Voorganger: ds. A. H. van Veluw



Dovnload 28.74 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte28.74 Kb.
Liturgie voor de Eredienst van de Stadswijk te Hattem

op zondag 12 april 2015 om 8.30 uur.


Voorganger: ds. A.H. van Veluw

Organist: dhr. H. Jansen

Koster: dhr. G. Brem
Thema: ‘Leef jij al?’
Welkom en mededelingen
Zingen: Psalm 73: 10 en 9

Wien heb ik in den hemel, Heer,

behalve U, mijn troost en eer?

Wat kan op aarde mij bekoren?

Alleen bij U wil ik behoren.

Al zou mijn vlees en hart vergaan,

toch zal ik, God, voor U bestaan,

wien ik mijn leven toevertrouw,

Gij zijt de rots waarop ik bouw.
Nu blijf ik bij U altijd,

God die mij troost, die bij mij zijt,

mijn twijfel stilt en mijn verlangen,

die mij in liefde houdt omvangen.

Gij neemt mij bij de rechterhand,

Gij zijt getrouw, uw raad houdt stand,

uw wijsheid is het die mij leidt

en eenmaal kroont met heerlijkheid.


Stil gebed

Bemoediging en Groet
Zingen: Gezang 215: 1, 2 en 3


Christus, onze Heer, verrees,

halleluja!

Heil-ge dag na angst en vrees,

halleluja!

Die verhoogd werd aan het kruis,

halleluja,

bracht ons in Gods vrijheid thuis,

halleluja!


Prijst nu Christus in ons lied,

halleluja,

die in heerlijkheid gebiedt,

halleluja,

die aanvaardde kruis en graf,

halleluja,

dat Hij zondaars 't leven gaf,

halleluja!



Maar zijn lijden en zijn strijd,

halleluja,

heeft verzoening ons bereid,

halleluja!

Nu is Hij der heemlen Heer,

halleluja!

Englen juublen Hem ter eer,

halleluja!


Gods gebod


Zingen: Psalm 86: 2 en 4




Ja tot U hef ik mijn leven,

Gij zijt mild om te vergeven,

rijk in goedertierenheid

voor een hart dat tot U schreit.

Heer, neem mijn gebed ter ore,

wil mijn luide smeken horen.

In het bitterste getij

roep ik en Gij antwoordt mij.

Leer mij naar uw wil te handlen,

laat mij in uw waarheid wandlen.

Voeg geheel mijn hart tezaam

tot de vrees van uwen naam.

Heer mijn God, ik zal U loven,

heffen 't ganse hart naar boven.

Ja, uw naam en majesteit

loof ik tot in eeuwigheid.



Voorbeden en Gebed om de Heilige Geest bij de opening van het Woord


Kinderen komen naar voren en gaan daarna naar de nevendienst
Schriftlezing: Johannes 11: 1-45 (NBV)
1 Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zuster Marta woonden – 2 dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. 3 De zusters stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ 4 Toen Jezus dit hoorde zei hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’ 5 Jezus hield veel van Marta en haar zuster, en van Lazarus. 6 Maar toen hij gehoord had dat Lazarus ziek was, bleef hij toch nog twee dagen waar hij was. 7 Daarna zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Laten we teruggaan naar Judea.’ 8 ‘Maar rabbi,’ protesteerden de leerlingen, ‘de Joden wilden u stenigen, en nu wilt u daar toch weer naartoe?’ 9 Jezus zei: ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld, 10 maar wie ’s nachts loopt, struikelt doordat hij geen licht heeft.’ 11 Nadat hij dat gezegd had zei hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken.’ 12 De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13 Zij dachten dat hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was. 14 Toen zei hij hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven, 15 en om jullie ben ik blij dat ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’ 16 Tomas (dat betekent ‘tweeling’) zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met hem te sterven.’ 17 Toen Jezus daar aankwam, hoorde hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. 18 Betanië lag dicht bij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadie, 19 en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. 20 Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. 21 Marta zei tegen Jezus: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22 Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ 23 Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ 24 ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ 25 Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, 26 en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ 27 ‘Ja Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat u de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’ 28 Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zuster Maria apart en zei: ‘De meester is er, en hij vraagt naar je.’ 29 Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, 30 die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta hem tegemoet was gekomen. 31 Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen. 32 Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ 33 Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem. Diep bewogen 34 vroeg hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ 35 Jezus begon ook te huilen, 36 en de Joden zeiden: ‘Wat heeft hij veel van hem gehouden!’ 37 Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ 38 Ook dit ergerde Jezus. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. 39 Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zuster van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’ 40 Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ 41 Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek hij omhoog en zei: ‘Vader, ik dank u dat u mij hebt verhoord. 42 U verhoort mij altijd, dat weet ik, maar ik zeg dit ter wille van al die mensen hier, opdat ze zullen geloven dat u mij gezonden hebt.’ 43 Daarna riep hij: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44 De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’ 45 Veel Joden die naar Maria toe gekomen waren en gezien hadden wat Jezus deed, kwamen tot geloof in hem.
Schriftlezing: Johannes 5:24-29 (NBV)
24 Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven. 25 Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven. 26 Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader hem gegeven. 27 En omdat hij de Mensenzoon is, heeft hij hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen. 28 Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen 29 en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.
Zingen: Gezang 221: 2
Op uw woord, o Leven van ons leven,

werpen wij het doodskleed af!

Door de kracht uws Geestes uitgedreven,

treden we uit ons zondengraf.

Leer ons daaglijks, leer ons duizendwerven,

in uw kruisdood meegekruisigd sterven,

en herboren - opgestaan,

achter U ten hemel gaan!

Verkondiging
Zingen: Gezang 217: 1, 3 en 4


Jezus leeft en ik met Hem!

Dood, waar is uw schrik gebleven?

Hem behoor ik en zijn stem

roept ook mij straks tot het leven,

opdat ik zijn licht aanschouw,

dit is al waar ik op bouw.


Jezus leeft! Hem is de macht.

Niets kan mij van Jezus scheiden.

Hij zal, als de vorst der nacht

mij te na komt, voor mij strijden.

Drijft de vijand mij in 't nauw,

dit is al waar ik op bouw.



Jezus leeft! Nu is de dood

mij de toegang tot het leven.

Troost en kracht in stervensnood

zal de Levende mij geven,

als ik stil Hem toevertrouw:

’Gij zijt al waar ik op bouw!’


Kinderen komen terug van de nevendienst
Dankgebed
Inzameling van de gaven
Zingen: OTH 91: 1 en 2


Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft.

Die vol ontferming ieder troost

en alle schuld vergeeft.

Die heel het aards gebeuren

vast in handen heeft.
Refrein:

Hem zij de glorie, want Hij die overwon,

zal nooit verlaten wat zijn hand begon.

Halleluja, geprezen zij het Lam,

dat de schuld der wereld op Zich nam.

Verdreven is de schaduw van de nacht,

en wie Hem wil aanvaarden

wordt eens veilig thuisgebracht.

Voor hem geldt ook dit wonder:

alles is volbracht. (Refrein)


Heenzending en Zegen
Amen van de gemeente op de dienst (3x)
Orgelspel


: system -> files
files -> Don campbell (Saint Louis, usa, °1951)
files -> Hiphoplegendes Boogaloo Sam en Don Campbell komen naar ons land
files -> Grondontginning en ontwikkelingen in het landschap rond Amsterdam in de 17de en 18de eeuw
files -> Liturgieoverzicht voor maandag 2e Pinksterdag 25 mei 2015 in de Andreaskerk te Hattem Welkom en mededelingen Zingen: Op Toonhoogte 115b
files -> Liturgie voor de viering van het Heilig Avondmaal op Goede Vrijdag 25 maart 2016 Grote Kerk Hattem, 19. 30 uur
files -> Hoe maak ik zelf mijn compostthermometer Albert Janssens Compostmeester Oud Turnhout
files -> Het gala-uniform van het westerse denken Welke neutraliteit wordt geschonden bij de inschrijving in een geboorteregister, uitgevoerd door iemand met een t-shirt van Che Guevara en een polsbandje tegen de ziekte van Alzheimer?
files -> Aan Metis Groep (MG) Van Metis Competence Centre
files -> Aan Metis Groep Van Metis Competence Centre
files -> Clubavondprogramma rsv 1e helft seizoen 2009-2010




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina