Vraag: Wie zijn de 144. 000 uitverkorenen? Is dit de vrouw uit Openbaring 12 die gedurende 1260 dagen buiten het gezicht van de antichrist verblijft? Antwoord



Dovnload 13.49 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte13.49 Kb.
Vraag:

Wie zijn de 144.000 uitverkorenen? Is dit de vrouw uit Openbaring 12 die gedurende 1260 dagen buiten het gezicht van de antichrist verblijft?



Antwoord:

Heel hartelijk bedankt voor uw mailtje met de vraag wie de 144.000 uitverkorenen zijn, waar in het laatste Bijbelboek Openbaringen over wordt gesproken. Weet u, daarover heerst nogal vaak onkunde en daarom zijn de meningen sterk verdeeld. Volgens sommigen zijn het de leden van het wachttorengenootschap (de “getuigen”, je weet wel) en volgens anderen zijn het de gelovige Israëlieten die volgens Openbaring 12:13-14 gedurende 3 ½ jaar buiten het gezicht van de antichrist verblijf zullen houden omdat zij de 144.000 verzegelden uit de 12 stammen van Israël genoemd worden. Dat laatste klopt wel, zij zijn inderdaad allemaal uit de 12 stammen van Israël, maar de 144.000 zijn beslist niet identiek aan de vrouw uit Openbaring 12, die immers al vóór de grote verdrukking door G’d in veiligheid wordt gebracht buiten het gezicht van de antichrist (zie hiervoor mijn bijbelstudie nr. 087 over de Acharit haYamim [de laatste dagen], waar ik uitvoerig hierop inga), terwijl de 144.000 midden in de verdrukking zullen blijven en juist daarom de verzegeling hard nodig hebben. Laten wij derhalve de teksten uit Chizayon [Openbaringen], waarin de 144.000 worden genoemd, nauwkeurig bestuderen en hieruit onze conclusies trekken:


“Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, of over de zee, of over enige boom. En ik zag een andere engel opkomen van de opgang der zon, hebbende het zegel van de levende G’d; en hij riep met luider stem tot de vier engelen, aan wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen, en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze G’d aan hun voorhoofd verzegeld hebben. En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen Israëls. Uit de stam Yehuda [Juda] twaalfduizend verzegelden, uit de stam R’uven [Ruben] twaalfduizend uit de stam Gad [Gad] twaalfduizend, uit de stam Asher [Aser] twaalfduizend, uit de stam Naf’tali [Naftali] twaalfduizend, uit de stam M’nashe [Manasse] twaalfduizend, uit de stam Shim’on [Simeon] twaalfduizend, uit de stam Levi [Levi] twaalfduizend, uit de stam Yisas’char [Issakar] twaalfduizend, uit de stam Zevulon [Zebulon] twaalfduizend, uit de stam Yosef [Jozef] twaalfduizend, uit de stam Bin’yamin [Benjamin] twaalfduizend verzegelden. Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze G’d, die op de troon gezeten is, en van het Lam! En al de engelen stonden rondom de troon en de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden G’d, zeggende: Amen, de lof en de heerlijkheid, en de wijsheid en de dankzegging, en de eer en de macht en de sterkte zij onze G’d tot in alle eeuwigheden! Amen. En één van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.” (Chizayon [Openbaringen] 7:1-14).
Zowel de 144.000 Israëlieten alsook de grote schare uit alle volken en talen zijn verzegelden des Heren, dat wil zeggen dat zij (nog!) geen deel uitmaken van de Gemeente (bestaande uit het gelovig deel van Israël en de gelovigen uit de volken die geënt zijn op de Edele Olijfboom), want die is op dat tijdstip immers al weggenomen en in veiligheid gebracht, maar dat zij alsnog tijdens de grote verdrukking tot geloof zijn gekomen en zich niet buigen voor het beest. Maar wat betekent de verzegeling precies? In de oudheid was een zegel het zichtbare bewijs voor een koninklijk besluit en een bezegeling was het bekrachtigen van een verbond. Tot de huidige dag betekent verzegelen ook dat je van het verzegelde moet afblijven! Het is en blijft het eigendom van degene wiens zegel erop staat! Het zegel dient derhalve ook ter bescherming van het verzegelde voorwerp en in het geval van de hierboven behandelde tekst uit Chizayon laat het zegel op het voorhoofd van de uitverkorenen enerzijds aan de antichrist zien dat zij G’ds eigendom zijn en dat hij daarom van hen af moet blijven, maar het is tevens voor de engelen die G’ds strafgericht aan de ongehoorzame mensheid moeten voltrekken een teken wie zij wel en niet moeten straffen: “Hij riep met luider stem tot de vier engelen, aan wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen, en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze G’d aan hun voorhoofd verzegeld hebben” (Openbaring 7:2-3). - “En hun werd gezegd, dat zij aan het gras der aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van G’d niet op hun voorhoofden hadden” (Openbaring 9:4). Dus vóór de oordelen losbreken, moeten alle rechtvaardigen verzegeld worden. Dit zegel geeft wel aan dat ze van G’d zijn en dat Hij ze bewaart en ondersteunt in leed, maar dat houdt niet in dat ze niets ervaren zullen van de rampen die over de wereld komen en het is ook géén bescherming tegen het martelaarschap. Lees hiervoor Opb. 6:9-11, Opb. 14:12-13 en Opb. 20:4. De verzegeling geeft hen echter wel de garantie dat zij behouden worden voor de Olam Haba [de toekomende wereld], waarin zij samen met Yeshua [Jezus] zullen regeren als koningen (Opb. 20:4). Bijzondere mededeling wordt gedaan van hen, die uit de twaalf stammen Israëls verzegeld worden; twaalf duizend uit elke stam, zodat het gehele aantal bedraagt honderdvierenveertigduizend. In deze lijst is de stam Dan overgeslagen; misschien omdat zijn leden meer dan anderen in afgoderij verzonken waren??? Ik durf hier geen antwoord op te geven. Yehuda [Juda] wordt in elk geval als eerste genoemd, want het is de stam waaruit Yeshua haMashiach [Jezus de Messias] werd geboren. De stam Dan wordt dus niet vermeld en naast Yosef [Jozef] wordt wel M’nashe [Manasse], zijn oudste zoon, maar niet Ef’rayim [Efraïm], zijn jongste zoon, genoemd. De verzen 4 t/m 8 spreken hoe dan ook over een rest in Israël. De hier genoemde getallen zullen waarschijnlijk symbolisch bedoeld zijn, om de volheid van het volk Israël aan te duiden. Het getal 144.000 (12.000 van elk der twaalf stammen) is 12 x 12 x 10 x 10 x 10, het getal van de grootst volmaakte volheid, want al hadden heel wat Israëlieten zich schuldig gemaakt aan het verwerpen van Yeshua [Jezus], hun eigen Mashiach [Messias], toch zou 'gans Israël' behouden worden, zoals Sha’ul [Paulus] in Romeinen 11:26 heeft geschreven. Wij moeten hierbij denken aan Yo’el [Joël] 2:32 en Z’char’ya [Zacharia] 12:10-14 alsook 13:8-9. Ook al wordt volgens deze profetieën 2/3 van het volk Israël uitgeroeid door de legers van de antichrist, toch zal het overgebleven 1/3 deel, dat de naam des Heren aanroept, het hele volk Israël vertegenwoordigen. Deze 144.000 zijn dus het symbolisch aantal van al degenen, die uit alle stammen van G’ds volk Israël op hun voorhoofd getekend zijn gedurende de tijd van het rijk van de antichrist na de vlucht der vrouw naar de woestijn, en die in de algemene afval aan de Eeuwige, hun G’d, altijd trouwgebleven zijn; en worden door G’ds zegel op hun voorhoofd onderscheiden van de grote menigte dergenen, die het merkteken van het beest hebben ontvangen! Een soortgelijke openbaring die de Eeuwige aan Yochanan [Johannes] gaf omtrent de verzegeling van de rechtvaardigen door een merkteken op hun voorhoofd, heeft reeds duizenden jaren tevoren ook de profeet Y’chezq’el [Ezechiël] ontvangen: “De Shechina [heerlijkheid] van de G’d van Israël nu had Zich opgeheven van de Cheruv waarop zij rustte, en Zich begeven naar de dorpel van de tempel, en Hij riep de man die in linnen gekleed was en de schrijfkoker aan zijn zijde droeg. En de Eeuwige zeide tot hem: Trek midden door de stad, midden door Yerushalayim [Jeruzalem], en maak een teken op de voorhoofden der mannen die zuchten en kermen over al de gruwelen die daar bedreven worden. Tot de anderen zeide Hij te mijnen aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis. Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand die het teken draagt, moogt gij aanraken!” (Y’chezq’el [Ezechiël] 9:3-6). Het was in die tijd gebruikelijk, dat slaven op hun voorhoofd het merkteken van hun meester droegen en zo laat ook de G’d van Israël aan een ieder zien wie Hem toebehoren. Yochanan [Johannes] gaat in Openbaring 14:1-5 verder met zijn beschrijving van het Lam en de vrijgekochten: “En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Tziyon [Sion] en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden Zijn naam en de naam Zijns Vaders geschreven stonden. En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelende op hun citers; en zij zongen een nieuw gezang voor de troon en voor de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor G’d en het Lam. En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk…” - De berg Tziyon [Sion], vanouds de woonplaats van G’d, is de plaats waar het Lam de overgebleven rest van Israël bij Zijn wederkomst verzamelt, nadat Hij hun vijanden heeft vernietigd! Deze mensen mogen voor altijd bij G’d zijn. Er is geen dreiging meer van de kant van de twee beesten. Deze rechtvaardige Israëlieten zijn onlosmakelijk verbonden met Yeshua, want zij blijven het Lam volgen door lijden en verdrukking heen. Yeshua volgen betekent al het andere totaal loslaten, dus geen afgodendienst en overspel. De 144.000 worden gekend aan hun kuisheid en reinheid: Zij zijn maagden. Zij hebben zich niet bevlekt, zomin met lichamelijke als met geestelijke hoererij. Yeshua volgen betekent onberispelijk zijn, dus afstand doen van alles waarmee de waarheid geweld wordt aangedaan, zoals oneerlijkheid tegenover medemensen en valse godsdienst. Yeshua volgen betekent, Hem onder alle omstandigheden nooit te verloochenen. Dat is een heel zware weg. Het is niet gemakkelijk om Yeshua haMashiach te volgen, nu al niet – laat staan in de tijd van de grote verdrukking!!! Maar het is een weg die uitkomt bij G’d, in heerlijke veiligheid. De 144.000 dragen Zijn naam en die van Zijn Vader op hun voorhoofden. Zo wordt duidelijk dat ze bij Hem horen, want zij zijn kinderen van G’d, Zijn volk Israël, dat door Hem veilig gesteld en bevrijd is!
Hopende, dat ik u met mijn uitleg iets meer duidelijkheid heb verschaft over de identiteit van de 144.000 verzegelden uit alle stammen van Israël, wens ik u G’ds rijkste zegen toe!
Met vriendelijke groet,

Werner Stauder



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina