Voorreformatorische koorhekken in nederland



Dovnload 103.65 Kb.
Pagina2/2
Datum22.07.2016
Grootte103.65 Kb.
1   2

Tot besluit

Vergeleken met de omringende landen op het Europese vasteland is het calvinistische Nederland opvallend rijk aan koorhekken van vóór de Reformatie. In maar liefst 23 kerken zijn exemplaren geheel of ten dele bewaard gebleven, met concentraties in de provincies Noord- en Zuid-Holland en rond de IJsselmonding. De hekken bestaan uit een houten raamwerk met een gesloten benedenzone en een geopende bovenzone gevuld met houten of metalen spijlen. Houten koorhekken met metalen spijlen zijn buiten ons land uiterst zeldzaam, zodat we hier kunnen spreken van een geheel eigen Nederlands type. Alle koorhekken dateren uit de periode tussen 1425 en 1550 en vertonen een geleidelijke stilistische ontwikkeling van de late gotiek naar de vroege Renaissance. Terwijl in de gotische hekken het vouwwerk en de heraldiek nog overheersen, komt de Renaissance op de latere hekken tot uitdrukking in een weelde aan fantasiefiguurtjes, allegorieën en fijn bladwerk. De figuratieve decoratie is aan de schipzijde meestal rijker dan aan de koorzijde. Sommige hekken dragen teksten op de bovendorpel. Het relatief grote bestand aan koorhekken in het protestantse Nederland is voor een belangrijk deel te danken aan een ‘bewarende kracht van het calvinisme’: terwijl de protestanten de altaren en de beelden grondig uit de kerken verwijderden, lieten ze andere stukken soms geheel ongemoeid. Een koorhek, mits niet voorzien van al te expliciet katholieke decoraties, vormde een natuurlijke afsluiting van de preekruimte en scheidde het buiten gebruik geraakte koor af van het schip.


Summary

This article presents a survey of extant choir screens in the Netherlands, with a special emphasis on their decoration and imagery. Compared to the surrounding countries, the Calvinist Netherlands are quite rich in pre-Reformation choir screens. In 23 churches examples have been preserved wholly or in part, mainly in the provinces of North and South Holland. The screen-type of a wooden frame filled with metal trellice-work is hardly found outside the country, so that we can speak of a genuine Netherlandish genre. The relatively high number of preserved Dutch choir screens can be ascribed to a certain ‘preserving power of Calvinism’: while the Protestants thoroughly removed all altars and images from their churches, other pieces of furniture were often left intact. A choir screen, unless decorated with explicitly Roman-Catholic symbols, served as a natural backdrop for the nave and separated the preaching area from the choir, which had now fallen out of use.



Onderschriften bij de afbeeldingen:

1 Ashton (GB), koorhek (schipzijde), ca. 1500

2 Stendal (D), Jakobikirche, koorhek met triomfkruisgroep (schipzijde), 1510-1520

3 Abcoude, koorhek (koorzijde), ca. 1540

4 Alkmaar, Sint-Laurenskerk, koorhek (schipzijde), 1500-1525

5 Enkhuizen, Westerkerk, koorhek (schipzijde), 1542

6 Epe, koorhek (schipzijde), ca. 1525

7 Geervliet, deuren van koorhek in de scheidswand voor het koor, ca. 1540

8 Haarlem, Sint-Bavokerk, koorhek (schipzijde vanuit het zuiden), 1509-1517

9 Kampen, koorhek (schipzijde), 1550-1552

10 Leiden, Sint-Pieterskerk, koorhek (schipzijde), 15e eeuw

11 Mijnsheerenland, koorhek (schipzijde), ca. 1500

12 Monnickendam, koorhek (schipzijde), ca. 1530/ca. 1560

13 Naaldwijk, koorhek (schipzijde), 1500-1525

14 Naarden, koorhek (schipzijde), 1531

15 Nisse, koorhek (schipzijde), 1500-1525

16 Weesp, koorhek (schipzijde), ca. 1525
Verantwoording van de afbeeldingen:

Instituut voor Liturgiewetenschap R.U. Groningen: 5, 9, 12

Justin Kroesen/Regnerus Steensma: 1, 2, 4, 6, 7, 11, 13, 14, 15, 16

Overig: 3, 8, 10



1 Voor een beknopt overzicht van middeleeuwse koorafscheidingen zie J.E.A. Kroesen & R. Steensma: The Interior of the Medieval Village Church/Het middeleeuwse dorpskerkinterieur (Leuven/Paris/Dudley MA 2004) 173-213.

2 Cf. C.J.A.C. Peeters: De liturgische dispositie van het vroeg-christelijk kerkgebouw. Samenhang van cathedra, leeplaats en altaar in de basiliek van de vierde tot de zevende eeuw (Assen 1969). Een goede indruk bieden de (grotendeels gereconstrueerde) koren in de kerken van Santa Sabina en Santa Maria Antiqua in Rome.

3 Voorbeelden vinden we in de kerk van San Leone te Capena ten noorden van Rome (8e eeuw) en in de kloosterkerk van Santa Maria in Valle Porclaneta in de Abruzzen (12e eeuw).

4 Vgl. J. Steppe: Het koordoksaal in de Nederlanden (Brussel 1952) 19-47.

5 Vgl. M. Schmelzer: Der mittelalterliche Lettner im deutschsprachigem Raum: Typologie und Funktion (Petersberg 2004).

6 Voor een overzicht, zie F.B. Bond: Screens and Galleries in English Churches (London etc. 1908) en A. Vallance: Greater English Church Screens (London 1947).

7 Italië kent de zgn. ‘tramezzo’, een bijzondere accentuering van het hoge koorpodium, terwijl het Spaanse ‘trascoro’ een wand is achter de koorbanken, die doorgaans in het middenschip zijn gesitueerd.

8 R. Steensma: Het middeleeuwse doksaal in Nederland, in Jaarboek voor liturgie-onderzoek 16 (2000) 187-218.

9 Voor een overzicht, zie Y. Pelletier: Les jubés de Bretagne (Rennes 1986). Geheel in situ bewaard zijn de jubés van Le Faouët (St. Fiacre), Kerfons, Lambader-en-Plouvorn, La-Roche-Maurice, Melrand en Plélauff.

10 Vgl. Steensma: Het middeleeuwse doksaal 195-199.

11 Beide doksalen werden later naar de westzijde van het schip verplaatst.

12 Zo bijvoorbeeld in de kerk van Ste.-Madeleine te Troyes en in de kerk van St.-Genès te Flavigny.

13 Vgl. E. Duffy: The Stripping of the Altars. Traditional Religion in England c. 1400-c. 1580 (New Haven/London 1992) 91-130.

14 Op het Iberisch Schiereiland ontstond een specifiek type smeedijzeren koorhek, in het Spaans ‘reja’ genoemd, dat hier buiten beschouwing is gelaten.

15 Voor deze gegevens dank ik mw. Marguerite Coppens (Brussel).

16 Over koorafscheidingen in Noorwegen, zie A.M. Hoff: The area between chancel and nave in Norway’s medieval parish churches. An outline of the subject’s research status, with a survey of selected Scandinavian literature, in Jaarboek voor liturgie-onderzoek 19 (2003) 147-174. Voor Zweden, zie A. Nilsén: Focal Point of the Sacred Space. The Boundary between Chancel and Nave in Swedish Rural Churches: from Romanesque to Neo-Gothic (Uppsala 2003).

17 Lit.: D. Bierens de Haan: Het houtsnijwerk in Nederland tijdens de Gothiek en de Renaissance (‘s-Gravenhage 1921) en J.S. Witsen Elias: De schoonheid van ons land – Beeldhouwkunst. Koorbanken, koorhekken en kansels (Amsterdam 1946). De meeste hekken worden ook besproken in J.D. Bangs: Church Art and Architecture in the Low Countries before 1566. Sixteenth Century Essays and Studies (Kirksville MO 1997) 44-67. Voor een overzicht per plaats van de koorhekken verwijs ik naar het tweede deel van dit artikel.

18 Cf. Bierens de Haan: Het houtsnijwerk 105-109.

19 Zie voor de ‘lotgevallen’ van de middeleeuwse kerkinrichting Kroesen & Steensma: Het middeleeuwse dorpskerkinterieur 386-410.

20 Termen ontleend aan F. Schmidt: Die Fülle der erhaltenen Denkmäler. Ein kurzer Überblick, in J.M. Fritz (red.): Die bewahrende Kraft des Luthertums. Mittelalterliche Kunstwerke in evangelischen Kirchen (Regensburg 1997) 71v.

21 Des te opmerkelijker is daarom dat Noord-Duitsland desondanks rijk is aan doksalen. Dat geldt naast het eerder genoemde Elbe-gebied onder meer voor Oost-Friesland, waar in zes dorpskerken stenen doksalen zijn blijven staan. Wel werd op de meeste plaatsen de dichte achterwand onder de tribune verwijderd. Vgl. R. Steensma: Doksalen in Noordduitse dorpskerken, in Jaarboek voor liturgie-onderzoek 17 (2001) 257-269.

22 Vgl. J.E.A. Kroesen: Tussen Bugenhagen en Borromaeus. De paradox van de conserverende Reformatie, in Nederlands Theologisch Tijdschrift 59/2 (2005) 89-105.

23 Vgl. Kroesen & Steensma: Het middeleeuwse dorpskerkinterieur 183.

24 R. Steensma: De viering van het avondmaal in Groninger kerken. Ritueel en ruimte, in Groninger kerken 21 (2004) 102-107. Fraaie voorbeelden van vaste avondmaalsensembles in Groningen vinden we in Noordwolde, Zandeweer en Middelstum. Een zeldzaam voorbeeld van een vaste avondmaalsruimte buiten deze provincie bevindt zich in de hervormde kerk van Noordwijk-Binnen (Z.-H.).

25 Vgl. J. de Haan: Avondmaalstafels in Groninger kerken, in Groninger kerken 21 (2004) 111-121.

26 In Medemblik werd het hek voorzien van het opschrift: ‘’T misbruyck in Gods kerck allengskens ingecomen is hier wederom anno 1572 afgenomen’.

27 Met name in de provincie Friesland vinden we veel dorpskerken met een rijk zitbankenpatroon dat zowel het schip als het koor beslaat.

28 B. Dubbe: Interieur en inventaris tot 1800, in A.J.J. Mekking (red.): De Grote of Lebuïnuskerk te Deventer. De ‘Dom’ van het Oversticht veelzijdig bekeken (Zutphen 1992) 263-264.

29 Vgl. T. Brandsma: Koorafscheidingen in Friesland, in Keppelstok 47 (1993) 132-135.

30 De stukken uit Wons en Woudsend zijn in het bezit van het Fries Museum en zijn ten dele ondergebracht in het kerkmuseum te Janum. De stukken uit Dokkum worden bewaard in de genoemde kerk.

31 De stukken worden tegenwoordig bewaard in het Musée Ochier ter plaatse. Zie J. Schirmer: Gotische Chorabschrankungen in Burgund (Göttingen 2000) 174-183.

32 P. Don: Voorne-Putten (Zeist/Zwolle 1992 = De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst) 167.

33 Bangs: Art & Architecture 56.

34 C. Rogge: Grote- of St. Laurenskerk Alkmaar. Rapport over het kerkgebouw en inventaris (Alkmaar 21996 = Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie 4) 107.

35 G. van Wezel e.a.: De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda (Zeist/Zwolle 2003 = De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst) 134-136.

36 R. Stenvert e.a.: Monumenten in Nederland: Gelderland (Zeist/Zwolle 2000) 162.

37 F.A. Hoefer: Mededelingen over de monumenten van Elburg, in Oudheidkundig jaarboek 3 (1923) 156.

38 Bangs: Art & Architecture 60 en H.M. van den Berg: Westfriesland, Tessel en Wieringen (’s-Gravenhage 1955 = De Nederlandse monumenten van Geschiedenis en Kunst) 50. Witsen Elias spreekt van “een architectonisch volkomen verantwoord Renaissance-werk”, vgl. Koorbanken, koorhekken en kansels 54.

39 De huidige metalen tralies, afwisselend recht en getorst, dateren uit de negentiende eeuw.

40 Witsen Elias spreekt over Christus en Mozes, zie Koorbanken, koorhekken en kansels 53.

41 Th.A. Delleman: Een rondleiding door de Grote- of St.-Bavokerk te Haarlem (Haarlem 31985) 43-45; A.M. Koldeweij: Over Jan Fierens, geelgieter te Mechelen, in div. aut.: De Bavo te boek. Bij het gereedkomen van de restauratie van de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem (Haarlem 1985) 150-155; A. Peters, Tot cieraad van de Kerk en van een schoone glans: het koorhek in de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem (Haarlem 1998 = Bavoreeks 2).

42 J.A.J.M. Verspaandonk: Het koorhek in de Grote of St. Bavokerk, in Haerlem Jaarboek 1991 (Haarlem 1992) 30.

43 Te weten Haarlem, Leiden, Gouda, Alkmaar, Enkhuizen, Monnickendam, Dordrecht, Delft, Amsterdam, Hoorn, Edam, Medemblik en Beverwijk.

44 Verspaandonk: Het koorhek 37.

45 Bierens de Haan: Het houtsnijwerk 65.

46 Verspaandonk: Het koorhek 42-43.

47 Vgl. Bierens de Haan: Het houtsnijwerk 65.

48 Cit. naar Delleman: Een rondleiding 41. Tekst in R.J. Hesbert: Corpus Apostolicum Officii vol. III (Roma 1968) nr. 4018. Vertaling: “O roemrijk kruis, o aanbiddenswaardig kruis, o kostbaar hout en bewonderenswaardig teken, waarop zowel de duivel overwonnen als de wereld door Christus’ bloed verlost is, halleluja”.

49 Cit. naar Bierens de Haan: Het houtsnijwerk 65.

50 Witsen Elias: Koorbanken, koorhekken en kansels 56.

51 Deze deur is bij een latere restauratie vervangen door een vast gedeelte met nieuwe koperen balusters.

52 P.J. Meij: Het Mechelse sacramentshuisje in de St. Nicolaaskerk te Kampen, in Kamper almanak 1940-1941 184-196, p. 191.

53 R. Steensma: Het gebruik van de middeleeuwse kerken in Overijssel voor de katholieke eredienst (Delden 2005) 15-20.

54 R. Steensma: Nissen en schilderingen als sporen van de katholieke eredienst in de middeleeuwse kerken van Noord-Holland, in Bulletin van de Stcihting Oude Hollandse kerken 59 (2004) 7-10.

55 H. Janse & H.J. van Nieuwenhoven: De hervormde kerk in Kortenhoef, in Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 75 (1976) 89.

56 Witsen Elias: Koorbanken, koorhekken en kansels 56.

57Bierens de Haan: Het houtsnijwerk 61.

58 Vgl. de datering ‘ca. 1425’ bij R. Stenvert e.a.: Monumenten in Nederland: Zuid-Holland (Zwolle 2004) 304. E.H. Ter Kuile spreekt van ‘XVB’, vgl. Leiden en westelijk Rijnland (’s-Gravenhage 1944 = De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst) 73.

59 Voor haar hulp bij de vertaling dank ik drs. M. Schipperheijn.

60 Citaat uit A.M.L. Hensen: Korte mededeelingen, in Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond 8/2 (1915) 136. Zie ook A. Eekhof: Opschriften op het koorhek in de Pieterskerk te Leiden, in Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis 23/4 (1930) 277.

61 Bangs: Church Art & Architecture 56.

62 M.D. Ozinga, Oost-Groningen (’s-Gravenhage 1940 = De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst) 18 en R. Stenvert e.a.: Monumenten in Nederland: Groningen (Zeist/Zwolle 1998) 158.

63 Over dit verschijnsel in Nederlandse kerken, zie J.E.A. Kroesen: De ‘squints’ in het doksaal van Krewerd. Een middeleeuwse liturgische intercom, in Groninger kerken 21/3 (2004) 68-74. De squint in Mijnsheerenland werd tijdens de restauratie weer dichtgezet.

64 Voor een beschrijving, zie J. Kroonenburg e.a.: De Grote kerk van Naarden in historisch perspectief (Naarden 1984) 50-51.

65 Kroonenburg e.a.: De Grote kerk van Naarden 51.

66 Witsen Elias: Koorbanken, koorhekken en kansels 40.

67 Kroonenburg e.a.: De Grote kerk van Naarden 51. Deze woorden uit Jesaja 40:6 verwijzen naar de vergankelijkheid van het aardse leven.

68 Kroonenburg: De Grote kerk van Naarden 51.

69 J.J.F.W. van Agt: Waterland en omgeving (’s-Gravenhage 1953 = De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst) 108.

70 E.A. Canneman: De restauratie van de kerk te Oosthuizen, in Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 66 (1967) 51.

71 Vgl. Gidsje Jakobikerk Utrecht (Utrecht 1977) 15.

72 Bangs: Art & Architecture 46.

73 Informatieblad kerk Weesp.

74 Bangs: Art & Architecture 46.

75 Voor de discussies en de uitkomsten, zie R. Steensma: Opdat de ruimten meevieren. Een studie over de spanning tussen liturgie en monumentenzorg bij de herinrichting en het gebruik van monumentale hervormde kerken, (Baarn 1982) 56-64.

76 ‘D P.A. 1569 schoon heeft gemacht dit werk Claes Thiebbezoen’, citaat naar B. van Haersma Buma: Geloof, gezag, gelag. Drie projecties in steen, in G. Bakker: De Sted Warkum (Boalsert 1967) 112.

77 Van Haersma Buma: Geloof, gezag, gelag 112. Analyse van de opschriften in 2003 door E.H. de Boer te Workum.

78 Van Haersma Buma: Geloof, gezag, gelag 112.





1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina