Vrije Universiteit Brussel



Dovnload 0.84 Mb.
Pagina14/25
Datum22.07.2016
Grootte0.84 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   25

Deelvragen

‘Hoe gaan kunsteducatieve organisaties om met de ‘nieuwe’ jongeren?’, dat is de onderzoeksvraag die in dit deel centraal staat. Met het Kunstbende pamflet en de doelstellingen van de wedstrijd in het achterhoofd zijn een aantal deelvragen opgesteld. 217


Gebeurt de beoordeling van de verschillende acts in overeenstemming met de uitgangspunten van het Kunstbende-pamflet?

Het pamflet doet vermoeden dat een erg originele act hoger scoort dan een act die technisch gezien perfect in orde is. De jury bepaalt in grote mate mee het imago van Kunstbende. Het is daarom interessant om na te gaan of zij rekening houdt met de uitgangspunten die Kunstbende heeft opgesteld.


Wil Kunstbende dat jongeren de grenzen van de creativiteit aftasten?

Houdt Kunstbende een brede invulling van kunst en cultuur voor ogen?

Is Kunstbende een wedstrijd met een lage instapdrempel?

Kunstbende wil een wedstrijd zijn, met een lage instapdrempel. Iedereen kan bijgevolg zijn idee realiseren en op het podium brengen of in de ruimte tentoon stellen. Dit doet veronderstellen dat Kunstbende een brede kijk heeft op kunst en cultuur. Een onderzoek van de juryverslagen moet aan tonen of Kunstbende een welbepaald type kunstwerken positief beoordeelt of inderdaad openstaat voor zeer verschillende acts.




    1. Dataverzameling en onderzoeksmethode

Via een kwalitatieve inhoudsanalyse gaat dit deel van het onderzoek na wat de evaluatiecriteria zijn die de jury gebruikt bij de beoordeling van de verschillende werken. De aandacht gaat daarbij naar de manifeste inhoud218, met andere woorden datgene wat expliciet vermeld wordt.219


De juryverslagen die de jury opmaakt voor ieder deelnemend project, dienen als basis voor dit onderzoeksdeel. Sinds de invoering van de juryverslagen, bij de tweede Kunstbende-editie, hebben al 7232 jongeren220 aan de wedstrijd deelgenomen. Dat maakt het onmogelijk om alle juryverslagen door te nemen. Er is dan ook gekozen om een steekproef te trekken.
Het onderzoek beperkt zich tot de finaleverslagen van 2002 en 2003, respectievelijk de derde en vierde editie. Kunstbende bestaat dan drie en vier jaar, waardoor het aannemelijk is te veronderstellen dat het beoordelingsproces een zekere geroutineerde vorm heeft aangenomen. Wel is het belangrijk vooraf te weten de jury eigen is aan de categorie en dat iedere voorronde en finale een andere jury heeft. De jury bestaat telkens uit volwassenen die professioneel of vrijwillig bezig zijn met kunst, cultuur en jongeren. Naast volwassenen zetelen ook jongeren in de jury, het gaat dan om ex-winnaars of ambassadeurs. 221
Niet alleen beperkt het onderzoek zich tot de derde en vierde editie, maar ook kwamen enkel verslagen in aanmerking die voorzien waren van commentaar. Een verslag waarin enkel ‘goed’ of ‘ok’ staat, is buiten beschouwing gelaten. In totaal werden 170 verslagen geanalyseerd.
Hoe ziet zo’n juryverslag er uit? Het verslag is een A4-formulier met een aantal vaste rubrieken. Bovenaan het verslag gaat het om een aantal zeer algemene en praktische rubrieken, zoals de categorie waarin het project deelneemt, de titel van het project, de naam van de groep of deelnemer.
Vervolgens richt het verslag zich tot de beoordeling van het eigenlijke werk.222 Ook dat verloopt volgens een aantal steeds terugkerende items, namelijk:

Tot slot is het aan de jury om de beoordeling samen te vatten met een eindbeoordeling. Opmerke-lijk is dat niet iedere jury zich letterlijk aan deze opdeling houdt. Heel vaak geeft een jury op de vier specifieke vragen geen antwoord en beperkt het zich tot een eindbeoordeling in één à twee zinnen.


Methode voor analyse.

Naast het vastleggen van inhoudscategorieën, waarmee de juryverslagen vergeleken worden, moet de recording unit of meeteenheid bepaald worden. Het is immers per analyse-eenheid dat uitspraak wordt gedaan over de inhoudscategorieën. Bij de juryverslagen wordt het argument, zowel positief als negatief, dat juryleden gebruiken om een act te beoordelen als meeteenheid beschouwd. 223


Een voorbeeld.

Humoristische en zelfrelativerende performance, maar niet alle individuele zangprestaties even sterk.’


Deze zin, afkomstig uit een juryverslag voor de categorie performance, wordt als volgt bekeken. Er zijn drie argumenten die de jury aanhaalt: humor; zelfrelativerend en verschil in zangprestaties. Deze argumenten worden vervolgens ondergebracht in één van de inhoudscategorieën.
Zoals gezegd, focust deze analyse enkel op argumenten en helemaal niet op lovende of vernietigende uitspraken die niet gebaseerd zijn op argumenten. Deze, eerder poëtische, uitspraken vallen buiten het onderzoekskader:

Klaar voor de modeacademie.

Een prachtige, ruwe diamant die nog wat moet geslepen worden.

De inhoudscategorieën.

In wat volgt wordt dieper in gegaan op de inhoudscategorieën waaraan de juryverslagen zijn onderworpen. Het opstellen en omschrijven van de zogenaamde ‘hokjes’ of categorieën, waarin de inhoud geklasseerd moet worden is een cruciale fase in dit soort onderzoek. Een inhoudsanalyse staat of valt immers bij de omschrijving van haar inhoudscategorieën.224 De meeste auteurs zijn het er over eens dat het aantal niet te groot mag zijn. Een te veel aan categorieën doet de betrouwbaarheid van het onderzoek dalen, zegt Holsti. Een andere onderzoeker, Lish, die zich bezig houdt met inhoudsanalyse, benadrukt dat bij een inhoudsanalyse best niet meer dan twaalf categorieën gebruikt worden.225






1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina