Voorwoord Ga creatief aan de slag en werk aan herkenbare kwaliteit



Dovnload 451.41 Kb.
Pagina1/9
Datum22.07.2016
Grootte451.41 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9
Vindingrijk opleiden
Ideeën voor het opleiden van goed inzetbare en gekwalificeerde beroepsbeoefenaren in de gehandicaptensector

Voorwoord
Ga creatief aan de slag en werk aan herkenbare kwaliteit
De gehandicaptensector is gebaat bij goedgekwalificeerde professionals. Cliënten hebben recht op kwalitatief goede zorg en dienstverlening en rekenen er dus op dat in instellingen mensen werken die gemotiveerd, enthousiast en deskundig zijn. Wil de gehandicaptensector met de juiste mensen de gewenste zorg en diensten bieden, dan moeten professionals in de instellingen duidelijk maken wat zij van de initiële beroepsopleidingen verwachten. Dat is niet altijd eenvoudig. Er is immers sprake van grote dynamiek in het veld. Vindingrijk opleiden probeert u te ondersteunen door u op ideeën te brengen bij wat er allemaal mogelijk is wanneer het gaat om een goede aansluiting van het onderwijsaanbod bij uw opleidingsvragen en wensen.
In deze publicatie vindt u talrijke praktijkvoorbeelden die illustreren:

  • dat duidelijke opleidingsvragen van instellingen en leerlingen in de gehandicaptensector beroepsopleidingen uitnodigen en uitdagen meer maatwerk te bieden;

  • dat er veel mogelijkheden zijn om de onderwijsprogrammering toe te snijden op de wensen van instellingen en leerlingen in de gehandicaptensector.

Verschillende vragen komen daarbij aan bod. Hoe kunt u bijvoorbeeld samen met het onderwijs optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte om in het onderwijsprogramma meer aandacht te besteden aan gehandicapten, de werkwijzen in de branche en competenties die specifiek van belang zijn voor de gehandicaptensector? Hoe kunt u, door bijvoorbeeld samen met het onderwijs de volgorde van de theorie aan te passen aan de praktijk, zorgdragen voor een snellere inzetbaarheid van leerlingen in het werk? Hoe kunt u door gebruik te maken van procedures voor het erkennen van verworven competenties de opleidingsduur voor herintreders en zij-instromers aanzienlijk bekorten?
De praktijkvoorbeelden geven een eerste indruk van de mogelijkheden die er zijn om de onderwijsprogrammering toe te snijden op de wensen van instellingen en leerlingen in de gehandicaptensector.
Sociale partners hechten veel waarde aan kwalitatief hoogwaardige, brede beroepsopleidingen. De reden? Brede opleidingen dragen bij aan de employability van aankomende beroepskrachten. Dit is in het belang van zowel leerlingen als werkgevers. Medewerkers met een te smalle opleidingsachtergrond hebben het moeilijker om zich blijvend te kunnen aanpassen aan snelle veranderingen in de gehandicaptensector en op de arbeidsmarkt.

Vindingrijk opleiden laat zien dat de huidige brede beroepsopleidingen meer nadrukkelijk vanuit de gehandicaptensector ingekleurd kunnen worden, wanneer instellingen erin slagen hun eigen veldspecifieke vragen en expertise naar de opleidingen over te brengen. Ook laat de publicatie zien hoe een goede samenwerking tussen werkveld en onderwijs kan leiden tot een aanpak die versterkend en stimulerend werkt bij alle betrokken partners: de leerlingen, de instellingen en de daarin werkzame professionals en de scholen. Hierbij moet steeds een evenwicht worden gevonden tussen de belangen van betrokkenen. Zo moeten onderwijs en werkveld de balans vinden tussen het belang van brede beroepskwalificaties en de specifieke competenties die in de branche worden gevraagd. Instellingen en hun leerlingen moeten bijvoorbeeld de balans vinden tussen leermogelijkheden en inzetbaarheid. Daarnaast is het voor leerlingen van belang dat er rekening wordt gehouden met hun mogelijkheden en belastbaarheid en dat er tevens ruimte is voor individuele interesses en loopbaanwensen.
In de gehandicaptensector wordt op veel plaatsen met groot elan veranderd en vernieuwd. Uit de voorbeelden blijkt dat er ook op het gebied van opleiden veel ruimte is om zaken anders te benaderen of in te vullen. Wij denken dat u soms verrast zult zijn over de mogelijkheden. Daarbij is het goed te vermelden dat het er uiteindelijk om gaat oplossingen te kiezen die een hoge kwaliteit van beroepsuitoefening bewerkstelligen. Op welke wijze het optimum kan worden bereikt, is niet aan te geven. Dat alle betrokkenen hiernaar moeten streven, is zeker. De afstemming tussen opleiding en praktijk is een continu proces dat veel inzet vraagt van iedereen. Wanneer Vindingrijk opleiden bijdraagt aan de dialoog hierover en alle partijen aanzet creatief aan de slag te gaan en te werken aan herkenbare kwaliteit, is de opzet geslaagd.

Namens de opdrachtgevers,


Ben Hoogendam, ABVAKABO FNV

Hans Timmerman, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland



Met dank aan:

Els van de Akker, Geert Berghuis, Lisan van Beurden, Toos Boenink, Peter van den Broek, Hanny Cranenburg, Jan Dankers, Henk Y. Deinema, Tonny van Diemen, Vincent van Esch, Jacquelien van Dijk, Alje Drost, Maurits Duzijn, Karen Gielis, Laura Grob, Ed Grubben, Rob Hardewijn, Marita van Hasselt, Jacqueline Heijmerink, Ineke Hilgeman, Ben Hoogendam, Joost Kamoschinski, Riet Kamphuis, Lies Klein Deteler, Mariëtte Koopman, Henk Kuijer, Jan Leenders, Annemarie Legius, Nico Leijenhorst, Ellen Leistra, Ellie Markhorst, Joop van de Meer, Peter Mul, John Oost, Karin Ortmans, Mieke van Pijpen, Jan W. Plooster, Anja van de Pluijm, Willemien Rievers, Margriet van Roosmalen, José Scheel, Anja van Seggelen, Jaap Slabbekoorn, Hans Timmerman, Herman Treep, Isabel Verleun, Nicolette Vlaming, Ans Vreeburg, Geke Wagensveld, Mieke van de Warenburg, Henk Wedman, Piet Zegers, Jeroen Zomerplaag.


Inhoudsopgave
Inleiding

Wat biedt Vindingrijk opleiden?

Voor wie is Vindingrijk opleiden bedoeld?

Wat wordt bedoeld met vindingrijk opleiden?

Hoe kunt u Vindingrijk opleiden gebruiken?

Deel 1 Waarom energie steken in vindingrijk opleiden?

1.1. Inleiding


1.2. Het belang van opleiden en leren
1.3. Ontwikkelingen in de gehandicaptensector
1.4. De arbeidsmarkt
1.5. Kenmerken van het beroepsonderwijs

Deel 2 Hoe ziet de praktijk van vindingrijk opleiden eruit?
2.1. Inleiding
2.2. Een gefundeerde opleidingsvraag

2.2.1. Theoretisch kader

2.2.2. Praktijkvoorbeelden
2.3. Een herkenbaar opleidingsprofiel

2.3.1. Theoretisch kader

2.3.2. Praktijkvoorbeelden
2.4. Een evenwichtig curriculum

2.4.1. Theoretisch kader

2.4.2. Praktijkvoorbeelden
2.5. Een leertraject dat werkt

2.5.1. Theoretisch kader

2.5.2. Praktijkvoorbeelden
2.6. Conclusies: vijf succesfactoren


Deel 3 Meer weten?

3.1. Inleiding


3.2. Begrippen en afkortingen van A tot Z

3.2.1. Begrippen

3.2.2. Afkortingen

3.3. Organisaties


3.4. Publicaties

Inleiding
Als het kan, dan zou ik het wel weten en als ik het zou weten, dan kan het.” Anoniem.

Wat biedt Vindingrijk opleiden?
Wilt u als zorginstelling adequaat inspelen op de zorgvragen, dan moet u beschikken over goedgekwalificeerde medewerkers. De grote zorg van instellingen is: hoe komen wij aan goedgekwalificeerde mensen en wat kunnen wij daaraan doen? De centrale vraag van deze publicatie van het project Instroom, werken-leren, leren-werken sluit daarop aan: wat kunt u als instelling in de gehandicaptensector samen met het onderwijs ondernemen om goed inzetbare en gekwalificeerde beroepsbeoefenaren op te leiden?
Misschien wilt u als instelling dat de beroepsopleidingen meer aandacht besteden aan het kenmerkende van het werken met mensen met een handicap, of dat ze meer rekening houden met de werkroosters in uw organisatie. Misschien constateert u dat de huidige opleidingsprogramma’s niet geschikt zijn voor mensen die al werkervaring hebben, of voor wie een volledige werkweek niet haalbaar is.

Vindingrijk opleiden laat via concrete praktijkvoorbeelden zien hoe instellingen in de gehandicaptensector en het onderwijs samen op vindingrijke wijze slimme antwoorden vinden op de vraag: hoe verwerven huidige en toekomstige medewerkers die agogische, verzorgende en verpleegkundige beroepscompetenties die hen in staat stellen in de praktijk goed te functioneren? U ontdekt welke oplossingen en antwoorden andere instellingen in de gehandicaptensector bedachten. Het gaat daarbij om oplossingen en initiatieven die afwijken van het standaardaanbod aan beroepsopleidingen. Ons uitgangspunt: opleiden vereist een continu samenspel tussen opleidingsfunctionarissen en lijnfunctionarissen en tussen zorginstellingen en onderwijsinstellingen.
Vindingrijk opleiden maakt duidelijk dat er meer mogelijk is dan velen denken. Laat u inspireren om zelf aan de slag te gaan!

Voor wie is Vindingrijk opleiden bedoeld?
Bent u werkzaam in de gehandicaptensector en binnen uw instelling beleidsmatig actief met het opleiden van leerling-werknemers en stagiairs? Valt de planning en structurering van de beroepspraktijkvorming onder uw verantwoordelijkheid? Bent u nieuwsgierig naar de mogelijkheden om de aansluiting tussen school en praktijk te verbeteren? Dan is Vindingrijk opleiden speciaal voor u geschreven.

Werkt u bij een Regionaal Opleidingen Centrum (ROC), een hogeschool of een particulier opleidingsinstituut en leidt u op voor verzorgende, verpleegkundige en agogische beroepen? Vindingrijk opleiden biedt u aanknopingspunten voor uw overleg en afstemming met instellingen in de gehandicaptensector.


Vindingrijk opleiden is mogelijk ook interessant voor intermediaire functionarissen die de samenwerking tussen zorg- en onderwijsinstellingen en de beroepspraktijkvorming in de regio willen verbeteren, zoals OVDB-consulenten, medewerkers van coördinatiepunten voor beroepspraktijkvorming en regiofunctionarissen van het sectorfonds Zorg. En hoewel de publicatie sectorspecifiek is ingekleurd, brengt zij andere sectoren in zorg en welzijn wellicht ook op ideeën.
Vindingrijk opleiden is niet bedoeld als eerste oriëntatie op het thema opleiden van leerling-werknemers en stagiairs. Daarvoor is in het project Instroom, werken-leren, leren-werken de brochure Werk maken met onderwijs ontwikkeld. Van deze brochure is in 2002 een geactualiseerde versie verschenen. Hoe u deze brochure van het project Instroom, werken-leren, leren-werken kunt bestellen, leest u in deel 3.

Wat wordt bedoeld met vindingrijk opleiden?
Welke mogelijkheden weet u te benutten om voor iedereen een opleiding op maat te bedenken? Lukt dat u via het standaardaanbod aan opleidingen in uw regio, of kunt u wel wat creativiteit en nieuwe ideeën gebruiken?

Vindingrijk opleiden is: samen met het beroepsonderwijs op zoek gaan naar creatieve oplossingen om huidige en toekomstige medewerkers een passend opleidingstraject te bieden. Daarbij zijn passend en creatief de sleutelwoorden. Passend wil zeggen dat medewerkers, zonder afbreuk te doen aan kwaliteit en deskundigheid, snel en goed inzetbaar zijn in uw instelling en dat zij in staat worden gesteld een beroepskwalificatie te verwerven.

Met creatief bedoelen wij dat u uw speelruimte en onderhandelingsruimte volop benut en samen met het onderwijs de gebaande paden durft te verlaten. Het gaat om oplossingen en initiatieven die afwijken van het standaardaanbod aan beroepsopleidingen.

Hoe kunt u Vindingrijk opleiden gebruiken?
Vindingrijk opleiden bestaat uit drie delen. De kern is Deel 2: Hoe ziet de praktijk van vindingrijk opleiden eruit? Deel 1 en 3 vormen de schillen daar omheen. U kunt de delen los van elkaar en in willekeurige volgorde doornemen.
Deel 1 Waarom energie steken in vindingrijk opleiden?

Dit deel plaatst de praktijkvoorbeelden uit Deel 2 in hun context en is interessant als u meer wilt weten over ontwikkelingen en trends die van invloed zijn op het opleiden van beroepsbeoefenaren in de gehandicaptensector. Zo krijgt u zicht op uw speelruimte. Dit deel kan u inspireren bij het schrijven van beleidsnotities en het informeren van anderen over het belang van vindingrijk opleiden.


Deel 2 Hoe ziet de praktijk van vindingrijk opleiden eruit?

In Deel 2 staan praktijkvoorbeelden centraal. Voorbeelden waaruit blijkt dat samenwerking tussen zorg- en onderwijsinstelling veel meerwaarde heeft en dat er meer mogelijk is dan alleen opleiden via de reguliere standaardtrajecten. Aan de hand van deze praktijkvoorbeelden en een theoretisch kader krijgt u een indruk van uw onderhandelingsruimte.

Wij presenteren de praktijkvoorbeelden in vier paragrafen. Wilt u voorbeelden rondom het formuleren van een gefundeerde opleidingsvraag? Raadpleeg dan 2.2. Wilt u juist voorbeelden over het realiseren van een herkenbaar opleidingsprofiel, dan is 2.3 interessant. Voorbeelden over het samenstellen van een evenwichtig curriculum treft u aan in 2.4. In paragraaf 2.5. komen voorbeelden aan de orde onder de titel Een leertraject dat werkt. Deel 2 besluit met succesfactoren.
Deel 3 Meer weten?

In Deel 3 vindt u een overzicht van relevante begrippen, afkortingen, organisaties en publicaties. Handig als u behoefte heeft aan meer achtergrondkennis, niet vertrouwd bent met het jargon, of dieper op de materie wilt ingaan.



Deel 1 Waarom energie steken in vindingrijk opleiden?

“De geleerde is niet de man die de goede antwoorden levert, maar die de goede vragen stelt.” C. Lévi-Strauss.




    1. Inleiding

Met de onderwerpen en praktijkvoorbeelden uit Deel 2 in uw hoofd, kunt u aan de slag met vindingrijk opleiden voor uw eigen organisatie. Of u daarin energie wilt steken, en hoe veel, hangt af van verschillende factoren. Welke? In navolging van bovenstaand motto van Lévi-Strauss noemen wij een aantal factoren, in vragende vorm. Hoe tevreden bent u over de inzetbaarheid van leerling-werknemers en andere huidige of toekomstige medewerkers in uw organisatie? Hoe tevreden bent u over bestaande reguliere opleidingen? Maar ook, hoeveel moeite kost het uw organisatie om vacatures naar tevredenheid te vervullen?


In dit deel schetsen wij aan de hand van vier invalshoeken waarom vindingrijk opleiden ook in uw situatie de moeite waard kan zijn. Deze invalshoeken zijn:

 het belang van opleiden en leren;

 de ontwikkelingen in de gehandicaptensector;

 de arbeidsmarkt;

 kenmerken van het beroepsonderwijs.


1.2. Het belang van opleiden en leren
Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Waar eerst de nadruk lag op productie, heeft nu kennis deze positie ingenomen. De technologische en communicatieve ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de maatschappij, de arbeidsmarkt, de zorg en het onderwijs. Het tempo waarin de kennismaatschappij zich ontwikkelt, doet een groot appèl op ieder van ons. Volgde iemand vroeger een beroepsopleiding en bleef hij vervolgens de rest van zijn loopbaan hetzelfde beroep uitoefenen, tegenwoordig ligt de nadruk op ‘een leven lang leren’. Belangrijk is nu dat iemand beschikt over basiscompetenties die hem in staat stellen snel en flexibel in te spelen op veranderingen, te leren en ‘wendbaar en weerbaar’ te zijn. Deze gedachte ligt ten grondslag aan ‘breed opleiden’, uitgangspunt van het opleidingsstelsel voor verpleegkundige en verzorgende beroepen en voor de opleidingen sociaal-agogisch werk.

In de praktijk van de zorginstelling blijkt dit uitgangspunt echter nogal eens op gespannen voet te staan met de wens huidige en toekomstige medewerkers snel inzetbaar te laten zijn. Sociale partners in de gehandicaptensector herkennen en onderkennen deze spanning. En hoewel ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak en VGN verschillende accenten leggen, is hun gezamenlijke boodschap: wees vindingrijk en creatief, maar verlies de kwaliteit van dienstverlening en van het werk niet uit het oog. Er kan meer dan u denkt, maar bedenk goed of datgene wat kan ook wenselijk en verantwoord is.


Niet alleen zijn de doelstellingen van opleiden veranderd, ook de visie op hoe deze doelstellingen behaald kunnen worden verandert. Het belang dat wordt toegekend aan de praktijkcomponent van opleiden, ‘leren op de werkplek’, neemt toe. Dit vraagt om een werksituatie die geschikt is als leersituatie en om voldoende deskundige begeleiding. De toenemende diversiteit aan achtergronden, wensen en mogelijkheden van leerling-werknemers en stagiairs stelt hoge eisen aan de deskundigheid en flexibiliteit van de begeleiders. Daarnaast vraagt het om opleidingstrajecten op maat, die rekening houden met deze diversiteit. Belangrijke begrippen in dit verband zijn Erkenning van Verworven Competenties (EVC), intake-assessment en portfolio.
EVC1 en intake-assessment

Wanneer iemand op latere leeftijd of met de nodige werkervaring besluit om in de gehandicaptensector te gaan werken, zal een standaard beroepsopleiding veelal niet goed aansluiten bij zijn persoonlijke omstandigheden en voorbijgaan aan eerder en elders ontwikkelde competenties. Dat geldt ook voor mensen die al werkervaring hebben in de gehandicaptensector, maar niet gediplomeerd zijn. Om te bepalen of deze mensen vrijstellingen kunnen krijgen voor (delen van) een beroepsopleiding, is de EVC-procedure in het leven geroepen. Op HBO-niveau wordt deze procedure meestal intake-assessment genoemd.

Scholen baseren de vrijstellingen op een formele erkenning van reeds verworven competenties in de vorm van certificaten voor deelkwalificaties (MBO-niveau) of studiepunten (HBO-niveau). Op basis van de verleende vrijstellingen kan een maatwerktraject voor een groep of een individu worden ontwikkeld. EVC of intake-assessment is daarmee een van de instrumenten van het beroepsonderwijs om te komen tot flexibiliteit en maatwerk.

In de praktijk hanteren veel scholen eigen methoden, variërend van beoordeling van schriftelijk bewijsmateriaal en gesprekken met kandidaten tot het afnemen van praktijktoetsen en certificering op de werkplek. Veel methoden bestaan uit een combinatie van werkvormen. Sociale partners in de gehandicaptensector werken samen met de OVDB en een aantal ROC’s aan een landelijke procedure met criteria en toetsen voor EVC en vrijstellingen. De opleiding HBO-Verpleegkunde kent al een landelijke aanpak: alle negentien hogescholen die deze opleiding verzorgen, hanteren dezelfde procedure voor intake-assessment.

Enkele voorbeelden van EVC en intake-assessment vindt u in Deel 2, paragraaf 2.2.2.

Portfolio


Het portfolio is een verzameling documenten en andersoortige 'bewijzen', die gebruikt kan worden om iemands competenties te bepalen. Het portfolio geeft een heldere en duidelijke beschrijving van ervaringen die iemand heeft opgedaan in betaald en onbetaald werk en in opleidingen. Het gaat hierbij zowel om formeel behaalde diploma’s en certificaten als om informeel verworven kennis en vaardigheden. Daarmee vormt het portfolio belangrijke input voor een EVC-procedure of intake-assessment. Daarnaast kan het portfolio worden gebruikt voor persoonlijke ontwikkelingsplannen.

1.3. Ontwikkelingen in de gehandicaptensector
De gehandicaptensector is volop in ontwikkeling. In relatie tot vindingrijk opleiden zijn vooral de volgende ontwikkelingen relevant: veranderingen in de zorg- en dienstverlening aan mensen met een handicap, wetgeving en CAO-afspraken.
Veranderingen in de zorg- en dienstverlening aan mensen met een handicap

De omslag in de gehandicaptensector van aanbodgericht naar vraaggericht werken leidt tot individualisering van de zorgvraag en daarmee van de zorg- en dienstverlening. Organi­saties in de gehandicaptensector staan nadrukkelijker dan voorheen voor de taak professionele ondersteuning op maat te bieden, die past bij de individuele behoeften van iemand met een handicap en die voldoet aan de eisen van kwaliteit en efficiëntie die wij in Nederland met elkaar hebben afgesproken. Dit vraagt om voldoende competente, bekwame medewerkers. Wat competent is, kan per situatie verschillen. Aan welke competenties een organisatie op een bepaald moment behoefte heeft, hangt mede af van de competenties die men al in huis heeft. Het volstaat in de meeste gevallen dan ook niet langer om voor jaren vooruit bindende afspraken te maken met een school over aantallen en typen stage- en leer-arbeidsplaatsen.

Een andere ontwikkeling die gevolgen heeft voor de opleiding van beginnend beroepsbeoefenaren, is de toename van extramurale dienstverlening en daarmee de toename van de één-op-één-relatie tussen cliënt en dienstverlener. Dit vraagt om andere leermethoden en begeleidingsmodellen bij het opleiden van leerling-werknemers en stagiairs.
Wetgeving

Een van de kernbegrippen in de zorg voor mensen met een handicap is ‘kwaliteit’. Kwaliteit van zorg bevorderen en bewaken is de verantwoordelijkheid van een ieder die in deze sector werkzaam is. Drie recente wetten bieden daarvoor regels, vanuit verschillende invalshoeken. Deze drie wetten zijn:



  • de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO);

  • de Wet op de kwaliteit van zorginstellingen (Kwaliteitswet Zorginstellingen);

  • de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG).

De WGBO beoogt onder meer cliënten een betere rechtsbescherming te bieden en verplicht de beroepsbeoefenaar tot ‘het verlenen van zorg als een goed hulpverlener’. De Kwaliteitswet Zorginstellingen spreekt over ‘verantwoorde zorg’, terwijl de Wet BIG regels stelt aan de beroepsuitoefening. Beroepsbeoefenaren in de zorg voor mensen met een handicap dienen dan ook over zodanige competenties te beschikken, dat ze voldoen aan de wettelijke regels.


In de praktijk blijkt de Wet BIG nogal eens tot onduidelijkheden te leiden. Niet zelden gaan opleiders in zorginstellingen ervan uit dat voorbehouden en risicovolle handelingen uitsluitend door bekwame verpleegkundigen uitgevoerd mogen worden. Deze veronderstelling berust echter op een misverstand. De Wet BIG biedt ruimschoots mogelijkheden om ook andere beroepsbeoefenaren bekwaam en daarmee bevoegd te laten zijn. Wanneer een medewerker in de praktijk heeft laten zien voldoende bekwaam te zijn en zichzelf voldoende bekwaam acht bepaalde handelingen uit te voeren, kan deze medewerker ook de bevoegdheid krijgen de handeling uit te voeren. Zo kan een medewerker die een SPW- of SPH-opleiding heeft gevolgd, bevoegd zijn een bepaalde risicovolle verpleegtechnische handeling uit te voeren, mits hij zich de benodigde kennis, vaardigheid en houding heeft eigen gemaakt en mits aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot zorgvuldigheid wordt voldaan. Vooral aan die zorgvuldigheid wordt veel waarde gehecht. Het gaat daarbij om vastlegging van procedures in protocollen.

Meer informatie over de Wet BIG en de bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen vindt u in afbeelding 1.3.a.


Hoewel de Wet BIG aan niet-verpleegkundigen ruimte biedt toch bekwaam te worden in bepaalde handelingen, is het uiteraard gewenst hier uiterst zorgvuldig mee om te gaan. Bekwaam betekent: niet alleen een handeling kunnen uitvoeren, maar ook beschikken over de achtergrondkennis en de juiste beroepshouding.

Afbeelding 1.3.a Bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen volgens de Wet BIG
Wat is het doel van de Wet BIG? Wat zijn voorbehouden handelingen en wie is bevoegd? Wat is de relatie tussen risicovolle handelingen en voorbehouden handelingen en waar vindt u meer informatie? De antwoorden op een rij.
De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) is sinds 1997 van kracht. Doel van deze wet is om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van beroepsbeoefenaren.

Volgens de Wet BIG is handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg in principe vrij met uitzondering van een aantal risicovolle, voorbehouden handelingen. De wet noemt de volgende voorbehouden handelingen:

 heelkundige handelingen;

 verloskundige handelingen;

 endoscopieën;

 catheterisaties;

 injecties;

 puncties;

 narcose;

 het gebruik van radioactieve stoffen en ioniserende straling;

 cardioversie;

 defibrillatie;

 elektroconvulsieve therapie;

 steenvergruizing;

 kunstmatige fertilisatie.
Beroepsbeoefenaren die zelfstandig bevoegd zijn tot de uitvoering van voorbehouden handelingen zijn artsen, verloskundigen en tandartsen, op voorwaarde dat de handeling tot hun deskundigheidsgebied behoort en dat zij voldoende bekwaam zijn. Alleen zij zijn bevoegd de indicatie te stellen en te beslissen of zij de handeling zelf uitvoeren, of opdragen aan een andere beroepsbeoefenaar.

Andere beroepsbeoefenaren, waaronder de verpleegkundige, zijn dus niet zelfstandig bevoegd. Zij mogen voorbehouden handelingen alleen uitvoeren als voldaan is aan de volgende drie voorwaarden:

 er is een opdracht van een zelfstandig bevoegde (arts, tandarts of verloskundige);

 de handeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de aanwijzingen van de zelfstandig bevoegde;

 de opdrachtgever en degene die de handeling uitvoert mogen redelijkerwijs aannemen dat de opdrachtnemer beschikt over de bekwaamheid om de opdracht naar behoren uit te voeren.
In de Wet BIG is alleen sprake van handelingen buiten noodzaak. In noodsituaties wordt iedereen geacht ‘naar beste weten en kunnen’ hulp te verlenen.
Mag een beoefenaar van een niet in de Wet BIG geregeld beroep zoals een helpende, verzorgende, sociaal pedagogisch werker of sociaal pedagogisch hulpverlener een voorbehouden handeling uitvoeren?

Ja, mits aan de wettelijke voorwaarden rond bekwaamheid en zorgvuldigheid is voldaan. Hoewel degene die de voorbehouden handeling uitvoert, bekwaam moet zijn, stelt de wet geen eisen aan de wijze waarop deze bekwaamheid is verworven. Dit kan dus ook door bij- en nascholing, vaardigheidstraining of door het meerdere malen onder toezicht uitvoeren van de handeling. Degene die de handeling uitvoert, moet bekwaam zijn naar het oordeel van de persoon zelf en van de opdrachtgever. Degene die de handeling uitvoert, blijft hier zelf voor verantwoordelijk.

Een diploma van een wettelijk erkende opleiding in de gezondheidszorg is dus geen voorwaarde en ook geen garantie voor bekwaamheid.
Risicovolle handelingen

Voorbehouden handelingen zijn risicovolle handelingen, maar risicovolle handelingen zijn niet altijd voorbehouden. Ook een cliënt separeren of isoleren kan risicovol zijn, maar deze handelingen zijn niet voorbehouden.


Zorginstellingen en risicovolle handelingen

De Kwaliteitswet Zorginstellingen stelt dat iedere zorginstelling garant dient te staan voor verantwoorde zorg. Voor zorginstellingen is het dan ook van belang goede afspraken te maken over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beroepsbeoefenaren; zeker wanneer er sprake is van voorbehouden (risicovolle) handelingen. Belangrijk is dat zij hiertoe zorgvuldige procedures en protocollen ontwikkelen. Een bekwaamheidsregeling (bekwaamheidsverklaring) kan hier deel van uit maken.


Meer informatie

Een handig en onmisbaar boekje wanneer het gaat om risicovolle handelingen is het boekje Onder Voorbehoud (zie 3.4. Publicaties). Voor meer informatie over de Wet BIG en over de Kwaliteitswet Zorginstellingen kunt u ook terecht bij ABVAKABO FNV, bijvoorbeeld via de website: www.abvakabo.nl




CAO-afspraken

Bij elke CAO-ronde kunnen nieuwe of gewijzigde afspraken over leerling-werknemers en stagiairs worden gemaakt. Tot voor kort was de rechtspositie van leerling-werknemers slechts voor een deel van de gehandicaptensector geregeld. In 2000 is daar verandering in gekomen. Ter illustratie staan in afbeelding 1.3.b de belangrijkste afspraken uit de CAO 2001-2002. Daarin valt op dat naast de rechtspositie van leerling-werknemers ook die van stagiairs is geregeld. Nu daarmee de kosten en verantwoordelijkheden voor de opleiding van leerling-werknemers en stagiairs zijn toegenomen, neemt ook het belang van efficiënte en effectieve opleidingstrajecten toe.

Daarnaast kent de CAO voor het zittende personeel bepalingen onder de noemer Persoonlijke ontwikkeling. Een van de afspraken is dat werknemers minimaal elke vijf jaar recht hebben op een loopbaanadvies. Samen met de afspraken over scholing van zittend personeel kunnen de uitkomsten van het loopbaanadvies van betekenis zijn bij de verdere scholing van medewerkers.

Afbeelding 1.3.b CAO-gehandicaptenzorg 2001-2002
Wat zijn voor vindingrijk opleiden de belangrijkste afspraken over leerling-werknemers en stagiairs in de CAO?
Bepalingen voor leerling-werknemers en stagiairs


  • Leerlingen zijn werknemers die in het kader van de Beroepspraktijkvorming (BPV), van de beroepsbegeleidende leerweg of duale leerweg van een beroepsopleiding zoals bedoeld in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) een leer-arbeidsovereenkomst hebben.

  • De werkgever dient de gewenste formatie van leerlingen te bepalen op basis van een deugdelijke methode. Als voorbeeld wordt ZorgFormat genoemd.

  • Een organisatie met meer dan 100 FTE's is verplicht ten minste 2% leerlingen in zijn formatie op te nemen.

  • Voor leerlingen die een beroepsopleiding op niveau 2, 3, 4 of 5 volgen, geldt na indiensttreding een salaris dat per praktijkleerjaar wordt verhoogd. Voor leerlingen die een opleiding volgen op HBO-niveau (niveau 5) kan hiervan worden afgeweken.

  • Voor de volgende situaties kan de werkgever met de ondernemingsraad een regeling treffen om voor leerlingen van 21 jaar of ouder voor de duur van de opleidingsperiode een hogere salariëring overeen te komen:

• de leerling heeft al een voor de functie relevant diploma beroepsonderwijs;

• er bestaat een arbeidsmarktknelpunt in de regio voor de betreffende functies;

• een leerling is aan te merken als herintreder.


  • Zakgeld als sprake is van een beroepsvoorbereidende periode. In het kader van deeltijd- of verkorte opleidingstrajecten kan van de lengte van deze periode worden afgeweken.

  • Opleidingsvormen die afwijken van het standaardmodel voor de opleiding worden overeengekomen tussen de zorginstelling en de onderwijsinstelling en vervolgens in de overeenkomst met de leerling bevestigd.

  • De werkgever is verplicht in overleg met de ondernemingsraad / personeels­vertegenwoordiging een regeling vast te stellen voor de faciliteiten van leerlingen. Voorbeelden van onderwerpen voor de regeling: verstrekken van leermiddelen, verstrekken van renteloze lening in de Beroepspraktijkvorming (BVP) en de norm voor het aantal praktijkbegeleiders.

  • Stagiairs: de werkgever dient in overleg met de ondernemingsraad voor stagiairs een regeling te treffen waarin in elk geval een stagevergoeding en de wijze van begeleiding dienen te zijn opgenomen. Deze regeling geldt zowel voor MBO-niveau als voor HBO-niveau.

  • Partijen bij deze CAO bevelen aan een stagevergoeding overeen te komen. Hierin zou in elk geval aandacht besteed moeten worden aan de vergoeding van reiskosten en telefoonkosten. Verder bevelen CAO-partijen aan om een aansprakelijkheidsverzekering voor stagiairs af te sluiten.


Bepalingen persoonlijke ontwikkeling

  • De werkgever stelt in overleg met de ondernemingsraad of personeels­vertegenwoordiging het persoonlijke ontwikkelingsbeleid van werknemers in de instelling vast. Voor de uitvoering van het beleid geldt per werkgever een budget van ten minste 0,2% van de loonsom.

  • Elke werknemer die structureel in de sector Gehandicaptenzorg werkzaam is, heeft één keer per vijf jaar recht op een loopbaanadvies. Van het loopbaanadvies wordt schriftelijk verslag gedaan.

  • De werkgever stelt in overleg met de ondernemingsraad of personeels­vertegenwoordiging het scholingsplan voor de instelling vast. Daarin wordt een relatie gelegd tussen de strategie van de organisatie, informatie uit de loopbaanadviezen en de beschikbare middelen voor de uitvoering van het scholingsplan (jaarlijks minimaal 0,8% van de loonsom).

  • Het scholingsplan bevat een regeling studiekosten en studieverlof. In deze regeling wordt ten minste aandacht besteed aan:

• opleidingen die in opdracht van de werkgever gevolgd worden;

• kosten die voor vergoeding in aanmerking komen;

• terugbetaling van reeds verstrekte vergoedingen;

• tijd waarvoor studieverlof wordt verleend.



  • Voor opleidingen die in opdracht van de werkgever worden gevolgd, geldt dat alle kosten worden vergoed, en dat de tijd die nodig is voor de lessen en examens als werktijd wordt aangemerkt.



1.4. De arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt kenmerkt zich de laatste jaren door een toenemende krapte. Zelfs nu de economische groei van de afgelopen jaren is getemperd, mogen we verwachten dat zonder extra maatregelen voor alle instellingen in de gehandicaptensector een personeelstekort geldt of dreigt. Daar zijn meerdere verklaringen voor te geven. Wij noemen er vier:

  • De omvang van onze beroepsbevolking neemt af door de ontgroening en de vergrijzing. Hierdoor neemt de vervangingsvraag toe.

  • De zorgsector heeft te maken met concurrentie van andere sectoren die eveneens om personeel verlegen zitten.

  • Het aantal zorgvragers stijgt.

  • Er is een ambitie om de wachtlijsten aanzienlijk te laten krimpen.

Het voorgaande maakt duidelijk dat het voorkomen en oplossen van personeelstekorten in de gehandicaptensector extra maatregelen en inspanningen vraagt. Waar liggen aanknopingspunten?



  • Nu de aanwas niet meer uitsluitend van schoolverlaters kan komen, neemt het belang van andere doelgroepen, zoals herintreders en zij-instromers, toe. Zo kan goed inspelen op de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland een bijdrage leveren aan het voorkomen en oplossen van personeelstekorten.

  • Het is zaak mensen zo snel en zo goed mogelijk inzetbaar te maken en te kwalificeren en daarbij optimaal gebruik te maken van hun reeds verworven competenties. Dat vraagt om flexibilisering van het aanbod van opleidingen, zowel qua inhoud en programmering als qua organisatie.

  • Een andere ontwikkeling is dat de personele mobiliteit op de arbeidsmarkt toeneemt. Nog niet zo lang geleden was het heel normaal om je loopbaan te eindigen bij de organisatie waar je startte. Tegenwoordig komt het voor dat mensen zich verontschuldigen als ze ergens al meer dan 25 jaar werken. Daarnaast is een toenemende belangstelling voor de zorg merkbaar bij mensen die een baan zoeken die tegemoet komt aan hun veranderde loopbaanwensen. Zaken als vrije tijd en iets voor anderen willen betekenen, worden door steeds meer mensen belangrijker gevonden dan veel geld verdienen. Daar ligt een kans voor de gehandicaptensector. Vaak beschikken deze mensen al over de nodige competenties, die echter op het eerste gezicht niet zijn af te leiden uit hun diploma’s en werkervaring.

  • Naast aandacht voor instroom van nieuwe medewerkers, is het van belang de huidige medewerkers te behouden voor de zorg. Uit onderzoek blijkt dat een belangrijke reden voor het vertrek van medewerkers uit de zorg te maken heeft met het gebrek aan loopbaanperspectief. Opleiden kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van dit perspectief.



1.5. Kenmerken van het beroepsonderwijs
Onder meer de krapte op de arbeidsmarkt en de ideeën over een leven lang leren hebben de afgelopen jaren een enorme impuls gegeven aan de flexibilisering van opleidingstrajecten. Procedures voor de erkenning van verworven competenties (EVC-procedure en intake-assessment), verkorte opleidingen, flexibele onderwijsmethoden, mengvormen van de beroepsbegeleidende en beroepsopleidende leerweg (MBO-niveau) en duale, deeltijd- en dagopleidingen in het HBO komen steeds vaker voor. In Deel 2 kunt u lezen hoe hier op verschillende plaatsen al invulling aan wordt gegeven. In deze paragraaf vindt u de achtergrondinformatie over het wettelijke kader en de speelruimte van het beroepsonderwijs. De volgende onderwerpen komen aan bod:

  • kwalificatiestructuur;

  • deelkwalificaties en vrije ruimte in het middelbaar beroepsonderwijs;

  • vrije ruimte in het hoger beroepsonderwijs;

  • belang van competenties en doorstroommogelijkheden;

  • bekostiging van het beroepsonderwijs.


Kwalificatiestructuur

Het beroepsonderwijs in Nederland bestaat uit het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en het hoger beroepsonderwijs (HBO). Met de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) in 1996 is het beroepsonderwijs op een aantal punten ingrijpend veranderd. De WEB kent een voorgeschreven zogenoemd format voor de indeling in kwalificaties (opleidingen) en deelkwalificaties in een bepaalde sector van opleidingen. Dit wordt de kwalificatiestructuur genoemd.

In tegenstelling tot de WEB schrijft de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) niet voor een landelijke kwalificatiestructuur te ontwikkelen. Dankzij de commissie kwalificatiestructuur en het Platform kwalificatiebeleid Zorg en Welzijn kennen de HBO-opleidingen Verpleegkunde, Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD) toch landelijke opleidingsprofielen, die gebaseerd zijn op door het werkveld erkende kwalificaties en competenties.

Vanaf september 2002 kent het HBO het stelsel van bachelor- en masteropleidingen. De genoemde opleidingen op niveau 5 zijn in dit stelsel bacheloropleidingen. Voor meer informatie kunt u terecht bij de HBO-raad.


Ingrijpende veranderingen voor de gehandicaptensector waren vooral de start van het samenhangende stelsel van opleidingen voor verplegende en verzorgende beroepen in 1997 (V&V) en dat voor sociaal-agogische beroepen in 1999 (SAW). Deze kwalificatiestructuren voor het MBO zijn uitgewerkt door de OVDB, het landelijk orgaan beroepsonderwijs voor de gezondheidszorg, dienstverlening, welzijn en sport.
Terwijl het stelsel V&V uit 1997 in vergelijking met de opleiding tot Z-verpleegkundige voor veel instellingen aan herkenbaarheid voor de gehandicaptensector heeft ingeleverd, is het stelsel SAW voor het eerst gebaseerd op door de gehandicaptensector gelegitimeerde profielen. Een voorbeeld van een zichtbaar effect daarvan is de differentiatie Gehandicaptenzorg in de opleiding SPW-3.
In afbeelding 1.5.a vindt u een overzicht van de opleidingen uit de stelsels V&V en SAW.


Afbeelding 1.5.a Overzicht van de opleidingen uit de stelsels V&V en SAW


Soort onderwijs

Sociaal Agogisch Werk

(SAW)

Verpleging & Verzorging


Kwalificatie- niveau

Reguliere studie-duur



Hoger Beroeps Onderwijs

Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH)



Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

(MWD)

Verpleegkundige (HBO-V)


differentiatie: zorgvragers met psychiatrische ziekten en gehandicapten

5


4 jaar




Middelbaar Beroeps

Onderwijs

Sociaal Pedagogisch Werker -4 (SPW-4)


differentiaties: woonbegeleiding en

activiteitenbegeleiding


Verpleegkundige


differentiatie: zorgvragers met psychiatrische ziekten en gehandicapten

4

4 jaar

Sociaal Pedagogisch Werker -3

(SPW-3)


differentiatie: gehandicapten-zorg

Sociaal Dienstverlener (SD)

Verzorgende


differentiatie:chronisch zieken, accent op beperking i.v.m. handicap

uitstroomvariant: individuele gezondheidszorg (IG);


3

3 jaar



Helpende Welzijn




Helpende


2


2 jaar



n.v.t. Zorghulp


1


1 jaar



  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina