het UWV een deskundigen-oordeel aangevraagd. De uitslag hiervan is inmiddels bekend: het UWV heeft je per 11 april 2005 geschikt bevonden voor eigen werk. Wij hebben gisteren telefonisch contact gehad. Je hebt aangegeven niet in staat te zijn tot het verrichten van arbeid en je verwacht gedragsproblemen bij werkhervatting. Zoals je weet zit ik ook niet op problemen te wachten. Als het zo is dat je van werkhervatting alleen maar narigheid, voor jezelf en directe omgeving, verwacht dan heb ik er geen bezwaar tegen dat je voorlopig nog afziet van werkhervatting.
Het is natuurlijk wel zo, dat ik de adviezen van de Arbo-dienst en het UWV niet kan negeren. Met name de uitslag van het deskundigenoordeel kan niet zonder conse-quenties blijven. Ik ga derhalve akkoord met je verzoek om nog een poosje thuis te blijven, echter dat zal dan vanaf 11 april jl. natuurlijk wel voor eigen rekening komen.
Laten we met elkaar in contact blijven en over een maand de situatie opnieuw beoordelen en nieuwe afspraken maken. Mocht je eerder willen hervatten dan horen we dit graag.”
h. Op 15 en 17 mei 2005 heeft [eiser] via e-mails aan Avia kenbaar gemaakt het werk te willen hervatten. In deze e-mails heeft [eiser] geschreven dat hij het werk wil hervatten, maar geen tijden weet en niet weet wat de afspraken zijn, met de Arbo, UWV en werkgever. Voorts heeft hij gemeld dat hij geen gedragsproblemen heeft, maar alleen pijn en dat zijn geestelijke vermogen niet goed is. Op 17 mei 2005 heeft Avia [eiser] laten weten dat hij zijn werk kan hervatten en dat rooster en tijden hetzelfde zijn.
i. Op 17 mei 2005 heeft [eiser] zijn werk hervat. Hij heeft van 16.00 uur tot circa 21.30 uur gewerkt. Toen is hij ziek naar huis gegaan.
j. Op 18 mei 2005 heeft hij zich weer ziek gemeld.
k. Bij brief van 20 mei 2005 heeft de bedrijfsarts aan [eiser] onder meer het volgende geschreven:
“Teneinde een conflict te vermijden heb ik erop aangedrongen in ieder geval halve dagen te gaan werken. (...) De werkgever heeft mij gemeld dat u recent één dag een gedeelte van de dag op uw werk aanwezig bent geweest en dat u niet van zins bent gedeeltelijk aan het werk te blijven.
Teneinde de arbeidsrelatie niet onnodig op de proef te stellen geef ik u in overweging om terstond het werk – in ieder geval gedeeltelijk – te hervatten. (...)”.
l. Hierna heeft Avia [eiser] per e-mail verzocht om dezelfde week nog al dan niet in deeltijd aan het werk te gaan. Volgens het rooster had [eiser] vanaf 27 mei 2005 tot en met 30 mei 2005 dienst.
m. Op 25 mei 2005 heeft het UWV het deskundigenoordeel van 29 april 2005 vervangen door een nieuw deskundigenoordeel. Dit oordeel houdt in dat [eiser] op 11 april 2005 voor 4 uren per dag geschikt is voor het verrichten van het eigen werk.
n. Op 27 mei 2005 heeft [eiser] drie en een half uur gewerkt en op 28 mei 2005 drie uur. Daarna heeft [eiser] zich weer ziek gemeld.
o. Op 1 juni 2005 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser], zijn gemachtigde, de bedrijfsarts en de directeur van Avia. Van dit gesprek is geen verslag gemaakt.
p. Bij brief van 3 juni 2005 heeft de gemachtigde van [eiser] de gemachtigde van Avia verzocht om afspraken te maken over de voortzetting van het reïntegratietraject, waarbij duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over de werkzaamheden, de werkplek en de werktijden.
q. Bij brief van 28 juni 2005 heeft de gemachtigde van Avia de gemachtigde van [eiser] bericht dat zij zich volstrekt heeft gehouden aan het afgeslankte werkrooster van de heer [eiser] en dat lichter werk bij Avia niet aanwezig is.
r. Bij brief van 14 juli 2005 van de gemachtigde van [eiser] aan de gemachtigde van Avia is gemeld dat [eiser] denkt dat hij zijn eigen werkzaamheden grotendeels kan verrichten voor vier uur per dag en is de gemachtigde van Avia verzocht te laten weten wanneer [eiser] kan beginnen.
s. Avia heeft vervolgens besloten een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen.

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) op grond van artikel 7:611 BW wedertewerkstelling bij Avia en veroordeling van Avia tot het geven van invulling aan het reïntegratietraject totdat [eiser] weer volledig hersteld is, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag en tot betaling van € 2.638,02 te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente. [eiser] stelt daartoe dat Avia sinds april 2004 niet meer aan haar loondoorbetalingsverplichting heeft voldaan.

Het verweer

Avia heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

1. Met betrekking tot de wedertewerkstelling is de kantonrechter het volgende van oordeel. Niet is gebleken dat [eiser] niet meer wordt toegelaten tot het werk. Sinds 11 april 2005 is aan [eiser] meegedeeld dat hij in staat wordt geacht gedurende maximaal vier uur per dag zijn eigen werk te verrichten. Dit standpunt van de bedrijfsarts is onderschreven door de verzekeringsarts van het UWV, welk standpunt nadien niet is herzien. [eiser] heeft bij brieven van 3 juni en 14 juni 2005 weliswaar aangeboden weer werkzaamheden te verrichten, doch heeft zich daarop naar het oordeel van de kantonrechter ten onrechte op het standpunt gesteld slechts in aanmerking te komen voor passende werkzaamheden. Daarop heeft Avia [eiser] meegedeeld dat zij voor [eiser] geen lichter werk dan door Avia reeds aangeboden, heeft. Niet is gebleken dat [eiser] niet door Avia in de gelegen is gesteld zijn eigen werk in een licht rooster voor vier uur per dag te verrichten. Gelet hierop zal de kantonrechter de vordering tot wedertewerkstelling afwijzen.

2. Met betrekking tot de loonvordering van [eiser] merkt de kantonrechter het volgende op. Avia heeft aan [eiser] vanaf 11 april 2005 de helft van 70% van zijn salaris betaald, op basis van de brief van de bedrijfsarts dat [eiser] voor 4 uur per dag als arbeidsongeschikt moet worden aangemerkt en voor de overige 4 uur per dag arbeidsgeschikt is be-vonden. Er rustte derhalve op [eiser] een verplichting om voor 4 uur per dag bij Avia te werken. Dat heeft [eiser] echter naar het oordeel van de kantonrechter zonder goede reden nage-laten. Reeds bij brief van 4 mei 2005 heeft Avia [eiser] meegedeeld dat zij open staat voor een gefaseerde werkhervatting en dat zij het standpunt van de bedrijfsarts van 11 april 2005 en het deskundigenoordeel van het UWV niet kan negeren. Daarbij is tevens aan-gegeven dat in het geval [eiser] ervoor kiest vooralsnog zijn werk niet te hervatten, dit wel voor rekening van [eiser] komt. Ook in de periode daarna is niet gebleken dat [eiser] op goede gronden heeft afgezien om zijn eigen werk voor maximaal vier uur per dag te verrichten. Op grond van de informatie van de psycholoog, fysiotherapeut en huisarts kan namelijk niet worden geconcludeerd dat het standpunt van de bedrijfsarts en het UWV, dat [eiser] geschikt is om voor maximaal 4 uur per dag zijn werk te verrichten, onjuist was. [eiser] had dan ook naar het oordeel van de kantonrechter het standpunt van de bedrijfsarts en het UWV niet naast zich neer mogen leggen. Gelet op het voren-staande, is de kantonrechter van oordeel dat de loon-vor-dering van [eiser] dient te worden afgewezen.

3. De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- weigert de gevorderde voorlopige voorzieningen;



- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Avia tot en met
vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina