Vragen over kredietcrisis De kredietcrisis geeft onzekerheid en leidt tot veel vragen. Hieronder vindt u een overzicht van de meeste gestelde vragen en antwoorden



Dovnload 14.06 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte14.06 Kb.
Vragen over kredietcrisis

De kredietcrisis geeft onzekerheid en leidt tot veel vragen. Hieronder vindt u een overzicht van de meeste gestelde vragen en antwoorden.

Het Verbond van Verzekeraars heeft een lijst met Q&A's opgesteld voor consumenten over de kredietcrisis. Hieronder vindt u een antwoord op de meest gestelde vragen. Dit is de stand van zaken per 8 oktober 2008 en kan aan verandering onderhevig zijn. Voor de meest actuele versie verwijzen wij u naar de site van het Verbond van Verzekeraars.



1. De Nederlandse overheid heeft dit weekeinde de bankverzekeraar Fortis overgenomen. Heeft deze actie ook betrekking op de verzekeringstak van Fortis?
Ja. De Nederlandse overheid is nu eigenaar van het Fortis deel van ABN AMRO Holding, Fortis Bank Nederland, Fortis Corporate Insurance en Fortis Verzekeringen Nederland. Daaronder vallen Fortis ASR, De Amersfoortse Verzekeringen, Europeesche Verzekeringen, Falcon Leven en Ardanta. Gezien de financiële gezondheid van elk van deze onderdelen van Fortis, ziet de toezichthouder geen reden voor ongerustheid. Voor meer en specifiekere vragen over Fortis, zie ook http://www.verzekerdbijfortis.nl/.

2. Wat is de impact van de financiële crisis op de verzekeringssector?
Hoewel de verzekeringssector in Europa een van de grootste institutionele beleggers is, is de sector uiteraard ook geraakt door kredietrisico’s. Maatschappijen hebben afschrijvingen moeten doen op hun beleggingsportefeuille en beurskoersen van verzekeraars staan onder druk. De toegang tot financiële markten is ook voor verzekeraars lastiger geworden. Echter: ten gevolge van het strenge Nederlandse toezicht, hebben verzekeraars maar een beperkt gedeelte van hun vermogen belegd in aandelen. De financiële positie van de verzekeringsbranche als geheel en van de verschillende leden is sterk genoeg om ervan uit te kunnen gaan dat verzekeraars hun verplichtingen ook op langere termijn kunnen nakomen. De toezichthouder houdt dat streng in de gaten.

3. Waarom treft de kredietcrisis wereldwijd vooral banken en veel minder verzekeringsmaatschappijen?
Als veel klanten tegelijk naar hun bank gaan om hun spaargeld op te nemen, ontstaat er een probleem: dat geld heeft de bank op zijn beurt grotendeels uitgeleend en is dus niet direct beschikbaar. Bij beleggings- en lijfrenteverzekeringen gaan verzekeraars met hun cliënten langjarige contracten aan. Dit betekent dat de maatschappij over een langere termijn vastliggende premie-inkomsten heeft. Hetzelfde geldt voor schadeverzekeringen: klanten kunnen uiteraard hun verzekeringen tegen bijvoorbeeld brand en autoschade elders onderbrengen, maar dan hoeft de maatschappij die deze klanten verliest, ook niet meer het risico te dragen.

4. Welke verzekeringsconcerns zijn er in Nederland?
Zie daarvoor de ledenlijst van het Verbond van Verzekeraars. Alle leden van het Verbond staan onder toezicht.

5. Is de scheiding van bank- en verzekeringsactiviteiten – ook financieel – wettelijk verankerd?
Ja. De Wet op het financieel toezicht (Wft) regelt dat op financiële conglomeraten (banken en verzekeraars onder één dak) aanvullend prudentieel toezicht van toepassing is. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of zo’n onderneming genoeg kapitaal heeft, hoe het zit met risicoconcentratie, met transacties tussen de verschillende leden van de groep, hoe de interne controle- en risicobeheersingsprocedures zijn en hoe het staat met de geschiktheid van de bestuurders. Voor levens- en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep geldt eveneens aanvullend toezicht. Dat heeft betrekking op onder andere overeenkomsten en posities van de verschillende partijen in de groep. Ze moeten aanvullende solvabiliteitsberekeningen kunnen laten zien om te voorkomen dat door dubbeltellingen een te gunstig beeld wordt gecreëerd.

6. De Nederlandsche Bank stelt zich garant voor spaargelden bij een bank tot maximaal 100.000 euro. Geldt zo’n garantieregeling ook voor verzekeringsproducten en beleggingsverzekeringen?
In plaats van een garantie, heeft De Nederlandsche Bank de waarborgen gezocht in scherp toezicht op de sector en vérgaande solvabiliteitseisen. Uitgangspunt daarbij is dat tegenover alle verzekerde risico’s zekerheden moeten staan.
Na het faillissement van de relatief kleine verzekeraar Vie d’Or in 1995 zijn het toezicht, de eisen aan het vermogen en aan de solvabiliteit voor verzekeraars aanmerkelijk verscherpt. Sindsdien hebben zich dan ook geen incidenten meer voorgedaan.
Mocht een verzekeraar toch in de problemen komen, dan zal de toezichthouder alles in het werk stellen om de belangen van verzekerden te beschermen. Bijvoorbeeld door te proberen om de verzekeringsportefeuille bij een andere verzekeraar onder te brengen.

7. Hoe zeker kan ik ervan zijn dat mijn verzekerd kapitaal aan het einde van de looptijd ook wordt uitgekeerd?
We hebben het hier over een levensverzekering met een gegarandeerd eindkapitaal op een afgesproken einddatum. In die situatie is het na de oorlog in Nederland één keer voorgekomen dat een kleine (levens)verzekeraar niet volledig aan zijn verplichtingen kon voldoen. Na dit incident werden de eisen aan (levens)verzekeraars aangescherpt.

8. Als ik mijn polis wil beëindigen, kan dat dan?
Ja. U kunt elke verzekering altijd opzeggen. Maar ga vooraf goed na waarom u dat zou willen doen. Het opzeggen van een schadeverzekering kost geen geld. Een levenpolis beëindigen/stoppen voordat de looptijd is verstreken, kan extra kosten met zich meebrengen. Het is bovendien verstandig na te gaan of u wordt geaccepteerd door een andere verzekeraar voordat u een lopende polis opzegt. Daarnaast kunt u, als u bijvoorbeeld een schadepolis opzegt, geconfronteerd worden met een risico waartegen u dan niet verzekerd bent. Dit kan leiden tot grote schade die u in de financiële problemen kan brengen. Voortijdig opzeggen/afkopen van hypotheekgerelateerde verzekeringen of lijfrente kan overigens forse fiscale consequenties hebben.

9. Als ik zou willen overstappen naar een andere verzekeraar, kan dat dan, en kan dat onder dezelfde voorwaarden?
Elke verzekerde kan natuurlijk van verzekeraar wisselen. Daarbij moet meestal wel rekening worden gehouden met de contracttermijnen. Tussentijds opzeggen (of een levensverzekering afkopen of premievrij maken) kan extra kosten met zich meebrengen. Er is niets te zeggen over de vraag of een andere verzekeraar u tegen dezelfde voorwaarden wil accepteren.

10. Hoe is het toezicht op de verzekeringssector geregeld?
Er zijn twee soorten toezicht: De Nederlansche Bank (DNB) houdt verzekeraars financieel in de gaten en kijkt of ze voldoende solvabel zijn om hun verplichtingen na te komen. En of de bestuurders deskundig en betrouwbaar ziin, en of ze alle vergunningen hebben die nodig zijn e.d. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kijkt of verzekeraars zich in hun gedragingen aan de wet houden.

11. Hebben verzekeraars onderling een soort waarborgfonds?
Er is een beperkte regeling voor kleine levensverzekeraars. Deze regeling, in overleg tussen DNB en het Verbond van Verzekeraars opgesteld, is bedoeld om tijdig ondersteuning te kunnen bieden, nog vóór een eventueel faillissement. Sinds de kwestie Vie d’Or is het niet nodig geweest van deze ‘opvangregeling Leven’ gebruik te maken.

12. Moeten verzekeringsconcerns dezelfde financiële reserves aanhouden als banken?
Verzekeraars vallen onder andere toezichtregels dan de banken. Verzekeraars moeten te allen tijde voldoende zekerheden kunnen stellen tegenover de verzekerde risico’s. Dat is de betekenis van het begrip solvabiliteit. Nederlandse levens- en schadeverzekeraars zijn momenteel gemiddeld twee keer zo solvabel als minimaal wettelijk is vereist.

Voor meer informatie, zie ook: http://www.dnb.nl/ en http://www.minfin.nl/.



Dit bericht is afkomstig van het NBVAnet.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina