Vrijzinnigen over de islam: water en vuur?



Dovnload 11.84 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte11.84 Kb.
Thema Verdraagzaamheid

Vrijzinnigen over de islam: water en vuur?

Naar aanleiding van de verklaring van meer dan honderd moslimgeleerden: ‘A common word’, heeft mevrouw Antje van der Hoek haar verbazing uitgesproken dat deze uitgestoken hand in Nederland op onverschilligheid en zelfs op afwijzing is gestuit. Inderdaad is de internationale respons op dit document, dat uniek is voor de moslimwereld, indrukwekkend te noemen. De aanleiding was de ‘faux pas’ van paus Benedictus XVI in Regensburg die daar een middeleeuwse auteur had geciteerd over de gewelddadigheid van de islam. De (foutieve) indruk was gewekt dat Benedictus dat zelf meende. De trieste reactie van sommige moslims wereldwijd om tot geweld over te gaan, was uiteraard paradoxaal: zo weerleg je bepaald niet de overtuiging dat de islam gewelddadig is! Vandaar dat deze verklaring een uitermate positieve en constructieve reactie was. De gemeenschappelijke grond ziet deze verklaring in de proclamatie van de eenheid van God die in de Koran, maar ook in het Sjema Jisrael en in het Grote Gebod klinkt (http://www.acommonword.com/). Antje van der Hoek – die overigens bij uitstek deskundig is inzake de islam – wijst in haar boek op nog een ander verrassend feit. De PKN heeft de teugels nogal aangehaald als het gaat om het gemeenschappelijke tussen christendom en islam. Dat wisten we en het is met name Bernard Reitsma die daarvoor verantwoordelijk is. Dat is zijn goed recht, alhoewel ikzelf niet zie welke ‘common ground’ er kan zijn als je meent dat moslims zich niet tot dezelfde God wenden als de christenen. Theologisch rammelt de zaak eveneens als je wilt stellen dat God alleen door Christus gekend kan worden. Deze overtuiging is een authentieke lofprijzing van christenen , maar verwordt in deze theologie tot een benepen omschrijving van hoe God zich laten kennen, immers ook heel het jodendom valt dan buiten de boot. Door te stellen dat christenen en moslims zich niet tot dezelfde God wenden, meet men zich aan ‘even bij God op tafel te kunnen kijken’, en blijft er weinig anders over dan de beschuldiging van afgoderij, een zeer ernstige zaak! Nu blijkt echter in genoemd boekje – en dat was voor mij nieuw – dat deze nieuwe lijn van de PKN grotendeels is nagepraat uit de Duitse verklaring van de Evangelisch-Luthersche Kirche uit 2006.



Opiniemakers
Ik geef toe dat de door Antje van der Hoek veel geciteerde publicatie van mijn collega Theo Salemink en ondergetekende: Van harem tot fitna. Beeldvorming van de islam in Nederland van 1848-2010, (Valkhof Pers 2011) de zaak niet eenvoudiger maakt. Naar onze mening heeft het onderscheid links-rechts en progressief-conservatief zijn betekenis verloren als het over de islam gaat. Met name de Rushdie affaire (1989) liet een kentering zien: Rinus Ferdinandusse (Vrij Nederland) sprak over de moslims in Nederland als een vijfde colonne erger dan die van het communisme, Jan Blokker walgde van het woord ‘begrip’, niet toevallig de naam van het door de kerken verzorgde blad over de islam, dat al decennia lang goede informatie geeft. De SP waarschuwde bij monde van Anton Constandse al in 1980 voor de moslims in Nederland als analfabeten die fascistische leiders verheerlijken en ‘achterlijke gebruiken hebben vergelijkbaar met gereformeerden op de Veluwe die ons slachtoffer van polio bezorgen’ (p. 322). Gelukkig is die positie snel verlaten, maar toch. Voorwaar, het populisme van Wilders dat waarschuwt voor de baarmoeder van moslimvrouwen als geducht wapen vindt hier zijn evenknie!

Andere wind
Welke factoren zijn het die ertoe hebben bijgedragen dat de mainstream benadering van de kerken met mensen als Wessels, Speelman, Mintjes, Reesink en Slomp (zeg maar: de schrijvers rond het blad Begrip), die pleitten voor dialoog en grondige wederzijdse kennisname, toenemend wordt gemarginaliseerd?

Ik noem ze puntsgewijs:



  1. De opkomst van het moslimfundamentalisme. Veel Nederlanders zien door de secularisatie steeds minder het verschil tussen een orthodox gelovige en een fundamentalist. Dat veroorzaakt een toenemende druk op orthodoxen om zich te moeten bewijzen. Fundamentalisme is echter een modern verschijnsel, waarin eerbiedwaardige uitlegtradities met hun talrijke verschillende perspectieven geen plaats hebben. Pas als we zelf onderscheid kunnen maken tussen orthodoxie en fundamentalisme kunnen we eerstgenoemde als medestander verwachten in de strijd tegen fundamentalisme.

  2. De vrijzinnige tolerantie jegens orthodoxie is beperkt: terwijl in de 19e eeuw orthodox-protestanten de roomsen afwezen om hun geloofsovertuiging, meenden vrijzinnigen dat roomsen ook als burgers niet te vertrouwen waren. Het waren geen goede democraten. Dus uit naam van de Verlichting werden roomsen ook maatschappelijk gemarginaliseerd (zie: Edwina Hagen, Een min of meer doodlyken haat). Datzelfde gebeurt nu met moslims en zelfs met joden in onze samenleving, hetgeen bewijst dat het om een algemeen anti-religieus sentiment gaat in naam van verlichte tolerantie: de verlichte vrijzinnige burger staat het niet toe dat ‘primitieve’ religieuze gebruiken als ritueel slachten en besnijdenis worden toegestaan. Dat hiermee het jodendom na eeuwen van (precaire) aanwezigheid alsnog te horen krijgt dat het feitelijk niet in de moderne samenleving thuishoort, is een schrijnend feit. Het gaat hier om een anti-religieuze hetze, waarvan ook de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde zich niet heeft kunnen distantiëren (zie mijn discussie op http://www.tilburguniversity.edu/nl/thema/zingeving/besnijdenis/

  3. De confrontatie met de islam noopt tot een grondige herziening van de christelijke theologie (evenals van de moslimtheologie, maar dat is onze zaak niet). Ik zie weinig bereidheid om die herziening aan te vatten. Het boek Van harem tot fitna evalueert een hele rij theologen, van Karl Barth tot Hanna Kohlbrugge. Van Hoogstraten, hoofdredacteur van het blad VrijZinnig, was kennelijk niet ingenomen met onze kritiek op zijn diagnose van de islam als ‘versteende religie’. De redactie heeft een discussie in het vooruitzicht gesteld, waar wij in vertrouwen op werkelijke vrijzinnigheid, verstaan als openheid voor debat, reikhalzend naar uitkijken.

  4. De secularisatie en het verlies van gezag van de kerken heeft ervoor gezorgd dat sociale wetenschappers de meningsvorming over de islam goeddeels hebben overgenomen. Paul Scheffer kondigde het multiculturele drama aan, maar ging geheel voorbij aan de dialoog tussen kerk en moslims, waarmee de kerken een decennium eerder dan politieke partijen de islam in Nederland hadden ontdekt. In 2007 vertelde Scheffer in Het land van aankomst dat de integratie drie generaties zou duren, dit op basis van een wat wonderlijke vergelijking met immigranten in Amerika. Dat hiermee het ‘drama’ waardoor links Nederland was opgeschrikt reuze meeviel bleef buiten beschouwing.

  5. Theologische heroriëntatie: het verschil tussen de ChristenUnie en de SGP als het gaat om de Drie Formulieren van Enigheid vind ik veelzeggend (zie Van harem tot fitna, p. 331). Zelfs de steile Abraham Kuyper vond revisie kennelijk noodzakelijk voor de politiek, al ging het toen om de Roomsen! De gedachte van een Abrahamitische oecumene, maar dan niet in de relativistische interpretatie, maar in de oorspronkelijke zelfkritische visie van Louis Massignon heeft ons veel te zeggen. Dat Karl Barth ons veel over het christen-zijn kan leren als radicale zelfkritiek, maar weinig over jodendom en islam, mag nu wel eens worden toegegeven.

Een deur
Het lijkt me duidelijk dat de vrijzinnigheid niet op haar lauweren kan rusten als het om de islam gaat. Dat geldt trouwens voor alle christenen. Essentieel lijkt me om van je christen-zijn van binnenuit te getuigen, zonder dat te willen contrasteren met andere overtuigingen en je ten koste daarvan te profileren. Vrijzinnigheid lijkt me precies die vrijheid van de kinderen van God te behelzen om samen hardop te denken en te spreken, een vrijheid die wat mij betreft heel goed met orthodoxie samen kan gaan. Maar hier geef ik dan ook graag toe dat ik een buitenstaander ben! Dat wordt nog versterkt als ik in bovengenoemd boekje de reactie van de remonstrantse Mijnke Bosman lees: ‘Remonstranten voelen zich niet verantwoordelijk voor orthodoxe uitlatingen van andere kerken en ook niet voor de schandalen in de katholieke wereldkerk’. Dat klinkt me als een goedkope profilering van eigen identiteit in de oren: welke katholiek zou zich wél verantwoordelijk moeten voelen? Dialoog met de islam zal ook betekenen dat christenen samen met behoud van kritische zin door één deur kunnen. De interreligieuze dialoog vraagt ook om een intra-religieuze dialoog.

Marcel Poorthuis
Hoogleraar aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg met als leeropdracht de dialoog tussen godsdiensten



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina