Vormselcatechese voor groep 8 van de Basisschool



Dovnload 279.29 Kb.
Pagina1/5
Datum21.08.2016
Grootte279.29 Kb.
  1   2   3   4   5
Vormselcatechese

voor groep 8 van de Basisschool


Parochie Lumen Christi

Noord-Oost Twente



be- GEEST -erd door


VORMSEL

Coen C.M. Hamers M.Sc.




Inhoud
Schema dagen en tijdstippen
Inleiding 1
Voorbereidende ouderavond op school 2
Thema 1 Gods Woord, de Bijbel 3
Thema 2 God, onze Vader en onze Schepper 11

Thema 3 Jezus van Nazareth, wat deed en wat zei Hij? 21

Thema 4 Gods Heilige Geest; de geest die in jou leeft 29
Thema 5 Geloof en vertrouwen 39
Thema 6 Vormselsymbolieken 47
Thema 7 Voorbeelden, roeping en afronding 59
Bijlagen:
Vragen aan de vormheer 65
Mijn vormselcontract 68
Op mijn vormselfeest kwamen 69

© 2012-2013 C.C.M. Hamers M.Sc.



INLEIDING
Dit lees- en werkboek is bestemd als voorbereiding op het sacrament van het Vormsel in de parochie Lumen Christi. Lumen Christi betekent: Licht van Christus.
De voorbereiding op het vormsel is een zaak van vormelingen, ouders, scholen en parochie en kan alleen maar slagen als iedereen zijn/haar steentje daaraan bijdraagt. Het is daarom van belang dat, naast de voorbereiding op de school, vormelingen én ouders de nodige tijd en aandacht besteden aan praten, werken en verdiepen thuis. Ook vanuit de parochie zal begeleiding en ondersteuning geboden worden door pastores en vrijwillige begeleiders.

Door in de toekomst, indien mogelijk, uit te gaan van één concept is een actieve inzet van hen voor de totale parochie beter mogelijk.


Voor de thema’s is een indeling gekozen van schoolactiviteit, catechetische begeleiding en huiswerkopdrachten voor ouder(s) en kind samen.

Dat laatste is heel belangrijk, omdat de rol van de ouders in dit proces van geloofsoverdracht essentieel is.


De basis voor het christelijk geloven is het Woord van God, zoals dat in de Bijbel tot ons is gekomen. Een bijbel mag daarom ook in een katholiek gezin, thuis, niet ontbreken. De bijbel is om te lezen, te bidden (psalmen), te overwegen en om te leren. Daarom wordt een apart hoofdstuk gewijd aan de indeling van de katholieke bijbel en wordt van de vormelingen verwacht en gevraagd een minimaal overzicht van de bijbelse boeken van buiten te leren.
Coen C.M. Hamers MSc.

VOORBEREIDENDE OUDERAVOND OP SCHOOL
SACRAMENTEN
Op de ouderavond op school wordt gesproken over sacramenten in het algemeen en het vormsel in het bijzonder. Thema’s die aan de orde komen zijn:


  • Welkom en inleiding door een vertegenwoordiger van het parochiebestuur.




  • Inleiding door de begeleiders van het vormselproject:

    • Bijbellezingen over het ontmoeten van God en Zijn Geest (1 Kon 18, ;Hand. 2, 1 - 4).

    • Sacramenten

      • Een sacrament is een bijzondere genade van God voor ons mensen. Een sacrament is een ontmoeting van God met de/een mens.

      • Er zijn 7 sacramenten, want zeven is een volmaakt getal. Sacramenten bestaan uit rituelen en middelen (water, olie, etc.)

        • Doop

        • Eucharistie

        • Vormsel

        • Boete en verzoening

        • Huwelijk

        • Ambt (priester, diaken)

        • Ziekenzalving.

    • De Heilige Geest

    • Leeftijd van vormelingen

    • Vormselvoorbereiding

    • Vormselviering

    • Na het Vormsel?




  • (Schoolpraktische punten door een van de leerkrachten).



THEMA 1
HET WOORD VAN GOD, DE BIJBEL
Er is een heel oud boek. Wel minstens 2500 jaar oud. Zo’n boek is natuurlijk apart, maar niet echt bijzonder. Al sinds de mensen konden praten zijn ze grote verhalen aan elkaar gaan doorgeven. Eerst door ze gewoon van buiten te leren en het dan weer verder te vertellen. Later, toen ze leerden schrijven en lezen, zijn ze die verhalen op gaan schrijven. Voor dat opschrijven gebruikten ze allerlei materiaal. De Babyloniërs schreven op plakjes klei, die ze daarna droogden en bakten. Daarvan worden in Syrië, Iran en Irak nog steeds tienduizenden gevonden. De Egyptenaren en wat later de Grieken gebruikten een soort papier. De stengels van een speciale rietsoort bij de Nijl, de Cyperus Papyrus, klopten ze met water kapot. De draden vlochten ze tot matjes en vervolgens schuurden ze het gedroogde vel glad. Dan kon je er goed op schrijven. Ze noemden dat ‘papyrus’. Snap je dan waarom wij dat ‘papier’ noemen?

In een droog klimaat als in Egypte, kon je dat papier goed bewaren. Zelfs nu worden nog duizenden jaren oude velletjes papyrus gevonden. De Grieken noemden dat papyrus: βιβλια (spreek uit: biblia). Onze woorden bijbel en boek zijn daarvan afgeleid!


Verhalen

Mensen schreven dus om dingen vast te leggen.

Een heel oud verhaal, nog op kleitabletten geschreven, is het Gilgamesj-epos. Het is tussen de 4600 en 4100 jaar oud! De Grieken schreven de spannende avonturen van hun held Odysseus op, op het gymnasium (VWO) leer je dat lezen en vertalen. De Babylonische koningen lieten hun ambtenaren wetten en allerlei gegevens vastleggen: tabletten met ‘spijkerschrift’.
Het Joodse volk

Al die verhalen werden rondverteld en gelezen in de ‘beschaafde’ wereld van toen. Ook bij een volk, dat leefde in het gebied tussen Afrika en Azië, rond de rivier de Jordaan aan de Middellandse Zee. Dat volk had een heel apart geloof. Anders dan de andere volken geloofden ze in één God. Een God, die het beste met hen bedoelde. Geen God, die als al die andere goden een of andere onbegrepen kracht uit de natuur voorstelde (wind, water, zon, aarde), maar een God die mensen op weg helpt en de goede leefrichting aan geeft.

Ze vertelden de geschiedenis van hun volk en wetten van die God aan elkaar door en uiteindelijk schreven ze de verhalen op: de Tanach.

Ze waren ervan overtuigd, dat hun God hen op een bijzondere manier hielp, die verhalen op te schrijven om hen te helpen te leven, zoals hun God dat bedoeld had. Ze beschouwden zichzelf daarbij als het uitverkoren (door God bevoorrechte) volk.

Je mag zeggen dat de schrijvers be-geest-erd waren door God.
Naar het Griekse woord βιβλια zijn wij die verhalen uiteindelijk bijbel gaan noemen.

Het Oude of Eerste Testament, Joodse Tanach, christelijke Septuagint.
Het Joodse volk kende uiteindelijk wel 66 boeken. Ze noemden dat de TaNaCH: het onderricht (Tora), profeten (Nebiim) en geschriften (Chetoebim).

Het belangrijkst waren de vijf eerste boeken: de Tora of wet of onderricht of leidraad. Een verhaal waartoe of waarom wij mensen op deze aarde zijn.

Een vertellend, uitleggend verhaal, geen aardrijkskunde of geschiedenisles. Een verhaal, hoe de schrijver denkt, dat ‘zijn God’ dat bedoeld heeft.

Christenen delen de verhalen iets anders in dan de Joden. Bij ons zijn de boeken van de TaNaCH de volgende:


(Leer de namen van de vet-gedrukte boeken van buiten!)


Wetboeken (Tora of Pentateuch)

Genesis

(scheppingsverhalen)



Exodus

(uittocht en wet van Mozes)



Leviticus

(boek van/voor de priesters)



Numeri

(tocht door de woestijn en volkstellingen)



Deuteronomium

(tweede, vernieuwde wet van Mozes)


Historische Boeken

Jozua (verovering van Israël)

Rechters (tijd vóór de koningen)

Ruth


1 en 2 Samuel (profeet Samuel en de komst van de koningen Saul en David)

1 en 2 Koningen (einde van koning David tot de Babylonische ballingschap en profeet Elia)

1 en 2 Kronieken (1: korte beschrijving Adam tot en met David; 2: van Salomon tot de verovering van Jeruzalem door de Babyloniërs)

Ezra (1e vervolg Kronieken)

Nehemia (2e vervolg Kronieken)

Tobit *


Judit *

Ester


1 en 2 Makkabeeën *

Poëtische Boeken

Job


Psalmen

Spreuken


Prediker

Hooglied


Wijsheid *

Wijsheid van Jezus Sirach *


Profeten

Jesaja


Jeremia

Klaagliederen

Baruch *

Ezechiël


Daniël
Kleine Profeten

Hosea


Joël

Amos


Obadja

Jona


Micha

Nahum


Habakuk

Sefanja


Haggai

Zacharia


Maleachi



Nieuwe of Tweede Testament, over Christus en zijn volgelingen.
Langzamerhand ontstond het idee, dat God er was voor iedereen.

Maar vanwege Israël’s bijzondere rol zou God iemand sturen, waarvan in de Tanach al veel verteld was: een Messias. Die Messias was een bijzondere persoon, die de wereld zou veranderen in de richting van Gods bedoeling.

Messias betekent gezalfde (Χριστος : christos in het Grieks).

Wij, christenen, protestanten en katholieken, geloven dat Jezus van Nazareth die Messias is en dat Hij de Zoon van God is. In de komende thema’s gaan we daar verder op in.


Belangrijk is het om te weten, dat Jezus rondging in Israel om iedereen te vertellen, dat Hij namens God een bijzondere boodschap had te vertellen: het in het Eerste Testament beloofde koninkrijk van God is gekomen.

Later waren er een aantal schrijvers die dat hebben opgeschreven: Goed nieuws noemden zij hun verhaal: met een Grieks woord: ευαγγέλιον (euangelion). Wij spreken ook wel van ‘de blijde boodschap’. Vervolgens hebben leerlingen van Jezus daar brieven over geschreven. Al die boeken bij elkaar noemen wij het Nieuwe of Tweede Testament:




Evangeliën

Matteüs

(voor griekstalige Joden)



Marcus

(niet-Joodse (Romeinse?) doelgroep)



Lucas

(voor Griekstalige niet-Joden)



Johannes
Handelingen van de Apostelen

Geschiedenis van de eerste Christenen


Brieven van Paulus

Romeinen


1 en 2 Korintiërs

Galaten


Efeziërs

Filippenzen

Kolossenzen

1 en 2 Tessalonicenzen

1 en 2 Timoteüs

Titus


Filemon

Hebreeën
Brieven van andere apostelen

Jakobus

1 en 2 Petrus



1, 2 en 3 Johannes

Judas
Apocalyps

Openbaring van Johannes
ISBN: 97890 6173 849 7
Prijs: € 39,50

(ook in grote letter uitvoering of schooluitgave)

ook digitaal te bestellen: www.adveniat.nl/webwinkel



Vragen

Hebben jullie thuis een bijbel? Wat voor een?

Lezen jullie of jullie ouders daar wel eens in?

Kennen jullie verhalen uit de bijbel?

Beteken die getallen in de tekst iets?
Vormsel

Wij gaan ons voorbereiden op het vormsel. Daar is heel veel over te vertellen. De volgende weken gaan we dat doen. Daarbij gebruiken we ook teksten uit de bijbel: om te lezen en om ervan te leren.



THUISOPDRACHT (samen met je ouders maken!)
bladzijde 7 t/m bladzijde 9

Thuisopdracht BIDDEN (Thema 1, werkblad 1)
God spreekt tot ons door de bijbel. Als wij praten met God noemen we dat bidden. In de bijbel leert Jezus Christus ons een gebed. Je kent het vast wel. Het komt twee keer voor: een keer bij Lucas en een keer bij Matteüs. De laatste is ons het best bekend.

Bidden is praten met/tot God”. Jezus leert ons een voorbeeld:


Lucas 11, 1-4

11 1 Eens was Hij ergens aan het bidden. Toen Hij opgehouden was, vroeg een van zijn leerlingen Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’ 2 Hij zei tegen hen: ‘Wanneer je bidt, zeg dan:

Vader,

uw naam worde geheiligd,



uw koninkrijk kome;

3 geef ons elke dag het nodige° brood

4 en vergeef ons onze zonden,

want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is,

en breng ons niet in beproeving.’

Matteüs 6, 6-15

6 6 Maar als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. 7 Gebruik bij het bidden geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want die menen dat ze vanwege hun talrijke woorden verhoord zullen worden. 8 Neem daar geen voorbeeld aan, want jullie Vader weet wat je nodig hebt, voordat je het Hem vraagt. 9 Jullie moeten zo bidden:

Onze Vader in de hemel,

uw naam worde geheiligd,



10 uw koninkrijk kome,

uw wil geschiede,

op aarde zoals in de hemel.

11 Geef ons vandaag het nodige brood,

12 en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij hebben vergeven wie schulden heeft bij ons.



13 En breng ons niet in beproeving°,

maar red ons van het kwaad.



14 Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. 15 Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
Bidden doe je overal: thuis, op school of in de kerk. Maar ook buiten in de natuur kun je heel goed bidden. Het beste is van het bidden een vaste gewoonte te maken. Op werkblad 1 vind je de huidige tekst van ons Onze Vader. Probeer de daar gestelde vragen eens samen te beantwoorden.

handtekening van jezelf


handtekening van je vader


handtekening van je moeder




THEMA 1 WERKBLAD 1 (thuisopdracht) Beantwoord samen met je ouders de vragen.
Onze Vader, die in de hemel zijt,

Waar is de hemel?



Uw Naam worde geheiligd,

Hoe moet ik ‘heiligen’?



Uw Rijk kome,

Rijk, klinkt dat niet erg naar geweld?



Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Wordt ik door God dan helemaal wil-loos gemaakt?



Geef ons heden ons dagelijks brood

Hoe ziet dat dagelijks brood eruit in Afrika?



en vergeef ons onze schuld,

Wat is dat: schuld?



zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

En als ik dat nou eens helemaal niet wil?



En leid ons niet in bekoring,

Dan wordt zeker alles verboden wat de boel leuk maakt?



maar verlos ons van het kwade.

Bestaat “het Kwade” dan echt wel?


Want van U is het koninkrijk en de kracht en

Waar is dan die kracht van God bij ziekten als kanker of Aids?



de heerlijkheid in eeuwigheid.

Wat moet ik me voorstellen bij eeuwig?



Amen.

Wat betekent eigenlijk Amen?



Bidden jullie thuis ook wel eens? Waarom (niet)?

Waarom zou je bidden voor het eten?
THEMA 2
GOD, ONZE VADER EN ONZE SCHEPPER
Lezen uit de bijbel



Genesis (Schepping) 1, 26-28; 2, 4-7

1 26 En God zei: ‘Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.’ 27 En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. 28 God zegende hen, en God sprak tot hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over

de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.’

2 4 Toen de HEER God aarde en hemel maakte, 5 waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want de HEER God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen, 6 om het water uit de aarde omhoog te halen en de aardbodem te bevloeien. 7 Toen boetseerde de HEER God de mens uit stof dat Hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen.



Op school
Het vormsel

Het woord vormsel komt uit het Latijnse firmare en betekent “zeker maken, sterk maken, duurzaam maken, bevestigen”. Vroeger kenden we ook het werkwoord “vromen” (= sterk maken) gebruikt. Het vormsel maakt je “vroom” of “ferm”, sterk en dapper of duurzaam. We kennen het in die betekenis nog in de tekst van het 6e couplet van het Wilhelmus.



Mijn schild ende betrouwen

zijt Gij, o God, mijn Heer,

op U zo wil ik bouwen,

verlaat mij nimmer meer.

Dat ik toch vroom mag blijven,

Uw dienaar t’ aller stond,

die tirannie verdrijven,

die mij mijn hart doorwondt.
Tegenwoordig denk je natuurlijk ook makkelijk aan het woord vormen: een vorm geven aan.
Mensen vormen mensen

Elf, twaalf, misschien wel dertien jaar geleden keken je ouders naar je uit en richtten een plaatsje voor je in. Je werd geboren en je kreeg je naam. Iedereen kwam naar je kijken en iedereen vond je mooi. Iedereen sprak voor jou de wens uit, dat je een gelukkig mens zou worden.


Je lachte voor het eerst. Zo klein als je was, toch was het een lach van herkenning naar de mensen die bij je horen en van je houden. Zo klein als je was, had je al ontdekt, dat een mens zonder liefde niet kan leven.
Je werd gedoopt, omdat je ouders wilden dat je werd opgenomen in de kerk, de gemeenschap van mensen, die geloven in God en proberen te leven als Jezus Christus.
Je leerde lopen, met vallen en opstaan en altijd was er wel een hand om je aan vast te houden en een kus als je jezelf pijn had gedaan. Je leerde praten: “mama” en “papa” en “lekker” en “ik”.Voor alles wat belangrijk was ontdekte je de woorden en dat gaat nog steeds door.
Voor sommigen van jullie waren er broertjes en zusjes om mee te spelen en om ruzie mee te maken, maar ook om te voelen dat je bij elkaar hoort. Er waren opa’s en oma’s, die blij waren als ze je zagen. Er waren buren, vriendjes en vriendinnetjes. Je ontdekte dat er mensen waren, die anders deden en dachten dan je thuis gewend was. Je leerde ervan.
Je ging naar school. Je leerde knippen, vouwen en plakken. Je probeerde een spreekbeurt te houden, je deed mee aan het schoolvoetbaltoernooi, en vooral kwam je er elke dag een massa mensen tegen, volwassenen en kinderen.

Je leerde rekening te houden met elkaar, je leerde voor elkaar op te komen, je leerde trouw, vriendschap en eerlijkheid. En ook al lukten al die mooie dingen jou niet altijd, je ontdekte dat ze bestonden en dat het goede dingen waren. Dat je er voor kon kiezen en dat je ze kon proberen te doen.


Door al die mensen die met jou te maken hadden, door al die dingen die je leerde en meemaakte werd je gevormd tot wie je nu bent: elf, twaalf of dertien jaar en dat is de moeite waard.
Nog maar zo’n zelfde tijd erbij en je bent al ouder dan twintig jaar, misschien verliefd, getrouwd, misschien al kinderen, een huis, een auto of een baan.
Kortom je bent een mens.
God

God heeft ons gemaakt. Dat is een lang proces geweest. De bijbel vat dat samen in zes dagen, want op de zevende “rustte” God uit. Daar komt onze zondag vandaan! God maakte de mens mannelijk en vrouwelijk: samen een complete mens.


Weten jullie eigenlijk hoe God eruit ziet?

Hoe kun je dat weten?


Sacramenten

Het vormsel is een sacrament. Net als het doopsel. Bij je eerste heilige communie heb je kennis gemaakt met het sacrament van de Eucharistie. Je ouders weten er vast nog meer.


Maar wat zijn sacramenten nu eigenlijk?

Eigenlijk zijn het tekens van Gods liefde en zorg en vriendschap voor jou. God geeft je die liefde en zorg en vriendschap zomaar. Helemaal gratis, voor niets. Met een deftig woord noemen we dat genade. Met een sacrament komt God eigenlijk heel dicht bij je.

In de Rooms Katholieke kerk kennen we (sinds ongeveer het jaar 1000) zeven sacramenten.
Het eerste sacrament is het sacrament van het doopsel.

Jezus had tegen zijn leerlingen gezegd:’Als er mensen naar jullie toekomen, die net zo willen leven als Ik, doop ze dan met water in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’. Steeds meer mensen wilden dit en lieten zich dopen; ze werden als het ware lid van ‘de club van Jezus’, ook wel ‘de kerk’ genoemd. In onze tijd worden mensen vaak al gedoopt als baby. De ouders hebben dan de wens dat hun kind gaat leven zoals Jezus het heeft voorgedaan en ze vragen God hun kind hierbij te helpen. Door het doopsel wordt hun kind dan officieel opgenomen in de kerk. Wanneer je als baby niet gedoopt bent kan dat altijd nog op latere leeftijd.


Het tweede sacrament is het sacrament van de eucharistie.

‘Eucharistie’ betekent dank zeggen. Tijdens het laatste avondmaal dankte Jezus God voor het brood en de wijn, dat hij onder zijn vrienden verdeelde. Jezus zei toen dat ze die maaltijd moesten blijven houden als Hij er niet meer was. Dat deden ze en ze merkten dat Jezus dan heel dicht bij hen was. Nu vieren we nog altijd de eucharistie in een heilige mis tijdens de consecratie als de priester ook zegt: “Blijf dit doen om Mij te gedenken”. B ij de communie ontvangen we de hostie en soms een slokje wijn. We geloven dat Jezus door de communie op een heel bijzondere manier bij ons is en ons kracht geeft.


Het derde sacrament is het sacrament van het vormsel.

De bisschop (of zijn plaatsvervanger) dient het vormsel toe. Hij legt de vormeling de handen op en zalft hem of haar met gezegende olie (het chrisma). We bidden dat de heilige Geest, door Jezus de Helper of de Trooster genoemd, mag komen en dat deze Geest van God de vormeling als het ware helemaal mag doordringen. We geloven dat dit de vormeling kracht zal geven om zijn of haar taken in het leven goed te kunnen volbrengen en om te leven zoals Jezus het heeft voorgedaan. Je kunt altijd bidden om de kracht van de heilige Geest. Maar tijdens de vormselviering doen we dat op een wel heel bijzondere manier.


Het vierde sacrament is het sacrament van boete en verzoening, de biecht.

Het lukt niet altijd om te leven zoals God dat van ons vraagt. Maar als we fouten maken en daar spijt van hebben dan mogen we God altijd weer om vergeving vragen. Een van de taken van een priester is om mensen daarbij te helpen. Vroeger kon je je fouten opbiechten in een ho(e)kje in de kerk: het biechthokje of de ‘biechtstoel’. Tegenwoordig zijn deze hokjes als bergruimtes in gebruik en kom je gewoon in de spreekkamer van de pastor. Wanneer je veel ‘op je hart’ hebt, dan kan het fijn zijn wanneer een priester naar je luistert en je in Jezus’ naam mag vergeven. Wat je bij een priester opbiecht beschouwt hij als een geheim: hij mag en zal er dus nooit met iemand over praten.



  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina