Voortgangstoets voorjaar 2012



Dovnload 83.77 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte83.77 Kb.
Voortgangstoets voorjaar 2012
Sommige vragen worden vooraf gegaan door een cursief gedrukt gedeelte. Dit is een inleiding op de daaropvolgende vraag en dient beschouwd te worden als juist.

Neuroradiologie
1 De in de neuroradiologie veel gebruikte FLAIR-sequentie (fluid attenuation inversion recovery) betreft een T1-gewogen sequentie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


2 Diffusierestrictie correspondeert met een verhoogde signaalintensiteit op de DWI (diffusion-weighted images).

A Juist B Onjuist C Weet niet


3 De arteriële bloedvoorziening van de thalamus wordt verzorgd door takken van de a. cerebri media.

A Juist B Onjuist C Weet niet


4 Het foramen rotundum bevindt zich dorsaal van het foramen ovale.

A Juist B Onjuist C Weet niet


5 Differentiatie tussen een epidermoïd en arachnoïdale cyste kan soms lastig zijn.

In tegenstelling tot een arachnoïdale cyste heeft een epidermoïd over het algemeen een hoge signaalintensiteit op de diffusie-gewogen opnamen (DWI).

A Juist B Onjuist C Weet niet
6 De meest voorkomende primaire infratentoriële intraparenchymateuze tumor bij volwassenen is het medulloblastoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


7 Bij HIV-positieve patiënten past een periventriculaire distributie van laesies beter bij lymfoom dan bij toxoplasmose.

A Juist B Onjuist C Weet niet


8 Bloeding in een choriocarcinoom in de glandula pinealis is zeldzaam.

A Juist B Onjuist C Weet niet


9 Letsel van de middelste meningeale vene is een oorzaak van een subduraal hematoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


10 In het geval van een LeFort-I type bovenkaaksfractuur ligt de maxilla los van de overige aangezichtsbeenderen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


11 Een voorkeurslokalisatie van capillaire teleangiëctasieën is de pons.

A Juist B Onjuist C Weet niet


12 Met behulp van diffusie-gewogen opnamen (DWI) kan in het kader van een infarct, door de aan- of afwezigheid van diffusiebeperking, gedifferentieerd worden tussen een recent infarct en een infarct van wat oudere datum.

In de overgrote meerderheid van de gevallen is de diffusiebeperking na 5 dagen na het infarct niet meer zichtbaar met DWI en de apparent diffusion coefficient (ADC) map.

A Juist B Onjuist C Weet niet
13 Een verhoogde signaalintensiteit in de globus pallidus op T2-gewogen opnamen is karakteristiek voor een koolmonoxidevergiftiging.

A Juist B Onjuist C Weet niet

14 Een voorkeurslokalisatie voor amyloïd angiopathie is de basale ganglia.

A Juist B Onjuist C Weet niet


15 Een patiënt heeft op herhaalde CT-scans van het hoofd een chronische subdurale vochtcollectie die randaankleuring heeft na intraveneuze toediening van contrastmiddel.

Dit past zowel bij een chronisch subduraal empyeem als een chronisch subduraal hematoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet
16 De meerderheid van de pyogene hersenabcessen heeft geen randaankleuring na intraveneuze toediening van contrastmiddel.

A Juist B Onjuist C Weet niet


17 Een voorkeurslokalisatie voor cerebrale cytomegalovirus-infectie is het periventriculaire hersenparenchym.

A Juist B Onjuist C Weet niet


18 vervallen
19 MR-afwijkingen bij ADEM (acute disseminated encephalomyelitis) komen vaker voor in het cerebrum dan in de hersenstam.

A Juist B Onjuist C Weet niet


20 Bij een patiënt met een verwijd ventrikelsysteem heeft de 3e ventrikel een ronde vorm op een transversale MRI-scan.

Dit pleit meer voor atrofie dan voor hydrocephalus als oorzaak van de verwijding.

A Juist B Onjuist C Weet niet
21 Bij polymicrogyrie is de cortex dunner dan bij pachygyrie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


22 De term spondylolysis refereert naar een pedikelfractuur van een wervel.

A Juist B Onjuist C Weet niet


23 Op een MRI-LWK van een patiënt die 4 maanden geleden geopereerd is aan een lumbale focale discusprotrusie, is een afwijking zichtbaar die doet twijfelen tussen een recidief discusprotrusie en littekenweefsel. De afwijking kleurt direct en diffuus aan na intraveneuze toediening van contrastmiddel.

Dit pleit meer voor littekenweefsel dan voor discusmateriaal.

A Juist B Onjuist C Weet niet
24 Het ependymoom van het myelum kleurt zelden aan.

A Juist B Onjuist C Weet niet


25 vervallen
Urogenitaal
26 Bij de meerderheid van de vrouwen met een unilaterale renale agenesie zijn genitale anomalieën aanwezig.

A Juist B Onjuist C Weet niet


27 Een “crossed-fused renale ectopie” kenmerkt zich onder andere door een

abnormale inmonding van de ureteren in de blaas.

A Juist B Onjuist C Weet niet
28 Ureteropelvic junction (UPJ) stenosen komen in de meerderheid bilateraal voor.

A Juist B Onjuist C Weet niet


29 De bijnieren liggen binnen de fascie van Gerota.

A Juist B Onjuist C Weet niet


30 Angiomyolipomen van de nieren in het kader van tubereuze sclerose worden in de meerderheid van de gevallen unilateraal gezien.

A Juist B Onjuist C Weet niet


31 Bij emfysemateuze pyelitis is er sprake van een infectie van het nierparenchym met een gas producerende bacteria.

A Juist B Onjuist C Weet niet


32 Medullaire nefrocalcinosis komt vaker voor dan corticale nefrocalcinosis.

A Juist B Onjuist C Weet niet


33 Het pars membranosa van de urethra ligt tussen het pars bulbosa en pars penile.

A Juist B Onjuist C Weet niet


34 Een prevesicale vochtcollectie bij een blaasruptuur duidt op een extraperitoneale blaasruptuur.

A Juist B Onjuist C Weet niet


35 Bij postmenopausale vrouwen is een endometriumdikte van 14 mm bij echografie

onderzoek normaal.

A Juist B Onjuist C Weet niet
36 De epidydimis is posterolateraal van de testis gelegen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


37 De voorkeurslokalisatie van benigne prostaat hyperplasie is de perifere zone van de prostaat.

A Juist B Onjuist C Weet niet


38 De meest voorkomende wekedelentumor van de epidydimis is het lymfoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


39 Bij een cysteuze nierlaesie type Bosniak 3 volstaat follow-up met CT-abdomen ter evaluatie van toename grootte van de laesie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


Interventie
40 vervallen
41 Bij het percutaan behandelen van een vena cava superior syndroom heeft een self expandable stent de voorkeur boven een balloon expandable stent.

A Juist B Onjuist C Weet niet


42 De werking van heparine kan gecoupeerd worden met protamine sulfaat.

A Juist B Onjuist C Weet niet


43 In ongeveer 5% van de individuen ontspringt de linker a vertebralis uit de aorta en niet uit de linker a subclavia.

In het merendeel van deze gevallen bevindt de origo van de linker a. vertebralis zich distaal van de linker a. carotis communis en proximaal van de linker a subclavia.

A Juist B Onjuist C Weet niet
44 Een 67-jarige rokende man presenteert zich op de vaatpolikliniek met klachten van pijn bij lopen. Na ongeveer 500 meter lopen krijgt hij krampende pijn in de linker kuit, die na stilstaan weer verdwijnt.

Volgens de classificatie van Fontaine is er sprake van claudicatio intermittens graad III.

A Juist B Onjuist C Weet niet
45 Zie de bovenstaande casus. Er is een duplexonderzoek van aorta t/m a poplitea beiderzijds gedaan, waarop een stenose in de linker a femoralis superficialis wordt gevonden met een stenosegraad van 70%. Elders is het vaatstelsel niet afwijkend.

De geëigende behandeling is een percutane transluminale angioplastiek (PTA), al dan niet in combinatie met een stentplaatsing.

A Juist B Onjuist C Weet niet
Hoofd-Hals
46 De nervus opticus is omgeven door dura mater.

A Juist B Onjuist C Weet niet


47 Homonieme hemianopsie is een typisch symptoom van chiasma-opticumcompressie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


48 De nervus abducens loopt door Dorello’s kanaal.

A Juist B Onjuist C Weet niet


49 Necrose van de hypofyse door infarct (Sheehan syndroom) komt eerder voor in de adenohypofyse dan in de neurohypofyse.

A Juist B Onjuist C Weet niet


50 Juist anterieur van de corpora mamillaria vindt u op een CT-scan een solide tumor zonder verkalkingen.

Een hamartoom van het tuber cinereum is waarschijnlijker als diagnose dan een schwannoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet
51 Een massa in het middenoor geeft destructie van het scutum.

Een cholesteatoom uitgaande van het pars flaccida is meer waarschijnlijk dan een otitis media.

A Juist B Onjuist C Weet niet
52 vervallen
53 Bij sinusitis pleit de aanwezigheid van een lucht-vloeistofspiegel meer voor chronische inflammatie dan voor acute sinusitis.

A Juist B Onjuist C Weet niet


54 Op een CT-scan is een wekedelenmassa zichtbaar in een sinus maxillaris. De massa kleurt centraal aan na toediening van intraveneus contrastmiddel.

Inflammatie is meer waarschijnlijk dan neoplasma.

A Juist B Onjuist C Weet niet
55 Een karakteristieke lokalisatie van de 1e kieuwboogcyste is de achterste halsdriehoek.

A Juist B Onjuist C Weet niet


56 De meest voorkomende lokalisatie van het nasopharynxcarcinoom is de laterale pharynxwand rond de fossa van Rosenmüller.

A Juist B Onjuist C Weet niet


57 Een dislocatie van de meniscus van het kaakgewricht is meestal naar posterieur.

A Juist B Onjuist C Weet niet




Cardiovasculair
58 Eén van de manieren om ischaemie van het hart te diagnosticeren is hoge dosis dobutamine MRI.

A Juist B Onjuist C Weet niet

59 Voor CTA van de coronairen kan gebruik worden gemaakt van retrospectieve gating en prospectieve cardiale triggering.

Retrospectieve gating is over het algemeen meer stralenhygiënisch dan prospectieve triggering.

A Juist B Onjuist C Weet niet
60 Op een thoraxfoto is pleuravocht één van de eerste tekenen van decompensatio cordis.

A Juist B Onjuist C Weet niet


61 De kunsthartkleppen die de laatste 10 jaar in Nederland zijn ingebracht zijn alle MRI-compatibel tot en met een veldsterkte van 1,5 Tesla.

A Juist B Onjuist C Weet niet


62 Eén van de oorzaken van dilaterende cardiomyopathie is alcoholabusus.

A Juist B Onjuist C Weet niet


63 Bij een type A dissectie die doorloopt tot in de descenderende aorta is het ware lumen in het merendeel der gevallen in de binnenbocht van de aortaboog gelegen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


64 Pulmonale Arterioveneuze Malformaties (PAVM’s) komen sporadisch voor of in het kader van een erfelijke aandoening.

In het geval van een erfelijke aandoening betreft het de ziekte van von Hippel Lindau.

A Juist B Onjuist C Weet niet
Mammografie
65 Benigne calcificaties zijn over het algemeen groter dan verkalkingen welke geassocieerd zijn met een maligniteit.

A Juist B Onjuist C Weet niet

66 Een mammogram waarbij een PA bewezen maligniteit wordt afgebeeld wordt geclassificeerd als BI-RADS 5.

A Juist B Onjuist C Weet niet


67 Het meest voorkomende type mammacarcinoom bij de man is het invasief ductaal carcinoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


68 vervallen
69 Microcalcificaties van plasmacelmastitis zijn gerangschikt volgens een ductaal patroon.

A Juist B Onjuist C Weet niet


70 Bij een hooggradig DCIS (ductaal carcinoma in-situ) is met conventionele mammografie de afmeting van het aangedane gebied nauwkeuriger aan te geven dan met MRI.

A Juist B Onjuist C Weet niet


71 Het mammogram bij klinische verschijnselen van Morbus Paget van de tepel is in meer dan 10% van de patiënten afwijkend.

A Juist B Onjuist C Weet niet


72 Bij de classificatie BI-RADS 3 past een kans op maligniteit van 5%.

A Juist B Onjuist C Weet niet


MSK
73 Eén van de voorkeurslokalisaties van een stressfractuur is het collum femoris.

A Juist B Onjuist C Weet niet


74 Calcificaties in het kader van myositis ossificans bevinden zich vooral centraal in de laesie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


75 Kraakbeendefecten zijn in het algemeen beter te beoordelen op T1-TSE gewogen MRI- opnamen dan op proton-density MRI-opnamen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


76 Posterieure ribfracturen bij zuigelingen zijn minder verdacht voor kindermishandeling dan laterale ribfracturen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


77 Een Hill-Sachs laesie van de humeruskop is op een conventionele röntgenopname beter zichtbaar in endorotatie dan in exorotatie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


78 Het middelste glenohumerale ligament levert van alle glenohumerale ligamenten de grootste bijdrage aan de stabiliteit van de schouder.

A Juist B Onjuist C Weet niet


79 De voorkeurslokalisatie voor een scheur van de supraspinatuspees is de plaats van anterieure deel van de insertie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


80 Een patella bipartita is een normaalvariant, waarbij de patella uit twee fragmenten bestaat.

De voorkeurslokalisatie voor het kleine fragment is inferomediaal van het grote fragment.

A Juist B Onjuist C Weet niet
81 Bij een zogenaamde “jumper’s knee” is er sprake van tendinopathie van de quadricepspees.

A Juist B Onjuist C Weet niet


82 Bij traumatisch enkelletsel is het anterieure talofibulaire ligament meer frequent aangedaan dan een ander ligament.

A Juist B Onjuist C Weet niet


83 Voorkeurslokalisatie voor afwijkingen bij de zogenaamde diabetische “Charcot voet” is de tarsometarsaal regio (Lisfranc gewrichten).

A Juist B Onjuist C Weet niet


84 Avasculaire necrose van de heup bij de ziekte van Gaucher is meestal bilateraal.

A Juist B Onjuist C Weet niet


85 Chronisch nierfalen kan aanleiding geven tot (secundaire) hyperparathyreoïdie.

De radius is hierbij vaker aangedaan dan de phalangen.

A Juist B Onjuist C Weet niet
86 De T-score op een DEXA (dual x-ray absorptiometrie) is -3,7.

Dit past bij osteoporose.

A Juist B Onjuist C Weet niet
87 Morbus Paget is geassocieerd met het Ewing sarcoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


88 Er zijn meerdere verschijningsvormen van een periostale reactie.

Het "hair-on-end" type wijst op een niet-agressief proces.

A Juist B Onjuist C Weet niet
89 Ossale hemangiomen hebben op een T1-gewogen MR-opname vaker een hoge dan lage signaalintensiteit.

A Juist B Onjuist C Weet niet


90 Bij een chronische osteomyelitis kan zich een sequester ontwikkelen.

Dit is op een conventionele röntgenopname zichtbaar als een lucentie ten opzichte van het omringende bot.

A Juist B Onjuist C Weet niet
91 Bij fibromatosis colli is de musculus trapezius aangedaan.

A Juist B Onjuist C Weet niet


92 Bij rheumatoïde arthritis zijn in de hand de proximale interphalangeale gewrichten (PIP) vaker aangedaan dan de distale (DIP) interphalangeale gewrichten.

A Juist B Onjuist C Weet niet


93 Enchondromen hebben een hoge signaalintensiteit op T2-gewogen MR-opnamen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


94 Vorming van een benige matrix in de wekedelencomponent van een bottumor past bij een osteosarcoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


Kinderradiologie
95 Op een X-thorax bij een à terme geboren neonaat ziet u een pneumothorax.

Meconium aspiratie syndroom is waarschijnlijker als oorzaak dan een wet lung.

A Juist B Onjuist C Weet niet
96 Bij een neonaat is een arteriële lijn via de arteria umbilicalis ingebracht. De tip van de lijn bevindt zich op niveau discus L3-L4.

Dit is een adequate positie.

A Juist B Onjuist C Weet niet
97 De meest voorkomende tumor in het anterieure mediastinum bij kinderen is het thymoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


98 vervallen
99 Bij de ziekte van Hirschsprung ontstaat er obstructie in het colon door een atone dilatatie van het aangedane segment.

A Juist B Onjuist C Weet niet


100 Een 6-jarig jongetje presenteert zich met intermitterende heftige buikpijn.

Een ileocolische intussusceptie staat hoog in de differentiële diagnose.

A Juist B Onjuist C Weet niet
101 Een Wilms tumor wordt tegenwoordig in de meerderheid van de gevallen reeds bij antenatale echografie vastgesteld.

A Juist B Onjuist C Weet niet


102 Bij een complete ureterduplicatuur is er vaker een ureterocèle aanwezig in de bovenpoolsureter dan in de onderpoolsureter.

A Juist B Onjuist C Weet niet


103 Op de kinderleeftijd komt het fibreus corticaal defect vaker voor in het femur dan in de humerus.

A Juist B Onjuist C Weet niet

104 Bij kinderen met sikkelcel anaemie ontstaan infarcten in de lange pijpbeenderen vaker op de overgang metafyse-diafyse dan in de epifyse.

A Juist B Onjuist C Weet niet

105 De aanwezigheid van zogenaamde "wormian bones" is één van de kenmerken van fibreuze dysplasie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


106 Asymmetrische ossificatie van de heupkop kan een teken zijn van DDH (developmental dysplasia of the hip).

Beginnende ossificatie van de heupkop is over het algemeen zichtbaar vanaf een leeftijd van 6 weken.

A Juist B Onjuist C Weet niet

107 Eén van de kenmerken van juveniele rheumatoïde arthritis is de versnelde sluiting van de epifysairschijven.

A Juist B Onjuist C Weet niet
108 Solitaire botcysten komen vaker voor in de metafyse dan in de epifyse.

A Juist B Onjuist C Weet niet


109 Tijdens de ontwikkeling van het kind vindt pneumatisatie van de sinus frontalis op jongere leeftijd plaats dan pneumatisatie van de sinus ethmoidalis.

A Juist B Onjuist C Weet niet


110 De ziekte van Von Hippel-Lindau is geassocieerd met hamartomen in de nier.

A Juist B Onjuist C Weet niet


111 Bij een kind van 1 maand oud (à terme geboren) is in de meerderheid van de gevallen het achterste been van de capsula interna nog niet gemyeliniseerd.

A Juist B Onjuist C Weet niet



GE
112 In een cirrhotische lever zullen de intrahepatische takken van de a. hepatica over het algemeen kleiner zijn van diameter dan in een normale lever.

A Juist B Onjuist C Weet niet


113 U verricht een echografie van de bovenbuik bij een vrouw verwezen vanwege episodes van pijn in de rechterbovenbuik zonder koorts. U vindt in de galblaas een poliep van 7 mm.

Dit is een indicatie voor een cholecystectomie.

A Juist B Onjuist C Weet niet
114 Indien de overige scanparameters gelijk blijven levert een verdubbeling van de buisstroom (mAs getal) een verdubbeling op van de dosis die de patiënt ontvangt.

A Juist B Onjuist C Weet niet


115 Bij normale individuen heeft het parenchym van de milt op T2-gewogen MRI-opnamen een hogere signaalintensiteit dan het parenchym van de lever.

A Juist B Onjuist C Weet niet


116 Het pancreas bevindt zich in de anterieure pararenale ruimte.

A Juist B Onjuist C Weet niet


117 De bursa omentalis staat in verbinding met de rest van de buikholte.

Deze verbinding heet het foramen epiploicum.

A Juist B Onjuist C Weet niet
118 Aerobilie (lucht in de galwegen) is op een X-BOZ van lucht in de takken van de v. portae te onderscheiden doordat aerobilie zich meer in de periferie van de lever manifesteert.

A Juist B Onjuist C Weet niet


119 Een 48-jarige patiënt met blanco voorgeschiedenis presenteert zich op de SEH met pijn in de bovenbuik. U vindt bij een echografie van de bovenbuik pleuravocht links en ook subfrenisch vocht links.

Het is waarschijnlijker dat de oorzaak in de linkerlong dan in het pancreas gelegen is.

A Juist B Onjuist C Weet niet
120 U verricht een stadiërings CT-abdomen bij een patiënte met een coloncarcinoom. In de lever ziet u 3 kleine hypodensiteiten. De grootste heeft een maximale diameter van 5 mm.

De kans dat een van de laesies op een metastase berust is >50%.

A Juist B Onjuist C Weet niet
121 vervallen

122 Pneumatosis intestinalis heeft een mortaliteit van 50-75%.

A Juist B Onjuist C Weet niet
123 Bij patiënten met een hemodynamische shock kleuren de bijnieren over het algemeen minder aan na toediening van intraveneus contrastmiddel, dan bij patiënten die niet in shock zijn.

A Juist B Onjuist C Weet niet


124 Een korte-as diameter van 9 mm voor een inguinale lymfeklier is afwijkend.

A Juist B Onjuist C Weet niet


125 Indien een coloncarcinoom maximaal tot in de muscularis propria reikt, is dit volgens de TNM-classificatie een T2-tumor.

A Juist B Onjuist C Weet niet


126 CT is de beste modaliteit voor de T-stadiëring van rectumcarcinomen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


127 Volgens de indeling van Couinaud-Bismuth bevindt segment III van de lever zich mediaal boven in de linkerleverkwab.

A Juist B Onjuist C Weet niet


128 U verricht een CT-onderzoek met intraveneus contrastmiddel bij een patiënt met thrombose van een vena portae tak.

Het afwijkend aankleuringspatroon van het leverparenchym is beter zichtbaar in de portale fase dan in de arteriële fase.

A Juist B Onjuist C Weet niet
129 U verricht een MRI-onderzoek bij een patiënt met hereditaire hemochromatosis. De milt heeft bij deze aandoening in het algemeen een normale signaalintensiteit.

A Juist B Onjuist C Weet niet


130 Haemangiomen in de lever zijn hyperintens op T2-gewogen MRI-beelden.

A Juist B Onjuist C Weet niet


131 Het centrale litteken (”central scar”) in een fibrolamellair hepatocellulair carcinoom is overwegend hoog van signaal op T2-gewogen MRI-beelden.

A Juist B Onjuist C Weet niet


132 Voor de detectie van galblaasstenen is echografie het onderzoek van eerste keus. Wanneer echter in dezelfde klinische context reeds een CT-abdomen is vervaardigd, heeft aanvullende echografie in het algemeen geen meerwaarde meer.

A Juist B Onjuist C Weet niet


133 Bij MRI-onderzoek zijn concrementen in de ductus choledochus het best zichtbaar op T1-gewogen beelden.

A Juist B Onjuist C Weet niet


134 De meeste mensen met een primaire scleroserende cholangitis hebben ook een inflammatoire darmaandoening.

A Juist B Onjuist C Weet niet


135 Een zijgang IPMN (intraductaal papillair mucineus neoplasma) bevindt zich meestal in de staart van het pancreas.

A Juist B Onjuist C Weet niet


136 Op een T1-gewogen MRI-beeld met vetsuppressie is een adenocarcinoom van het pancreas in het algemeen hypo-intens ten opzichte van het pancreasparenchym.

A Juist B Onjuist C Weet niet


137 Pseudomembraneuze colitis wordt gekenmerkt door een uitgebreide pericolische inflammatoire vetinfiltratie.

A Juist B Onjuist C Weet niet



Thorax
138 Een kenmerk van congenitale cysteuze adenomatoide malformatie (CCAM) is een aberrante vaatvoorziening.

A Juist B Onjuist C Weet niet


139 Een klassieke presentatie van een eosinofiele pneumonie is een perihilaire (“bat-wing”)

consolidatie.

A Juist B Onjuist C Weet niet
140 Een bronchopneumonie presenteert zich op een X-thorax in het merendeel van de gevallen als een lobaire consolidatie.

A Juist B Onjuist C Weet niet


141 De kans op een vena cava superior syndroom veroorzaakt door een plaveiselcelcarcinoom van de long is groter dan door een kleincellig longcarcinoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


142 Een centrale tumor in de long van 4 cm in diameter op 1 cm afstand van de carina voldoet aan de criteria van T3 longcarcinoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet


143 Een man van 50 jaar heeft op de CT-thorax pathologisch vergrote lymfeklieren retrocruraal

en subcarinaal en een consolidatie in de rechterlong.

Een Hodgkin lymfoom is meer waarschijnlijk dan een non-Hodgkin lymfoom.

A Juist B Onjuist C Weet niet
144 Op een X-thorax is een massa zichtbaar in de rechter cardiophrenische hoek.

Dit kan zowel een thymoom betreffen als een hernia van Morgagni.

A Juist B Onjuist C Weet niet
145 Een kenmerk van een ronde atelectase is het “halo sign”.

A Juist B Onjuist C Weet niet


146 Een centrale verkalking in een longnodule is een benigne kenmerk.

A Juist B Onjuist C Weet niet


147 Op een CT-thorax ziet u een perifeer gelokaliseerde caviterende consolidatie in de rechteronderkwab.

De diagnose infarct is meer waarschijnlijk dan organiserende pneumonie.

A Juist B Onjuist C Weet niet
148 Miliaire infecties van de long vertonen een typische perilymfatische distributie.

A Juist B Onjuist C Weet niet

149 Een patiënt heeft nu al ruim een half etmaal lang dyspneu en hypoxie, die plotseling

begonnen zijn. De behandelende intensivist denkt aan een “acute respiratory distress

syndrome” (ARDS). De X-thorax is normaal.

Dit sluit een ARDS vrijwel uit.

A Juist B Onjuist C Weet niet
150 Op een CT-thorax ziet u verspreid multiple longabcessen.

Aspiratie als oorzaak is meer waarschijnlijk dan septische embolieën.

A Juist B Onjuist C Weet niet
151 Pleurale effusie is één van de kenmerken van een “usual interstitial pneumonia” (UIP).

A Juist B Onjuist C Weet niet


152 vervallen
153 vervallen
154 Longcaviteiten duiden eerder op een Churg-Strauss syndroom dan op Wegener’s granulomatosis.

A Juist B Onjuist C Weet niet


155 Een voorkeurslokalisatie van pleurale plaques bij asbestosis is de costophrenische sinus.

A Juist B Onjuist C Weet niet


156 Bronchioli bevatten kraakbeen in de wand.

A Juist B Onjuist C Weet niet


157 Paraseptaal emfyseem is een veel voorkomende oorzaak van spontane pneumothorax bij jong volwassenen.

A Juist B Onjuist C Weet niet


158 vervallen
159 Longinfarcten bij longembolieën komen in de meerderheid subpleuraal in de

onderkwabben voor.



A Juist B Onjuist C Weet niet
160 Chronisch nierfalen is een oorzaak van metastatische calcificaties in de long.

A Juist B Onjuist C Weet niet



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina