Vrede „sjaloom



Dovnload 20.95 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte20.95 Kb.
Het bijbelse kernwoord Vrede
Sjaloom" - welzijn (0. T.)

Vrede - „sjaloom" is in de Bijbel meer dan afwezigheid van oorlog of rustpauze tussen twee oorlogen, zoals in de Griekse wereld. Ook wij kennen het woord in deze betekenis uit ons dagelijks spraakgebruik. Maar bijbels gezien is het mogelijk, dat er geen oorlog is, terwijl toch de vrede ontbreekt. Het woord is dus dieper, ziet niet zozeer op een toestand of gevoel als wel op een verhouding, die hersteld is. ‘Sjaloom’ is een zaak van welzijn, welstand (Gen. 29 : 6; Num. 25:12; Ps. 38:3; 73:3; Jer. 14:13). Men is er goed aan toe. Er is sprake van een harmonieus geheel. Het woord roept associaties op aan: gezondheid, voorspoed, veiligheid, vriendschap en redding.


David kan naar de „sjaloom" van de oorlog vragen (2 Sam. 11 : 7), dat is: „Gaat het voorspoedig met de strijd?" „Zijn de zaken in orde?" Als er, in het algemeen gesproken, „sjaloom" is, kan men bouwen, planten, oogsten, welvaart genieten. Dat is echter meer dan wat wij in het Westen „welvaart" plegen te noemen.

„Het verbond Mijns vredes"


„Sjaloom" veronderstelt een maatschappelijk en sociaal leven „op orde", niet los te denken van het verbond. Het zijn zegeningen van de God van het verbond, Die Zijn beloften vervult aan het volk, dat Hij voor Zijn rekening genomen heeft. Dus de dragende ondergrond van de „sjaloom" is Gods gunst en de rechte verhouding tussen God en Zijn volk.
De vrede komt op uit het verbond. We denken hier bijv. aan een uitdrukking als „verbond Mijns vredes" (Ez. 34 : 25; 37 : 26; vgl. ook 1 Kon. 5 : 12 en Ps. 55 : 21). Deze verbondsvrede gaat niet buiten verzoening om. 1 God geeft alleen op deze grond van verzoening de „sjaloom", welstand, heil. Dan zullen de bergen vrede dragen (Ps. 72 : 3; vgl. ook Ps. 85 : 9; Ps. 122 : 6). Gods heil voor Zijn volk omvat dus zowel het geestelijk als het stoffelijk welzijn van Israël.

Zonde – genade - ; de Vredevorst


Dit houdt ook in, dat er geen echte en hechte vrede kan zijn, als de zonde wordt vastgehouden. Wij raken de vrede kwijt, wanneer we hoogmoed bedrijven, door gebrek aan oprechtheid tegenover onszelf en tegenover God en ook als wij in tijden van tegenspoed in opstand komen tegen Gods leiding.

Het is een valse profeet die in zo'n situatie zegt: „Vrede, vrede en geen gevaar" (Jer. 6 : 14, 28; Ez. 13 : 16). Gods gaven zijn niet los te maken van God Zelf en Zijn dienst. Doordat men de heiligheid van God vergeet en in leugen en bedrog leeft, maakt men zich Gods toorn waardig. Dan gaat God Zijn volk straffen. Er komt een barst (breuk) in de „sjaloom".


Toch beloven de profeten ook dan weer vrede. Na de verstoring daarvan door de zonde en na het gericht van God, na de ballingschap bijv. (Ez. 34 : 25 en 37 : 26). Het is „sjaloom", die opbloeit uit de gestilde toorn van God. Zij draagt ook een eschatologisch karakter. De profeten spreken dan van een vrederijk, waarin de wilde dieren zelfs geen kwaad meer doen (Jes. 11 : 6; 65 : 25). Deze „sjaloom" wordt gebracht door de Vredevorst (Jes. 9 : 5). Vgl. Jes. 66:12.
Hij waarborgt de vrede in het Messiaanse Koninkrijk. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid wonen zal. Alle verhoudingen zijn dan weer hersteld. De Messias Zelf is ten diepste de vrede.

Innerlijk en uiterlijk


Concluderend mogen we zeggen: „Sjaloom" heeft betrekking op de goede orde van een leven uit God en onder elkaar. Het woord heeft de volgende associaties: vrede, welstand, verbond, breuk, verzoening, Vredevorst, vrederijk. Dat „sjaloom" in het O.T. nergens een innerlijke vrede van de ziel is (zo F. J. Pop), maar zaak van welzijn in politiek, sociaal - godsdienstig verband, is niet waar. Zie o.a. Rom. 15:13.
De vrede, gestalte krijgend in het aardse welzijn, gaat juist helemaal niet op in het politieke en sociale. Deze „sjaloom" kan alleen maar bloeien als een vrucht van Gods genadige gezindheid jegens Zijn volk. De zonde verstoort haar en eerst als de dingen tussen God en Zijn volk weer „op orde" zijn, mag men „sjaloom" verwachten. De realisering van de “sjaloom” is dus wel terdege een zaak, die nauw samenhangt met het hart en de gesteldheid daarvan. Maar tegelijk is zij zo ook een zaak van het gehele dagelijkse bestaan.
Jezus - onze vrede („eirènè"- Gave van de eindtijd)

Het woord „eirènè" (vrede) in het N.T. ligt geheel in de lijn van het O.T. Het is een zaak van goede orde (1 Kor. 14 : 33: God is geen God van wanorde...; de dingen in de gemeente moeten ordelijk verlopen). Vrede wordt volgens het N.T. geschonken in de Vredevorst, Jezus Christus. De engelen zingen van Hem, „sjaloom" op aarde (Luk. 2).


Hij is Gods grote gave van de eindtijd. Wat de profeten beloofd hebben, is in deze Christus „vervuld". Jezus is de meerdere Salomo (Matth. 12:42 slot), de ware Koning van „sjaloom" (Hebr. 7 : 2), Salomo ‘optimaal’. Hij is de Vredevorst (Jes. 9:5). Zo mag ook de zgn. bloedvloeiende vrouw die Jezus’ kleed aanraakt en terstond geneest, het ervaren. Jezus zei tegen haar: ‘Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede en wees genezen van deze uw kwaal.’ (Mark. 5:34).
Deze „sjaloom”- „eirènè” wordt dan verder doorgedragen in de prediking van het Woord onder de volkeren als het Evangelie des vredes (Ef. 6 : 15; vgl. Hand. 10 : 36 en Ef. 2 : 17).

De inhoud van deze vrede is dus Jezus. Hij geeft de vrede aan Zijn discipelen: Jezus zei: ‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u. Niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u (Joh 14 : 27a). Het is de vrede van het geborgen zijn in en door Hem naar ziel en lichaam. Denk ook aan de vredegroet zowel in het dagelijkse leven als in de brieven van Paulus.


De hartslag van dit leven des vredes blijft dus liggen in het geloof in de verzoening met God door het bloed van Christus (Rom. 5 : 1). Deze tekst maakt duidelijk dat er een verhouding van vijandschap (verachting van God) bestaat tussen de mens als zondaar en God en dat God Zijn toorn door Christus wegneemt en de zondaar Zijn vriendschap aanbiedt. Dat geeft de gelovige door Gods Geest leven en vrede (Rom. 8:6).

Het is duidelijk, dat in Rom. 5:1 de kern ligt van het Evangelie des vredes: ‘vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus’. Zo ook Kol.1 :21-23.. Jezus is onze vrede (Ef.2:14).


Dat houdt ook in, dat Joden en heidenen in een lichaam zijn verenigd. De tussenmuur met het toegangsverbod (de wet) voor heidenen in de tempel die Joden en heidenen uit elkaar hield, is afgebroken. Zo Efeze 2 :11-13. Jood en heiden zijn nu aan elkaar verbonden in een eenheid zonder ethnische grenzen. En dat allemaal dankzij de acte van verzoening (door het kruis; daaraan is de vijandschap gedood).
Jezus Christus is derhalve onze p(e)acemaker. (Ef.4:3; Rom. 11:15). Er is geen verzoe­ning tussen mensen en volkeren dan alleen door het bloed van het kruis. Zonder dat is er op zijn best sprake van 'gewapende vrede' of van 'vreedzame coëxistentie'. De 'koude oorlog' tussen Oost en West is wellicht ten einde. Maar intussen blijft de hele wereld toch een kruitvat. Tenzij het bloed van het kruis ons persoonlijk op de knieën brengt voor God.
Dan, eerst dan zal er geen genocide meer zijn. Dan, eerst dan zullen vijand-denken en broederhaat verdwijnen. In het kruis is het verticale met het horizon­tale verbon­den.

Opgeruimd zijn


Daarom is „eirènè" voluit een zaak van het hart. Zij heerst over het hart (Kol. 3 : 15). Zij bewaart het hart en de zinnen (Fil. 4 : 7). Zij is niet door redenering te verkrijgen. Je kunt er met je verstand niet bij. Het denken moet zwichten. Verstand en gedachtewereld maken zich altijd weer druk om allerlei aardse zorgen. Maar de vrede Gods in Christus Jezus legt er beslag op. Hoe zal Hij ons dan ook niet alles schenken? Leef in heilige onbezorgdheid. Zo bidt Paulus zijn lezers toe, dat zij vervuld mogen worden met alle blijdschap en vrede (Rom. 15 : 13). Vrede is hier dus, dat de dingen binnenin ons op orde zijn: geestelijke opgeruimdheid, gemoedsrust. Vooral ook het Johannes-evangelie verkondigt ons de vrede die Jezus geeft in de overwinning op zonde, angst, dood en hel (vgl. Joh.14:27; 16:33; 20:19, 21, 26). Vrede door het geloof in de opgestane Jezus (Luk.24:36).
Dat komt ook tot uitdrukking in de opschriften (en soms ook aan het slot) van al Paulus’ brieven, wanneer hij zijn lezers groet met de woorden vrede (= sjaloom) en genade (= charis) of zoals nog al eens aan het slot van een brief met: de God (Heere) van de vrede en de genade van onze Heere Jezus Christus. Zie o.a. Rom. 16:20. Zie ook Gal.5:22.

Vrede op aarde, vrede onder elkaar


Vanuit dit centrale thema, waarin de dingen op orde komen in de weg van verzoening door Christus’ bloed en door geloof en door bekering heen, ordenen zich dan ook de dingen in de intermenselijke verhoudingen. Allereerst tussen Israël en de volkeren (Ef. 2). Het brengt ook een vrede-leven onder elkaar mee (Mark. 9:50; Rom. 14 : 17) en verzoening met elkaar, in geval er van vervreemding/ scheiding sprake is tussen man en vrouw (1Kor. 7:11,15). Volgelingen van Jezus zijn vredestichters (Matth. 5:9). Deze vrede moet nagejaagd worden, hoezeer het ook een kruis met zich meebrengt (Matth. 10:37-39; Hebr. 12 : 14). Vrede in persoonlijke relaties, maar ook nationaal en internationaal. De vrede komt meestal niet tot stand in de weg van gewapende conflicten.
Iemand schrijft: ‘Wij zijn oprecht gelukkig als we vrede weten te brengen aan bedroefden, als we dienen als instrument om de eenheid te bevorderen binnen onze gezinnen, binnen de kring van mensen op onze werkplek en onder alle mensen die wij in de loop van de dag ontmoeten. Om deze zeer belangrijke opdracht tot een goed einde te brengen is het van belang nederig en verzoenend te zijn, want hoogmoed brengt enkel ruzie teweeg. De mens die de vrede in zijn hart bewaart, zal haar welhaast onbewust overbrengen en anderen zullen op hem gaan vertrouwen om steun en gemoedsrust te vinden. Dat is een grote hulp in het apostolaat. Wij als christenen moeten de innerlijke vrede van ons hart verbreiden onder de mensen met wie we verkeren. Wie daarentegen bitter, onrustig en pessimistisch is en de vrede verre houdt van zijn hart, vernietigt alles wat hij op zijn weg vindt.’
Hierin breekt het Koninkrijk Gods door op aarde. Maar het is stukwerk. Vooreerst heerst er nog grote verdeeldheid, ook in huisgezinnen (Luk. 12:51-53). Wat er van de vrede in politiek en sociaal opzicht terechtkomt in de bedeling, waarin wij leven, is teken, voorschot/ voorproef van het uiteindelijke vrederijk, dat God doet komen. ‘Lichtplek rondom het kruis’. Zo blijft de diepste vrede, zoals ze uitstraalt naar alle kanten van het bestaan in het herstel van alle dingen, bewaard voor straks. Het is eschatologische vrede (Rom. 16 : 20).
Concluderend zeggen we:

Verinnerlijking van de christelijke godsdienst bergt inderdaad een groot gevaar in zich. Het heil is een zaak van lichaam en ziel, van tijd en eeuwigheid. Maar hoe gemakkelijk halen we hier de spanning weg. Het is nodig een pleidooi te voeren voor een schriftuurlijke innerlijkheid en tegelijk voor een schriftuurlijke zakelijkheid, voor een vrede, die telt tot in onze vingertoppen en elke dag zichtbaar gestalte krijgt in het samenleven van mensen.2





1 Het volk Israël kon alleen gevrijwaard blijven van de verderfengel in de nacht van hun uittocht uit het land Gosen (Egypte), als het bloed van het lam aan de deurposten van hun woningen gestreken was. Vgl. Ex. 12:7, 13v, 22. Zie de afbeelding.

2 Enige literatuur. F. J. Pop, Bijbelse woorden en hun geheim, ’s Gravenhage 1964; s.v Vrede, blz. 547vv. Zie ook: Dictionary of Jesus and the Gospels (ed. Joel B. Green, Scot McKnight, I.Howard Marshall; Leicester 1992; s.v. peace, p. 604v (T. J. Geddert) en Dictionary of Paul and his letters (ed. Gerald F. Hawthorne/ Ralph P. Martin); Leicester 1993; s.v. Peace, reconciliation, p.695vv (S. E. Porter).








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina