Voorbeeldprotocol vervolgen Nierfunctie Werkafspraken vervolgen van de nierfunctie



Dovnload 14.38 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte14.38 Kb.

Voorbeeldprotocol vervolgen Nierfunctie

Werkafspraken vervolgen van de nierfunctie:

Bij personen < 65 jaar:


  • Normale nierfunctie: eGFR >90 controle 1x p.j.

  • Milde nierfunctiestoornis: eGFR 60-90 controle 1x p.j.

  • Matige nierfunctiestoornis: eGFR 30-60 controle 2x p.j. en bij 1e afwijkende waarde onder de 60 na 3 mnd (bij plotselinge forse daling eerder, b.v. van 60 naar 35).

  • Ernstige nierfunctiestoornis: eGFR < 30 verwijzing internist/ nefroloog.

Bij personen ≥ 65 jaar:


  • eGFR < 45 wijst op chronische Nierschade: controle 2x p.j.

Streefwaarde RR bij nierfunctiestoornis (eGFR < 60):

  • <130/80, maar diastole liever niet <70.

Nierfunctie controle i.v.m. medicatiewijziging:


  • Na starten of dosiswijziging ACE-remmer, ARB of diureticum binnen 2 wkn natrium, kalium en eGFR bepalen. Na het bereiken van de onderhoudsdosering van de ACE-remmers (of ARB) en/of het diureticum dienen deze nog een keer na 3 en 6 maanden te worden gecontroleerd en daarna elk jaar.

  • Enige daling van de nierfunctie (eGFR) na de start met een ACE-remmer (of ARB) en/of diureticum kan als normaal worden beschouwd. Voor het beleid bij daling van de nierfunctie gelden de volgende adviezen:

  • Daling van de eGFR tot 20%, met 30 ml/min als ondergrens, is nog acceptabel. Wel dient dan te worden afgezien van verdere dosisverhogingen.

  • Bij een eGFR tussen de 15 en 30 ml/min wordt dosishalvering van de ACE-remmer (of ARB) of het diureticum geadviseerd.

  • Bij een daling van de eGFR onder de 15 ml/min dient de ACE-remmer of het diureticum geheel te worden gestaakt.

Microalbuminurie:


  • Bij jaarcontrole (meten door lab en niet met een stickje): aankruisen albumineconcentratie in urine of de albumine/creatinine-ratio in de urine.

  • Een eerste te hoge uitslag dient te worden bevestigd door een tweede bepaling.

  • Bij een tweede te hoge uitslag (= albumineconcentratie 20 tot 200 mg/l of 2,5 tot 25 mg albumine/mmol creatinine bij mannen; 3,5 tot 35 mg albumine/mmol creatinine bij vrouwen) moet dit vervolgens worden bevestigd door een derde

bepaling na drie maanden. Indien ook dan sprake is van microalbuminurie, spreekt men van persisterende microalbuminurie.

  • Persisterende microalbuminurie bespreken met de huisarts. Dit moet ook worden ingevoerd in de probleemlijst van patiënt.

  • Patiënt jaarlijks blijven controleren.

  • Overweeg bij een toename van de albuminurie ondanks adequate behandeling van de bloeddruk consultatie van een nefroloog.

  • Zie verder bij LTA Chronische Nierschade.

Macroalbuminurie


  • Dit is een albumineverlies van > 25 mg albumine/mmol kreatinine bij mannen en > 35 mg albumine/mmol kreatinine bij vrouwen in een willekeurige urineportie, of :> 300 mg albumine/dag in een 24-uurs urineverzameling, dan wel > 200 mg albumine/l in een willekeurige portie urine.

  • Bij macroalbuminurie > 300 mg/dag is er door verlies van ook andere eiwitten dan albumine, ten minste een totale eiwituitscheiding van > 500 mg/dag. We spreken dan van proteïnurie.

  • Alle macroalbuminurie direct met de huisarts bespreken. Dit moet ook worden ingevoerd in de probleemlijst van de patiënt.

Algemene adviezen en maatregelen bij nierinsufficiëntie:


  • Adviseer de patiënt te stoppen met roken en eventueel overgewicht te verminderen.

  • Adviseer de patiënt bij het bestaan van hypertensie de hoeveelheid zout in het dieet te beperken tot 5 gram/dag (door geen zout toe te voegen bij de voedselbereiding) en het gebruik van industrieel bereide voedingsmiddelen te vermijden.

  • Bij gebruik van medicatie die de nierfunctie negatief kan beïnvloeden; heroverweeg het gebruik.

  • Voorkom het gebruik van nefrotoxische medicatie (zie tabel).

  • Maak een contra-indicatie aan in het HIS.

  • Informeer patiënt over het voorkomen van dehydratie (vooral bij koorts en/of braken in combinatie met het gebruik van diuretica en RAS-remmers).

  • Bij acute verstoringen van de gezondheid dienen het serumcreatinine- en kaliumgehalte te worden gecontroleerd.

  • Eiwitbeperkt dieet: 0,8 gram eiwit/kg ideaal lichaamsgewicht.

Let op complicaties bij nierinsufficiëntie:


  • Preventie van stoornissen in de calcium- en fosfaathuishouding (secundaire hypoparathyreoïdie; extra-ossale calcificaties; renale osteodystrofie).

  • Preventie van anemie.

  • Preventie van metabole acidose.

  • Voorkomen uremische klachten.


Verwijzing naar de tweede lijn is aangewezen bij:


  • Patiënten met macroalbuminurie (proteïnurie) ongeacht de hoogte van de eGFR.

  • Patiënten < 65 jaar en een eGFR < 45 ml/min/1,73m2.

  • Patiënten > 65 jaar en een eGFR < 30 ml/min/1,73m2.

  • Vermoeden van een onderliggende nierziekte.

Nefrotoxische medicatie:

A) Nefrotoxische geneesmiddelen

- Diuretica

- NSAID’s

- Virustatica ((val)aciclovir /(val)ganciclovir)

- Calcineurineremmers (ciclosporine, tacrolimus)

- Amfotericine-B

- Aminoglycosiden (amikacine, gentamicine, tobramycine)

- Cisplatina

- Vancomycine


B) Verhoogd risico op bijwerkingen bij verminderde nierfunctie

- Metformine

- Digoxine

- Sotalol

- Lithium

- Colchicine



Voorbeeld Protocol controle nierfunctie maart 2014







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina