Vruchten en Zaden



Dovnload 25.86 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte25.86 Kb.
Door: Sebastiaan Westerink

Vruchten en Zaden


Verschillende soorten zaden en vruchten komen in dit verslag aan bod.

Daarnaast worden de onderdelen van een zaad besproken.

Verschillende soorten vruchten:
Als eerste wordt hieronder de onderverdeling gemaakt van de verschillende soorten vruchten.

Vervolgens worden deze soorten nader toegelicht.




  1. Droog, éénzadig:

    • Dopvrucht

    • Gevleugelde dopvrucht

    • Graanvrucht

    • Noot




  1. Droog, meerzadig:

    • Splitvrucht

    • Kluisvrucht

    • Doosvrucht - de peulvrucht

- de kokervrucht

- de hauw




  1. Vlezig, éénzadig:

    • Steenvrucht




  1. Vlezig, meerzadig:

    • Bes

    • Pitvrucht




  1. Verzamelvrucht:




  1. Samengestelde vrucht:




  1. Schijnvrucht (is uit andere onderdelen, dus niet uit het vruchtbeginsel, ontstaan):



  • Droog, éénzadig:

Dopvrucht

De dopvrucht is een niet-openspringende vrucht. Het zaad in de dopvrucht is verbonden aan de placenta door zijn steel. De vruchtwand laat gemakkelijk los van de zaadhuid; dit gebeurt in de laag cellen direct daaronder.



Gevleugelde dopvrucht

Deze vrucht kan zowel éénzadig zijn (b.v. de olm) als tweezadig zijn (b.v. de esdoorn).

Deze vruchten zijn gekenmerkt door de vleugelachtige structuur, die ontstaat door de uitgroei van de wand van het vruchtbeginsel.

Graanvrucht

Deze vrucht behoort tot de grasfamilie. De belangrijkste planten die tot deze familie behoren zijn: tarwe, koren en rijst. De graanvrucht is een niet-openspringende vrucht.

Het verschil met de dopvrucht is, dat de vruchtwand en de zaadhuid continu stevig met elkaar verbonden zijn.


Noot

De term “noot” geeft aan dat de vruchten en zaden een harde/stevige wand bezitten.

De noot is een niet-openspringende vrucht met een harde/steenachtige vruchtwand.

Voorbeelden hiervan zijn de walnoot en de eikel. De eikel (= de vrucht van de eik)

is deels omsloten door een harde omhulselachtige schaal. De dop van de walnoot bestaat uit een omhulsel van schutbladeren, bloembekleedselen en de buitenste laag van de vruchtwand. De harde schaal is het overblijfsel van de vruchtwand.



  • Droog, meerzadig:



Splitvrucht
Dit is de vrucht die karakteristiek is voor de wortelfamilie, waartoe planten behoren als: de wortel, de selderie en de peterselie. De splitvrucht bestaat uit twee stamperhokjes die van elkaar splitsen als de vrucht volwassen is. Dit gebeurt op de middellijn en er ontstaan hierdoor twee éénzadige helften, waarbij de vrucht niet kan openspringen.


Kluisvrucht

Kluisvruchten zijn afgeleid van samengestelde vruchtbeginsels. Het vruchtbeginsel bestaat hierbij uit twee of meer verbonden stamperhokjes. Ieder stamperhokje produceert een weinig tot veel zaden. Het openspringen van kluisvruchten gebeurt op veel verschillende wijzes. De kluisvrucht van een klaproos springt open door porien op de top. Bij een tulp springt de kluisvrucht lengtegewijs open.




Doosvrucht

Hiertoe behoren: de peul, de kokervrucht, de hauw en de echte doosvrucht.


De peulvrucht:
Dit type vrucht is karakteristiek voor bijna alle leden van de boonfamilie.

De peulvrucht komt voort uit één stamperhokje, die bij het volwassen zijn meestal openspringt langs beide naden. Bij de peulvrucht is de schaal de vruchtwand en de bonen zijn de zaden. Peulvruchten zijn spiraalvormig gedraaid of gekromd bij bijvoorbeeld de luzerne of de wikke. Een aantal peulvruchten zoals de luzerne bezitten vruchten die niet openspringen.

De kokervrucht:
De kokervrucht ontwikkelt zich uit één stamperhokje. In tegenstelling tot de peulvrucht opent de kokervrucht langs één naad i.p.v. twee naden.

Een voorbeeld van de kokervrucht, is de vrucht van de magnolia.

Hauw:
Tot deze type vrucht behoort de mosterdfamilie. De hauw is een vrucht die is afgeleid uit het grotere vruchtbeginsel, dat bestaat uit twee locules. Als de hauw volwassen is, deelt het vruchtbeginsel zich in drie delen. De zaden bevinden zich op het centrale persistente deel.



  • Vlezig, éénzadig:



Steenvrucht

Steenvruchten zijn bijvoorbeeld: de amandel, de perzik en de olijf.

De steenvrucht is afgeleid uit één stamperhokje en is gewoonlijk éénzadig.

Bij bijvoorbeeld de amandel zijn echter bij de jonge vruchtbeginsels twee eierkiemen te zien, waarvan gewoonlijk één verkwijnt, omdat het zich niet ontwikkelt tot een zaad. De steenvrucht heeft een harde endocarp, die bestaat uit dikwandige steencellen.

De exocarp is dun en vormt de huid. De mesocarp vormt het eetbare vlees.
De pit van een kers is bijvoorbeeld één zaad met dunne zaadhuiden, omgeven door steenachtig endocarp. Met andere woorden, de pit is samengesteld uit het zaad en de steenachtige binnenlaag van de wand van het vruchtbeginsel.

Bij de kokosnoot drogen de weefsels van de vruchtwand als de kokosnoot volwassen wordt.





  • Vlezig, meerzadig:


De bes

Deze vlezige vrucht is afgeleid van een samengesteld vruchtbeginsel. Gewoonlijk zijn de meeste zaden ingesloten in het vlees. Dit vlees is zowel endocarp als mesocarp, waarbij de scheidingslijn moeilijk is te zien. De tomaat is een voorbeeld van deze vrucht. De citrusvruchten zijn een type bes die hesperidium worden genoemd. Deze hebben een dikke, lederachtige schil, met veel olieklieren en een dik sappig deel samengesteld uit meerdere wigvormige loculen. De schil van een citrusvrucht is exocarp en mesocarp; het vruchtvlees is endocarp. Het sap is gevestigd in de vruchtvleesblaasjes, dat uitgroeiingen zijn van de endocarpische wand.




Pitvrucht

Hiertoe behoren de appel en de peer. De pitvrucht is afgeleid van een inferieur vruchtbeginsel. Het vlees is vergroot hypanthium (vlezige plantbuis) en het klokhuis is ontstaan uit het vruchtbeginsel





  • Verzamelvrucht:

Een verzamelvrucht is gevormd uit veel stamperhokjes van één individuele bloem. Deze vruchten bestaan uit meerdere enkelvoudige vruchten. De aardbei heeft vele afzonderlijke stamperhokjes op één vruchtbodem.

Het vruchtbeginsel van elk stamperhokje heeft één eierkiem en ontwikkelt zich tot een droge éénzadige vrucht. De vruchtwand, waarop de vruchten zich bevinden, wordt vlezig. De gehele structuur, dat een aardbei wordt genoemd, is een verzameling van enkelvoudige vruchten. De vruchtbodem is stengelweefsel en bestaat uit een vlezige pit met vaatweefselbundels er tussen. De schil van de aardbei bestaat uit persistent calyx en dorre meeldraden.



  • Samengestelde vrucht:

Een samengestelde vrucht is gevormd uit individuele vruchtbeginsels van meerdere bloemen. Deze vruchten, afzonderlijk gezien, kunnen worden geklassificeerd tot de enkelvoudige vruchten. De ananas en de vijg zijn voorbeelden van een samengestelde vrucht.





  • Schijnvrucht:

Een schijnvrucht is een vrucht, die ontstaan is uit andere delen en dus niet uit het vruchtbeginsel.



Verschillende soorten zaad(planten):
Er zijn twee soorten zaadplanten, die tezamen de afdeling van de zaadplanten vormen:

Hierbij zijn de zaadknoppen niet omhuld door een vruchtblad, maar vrij aan zaadbladen en schubben zitten

(hiertoe behoren uitsluitend houtgewassen, zoals naaldbomen en palmvarens)


  • De bedektzadige planten

Dit zijn planten met ingesloten zaadknoppen (b.v. de eucalyptus)



    • Eenzaadlobbige planten (zoals grassen) bezitten één zaadlob of kiemblad. Deze dient vaak als zuigorgaan om bij het opnemen van voedingsstoffen uit het endospermium (=eiwitrijk weefsel in de zaden)




    • Tweezaadlobbige planten bezitten twee zaadlobben of kiembladeren.

Een voorbeeld hiervan is de liguster.

De tweezaadlobbigen onderscheiden zich van de eenzaadlobbigen door de lange levensduur van de hoofdwortel; de regelmatig in een ring gerangschikte vaatbundels; de vaak secundaire diktegroei door cambium; de bladen in vele vormen en met netvormige nerven; en de afwezigheid van de bladschede.




De onderdelen van een zaad

Hieronder is het verschil weergegeven tussen naaktzadige- en bedektzadige planten en tussen éénzaadlobbige- en twee zaadlobbige planten:






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina