Voorbereidingspreek over 1 Timoteüs 4: 7



Dovnload 28.28 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte28.28 Kb.
OEFENING

- voorbereidingspreek over 1 Timoteüs 4:7b


Aanwijzingen voor de liturgie:
Orde van Dienst B, morgendienst

Votum en vrede-/zegengroet

Zingen: Psalm 92:1 en 2

Lezing van de wet

Zingen: Psalm 92:3,4 en 5

Gebed


Lezen: 1 Timotheüs 3:14-4:10

Zingen: Psalm 12:1,2 en 3

Tekst: 1 Timotheüs 4:7b

Preek


Zingen: Psalm 18:9 en 10

Dankgebed en voorbede

Collecte

Zingen: Psalm 92:7 en 8

Zegen

OEFENING

- voorbereidingspreek over 1 Timoteüs 4:7b


Gemeente van onze Here Jezus Christus!

Wat wil je worden? Later, als je groot bent? Dat is een vraag, die veel jongens en meisjes bezig houdt. En misschien dat er vanmorgen wel kinderen in de kerk zitten, die het ook al heel goed weten. Wat ze later worden willen. Hè, misschien dat er wel meisjes zijn. Die graag moeder willen worden, of: stewardess. En jongens, die brandweerman willen worden. Of, ook: voetballer. Maar ja, dat láátste – voetballer. Dat word je niet zomaar!

Nee, want om te beginnen. Moet je daar een zekere aanleg voor hebben. Hè, je moet het ‘in’ je hebben – om zo te zeggen. Maar zeg ‘ns, gemeente. Is aanleg, alleen. En: talent, alleen. Voldoende? Als je later een goede voetballer wilt worden? Met een plek in het Nederlands elftal, om zo te zeggen? Nu, ik denk dat ook de kinderen zelf al wel zullen weten. En zeker, de jongens onder hen. Dat talent alleen, daarvoor niet voldoende is.

Nee, want wil je echt een eind komen. In de voetballerij. Dan zul je ook heel veel moeten trainen. En: oefenen. Hè, met grote regelmaat zul je dan op het voetbalveld te vinden moeten zijn. Om daar met je teamgenoten, te trainen. Want zoveel is zeker: als je geen talent hebt, zul je nooit een ‘grote’ worden. Maar als je wel talent hebt, maar je traint nooit. Ja, dan zul je óók niet ver komen. Want training is nodig, om iets te kunnen bereiken.

Maar gemeente, dat geldt dan voor het voetbal. En: de sport. Maar hebt u er wel eens bij stil gestaan, dat het ook geldt als je ‘een christen’ bent? En als christen, ook een vroom leven wilt leiden? En de HERE wilt dienen, met heel je leven? Want soms wordt wel gedaan, alsof ook dat een kwestie van ‘aanleg’ is. En het je gegéven moet zijn, door God. En dat is ergens ook wel zo. Maar dat neemt niet weg, dat er ook ‘oefening’ nodig is.

Want het geloof is iets, wat Gód je moet geven. Hè, we kunnen het elkaar niet geven. De Heilige Geest moet het je in het hart leggen. Maar als Hij dat gedaan heeft, Hij je hart geopend heeft voor het evangelie van de Here Jezus Christus. Dan komt het erop aan, dat we vanuit dat geloof ook gaan leven. En de HERE gaan dienen. En dáárvoor, voor dat ‘vrome leven’. Is het óók nodig, dat we ‘oefenen’. Net zo goed, als bij het voetbal.

En waarom dat dan is, en hoe dat dan moet. Daar willen we vanmorgen van gaan horen, in een preek over 1 Timoteüs 4:7b. En dan wil en mag ik u dat deel van Gods Woord, ter voorbereiding op de viering van het Heilig Avondmaal. Verkondigen, onder het volgende thema. Waar ik de preek dan ook meteen voor u in zou willen samenvatten:
VROOMHEID VRAAGT OEFENING! Die oefening

1. is nodig

2. is mogelijk
1. Oefening is nodig.

‘Oefen jezelf in een vroom leven’ – zegt Paulus in ons tekstvers. En we hoorden al even, in de inleiding op de preek. Dat die ‘oefening’ ook belángrijk is. Maar ja, waarom dan eigenlijk precies? Waarom is het nodig, dat we ons ‘oefenen in een vroom leven’? Nu, ik denk dat de jongens en meisjes die op voetbal zitten. En óók elke week trainen moeten. Ons dat heel precies zullen kunnen vertellen. Of niet soms, jongens en meisjes?

Want misschien, dat het wel eens voorkomt. Dat je geen zin hebt om te trainen. Je liever thuis blijft, achter de televisie of de computer. Maar stel nou ‘ns even, dat je dat ook inderdaad zou doen. En dan niet maar één keer, maar verschillende keren. En je kwam pas na een maand weer opdagen. Wat denk je: zou je trainer daar dan blij mee zijn? Ik denk het niet, of wel dan? Hij zou je d’r flink van langs geven. En dat ook terecht!

Want als je op voetbal zit. Heb je ook regelmatig wedstrijden. En die kun je alleen maar winnen, als je regelmatig traint. En daarom is het, dat ‘oefening’ zo belangrijk is. Omdat je alleen maar winnen kunt, en kampioen kunt worden. Als iedereen regelmatig komt trainen. Maar weet u: dat is ook precies de reden. Waarom de HERE zegt, dat we ons ook oefenen moeten in een vroom leven. Omdat we anders niet overeind blijven.

En ik weet: dat klinkt op het eerste gezicht misschien wat vreemd. Omdat we als christenen, en als kerk. Immers geen wedstrijden hoeven te spelen. Of kampioen hoeven te worden. Maar als u goed hebt opgelet, toen we voor de preek met elkaar uit de bijbel gelezen hebben. Zult u weten, dat we wel een strijd hebben te voeren. En dat tegen tegenstanders, van wie we het niet ‘zomaar’ winnen. Zonder ‘oefening’, om zo te zeggen.

Ik bedoel: we lazen vanmorgen, ook het begin van 1 Timoteüs 4. Vers 1, waar de apostel schrijft: ‘maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten’. En dan is dat een zinnetje, dat we goed tot onszelf door moeten laten dringen. Omdat ‘de eindtijd’, de tijd is waarin wij leven. En de apostel ons er dus voor waarschuwt, dat in onze dagen. Sommigen het geloof zullen verlaten. Afvallig worden.

En dan moet die waarschuwing ons aan het dénken zetten. Want veel gelovigen, en veel christenen. Zijn vandaag de dag druk, met de vraag hoe ze ook anderen tot geloof kunnen brengen. En begrijp me goed: dat is een belangrijke en nuttige bezigheid. Omdat de kerk, met de woorden van de Catechismus. Ook ‘vermeerderd’ moet worden. Groeien moet. Alleen: je kunt daar ook zó druk mee zijn, dat je vergeet dat ze ook ‘bewaard’ moet worden.

Ik bedoel: soms wordt er gezegd, dat we als christenen maar één opdracht hebben. Om het evangelie aan de man te brengen, bij de wereld om ons heen. En wordt heel het kerkelijk leven, inclusief de kerkdienst. In dienst van dat doel gezet. ‘Want de mensen in de kerk, die ‘hebben’ we al’ – wordt er dan gezegd. Die zijn al tot geloof gekomen. En dat is ook zo, maar ze moeten tegelijk ook wel blijven geloven. En hun geloof niet weer ‘verliezen’.

Want dat kán! Sterker nog: Paulus waarschuwt er uitdrukkelijk voor, in het hoofdstuk dat we gelezen hebben. Als hij schrijft, in vers 1: ‘maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren’. En dan zijn we weer terug, bij de strijd die we als christenen te voeren hebben. Want die ‘dwaalgeesten’ – dat zijn daarbij onze tegenstanders!

Nu, en juist in de tijd waarin wij leven. In de ‘eindtijd’. Krijgt Christus’ kerk daarmee te maken, zegt Paulus dan. Lees maar in vers 2, waar Paulus het heeft over ‘huichelachtige leugenaars, die hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid’. En die je de gékste dingen proberen wijs te maken. Zo waren er in de dagen van Paulus dwaalleraars, die het huwelijk verboden. En verder de mensen wijs probeerden te maken, dat ze vasten moesten.

En zeker, dan wordt vandaag de dag misschien niet meer precies dezelfde boodschap gebracht als toen. Maar wordt er ook vandaag, om het met de woorden van vers 7 te zeggen. Nog heel wat ‘heilloze bakerpraat en verzinsels’ aan de man gebracht. Verhalen, die niets te maken hebben met het evangelie van de Here Jezus Christus. En ook niet, met het leven dat daarbij past. En dan zult u allemaal de voorbeelden wel kunnen noemen.

Zo zegt Paulus, in ons tekstvers. Dat we ons hebben te oefenen ‘in een vroom leven’. In de ‘godsvrucht’. En dat willen zeggen: een leven, waarin God de eer krijgt. En God ook gediend wordt. Maar zo’n leven – daar is vandaag de dag niet veel vraag naar. Integendeel, zelfs. Van alle kanten wordt je wijs gemaakt, dat je in je leven jezelf moet zoeken. En: jezelf moet dienen. Al het andere, ook de HERE God. Moet daarvoor aan de kant.

En ja, dan zult u begrijpen. Dat ons dat als christenen ‘strijd’ oplevert. Als je een vroom leven wilt leiden, tot eer van God. Dan ben je ‘anders’ dan de rest. En val je op. En meer en meer, komen we daar ook achter als christenen. Wat te denken, bijvoorbeeld. Van de manier waarop we omgaan met Gods gave van de seksualiteit? Dat staat haaks, op hoe de wereld daar vandaag de dag mee om gaat. En dat levert hoe dan ook ‘strijd’ op.

Ik bedoel: ook als het om seksualiteit gaat. En de manier, waarop je daarmee om gaat. Is het uitgangspunt vandaag de dag, dat je daarin jezelf moet zoeken. Jij moet aan je trekken komen, om zo te zeggen. En om dat te bereiken, is (bijna) alles geoorloofd. En ja, als dat je uitgangspunt is. Is er voor ‘wachten tot je getrouwd bent’, natuurlijk geen plaats meer. En al helemaal niet voor leven in onthouding, omdat je anders geaard bent.

Maar denk er goed om, gemeente. De strijd die we te voeren hebben, vandaag de dag. Kent méér fronten, dan alleen die het meest in de belangstelling staan. Anders gezegd: ‘vroom leven’ heeft niet alleen te maken met de manier waarop je met zoiets als seksualiteit omgaat. Maar raakt héél ons leven. Omdat een christen erop uit is, om zijn God te dienen. En niet zichzelf. En hem dat op alle terreinen van het leven strijd oplevert.

Nu, en dáárom is het. Dat Paulus ons opdraagt, om ons ‘te oefenen in een vroom leven’. Omdat juist in de tijd, waarin wij leven. En die de ‘eindtijd’ is. Dat ‘vrome leven’ je maar niet zo komt aanwaaien. Nee, daar moet je voor vechten. En dus is er ‘oefening’ nodig. En ‘training’. Omdat je anders de strijd niet winnen kunt. Zoals dat bij elke strijd, en bij elke wedstrijd. Het geval is. Het gaat niet vanzelf, het vraagt inspanning.

En zeg dan niet, gemeente. Met een vroom gezicht: ‘ja maar, de HERE bewaart mij toch? Tot het einde toe?’ Want natuurlijk is dat zo. En als we die belofte niet hadden, hoefden we aan heel die strijd niet eens te beginnen. Omdat we die dan nooit of te nimmer zouden kunnen winnen, en die een ‘kansloze missie’ zou zijn. Maar de God, die ons die belofte gaf. Is ook de God, die ons heeft laten zeggen: ‘oefen jezelf in een vroom leven’.

En daarom is het ook belangrijk, dat we dat dóen. En: die opdracht serieus nemen, juist omdat-ie van de HERE afkomstig is. Want ‘geloven’, en ‘leven uit geloof’. Gaat niet vanzelf, zeker niet in de dagen waarin wij leven. En als je dat wel denkt, is de kans groot. Dat als God het niet verhoedt, je het geloof zult verliezen. En daarom: vroomheid vraagt ‘oefening’. Precies zoals Paulus zegt. Maar hoe dóe je dat dan? Nu daarover nu meer.


2. Oefening in mogelijk.

Gemeente, ‘oefen jezelf in een vroom leven’ – horen we Paulus zeggen, in het vers van onze tekst. En in het eerste punt van de preek, hebben we gehoord hoe nodig of dat is. Maar broeders en zusters, jongens en meisjes – hoe dóe je dat dan? ‘Jezelf oefenen in een vroom leven’? Hè, hoe zorg je ervoor. Dat je te midden van een wereld, die vooral zichzelf zoekt. En: zichzelf dient. Als christen, toch vooral de HERE zoekt? En: de HERE dient?

Nu, weet u: ook daar zegt Paulus wat over. In het Schriftgedeelte, dat we vanmorgen samen gelezen hebben. Want lees maar eens, wat hij schrijft in het laatste vers van hoofdstuk 3: ‘ongetwijfeld is dit het grote mysterie van ons geloof’. Van ‘een vroom leven’, staat er letterlijk. En dan volgt in het kort, het evangelie van de Here Jezus Christus. Geopenbaard in een sterfelijk lichaam, verkondigd onder de volken, opgenomen in majesteit.

Met andere woorden: dat ‘vrome leven’, waar we ons in ‘oefenen’ moeten. Dat staat of valt, met de Here Jezus Christus. Hij is er begin, midden en eind van – las ik ergens. En geen wonder ook, want Hij is het die ons tot ‘christenen’ maakt. Hè, we zijn niet ‘anders’ in deze wereld. Omdat we op een andere manier met seksualiteit omgaan of zo. Maar omdat we ‘Jezus Christus hebben leren kennen’. En tot het geloof zijn gekomen, in Hém.

En dan denk ik, dat het belangrijk is. Om dat goed voor ogen te houden, en daar ook steeds weer te beginnen. Want als we gaan proberen op eigen kracht naar Gods geboden te luisteren, de HERE als onze God te dienen en zó ‘anders’ te worden. Dan is dat gedoemd te mislukken. Maar als we Christus hebben leren kennen, dan zijn we anders. En zorgt Hij ervoor, dat we het ook blijven. Doordat Hij de kracht geeft, om God te dienen.

Maar gemeente, als de Here Jezus zo wérkelijk ‘begin, midden en eind’ is van ons ‘vrome leven’. Wat zouden wij dan nog? En wat is dan nog de zin, van de ‘oefening’ die Paulus ons opdraagt in het vers van onze tekst? Nu, dat zal ik u zeggen. Wat wij moeten doen, is ons in ons leven. Steeds opnieuw bij Christus terug te laten brengen. Want als Hij ‘begin, midden en eind’ is. Dan betekent dat, dat je alles kwijtraakt. Zonder Hem.

En weet u: dát is dan met name ook de ‘oefening’, waar Paulus van spreekt. Je terug laten brengen, bij de Here Jezus. En dat niet maar af en toe, maar met regelmaat. Want de jongens en meisjes, die op voetbal zitten. Die zullen weten, dat als je niet regelmatig traint. Je de wedstrijd ook niet winnen kunt. Nu, en precies zo – is dat ook, in het geloof. Als je je niet met regelmaat terug laat brengen bij Jezus. Kun je ook niet standhouden.

En praktisch gezien, stelt ons dat dan voor de vraag. Hoe vaak de bijbel in ons leven opengaat. Want ja, die brengt ons terug bij de Here Jezus. Doordat die ons vertelt, wat de Here Jezus voor ons gedaan heeft. Maar ook: wat Hij ons geleerd heeft, over de manier waarop we in ons leven God te dienen hebben. En daarom, broeders en zusters: leest u dat boek ook echt? En gaat het open, bij u thuis? Aan tafel, maar ook op andere momenten?

Want denk er goed om: bijbel lezen, is maar geen ‘formaliteit’ voor een christen. Maar geen ‘verplicht nummer’. Nee, het is van levensbelang! Om als christen staande te kunnen blijven, in de tijd en de wereld waarin wij leven. En die de ‘eindtijd’ is. En als vanzelf brengt ons dat dan ook bij de kerkdiensten op zondag. Bij de verkondiging van Gods Woord, maar ook: de sacramenten. Het avondmaal bijvoorbeeld, dat we binnenkort vieren zullen.

Want ook dat is een middel, dat God de Heilige Geest gebruikt. Om ons weer terug te brengen, bij de Here Jezus. En het offer, dat Hij voor ons bracht. En dan is het ook goed en belangrijk, om ons daarop voor te bereiden. Door na te denken over onze zonde, ons geloof en ons leven voor God. Maar hoop ik tegelijk, dat die weken van voorbereiding niet de enige momenten zijn waarop u daarover nadenkt. Maar u daar voortdurend mee bezig bent.

Want zo, op die manier. Door het Woord van God te lezen, en er ook over na te denken. ‘Oefenen we ons, in een vroom leven’. Trainen we, en dat met regelmaat. Maar weet u: toch is daarmee alles niet gezegd. Want als u regelmatig de bijbel leest, en in de kerk komt. Weet u ook, hoe dat soms gaat. Dan heb je het weer gelezen, en is het je op zondag weer ‘gezegd’. Maar wordt het maandag, en ben je het allemaal alweer vergeten.

Of, dat kan ook. Dan wordt het maandag, begint het ‘dagelijkse leven’ weer. En ontbreekt het je aan de kracht, om wat je op zondag gehoord hebt. Of: in de bijbel gelezen. Ook in praktijk te brengen. Door niet jezelf, maar God te zoeken. Maar daarom zei ik ook, dat alles nog niet gezegd is. Sterker nog: dat zegt Paulus ook. In 1 Timoteüs 4:4 en 5. Waar hij schrijft dat niets verworpen hoeft te worden. Als het onder dank wordt aangenomen.

Nee, ‘want het is geheiligd door het woord van God en door het gebed.’ Met andere woorden: ons leven wordt ‘heilig’ en ‘vroom’. Als we luisteren naar het woord van God, dat ons van Christus spreekt. Maar daarnaast, ook bidden. Dat is: de HERE vragen, of Hij ons bij Christus wil houden. En ook de kracht van zijn Heilige Geest wil geven, om uit en voor Christus ook te leven. Want denk er goed: dat gebed van de rechtvaardige vermag veel.

En dat komt, omdat er kracht aan verleend wordt. Door God. Zoveel kracht, dat we. Zelfs in de ‘eindtijd’ waarin wij leven. En er zoveel machten zijn, die tegen Christus en zijn kerk opstaan. Toch overeind kunnen blijven. En ‘een vroom leven’ kunnen leiden. Maar nogmaals: dan zullen we ons daar wel in moeten ‘oefenen’. Door met grote regelmaat ons bijbeltje open te doen. Van Christus te horen. En tot de HERE God te bidden.



En daarom: als u zich in de komende tijd gaat voorbereiden op de viering van het Heilig Avondmaal. Kunt u daarbij misschien ook met deze dingen ‘ns bezig gaan. Door uzelf de vraag te stellen, hoe het in uw leven met de ‘oefening’ zit. De ‘oefening in een vroom leven’. Want als die er niet is, of onvoldoende is. Zult u de strijd niet kunnen winnen. Of wel dan, jongens en meisjes? Want dat kan een kind ons al vertellen. Amen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina