Vrije Universiteit Brussel



Dovnload 0.84 Mb.
Pagina2/25
Datum22.07.2016
Grootte0.84 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25

Inleiding

De thema’s cultuurparticipatie en kunsteducatie zijn niet meer weg te denken uit het maatschappelijke debat over cultuurbeleid. Het verhogen van cultuurparticipatie gaat samen met een uitbreiding van de culturele competentie. Een bijzondere aandacht gaat hierbij naar jongeren, want uit onderzoek van de Haan en van den Broek blijkt dat het vrijetijdsgedrag van jongeren en ouderen steeds verder uit elkaar groeit. Zij ontwikkelen een eigen smaakpatroon, waarin popmuziek, jeugdmode en sport centraal staan.


Bovendien vindt het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur de laatste jaren steeds minder ingang onder jonge hoogopgeleiden. In navolging van Richard Peterson stellen ook West-Europese onderzoekers, zoals Van Eijck, de Haan en Knulst een gewijzigde highbrow taste vast. Jongeren voelen zich, ondanks hun status, niet verplicht om aan Kunst en Cultuur deel te nemen. Integendeel, zij zijn zowel geïnteresseerd in klassieke Schone Kunsten als in populaire kunsten. Voor hen is er dan ook geen grens meer tussen elitaire en populaire cultuuruitingen. Er is met andere woorden een overgang van een snobistisch naar omnivoor vrijetijdspatroon.1
De groei van de cultuurindustrie, die gericht is op de wensen van jongeren, heeft het fenomeen van omnivorisering mee in de hand gewerkt. Er zijn vandaag tal van uitgaansmogelijkheden, waarvan kunst en cultuur slechts één van de vele zijn. Jongeren ontpoppen zich als amusementhoppers, die voortdurend op zoek zijn naar een nieuwe al dan niet culturele activiteit. Toch vindt er in dit brede gamma van vrijetijdsvoorzieningen een toenemende vermenging plaats van culturele en niet-culturele vormen van vrijetijdsbesteding. Zo is het publiek van elitaire cultuuruitingen meer gaan participeren aan niet-culturele of populaire cultuuruitingen en omgekeerd neemt ook het publiek van populaire cultuur meer deel aan elitaire cultuur. Dat laatste gebeurt echter beduidend minder. 2
Met deze thesis wil ik meer inzicht krijgen in het cultuurgedrag van jongeren en het spanningsveld tussen omnivorisering, jongeren en kunsteducatie. Zo stel ik me de vraag of er een verband is tussen kunsteducatieve organisaties en de cultuurdeelname en smaak van jongeren. Meer bepaald: hoe is het gesteld met de culturele omnivorisering bij zeer cultureel zeer actieve jongeren. Een groep waarvan onderzoekers, zoals Van Eijck, Knulst en de Haan, zeggen dat zij dit nieuwe cultuur consumptiepatroon vertonen. Is er inderdaad sprake van een omnivoor cultuurgedrag bij deze jongeren en hoe gaan kunsteducatieve organisaties in op dit vermeende omnivore gedrag bij cultureel actieve jongeren.
Het vertrekpunt is Kunstbende, een wedstrijd in kunst voor iedereen van dertien tot negentien jaar. In eerder kwantitatief onderzoek werd het profiel van de Kunstbende-deelnemer uitgebreid bestudeerd.3 Enerzijds zal ik via een exploratief kwalitatief onderzoek peilen naar het cultuurgedrag en -beleving van deze jongeren. Aan welke culturele activiteiten nemen ze deel? Zijn ‘hoog culturele’ activiteiten verweven met ‘populaire’ cultuuruitingen? Hoe kijken ze naar Cultuur en cultuur? Wat verwachten ze ervan? Zijn er bepaalde culturele of niet-culturele vrijetijdsactiviteiten die een hoger aanzien hebben dan andere activiteiten? Anderzijds zal ik via meer kwantitatief onderzoek nagaan hoe Kunstbende ingaat op het vermeende nieuwe cultuurgedrag bij deze jongeren.
Kunstbende is klein begonnen, maar werd groter en groter. Het is ontstaan uit een initiatief van de Vlaamse provincies en Brussel, Villanella verzorgt hierbij de nationale coördinatie. Kunstbende wordt door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd als kunsteducatieproject. Ondertussen namen al meer dan 9000 jongeren deel aan de wedstrijd. Kunstbende is daardoor meer dan zomaar een wedstrijd in kunst. Kunstbende eindigt niet met het podium of de ruimte op de finale. Jongeren krijgen andere kansen aangeboden, nemen deel aan workshops en worden uitgestuurd naar internationale festivals. Bijgevolg is er de veronderstelling dat Kunstbende een impact heeft op de cultuurbeleving en het cultuurgedrag van deze jongeren.
In de theorie staan de begrippen cultuur, smaak, jongeren en beleid centraal. Via een literatuurstudie worden deze begrippen op vier niveaus bestudeerd. Hierbij is gekozen om het onderwerp zeer breed te benaderen. Er zijn immers verschillende aspecten die bijdragen aan de veranderde context en leefwereld, waarin jongeren opgroeien.
Op het eerste niveau wordt de algemene maatschappelijke context geschetst. Dit is van groot belang omdat de samenleving sinds de jaren vijftig een aantal veranderingen heeft doorgemaakt die een grote impact hebben op de leefwereld van de huidige generatie jongeren. Denk aan de democratisering van het onderwijs en de toename van vrijetijd.
Op het tweede niveau staat het aanbod van vrijetijdsvoorzieningen. Hier wordt dieper ingegaan op de opkomst van de consumptiemaatschappij en de ontwikkeling van de cultuurindustrie. Cultuur komt zo in de rij te staan naast tal van andere uitgaansmogelijkheden. Onder de verschillende aanbieders op de vrijetijdsmarkt ontstaat bijgevolg een sterke concurrentie om de vrijetijd van het publiek.

Het derde niveau gaat in op het gebruik van de verschillende vrijetijdsvoorzieningen. Hoe ziet het vrijetijdspatroon van jongeren er uit? Welke theorieën trachten cultuurparticipatie te verklaren? Hebben jongeren een eigen keuze bij het ontwikkelen van hun smaakpatroon? Zijn jongeren de grootste bevolkingsgroep met een omnivore smaak?


Het laatste niveau staat volledig in het teken van cultuureducatie. Beleidsmakers zien in cultuureducatie immers de oplossing om jongeren naar kunst en cultuur te leiden. Na een schets van het kunsteducatieve landschap in Vlaanderen, wordt ingegaan op de Vlaamse amateurkunsten en het deeltijds kunstonderwijs. Een niet te verwaarlozen aspect als het gaat om zeer cultureel zeer actieve jongeren.
In de empirie wordt eerst het onderzoeksopzet uitgewerkt, waarbij dieper wordt ingegaan op de gebruikte methodologie en de reden waarom deze gebruikt is. Na de visie van twee kunsteducatieve organisaties ten opzichte van jongeren en kunsteducatie wordt een uitgebreid beeld gegeven van het ontstaan en de doelstellingen van Kunstbende. Vervolgens wordt door middel van een inhoudsanalyse van de juryverslagen de beoordeling van de deelnemende acts onder de loep genomen. Tot slot worden Kunstbende-jongeren in de diepte ontleed via kwalitatief onderzoek.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina