Voorvadere n



Dovnload 174.04 Kb.
Pagina1/4
Datum24.08.2016
Grootte174.04 Kb.
  1   2   3   4
D E V I J F P A L E N

K R O N I E K


V A N D E F A M I L I E
V E R P A L E N
V E R P A A L E N
V E R P A E L E N

D E E L 1


H E T O N T S T A A N V A N D E T A K K E N

V O O R V A D E R E N


Ca. 1625


I. Jacob (1)

II. Simon (2) II. Evert (3)



Uitgest.
III. Simon (4)

IV.Hendrik (5) IV. Willem(6)



Uitgest.

V.Simon(7) V.Jan(11)




1791

VI. VI.Arnold(9) VI. Peter(8) VI.Willem(13) VI.Jan(12) VI.Marijn(14)

BET Uitgest. Uitgest.

1820 1824 1830 1835 1846 1831 1835 1843

VII.Simon(10) VII. VII. VII. VII. VII. VII. VII. VII.

Uitgest. ORT JRT OZT JZT ROT OBT JBT LET

Romeins cijfer = generatie

(x) = gezinsnummer

uitgest.= uitgestorven
BET Belgische tak (Ver Paelen)
ORT Oudste Rucphense tak (Verpaalen)

JRT Jongste Rucphense tak (Verpa(a)len)

OZT Oudste Zundertse tak (Verpalen)

JZT Jongste Zundertse tak (Verpaalen)

ROT Rotterdamse tak (Verpaalen)
OBT Oudste Bredase tak (Verpalen)

JBT Jongste Bredase tak (Verpaalen)

LET Leurse tak (Verpalen)

1. Gezin van Jacob Verpaalen (I) ca. 1625 – ca. 1702


Hebt u wel eens van Zonderwijck gehoord? Waarschijnlijk niet.

Zo’n vierhonderd jaar geleden was het een gehucht, gelegen tussen de dorpen Veldhoven en Oerle, ten zuidwesten van Eindhoven. Het gehucht is reeds lang verdwenen; slechts een straatnaam in de huidige gemeente Veldhoven, verwijst nog naar de plaats, waar die paar huizen van het buurtschap Zonderwijck hebben gestaan.

Omstreeks 1625 is daar een jongen geboren, die wij, familie Verpaalen, als onze stamvader beschouwen. Het is in ieder geval de eerste Verpaalen, waarvan we iets hebben vernomen.

We weten bitter weinig van hem. Jacob heette ie, Jacob Verpaalen, maar wie zijn vader of moeder waren? We weten het niet, zullen er waarschijnlijk ook nooit achterkomen.

Ook weten we dat hij gehuwd is geweest met de even oude Elisabeth Willems.

Uit het huwelijk zijn tussen 1655 en 1665 in ieder geval vijf kinderen geboren.

Eerst twee jongens, Evert en Simon, daarna drie meisjes, Joanna, Willemijna en Maria.

Op 8 januari 1667 is te Veldhoven hun zoon Jacobus gedoopt, maar vervolgens hebben we niets meer van hem vernomen. Van de vijf eerder genoemde kinderen hebben we dat wel.

Van Joanna weten we dat zij twee maal als doophefster is opgetreden; in 1693 bij de geboorte van een dochter van haar zus Willemijna, en in 1704 bij de doop van een zoon van haar broer Evert. Vermoedelijk is Joanna ongehuwd gebleven. Omdat ze niet is vermeld in het begraafboek van Veldhoven dat in 1730 aanvangt, zal zij voor 1730 zijn overleden.

Over Willemijna weten we meer. Op 16 januari 1691 trouwt zij te Veldhoven met de in 1671 geboren Jan Peter Westervelts, uit welk huwelijk in 1693 en 1696 twee dochters, Elysabetha en Petronilla worden geboren. Zowel Willemijna als Jan Peter zijn voor 1712 overleden.

De laatste dochter van onze stamvader Jacob, Maria, huwt voor 12 mei 1697, op welke dag hun dochter Anneke wordt geboren, met weduwnaar en veel oudere Adriaan Jan Dirx Borchouts, regerend burgemeester van Veldhoven. Na zijn dood hertrouwt Maria op 14 september 1710 te Zeelst met Flips Lammers. Zij sterft als weduwe op 21 februari 1738.

Haar enige kind, dochter Anneke, trouwt op 20 januari 1717 zowel voor schepenen als voor de pastoor, te Veldhoven met Peter Michael Verlegh. Uit dit huwelijk worden tien kinderen geboren, van wie er slechts enkele in leven blijven.

Beide zonen van Jacob, Evert en Simon, hebben het geslacht voortgezet. We beginnen met het gezin van Simon.

2. Gezin van Simon Verpaalen (II) ca. 1657 - 23 september 1702


Simon is in Veldhoven geboren en was aldaar wever van beroep.

In 1688 vestigde hij zich te Breda, alwaar hij op 27 december 1688 met Maria Berents trouwt en op 26 juli 1689 zijn zoon Bernardus wordt geboren; de moeder is echter ene Maria van Gils.

Op 2 februari 1690 heeft Symon Jacobs Verpaelen zich ingeschreven als poorter te Breda. Een poorter is de historische benaming voor een stedeling die het poorterrecht verworven heeft. Hierdoor had hij als bewoner van de Keizerstraat in het centrum van Breda, ommuurd door wallen en een stadspoort, een zekere mate van veiligheid en bescherming. Voor het verkrijgen van een dergelijk poorterrecht moest men zich laten registreren bij een magistraat

en daarvoor een zekere som geld betalen. In 1693 moest men in Den Bosch ruim zes gulden betalen om poorter te worden. Poorter van een stad worden betekende ook zoveel als een eed afleggen dat men niet armlastig was en in eigen onderhoud kon voorzien.

Uit de inschrijving van Simon komt naar voren dat hij uit Velthoven bij Eijnthoven afkomstig is en dat ene Admirant borg staat.

Op 30 oktober 1690 wordt er een dochter Elisabeth – als moeder wordt Maria Berens genoemd - geboren, waarbij Simon’s zus, Maria als meter optreedt. Op 4 januari 1692 komt er weer een Elisabeth ter wereld. Nu is zij echter de dochter van Simon en Maria van Ghils.

Op 10 oktober 1693 sterft Nn Verpalen, zijnde de vrouw van Symon Verpalen, wever in de Keizerstraat, waarna weduwnaar Symon Jacobs Verpalen op 21 maart 1694 trouwt met Jenneken van Eersel.

Daarna vernemen we niet veel meer. Op 16 april 1695 overlijdt er een kind van Symon, nn Verpaalen, en Simon, van beroep wever, wordt op 23 september 1702 begraven. Zijn vrouw Jenneken is op 21 december 1733 gestorven.

Het is niet allemaal even duidelijk, maar aannemelijk is dat Simon tenminste twee maal is gehuwd en waarschijnlijk vier kinderen heeft gekregen, die op jonge leeftijd, en met hen deze ‘Bredase’ vertakking, zijn gestorven.

We gaan verder met de andere zoon van onze stamvader, Evert.

3. Gezin van Evert Verpaalen (II) ca. 1655 – ca. 1725
Van de andere zoon van onze stamvader Jacob, Evert, weten we al wat meer.

In de jaren’80 is hij met de op 25 december 1653 te Veldhoven gedoopte Ida Eijken Willems getrouwd.

Uit dit huwelijk worden drie dochters en een zoon geboren; Mieke waarschijnlijk in 1688, Marcel op 5 april 1689, Elisabeth op 4 september 1690 en Joanna op 30 augustus 1692.

In 1698 vindt in herberg De Croon te Veldhoven een publieke veiling plaats, waardoor we enig zicht op de maatschappelijke positie van Evert krijgen. Dan verkopen de erfgenamen van wijlen Hendrick Conincx een aantal percelen, gelegen te Veldhoven, ter plaatse genaamd Zonderwijck “voor tegenwoordigh wordende gebruijckt bij Evert Jacobs Verpalen”. Het weiland kan worden aanvaard te half maart, het land na de oogst en het huis met Pasen.

Evert exploiteerde dus een klein gemengd landbouwbedrijf. Hij was geen eigenaar, maar pachtte het.

Dat het hem financiëel niet goed ging blijkt uit het feit dat hij kort na de veiling door de erven voor de Schepenbank van Veldhoven is gedagvaard “voor verwoonde ende verschulde huurpenningen”. Omdat Evert afwezig was, is zijn vrouw verschenen. Zij belooft bij de eerste oogst de pacht in geld te voldoen dan wel in rogge te laten uitdorsen en vraagt toestemming voor die regeling. Die wordt verleend.

Rond de eeuwwisseling overlijdt Ida Eiken Willems, want op 18 oktober 1703 trouwt weduwnaar Evert Jacobs voor de tweede maal, te Veldhoven, en nu met de op 1 november 1671 gedoopte Catharina de Clerck.

Zij krijgen vier zonen; de op 5 mei 1704 gedoopte Jacobus, de op 11 juni 1705 gedoopte Joannes, de op 17 september 1707 gedoopte Simon en de op 16 mei 1710 geboren Adrianus.

In 1704 komen we Evert’s naam weer tegen. In juli van dat jaar verschijnen hij en een zekere Anthonie Wouters voor schepenen te Veldhoven in hun hoedanigheid van facteur der lijnwaten. Zij verklaren Jan Leermakers aan te stellen tot hun voerman in Veldhoven.

Het jaar daarop verschijnen beiden opnieuw voor schepenen. Jan Leermakers blijkt ziek te zijn en nu stellen ze als voerman aan diens knecht Peter Dielis.

Uit de akte blijkt dat Evert een rol speelde in de fabricage en handel van linnen. Vanuit Haarlem werden de garens naar Brabant vervoerd, alwaar ze tot stukken linnen werden geweven. Eenmaal gereed, werd dat weer naar Haarlem getransporteerd. De facteurs van het lijnwaad of linnen hadden blijkbaar tot taak er voor te zorgen dat de uit Haarlem aangevoerde garens werden gedistribueerd over de in Veldhoven gevestigde wevers. Dat waren allen thuiswerkers. Het weven was het nevenberoep van de kleine landbouwers, waaruit de Veldhovense bevolking bestond. De facteurs droegen er ook zorg voor dat de gereed gekomen stukken linnen werden afgehaald en verzameld, en vervolgens weer naar Haarlem werden gebracht. Daartoe hebben ze een voerman aangesteld.

Hoe lang Evert Verpaalen facteur van de lijnwaad is geweest, hebben we niet kunnen achterhalen. In de archieven van Veldhoven zijn we hem nog twee keer tegengekomen; de eerste keer in 1706.

Tijdens een vergadering van principale ingezetenen staat het verkopen van de turf in het Witven op de agenda. Een van de kopers van een kavel is Evert, een andere koper is zijn zwager.

Iets soortgelijks vindt plaats in 1707. Dan kopen beiden twee kavels. Bij deze koop heeft Evert een handtekening geplaatst, waaruit blijkt dat hij kon schrijven.

Wanneer Evert is overleden, weten we niet.

Omdat hij bij zijn dood geen onroerend goed in eigendom had, behoefde er geen scheiding en deling in een akte te worden vastgelegd. Omdat van zijn vrouw Catharina vast staat dat zij er tot haar dood op 24 september 1753 heeft gewoond, nemen we aan dat hij in Veldhoven is overleden. Dat zal voor 1730 zijn geweest, omdat hij in het register van begravenen dat met dat jaar aanvangt, niet is vermeld.


Van de drie dochters en vijf zonen van Evert weten we het volgende.

De drie dochters uit zijn eerste huwelijk zijn allen gehuwd. Mieke met Fransis Walravens en de op 14 januari 1738 overleden Peter Suermons. Op 1 mei 1718 wordt Melchior Verpaalen en op 25 mei 1721 Everardus Verpaalen geboren. Op 13 maart 1745 overlijdt Mieke; zij laat geen wettige geboorte na.

Tweede dochter Elysabeth is naar alle waarschijnlijkheid als zuigeling overleden en jongste dochter Joanna is op 28 februari 1718 in het huwelijk getreden met Godefridus Brouwers.

De enige zoon uit Evert’s eerste huwelijk, Marcellus, is ongehuwd gebleven.


Van de vier zonen uit zijn tweede huwelijk zijn Jacobus en Joannes als zuigeling gestorven.

De jongste zoon, Adrianus, blijft ongehuwd. Op 11 maart 1746 schrijft de koster in zijn register van begravenen te Veldhoven dat Adrianus Verpalen is begraven zonder wettige geboorte na te laten.

Slechts Simon, de in 1707 geboren zoon, heeft het geslacht voortgezet. Met hem gaan we dan ook verder.

4. Gezin van Simon Verpaalen (III) 17 september 1707 - 11 maart 1770


Van Simon weten we ook weer niet veel, maar toch iets meer dan van zijn vader en grootvader. Het gaat dan met name om de woningen, die hij heeft bewoond, welke nu - drie eeuwen later – nog goed zijn te lokaliseren.

Na de dood van zijn vader huwt hij op 21 januari 1730, kerkelijk huwelijk te Veldhoven op 12 februari 1730, Jenneken, dochter van ene Hendrik van Geijlekerke. Het trouwboek van de Nederduits Gereformeerde Gemeente Veldhoven vermeldt weliswaar dat “beyde van Veldhoven” zijn, maar haar doopakte is in Veldhoven niet te vinden. Ook de naam Van Geijlekerke komt in geen enkele Veldhovense akte voor.

Voorts valt het op dat, hoewel het de gewoonte was dat bij een doop een familielid van de vader en een familielid van de moeder als doopheffers optreden, er bij geen van de zes tussen 1731 en 1743 geboren kinderen van Simon en Jenneken, een doopgetuige wordt vermeld die op enigerlei wijze familie van Jenneken is. Haar afkomst is in nevelen omhuld.

Tot 1750 heeft Simon met zijn Jenneken en kinderen een huurhuis bewoond in het gehucht Heers. Als je de lucht van een van je voorvaderen eens wilt opsnuiven, kan dat heel gemakkelijk. Sla de kaart van Veldhoven open of beter nog, bezoek die gemeente eens en aan de zuidkant, in de directe omgeving van de E3, komen de wegen Heers en Heerse Weg samen. Op die plek heeft de woning gestaan. Van 1750 tot 1763 heeft hij een huis in de buurtschap Heijberg gehuurd.

Alvorens Simon’s maatschappelijke positie te beschrijven is het noodzakelijk een paar begrippen te verduidelijken.

In het toenmalige dorpsbestel waren er drie ambten, waarbij het ging om de financiën. De burgemeesters hadden het beheer over de dorpsfinanciën, de armmeester zorgde voor de financiële ondersteuning van de armen en onvermogenden, en de collecteurs zorgden voor de inning van de belastingen. Om voor deze functies in de dorpsgemeenschap in aanmerking te komen, moest je een min of meer vooraanstaande positie innemen en een zekere welstand genieten.

Uit het boek met de rekeningen van de armmeesters blijkt dat Simon een kostganger heeft gehad. Daarin is namelijk een uitgavepost opgenomen van 19 gulden, 19 stuivers en 10 penningen, betaald aan Simon Verpaalen voor een jaar kostgeld voor Peter Heuvelmans.

In die zelfde jaren’50 wordt de naam Simon Verpaalen drie maal vernoemd in de rekening en verantwoording, die de burgemeesters van Veldhoven jaarlijks moesten afleggen.

In hun opdracht heeft hij voor 4 stuivers een dam of overkluizing van het riviertje de Run gerepareerd, voor 8 stuivers een zieke vrouw naar Steensel gereden en voor 12 stuivers de substituut-secretaris van Veldhoven in Bergeijk opgehaald.

Een aantal jaren later, in het boekjaar 1764/1765, is Simon nog eenmaal vermeld voor een soortgelijk werkje. Toen zijn aan hem 7 stuivers en 14 penningen betaald voor het ‘hogen van de gemeentebrug over de Gender’. Simon zal, zo vermoeden we, over een paard en wagen hebben beschikt en kon daardoor een welkom centje bijverdienen.

Begin 1760 wordt Simon Verpaalen aangesteld tot armmeester van Veldhoven! Voor ons komt die benoeming uit de lucht vallen. Waaraan heeft Simon die functie te danken gehad?!

In dat jaar, 1760, was hij nog geen eigenaar van onroerend goed. Dat hij enig ander vermogen heeft gehad lijkt niet waarschijnlijk. Uit de akte van scheiding en deling van zijn nalatenschap blijkt niets hiervan. Deze man, die niet kon schrijven, moet toch een min of meer vooraanstaande positie hebben ingenomen en een zekere welstand hebben genoten om zo’n ambt in de dorpsgemeenschap te vervullen. Misschien heeft hij de baan wel aan zijn echtgenote of haar familie te danken?! We zullen er nooit achterkomen.

Omdat de armmeester een openbare functie bekleedde, behoorde hij volgens de wettelijke voorschriften lidmaat te zijn van de Nederduits Gereformeerde Kerk, met andere woorden, protestant te zijn. In die tijd was het uitoefenen van de katholieke godsdienst immers officiëel verboden. Omdat er echter bijna geen protestanten in de dorpen van de Meijerij woonden, werden bestuursfuncties ook door katholieken, zoals Simon, ingevuld.

Evenals de burgemeester moest de armmeester na zijn aftreden rekening en verantwoording afleggen van de door hem ontvangen gelden en de door hem gedane uitgaven. Dat is moeilijk, als je niet kunt schrijven. Hierin werd Simon bijgestaan door de secretaris van de Dingbank. Deze ambtenaar, in die tijd de enige, hielp alle bestuursfunctionarissen en verrichtte het schrijfwerk.

Uit de uitgavenposten blijkt dat de armenzorg vooral betrekking had op weeskinderen en weduwen. Weeskinderen waren in die tijd, toen de meeste gehuwde vrouwen in het kraambed stierven en ook de mannen niet oud werden, een normaal verschijnsel. Het ging vooral om weeskinderen, die in een pleeggezin waren ondergebracht. Daarvoor betaalde de armmeester kostgeld, terwijl ook geld ter beschikking werd gesteld voor kleren.

Voor zijn werk ontving Simon “als vanouds een paar schoenen” “voor hofloon”, waarvoor een post van drie gulden was uitgetrokken. Dat was evenveel als de schoolmeester beurde voor het leren der arme kinderen.

In de jaren die na zijn aftreden als armmeester in 1761 volgen, is Simon actief in het verwerven van onroerend goed.

Alvorens daar meer over te vertellen gaan we in op de tweede openbare functie, die Simon tijdens zijn leven heeft vervuld.

In 1768/1769 werd hij aangesteld tot collecteur der Gemeene Middelen. De collecteur ontving voor zijn werkzaamheden een bepaald percentage van de ontvangsten. Uit de rekening van Simon kan worden afgeleid dat de uitoefening van dit ambt in het openbaar werd aanbesteed en werd gegund aan degene, die met de laagste provisie genoegen nam. Een loon van zes procent van de ontvangsten was in de Meijerij het gebruikelijke.

We weten precies hoeveel Simon met deze werkzaamheden heeft verdiend. Zijn ontvangsten hadden volgens zijn collectboek bijna 700 gulden bedragen. Simon’s collectloon is dus ruim veertig gulden geweest.

In 1763 koopt Simon een woonhuis met schuur en stal, een moestuin, een boomgaardje en enige grond, in totaal ruim een halve hectare in de Cromstraat te Veldhoven. De koopsom bedraagt 363 gulden, waarvan 113 gulden bij de aanvaarding moet worden betaald.

Op dezelfde dag verbindt Simon de goederen waarvan hij zojuist eigenaar is geworden, hypothecair voor het schuldig gebleven gedeelte van de koopsom. Hij moet een rente betalen van 4 % per jaar en jaarlijks op de schuld 50 gulden aflossen, zodat de schuld over zes jaar geheel zou zijn afbetaald.

Simon’s huis heeft gestaan in de huidige Nieuwstraat. Achter de aaneengesloten bebouwing van de Nieuwstraat ligt nu Sportpark de Korze. Aldaar en in de directe omgeving bezat Simon ten tijde van zijn overlijden op 11 maart 1770, in totaal 13 percelen met een gezamenlijke oppervlakte van bijna vijf hectare.

Hierbij moet men bedenken dat tot ongeveer het midden van de 20e eeuw een landbouwer op de Brabantse zandgrond een sober bestaan kon vinden op een landbouwbedrijf van vijf hectare. Zijn bedrijfje diende hoofdzakelijk om in de behoefte van het eigen gezin te voorzien. Natuurlijk moest ook in die tijd een landbouwer over enig geld beschikken voor het doen van bepaalde aankopen. Hiervoor leverde zo’n bedrijf niet voldoende op. Bijverdiensten waren noodzakelijk. Dat is de reden dat het merendeel van de inwoners van Veldhoven, dus ook de

Verpaalens, mede in hun levensonderhoud voorzagen door te weven en te spinnen. De vrouwen zorgden voor het spinnen, de mannen waren de wevers.

Na Simon’s dood heeft zijn vrouw wat grond aangekocht – de akte wordt getekend door Evert Verpalen “voor mijn moeder” – waardoor het familiebezit op haar sterfdag, 27 april 1773, tot vijf en een halve hectare wordt uitgebreid.

Drie maanden later zijn tussen de vijf nog in leven zijnde kinderen van haar en Simon de onroerende goederen, bestaande uit 13 percelen, en roerende goederen verdeeld.
Zoals gezegd hebben Simon en Jenneken zes kinderen, eerst drie zonen en vervolgens drie dochters gekregen.

Op 23 augustus 1731 is hun oudste zoon Evert, op 7 augustus 1733 Hendrik en op 11 januari 1736 hun laatste zoon Willem gedoopt.

Oudste dochter Catharina, gedoopt op 16 december 1738, is al op 8 januari 1739 begraven. Op 20 maart 1740 werd Henrica gedoopt en op 16 november 1743 hun jongste Joanna.

Omdat Hendrik en Willem het geslacht hebben voortgezet, zullen we hun lotgevallen bespreken na die van Evert, Henrica en Joanna.


Voor oudste zoon Evert en zijn broers geldt hetzelfde als we hebben geschreven over zijn vader Simon; van zijn leven weten we eigenlijk niets. We weten met name niet hoe hij de kost heeft verdiend. Vermoedelijk hebben de drie zoons op dezelfde wijze geleefd als hun vader. Alle drie zijn ze eigenaar geweest hetzij via vererving hetzij via aankoop van landbouwgrond. Maar geen van de drie heeft zoals hun vader een openbare functie bekleed.

Mogelijk hangt dat samen met hun betrekkelijk vroeg overlijden, waardoor ze aan ontplooiing van maatschappelijke activiteiten niet zijn toe kunnen komen.

Op 3 december 1773, niet lang na de dood van zijn moeder, houdt Evert een publieke veiling, waarop zijn deel van de roerende goederen van zijn ouders, wordt verkocht, o.a. 2 hooikarren, 2 aardkarren, 2 ploegen, 2 eggen, ossen- en paardentuig, hooi en stro, een spinnewiel en een aantal stukken linnen. De hele veiling bracht ruim 118 gulden op. Uit de aanwezigheid van een spinnewiel en een aantal stukken linnen blijkt dat, zoals toen algemeen gebruikelijk was, ook ten huize van zijn ouders vlas werd gesponnen en geweven.

Op 14 februari 1776 koopt Evert al hetgeen aan zijn broer Hendrik uit de nalatenschap van hun ouders is toebedeeld, waaronder de hofstee aan de Cromstraat. Hij moet hiervoor 200 gulden betalen, waarvoor hij een lening van 100 gulden en 150 gulden tegen een rente van 4 % is aangegaan.

Begin december 1783 – Evert was toen al ernstig ziek – heeft hij al zijn bezit aan onroerend goed verkocht aan zijn zwager Jan Antonij van Doorn. Deze betaalt hiervoor slechts zes gulden, maar wel met de verplichting om Evert’s schuld, die toen nog 220 gulden bedroeg, over te nemen.

Acht dagen later, op 9 december 1783, is Evert begraven. Een maand later heeft van Doorn deze onroerende goederen, in zes kopen, publiek geveild. De totale opbrengst was 350 gulden; ruim voldoende voor hem om de 220 gulden schuld te betalen.

Twee kopen zijn in de familie gebleven. Evert’s ouderlijk huis in de Cromstraat werd gekocht door Jan Rijkers, de zwager van Evert’s broer Hendrik, en het overige gedeelte van het complex in de Cromstraat is gekocht door Evert’s zwager, Josephus van den Heuvel. Naar de reden van dit “vreemde” handelen van Evert in zijn laatste levensdagen, kunnen we slechts gissen.
Het huwelijk van tweede dochter Henrica is een schoolvoorbeeld van het huwelijkssluitingspatroon in die dagen. Eerst trouwt een niet meer zo jonge vrouw, in het bezit van enig vast goed, met een man van gelijke of jongere leeftijd. Na enige kinderen gebaard te hebben overlijdt ze in het kraambed. De man hertrouwt met een vrouw van gelijke of jongere leeftijd en er vormt zich een nieuw gezin.

Henrica, geboren op 20 maart 1740, was 35 jaar oud toen zij ruim twee jaar na de dood van haar moeder, op 26 november 1775, trouwde met de 4 jaar jongere Veldhovenaar Josephus van den Heuvel. Niet het aantal jaren telde maar het aantal loopsaeten land die de bruid ten huwelijk aanbracht. Bovendien bracht Henrica woonruimte mee. Bij de scheiding en deling van de nalatenschap van haar ouders was haar de vierde kavel ten deel gevallen. Daartoe behoorde een gedeelte van de ouderlijke woning in de Cromstraat.

Haar broer Hendrik, aan wie het tweede lot was toebedeeld, had het huis en de stal gekregen alsmede het erf aan de voorzijde, Henrica de schuur met de kamer en de moestuin (de hof).



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina