Vrije Universiteit Brussel



Dovnload 0.84 Mb.
Pagina18/25
Datum22.07.2016
Grootte0.84 Mb.
1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   25

Omgaan met kunst en cultuur

  1. Vrijetijd


Over wat vrijetijd is, zijn deze tien Kunstbende-jongeren het met elkaar eens. Vrijetijd, zeggen ze, dat is de tijd die buiten de school valt. De omschrijving van Maarten Lauwaert vat het beste samen wat alle respondenten onder vrijetijd verstaan:
Vrijetijd is alles wat buiten de school valt, dus de uren dat ik niet op school zit en ook niet voor school bezig ben.’ 242
Voor kotstudenten blijkt vrijetijd echter ook vaak de tijd te zijn dat ze even thuis bij hun familie zijn. Opmerkelijk is dat Julio Lopes zegt dat vrijetijd en schooltijd voor hem erg overeen komen. Dit is te wijten aan het feit dat hij school loopt aan de middelbare afdeling van Sint-Lucas, waar alles erg vrij verloopt. Bovendien is hij zo ook voortdurend bezig met wat hij graag doet.
Ik doe buiten de school bijna hetzelfde dan wat ik binnen de school doe, (…) binnen de school is het wel iets meer geordend. Buiten de school kan je meer kiezen wat je doet.’ 243

Tijdens hun vrijetijd willen deze Kunstbende-jongeren vooral bezig zijn met wat ze graag doen. Zo willen ze zelf keuzes maken en zich tot niets verplicht voelen. Winne Henckens vertelt dat ze iedere dinsdagavond verplicht wordt om met de school naar de film te gaan, wat ze overigens niet erg vindt. Maar, zegt ze, dat is niet vrij.244 Tanja Billiard haalt een ander voorbeeld aan. Hoewel ze zelf dictieles volgt, verwijst zij naar mensen die iedere dag een hobby uitoefenen, zoals vioolles of chiro, waar je stipt van dat uur tot dat uur bent.


Wat heb je er nog aan als je je zo verplicht voelt dat je van dat uur tot dat uur dat moet doen. Ik zou het niet kunnen: constant op de klok moeten kijken.’ 245
Daarnaast vinden sommige respondenten het erg belangrijk om zich in hun vrijetijd te ontspannen en tot rust te komen. Zij willen even ontsnappen aan de dagelijkse sleur en niet aan morgen denken.

In de week moet je echt rushen door je dagen en voor mij is vrijetijd echt aandachtig zijn: hoe gaat het met mezelf en met andere mensen.’ 246


Of deze Kunstbende-jongeren veel vrijetijd hebben? Het valt op dat er een duidelijk onderscheid is tussen respondenten die op de middelbare school zitten en respondenten die een hogere opleiding volgen. Kunstbende-jongeren die nog niet verder studeren zeggen allemaal veel vrijetijd te hebben. Wel noemt Tanja Billiard zichzelf een slechte planner, waardoor het lijkt alsof ze weinig tijd heeft - wat helemaal niet zo is.247 In tegenstelling tot Tanja tracht Ilse Ghekiere zoveel mogelijk te doen. Sinds kort heeft ze zich een agenda aangeschaft, wat haar helpt om haar tijd zo veel mogelijk op te vullen. Ook Thomas Mortier vindt dat vrijetijd opgevuld moet worden.
Als je thuis komt van school en je hebt niets te doen, dan voelt dat niet zo goed.’ 248
Hoewel de jongeren die een hogere opleiding volgen nog steeds vinden dat ze over redelijk wat vrijetijd beschikken, zouden ze toch graag iets meer vrij hebben. Het is hun studie die dat echter in de weg staat. Barbara De Wit en Winne Henckens studeren allebei aan het RITS. Een vaststaand lessenrooster hebben ze niet, waardoor ze ook niet over een ‘vaste vrijetijd’ beschikken en moeilijk op voorhand kunnen plannen. Toch houdt dat hen niet tegen om er een druk vrijetijdsleven op na te houden.249 Ilse Ghekiere, die studeert aan het Hoger Instituut voor Dans, zegt echter niet te snakken naar meer vrijetijd:
Ik heb zo’n leuke richting dat ik elke dag kan doen wat ik heel graag doe.’ 250
Dat is een gevoel dat wel vaker voorkomt bij mensen die een kunstopleiding volgen. Ook Julio Lopes, die geen duidelijke scheidingslijn ziet tussen schooltijd en vrijetijd, volgt deze gedachtegang. Buiten de schooluren houdt hij zich immers met ongeveer dezelfde dingen bezig als op school. Je zou altijd moeten doen wat je leuk vindt, zegt hij, wat betekent dat voor hem eigenlijk alles vrijetijd is.251 Vreemd is dan wel dat Bram Lagaest, iemand die in zijn vrijetijd heel erg bezig is met zijn muziekgroep Black & White, muziek niet meer als ontspanning ziet.

Wat voor anderen vrijetijd is, is voor ons repeteren en optreden.’ 252


Zijn groepje geniet langzaamaan meer bekendheid, waardoor de bandleden zich verplicht voelen professioneler uit de hoek te komen.
Nu het stressen begint te worden, vind ik dat niet meer vrijetijd. Onze demo moet af zijn. Mensen beginnen te vragen wanneer onze fulls uitkomen. We zijn ook bezig met een nieuw logo en we moeten zorgen dat dat af is.’ 253

      1. Actief en receptief cultuurgedrag


Wat meteen opvalt, is dat al deze Kunstbende-jongeren zowel actief als receptief met cultuur bezig zijn. Toch mag dit actieve cultuurgedrag niet echt verwondering opwekken, omdat alle respondenten meermaals aan Kunstbende hebben deelgenomen. Voor de wedstrijd kropen zij immers al een aantal keer in de huid van ‘kunstenaar’. De meeste jongeren kunnen bovendien een uitgebreid lijstje voor de dag leggen met disciplines waar ze of actief of receptief interesse voor hebben. Dit wijst mogelijk op een omnivoor cultuurgedrag dat deze jongeren ontwikkelen. Slechts een zeer kleine minderheid van de respondenten beperkt zich tot slechts één kunstdiscipline. Opvallend is dat dit tot tweemaal toe voorkomt bij Kunstbende-jongeren die op muzikaal vlak actief zijn. Het is alsof deze jongeren, bij wie het hele leven om muziek draait, geen behoefte hebben aan andere kunsten. Thomas Mortier verontschuldigt zich dat hij voortdurend over muziek spreekt en Bram Lagaest geeft toe:
Mijn hele leven draait eigenlijk rond hip hop. (…) Ik ben vooral met muziek bezig.’ 254

De meeste respondenten die erg bezig zijn met één kunstdiscipline willen duidelijk benadrukken dat hun blikveld echt wel breder is dan die ene discipline. Uit de reactie van deze Kunstbende-jongeren blijkt dat het ‘not done’ is om in slechts één kunstdiscipline geïnteresseerd te zijn. Een breed interesseveld is veel populairder, waardoor deze jongeren daar ook graag de aandacht op vestigen. De vraag is enkel of hun blikveld inderdaad zo breed is als ze zelf doen uitschijnen. Ilse Ghekiere, vertelt eerst dat het momenteel vooral het dansen is dat haar bezig houdt, later antwoordt ze op de volgende vraag:


Als je culturele activiteiten hoort, waaraan denk je dan? Niet alleen aan dans!’ 255
Bij een diepere blik op haar vrijetijdsleven wordt het dan ook alsmaar duidelijker dat Ilse een erg breed en divers cultuurpatroon vertoont. Ook Julio Lopes, bij wie het hele kunstgebeuren een centrale plaats in zijn leven inneemt, benadrukt:
Het is niet dat ik altijd met kunst bezig ben. Ik ga ook wel naar andere dingen.’ 256
Een blik op het receptieve cultuurgedrag van deze geïnterviewde Kunstbende-jongeren laat zien dat een aantal jongeren een uitgebreide receptieve cultuurinteresse heeft. Sommigen zijn zich daar bovendien zeer bewust van en vinden dat zelfs heel belangrijk. Ook hier komt het belang dat jongeren hechten aan een breed cultuur consumptiepatroon opnieuw naar boven. Julio Lopes doet aan veel activiteiten mee, zo gaat hij regelmatig naar tentoonstellingen, toneelvoorstellingen, concerten en ook een filmbezoek ligt hem wel. Julio is van mening dat je best naar alles gaat, om te weten hoe het is.257 Maarten Lauwaert volgt deze mening. Wat hij zelf aan culturele activiteiten doet?
Het is echt nog vrij ruim. Ik probeer zoveel mogelijk mee te pikken’ 258
Bekijk zijn culturele interesse en je kunt hem daarin nog moeilijk tegenspreken. Naast film en theater gaat Maarten naar concerten in de AB of naar festival zoals De Nachten. Dit alles beslist hij vaak erg impulsief, zonder te weten of hij echt wel kan gaan.
Als ik op internet zit te surfen (op de site van de AB) en ik zie iets dat mij aanstaat, dan bestel ik meteen dat ticket.’ 259
Ook houdt hij van lezen en zit hij samen met een vriend in de kern van de cultuurgroep op school. Dat betekent dat zij zich bezig houden met het organiseren van een aantal culturele activiteiten voor hun medeleerlingen. Eigenlijk zou Maarten in de week graag nog iets meer cultureel actief zijn door meer naar theater of de bioscoop te gaan, want:
In het weekend (…) maak ik sneller de keuze om met mijn vrienden op café te

gaan.’ 260
Zoals eerder al aangehaald is Ilse Ghekiere niet alleen met dans bezig, integendeel zij heeft een zeer wel gevulde agenda met erg verschillende activiteiten op het programma. Dat gaat van theater- en dansvoorstellingen tot muziekfestivals, musea, lezen en het volgen van lezingen van mensen die hun reisverhaal vertellen. 261
Hoewel Maarten en Ilse allebei een erg ruim vrijetijdspatroon hebben en aan veel verschillende activiteiten deelnemen, rest toch de vraag of zij werkelijk culturele omnivoren zijn. Is hun cultuurgedrag een spiegel van alle mogelijke activiteiten en kunstdisciplines? Is het een combinatie van zowel hoge als meer populaire cultuurvormen? Het is nog niet omdat iemand zowel op café gaat als naar een theatervoorstelling dat hij een culturele omnivoor is.
Tot slot is er ook nog Bert Van de Casteele die er een ruime receptieve culturele interesse op nahoudt. Hij is één van de weinigen die naast film, lezen en toneel ook televisie en computeren onder ‘culturele activiteiten’ plaatst. Misschien is hij daarom één van de weinige echte omnivoren. Toch is hij niet altijd even tevreden over wat hij gedaan heeft.
Ik kijk veel tv en zit veel aan de computer. Achteraf heb ik dan niets gedaan. Ik vind dat altijd zo spijtig.’ 262
Wat dit receptieve cultuurgedrag betreft, zijn er twee respondenten die toegeven niet zo vaak een culturele activiteit te bezoeken. Als het hem past gaat Jeroen Pollentier wel eens naar een toneelstuk of een film kijken. Meestal gaat zijn aandacht dan naar een recente actiefilm die speelt in Kinepolis.263 Ook Winne Henckens bezoekt niet zo vaak een voorstelling. Vooraf plannen vindt ze maar niets, tenzij ze iets echt goed vindt. Waarom ze dat niet vaak doet, verklaart Winne als volgt:
Misschien omdat mijn vrienden er helemaal niet mee bezig zijn. Ik heb echt heel veel vrienden die er absoluut niet mee bezig zijn en die gaan dan niet gemakkelijk naar toneel. En dan zit je daar toch maar alleen.’ 264
Dit wijst op de impact die vrienden hebben op het cultuur- en vrijetijdsgedrag van jongeren. Zowel Winne Henckens als Jeroen Pollentier menen dat ze veel meer gedreven zijn in het actief omgaan met kunst en cultuur dan in het receptieve cultuurgedrag. ‘Ik hou mij heel veel bezig met dingen maken,’ zegt Winne. Haar vrijetijd is eigenlijk opgebouwd rond projecten waarvoor ze zich inzet. Gemiddeld neemt ze aan zo’n twee projecten per jaar deel. Dit jaar maakt ze in het kader van PREFAB, een project van Artforum, een installatie waar je met een fiets doorrijdt.
Twee jaar geleden heb ik meegedaan met Het Beschrijf in de paasvakantie. Kunstbende was toen net gedaan en dan begin je met iets anders.’ 265
Ook Jeroen hecht veel meer belang aan zijn eigen werk dan aan receptieve cultuurparticipatie.
Wat ik zelf maak, is momenteel het belangrijkste. Deelnemen, het is vooral zelf optreden.’ 266
Bij het actieve cultuurgedrag valt opnieuw op dat de meeste Kunstbende-respondenten zich niet tot één kunstdiscipline beperken. Bert Van de Casteele is momenteel erg bezig met ‘iets in elkaar flansen’ voor Kunstbende, zoals hij dat zegt. Hij heeft zich immers ingeschreven voor vijf categorieën van deze wedstrijd. Dat is vrij veel, maar het is dan ook de laatste editie dat hij kan deelnemen. Zijn Kunstbende-carrière wil Bert met glans afronden, lijkt het. Hoewel zijn grote hobby het schrijven is, kwam hij via Kunstbende toch in contact met andere kunstdisciplines.
Ik heb na drie jaar al een boek van 250 pagina’s geschreven. Ik merkte dat ik ieder jaar productiever werd. Het eerste jaar 10 pagina’s, dan 100 en het derde jaar 150.’ 267

Naast schrijven is Bert zelf actief in een theatergroep in Torhout. Tot vorig jaar speelde hij vier à vijf avonden in de week toneel. Door zijn studentenleven, dat zich sinds dit jaar voornamelijk in Leuven afspeelt, is dat niet meer mogelijk. Onlangs kocht Berts zus een digitale videocamera en zo ontdekte Bert een nieuwe hobby. Met die camera is hij allerlei zaken gaan filmen en dat heeft hij vervolgens gemonteerd op muziek. Van het resultaat is hij zelf bijzonder tevreden.268


Al heel lang wil ik een film maken. Ik ga dat nu doen voor de Kunstbende: een kortfilm van vijf minuten. Nu zoek ik eerst een betere camera om alles op te nemen en dan te monteren.’ 269

Ook Ilse Ghekiere is iemand die opvallend van het ene naar het andere springt als het op actief cultuurgedrag aankomt. Naast dansen, wat ze altijd al gedaan heeft, houdt Ilse zich bezig met fotografie. Hoewel dat laatste toch iets verminderd is:


Is het misschien omdat ik visueel niet zo aandachtig meer ben en ik meer met beweging bezig ben? Dat zal wel weer terugkomen, maar ik wil dat niet forceren. Nu ben ik meer met schrijven bezig.’ 270
Nu het oog minder mee wil, kruipt Ilse in de pen. Samen met een aantal vrienden organiseert ze regelmatig een poëzieavond, waar iedereen zijn tekstjes voorleest. Verder probeert Ilse aan zo veel mogelijk dansstages en –audities deel te nemen, zonder er eigenlijk bij na te denken of het wel kan. 271
Wat opvalt, is dat de actieve cultuurinteresse van deze jongeren vaak in het verlengde ligt van hun receptieve interesse. Bij Thomas Mortier en Jeroen Pollentier, die erg actief zijn in muziek, gaat de aandacht op receptief niveau naar concerten. Barbara De Wit, studente aan de afdeling podiumkunsten van het RITS, is actief vooral bezig met voordracht en toneel. Op receptief vlak vind je haar bij theater- en filmvoorstellingen. De respondenten die zich bezig houden met schrijven, hebben allemaal in hun receptieve lijstje ‘lezen’ staan. Denk aan Bert Van de Casteele, Jeroen Pollentier en Tanja Billiard.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jongeren eerst een receptieve interesse ontwikkelen voor een welbepaalde kunstdiscipline, waarna ze het ook wel eens zelf willen uitproberen en aan ‘den lijve’ willen ondervinden hoe het allemaal gaat. Het is natuurlijk erg moeilijk om uit te maken welke interesse er eerst was: de actieve of de receptieve.

      1. Omgaan met kunst en cultuur: samenvatting


Deze memo gaat na hoe jongeren omgaan met kunst en cultuur en wat voor cultuurgedrag ze vertonen. Is er onder deze jongeren sprake van de opkomende trend, het omnivore cultuurpatroon, waarbij jongeren moeiteloos van de ene culturele activiteit naar de andere hoppen?
Dat zowel het actieve als het receptieve cultuurgedrag erg belangrijk is voor deze jongeren valt meteen op. Vanuit dat opzicht zou je kunnen zeggen dat deze Kunstbende-jongeren een omnivoor cultuurpatroon hebben. Toch wordt onder een omnivoor cultuurpatroon meestal iets anders geïnterpreteerd: vanuit receptief oogpunt.
Een blik op het receptieve cultuurgedrag van deze jongeren toont dat verschillende respondenten graag aan diverse activiteiten deelnemen. Opvallend is dat de meeste cultuurvormen die deze jongeren opsommen, eerder thuishoren onder de zogenaamde ‘hoge’ cultuur. Julio Lopes houdt van tentoonstellingen, toneel- en filmvoorstellingen en concerten. Ilse gaat regelmatig naar theater- en dansvoorstellingen, musea, lezingen, muziekfestivals en leest graag een boek. Bert Van de Casteele houdt naast film- en toneelvoorstellingen ook van televisie en computer. Wel heeft hij na een avondje televisie kijken of achter de computer zitten het gevoel niets te hebben gedaan. Zouden populaire cultuuractiviteiten deze Kunstbende-jongeren geen voldoening schenken? Belangrijk is dan ook dat deze respondenten niet te vergelijken zijn met de doorsnee Vlaamse jongeren. Kunstbende-jongeren zijn opvallend cultureel, actieve jongeren.
In het weekend verkiest Maarten Lauwaert een cafébezoek met zijn vrienden boven een culturele activiteit. Ook Julio Lopes geeft toe af en toe op café te gaan. En als de vrienden van Bert Van de Casteele besluiten om naar de karaoke te gaan dan sluit Bert zich daar bij aan. Jeroen Pollentier vertelt dan weer dat ‘VT4-toestanden’, zoals hij dat noemt, hem wel kunnen plezieren. Hoewel deze jongeren voornamelijk deelnemen aan de hogere culturele activiteiten, schuwen ze de populaire activiteiten zeker niet. Of deze jongeren echte omnivoren zijn, staat niet vast. Het is immers niet omdat jongeren zowel een café als een theaterhuis bezoeken dat ze meteen tot de groep culturele omnivoren behoren.
Van een aantal respondenten valt met zekerheid te zeggen dat ze geen omnivoor, maar eerder een univoor cultuurgedrag vertonen. Toeval of niet, maar dat zijn telkens jongeren die deelnemen in de categorie muziek. Zij lijken zich zeer sterk tot die cultuurvorm te beperken. Een mogelijke verklaring is dat muziek niet enkel draait om het maken of beluisteren van songs. Muziek is veel meer dan dat, achter een muziekgenre schuilt een hele cultuur en levensvisie. Neem Bram Lagaest als voorbeeld. Hij voelt zich een MC in hart en nieren. Iedere dag schrijft hij raps, die hij bewaart in zijn rimebook. Wat hij ziet op straat slaat hij op in zijn geheugen, zodat hij het later opnieuw kan gebruiken voor zijn songs.
Kunstbende wil jongeren aanzetten om actief met kunst en cultuur bezig te zijn. Die doelstelling mag de wedstrijd zeker onderstrepen, want ook het actieve cultuurgedrag van deze jongeren is niet min. Er zijn zelfs een aantal jongeren die veel meer gedreven zijn in het zelf in elkaar knutselen van dingen dan als publiek gaan kijken naar voorstellingen. Voor Jeroen Pollentier is wat hij zelf maakt, momenteel het belangrijkste. Bovendien interpreteert hij deelnemen aan cultuur vooral als zelf optreden. Ook Bert Van de Casteele gaat erg op in zijn actieve cultuurgedrag: schrijven en herschrijven van teksten.
Op zoek naar een verband tussen het actieve en receptieve cultuurgedrag valt op dat beide in elkaars verlengde liggen. Jongeren die graag naar muziek luisteren en naar concerten gaan, zullen zich bij Kunstbende sneller inschrijven in categorie muziek. Een interesse voor theater leidt dan weer tot de categorie performance. Sommige respondenten hebben de smaak zodanig te pakken dat ze er zelfs voor kiezen om een hogere kunstopleiding te volgen. Welke interesse er eerst was, is moeilijk te zeggen. Mogelijk wilden jongeren na receptieve interesse in een bepaalde cultuurvorm, het ook eens zelf proberen. Maar dit is voorlopig enkel gebaseerd op een veronderstelling. Enkel Bram Lagaest geeft toe dat hij met hip hop begonnen is, omdat hij wel eens wilde weten hoe moeilijk dat was.



1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina