Vwo 1988 tijdvak 2 Vragen bij afbeelding 1 t/m 5



Dovnload 19.93 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte19.93 Kb.
VWO 1988 tijdvak 2

Vragen bij afbeelding 1 t/m 5

Op afbeelding 1 zie je een gedeelte van een Byzantijnse zijden stof uit de elfde eeuw. Deze stof is gebruikt om relieken van heiligen in te bewaren.

1 Geef twee verklaringen voor het feit dat vooral zijden stoffen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de@verspreiding van oosterse motieven.

Motieven als op afbeelding 1 komen voort uit een veel oudere, heidense traditie. Toch werden ze in de christelijke kunst ingepast.

2 Noem twee inhoudelijke betekenissen die de christenen aan dit soort heidense motieven konden toekennen.

Op afbeelding 2 zie je het portaal van de Romaanse abdijkerk van Souillac in Frankrijk. Op afbeelding 3 zie je de pijler die in dit portaal staat. Op afbeelding 4 zie je een detail van deze pijler.

Naast oosterse motieven (afbeelding l), hebben ook miniaturen in lerse manuscripten, zoals op afbeelding 5, een rol gespeeld in de vormgeving van de pijler op afbeelding 3 en 4.

3 Noem drie aspecten van de pijler op afbeelding 3 en 4, waarin de invloed van lerse manuscripten (afbeelding 5) aanwijsbaar is.

4 Maak een schematische tekening van de compositorische opbouw van de voorstelling op de pijler van afbeelding 3 (frontaal aanzicht).

Het beeldhouwwerk op afbeelding 2, 3 en 4 bevindt zich in het portaal van een kerk.

5 Noem twee functies die dit soort beeldhouwwerk aan een kerkgebouw hier heeft.

Sint Bernardus van Clairvaux noemt het soort beeldhouwwerk als op afbeelding 3 en 4 "dwaasheden".

6 Geef voor deze mening twee argumenten.

Vragen bij afbeelding 6 t/m 8


Het schilderij op afbeelding 6 is van Gustave Moreau en heet "Galatea". Volgens de mythe was de eenogige reus Polyphernus verliefd op de zeenimf Galatea. Hij zette Galatea gevangen in een grot om haar voor zichzelf te hebben. Galatea was echter verliefd op een ander en Polyphemus moest aanvaarden dat zij niet in hem geïnteresseerd was.

7 Noem drie manieren waardoor gesuggereerd wordt dat Galatea niet in Polyphernus is geïnteresseerd (afbeelding 6).

De schrijver J. K. Huysrnans omschrijft dit schilderij als een "weidse juwelendoos waaronder het licht dat vanuit een lapis lazuli hemel valt, een vreemde minerale flora haar fantastische wortels laat uitschieten..."

8 Beschrijf in het kort drie aspecten van het schilderij op afbeelding 6 die de vergelijking met een "juwelendoos" oproepen.

Op afbeelding 7 zie je een waterverfschets van Moreau.

9 Noem twee aspecten van de hanteringswijze op afbeelding 7 die zijn terug te vinden in het schilderij op afbeelding 6.

Moreaus techniek voor het vinden van beelden toont verwantschap met de techniek die Cozens daartoe hanteerde (afbeelding 8). Toch zijn de technieken niet hetzelfde.

10 Wat is het belangrijkste verschil in toepassing?

noot 1 is lazuli: helder blauwe halfedelsteen.
Het werk van Moreau beantwoordt niet aan de eigentijdse kunsttheorieën van het impressionisme en van het realisme.

11 Noem twee aspecten van het werk van Moreau die deze constatering ondersteunen (afbeeldingen 6 en 7).



Vragen bij afbeelding 9 t/m 16

Tussen 1900 en 1914 werd in Bareelona het Parca Güell aangelegd, naar ontwerp van Antoni Gaudi.

De aanleg van het Parca Güell (afbeeldingen 9 t/m 16) vertoont overeenkomsten met de aanleg van nlaniëristische tuinen in Italië.

12 Noem drie overeenkomsten in de aanleg.

Wat betreft de oorspronkelijke functie week het Parca Güell echter fundamenteel af van de maniëristische tuinen.

13 Wat was de oorspronkelijke functie van het Parca Guëll?

Bij de vormgeving van dit park heeft Gaudi gebruik gemaakt van verschillende inspiratiebronnen.

14 Noem er drie.

Op verschillende plaatsen in het park heeft Gaudi kolommen toegepast. De vormgeving van deze kolommen is hoogst ongebruikelijk èn bovendien niet overal dezelfde (afbeeldingen 11, 12 en 13 en de plattegrond op afbeelding 10).

15 Geef voor deze verschillen in vormgeving twee verklaringen.

Gaudi heeft in het park op ruime schaal betegeling toegepast. De vormgeving van dit tegelwerk is echter weinig traditioneel (afbeeldingen 14 en 15).

16 Noem drie beeldende mogelijkheden die Gaudi toevoegt aan de traditionele wijze van bezegelen.

De vormgeving van het dak van het paviljoen op afbeelding 16 lijkt willekeurig, maar is het niet.

17 Geef hiervoor één verklaring.

De dakbekroning op afbeelding 16 vervult naast de decoratieve functie ook nog andere functies.

18 Noem twee van die andere functies.

De vormgeving bij Gaudi ontleent zijn fantastische karakter mede aan de aandacht voor de werking van het licht.

19 Geef hiervan aan de hand van de afbeeldingen twee voorbeelden.

Het Parca Guëll wordt soms in verband gebracht met het surrealisme.

20 Geef aan de hand van de afbeeldingen 9 tot en met 16 voor deze vergelijking drie argumenten.



Vragen bij afbeelding 17 t/m 22

Mareel Jean schreef over de internationale surrealistische tentoonstelling van 1938 in Parijs:

"De surrealistische straat werd bevolkt door ongeveer twintig verrukkelijke etalagepoppen..."

Op de afbeeldingen 1.7, 18 en 19 zie je drie van die etalagepoppen van respectievelijk Salvador Dali, Man Ray en André Masson.

21 Waarom waren juist etalagepoppen zo geschikt voor een surrealistische straat? Geef twee argumenten.

Op afbeelding 17 zie je de "Regentaxi" die Salvador Dali voor deze expositie maakte. Dali gebruikte voor deze "Regentaxi" levende, eetbare slakken.

22 Noem het belangrijkste, typisch surrealistische effect dat hiermee wordt bereikt.
Ray en Masson geven alle twee door hun manipulaties met de etalagepoppen een eigen uitdrukking aan hun opvattingen over de vrouw.

23 Geef voor elk van de afbeeldingen 18 en 19 aan welk facet van de vrouw door de kunstenaar wordt benadrukt.

Voor de opening van de tentoonstelling maakten de surrealisten bekend, dat de robot Enigmarelle (=raadseltje), gemaakt van onecht vlees en bloed, de tentoonstelling zou doorkruisen.

24 Noem twee manieren waardoor deze aankondiging aansluit bij het karakter van de tentoonstelling.

De surrealisten beschouwden de Italiaanse schilder Giorgio De Chirico als een voorloper van het surrealisme. Op afbeelding 20 zie je een schilderij van De Chirico, getiteld: "De angstaanjagende muzen", uit 1916.

25 Noem aan de hand van afbeelding 20 twee aspecten van het werk van De Chirico waardoor men hem als voorloper van het surrealisme kon beschouwen.

In 1962 vond in het Stedelijk Museum in Amsterdam de tentoonstelling "Dylaby" dynamisch labyrinth) plaats. Voor deze tentoonstelling werden door de directeur van het Museum, Sandberg, een zestal kunstenaars aangezocht. De kunstenaars kregen ieder een eigen zaaltje dat zij naar eigen inzicht mochten vormgeven. Op afbeelding 22 zie je de plattegrond van drie naast elkaar gelegen zaaltjes. Op afbeelding 21 zie je een foto van het door Daniel Spoerri ingerichte zaaltje (het middelste zaaltje op de plattegrond op afbeelding 22).

26 Noem drie principiële verschillen in uitgangspunt tussen de surrealistische tentoonstelling van 1938 en de tentoonstelling "Dylaby" van 1962 (afbeelding 21 en 22).

Bekijk de plattegrond van de tentoonstelling "Dylaby" (afbeelding 22) en de zaal die Spoerri inrichtte (afbeelding 21).

27 Waarin wijkt Spoerri met dit werk af van de ideeën waarmee de surrealisten zich op de tentoonstelling van 1938 bezighielden?


Vragen bij afbeelding 23 t/m 27


Op de afbeeldingen 23, 24 en 25 zie je achtereenvolgens een frottage, een collage en een grattage van Max Ernst.

Max Ernst was voortdurend op zoek naar nieuwe middelen om beelden te doen ontstaan. De frottagetechniek (afbeelding 23) is een door hem ontwikkelde vorm van automatisme.

28 Wat is het belangrijkste verschil tussen frottage en psychisch automatisme als methode om de fantasie te prikkelen?

Max Ernst zegt, dat de frottage-techniek (afbeelding 23) in de ontwikkeling van zijn kunst een groter aandeel heeft gehad dan de collage-techniek (afbeeldingen 24).

29 Noem twee aspecten van frottage-techniek die kunnen dienen als verklaring voor deze uitspraak.

Op afbeelding 26 zie je het schilderij "Het kleden van de bruid", van Max Ernst uit 1939. 30 Noem drie aspecten van dit schilderij die zijn te herleiden tot de technieken zoals

gebruikt in afbeelding 23 en 24.

Het werk op afbeelding, 25 is uitgevoerd in de grattage-techniek.

31 Noem één aspect van dit schilderij waaraan je kunt zien dat het in grattage-techniek is uitgevoerd.

citaat "Ik geloof dat ik met recht en zonder overdrijving kan zeggen dat dankzij het surrealisme de schilderkunst met zevenmijlslaarzen de weg heeft afgelegd die begon bij Renoirs drie appels, Manets vier bundeltjes asperges, Derains kleine chocoladevrouwtjes en het kubistische sigarettendoosje." (Max Ernst)

32 Welke kritiek op genoemde schilders ligt in dit citaat besloten?
Voor het schilderij op afbeelding 26 heeft Ernst niet alleen inspiratie geput uit de door hem ontwikkelde technieken.

33 Noem nog twee inspiratiebronnen voor dit schilderij.

Op afbeelding 27 zie je een schilderij van de schilder Joan Mirò. Het schilderij heet "Catalaans landschap".

34 Noem drie aspecten van het Catalaanse landschap die Mirò zichtbaar wil maken.

I.Ecriture automatique" betekent oorspronkelijk automatisch schrijven. Het vereist dat de schrijver in staat van volstrekte ontvankelijkheid zich gereedhoudt om zodanig snel en zonder vooropgezette ideeën te schrijven dat denken en stilistische overwegingen niet de tijd krijgen in het geding te komen.

Het werk van Mirò op afbeelding 27 kan worden beschouwd als een schilderkunstige variant van "écriture automatique".



35 Geef hiervoor twee argumenten.

36 Noem twee aspecten van Mirò's werkwijze (afbeelding 27) waarin het principieel verschilt van "écriture automatique".



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina