Voorbeelden in het nederlands



Dovnload 152.96 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte152.96 Kb.
EXTRA AANTEKENING HOOFDSTUK () .
AANGEPLAKTE VRAGEN (QUESTION TAGS)


VOORBEELDEN IN HET NEDERLANDS





JE KOMT MORGEN TOCH,

ZE KOMT TOCH NIET LOGEREN,

JE GAAT TOCH NIET ZINGEN,

HET IS ZEER KOUD,

ZE KOCHT EEN AUTO,

OF NIET ?

OF WEL ?

HÈ ?

NIETWAAR ?

OF NIET ?




HOOFDZIN

AANGEPLAKTE

VRAAG ?

(QUESTION TAG)




YOU WILL COME TOMORROW,

SHE ISN’T COMING TO STAY HERE,

YOU AREN’T GOINT TO SING,

IT’S VERY COLD,

SHE BOUGHT A CAR,

WON’T YOU ?
IS SHE

ARE YOU ?

ISN’T IT ?

DIDN’T SHE ?

HET MAKEN VAN AANGEPLAKTE VRAGEN IN HET ENGELS IS HEEL ANDERS DAN IN HET NEDERLANDS. HET IS IN HET ENGELS GEBONDEN AAN EEN AANTAL VASTE REGELS.




DE VOLGENDE SITUATIES WORDEN BESPROKEN:


  1. ZINNEN MET HULPWERKWOORDEN




  1. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN

B.1. TEGENWOORDIGE TIJD

B.2. VERLEDEN TIJD






  1. ZINNEN MET HULPWERKWOORDEN.




HULPWERKWOORDEN ZIJN:


    • AM, ARE, IS, WAS, WERE

    • HAVE GOT, HAS GOT

    • CAN, COULD, MUST, SHALL, WILL, SHOULD, WOULD, MUST,

    • HAVE, HAS, HAD + VOLTOOID DEELWOORD

1. HULPWERKWOORD DAT IN DE

HOOFDZIN STAAT KOMT TERUG IN DE

AANGEPLAKTE VRAAG.


2. HET ONDERWERP IN DE AANGEPLAKTE

VRAAG IS ALTIJD EEN PERSOONLIJK

VOORNAAMWOORD ( I, YOU, HE, SHE

ETC.)
3. IS HOOFDZIN BEVESTIGEND DAN IS DE

“TAG”ONTKENNEND (MET “NOT”)
4. IS HOOFDZIN ONTKENNEND DAN IS DE

“TAG” BEVESTIGEND




VOORBEELDEN.




HOOFDZIN (BEVESTIGEND +)


TAG

(ONTKENNEND - )

WE ARE COMING,


AREN’T WE ?

SHE WAS LATE,


WASN’T SHE ?

THEY SHOULD STAY,


SHOULDN’T THEY ?

MARY WOULD LIKE TO GO,


WOULDN’T SHE ?

WE HAD FORGOTTEN TO CALL,


HADN’T WE ?



HOOFDZIN (ONTKENNEND -)


TAG

(BEVESTIGEND +)

JACK CAN’T PLAY,


CAN HE ?

PETER AND MARY WON’T LEAVE,



WILL THEY ?

I SHAN’T STAY,


SHALL I ?

MARY AND JANE HAVEN’T WORKED HARD,



HAVE THEY ?

SHEILA AND JACK MUSTN’T LEAVE,



MUST THEY ?


OPMERKING:

  1. I SHALL COME, SHAN’T I ?

  2. WE WILL LEAVE, WON’T WE ?

  3. I AM LATE, AREN’T I ?


OEFENZINNEN:


  1. SHE WAS COMING, …………………… ?

  2. MY WIFE IS LEAVING, ……………….. ?

  3. THEY CAN’T SING, ……………………. ?

  4. WE’VE GOT MUCH WORK, …………. ?

  5. THEY WOULDN’T GO, ……………….. ?

  6. WE HAD DONE OUR WORK, ………… ?


  1. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN.




B.1. DE TEGENWOORDIGE TIJD.
1. WERKWOORD IN DE HOOFDZIN WORDT NIET HERHAALD IN DE AANGEPLAKTE VRAAG.
2. IS DE HOOFDZIN BEVESTIGEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DON’T” OF “DOESN’T”, AFHANKELIJK VAN HET ONDERWERP.
3. IS DE HOOFDZIN ONTKENNEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DO” OF “DOES”, AFHANKELIJK VAN HET ONDERWERP.

B.1. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN. (TEGENWOORDIGE TIJD)


HOOFDZIN (BEVESTIGEND +)


TAG

(ONTKENNEND - )

WE WALK EVERY DAY,


DON’T WE ?

SHE SHOUTS A LOT,


DOESN’T SHE ?

THEY STAY HERE EVERY DAY,


DON’T THEY ?

MARY LIKES TO GO,


DOESN’T SHE ?

WE DANCE A LOT,


DON’T WE ?

HOOFDZIN (ONTKENNEND -)


TAG

(BEVESTIGEND +)

JACK DOESN’T PLAY,


DOES HE ?

PETER AND MARY DON’T LIKE TO GO,



DO THEY ?

I DON’T SMOKE,


DO I ?

MARY AND JANE DON’T WORK HARD,



DO THEY ?

SHEILA AND JACK DON’T LEAVE EARLY,



DO THEY ?


OEFENZINNEN:


  1. SHE DOESN’T COME, …………………… ?

  2. MY WIFE LEAVES , ……………….. ?

  3. THEY SING A LOT, ……………………. ?

  4. WE DON’T WORK HARD …………. ?

  5. THEY GO, ……………….. ?

  6. WE DON’T DO OUR WORK, ………… ?


B. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN.



B.2. DE VERLEDEN TIJD.
1. WERKWOORD IN DE HOOFDZIN WORDT NIET HERHAALD IN DE AANGEPLAKTE VRAAG.
2. IS DE HOOFDZIN BEVESTIGEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DIDN’T”.
3. IS DE HOOFDZIN ONTKENNEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DID”.


B.2. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN. (VERLEDEN TIJD)


HOOFDZIN (BEVESTIGEND +)


TAG

(ONTKENNEND - )

WE WALKED EVERY DAY,


DIDN’T WE ?

SHE SHOUTED A LOT,


DIDN’T SHE ?

THEY SANG HERE EVERY DAY,


DIDN’T THEY ?

MARY LIKED TO GO,


DIDN’T SHE ?

WE BOUGHT A LOT,


DIDN’T WE ?

HOOFDZIN (ONTKENNEND -)


TAG

(BEVESTIGEND +)

JACK DIDN’T PLAY,


DID HE ?

PETER AND MARY DIDN’T LIKE TO GO,



DIDTHEY ?

I DIDN’T SMOKE,


DID I ?

MARY AND JANE DIDN’T WORK HARD,



DID THEY ?

SHEILA AND JACK DIDN’T LEAVE EARLY,



DID THEY ?


OEFENZINNEN:


  1. SHE DIDN’T COME, …………………… ?

  2. MY WIFE LEFT ……………….. ?

  3. THEY SANG A LOT, ……………………. ?

  4. WE DIDN’T WORK HARD …………. ?

  5. THEY WENT, ……………….. ?

  6. WE DIDN’T DO OUR WORK, ………… ?


SCHEMA TAGS

VOLG DEZE ROUTE:


  1. STAAT ER EEN HULPWERKWOORD IN DE ZIN ?



JA.
*HERHAAL HULPWERKWOORD

*PLUS WORDT MIN

*MIN WORDT PLUS.


NEE.

STAAT IN DE ZIN DE TEGENWOORDIGE TIJD OF DE VERLEDEN TIJD ?


TEGENWOORDIGE TIJD:

PLUS—DON’T/DOESN’T

MIN ----DO/DOES

VERLEDEN TIJD:

PLUS --------- DIDN’T

MIN ---------- DID
EXTRA AANTEKENING HOOFDSTUK 4 (4C) .
AANGEPLAKTE VRAGEN (QUESTION TAGS)

VOORBEELDEN IN HET NEDERLANDS


JE KOMT MORGEN TOCH, OF NIET ?

ZE KOMT TOCH NIET LOGEREN, OF WEL ?

JE GAAT TOCH NIET ZINGEN, HĖ?


HOOFDZIN

AANGEPLAKTE VRAAG (QUESTION TAG)

HET MAKEN VAN AANGEPLAKTE VRAGEN IN HET ENGELS IS HEEL ANDERS DAN IN HET NEDERLANDS. HET IS IN HET ENGELS GEBONDEN AAN EEN AANTAL VASTE REGELS.



DE VOLGENDE SITUATIES WORDEN BESPROKEN:


      1. ZINNEN MET HULPWERKWOORDEN




      1. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN



B.1. TEGENWOORDIGE TIJD

B.2. VERLEDEN TIJD




    1. ZINNEN MET HULPWERKWOORDEN.

1. HULPWERKWOORD DAT IN DE HOOFDZIN STAAT KOMT TERUG IN

DE AANGEPLAKTE VRAAG.


  1. HET ONDERWERP IN DE AANGEPLAKTE VRAAG IS ALTIJD EEN

PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD ( I, YOU, HE, SHE ETC.)

3. IS HOOFDZIN BEVESTIGEND DAN IS DE “TAG”ONTKENNEND (MET “NOT”)



4. IS HOOFDZIN ONTKENNEND DAN IS DE “TAG” BEVESTIGEND
HULPWERKWOORDEN ZIJN:


    • AM, ARE, IS, WAS, WERE

    • HAVE GOT, HAS GOT

    • CAN, COULD, MUST, SHALL, WILL, SHOULD, WOULD

    • HAVE, HAS, HAD + VOLTOOID DEELWOORD



HOOFDZIN (BEVESTIGEND +)


TAG

(ONTKENNEND - )

WE ARE COMING,


AREN’T WE ?

SHE WAS LATE,


WASN’T SHE ?

THEY SHOULD STAY,


SHOULDN’T THEY ?

MARY WOULD LIKE TO GO,


WOULDN’T SHE ?

WE HAD FORGOTTEN TO CALL,


HADN’T WE ?

HOOFDZIN (ONTKENNEND -)


TAG

(BEVESTIGEND +)

JACK CAN’T PLAY,


CAN HE ?

PETER AND MARY WON’T LEAVE,



WILL THEY ?

I SHAN’T STAY,


SHALL I ?

MARY AND JANE HAVEN’T WORKED HARD,



HAVE THEY ?

SHEILA AND JACK MUSTN’T LEAVE,



MUST THEY ?



OPMERKING:

  1. I SHALL COME, SHAN’T I ?

  2. WE WILL LEAVE, WON’T WE ?

  3. I AM LATE, AREN’T I ?


OEFENZINNEN:


  1. SHE WAS COMING, …………………… ?

  2. MY WIFE IS LEAVING, ……………….. ?

  3. THEY CAN’T SING, ……………………. ?

  4. WE’VE GOT MUCH WORK, …………. ?

  5. THEY WOULDN’T GO, ……………….. ?

  6. WE HAD DONE OUR WORK, ………… ?


    1. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN.




B.1. DE TEGENWOORDIGE TIJD.
1. WERKWOORD IN DE HOOFDZIN WORDT NIET HERHAALD IN DE AANGEPLAKTE VRAAG.
2. IS DE HOOFDZIN BEVESTIGEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DON’T” OF “DOESN’T”, AFHANKELIJK VAN HET ONDERWERP.
3. IS DE HOOFDZIN ONTKENNEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DO” OF “DOES”, AFHANKELIJK VAN HET ONDERWERP.


HOOFDZIN (BEVESTIGEND +)


TAG

(ONTKENNEND - )

WE WALK EVERY DAY,


DON’T WE ?

SHE SHOUTS A LOT,


DOESN’T SHE ?

THEY STAY HERE EVERY DAY,


DON’T THEY ?

MARY LIKES TO GO,


DOESN’T SHE ?

WE DANCE A LOT,


DON’T WE ?

HOOFDZIN (ONTKENNEND -)


TAG

(BEVESTIGEND +)

JACK DOESN’T PLAY,


DOES HE ?

PETER AND MARY DON’T LIKE TO GO,



DO THEY ?

I DON’T SMOKE,


DO I ?

MARY AND JANE DON’T WORK HARD,



DO THEY ?

SHEILA AND JACK DON’T LEAVE EARLY,



DO THEY ?


OEFENZINNEN:


  1. SHE DOESN’T COME, …………………… ?

  2. MY WIFE LEAVES , ……………….. ?

  3. THEY SING A LOT, ……………………. ?

  4. WE DON’T WORK HARD …………. ?

  5. THEY GO, ……………….. ?

  6. WE DON’T DO OUR WORK, ………… ?



B. ZINNEN ZONDER HULPWERKWOORDEN.




B.2. DE VERLEDEN TIJD.
1. WERKWOORD IN DE HOOFDZIN WORDT NIET HERHAALD IN DE AANGEPLAKTE VRAAG.
2. IS DE HOOFDZIN BEVESTIGEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DIDN’T”.
3. IS DE HOOFDZIN ONTKENNEND, DAN GEBRUIK JE IN DE AANGEPLAKTE VRAAG “DID”.


HOOFDZIN (BEVESTIGEND +)


TAG

(ONTKENNEND - )

WE WALKED EVERY DAY,


DIDN’T WE ?

SHE SHOUTED A LOT,


DIDN’T SHE ?

THEY SANG HERE EVERY DAY,


DIDN’T THEY ?

MARY LIKED TO GO,


DIDN’T SHE ?

WE BOUGHT A LOT,


DIDN’T WE ?

HOOFDZIN (ONTKENNEND -)


TAG

(BEVESTIGEND +)

JACK DIDN’T PLAY,


DID HE ?

PETER AND MARY DIDN’T LIKE TO GO,



DIDTHEY ?

I DIDN’T SMOKE,


DID I ?

MARY AND JANE DIDN’T WORK HARD,



DID THEY ?

SHEILA AND JACK DIDN’T LEAVE EARLY,



DID THEY ?



OEFENZINNEN:


  1. SHE DIDN’T COME, …………………… ?

  2. MY WIFE LEFT ……………….. ?

  3. THEY SANG A LOT, ……………………. ?

  4. WE DIDN’T WORK HARD …………. ?

  5. THEY WENT, ……………….. ?

  6. WE DIDN’T DO OUR WORK, ………… ?


SCHEMA TAGS

VOLG DEZE ROUTE:


STAAT ER EEN HULPWERKWOORD IN DE ZIN ?

JA.

*HERHAAL HULPWERKWOORD



*PLUS WORDT MIN

*MIN WORDT PLUS.

NEE.

STAAT IN DE ZIN DE TEGENWOORDIGE TIJD OF DE VERLEDEN TIJD ?



TEGENWOORDIGE TIJD:
PLUS------DON’T/DOESN’T

MIN -------DO/DOES



VERLEDEN TIJD:

PLUS --------- DIDN’T

MIN ---------- DID


Exercise on Question Tags

Complete the sentences with the correct question tags.
1. Mr McGuinness is from Ireland, --?

2. The car isn't in the garage, --?

3. You are John, --?

4. She went to the library yesterday, --?

5. He didn't recognize me, --?

6. Cars pollute the environment, --?

7. Mr. Pritchard has been to Scotland recently, --?

8. The trip is very expensive, --?

9. He won't tell her, -- ?

10. She is collecting stickers,--?
11. We often watch TV in the afternoon, --?

12. You have cleaned your bike, --?

13. John and Max don't like Maths, --?

14. Peter played handball yesterday, --?

15. They are going home from school, --?

16. Mary didn't do her homework last Monday, --?

17. He could have bought a new car, --?

18. Kevin will come tonight, --?

19. I'm clever, ---?

20. She didn't watch the film last night, -- ?
21. It's great to see each other again, --?

22. He comes every Friday, --?

23. You're married, --?

24. You went to Tom's last weekend, --?

25. You don't like tripe, --?

26. She isn't much of a cook, --?

27. He hasn't lived here long, --?

28. You weren't invited to the party, --?

29. He'll go to university, --?

30. They hadn't visited you before, --?


Question Tags


  1. He is here,

  2. She isn’t sixteen,

  3. I am outside,

  4. I’m not singing,

  5. We are writing a letter,

  6. They aren’t reading,

  7. She was lucky,

  8. The boy wasn’t sleeping,

  9. We were late,

  10. You weren’t happy,

  11. I can dance,

  12. She can’t type,

  13. We have got a nice house,

  14. They haven’t got a bike,

  15. Jill has got a Range Rover,

  16. Pete hasn’t got a cat,

  17. She could play the piano,

  18. They couldn’t understand it,

  19. He will do it,

  20. They won’t go there,

  21. I would sing,

  22. You wouldn’t say that,

  23. She should listen,

  24. Anne shouldn’t eat that cake,

  25. I like dancing,

  26. You hate it,

  27. He works here,

  28. She eats too much,

  29. It rains,

  30. We see you,

  31. You walk to school,

  32. They listen to music,

  33. I don’t hear you,

  34. You don’t watch tv,

  35. He doesn’t play a game,

  36. She doesn’t buy a book,

  37. It doesn’t work,

  38. We don’t know,

  39. You don’t clean your room,

  40. They don’t sleep in the park,

  41. I walked to the station,

  42. We didn’t live there,

  43. We became rich,

  44. You didn’t water the plants,

  45. She bought the Sunday Times,

  46. He didn’t work,

  47. The boy is inside,

  48. We like ice cream,

  49. He isn’t seventeen,

  50. They can dance,

  51. We shouldn’t do that,

  52. She hated school,

  53. The man bought a book,

  54. The cat drank the milk,

  55. Gerry didn’t sing,

  56. This girl doesn’t have it,

  57. You like it,

  58. There isn’t a garden,

  59. She will call her mum,

  60. We can speak Urdu,

  61. They are animals,

  62. Susan isn’t your sister,

  63. She bought it,

  64. This doesn’t fit me,

  65. She has got a date,

  66. We could open the window,

  67. We are inside,

  68. They love school,

  69. We saw the man,

  70. She walks to school,

  71. We didn’t visit him,

  72. She wasn’t smiling,

  73. He has received it,

  74. We understand,

  75. This is the end,










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina